U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Anaf heeft het woord.

Vorige week verscheen een driedelige onderzoeksreportage van de nieuwssite Apache. Vorige maandag ging het over hoe bepaalde commerciële spelers in de ouderenzorg hun winst maximaliseren, onder meer door het aanrekenen van overdreven huurprijzen voor kamers en gebouwen, die vervolgens onderverhuurd werden aan nevenondernemingen. Op die manier wordt de dagprijs voor de gebruiker opgedreven en lijkt er boekhoudkundig geen onverantwoorde winst gemaakt te worden in het rusthuis zelf. Die winst verdwijnt immers naar de groep achter het rusthuis.

Minister, hebt u kennis kunnen nemen van de reportage van Apache en hebt u met het agentschap Zorg en Gezondheid kunnen nagaan of de geciteerde cijfers en feiten kloppen?

Vindt u het sociaal en maatschappelijk verantwoord dat de gereguleerde markt die onze residentiële ouderenzorg toch zou moeten zijn, op deze manier bespeeld wordt om disproportionele winsten te realiseren ten koste van de bewoners en het personeel?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

De reportage van Apache is mij bekend. De stelling dat zorgvastgoed in sommige projecten door een bepaalde vastgoedvennootschap wordt ontwikkeld en vervolgens via een zakelijk recht of een genotsrecht ter beschikking gesteld wordt aan de rechtspersoon die het woonzorgcentrum uitbaat, klopt. Dat alle for-profitinitiatiefnemers hiervan gebruik zouden maken om winsten af te romen, klopt niet.

Vlaanderen is sinds juli 2014 bevoegd voor de financiering van de ouderenzorg en de dagprijscontrole. De financiering werd nog tot 1 januari 2019 verder uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). De dagprijscontrole wordt sinds 1 januari 2015 door het Vlaams agentschap uitgevoerd. Zorg en Gezondheid heeft in 2015 wijzigingen doorgevoerd aan de procedures die de Vlaamse overheid hanteert om de dossiers inzake prijsaanpassingen, ingediend door voorzieningen, te behandelen.

Woonzorgcentra kunnen hun dagprijs niet onbegrensd laten stijgen. Ze zijn gebonden aan bepaalde criteria waaraan de aanvraag tot prijsverhoging moet voldoen. Zo worden de aanvraagdossiers tot prijsverhoging objectief geëvalueerd door het agentschap. De gevraagde prijsstijging moet verantwoord worden, onder andere aan de hand van boekhoudkundige gegevens en verantwoordingsstukken. Een geldige reden voor een prijstoename is onder meer een investering in een nieuw gebouw, die voor een hoger wooncomfort zorgt.

Wanneer een voorziening als eigenaar investeringen doet in infrastructuur, bijvoorbeeld in een gebouw, dan zal de investering de basis vormen voor de verantwoording van een prijsverhoging.

Wanneer een voorziening een gebouw betrekt waarvan ze zelf geen eigenaar is, moet een vergoeding worden betaald aan de eigenaar van de infrastructuur. In dat geval kan de voorziening beslissen om de verhoging van de huurkost door te rekenen in de dagprijs. Het agentschap zal dan controleren of er sprake is van een ongeoorloofde verwantschapsband tussen de eigenaar van de infrastructuur en de zorgexploitant. Als dat zo is, dan zal niet de vergoeding op zich maar de investering die door de eigenaar werd gerealiseerd, de basis vormen voor de prijsverhoging. Op die manier wordt vermeden dat niet-marktconforme vergoedingen aanleiding geven tot dagprijsverhogingen.

De huidige dagprijsregeling is zo bepaald dat een volledig nieuwe voorziening haar eerste dagprijs vrij mag zetten. Op dat moment vindt er dus enkel een melding plaats.

Op 1 januari 2018 werd het infrastructuurforfait ingevoerd. Om van het infrastructuurforfait te kunnen genieten, moet een voorziening wel een aangepaste prijsaanvraag indienen. Dat geldt dus ook voor volledig nieuwe voorzieningen. Hierbij geldt er een beperking van de kosten voor de terbeschikkingstelling van infrastructuur die kunnen worden opgenomen in de dagprijs. We stellen daarbij vast dat het aantal for-profitorganisaties dat een beroep doet op het infrastructuurforfait hierdoor mogelijk beperkter is.

