U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer De Meester heeft het woord.

Voorzitter, de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) is de afgelopen weken met nieuwe cijfers over sociaal wonen naar buiten gekomen. Het gaat dan enerzijds om de aanvulling van het aantal sociale woningen en anderzijds om het aantal mensen op de wachtlijst.

Minister, u hebt altijd verklaard dat sociale woningen voor de Vlaamse Regering een prioriteit zijn en dat de Vlaamse Regering enorme inspanningen levert. We moeten echter vaststellen dat deze legislatuur met een serieus valse noot is begonnen.

In 2019 zijn er netto 895 nieuwe sociale woningen bij gekomen. Dat is niet veel. De wachtlijst is ook niet om vrolijk van te worden. We zitten nog altijd met meer dan 150.000 wachtenden. Er staan 153.000 gezinnen op de lijst. Dat is maar een beetje gezakt, met ongeveer 500 wachtenden. Aan het huidig tempo zijn we nog voor ongeveer drie eeuwen zoet voor we die wachtlijsten hebben weggewerkt. Die tijd hebben we natuurlijk niet. Wij hebben die tijd wel, maar de mensen op de wachtlijst niet, dat is zeer duidelijk.

Het is bovendien een oneven jaar, wat betekent dat de cijfers in verband met de wachtlijsten net zijn geüpdatet, geactualiseerd en uitgekuist. De mensen die niet in aanmerking komen, zijn geschrapt. Het is eigenlijk vrij alarmerend dat we zelfs in een correctiejaar maar een daling met 500 wachtenden zien.

Als we dit met 2017, het vorige oneven jaar, vergelijken, zien we een toename met bijna 18.000 gezinnen op de wachtlijst. Dat is ernstig. De Vlaamse Regering krijgt de wachtlijst niet onder controle. In Antwerpen staan, zelfs in een oneven jaar, meer dan drieduizend mensen meer op de wachtlijst. Dat is vrij dramatisch.

Minister, u hebt in de krant verklaard dat het van in het begin duidelijk was dat we die wachtlijst niet helemaal weg zouden krijgen. Niemand heeft uiteraard ooit gevraagd, verwacht of gehoopt om die wachtlijst in een legislatuur weg te werken. Met 900 bijkomende sociale woningen op een jaar is dit echter een slakkengangetje. Het mag van mij iets meer zijn.

Hoe verklaart u die 895 woningen en de knik in de groei van het aantal nieuwe sociale woningen? Welke trends verwacht u voor de volgende jaren? Hoe zult u het aantal sociale woningen doen toenemen? Denkt u dat het huidig tempo volstaat om een antwoord te geven op de crisis op de huurmarkt?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer De Meester, ik merk dat de interpretatie van cijfers voor de studiedienst van de PVDA een moeilijkheid blijft. Er is, voor alle duidelijkheid, geen daling van het totaal aantal sociale huurwoningen. U laat dat uitschijnen, maar dat is niet het geval.

Het is wel zo dat de stijging minder sterk is dan de jaren voordien. Daarover ga ik u een duidelijk antwoord geven. Het aantal stijgt, ook in 2019, met 895 sociale huurwoningen van 156.390 einde 2018 naar 157.285 einde 2019. Graag de correcte cijfers dus.

Er is inderdaad wel een minder sterke toename van het sociale huurpatrimonium van de SHM’s. Dat cijfer geeft het aantal sociale huurwoningen weer dat er in 2019 is bij gekomen min het aantal sociale huurwoningen dat in 2019 uit patrimonium werd genomen. Dat kan door verkoop van sociale huurwoningen, door afbraak – vaak gevolgd door vervangingsbouw –, of door grondige renovatie. In dat laatste geval veranderen de kenmerken van de gerenoveerde woning zodanig sterk dat de SHM beslist om de woning als nieuw te registreren in haar databank. De oude woning wordt ‘gehistoreerd’: ze krijgt een einddatum en zal niet meer worden opgenomen in de cijfers.

