U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Minister, recent verscheen in de pers dat 91 procent van de meisjes en 28 procent van de jongens tussen 15 en 24 jaar al slachtoffer is geweest van seksuele intimidatie op een openbare plaats. Deze cijfers komen uit een onderzoek van Plan International. Het hoge aantal is ronduit schokkend en toont aan dat dit een problematiek is die dringend aangepakt dient te worden.

Het begrip ‘seksuele intimidatie’ is heel breed en gaat van intimiderende gebaren tot ongewenste aanrakingen. Dit kan overal voorkomen, zowel op een openbare plaats als op de werkvloer.

Seksuele intimidatie is momenteel jammer genoeg niet strafbaar, en daar ligt nu net het probleem. Dit zorgt ervoor dat de daders zich onaantastbaar wanen en verder blijven doen. Langs de kant van het slachtoffer is de stap om seksuele intimidatie te melden dan ook erg groot. Ik heb zelf in het verleden meegemaakt dat ik aangifte ging doen bij de politie, maar dat men mij met de beste wil van de wereld niet verder kon helpen. Zelfs al doen slachtoffers aangifte, de politie kan hier amper iets aan doen omdat de problematiek niet erkend wordt. Een meldpunt voor seksuele intimidatie zou deze drempel kunnen verlagen en zou ervoor kunnen zorgen dat deze slachtoffers zich niet machteloos voelen.

Naast aangifte is het ook belangrijk om de problematiek in kaart te brengen. Plan International is gestart met het digitale platform Safercities. Op dit digitale platform kunnen slachtoffers aanduiden op welke openbare plaats in hun stad ze zich ongemakkelijk, bang, onveilig of net gelukkig voelen. Dit is een goed initiatief, en we hopen dan ook dat deze digitale tool zich verder ontwikkelt en uitbreidt naar andere steden.

Het is zeer belangrijk om deze hotspots in kaart te brengen. Zo kan er ingezet worden op situationele criminaliteitspreventie. Hierbij zouden bepaalde plaatsen veiliger gemaakt kunnen worden door veranderingen in de omgeving en door de sociale controle op deze plaatsen te vergroten. Dit kan door bijvoorbeeld het plaatsen van SOS-palen of camera’s. De stad Antwerpen heeft in het verleden ook al campagnes gevoerd rond deze problematiek. We vinden echter dat dit enkel effectief aangepakt kan worden door het voeren van een gecoördineerd beleid.

Minister, zult u initiatieven nemen om dergelijke hotspots in kaart te brengen? Zult u de lokale overheden stimuleren om te investeren in situationele criminaliteitspreventie? Hoe zult u zorgen voor preventie en sensibilisering? Erkent u dat dit een problematiek is die aangepakt dient te worden? Voor slachtoffers is het erg belangrijk dat die erkenning er komt. Zult u campagnes voeren om deze problematiek aan te kaarten? Zult u initiatieven nemen om een meldpunt voor seksuele intimidatie op te richten? Zo nee, waarom niet? Welke andere initiatieven neemt u om deze problematiek aan te pakken?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Deze problematiek valt in grote mate onder de bevoegdheid van minister Somers. Ik zal me in dit antwoord beperken tot de initiatieven waar ik zelf verantwoordelijk voor ben.

Om seksuele intimidatie een halt toe te roepen, moet er maatschappelijk op meerdere fronten een inspanning gedaan worden. Vanuit het preventieve gezondheidsbeleid zijn er meerdere initiatieven te noemen die zich situeren op een continuüm tussen enerzijds de bevordering van een gezonde seksuele ontwikkeling en beleving, met respect voor zichzelf, en anderzijds de preventie van grensoverschrijdend gedrag, al dan niet seksueel.

Zo is er het aanbod om relationele en seksuele vorming te geven op basis van methodieken aangeleverd door Sensoa, het Vlaams expertisecentrum inzake seksuele gezondheid. In hun lesmateriaal, grotendeels gratis downloadbaar, wordt onder meer dieper ingegaan op seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Daarnaast was er recent in het najaar van 2019 de publiekscampagne ‘Is’t oké? Niet zeker? Check het!’ gevoerd door Sensoa, de vzw Zijn en zij-kant. In die campagne werden mensen op een positieve manier aangespoord om na te denken over het eigen gedrag, de check te doen bij de ander in geval van twijfel en als omstaander. Deze campagne wordt voortgezet in het najaar van 2021 met de focus op de rol van omstaanders.

