U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, ik ben blij dat ik mijn vraag kan stellen. U zag mijn ontgoocheling veertien dagen geleden, toen mijn vraag wegens de drukte van de agenda niet meer aan bod kon komen. Niet alleen omdat mijn vraag toen brandend actueel was, maar ook omdat ik heel erg bezorgd ben. U weet dat ik destijds, in 2018, bij de komst van de wolf naar Vlaanderen, daarover meteen een vraag heb gesteld aan uw voorgangster, mevrouw Schauvliege, waarbij ik mijn bezorgdheden omtrent de wolf heb geuit. Ik ben dat sindsdien blijven doen.

De wolf is uiteraard een mooi dier. En de welpen, waarvan er beelden de wereld in werden gestuurd, hebben een hoge aaibaarheidsfactor. Maar ik heb van bij het begin een aantal bezorgdheden geformuleerd over de plaats van de wolf hier in Vlaanderen en ook over de schade die door de wolf kan worden aangericht.

Mijn vraag was toen actueel, minister. In al die tijd dat ik vragen heb gesteld, is er steeds geantwoord dat de wolf misschien weleens een schaap zal doden en dat we er dus voor moeten zorgen dat de schapenweiden wolfproof worden gemaakt. Er werd steeds gezegd dat de wolf zich nooit aan andere dieren zou wagen, dat die zich zou beperken tot schapen en dat, indien we de wolf dat zouden kunnen afleren, die zich op wild zou kunnen concentreren.

Veertien dagen geleden wisten we al dat er een koe was doodgebeten door een wolf. Dit weekend is er een zeer verontrustend geval bij gekomen van een kalf dat werd doodgebeten. Wat vooral verontrustend is, is dat dat kalf zou zijn doodgebeten in de stal van de veehouder. Van zondag op maandag 29 juni werd een kalf van negen maanden oud doodgebeten in de stal. Er zijn stalen genomen door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en het is nu wachten op een bevestiging. Maar de betrokken landbouwer zou de dag nadien andermaal de wolf uit de stal hebben zien lopen. En dat is iets dat mij ten zeerste verontrust, minister.

Er zijn al inspanningen gebeurd, uiteraard. Er is een wolvenplan opgesteld, en destijds heeft toenmalig minister Van den Heuvel een vergoedingensysteem uitgewerkt naar aanleiding van een vraag van mij, waarmee voor 80 procent kan worden tegemoetgekomen in additionele kosten om schapen te beschermen tegen de wolven.

De vraag is natuurlijk hoever we daarin kunnen gaan. Eerst en vooral stel ik vast dat er afgelopen week in mijn gemeente nog een schaap werd doodgebeten. Daar was een schrikdraad aanwezig, maar de wolf zich daaronderdoor gegraven. En in alle eerlijkheid denk ik dat, als we vandaag ook nog spreken over koeien en paarden, het een onmogelijke opdracht wordt om alle weides met schrikdraad af te rasteren tot op de grond. We kunnen al die dieren ook niet naar de stal brengen in de zomer, dat lijkt mij ook onmogelijk. Vele jonge dieren verblijven dezer tijden in een zomerweide. En die kunnen echt niet elke nacht naar de stal worden gebracht.

Minister, ik heb ze net opgesomd. Op 6 juni werden en aantal schapen doodgebeten. Daarna werd een koe doodgebeten, en nu wordt er een kalf doodgebeten, in de stal nota bene. Dat gaat ondertussen veel verder dan een aantal schapen.

Ik wil het dan ook nog even hebben over de paardenhouderij. U weet ongetwijfeld dat het gebied waar de wolf zich bevindt, zowel Limburg als de Antwerpse Kempen, de bakermat is van de paardenfokkerij. Die is gekend over de hele wereld. Als u kijkt naar de prestaties in de paardensport op Olympische Spelen en wereldkampioenschappen, zijn het altijd Belgisch gefokte paarden die daar vooraan aanwezig zijn. Het zijn ondertussen paarden die ook gegeerd zijn over de hele wereld. Dat zijn paarden die dikwijls voor honderdduizenden euro aan het buitenland worden verkocht. En ook de veulens, de jonge paarden bevinden zich op de weide. Ik heb het net even opgezocht: bij veilingen waar embryo’s worden verkocht gaat het om gemiddelde prijzen van 15.000 tot 20.000 euro. En dan gaat het nog maar over embryo’s. Dat gaat dan nog niet over wat die paarden later waard zijn. En ook op dat vlak is er toch wat verontrustend nieuws: ik lees in Pferdeland Niedersachsen dat twee paarden zouden zijn gedood door de wolf. Dat zou daar ook bevestigd zijn door het ministerie van Omgeving.

Ik heb dus toch heel wat vragen hierover, minister. Ik hoop dat u mijn bezorgdheid begrijpt, en dat u hierover kunt meedenken, zodat we hier voor een stuk aan tegemoet kunnen komen.

Volgens experts is de omgeving van Duffel, waar we nu de wolf zien, geen leefgebied voor de wolf. Minister, wat zijn volgens u dan wel de leefgebieden in Vlaanderen? Is er berekend hoeveel plaats er is voor hoeveel wolven?

Minister, welke initiatieven kunt u nemen om, in overleg met alle betrokkenen, oplossingen te zoeken die ook rekening houden met de bezorgdheden van de dierenhouders?

Worden er momenteel nog andere pistes bewandeld, naast het afrasteren van weides, in het beschermen van dieren tegen de wolf?

Bij mijn vorige vraag over het beschermen van dieren werd er ook gesproken over een Vlaams proefproject met halsbanden, dat in Duitsland al succesvol is geprobeerd. Het is een project waarbij, als de hartslag van de dieren omhooggaat, er een monotoon, zeer hoog geluid wordt uitgestoten dat de wolf verdrijft. Is dat reeds opgestart en zijn daar al resultaten van?

Hoe worden de wolven in Vlaanderen vandaag gemonitord en hoe wordt hun gedrag gemonitord?

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) doet voornamelijk prooionderzoek op schapen, maar wat zijn andere risicodieren die ook slachtoffer van de wolf zouden kunnen zijn? Hoe groot is de kans dat de wolf zich aan die dieren zal vergrijpen? Graag een overzicht per diersoort.

Er is een duidelijke vergoedingsregeling met betrekking tot de vergoeding van dieren die ten prooi vallen aan de wolf. Wordt hierbij ook rekening gehouden met de commerciële waarde van een paard? Wat gebeurt er met schade die aangericht wordt door op hol geslagen paarden bij de aanval van een wolf?

De heer De Bruyn heeft het woord.

Ik denk dat er nooit iemand gezegd heeft dat het samenleven met de wolf zonder problemen of zonder uitdagingen zou gaan, maar ik hoop dat we het er allemaal over eens zijn dat het wel een inspanning is die we moeten leveren, en niet alleen omdat een Europees kader ons dat nogal dwingend oplegt, maar omdat we er intrinsiek van overtuigd zijn dat er wel degelijk plaats is voor een grote predator als de wolf in onze leefomgeving, als we daar op een verstandige manier mee omgaan.

Ook ik ben bezorgd om de toekomst van het wolvenkoppel dat in Midden-Limburg is gespot met vier welpen. Ik breng even in herinnering wat met Naya en haar welpen is gebeurd. Het lijkt me dan ook van het allergrootste belang dat op dit ogenblik de veiligheid van deze dieren zo sterk mogelijk wordt gegarandeerd. Minister, daarom had ik u graag om wat verduidelijking gevraagd.

We weten dat loslopende honden van wandelaars een groot gevaar zijn voor de welpen, en ook voor de wolven zelf uiteraard, omdat ouders nu eenmaal de neiging en de zeer terechte natuurlijke reflex hebben om hun kroost te verdedigen. Hoe wil men dit probleem lokaal opvangen, omdat het zich daar nu natuurlijk urgent stelt?