Met betrekking tot de dagprijsdossiers die in het artikel als voorbeeld worden aangehaald, kan het agentschap geen overeenstemmende bedragen terugvinden. De voorziening bracht gegevens aan van een investeringskost die vervolgens wordt afgeschreven.

In tegenstelling tot wat het artikel stelt, heeft Zorginspectie ook een financiële cel, die zich bezighoudt met financiële inspecties. Tijdens financiële inspecties van woonzorgcentra worden zowel de balans als de resultatenrekening geanalyseerd met het oog op enerzijds de financiële gezondheid van de inrichtende macht, waarbij de continuïteit van de dienstverlening centraal staat, en anderzijds eventuele afwending van middelen. Deze analyse gebeurt voor de drie laatste boekjaren, zodat mogelijke tendensen kunnen worden beoordeeld.

Uiteraard kan ik niet akkoord gaan met disproportioneel winstbejag ten koste van bewoners en het personeel, zeker gezien de grote investeringen die Vlaanderen de afgelopen jaren deed en ook dit jaar weer doet met het verdelen van 2.721 extra woongelegenheden met bijkomende erkenning.

Laat mij duidelijk zijn: de middelen die de Vlaamse overheid investeert voor zorg in de woonzorgcentra moeten ook effectief naar de zorg gaan. Met de basistegemoetkoming zorg in de Vlaamse sociale bescherming financieren we hoofdzakelijk de loonkost van zorgpersoneel.

De for-profitsector is, in tegenstelling tot wat het artikel laat uitschijnen, een belangrijke schakel in de Vlaamse ouderenzorg om naast de OCMW’s en vzw’s in regionaal gespreide capaciteit te voorzien. Een for-profitinitiatief wil winst maken, en dat kan op de wooncomponent, het vastgoed.

Sommige ouderen betalen ook graag voor extra luxe zoals een ruimere kamer met zicht op zee. De winst die men maakt op de wooncomponent moet wel marktconform en maatschappelijk verantwoord zijn.

Met het nieuwe Woonzorgdecreet dat in werking trad op 1 januari 2020 voorzien we in een administratief basisdossier dat voorzieningen zullen moeten indienen. Het administratief basisdossier bevat volgende elementen: de voorgenomen activiteiten; de organisatiestructuur; de feitelijke leiding; de verwantschappen en nauwe banden met andere personen; een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer.

Daarnaast legt het nieuwe Woonzorgdecreet nog een aantal andere bijkomende verplichtingen op. Zo moet iedere initiatiefnemer bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voorleggen over minstens drie jaar en moet hij belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging melden.

Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. Onder strategische beslissingen wordt limitatief het volgende verstaan: beslissingen om kapitaalvertegenwoordigende effecten te verwerven van een andere onderneming, voor een bedrag van minstens 5 procent van het eigen vermogen van de initiatiefnemer; fusies van woonzorgvoorzieningen, verenigingen of initiatiefnemers, alsook splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen; overdrachten van algemeenheid of bedrijfstak; de overdracht van of het vestigen van zakelijke rechten op de gebouwen waarin de woonzorgvoorziening of vereniging is gevestigd; een verandering van een meerderheid van de stemrechten in de algemene vergadering en het bestuursorgaan van de woonzorgvoorziening en vereniging; de wisseling van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van een woonzorgvoorziening of -vereniging.

Iedere initiatiefnemer moet een code voor goed bestuur opstellen, die goedkeuren en naleven.

In overleg met de sector zal worden nagegaan op welke wijze deze informatie moet worden bezorgd en op welke wijze het toezicht hierop zal gebeuren. Door de COVID-19-pandemie zijn deze werkzaamheden momenteel tijdelijk opgeschort.

Daarnaast werd in de afgelopen legislatuur ook een onderzoek uitgevoerd tot bepalen van richtlijnen voor een transparante sectorspecifieke boekhouding voor de residentiële ouderenzorg.

In de beleidsnota voor deze legislatuur werd opgenomen dat een transparante sectorspecifieke boekhouding wordt ingevoerd, met respect voor de diversiteit in juridische organisatiestatuten, de schaalgrootte van het woonzorgcentrum en hieraan gekoppelde wettelijke kaders en, daarbij aansluitend, het onderscheid tussen woon-, leef- en zorgkost. Dergelijke boekhoudkundige transparantie moet ons in staat stellen om gerichter de financiële stromen te kunnen opvolgen en waar nodig paal en perk te stellen aan bepaalde praktijken.