In dit verband kan ook het vlaggensysteem vermeld worden. Deze methodiek, eveneens van Sensoa, helpt om seksueel gedrag in te schatten en gepast te reageren. Aan de hand van zes criteria kun je seksueel gedrag indelen in vier categorieën: van oké naar helemaal niet oké. Momenteel heeft dit vlaggensysteem reeds afgeleiden voor sport, jeugdwerk en bijzondere jeugdzorg. Binnenkort zal ook een versie beschikbaar zijn voor begeleiders van volwassenen in de zorg, zoals de gehandicaptenzorg, ouderenzorg en psychiatrie en ook een pakket met situaties gericht op asielcentra.

Ten slotte wil ik het Raamwerk Seksualiteit en Beleid vermelden. Dit raamwerk helpt organisaties in diverse settings om een preventief beleid inzake seksuele gezondheid op poten te zetten. Momenteel wordt dit raamwerk omgebouwd naar een raamwerk Integriteit. Sensoa, Pimento en ICOBA sloegen hiervoor de handen in elkaar. De nieuwe naam zal ‘Grenswijs’ zijn en zal naast seksuele gezondheid ook pesten en agressie als thema’s opnemen. Op die manier kunnen organisaties voor de verschillende thema’s met eenzelfde methodiek, en dus geïntegreerd, aan de slag.

De initiatieven zoals vermeld onder de tweede vraag worden voortgezet en via de beheerovereenkomst met Sensoa vzw wordt hier blijvend in geïnvesteerd.

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben heel blij dat in de campagne van volgend jaar de rol van omstaanders centraal zal worden geplaatst. Dat is al een heel goed begin. De grens tussen seksuele intimidatie en seksueel geweld is vaag, waardoor de problematieken nauw met elkaar verweven zijn. De noodzaak aan een actieplan omtrent seksueel geweld werd al meermaals in het parlement toegelicht. Op mijn schriftelijke vraag nummer 650 kreeg ik als antwoord dat het actieplan nog voor het zomerreces klaar zou zijn. Wat is de huidige stand van zaken betreffende het Vlaams actieplan inzake seksueel geweld?

De heer Parys heeft het woord.

Als we het over deze belangrijke problematiek hebben, dan is een van de belangrijkste uitdagingen het doorbreken van het omstaanderseffect. Mensen moeten gemotiveerd worden als ze iets zien gebeuren dat niet oké is, om effectief in te grijpen en niet te verlammen. Getuigen zijn een heel belangrijk onderdeel van het antwoord op dit probleem. Zij kunnen in eerste instantie hulp bieden aan het slachtoffer. Ze kunnen de dader ook verbaal of fysiek doen stoppen. Mocht het escaleren, kunnen ze de politie bellen. Wanneer er vervolging wordt ingezet op juridisch vlak, kunnen ze ook een belangrijke rol spelen.

In het verleden heeft mevrouw Demir, toen ze nog federaal minister was, sterk ingezet om aan dat omstaanderseffect te werken, onder andere door de campagne ‘Ik grijp in’ . Hoe zal het departement Welzijn daar verder op inspelen? Zal dat via preventiecampagnes gebeuren of met andere methodieken?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Het is de bedoeling dat we met de Vlaamse Regering onze aanpak op dit vlak nog verder versterken. Minister Demir heeft het initiatief genomen om een Vlaams actieplan ter bestrijding van seksueel geweld voor te bereiden. De krijtlijnen zullen we misschien nog voor het reces kunnen goedkeuren. Aan het actieplan werd deze ochtend nog in de interkabinettenwerkgroep (IKW) gewerkt. De IKW werkt nu aan de doelstellingen en een kader. Ik denk dat het plan zelf voor na de zomer zal zijn, maar we werken er gestaag aan verder.

Mevrouw Blanquaert heeft het woord.

Bedankt, minister voor de extra toelichting. Ik wil ook zeker mijn appreciatie uiten voor de tussenkomst van de heer Parys. Dat omstaanderseffect is inderdaad heel belangrijk. Het wordt bijna altijd aan vrouwen of het zijn toch meestal vrouwen meegegeven dat als je wordt aangerand op straat, je niet ‘verkrachting’, maar ‘brand’ moet roepen, want anders komt niemand je helpen.

Ik kijk alvast uit naar de stappen die ondernomen zullen worden, en onze fractie zal het actieplan zeker steunen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.