In 2019 zijn er maar liefst 2163 woningen ‘gehistoreerd’, dat is het hoogste cijfer van de afgelopen 10 jaar. Van die 2163 woningen zijn er 397 verkocht; de overige 1766 woningen zijn afgebroken of in grondige renovatie.

De afbraak of grondige renovatie van sociale huurwoningen zorgt voor de soms eigenaardige schommelingen in de cijfers. De SHM beslist zelf op welk moment een woning wordt ‘gehistoreerd’. Dat loopt uiteen van het moment waarop de woning buiten gebruik wordt gesteld tot aan de start van de afbraak- of renovatiewerken. De daling is dan tijdelijk. Dat is belangrijk om te benadrukken. Het sociale huurpatrimonium van de SHM wordt weer groter zodra de renovatie is voltooid of zodra de nieuwe woningen zijn opgeleverd.

U hebt ook begrepen dat er geen eenduidige relatie is tussen het geïnvesteerde budget en de netto-toename van het sociale huurpatrimonium van de SHM’s. Een vervangingsbouw van 20 bestaande sociale huurwoningen door 25 nieuwe sociale huurwoningen geeft dezelfde netto-toename als een vervangingsbouw van 5 bestaande door 10 nieuwe, maar het benodigde budget ligt beduidend hoger.

Op basis van het resultaat van het afgelopen jaar kunnen we niet van een dalende trend op de wachtlijst spreken. Het hoge aantal ‘gehistoreerde’ woningen toont net aan dat de sector sterk inzet op de renovatie of vervangingsbouw van het verouderde patrimonium. De huidige energienormering zorgt ervoor dat SHM’s vaker kiezen voor een grondige renovatie of zelfs overgaan tot afbraak.

Ik doe dan ook geen voorspellingen over de aangroei van het sociale huurpatrimonium in de komende jaren. Wat mij betreft, is het wel een goede zaak. U weet dat er ook nog een ander debat speelt, namelijk het klimaatdebat. Ik ben eergisteren nog naar Hasselt geweest, waar de SHM Cordium erg inzet op het gebruik van nieuwe energietechnieken, op vernieuwbouw. Het is vaak voordeliger om woningen af te breken en nieuwe te zetten dan te renoveren. Daar moet ook naar worden gekeken. Die twee spelen op elkaar in.

Hoe zal ik het aantal nieuwe sociale woningen opnieuw laten toenemen? Er zitten heel wat projecten in de pijplijn. Op 31 december 2019 zaten er 14.825 sociale huurwoningen in het geplande sociaal woonaanbod. Opgesplitst naar status, betekent dit dat 1592 woningen op de meerjarenplanning staan, 5380 woningen op de kortetermijnplanning en maar liefst 7853 woningen in projecten in uitvoering. Dat is wat er nu loopt. Los daarvan blijf ik de komende maanden en jaren uiteraard naast renovaties inzetten op nieuwe sociale huurwoningen.

Er loopt momenteel een bevraging bij de gemeenten over het sluiten van een sociaal woonbeleidsconvenant. Het dossier gaat eerstdaags voor advies naar de Inspectie van Financiën. Als alles goed gaat, bezorgt de VMSW in de loop van deze maand aan een zestigtal gemeenten een ontwerpconvenant met daarin een afgesproken contingent aan sociale huurwoningen. In totaal gaat het om zo’n 3200 bijkomende sociale huurwoningen. Na goedkeuring op de gemeenteraden zal ik de convenanten ondertekenen. Zo kunnen de gemeenten opnieuw aanspraak maken op financiering voor nieuwe sociale huurwoningen.

Kort na het zomerreces wordt CBO 2020 (constructieve benadering overheidsopdrachten) gelanceerd. Naar verwachting zal er door de lockdown en de coronamaatregelen een grotere interesse vanuit de private sector zijn om in de procedure in te stappen. Daarom trek ik een budget uit van 100 miljoen euro voor sociale huurwoningen en 30 miljoen euro voor sociale koopwoningen. Alle middelen die we investeren in sociale woningbouw, kunnen worden gezien als een belangrijke impuls voor de bouwsector in het kader van relance. Na corona speelt natuurlijk ook dat argument.