Tot slot geef ik mee dat bewoners of familieleden die het niet eens zijn met de aanrekening van de individuele bewonersfactuur een klacht kunnen indienen bij de Woonzorglijn. De Woonzorglijn onderzoekt de klacht, kan Zorginspectie sturen en het Vlaams agentschap kan, indien de klacht gegrond is, ingrijpen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. Ik wil eerst iets rechtzetten. In uw tweede zin leek u te suggereren dat ik zou gesuggereerd hebben dat alle for-profitorganisaties daarvan gebruik zouden maken om winsten af te romen. Dat was absoluut niet de insteek van mijn vraag. Ik heb dat niet gezegd en ik wil dat zeker niet insinueren. Blijkbaar gebruiken een aantal commerciële spelers dat mechanisme wel. We moeten ervoor zorgen dat we degenen die dat effectief misbruiken, daar ook voor gestraft worden en we de cowboys eruit halen. Het is wel duidelijk dat er bepaalde spelers zijn in de markt die manipulatie niet schuwen, gaande van overdreven prijzen voor bepaalde diensten via nevenondernemingen tot kortingen op de dagprijs. U herinnert zich wellicht dat we begin februari 2020 in de plenaire vergadering een discussie hebben gehad over leegstaande rusthuisbedden. Toen heb ik naar voren gebracht dat er een aantal commerciële spelers kortingen van 5 tot 10 procent op de dagprijs gaven om de leegstaande bedden toch in te vullen. U bent daar toen niet echt op ingegaan. U gaf aan dat het tijdelijke kortingen waren, geen definitieve kortingen. Eigenlijk kan dat niet, want je kunt daar geen extra winst op hebben, dus je kunt die korting niet geven.

Maar als je dit nu bekijkt, dan wordt wel duidelijk hoe het blijkbaar toch wel kan als er achterpoortjes zijn, en die worden dan gezocht door zo'n commerciële spelers. Die marge zou er niet mogen zijn, maar blijkbaar is die er in bepaalde gevallen wel. Ik ga geen namen noemen, dat is hier niet gepast, maar als je bijvoorbeeld via een ‘renting group’ dubbel zoveel huur als normaal vraagt aan uw ‘living group’, dan kan je die korting geven, want dan heb je die marge wel. Of als catering X dubbel zoveel vraagt voor eten aan rusthuizen van dezelfde groep X dan normaal, dan is het logisch dat de dagprijs artificieel hoog wordt gehouden. Dat principe van onderaannemers die prijzen boven de marktprijs vragen en dat dan opnemen in de dagprijs om dan winst te maken, is onverantwoord en verwerpelijk. Dat is het decreet omzeilen, oudere mensen veel meer laten betalen dan wat ze eigenlijk zouden moeten betalen, en dat is tegelijkertijd de overheid en de conculega’s in de sector bedriegen.

Minister, het is fijn dat u zegt dat we allerlei dingen hebben om dat vast te stellen, maar de oplossing zou toch moeten zijn om te proberen streven naar nog meer financiële transparantie, maar vooral Zorginspectie machtigen om de boekhouding van die spelers bij inspecties telkens door te lichten, de resultatenrekeningen in te kijken, enzovoort. Uw voorganger minister Vandeurzen heeft dat ook beloofd. Ik begrijp dat dat in realiteit er nog niet echt is.

U hebt een heel lang antwoord gegeven. Er zaten een aantal elementen in, maar mijn vraag is: bent u bereid om  Zorginspectie echt te instrueren om die cowboys er voor eens en voor altijd uit te halen?

De heer De Reuse heeft het woord.