Welke nieuwe beleidslijnen zet u uit voor het beschermen van het eerste roedel wolven in 150 jaar tijd?

Wordt er voldoende gecommuniceerd ten einde veehouders – en ik onderschrijf de bekommernis van collega Ceyssens – preventieve maatregelen te doen nemen?

Op welke manier wordt gepoogd om het scenario dat we hebben vastgesteld bij Naya en haar welpen niet opnieuw te moeten zien gebeuren?

Op 5 juni hebt u de hoogste beschermingsgraad van de wolf principieel laten bekrachtigen door de Vlaamse Regering. Wanneer verwacht u dit proces af te ronden? We weten dat een strikte bescherming en de daarbij horende handhaving uiteraard ook afschrikkend werkt naar mensen met kwade bedoelingen ten opzichte van de wolf.

In het wolvenplan wordt opgemerkt dat zwervende wolven geen aanleiding zijn om aanduiding van een habitatrichtlijngebied te overwegen. Volgens het plan geldt dat gebiedsbeschermingsrecht wel duidelijk indien er zich een of meerdere wolvenroedels effectief zouden vestigen. Gesuggereerd wordt dat een eventuele gebiedswijziging ten laatste gerealiseerd moet worden vanaf de eerste natuurlijke voortplanting – waar we nu dus zijn – of bij de vestiging van een territoriaal paar. Wordt deze piste nog verder onderzocht?

De heer Coenegrachts heeft het woord.

De geboorte van vier welpjes is een reden tot vieren, geboortes zijn dat altijd. Geen suikerbonen in dit geval, maar toch gelukwensen aan het wolvenkoppel.

Ik moet mij toch ook aansluiten bij collega Ceyssens dat daar heel wat bezorgdheden zijn bij de toename van het aantal wolven en dat we ons toch de vraag moeten stellen hoeveel wolven in een gebied als Vlaanderen kunnen leven en samen met ons leven.

Ik heb gezien in het antwoord op de schriftelijke vraag dat wij in 2019 65 effectief bevestigde gevallen hebben gezien die doodgebeten zijn door de wolf, dieren die op boerderijen leefden en doodgebeten zijn. We moeten natuurlijk verder blijven investeren in die preventie, in het sensibiliseren ook van onder andere landbouwers om hun percelen te beschermen, maar we zullen toch ook systemen moeten zoeken om beter samen te leven met die wolf, beter in te schatten waar dat leefgebied zich juist uitstrekt, beter in te schatten welke percelen eventueel kwetsbaar zijn. Dat hebben we ook gedaan met everzwijnen, waar we op perceelniveau konden inschatten wat het risico was dat er schade werd teweeggebracht en waardoor die mensen ook veel gemakkelijker konden investeren in die preventieve maatregelen.

Ik heb dus vooral vragen aan u, minister, over het overleg met het wolvenplatform. Heeft dat al plaatsgehad nu er vier nieuwe welpjes zijn bijgekomen? Hoe ziet u die evolutie van een roedel die in Vlaanderen leeft? Dat is positief voor de biodiversiteit, daar treed ik de heer De Bruyn absoluut in bij. Maar heeft dat volgens u ook effecten op landbouw, eventueel zelfs op verkeer? Ik heb onlangs gezien dat ze ook wegen oversteken. We moeten daar toch bewust van zijn en bezorgd over zijn. Welke maatregelen neemt u nu er vier nieuwe welpen zijn, niet alleen ter bescherming van die wolf maar ook om dat draagvlak voor die wolf en de bescherming van onze boerderijdieren en de mensen zelf verder te versterken?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, dank u wel voor de belangstelling voor de wolven. Voor alle duidelijkheid: ik zeg niet dat de wolf naar hier moet komen. Jullie doen alsof ik aan de grens sta en zeg dat ze allemaal naar hier moeten komen. Dat is natuurlijk hoe de natuur werkt. Tot voor enkele eeuwen kwam de wolf op heel het Europese vasteland voor, zoals jullie weten. De mens heeft die in West-Europa vervolgens teruggedrongen tot een beperkt aantal kleine gebieden, veelal bergachtige landschappen. Door inteelt dreigden deze kleine wolvenpopulaties te verzwakken en bestond ook het risico op het totale verdwijnen van de wolf als oorspronkelijk inheemse soort. Europa heeft er daarom voor gekozen de wolf te beschermen. Inmiddels slaagt de wolf erin geleidelijk aan zijn oorspronkelijk leefgebied te herontdekken. Uiteraard is ons landschap ondertussen sterk gewijzigd en kunnen we geen pasklare vergelijkingen maken over wat nu precies wel en geen geschikt leefgebied is voor wolven. Dat wolven veel ruimte nodig hebben, spreekt voor zich.

Wolven zijn intelligente dieren en passen zich zeer vlot aan aan verschillende leefomstandigheden. Hun leefgebied moet wel voldoen aan twee essentiële voorwaarden, namelijk voedsel en dekking. De mate waarin aan deze voorwaarden voldaan moet zijn, verschilt evenwel naargelang het om vestiging en voortplanting gaat, dan wel om een passage met kortstondig of wat langduriger verblijf. We spreken van een ‘gevestigde wolf’ wanneer dat dier zo’n zes maanden in hetzelfde gebied verblijft.

De belangrijkste prooisoort van de wolf in onze contreien is het ree. Wat dekking betreft, willen wolven, om te kunnen komen tot een succesvolle voortplanting, hun jongen grootbrengen op plaatsen waar tijdens het voorjaar gedurende weken nauwelijks of geen mensen in de onmiddellijke buurt komen. Dergelijke locaties moeten algauw een oppervlakte hebben van minstens enkele tientallen hectaren. Die combinatie is in Vlaanderen niet vaak te vinden.

Om zich te vestigen, mede in functie van voortplanting, zullen wellicht weinig gebieden in Vlaanderen voldoende geschikt zijn. Wat het tijdelijk verblijven betreft, in een grootteorde van dagen of weken, komt daarentegen een groot deel van Vlaanderen wel in aanmerking. Het is daarbij ook denkbaar dat, in voortschrijdende jaren, verschillende rondtrekkende wolven met grotere of kleinere tijdsintervallen achtereenvolgens een tijdlang in eenzelfde streek verblijven. Deze rondtrekkende wolven zijn in de regel individueel op stap, heel uitzonderlijk kunnen wel eens twee jonge dieren uit eenzelfde geboorteroedel een tijdlang samen optrekken.

Gevestigde wolven gedragen zich uitgesproken territoriaal en dulden ook geen vreemde soortgenoten in hun gebied. Het aantal exemplaren in zo’n exclusief territorium is dan ook altijd van nature geplafonneerd. Het beperkt zich tot het ouderpaar met hun jongen en enkele jongen van het vorige jaar. De omvang van zo’n roedel kan over de jaren heen uiteraard wat schommelen naargelang het aantal jongen dat geboren wordt en hun overleving, maar blijft steeds in dezelfde grootteorde. De jongvolwassen dieren zullen immers op een leeftijd van ongeveer één tot twee jaar de roedel verlaten. Als we de grootteorde van een roedel op bijvoorbeeld zeven of acht stellen, en indien er geen incidenten gebeuren, kan men dus vrij betrouwbaar voorspellen hoeveel wolven er in het gebied van het gekende gevestigde wolvenpaar in Limburg zullen leven.

Het is belangrijk daarbij het verschil te zien met soorten die niet territoriaal zijn, zoals het everzwijn. Zonder menselijk ingrijpen kunnen de aantallen everzwijnen in eenzelfde gebied op enkele jaren gemakkelijk veel groter worden. Zolang er voedsel is en er geen andere beperkende factoren opduiken, zoals ziektes, zal de populatie everzwijnen steeds groter worden bij gebrek aan territoriale beperkingen.

