U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer De Reuse heeft het woord.

Mijn vraag is toch wel iets anders georiënteerd dan de vraag van collega Anaf.

Met de exit uit de lockdown, de heropstart van het dagelijkse leven, het vergroten van de bubbels, het heropenen van onze grenzen en het slechter opvolgen van de maatregelen door onze bevolking – dat moeten we spijtig genoeg vaststellen – is er opnieuw een verhoogd risico op overdracht van het coronavirus. De minister heeft mobiele teams in het leven geroepen om zo op een proactieve manier te kunnen ingrijpen bij mogelijke besmettingen, de zogenaamde Vlaamse controletoren. Spijtig genoeg moeten we vaststellen dat die vandaag nog niet operationeel zijn. Minister, u geeft ook aan dat deze teams zouden kunnen helpen bij de testing. Onzes inziens is het nodig om binnen het uitgewerkte concept van de Vlaamse controletorens specifieke mobiele teams in te zetten in het kader van een proactieve teststrategie. Zo moet het mogelijk zijn om op een gecontroleerde en gecoördineerde manier de testing uit te voeren en niets meer aan het toeval over te laten. De eerste doelgroep van dergelijke mobiele testteams zijn de woonzorgcentra. Het is ondertussen ruimschoots bewezen dat de besmettingen in onze woonzorgcentra grotendeels via het personeel gebeurden. Het proactief testen van het personeel op een regelmatige basis is een noodzaak, ten minste tot het vaccin beschikbaar is. Nu wordt ons personeel enkel getest als er ziekteverschijnselen zijn; tegen dan is het virus uiteraard al weelderig aan het tieren. Het personeel in de woonzorgsector is vragende partij om hier duidelijkheid rond te krijgen en zich zo beschermd te voelen voor zichzelf, maar natuurlijk ook voor de bewoners waar ze met hart en ziel voor zorgen.

Minister, wilt u deze mobiele testteams inzetten? Wilt u het voortouw en de nodige initiatieven hierin nemen om zo een proactieve teststrategie in stelling te brengen, wat heel wat problemen zal vermijden?

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, naar aanleiding van de vraag van de Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) kondigde u aan werk te maken van de zogenaamde controletoren en van de organisatie van mobile outbreak support teams, bestaande uit verschillende specialisten die bij nieuwe uitbraken van het virus snel ter plaatse konden gaan om grootschalige testing op te zetten en om lokale overheden te ondersteunen in de omgang met het virus.

De recente uitbraak van het virus in onder andere Duitsland maakt duidelijk dat dit een bijzonder belangrijke maatregel zou kunnen zijn in het voorkomen van een tweede golf en nieuwe opflakkeringen van het virus. Het is dus belangrijk dat daar snel werk van wordt gemaakt zodat er geen nieuwe grote uitbraken gebeuren bij ons.

Minister, hoe staat het met de oprichting van de controletoren en de mobile outbreak support teams? Hoe zullen deze teams samengesteld zijn en in hoeveel van die teams wilt u voorzien of bij heropflakkeringen simultaan kunnen inzetten? Het is niet de bedoeling dat dit pas in het najaar actief is of nog later, het is belangrijk dat het zo snel mogelijk actief kan zijn. Tegen wanneer zouden de eerste teams operationeel zijn?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega's, de zogenaamde controletoren is geen vaststaande fysieke structuur, maar veeleer een concept, dat verschillende en deels in elkaar hakende aspecten omvat zoals de clusterdetectie, de uitbraakanalyse, de aanpak van de uitbraak, zowel lokaal als regionaal.

Aan de verschillende aspecten wordt momenteel op verschillende niveaus gewerkt. Zo is er het systeem van knipperlichten van Sciensano op basis van het aantal en trends in besmettingen in een gemeente. Dit systeem is trouwens ook publiek beschikbaar. Als twee van de drie naar voren geschoven criteria overschreden zijn, volgt er een alarmsignaal.

Binnen Zorg en Gezondheid wordt er gewerkt aan een visualisatie van de clusters die het team infectieziekten de mogelijkheid geeft om snel een mogelijke cluster te detecteren en onmiddellijk de beschikbare detailinfo op te vragen. Enerzijds gebruiken we hiervoor de Sciensano alert level 2-regels en anderzijds bekijken we ook dagelijks het totaal aantal aangevraagde testen en dit als alert level 1. Niet enkel willen we deze info intern gebruiken, maar ook delen met de lokale besturen en de tweedelijnsdefensie, rekening houdend met de geldende privacyregels.