Dit rapport is opnieuw een bevestiging van wat er eigenlijk altijd gezegd wordt en wat ook voor een groot stuk algemeen geweten is, namelijk dat het gaat over een deel van die grote private commerciële spelers in de ouderenzorg. Die houden er een totaal ander verdienmodel op na dan de niet-commerciële spelers. Als daarover klachten werden geformuleerd, werd in het verleden altijd verwezen naar het feit dat ze voldoen aan de Vlaamse kwaliteitsindicatoren, dat daar alles goed gaat. Je mag natuurlijk niet kijken naar bijvoorbeeld de personeelsbezetting in deze voorzieningen, die ze natuurlijk zelf kunnen invullen. Het rapport van Apache, dat iedereen eens goed moet lezen, is opnieuw een bewijs. Nu hebben ze dat ook beargumenteerd en de mechanismen voor een deel blootgelegd: geld dat eigenlijk dient voor de ouderenzorg, laten wegvloeien op een onevenredige manier naar achterliggende structuren. Minister, hoe staat u er tegenover dat die geldstromen veelal naar het buitenland, naar Franse en andere commerciële groepen vloeien? Wij vragen dan ook dat u die streng zou aanpakken want het moet zo zijn dat geld voor de Vlaamse zorg onze mensen ten goede komt en niet commerciële structuren uit het buitenland.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik vind het wel jammer dat deze crisis weer aangewend wordt om ondernemerschap in de zorg in een slecht daglicht te stellen. Voor alle duidelijkheid, mijnheer Anaf, u doet dat niet, maar de artikelen uit de reeks waar u het over hebt, beginnen allemaal met de woorden: “Waarom maakte het coronavirus zoveel slachtoffers in onze woonzorgcentra? Het antwoord kan in één zin worden samengevat: de zorg voor bejaarden werd de voorbije twintig jaar in belangrijke mate overgelaten aan de kapitaalmarkten.”

Dat toont al de enorm tendentieuze houding. In de rest van de artikels worden een aantal zaken gewoon op een hoop gegooid, wat de conclusie heel erg vertroebelt. In de ad-hoccommissie zijn al heel wat sprekers geweest die beklijvende getuigenissen hebben gedaan, maar tot nu toe heeft geen enkele spreker gezegd dat het type woonzorgcentrum, zij het een vzw, zij het een woonzorgcentrum van een OCMW of van andere spelers, een invloed heeft gehad op de behandeling van de crisis die we hebben gehad. Ik denk dus dat we daar voorzichtig mee moeten zijn.

Ik ga niet in op alle argumenten uit de artikels, want er staat zoveel in dat er misschien een aparte commissievergadering voor nodig is. Maar zoals de minister ook heeft aangehaald, is het logisch dat als de infrastructuur niet wordt betaald met subsidies, daar wel een verrekening in de dagprijs voor mogelijk is. Dat is volledig volgens de normen die worden gesteld en die worden opgevolgd en gecontroleerd.

Waar ik collega Anaf wel een beetje volg, is waar hij zegt dat er cowboys zijn. In het verleden zijn er wel enkele gedetecteerd, daar mogen we niet flauw over doen. Dat moet worden opgespoord en aangepakt, daar ben ik het volledig mee eens. Hij zegt ook dat er soms veel gebrek is aan transparantie, veel verschillende structuren. Daar ga ik wel mee akkoord, maar dat heeft er ook mee te maken dat die ondernemingen verplicht worden om volgens de verschillende statuten te werken die de regelgeving oplegt. Dat is bijvoorbeeld ook zo bij sociaal ondernemerschap voor voorzieningen voor mensen met een beperking, wat ik iets beter ken. Het is zaak om ervoor te zorgen dat het voor hen ook eenvoudiger wordt. Ik heb twee weken geleden trouwens een conceptnota sociaal ondernemerschap neergelegd. Ik denk dat die deze week wordt rondgedeeld. Daarin worden die problemen beschreven. Ik hoop dat u samen met mij een partner bent om mensen meer vrijheid te geven in welke ondernemersvorm ze willen opereren zodat we de mensen nog betere zorg kunnen garanderen.

De heer Parys heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Als N-VA zijn wij agnostisch wat betreft de organisatiestructuur van een woonzorgcentrum. Waar het om gaat, is of de bewoner de goede zorg krijgt die hij verdient. Daar willen wij graag een gelijk speelveld waar kwaliteit en toegankelijkheid de belangrijkste criteria zijn, niet of het om een private, publieke of social-profitspeler gaat. Er zijn goede voorbeelden te vinden in al die categorieën die ik net heb opgesomd. Ik vrees ook dat je in elk van die categorieën een aantal voorbeelden kunt vinden die het tegendeel bewijzen.

