U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Verheyen heeft het woord.

Het Kinderrechtencommissariaat uitte in april reeds zijn bezorgdheid over de kinderen en jongeren voor wie heel deze gezondheidscrisis een ongelofelijk moeilijke periode is. Kwetsbare kinderen waren tijdens deze gezondheidscrisis zowel voor als na de heropening van de scholen niet alleen moeilijk te bereiken, maar bleven ook weg van de schoolbanken. Alertheid vanwege het beleid is in dezen nodig, een actief en alert beleid dat er in slaagt om connectie te houden met die kwetsbare kinderen en jongeren en dat gepaste hulp en ondersteuning kan bieden.

De Vlaamse Regering heeft deze bezorgdheid vanuit de verschillende beleidsdomeinen ter harte genomen en verschillende maatregelen uitgerold om het aangekaarte probleem aan te pakken. Maar met de zomervakantie voor de deur en het einde van het schooljaar in zicht, dreigt onze al zo broze connectie weer volledig verloren te gaan, ondanks beleidsmaatregelen, zoals de zomerscholen, om een vrijwillig aanbod voor kwetsbare jongeren te voorzien. Die dreiging wordt versterkt omdat onze belangrijkste maatschappelijke voelsprieten, de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's), tijdens de zomermaanden hun deuren sluiten.

Minister, in welke mate ziet u een rol weggelegd voor de lokale besturen, in het bijzonder de Huizen van het Kind en de OCMW's, om tijdens de zomermaanden de kinderen uit de meest kwetsbare gezinnen actief te blijven opvolgen? Welke ondersteuning kan er aangeboden worden?

Wordt er al een plan uitgewerkt om de aangekaarte problematiek aan te pakken? Zo ja, hoe ziet dit plan er uit? Zo neen, waarom niet?

Op welke manier wordt er hiervoor samengewerkt met de CLB's?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, contact houden met kwetsbare gezinnen stond reeds van bij de aanvang van de coronacrisis hoog op de agenda. We hebben er bij de Huizen van het Kind, waarover de lokale besturen de lokale regie hebben, en de partners op het domein van de preventieve gezinsondersteuning op aangedrongen om actief contact te houden met en prioriteit te geven aan de meest kwetsbare gezinnen. Uit het leer- en uitwisselingsplatform van de Huizen van het Kind leren we dat ze daarvoor de nodige daadkracht en creativiteit aan de dag gelegd hebben.

Onder andere onder impuls van het verdelen van spel- en vrijetijdspakketten, waarvoor ik samen met collega Benjamin Dalle 1 miljoen euro vrijmaakte in het kader van ‘Generatie Veerkracht’ werd en wordt nog steeds proactief naar deze gezinnen toegestapt. Deze activiteiten worden, afhankelijk van de lokale situatie en de mate waarin partners in de Huizen van het Kind actief zijn, voortgezet tijdens de zomermaanden.

Het voordeel van de ondertussen brede samenwerkingsverbanden Huizen van het Kind, waarin naast de lokale besturen en preventieve gezinsondersteuning ook tal van andere actoren actief zijn, waaronder ook jeugdwerk, kunnen we erop rekenen dat er nog steeds veel gezinnen bereikt zullen worden tijdens de zomermaanden, bijvoorbeeld via speelpleinwerkingen of laagdrempelige ontmoetingsplaatsen. Het uitwisselingsplatform voor de Huizen van het Kind blijft tijdens de zomer beschikbaar om ze in deze uitdaging te blijven ondersteunen.

Het plan ‘Generatie Veerkracht’ is al in uitvoering in samenwerking met het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Naast het lokaal aanbieden van pakketten bevat het actieplan ruimere acties en investeringen op onder meer de volgende vlakken: de heropstart van jeugdwerk in jeugdhulpvoorzieningen; de tijdelijke ondersteuning bij specifieke problemen, waarbij we de online ondersteuning versterken, onder andere in afstemming met de CLB’s, en waarbij we lokale initiatieven voor huiswerkbegeleiding gaan steunen; de versterking van het landelijk bovenlokaal jeugdwerk in zijn opdracht om maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren in deze tijden beter te ondersteunen; de projectoproep waarbij organisaties actief binnen Cultuur, Jeugd, Sport en Welzijn die zich inzetten voor kwetsbare kinderen en jongeren, één project per organisatie kunnen indienen. In het actieplan ‘Zorgen voor morgen’ schuiven we de investering van 1 miljoen euro ter versterking van de Huizen van het Kind naar voor. Door deze extra investering zullen de Huizen van het Kind hun mogelijkheden vergroot zien om een nog meer geïntegreerde dienstverlening te voorzien voor kwetsbare gezinnen met kinderen.