Verder onderzoek volgt dan enerzijds vanuit de datamonitoring van Zorg en Gezondheid zelf en via contactname en bevraging van lokale actoren en eventueel patiënten. Hier wordt gewerkt aan een verfijning van analysetools en enquêtering. De bedoeling is om het initiële alarmsignaal ofwel als artefact te kunnen bestempelen of te bevestigen en, in het laatste geval, te kunnen uitdiepen naar beheersmaatregelen.

Die beheersmaatregelen zijn dan een volgende stap en kunnen allerlei vormen aannemen, zoals het informeren van contacten, het lokaal beperken van sociale interactie, tot eventueel het sluiten van een bedrijf door een lokaal bestuur. Het spreekt voor zich dat de maatregelen idealiter gefocust zijn op de oorsprong van de uitbraak en uiteraard ook proportioneel.

Voor de oprichting van de mobiele teams is een regelgevend proces noodzakelijk. Dit proces werd inmiddels opgestart en bestaat uit twee luiken: een financieel en een inhoudelijk luik. Het financiële luik omvat de allocatie van middelen uit de begroting voor de werving van de nodige contractuele personeelsleden. Het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) om dit te regelen werd vorige vrijdag goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

Het inhoudelijke luik omvat een uitvoerend BVR op basis van het Preventiedecreet van 21 november 2003, om de mobiele teams infectieziektebestrijding op te richten. Dit BVR ligt actueel voor advies voor bij Inspectie van Financiën en voor legistiek advies.

We streven naar de volgende samenstelling voor de mobiele teams: een arts, een verpleegkundige en een gezondheidspromotor. Daarnaast wordt per drie mobiele teams voorzien in een administratieve medewerker en overkoepelend over alle mobiele teams in een centrale coördinatiecel bestaande uit een coördinator en een administratieve medewerker.

Het is de bedoeling om vijftien mobiele teams te vormen. De nodige profielen zijn schaars op de arbeidsmarkt. Het zal dan ook een hele uitdaging zijn om die vijftien mobiele teams te werven en goed te kunnen opleiden.

Zoals ik al aangaf, werd het BVR rond de financiering van de mobiele equipes goedgekeurd op de ministerraad van vrijdag jongstleden. De vacatures worden nu online geplaatst en zullen ook persoonlijk bezorgd worden aan alle personen met een geschikt profiel uit de lijst ‘Help de Helpers’. Vanwege de hoogdringendheid wordt voorzien in een verkorte wervingsprocedure. Parallel aan die wervingsprocedure worden ook andere pistes onderzocht om de nodige medewerkers voor mobiele equipes te vinden, zoals de deeltijdse inzet van huisartsen. Zodra de medewerkers van een of meerdere teams geworven zijn, moeten zij ook nog een basisopleiding krijgen voordat ze kunnen worden ingezet. Die opleiding zal ongeveer een week in beslag nemen. We streven er alleszins naar om alle teams operationeel te krijgen tegen september.

Al op de interministeriële conferentie van 1 maart heb ik de vraag gesteld om mobiele testteams in te zetten. Dergelijke teams hadden als voordeel dat vermeden zou kunnen worden dat besmette patiënten zich zouden moeten verplaatsen naar de huisartsen of ziekenhuizen, waardoor het risico op verdere besmetting kon worden ingeperkt. De federale overheid wou daar toen niet op ingaan.

Vandaag kan een patiënt getest worden door zijn huisarts of daarvoor naar een pretriagecentrum verwezen worden. Dat biedt geen oplossing voor minder mobiele patiënten die zich niet kunnen verplaatsen. Op federaal niveau wordt met de deelstaten besproken, in het Comité Primary and Outpatient Care Surge Capacity, of er mobiele testteams kunnen worden opgericht vanuit de pretriagecentra. De mobiele teams infectieziektebestrijding kunnen daarnaast en weliswaar slechts beperkt ingezet worden voor testing. Zij zullen die taak kunnen opnemen in collectiviteiten waar geen andere actoren zijn die de testing zouden kunnen uitvoeren.