Collega’s, ik heb vanaf dag één gezegd dat het samenleven met de wolf een uitdaging is, maar dat we die uitdaging wel moeten durven aan te gaan. Er zijn verschillende initiatieven genomen. Tijdens de laatste platformbijeenkomst, op 12 maart, heb ik het initiatief aangekondigd om voor het huidige wolvengebied in Noord-Limburg een gebiedsgericht wolvenplan op te maken, dat voorziet in drie thema’s: beschermen van de wolf en schade die daaruit kan voortkomen, het beheersen van de everzwijnenpopulatie, en de natuurverbindingen en de verkeersveiligheid. Natuur en Bos bereidt dat momenteel voor, samen met alle lokale actoren die daar actief bij betrokken worden.

Ik wil even benadrukken, mijnheer Ceyssens, dat er op dit moment ook volop wordt ingezet op de ondersteuning van veehouders. De subsidieregeling bestaat. We voorzien vanuit de Vlaamse overheid een tussenkomst van 80 procent in de gemaakte kosten om kleinvee te beschermen met elektrische afsluiting. Dat blijkt, ook uit beelden die al in Vlaanderen werden gemaakt, erg goed te werken. Voor hulp bij de aanvraag van de subsidie en de installatie van de afsluiting is er ook gratis bijstand door het Wolf Fencing Team, dat ik ook financieel ondersteun.

Het is heel belangrijk dat de veehouders die het nog niet hebben, dat wel nog doen. Als ik burgemeester zou zijn, zou ik in mijn gemeente een oproep doen aan alle veehouders – jullie kennen die veel beter dan ik – om te zeggen wat er bestaat en dat ze ondersteund kunnen worden door het Wolf Fencing Team om die afsluiting te installeren. Want het werkt wel goed. Ik zou dus echt willen dat daar waar we weten dat het leefgebied is, zoveel mogelijk veehouders dat laten doen. Ik kan vandaag tot mijn spijt alleen maar vaststellen dat, na jaren aanwezigheid van de Vlaamse wolven, er zelfs in de onmiddellijke omgeving van het leefgebied van de wolven nog steeds schapen, geiten en herten onbeschermd zijn. Er is dus nog wat werk aan de winkel. De middelen zijn voorzien, maar ik denk dat het goed is om nog eens een goede toer te doen bij al die veehouders.

Wat betreft het subsidiëren van wolfwerende afrastering voor grootvee – koeien en paarden – is beslist om dat niet te doen. De reden daarvoor is dat uit de cijfers blijkt dat het aandeel grootvee in de schadegevallen laag tot zeer laag is. Als we de middelen goed en efficiënt willen beheren, moeten we kijken welk vee er vooral wordt aangevallen. En de overgrote meerderheid zijn schapen en geiten, helaas.

Als er dan toch nog schade wordt veroorzaakt door de wolven, dan vergoeden we vanuit Vlaanderen – zeer belangrijk – die schade volledig. Dat geldt ook voor schade aan grootvee, zoals runderen en paarden. Het ging ook even over een commercieel paard. Als daar iets mee gebeurt, wordt dat dus vergoed. Er zal dan misschien discussie rijzen over de waarde van het paard, maar dat wordt vergoed. Ik zou nog eens een warme oproep willen doen. Wie een paard van honderdduizenden euro’s op stal heeft, zorgt het best voor een alarmsysteem en een afrastering, ook al wordt dat niet gesubsidieerd door Vlaanderen. Wie zo’n duur paard heeft, kan de afrastering ook nog wel betalen. Men moet dat gewoon doen.

Daarnaast heb ik mijn administratie Natuur en Bos eveneens opgedragen een draaiboek op te maken dat gevolgd kan worden bij nieuwe vestigingen van een wolf, zoals recent in Duffel en omgeving. Dat moet een rondtrekkende wolf zijn. Voor alle duidelijkheid: wij volgen die, monitoren dat. geen enkel dier wordt in Vlaanderen zo goed gemonitord als de wolf. Het draaiboek voorziet in een stappenplan, een referentielijst van basisdocumenten, informatielinks en een contactschema voor alle te betrekken lokale actoren. Het draaiboek wordt in samenspraak met het wolvenplatform ontwikkeld.

Op dit ogenblik is het wolfwerend maken van afrasteringen de belangrijkste piste. We moeten zorgen dat we iedereen daar mee hebben. Ik kan wel nog meegeven dat momenteel een doctoraatsvoorstel voor de ontwikkeling van alternatieve beschermingsmethodes werd ingediend bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) Vlaanderen. Dit onderzoeksvoorstel spitst zich toe op specifieke gevallen waar het plaatsen van wolfwerende rasters niet mogelijk of haalbaar is. Dat is vooral van toepassing op grootschalige natuurbegrazing. Dit voorstel wordt in september verdedigd voor een jury. We bekijken dan wat we daaruit kunnen meenemen.

Betreffende de halsbanden heeft het toenmalige kabinet van Leefmilieu, ondanks de vragen, dat niet in uitvoering gebracht. Ik zal dat bekijken, mijnheer Ceyssens, maar op dit moment bestaat dat niet. Het INBO heeft daarover wel een advies gepubliceerd. Ik zal bekijken wat we betreffende de halsbanden exact kunnen doen.

De monitoring in het gebied van de gevestigde wolven gebeurt op basis van een combinatie van methoden. Een groot aantal wildcamera’s staat opgesteld op locaties die, vanuit de ecologische kennis van wolven, strategisch het meest interessant zijn en een verhoogde kans op succesvolle registraties bieden. Daarnaast worden alle mogelijke sporen van de wolven in kaart gebracht: loopsporen, uitwerpselen en prooiresten. Samen met toevallige zichtwaarnemingen van de dieren zelf, worden alle gegevens met nauwkeurige opgave van locatie en datum of tijdstip in een logboek bijgehouden. Dit logboek laat toe het terreingebruik van de dieren in grote lijnen te reconstrueren.

Wat de mogelijke wolfaanwezigheid elders in Vlaanderen betreft, worden alle gekende waarnemingen beoordeeld op hun betrouwbaarheid, hetzij via een bevraging met de waarnemer, hetzij via controle van beeldmateriaal of van sporen, zoals pootafdrukken.

Een afzonderlijke categorie vormen de gedode prooien, waarop mogelijke DNA-sporen van de doder worden ingezameld en geanalyseerd. Via het INBO heeft Vlaanderen zich ingeschaard in CEwolf, een wetenschappelijk consortium van onderzoeksinstituten die de centraal-Europese populatie monitort. CEwolf houdt een internationale genetische databank bij waarin de gegevens van zoveel mogelijk individuele wolven zijn opgenomen en worden uitgewisseld. Op die manier konden verschillende wolven die zich, al dan niet tijdelijk, in Vlaanderen ophielden heel snel worden geïdentificeerd en hun herkomst worden bepaald. Er is een goede samenwerking tussen de West-Europese landen om de wolven te monitoren. De informatie-uitwisseling verloopt vlot.

Het INBO doet voornamelijk prooionderzoek op schapen, maar wat betreft de andere risicodieren die ook slachtoffer van de wolf zouden kunnen zijn, zullen we de cijfers die we hierover aan de heer Coenegrachts bezorgd hebben, ook aan de heer Ceyssens bezorgen. Het laatste jaar ging het over 65 slachtoffers of diertjes...

Schadegevallen?

Minister Zuhal Demir

Inderdaad. Twee derde is slachtoffer van de wolf, een derde van de hond. Als er een dier gedood wordt, wordt er altijd een DNA-onderzoek gedaan. Laatst was er nog een veulen in Hasselt dat door een wolf zou aangevallen en opgepeuzeld zijn, maar dat bleek na DNA-onderzoek niet het geval te zijn. De laatste recente gevallen, zouden slachtoffer zijn geweest van de wolf in Duffel die daar twee zieke koeien heeft aangevallen.