Daarnaast is er de Taskforce Kwetsbare Gezinnen en wordt er verder werk gemaakt van het maatschappelijk relanceplan. Beide zullen naar verwachting voorstellen formuleren die inspelen op de uitdagingen die u hebt aangehaald in uw vraag om uitleg.

Het actief opsporen van en een goede samenwerking voor en met kwetsbare gezinnen stelt ons voor enkele concrete uitdagingen. Een ervan werd tijdens de plenaire vergadering van 24 juni concreet gemaakt door de volgens mij terechte vraag om de gegevens van Kind en Gezin met betrekking tot kinderarmoede ter beschikking te stellen van de lokale besturen, mits daarbij de privacyvoorwaarden gerespecteerd worden. U zult zich die vraag nog wel herinneren, evenals het feit dat ik daaromtrent stappen gezet heb. Ik vind het belangrijk dat de lokale besturen proactief naar de gezinnen kunnen toestappen en heb dan ook, zoals aangehaald in de plenaire zitting, aan de administrateur-generaal van Opgroeien gevraagd om dit verder te onderzoeken en, binnen wat haalbaar is, vorm te geven.

Ik verwijs hier ook naar de maatregelen die we genomen hebben in het kader van de lokale armoedebestrijding. Met 15 miljoen euro kunnen lokale besturen hun lokaal sociaal beleid versterken. Outreachend werken en samenwerken met partners die kinderen en jongeren bereiken, is hier zeker een mogelijkheid, en daar hebben we met de Vlaamse regering de lokale besturen de ruimte voor gegeven.

Wat uw laatste vraag betreft: er wordt op verschillende niveaus samengewerkt met de CLB’s. Zoals eerder aangegeven, stemmen we onze online dienstverlening af met de CLB’s. Daarnaast zijn de CLB’s een belangrijke partner in de samenwerkingsverbanden ‘1 Gezin - 1 Plan’, die we versneld uitrollen en die we gebiedsdekkend voor heel Vlaanderen maken. Deze samenwerkingsverbanden hebben tot doel snel ondersteuning en hulp in te zetten en ze werken daarvoor samen met basisvoorzieningen, zoals de Huizen van het Kind, de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) en de CLB’s. Hierdoor brengen we de jeugdhulp dichter bij de mensen en vergroten we de contactmogelijkheden.

Tot slot zullen we ook vanuit de jeugdhulp extra investeren in het voorkomen van schooluitval bij kinderen en jongeren met een bijzondere nood. Vanaf 1 september zullen zes coördinatoren, in nauwe samenwerking met de coördinatoren Samen tegen schooluitval, die vanuit Onderwijs aangesteld werden, werken aan het vermijden van schooluitval binnen kleuter- en basisonderwijs en het vermijden van schooluitval of het heroriënteren naar school of werk bij leerlingen van het secundair onderwijs.

Mevrouw Verheyen heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoord, minister.

Ik heb me met deze vraag tot u gericht, in uw hoedanigheid als minister van Welzijn, maar ook als minister van Armoedebestrijding, maar ik ben me er echt wel van bewust dat dit een overkoepelend probleem is; er is niet alleen voor u een belangrijke rol weggelegd, maar ook voor uw collega’s, onder meer uw collega’s bevoegd voor de lokale besturen, het onderwijs en de jeugd. Het zal een collectieve inspanning moeten worden, niet alleen op Vlaams niveau, maar zeker ook op lokaal niveau.

We spreken constant over de verwoestende sociale impact van de coronacrisis. Het overgrote deel van de Vlaamse gezinnen heeft voldoende veerkracht en stabiliteit om de blijvende sociale impact op hun kinderen te vermijden – gelukkig maar. Er is echter ook een groep jongeren en kinderen die in huishoudens opgroeien waar dat geen evidentie is. Dat is een groep die sowieso, in normale tijden, al moeilijk te bereiken is. Het is voor die jongeren dat ik deze vraag stel.