Voor uw vraag over de proactieve teststrategie verwijs ik naar mijn antwoord op vraag om uitleg 2628. De Taskforce Zorg heeft een tijd geleden besloten in te zetten op gericht testen in het kader van contactonderzoek en actuele uitbraken. Daarbij is de volgende visie gehanteerd. In deze fase van de epidemie is het aangewezen dat elke persoon met symptomen die kunnen wijzen op COVID-19 getest en geïsoleerd wordt. Zowel medewerkers als bewoners van residentiële voorzieningen worden volgens de testindicaties van Sciensano als een prioritair te testen doelgroep beschouwd. Vanaf één bevestigde positieve bewoner of medewerker kan de medisch verantwoordelijke van een woonzorgcentrum beslissen om over te gaan tot bredere testing van andere bewoners en medewerkers. De beslissing tot een uitgebreidere testing wordt genomen na een risicoanalyse waarbij de hoog- en laagrisicocontacten in kaart worden gebracht. De sector heeft daarvoor een draaiboek met begeleidende stroomdiagrammen ter ondersteuning. Op voorwaarde dat er geen incidenten hebben plaatsgevonden bij het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en bij de toepassing van de veiligheidsmaatregelen, zijn bewoners en medewerkers in theorie geen risicocontacten van elkaar. Het blijft echter een lokale inschatting, waarbij de risico-inschatting gebeurt in samenspraak met de coördinerende arts en de arbeidsarts. Op basis van dat medische oordeel wordt het aantal te testen personen bepaald. Voor hoogrisicocontacten bij zowel bewoners als medewerkers wordt er een onmiddellijke isolatie en een testafname geadviseerd, ook als zij geen symptomen vertonen. Voor laagrisicocontacten is een verhoogde alertheid aan de orde, met extra aandacht voor het bewaren van afstand, voor het dragen van een mondneusmasker, voor de toepassing van de basishygiëne en voor mogelijke symptomen. Die bewoners en medewerkers moeten niet in isolatie.

Het klopt dus niet dat enkel medewerkers met symptomen in aanmerking zouden komen voor een test. Elk hoogrisicocontact in een woonzorgcentrum wordt getest. De risico-inschatting zelf wordt toevertrouwd aan de lokale medische verantwoordelijken. Zij zijn het best geplaatst om incidenten te beoordelen. Voor advies kunnen zij steeds terecht bij de artsen van infectieziektebestrijding van het agentschap. We zetten dus in op een gerichte teststrategie voor de hoogrisicocontacten, waarbij elke positieve test een nieuwe impuls zal zijn voor verder contactonderzoek binnen en buiten de muren van het woonzorgcentrum.

Momenteel worden er grote inspanningen geleverd om de snelheid en de accuraatheid van dit proces te verhogen door een snellere levering van testmateriaal, snellere testresultaten en een vlottere doorstroming van de informatie naar de contacttracers.

Testen is een van de centrale pijlers in de bestrijding van COVID-19. De afgelopen periode heeft ons geleerd dat die testcapaciteit snel moet kunnen worden opgeschaald. De organisatie van een grootschalige testing via het federale platform heeft zeker in de opstartfase logistieke en organisatorische moeilijkheden gekend. Intussen is het proces grondig bijgestuurd, waardoor een tweede heropschaling sneller en efficiënter kan worden doorgevoerd als dat nodig zou blijken, bijvoorbeeld bij een tweede piek.

Vanuit Vlaanderen werden hiervoor al de volgende initiatieven genomen. Een: er is een duidelijke teststrategie waarbinnen testen kunnen worden afgenomen die permanent wordt opgevolgd en bijgestuurd. Twee: de verspreiding van het virus wordt nauwgezet gemonitord aan de hand van de gegevens uit de dagelijkse zelfrapportage van zorgvoorzieningen. Drie: de projectgroep testing van de Taskforce Zorg bespreekt op wekelijkse basis de teststrategie waarbij de nieuwste wetenschappelijke inzichten op de voet worden opgevolgd. Vier: de Vlaamse overheid ondersteunt wetenschappelijke onderzoeksinitiatieven naar de validatie van andere testmethodes zoals speekseltesten. Voor de ouderenzorg en VAPH-sector is de validatie van minder invasieve methoden voor staalafname zeer belangrijk, in het bijzonder voor bewoners met een cognitieve beperking. Vijf: er wordt verder ingezet op de automatisering van het aanvragen van testmateriaal zodat voorzieningen sneller en gerichter afspraken kunnen maken met de labo’s van het federale platform. Zes: de organisatie van testings wordt ondersteund met een draaiboek, handleidingen en een telefonische helpdesk. Voorzieningen kunnen voor advies over hoe om te gaan met een besmetting of uitbraak, contact opnemen met de artsen en verpleegkundigen van de dienst infectieziektebestrijding van het agentschap Zorg en Gezondheid.