Het INBO baseert zich voor de schadegevallen in Vlaanderen vooral op Duitsland, waar ze al twee decennia ervaring hebben met de wolf. De opdeling van de schadegevallen in Duitsland bestaat uit 85,5 procent schapen en geiten, 8,8 procent hertachtigen, 5,3 procent runderen en 0,5 procent andere dieren. Ik denk dat de verdeling in Vlaanderen ongeveer hetzelfde zal zijn, maar wij blijven dat zeer goed opvolgen.

Er is een duidelijke vergoedingsregeling voor dieren die ten prooi vallen aan de wolf. Deze bevat het kader waarbinnen het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) schadevergoedingen kan uitbetalen. In deze regeling staat dat schade aan vee vergoed wordt aan de gemiddelde marktprijzen die gelden onmiddellijk voor de dag van het optreden van de wildschade. Dit geldt ook voor paarden. Een raming van een dergelijke vergoeding wordt steeds opgemaakt door een expert van het Departement Landbouw en Visserij. Indien het gaat om een dier met een hoge marktwaarde door bijvoorbeeld zijn stamboekafkomst, dan wordt de reële waarde vergoed. Nogmaals, als je dure paarden hebt, zou ik wel niet twijfelen om een afrastering te plaatsen.

Met schade aan vee worden voor alle duidelijkheid zowel de gedode als gewonde dieren bedoeld. Dieren die niet zijn gegrepen door een wolf, maar waarbij de schade toch aantoonbaar aan een wolvenaanval kan worden gelinkt, komen eveneens in aanmerking voor een schadevergoeding.

Uw tweede vraag verwijst naar de materiële schade die door het vluchtend dier wordt aangericht. De materiële schade aan eigen eigendom komt volgens het natuurdecreet niet in aanmerking voor een vergoeding. Voor schade aan derden kan men normaal gesproken terugvallen op de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Enkel schade die aan de eigen dieren ontstaat door de vluchtreactie komt dus in aanmerking.

Naast een eventuele wolvenaanval zijn er uiteraard ook tal van andere situaties die kunnen leiden tot het op hol slaan van vee. U las wellicht ook in de media dat er zeer geregeld aanvallen door honden plaatsvinden. Dit kwam ook reeds ter sprake in de schriftelijke vraag van 17 februari 2020 die door de heer Coenegrachts werd gesteld. Verder kunnen ook andere oorzaken zoals vuurwerk, everzwijnen of mensen aanleiding tot paniekreacties geven. In de context van het fokken van veulens, waar heel hoge bedragen mee gemoeid zijn, lijkt het in elk geval zeker de moeite te zijn om die dieren degelijk te beschermen, niet alleen tegen een wolvenaanval.    

De laatste drie jaar zijn er achtennegentig dieren, vooral schapen en twee koeien, verwond of gedood door een wolf. Honden hebben er de laatste drie jaar zeventig verwond of gedood. Het gaat hier nu vooral over de wolf, maar ook honden – helaas – zijn niet altijd brave dieren, als ik het zo mag uitdrukken.

Grote delen van het huidige wolvenleefgebied zijn ontoegankelijk vanwege de ligging in militair gebied. Behoudens ongeoorloofde toegankelijkheid, kan dit probleem zich hier dus in principe niet stellen. Uiteraard is wandelen met honden wel mogelijk in de omliggende toegankelijke natuurgebieden.

Het onderzoek naar de dood van Naya loopt. Ik hoop dat we zeer binnenkort wat meer weten. Het Vlaams Gewest zit mee in dat dossier en heeft er ook inzage in. Op het wolvenplatform van maart heb ik de verhoogde bescherming via het Natuurdecreet aangekondigd evenals het instellen van jachtvrije rustzones en de opmaak van een gebiedsgericht plan Noord-Limburg, waarbij er samen met de betrokken actoren op een geïntegreerde wijze rond volgende thema’s gewerkt wordt: bescherming van wolven, faunabeheer, voornamelijk everzwijnen en natuurverbindingen. Er komt ook een verhoogd toezicht via bijkomende samenwerking tussen natuurinspecteurs, lokale boswachters, militaire domeinwachters, evenals verhoogde monitoringsinspanningen.

Verder zet ik ook verder in op het samenleven met wolven via een optimalisatie van de subsidieregeling, het versterken van het Wolf Fencing Team Belgium, bijkomende inzet op communicatie op lokaal en Vlaams niveau, een draaiboek dat de aanpak uittekent bij toekomstige – al dan niet tijdelijke – vestigingen van wolven en een opmaak van een Vlaams kader voor risicowolven voor in het zeldzame geval dat een individu afwijkend risicogedrag vertoont. Het is belangrijk om dit verder op te volgen.

Wordt er voldoende gecommuniceerd om veehouders preventieve beschermende maatregelen te doen nemen? We doen daar heel wat voor. We hebben vier infoavonden  voor veehouders georganiseerd. Er is de opmaak en verspreiding van een infofolder rond preventieve maatregelen en schade en een filmpje rond preventieve maatregelen. Er is de opmaak en organisatie van een mobiele expo met opleiding voor natuurgidsen. Er werd een demodag over wolfproofrasters georganiseerd. Er is een subsidiereglement voor wolfwerende maatregelen en financiële ondersteuning van het Wolf Fencing Team Belgium. Er was de aankoop van rescue kits om kuddes van schapenhouders snel te beschermen en er is een permanentie voor schadevaststellingen, waarbij veehouders sterk ondersteund worden bij het indienen van een schadedossier. In elke communicatie die ik doe, ook in de nationale pers, leg ik de nadruk op de subsidies om de afrastering te installeren.

In overleg met het wolvenplatform worden de acties uit het wolvenplan nauwgezet geëvalueerd. Zo wordt er momenteel werk gemaakt van een optimalisatie van het subsidiereglement en wordt er ook verder ingezet op sensibilisatie.

Op welke manier wordt gepoogd het scenario van Naya en haar welpen niet te laten herhalen? Door de maatregelen die ik heb genomen, zouden we zo'n scenario moeten kunnen vermijden.

Op 5 juni heeft de Vlaamse Regering bijlage III bij het decreet goedgekeurd om de wolf de hoogste beschermingsstatus te geven. Daarmee wil ik vooral het signaal geven dat doodschieten niet mag. Het is niet meer dan normaal dat ik dat als bevoegd minister ook doe. Ik zou nalatig zijn, mocht ik het niet doen.

In het wolvenplan wordt opgemerkt dat zwervende wolven geen aanleiding zijn om de aanduiding van habitatrichtlijngebied te overwegen. De piste die u suggereert, dat een eventuele gebiedswijziging ten laatste moet worden gerealiseerd vanaf de eerste natuurlijke voortplanting of vestiging, wordt momenteel niet afzonderlijk onderzocht. Het is mijn bedoeling dit mee te nemen in de brede context van de evaluatie van de huidige instandhoudingsdoelstelling, waarbij mogelijk ook andere soorten dienen te worden beschouwd. Ik wil in dit verband ook uw aandacht vestigen op een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit arrest stelt dat wolven overal en altijd beschermd zijn binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied en dus ongeacht of ze zich in hun gebruikelijke habitat, in beschermde gebieden of in de buurt van menselijke nederzettingen bevinden.

De wolf is een soort met bijzonder uitgestrekte territoria en met populaties die in een internationale context moeten worden gezien. De Vlaamse wolven maken zo deel uit van de Centraal-Europese laaglandpopulatie. Het is bijgevolg belangrijk om samen met andere Europese landen te streven naar een gemeenschappelijk beleid inzake instandhoudingsdoelen op Europese schaal. Dat overleg loopt.

Mijnheer Coenegrachts, zoals ik heb aangekondigd op het wolvenplatform van 12 maart, heb ik gisteren de opdracht gegeven om op korte termijn een nieuwe bijeenkomst van het wolvenplatform bijeen te roepen, waar alle actoren in zitten. In de loop van de volgende dagen zal er hopelijk een datum worden geprikt.