Medio 2019 werd ook een nieuwe ‘design and build’-procedure opgestart. Doel is voor een periode van vier jaar een raamovereenkomst te sluiten voor het ontwerp en de bouw van sociale woningen. De raamovereenkomst is opgedeeld in vijf percelen, een perceel voor elke Vlaamse provincie. Intussen werd er voor elk perceel een laureaat gekozen. Die zal in onderhandeling gaan met de betrokken SHM’s. Die kunnen de private ontwikkelaar de opdracht geven om op hun grond sociale woningen te realiseren. Zo kunnen we dus tegelijk zorgen voor de heropleving van de bouwsector en de toename van het aanbod aan sociale huurwoningen.

Last but not least, u weet wellicht dat mijn voorganger in 2018 een proefprocedure SVK Pro lanceerde. Via SVK Pro willen we projectontwikkelaars stimuleren om woningen te bouwen die ze voor een periode van achttien jaar verhuren aan een sociaal verhuurkantoor (SVK). Die procedure werd inmiddels geëvalueerd en we hebben er lessen uit getrokken. Dit najaar zal ik een nieuwe SVK Pro-procedure lanceren. Eerstdaags zullen we de gemeenten en de SVK’s al informeren over de nieuwe procedure. Voorafgaandelijk aan de lancering van de oproep zal er immers opnieuw een behoeftebevraging plaatsvinden. SVK’s dienen in kaart te brengen op welke locaties zij een behoefte hebben aan bijkomende ‘inhuurnames’. Die behoeftebepaling bespreken zij vervolgens op het lokaal woonoverleg. Tot slot voert de gemeente daar een lokale woontoets uit.

U vroeg of ik denk dat het huidige tempo bij de aangroei van het aantal sociale woningen een afdoend antwoord biedt op de crisis aan de onderkant van de woonmarkt. Ik denk dat duidelijk is dat het verhaal net iets complexer dan uw vraagstelling. De SHM’s en de SVK’s leveren vandaag al goed werk, en we zullen vragen dat ze de komende jaren nog een tandje bijzetten. We plaatsen daar ook het nodige budget tegenover. We betrekken ook graag de private sector bij het realiseren van sociale woningen. Door te blijven inzetten op dat bijkomende aanbod aan sociale huurwoningen proberen we een antwoord te bieden op de crisis aan de onderkant van de woonmarkt. U weet echter ook dat het geen tuinhuisjes zijn die we bouwen. Je zet die niet door een keer door te werken in een weekend. Bouwen vergt tijd. Ik wil u één ding heel duidelijk maken: de SHM’s hebben geen wachtlijst, in die zin dat, als zij projecten indienen en die voldoen aan alle voorwaarden, we hen onmiddellijk kunnen laten bouwen. Dan kan daar geld tegenover worden gezet. Dat is een belangrijke nuance. Die SHM’s draaien nu volop. Voor de bouw is er dus geen wachtlijst. Zodra de SHM’s die vraag stellen, kunnen ze eraan beginnen.

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, u blijft maar herhalen dat de PVDA-studiedienst slecht is wat cijfers betreft, maar u bent bijzonder slecht in begrijpend luisteren. Ik heb namelijk nergens en nooit beweerd dat er een daling zou zijn van het aantal sociale woningen. Ik heb hier letterlijk gezegd dat ik een netto aangroei van 895 woningen te weinig vind. Daar gaat het natuurlijk over. U blijft een beetje rond de pot draaien. U probeert mij hier nu het verschil tussen bruto en netto uit te leggen. Dat had ik natuurlijk wel door. Achter die 895 die er netto bijkomen, zitten twee realiteiten. Er is het saldo van het aantal opgeleverde nieuwe sociale woningen, en uiteraard het aantal woningen die uit het patrimonium verdwijnen. U doet uitschijnen dat u op dat vlak enorme inspanningen levert, qua vernieuwbouw en zo, maar weet u eigenlijk hoeveel sociale woningen structureel leegstaan omdat ze wachten op renovatie? Duidelijk niet. Dat zijn er 7000, 7000 sociale woningen die al jaren structureel leegstaan in afwachting van renovatie. Dat gaat dus niet over frictieleegstand. Dat wegwerken zou toch een van de prioriteiten moeten zijn, bijvoorbeeld.