De heer De Reuse heeft het woord.

Dank u, minister, voor het antwoord. U hebt het belang aangetoond van een goede teststrategie en haalt aan wat er ondertussen allemaal gebeurd is. Ik wil evenwel toch nog eens het belang onderstrepen van het wederkerend testen van het personeel in de woonzorgcentra. We mogen echt niet wachten tot iemand daar zelf om komt vragen. Dat is heel belangrijk. Daarom blijven wij aandringen op het inzetten van mobiele teams. Op die manier wordt ook de coördinerend en raadgevend arts (CRA) in onze woonzorgcentra ontzien. We hebben daarover al een paar getuigenissen gehoord: die mensen moeten dan plots op een namiddag heel veel testen afnemen terwijl ze eigenlijk heel wat ander, nuttiger werk zouden kunnen verrichten. Ik dring er nogmaals op aan om mobiele teams daarvoor op te leiden en in te zetten om zo al onze woonzorgcentra op een goede manier proactief te testen.

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden over het antwoord over de mobile Outbreak Support Teams. Mijn belangrijkste punt was dat die het best snel actief worden en dat daarmee niet getalmd moet worden. Als ik uw opsomming hoor en de stappen die er nog gezet moeten worden, zie ik niet in hoe er nog sneller gegaan kan worden. Ik hoop dus dat die tijdslijn effectief gehaald wordt en dat die teams in september actief kunnen zijn, wat zoals gezegd heel belangrijk is.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, naast die mobiele Outbreak Teams hebt u ook gesproken over mobiele therapieteams die door Vlaanderen zullen trekken om zorgpersoneel van woonzorgcentra maar ook van voorzieningen voor personen met een handicap bij te staan. Zullen die samenwerken? Want als we mobiele teams inschakelen voor elke aparte problematiek, lijkt dat mij minder efficiënt dan wanneer er binnen eenzelfde team eventueel ook een psycholoog of een gezondheidspromotor ingezet wordt. Dat is gisteren in de commissie ook aan bod gekomen. De vraag is hoe die twee zich ten opzichte van elkaar zullen verhouden.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Ik wilde een gelijkaardige vraag stellen. Ja, het komt weer op hetzelfde neer, voorzitter. Gisteren werd in de commissie ad hoc de psychosociale zorg heel hoog in het vaandel gedragen, maar het werd ook als een heel belangrijk ontbrekend element gezien. Het gaat voor mij minder om efficiëntie. Ik denk dat bij een corona-uitbraak efficiëntie niet op de allereerste plaats moet staan, maar wel een heel goede hulpverlening. Ik vind dat een  psychosociale component dan ook geïntegreerd moet zijn in de aanpak van zo’n Outbreak Support Team. Bent u van plan om die mensen daarrond een opleiding te geven? In de profielen vind je dit niet zo meteen terug.

Gisteren gaf het team dat in dienst van de Vlaamse Regering een soortgelijke functie heeft uitgeoefend, ook aan dat het de steun had van psychologen. Zal die psychosociale hulp ook worden uitgebreid naar de zorgverleners?  

Ik wilde u daarnaast bedanken voor uw volledigheid. Uw antwoorden beginnen op die van uw voorganger te lijken.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik zal dat laatste als een compliment beschouwen. (Gelach)

Heel concreet: er is een samenwerkingsakkoord afgesloten met de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG’s) die voor de geestelijke gezondheid, de ondersteuning en het welzijn van het zorgpersoneel instaan. Dat zit in eerste instantie niet in het takenpakket van deze mobiele equipes vervat. Zij kunnen als het nodig is doorverwijzen naar de CGG’s. We wilden daar echter niet op wachten. Een van de tien punten in ons plan Zorgen voor Morgen is dat we rond het mentale welzijn van het personeel wilden werken. Daarvoor zijn verschillende initiatieven genomen, waaronder ook het samenwerkingsverband met de CGG’s. Ik denk dat we daar volledig op moeten inzetten. Ik ga er uiteraard van uit dat als er een heel specifieke ondersteuning nodig is, die ook kan geboden worden door de CGG’s. Ik heb vorige week de gelegenheid gehad om zo’n CGG in Turnhout te bezoeken. Dat beschikt op dat vlak over de expertise. Ze werken vandaag ook al op het terrein, en dat is belangrijk. Als die expertise moet worden aangewend, kan dat via die mobiele equipes ook gestroomlijnd worden. 

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.