Ik vind het belangrijk dat we een heel sterke inspectie hebben die ook een analytische boekhouding kan bekijken, en dat we zeker zijn dat de middelen die we Vlaams investeren, ook terechtkomen waar ze voor bedoeld zijn.

Minister, u hebt in uw antwoord al een allusie gemaakt op het feit dat de Vlaamse overheid een code van goed bestuur heeft verplicht voor de woonzorgcentra. Hoeveel van onze woonzorgcentra zijn al met die verplichting in orde?

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Minister, het is heel goed dat we het Woonzorgdecreet hebben. Zoals u hebt aangehaald, zijn er heel wat aspecten aan bod gekomen, wat heel positief is. Het is ook heel goed dat er al afspraken zijn over meer boekhoudkundige transparantie. Het aandachtspunt zal natuurlijk blijven, zoals collega Parys heeft aangehaald, om de nodige expertise, die heel belangrijk is, te kunnen handhaven. Boekhouden is niet eenvoudig en de complexiteit daarvan is belangrijk genoeg om die expertise in huis te hebben.

Er zijn er natuurlijk altijd die er de kantjes van af lopen. Met de praktijken die aangehaald worden in het artikel en die niet correct zijn, kunnen we het niet eens zijn. Dat is zeker een punt. We moeten die misbruiken eruit kunnen halen. Minister, vandaar mijn vraag om de expertise te blijven inzetten zodat we zeker de misbruiken, als die er zouden zijn, kunnen tegengaan en de boekhoudkundige complexiteit gehandhaafd kan blijven.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, we stellen enerzijds vast dat er vandaag heel wat regeltjes zijn waaraan de woonzorgcentra moeten voldoen als het gaat over de infrastructuur, de grootte van de kamer, waar er vensters moeten zijn, waar er sanitair moet zijn en hoe dat moet worden ingericht. We stellen anderzijds vast dat er heel wat geld te verdienen is aan allerlei vzw's of structuren achter de woonzorgcentra. Wij vinden het belangrijk dat daar duidelijke spelregels zijn en dat de middelen die worden geïnvesteerd in de zorg, in de zorg blijven en niet afvloeien naar andere kanalen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, ik ga me niet inlaten met grote ideologische debatten. We zijn natuurlijk gebonden aan Europese regels. Dat zijn regels rond vrije mededinging. Dat wil zeggen dat Europa ons dwingt om commerciële voorzieningen op gelijke wijze te financieren als OCMW's en vzw's.

Dat is een level playing field. we kunnen daar voor of tegen zijn, maar dat is hetgeen Europa ons op dit ogenblik oplegt. En die regels moeten wij respecteren, of we dat nu willen of niet.

Daarbinnen kunnen we natuurlijk wel een aantal zaken bepalen. Via een traject van transparantie in de boekhouding zal de gebruiker of de overheid een beter inzicht kunnen krijgen in de verschillende elementen in de dagprijs. De zorginspectie kan daar een rol in spelen, en die doet dat ook. Die controleert dat wel degelijk.

Wat de code voor goed bestuur betreft, denk ik dat het gebruikelijk is dat ondernemers in de zorg die code volgen. Ik weet niet hoeveel er dat precies doen, daar kan ik u op dit moment geen juist antwoord over geven.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, het gaat hier echt niet om een groot ideologisch debat. Het gaat er gewoon om dat er cowboys zijn die de reglementering, die op zich goed is, omzeilen om onverantwoorde winsten te maken. En u hebt net bevestigd dat er van die gevallen bestaan.

Het gaat ons echt niet om dat ideologische debat. Voor ons mag iedereen mee bouwen aan ons zorglandschap. Daar gaat het niet om. Het gaat erover dat de zorginspectie strenger zou moeten optreden om diegenen die het op een foute manier doen, aan te pakken. Ik hoor van de collega’s dat ze het er allemaal over eens zijn: als er mensen zijn die de regels omzeilen moeten we die strenger aanpakken.

Het mag echt niet bij vaststellingen alleen blijven. De zorginspectie zou die cowboys moeten aanpakken, zodat die praktijken eruit gaan. Dat zou voor iedereen een goede zaak zijn. Ook voor de commerciële instellingen zou dat trouwens een goede zaak zijn. Ik snap niet goed waarop u wacht.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.