U zegt dat er veertienduizend sociale woningen in de pijplijn zitten, een deel op korte termijn, een deel niet. Ik zou de details van die tabellen graag zien, want dat lijkt misschien ietsje meer dan de vorige legislatuur, maar niet noodzakelijk zo heel veel meer. Als ik de cijfers goed uit het hoofd ken, heeft men de vorige jaren altijd gemiddeld ongeveer tweeduizend nieuwe sociale woningen per jaar opgeleverd, ook in de voorbije legislatuur.

Dus die 14.000 – alles hangt af van de timing – lijkt mij niet de grote quantumsprong vooruit die we nu eigenlijk nodig hebben voor het sociaal woonbeleid.

SVK Pro is natuurlijk totaal geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag gaat over sociale woningen. SVK is iets anders en over SVK Pro wil ik op een ander moment wel eens een boom opzetten, maar dat is geen antwoord op mijn vraag over sociale woningen.

Minister, beseft u voldoende de urgentie van het probleem? Finland is een voorbeeld dat me altijd bijzonder intrigeert. En dat is geen Sovjetrepubliek, minister, voor alle duidelijkheid. In Helsinki zijn ze nu van plan om vierduizend sociale woningen per jaar te gaan bijbouwen. Helsinki, een stad! Ik denk dat de lat dus toch wel iets hoger ligt dan waar ze nu ligt.

De heer Veys heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Collega's, ik heb het gevoel dat er hier inderdaad wat rond de pot wordt gedraaid. Dat is wel beter dan van de pot gerukte uitspraken, want die hebben we hier ook al gehad. Maar één ding is zeker: de mensen op de wachtlijst hebben daar allemaal niets aan. We bouwen vandaag te weinig. Punt.

Dus laten we tot de essentie komen. Het discours van de minister geeft aan dat het allemaal niet zo erg is, dat het wel meevalt, dat de SHM’s hun best doen. Het is alsof we 100 euro nodig hebben en we content zijn omdat we 5 euro hebben ingezameld. Maar inderdaad, op die manier kom je er heel traag en niet op tijd.

Onlangs kregen we het nieuws van de nieuwe wachtlijsten. Collega De Meester haalde het al aan: het feit dat het in veel gemeenten stijgt, in een actualisatiejaar, is ongezien. En dat geeft ook echt die nood aan. Mogelijk zullen de mensen van de meerderheid zeggen dat dat komt omdat ze een huurpremie hebben en dat ze daarin blijven wonen terwijl ze het niet echt nodig hebben. Maar dat betekent ook dat de mensen steeds langer moeten wachten. Dat is ook een reden die men aangeeft.

Minister, ik vraag u graag nog eens naar de ambities. Want met gemiddeld 2000 per jaar komen we er niet. Volgens de cijfers van collega De Meester zitten we daar nog eens onder.

Er moet een nieuw sociaal objectief worden geformuleerd tegen het einde van de legislatuur. Hebt u daarrond een ambitie, een idee? Wat is volgens u in Vlaanderen een goed percentage om naar te streven? Wij zitten aan 6 procent, Frankrijk aan 18 procent, Nederland aan 29 procent. De percentages van de Scandinavische landen liggen allemaal tussen de 15 en de 20 procent. Collega De Meester verwees al naar Finland. Wat is voor u een doelstelling? Waar wilt u binnen vijf of tien jaar landen? Waar wilt u naartoe? Wat vindt u redelijk? Wat is naar uw mening een voldoende aantal sociale woningen in Vlaanderen?