Zullen er extra initiatieven worden genomen in de buurt van de nestlocatie? Er is momenteel een intensieve opvolging van de wolven en de menselijke activiteiten in het leefgebied. De wolven worden verder intensief gemonitord door het ANB en het INBO, door sporenonderzoek en DNA bij prooien en schadegevallen. Daarnaast wordt het verhoogde toezicht met bijhorende handhaving voortgezet. Ik heb in de afgelopen dagen, samen met Defensie, omdat het een militair domein is, overlegd over het jachtverbod. We gaan dat in die zone verlengen tot eind augustus.

Het is dus een hele uitdaging, samenleven met de wolf. Het is niet altijd gemakkelijk, maar ik probeer zo goed mogelijk te zorgen voor de leefbaarheid en de bescherming van de wolf. Het is goed dat we daar destijds het jachtverbod hebben gehanteerd. De reden waarom we dat nu met twee maanden verlengen, is dat de welpjes nog niet sterk genoeg zijn om verder te kunnen gaan. Dat is de enige reden. Wij monitoren dat enorm. We kunnen niet nog meer monitoren, dat zou ook wat overdreven zijn. Als er een dier wordt beschadigd, dan zijn we er onmiddellijk bij om de schade op te meten, te vergoeden, het DNA te onderzoeken.

Mijnheer Ceyssens, wat de halsband betreft, zullen we dat verder bekijken. Het is goed dat we dit jaar nog een tweede keer samenkomen met het wolvenplatform zodat we kunnen bekijken wat daar nog kan gebeuren. Nu moeten we er vooral voor zorgen dat alle veehouders in die buurt subsidies aanvragen voor die afrastering. We hebben heel wat infoavonden georganiseerd maar er is nog redelijk wat terrein om dat te doen. Ik vraag de commissieleden om veehouders in hun gemeenten aan te raden subsidies aan te vragen. Misschien kunnen lokale besturen de praktische kant van de zaak ondersteunen, samen met het Wolf Fencing Team Belgium zodat ook de dieren van de veehouders veilig zijn. 

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik ben blij dat u de piste van die halsband nog een keer wilt onderzoeken. Ik vind het ook goed dat u niet meteen zegt dat u op die specifieke locaties geen bijkomende maatregelen zult nemen ten aanzien van de habitat omdat we een generieke beschermingsregel hebben voor de wolven. Dat zou ook niet goed zijn voor het draagvlak, want in bepaalde gebieden zou men dan absoluut proberen te vermijden dat een wolf zich daar komt vestigen.

Minister, collega’s, we hebben allemaal onze persoonlijke appreciatie voor de wolf maar als beleidsmensen hebben we de taak om te vermijden dat de polarisatie over de wolf ten top wordt gedreven. Minister, u hebt verwezen naar de lokale besturen. We hebben hier inderdaad infovergaderingen georganiseerd met schapenhouders over de mogelijkheden die er zijn en ik kan u verzekeren dat dat vrij emotioneel geladen vergaderingen waren.

Er zijn ook al heel wat inspanningen gebeurd. Zo heeft ons lokaal bestuur als eerste het initiatief genomen om een pop-upexpo te organiseren over de wolf. Centraal daarin stond Roger, de wolf die destijds is aangereden. Die expo heeft meer dan drieduizend bezoekers aangetrokken en heeft geleid tot bijkomende kennis zodat iedereen nu op een correcte manier geïnformeerd is.

Wat het kleinvee betreft, zijn er inderdaad al een aantal maatregelen genomen. De schrik zit er vandaag echter wel in omdat er ook gevallen zouden zijn van grootvee. Ik wil daar nog wat verduidelijking bij geven. Er wordt gezegd dat die koe ziek was, ik kan de concrete casus niet beoordelen maar het zou over een calciumtekort gaan. Maar elke koe die gekalfd heeft, heeft een calciumtekort. En dan zijn er ook de paarden. Een duur toppaard staat ergens in de dure box maar jonge paarden hebben beweging nodig en groeien op in weilanden die men niet volledig kan beschermen. Als daar een wolf binnendringt, kan de paniek natuurlijk heel groot zijn.

Minister, ik wil nog een aantal bijkomende vragen stellen. Als ik naar de wolf in Duffel kijk, word ik daar heel ongerust over. Het gaat om een wolf die nog nauwelijks wegvlucht en die volgens de informatie van vandaag zelfs de stallen zou betreden om dieren te komen halen. Dat is geen natuurlijke wolf meer, een natuurlijke wolf is angstig en vlucht. De vraag is dan ook in welke mate een wolf die een stal binnendringt nog een wild dier is. Ik denk dat we die wolven heel goed in kaart moeten brengen. Als ik het goed begrijp, worden in Duitsland zulke wolven bejaagd, ik denk niet dat dat de goede oplossing is maar we moeten wel snel ingrijpen.

Wat de schadevergoeding betreft die wordt uitgekeerd, lijkt het me nuttig dat erover wordt nagedacht of het niet mogelijk is om online bekend te maken waar er schadegevallen zijn en wat er wordt uitgekeerd. Ik wil me verduidelijken: ik heb al meerdere malen, behalve bij schapenhouders – want dat ging veeleer over afsluiten – mensen ervan moeten overtuigen om daadwerkelijk schade te melden en een schadevergoeding aan te vragen. Als men in eerste instantie denkt dat er toch niks van komt, dan hebben we natuurlijk ook geen zicht op de schade die er is. Als dat online wordt bekendgemaakt, dan weten mensen ook dat er daadwerkelijk een schadevergoeding komt als er een dier wordt gegrepen. Dat zou op dat vlak de transparantie ten goede komen.

Ik hoor dat er contacten zijn met het buitenland over de schadegevallen daar, en dat is goed. Ik onderzoek nog altijd of het klopt dat er in Duitsland al paarden zijn aangevallen en gedood door wolven. Minister, ik kan me indenken dat u daar nu niet meteen op kunt antwoorden. Die zullen dan wel bij die 0,5 procent andere zitten. Misschien kan nog eens worden nagekeken of die info klopt.

Ik wil nog een laatste bekommernis meegeven. Wordt de hondsdolheid ook mee in kaart gebracht? Onlangs was dat actueel, toen Vlaanderen op zijn kop stond omdat katje Lee werd teruggestuurd naar Peru, maar Polen is zowat de bakermat van de wolf, en daar is hondsdolheid nog altijd aanwezig, weliswaar in kleine mate. Wordt dat dus ook mee gemonitord bij de rondtrekkende wolven?

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, ik wil u ook heel oprecht danken voor uw uitgebreide antwoord, dat in geen enkel opzicht een poging was om de vis te verdrinken, maar wel illustreerde dat u uw verantwoordelijkheid neemt. Het was voor mij een erg geruststellend antwoord, in die zin dat op een wetenschappelijk onderbouwde manier – hetgeen ook al sterk naar voren werd gebracht in het regeerakkoord – wordt aangetoond wat de bedreigingen zijn. Daar wordt ook niet onnozel over gedaan, die worden niet geminimaliseerd, die worden ernstig genomen. Daar wordt dan een passend antwoord, zowel preventief als qua schadeloosstelling, tegenover gesteld. Dat gebeurt ook op een toon die, zoals collega Ceyssens terecht aanhaalde, polarisatie niet in de hand werkt. Integendeel, ik denk dat u op een heel rustige en beheerste manier, zoals overigens ook de andere collega’s die zijn tussengekomen, het probleem hebt omschreven en geduid, en daartegenover hebt gezet wat Vlaanderen op dit ogenblik al doet. Ik zal dat uiteraard niet herhalen, maar het overzicht was indrukwekkend, en is ook het resultaat van een inspanning die toch al een aantal jaren bezig is. Ik denk dat we dat ook niet uit het oog mogen verliezen.

Minister, zoals u hebt aangegeven: de populatiedynamiek van wolven is uiterst complex. Het is dus ook goed dat we ons er niet toe laten verleiden te zeggen dat er plaats is voor één, twee, drie, vier wolven in een bepaalde gebied, dat we dan daar afbakenen. Zo werkt het niet. Ik denk dat u dat zeer goed hebt aangegeven.