Nu, ik twijfel er geen seconde aan dat u en de Vlaamse Regering deze jongeren een warm hart toedragen. Dat beweren zou ook heel oneerlijk zijn. U hebt net een aantal maatregelen opgesomd die genomen zijn. Deze Vlaamse Regering heeft al in voldoende extra middelen voorzien voor de lokale besturen ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen. Ze heeft de jeugdhulp structureel versterkt, zoals u net hebt aangehaald, ze heeft de Huizen van het Kind versterkt en ze heeft maatregelen genomen binnen de beleidsdomeinen Jeugd en Onderwijs. Tussen de indiening van deze vraag en nu hebt u ook aangekondigd dat u jaarlijks 1 miljoen euro zou toekennen aan bepaalde samenwerkingsverbanden geïntegreerd breed onthaal (GBO). Daar ben ik zelf heel gelukkig mee, want ook naar mijn regio en gemeente komt er extra geld. Alle extra middelen voor kwetsbare gezinnen, die juich ik alleen maar toe.

Nu, ik heb toch nog twee bijkomende vragen. Het is mij hier niet zozeer te doen om extra middelen, maar wat ik wel wil weten, minister, is of u het initiatief zult nemen of een leidende rol zult spelen om een systeem op poten te zetten om kwetsbare jongeren en kinderen tijdens de zomervakantie niet uit het oog te verliezen. Dat wil ik graag van u weten.

Dan nog mijn bijkomende vraag. vindt u dat die middelen – 1 miljoen euro voor het geïntegreerd breed onthaal (GBO) – voldoende zijn? Het zijn uiteindelijk 26 GBO’s over heel Vlaanderen.

Mevrouw Wouters heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, hoe kan men die kwetsbare gezinnen proactief detecteren en bereiken? Dus niet enkel de gezinnen waarvan men weet dat ze kwetsbaar zijn, het is ook belangrijk om kwetsbare gezinnen die nog niet als zodanig erkend zijn, te detecteren.

De vzw’s zouden hier een belangrijke rol kunnen spelen. Bijvoorbeeld vzw Domo ondersteunt kwetsbare gezinnen met kinderen tot 12 jaar. Worden met het huidige aanbod alle jongeren van alle leeftijden bereikt?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

In de voorbije periode hebben we gezien dat kwetsbare gezinnen en zeker kwetsbare kinderen en jongeren dikwijls moeilijk bereikt werden. Daar zijn heel veel inspanningen voor gedaan en het is belangrijk dat ze nu tijdens de vakantieperiode niet opnieuw onder de radar verdwijnen.

Er zijn dus een aantal maatregelen waar ik graag eventjes op inzoom, vanuit twee hoeken. Eén, signalen herkennen. Dat is vaak heel moeilijk. Het GBO, de OCMW’s, de CAW’s proberen daarrond proactief te werken. De sensibilisering van heel de bevolking is daarvoor noodzakelijk. Mensen moeten binnen hun buurt, vereniging of school signalen herkennen en mensen op weg zetten naar hulpverlening en dat kunnen aanreiken aan het GBO zodat we snel mensen kunnen bereiken. Er zijn heel veel inspanningen gebeurd om alert te zijn voor alleenstaande ouderen enzovoort. We moeten zo’n alertheid ook ontwikkelen met betrekking tot kinderen en jongeren.

Twee, als ik het goed heb begrepen was een van de mogelijke maatregelen de organisatie van buddygezinnen. Een gezin zou één of twee dagen per week een ander gezin begeleiden. Dat is eigenlijk een heel mooi voorbeeld van vermaatschappelijking van zorg. Wordt dat ondertussen op het terrein echt geïmplementeerd? Kunt u daarover informatie geven?

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, u herinnert zich wellicht dat ik hierover ook al vragen heb gesteld. Het is toch wel belangrijk dat we armoede, kansarmoede, kwetsbaarheid en probleemgezinnen niet tot een synoniem maken of op een hoop gooien. Armoede is een probleem van niet genoeg geld. Daar gaat wel stress mee gepaard, dat is een factor in kansarmoede en kwetsbaarheid, maar er spelen nog veel andere factoren.

Ik heb toch wel regelmatig de indruk dat we het feit dat gezinnen hulp nodig hebben, herleiden tot armoede. Gezinnen in armoede hebben geld nodig. Dat zijn niet noodzakelijk gezinnen waar heel veel problemen heersen buiten dat gebrek aan geld.

Dat legt de link naar mijn vraag. Ik wil er de nadruk op leggen dat er een aantal vzw’s en initiatieven zijn, vzw Domo werd al aangehaald, Born in Brussels is er nog zo één, die in plaats van die mensen puur op de radar te krijgen en hun te vertellen wat ze moeten doen, hen zelf mondig maken. Dat is uiteindelijk toch wat we willen? Dat kinderen en jongeren op een manier opgroeien dat ze zelfstandig en op een fijne manier in het leven kunnen staan.