Een vraag waar ik nog mee zit, betreft eventuele ontsnipperingsmaatregelen. U hebt daarnaar verwezen, maar zijn er nog quick wins in bepaalde gebieden, relatief kleine ontsnipperingsmaatregelen waardoor leefgebieden op natuurlijke manier kunnen uitbreiden en de dreiging voor de onmiddellijke omgeving wat verkleint? Het zou fijn zijn als u daar eventueel nog wat duiding bij zou kunnen geven.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het inderdaad heel uitgebreide antwoord. Er waren echter ook heel veel vragen, dus dat is niet zo abnormaal.

U neemt daar wel maatregelen voor, maar ik blijf erbij dat we moeten blijven inzetten op het creëren van dat draagvlak voor het samenleven met de wolf. De beste bescherming van de mens tegen de wolf is het feit dat de wolf een schuw dier is. Dan word ik, zoals collega Ceyssens, ook wel wat bezorgd over de beelden die ik gisteren en eergisteren heb gezien.

Want we vervallen te snel in de kritiek die ik bijvoorbeeld heb gelezen bij de directeur van Het Nationale Park de Hoge Veluwe. Hij zegt: ‘Dit kan niet, wij hebben geen plaats voor een wolf, die mag er niet komen.’ Dit soort aanvallen – als bevestigd wordt dat dit een wolf was – doet toch iets af aan het draagvlak en daarover moeten we bezorgd zijn. Want voor het overige: een wolf houdt zijn leefgebied inderdaad zelf in stand en zorgt er dus persoonlijk voor dat we niet worden overrompeld met andere wolven, dus denk ik dat er wel plaats voor is.

Uw suggestie om lokale besturen in te schakelen, vind ik heel goed. Maar ik denk dat dat misschien het best ook centraal gebeurt, dat er vanuit de Vlaamse overheid met de burgemeesters rond de tafel wordt gezeten of op een andere manier wordt gecommuniceerd, om uit te leggen wat ze nog meer kunnen doen om veehouders te motiveren om hun percelen – en zo hun dieren – te beschermen. Ik heb al verwezen naar de everzwijnproblematiek. Naar analogie met die problematiek kan er in kaart worden gebracht welke percelen het meest gevoelig zijn. We hebben dat met de everzwijnen gedaan en ik neem aan dat dat ook met de wolven kan. Er is daarover een studie gebeurd van de Universiteit Antwerpen, waardoor je perfect voor elk perceel het risicoprofiel kunt inschatten en ook rechtstreeks aan een eigenaar kunt zeggen of zijn perceel al dan niet gevoelig is voor aanvallen. Op die manier kun je hem misschien beter motiveren om die maatregelen te treffen.

Ten slotte wil ik nog iets zeggen over het jachtverbod. U hebt een tijd geleden een vrij aanzienlijk gebied bestempeld als ‘verboden te jagen’. Ik dacht dat dat afliep op 30 juni. U zegt nu dat u dat zult verlengen tot augustus. Zijn we dan iets te laat met de verlenging? Of gaat het over een ander gebied? Gaat het enkel over het militair domein waar de wolf gespot is? Of gaat het over die 8000 hectare waarvan toen sprake was? Want ik had begrepen dat het afliep op 30 juni en dat je daar vanaf vandaag terug op everzwijnen zou mogen jagen. Kunt u daarover wat verduidelijking geven? 

De heer Pieters heeft het woord.

Minister, u hebt een heel uitgebreid antwoord gegeven. We hebben de beelden gezien uit Duffel. De vraag van collega Ceyssens is terecht.

Mijnheer Ceyssens, u hebt dan wel veertien dagen moeten wachten, maar de vraag is ondertussen nog dringender geworden. De werkelijkheid heeft de zaak nog wat meer kracht gegeven.

We hebben al gehoord dat schapen, koeien en zelfs veulens op het wolvenmenu staan, maar we merken nu dat de wolf zich ook tussen de huizen begeeft. Dat is niet alleen hier zo, maar ook op andere plaatsen in Europa.

Ik moet de pret wat bederven. Er wordt altijd gezegd dat wolven lieve diertjes zijn. Er zijn nu kleine wolfjes en die zijn heel schattig; het is emotioneel. En pas op, ik vind dat ook mooi en aardig. Maar tot nu toe hebben we altijd één wolf gehad. Die zwierf rond en pakte op zijn weg wel eens een lekkere hap. Maar binnenkort worden we met een roedel of een nest geconfronteerd, en dat is toch wel wat anders. Er is nu ook het feit dat de wolf in een stal binnendringt. Voor zo’n beest is natuurlijk niets zo gemakkelijk dan een beest te pakken binnen een omheining. Maar we moeten toch voorzichtig zijn. Het Vlaams Belang heeft al eerder redelijk ver op voorhand gewaarschuwd voor bepaalde zaken. Ook hier moeten we verder vooruitkijken. Het is mooi wanneer er een wolf passeert. Maar als hier een roedel aanwezig is  – en misschien zelfs meerdere in heel Vlaanderen –, dan kan dat toch wel een probleem geven. Het nest bevindt zich nu op militair domein. Maar u weet dat er in noordelijke richting het domein van Bosland is, dat een recreatief gebied is. En iets meer ten zuiden in Limburg ligt het Nationaal Park Hoge Kempen, ook een uitgebreid domein. Dat is heel mooi. Ik vertoef graag in de natuur, ik ben een grote natuurliefhebber. Maar u moet toch accepteren – ik heb het dan over het draagvlak – dat de mensen toch wel wat ongerust worden. Als je wandelt en je komt daarbij één wolf tegen, dan zou dat beest al schuw kunnen zijn. Maar het is een wild beest, dat wil eten.  

Bij een everzwijn is dat anders. Daar zijn we ook door overrompeld, maar dat heeft wel een ander eetpatroon. Hier gaat het over een wolf met een nest. Inderdaad, als je kortbij komt zou hij je alleen al daarom eens willen aanvallen – dus niet enkel voor voedsel. De wolf vertoont dan sowieso aanvalsgedrag, want de wolf wil zich verdedigen. Maar als daar nu weer een roedel is van vier, vijf of zes wolven, dan hebben die dieren ook een volledig ander aanvalsplan. Nogmaals, het zijn wilde beesten.

Zoals u daarnet ook al bij uw vorige vraag hebt gezegd, minister, is Vlaanderen vrij beperkt in die gebieden waar een wolf kan rondwaren. Dus u geeft toch toe dat het moeilijk is. Vlaanderen is ook vrij dicht bebouwd dus ook op dat vlak wordt het toch heel moeilijk.

Als u ziet hoe de wolf zich overdag tussen de bewoning durft te bewegen, zoals in Duffel, in hoeverre acht u de kans dan reëel dat de wolf vroeg of laat mogelijks ook eens een spelend kind of een bejaarde meeneemt? Ik zeg mogelijks, want ik wil de mensen geen angst aanjagen. Ik zie aan uw mimiek dat dat ver gaat, en ik wil de pret niet bederven. Maar nogmaals: de kans bestaat wel. Er zijn dieren die zich echt wild gedragen.

U geeft aan dat de wolf normaal gezien schichtig is. Maar let op, het blijft een wild dier, een dier dat aanvalt. U zegt dat een hond ook risicovol kan zijn, maar een hond moet normaal gezien in open gebied aan de leiband hangen. Een hond is doorgaans gedomesticeerd, een wolf niet. En een wolf een band aandoen zal ook niet helpen. Want je kunt dan misschien wel registeren waar de wolf is, maar je kunt niet registeren waar mensen wandelen, en of mensen in recreatiegebieden in de nabijheid van de wolf zijn.

Dat zijn toch tal van vragen waar ik graag een antwoord op zou krijgen. U bekijkt dit eenzijdig maar er is ook nog een andere zijde.

De heer Claes heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw zeer uitgebreide antwoord. Dat stelt mij voor een groot stuk wel tevreden. Het was enigszins schrikken toen wij thuis vernamen dat in onze buurgemeente Duffel, een gemeente die toch ook binnen de contouren van de Vlaamse ruit ligt, een wolf was gesignaleerd, en dat die wolf bovendien een koe heeft aangevallen en gedood. Een koe is grootvee. Ik kan u zeggen dat bij sommige mensen het enthousiasme voor de terugkeer van de wolf zeer groot was, maar dat dat nu toch voor een groot stuk is verdwenen, als sneeuw voor de zon.

Ik wil ook aansluiten bij de bezorgdheden van collega Ceyssens over dit thema, zeker aangaande grootvee. U hebt ook al gezegd dat er zal worden gezorgd voor een vergoeding betreffende grootvee. Maar als het dan gaat over bepaalde prijsdieren kan er ook nog discussie ontstaan over welke prijs er moet worden betaald. Misschien kan daar nog iets meer verduidelijking over komen.

U hebt ook gezegd dat we vooral naar Duitsland kijken, om te zien welk systeem ze daar toepassen. Ik heb nog een suggestie: misschien is het ook interessant om eens te kijken naar bepaalde staten in de Verenigde Staten, en dan vooral in het noordwesten: Idaho, Washington State. Dat zijn staten waar ook de afgelopen decennia opnieuw wolven zijn opgedoken die vanuit Canada komen. En in die staten is er uiteraard ook heel veel veeteelt met grootvee.

Ik heb nog een tweede opmerking. Ik heb het nu zelf gemerkt bij de inwoners van Duffel, en in mijn eigen gemeente: de wolf is er, die is daar opgedoken. En er duiken nu ook allerlei indianenverhalen op. Mensen vragen zich af wat er gaat gebeuren als die wolf inderdaad ooit een kind zou aanvallen. Zijn we zelf nog veilig? Daarom is het misschien ook een suggestie voor u om in te zetten op informatieve campagnes. Zo kunnen we de mensen uit gebieden waar de wolf actief is toch iets meer informeren over wat er allemaal aan de hand is. Dat is geen kritiek op u, minister. We hebben aan uw heel uitgebreid antwoord gemerkt dat dit bij u en uw kabinet absoluut top of mind is. Maar het zijn maar twee simpele suggesties. Ik dank u.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. Ik wil me ook aansluiten bij een aantal bezorgdheden die geuit werden door collega Ceyssens.

Ik denk dat het belangrijk is dat we ver weg blijven van polarisering en dat we een open debat kunnen voeren over wat de wolf met zich meebrengt. Ik denk dat het feit dat de wolf hier wil gedijen op zich een meerwaarde is op het vlak van biodiversiteit. Anderzijds kunnen we niet ontkennen dat er ook wel een aantal uitdagingen, zoals u het zelf noemt, zijn voor de samenleving. De vraag is hoe we daarmee omgaan.

Het leefgebied van de wolven in Vlaanderen situeert zich vooral in Limburg, maar ze zwermen her en der ook uit in de Kempen. Daarover zijn er heel wat bezorgdheden. Dit roept heel wat vragen op bij burgers en veehouders.

Minister, u stelt heel duidelijk dat er ondersteuning is voor afrasteringen en voor preventieve maatregelen. Dat klopt voor het leefgebied in Limburg, maar dat klopt niet voor de rest van Vlaanderen, want daar is er geen ondersteuning mogelijk. Ik heb dus een heel concrete vraag voor u. Kunt u die ondersteunende maatregelen uitbreiden naar heel Vlaanderen, zeker naar daar waar de wolf vandaag voorkomt?

Wat sensibilisering betreft, is de vraag van veel mensen in de Kempen vandaag waar ze zich op moeten voorbereiden. Ze willen wel preventief handelen, maar is het effectief de bedoeling dat ze elke weide aanpassen waarin dieren ’s nachts verblijven, soms om gezondheidsredenen? Het gaat dan zowel om kleinvee als om grootvee. Wat moeten ze doen? Waar moet op ingezet worden?

Er rijzen ook vragen over de versnippering van het landschap. Er zijn heel wat afrasteringen in die gebieden geplaatst, in overleg met organisaties, om die gebieden net te ontsnipperen. Die afrasteringen zijn de afgelopen jaren allemaal aangepast. Nu rijst de vraag of ze wolfproof afrasteringen moeten plaatsen. Bent u bereid om de ondersteunende maatregelen daarvoor uit te rollen over de rest van Vlaanderen?

Een tweede punt waarbij ik wil stilstaan, minister, is het verhaal van de wolf in de Kempen – de collega’s hebben er al naar verwezen – en het gedrag van die wolf. U hebt zelf heel duidelijk aangegeven dat u een plan hebt voor probleemwolven. Ik ben benieuwd naar dat plan. Als ik de wolf in de Kempen bekijk, stel ik me de vraag of dit nog natuurlijk gedrag is. Is dit gedrag oké of is er hier een te grote gewenning? Het dier komt dichtbij mensen en komt in stallen. Men stelt vast dat het dier wel opschrikt maar ook dat het, na zich 50 meter verwijderd te hebben, weer terugkeert. Ik veronderstel dat dat bij de monitoring wel naar boven zal komen. Minister, kunt u duidelijk aangeven wie bepaalt wanneer men te maken heeft met een probleemwolf? Door welk gedrag wordt dat bepaald? Welke maatregelen zijn in uw plan opgenomen voor probleemwolven? Een van de maatregelen die soms voorgesteld worden, is om de wolf te drijven naar een zone waar er wel ruimte is of waar het beter is om te verblijven.

Minister, met mijn derde vraag zal elke volksvertegenwoordiger of lokale bestuurder al wel te maken gehad hebben. Als er een wolf gesignaleerd wordt, hoe kunnen veehouders en dierenliefhebbers dan gealarmeerd worden? Hoe kunnen we hen waarschuwen dat ze extra aandacht moeten hebben voor weidedieren of dieren die buiten leven om die extra te beschermen?

Ik heb moeten vaststellen dat daar totaal geen systeem rond is. Ik heb gekeken of we B-alert van de gemeenten kunnen inschakelen op dat moment. Het is noodzakelijk, minister, om echt een paraatheid- en alarmeringssysteem uit te bouwen, aangezien we vandaag niet kunnen bepalen waar de wolven overal terechtkomen in Vlaanderen. Dan kunnen we mensen op de hoogte te brengen: dit is de monitoring, dit stellen we vast, dit zijn mogelijke bewegingen van de dieren, we willen u extra alarmeren, zodat u extra maatregelen kunt nemen. Wilt u daarop inzetten, in overleg met partners? Hoe kan dat uitgewerkt worden? Ik denk dat dat een zeer grote stap zou kunnen zijn in de preventieve maatregelen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik dank de verschillende collega’s die tussenkomen in de commissie. Ik wil nog eens oproepen om niet verder te gaan in de polarisatie. We weten allemaal wat er met wolf Naya is gebeurd. Dat was een gevolg van polarisatie. En dat moet echt stoppen. Ik houd er niet van. Wij proberen op Vlaams niveau een beleid te voeren dat ook wetenschappelijk ondersteund wordt. Wij doen niets anders dan monitoren. Ik lees in allerlei kranten dat er niet wordt gemonitord. Jawel, er is geen enkel beest in Vlaanderen dat zoveel gemonitord wordt als de wolf. Dus dat moet nu echt eens stoppen. Stop ermee.