Het project Born in Brussels geeft de mensen zelf de kans om multidisciplinair met hulpverleners te praten en om te gaan, om hun eigen leven in handen te leren nemen. De coronacrisis biedt daar een nieuwe kans. Zijn de gezinnen voldoende digitaal mondig gemaakt voor tijdens een eventuele volgende golf zodat ze zelf de hulpverlening kunnen aanspreken? Weten ze waar ze naartoe moeten? Is deze kans van de afgelopen maanden aangegrepen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, ik denk dat dit een zorg en bekommernis is die we allemaal delen. Zoals ik ook al geantwoord heb op de vraag van de heer Anaf, heb ik vorige week aan mevrouw Verheyen gevraagd om te kijken of die gegevens meegedeeld kunnen worden. Het is belangrijk om daarvan een juiste detectie te hebben. Ik hoop dat dat kan binnen het respect voor de nodige privacyregels. Het zou ook voor lokale besturen wel welkom zijn, om die ondersteuning op een juiste manier te kunnen geven. Daar staan we allemaal zij aan zij, denk ik.

Wat het geïntegreerd breed onthaal betreft: ik heb daar nu een eerste budget voor uitgetrokken om dat te ondersteunen. Is dit voldoende voor iedereen? Neen, collega Verheyen, dat is het niet, maar het is wel een belangrijke eerste stap. Als we binnen de begrotingsbesprekingen die we ongetwijfeld zullen hebben met het oog op de begroting 2021, daar extra middelen voor kunnen bekomen, ben ik zeker graag bereid om dat te doen. We hebben nog een aantal zaken die op poten staan: ik denk aan het maatschappelijk relancecomité en andere. Allicht zal dat ook nog wel opnieuw ter sprake komen.

Wat de vzw Domo betreft: dat is zeker een zeer waardevolle organisatie om kwetsbare gezinnen te ondersteunen. Via BurgersAanZet, waar zij lid van zijn, ondersteunen wij ook dit soort van organisaties en initiatieven. Daarnaast zal er ook nog een oproep komen omtrent huiswerkbegeleiding, waar organisaties zoals Domo, maar ook andere, op kunnen intekenen.

Wat de buddywerking betreft: ook via BurgersAanZet worden deze betrokken, zoals ook ArmenTeKort – daar hebben we het in deze commissie ook al over gehad. Ook daar heb ik geld voor uitgetrokken om die te ondersteunen, rechtstreeks te ondersteunen aan de ene kant, maar ook bij lokale besturen aan te bevelen aan de andere kant.

Wat de digitalisering betreft, collega Groothedde: dat is natuurlijk een bredere vraag. Wij hebben daar in de schoot van de Vlaamse Regering onlangs nog over gesproken. Ik heb wat jeugdhulp betreft daar zelf middelen voor uitgetrokken, maar minister Weyts heeft ook bijkomende middelen uitgetrokken voor die digitale ondersteuning voor schoolgaande kinderen; dat kan in dit kader ook een belangrijke stimulus zijn.

Mevrouw Verheyen heeft het woord.

Ik ga mijn hele betoog niet herhalen, want de voorzitter heeft graag dat we het kort houden.

Ik wil toch nog meegeven dat het wel een bezorgdheid is. Er zijn kinderen die sinds maart niet meer naar school geweest zijn, die ook toen de scholen opnieuw open waren, niet meer op de schoolbanken geraakt zijn. Nu staat de zomervakantie voor de deur. Er zijn heel mooie initiatieven, zoals de zomerschool, maar die kinderen gaan dat volgens mij ook niet graag hebben. Dat is juist de groep kinderen waar ik het hier over heb, waar ik mij veel zorgen over maak. In mijn eigen gemeente zie ik dat ook.

Ik ben eigenlijk wel blij met uw antwoord, minister. Het is een heel belangrijk thema, ik hoor dat ook aan de reacties van de collega’s. Maar ik wil toch nog oproepen, minister: laat het niet los, betrek uw andere collega’s daar ook bij, en ook de lokale besturen, zodat deze groep zeker niet vergeten wordt en wij ons ervan bewust zijn dat die groep er wel is, al is het misschien een heel kleine groep. Binnenkort is het september en zitten er voor die kinderen zes maanden tussen zonder veel sociale contacten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.