Wij doen niets anders dan monitoren. Vanaf het moment dat er een dier wordt aangevallen, regageren we onmiddellijk. ANB doet niets anders. Normaal gezien, mevrouw Rombouts, wordt de lokale burgemeester onmiddellijk in kennis gesteld. Wij gaan daar onmiddellijk naartoe. Er is de ‘eerste hulp rescue kit’, het afrasteren, zien wat we nog kunnen redden. Dat is wat we doen. Er gaat ook een DNA-spoor naar de labo’s, die dat onderzoeken, om daar ook uit te leren: wat is er gebeurd, welke maatregelen kunnen we bijkomend nemen? Dat wordt allemaal gedaan, door ANB en INBO.

Er wordt hier zelfs gesproken over een kind dat aangevallen wordt door een wolf. Onze diensten, onze administratie en onze wetenschappers volgen ook op wat er gebeurt in Europa, en sinds de terugkeer van de wolf in Europa is er nog geen enkel kind aangevallen. Er zijn wel gevallen waar kinderen aangevallen worden door honden. Daar heeft nog niemand een vraag over gesteld. We zitten ondertussen wel met verschillende in deze commissie. Er worden kinderen aangevallen door mensen zelfs. Maar ik hoor hier allerlei verhalen. We moeten daarmee opletten. We moeten mensen ook niet bang maken. Als ik sommige tussenkomsten hoor, vraag ik me af op welke wetenschappelijke basis men zoiets zegt. Wij volgen dat op, en sinds de terugkeer is er geen enkel kind aangevallen door een wolf. Wij hebben ook een Europees netwerk. Er zijn Europese regels over probleemwolven. Er zijn bepaalde criteria, om op basis daarvan te bepalen dat het om een probleemwolf gaat. En dan wordt dat onmiddellijk doorgeseind naar de andere lidstaten, die daar ook allemaal lid van zijn. Stel dat zo’n probleemwolf zich in Vlaanderen beweegt, dan zullen wij ook onmiddellijk alles doen om hem levend te proberen te pakken, maar als de volksgezondheid in het gedrang komt, zullen we andere maatregelen nemen.

Dat spreekt voor zich, beste mensen. Ik wil daar heel duidelijk over zijn. De criteria en de Europese regels zijn heel duidelijk over de probleemwolven. Ik heb dat geagendeerd op het wolvenplatform van de volgende keer om daar wat meer toelichting over te geven, hoe de criteria en de regels in elkaar zitten, wat er gebeurt als zo’n probleemwolf wordt gedetecteerd. Het is de evidentie zelf: levend pakken en als de volksgezondheid in gevaar komt, zal die wolf moeten gaan. Doen alsof alle wolven probleemwolven zijn, dat klopt niet. Ik probeer een beleid te voeren dat wetenschappelijk ondersteund is, dat wordt ook verwacht.

Ik zal ANB vragen om de lijst transparant te maken, mijnheer Ceyssens. Dat zullen we zo snel mogelijk doen.

Het ontsnipperingsplan is er, mijnheer De Bruyn, maar we hebben de middelen nog niet. We zoeken nog samen met minister Peeters naar geld. Een plan zonder middelen heeft natuurlijk weinig zin. We bekijken welke middelen we daarvoor kunnen vrijmaken.

De wolf in Retie en Duffel, wij noemen hem Billy, is afgegaan op een gewonde koe. Onze diensten zijn daar onmiddellijk naartoe gegaan en hebben alles gedaan om de rest van het vee af te schermen met rescue kits enzovoort.

De schadegevallen in Duitsland betreffen 85,5 procent schapen en geiten, 0,5 procent andere. Dat is jaarlijks wetenschappelijk gemonitord. Wij kijken daar wel naar. Wat is de evolutie? Dat neemt niet weg dat we zelf ook onze cijfers hebben die we ook volgen. Ik heb ze daarnet meegegeven. Daar zien we dat er de laatste drie jaar circa negentig dieren door de wolf en circa zeventig door de hond zijn gedood. We moeten alles in zijn perspectief zetten en daarnaar handelen.

Wat het samenleven met de wolf betreft, wil ik nog meer informatie geven. Het is goed dat de mensen weten dat de wolf in principe mensenschuw is, tenzij men met een probleemwolf te maken krijgt. Dan hebben we een hele beslissingsketen die in werking treedt. De criteria en regels zijn echt duidelijk. Ook dat volgen we op. De gewone wolven die hier vandaag aanwezig zijn, ook Billy, worden verder gemonitord.

De verlenging van het jachtverbod, mijnheer Coenegrachts, geldt in het volledige gebied. Het zou gisteren stoppen, maar we hebben het dus verlengd voor de hele 8000 hectare. Dat is wetenschappelijk. Dat wordt ons door het INBO geadviseerd om de everzwijnschade in de randen te vermijden. Jacht in grote natuurgebieden jaagt de everzwijnen natuurlijk op in het landbouwgebied en drijft hen naar de kernen. We werken eraan om in de winter heel snel te starten met de opvoering van de jachtdruk op de everzwijnen. Dat loopt nu. Het is de bedoeling om dat na de zomer te starten.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw uitvoerige antwoord. Ik denk niet dat het de laatste keer is dat we het over de wolf zullen hebben. Dit is een thema dat mensen beroert. We moeten er alles aan doen om polarisatie te vermijden, dat is in beide richtingen absoluut te vermijden. De pop-upexpo die we destijds vanuit Oudsbergen samen met het Agentschap voor Natuur en Bos geïnitieerd hebben, bestaat nog altijd. Collega-bestuurders en -burgemeesters kunnen daar nog altijd gebruik van maken om basiskennis te verspreiden.

Ik wil nog twee dingen onderlijnen die ik erg belangrijk blijf vinden en ik vind het goed dat u daar zult op inzetten, minister. Ten eerste is er de schadeloosstelling. Ik ben blij met uw geste om te kijken of de informatie daarover publiek kan gemaakt worden. Zo wordt heel duidelijk gemaakt dat schadevergoedingen effectief worden uitgekeerd en zo zullen ze ook wel aangevraagd worden. Ten tweede heb ik mijn zorgen over de probleemwolf heel duidelijk gemaakt. Ik ben blij met uw duidelijke uitspraak daarover. Als er een probleemwolf gedetecteerd wordt, zal die moeten verdwijnen. Dat is een heel duidelijke stellingname waarvan ik heb kennisgenomen. Bedankt voor dit antwoord.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Ook ik zal kort zijn. Ik heb mijn allereerste schriftelijke vraag over de wolf op 12 maart 2015 gesteld. Dat is iets meer dan vijf jaar geleden. Toen luidde het antwoord nog dat de terugkeer van de wolf vooral iets was waarover veel gesproken werd, maar dat er nog geen enkele wolf met zekerheid was waargenomen in Vlaanderen. Er was dus ook nog geen reden om actie te ondernemen. Op 17 januari 2018 hebben we met een aantal collega’s een actuele vraag gesteld omdat er toen wel degelijk wolven in Vlaanderen waren gespot. Sindsdien is er veel gebeurd. Er is gewerkt aan het draagvlak, er is gewerkt aan een systeem waardoor er op een deftige en degelijke manier vergoedingen worden uitgekeerd, er is gezorgd voor een wolvenplatform dat goed werk levert. Dat is de ingeslagen weg waarop we moeten verdergaan. We moeten werken aan het draagvlak, aan het nemen van verantwoordelijkheid, aan een wetenschappelijk onderbouwd beleid. We hebben daar, collega’s, allemaal zelf een verantwoordelijkheid in, want van die polarisatie wordt niemand beter. We mogen daar absoluut geen voeding aan geven, integendeel. Laten we die de kop indrukken.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Laat ons vanuit deze commissie en dit parlement vooral blijven werken aan dat draagvlak. We moeten ervoor zorgen dat er voldoende maatregelen worden genomen om schadegevallen te vergoeden en aan preventie te doen zodat het ook bij de bevolking een leefbaar verhaal blijft. Laat de collega’s die zich daaraan bezondigd hebben, wegblijven van de polarisatie. Het is, voorzitter, tot spijt van wie het benijdt zeker niet de laatste keer dat we het in deze commissie over de wolf zullen hebben.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.