En hoeveel wilt u er realiseren tijdens deze legislatuur? Er is al gesproken over 14.000, ook over 12.000. De renovatie is daarbij geteld. Wij vinden dat we wat ambitieuzer moeten zijn en door daar een getal op te plakken, kunnen we daar ook naar streven. Lukt dat niet, dan zullen er daarvoor redenen zijn. Maar we moeten toch minstens die ambitie hebben.

Ik kijk even naar die ambitie. U spreekt altijd over de 4,2 miljard euro die wordt geïnvesteerd. Wij trekken dat niet in twijfel. Dat is zo. Maar we zien dat dat niet voldoende zal zijn en dat het te lang zal duren om het doel te bereiken. Dan heb je de optie: ofwel ga je elders geld zoeken ofwel ga je geen geld zoeken. De Europese Green Deal legt zoveel nadruk op de renovatie van woningen, ook van sociale woningen. Dat geld is er. Mijn collega Tobback en ik heb dat al een paar keer voorgesteld, zowel aan u als aan minister Demir. De vraag is: bent u daarin geïnteresseerd? Hebt u al eens gekeken bij Europa, contact opgenomen? Is dat een optie? Kunnen we daarnaartoe?

Ik sluit af. U zegt dat de SVK’s en SHM’s goed werken en dat u hun zult vragen om nog meer te doen. Maar u zult ze ook vragen om bezig te zijn met structuren, met visies. En dat zal de aandacht weghouden van projectontwikkeling, vrezen wij. Volgens ons botst dat een beetje.

Minister, wat is volgens u een goed target, een goed percentage en een goed aantal woningen om tijdens deze legislatuur te bouwen? En zult u met Europa bekijken of er middelen kunnen worden aangesproken om nog meer en nog sneller te kunnen renoveren?

Mevrouw Verheyen heeft het woord.

Minister, het is erg belangrijk dat we in dezen de discussie correct voeren. Eén woordje verschil maakt vaak een wereld van verschil. Dat is hier niet anders.

Minister, u haalde het al aan: er zijn meer sociale woningen in 2019 dan in 2018. De toename in vergelijking met het jaar ervoor is natuurlijk minder groot. Collega De Meester heeft dat helemaal begrepen, zei hij zonet. Dat is goed.

Ik pik er voor alle duidelijkheid en voor de volledigheid een elementje uit. Als we de cijfers van de VMSW er volledig bijnemen, zien we dat er nog nooit zoveel sociale woningen 'gehistoreerd' zijn. Ze worden ofwel zeer grondig gerestaureerd, ofwel worden ze afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. In 2019 ging dat om meer dan 2100 woningen, het hoogste aantal in de afgelopen 10 jaar. Ik vind dat belangrijk om hier mee te geven.

Collega’s, sociale woningen worden ook niet gebouwd van vandaag op morgen. De minister heeft zijn punt gemaakt, ik heb mijn punt ook nog eens gemaakt. Ik ga niet mee in die sfeer van wat is een goed beleid en wat is een slecht beleid…  Jullie mogen dat, even goede vrienden. Geen probleem.

Minister, u had het net over het feit dat u met een aantal gemeenten een sociaal woonbeleidsconvenant zou afsluiten. Denkt u ook nog aan een nieuwe, bijgestelde voortgangstoets? Gaat die er nog komen? En als dat zo is: binnen welke termijn?

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Ik volg al bijna elf jaar Wonen op. Het zijn altijd dezelfde vragen die terugkomen.

De wachtlijst staat vandaag inderdaad op 150.000. Dat was zeer voorspelbaar. We weten ook dat de theoretische lijst eigenlijk 300.000 mensen telt. Slechts 23 procent van de mensen die recht hebben op een sociale woning schrijven zich in. Soms doen ze het niet omdat ze geen sociale woning willen, of omdat ze niet in een dergelijke wijk willen wonen. Of ze weten dat het soms drie tot vier jaar duurt of, als je alleenstaande bent, soms zes of zeven jaar om een woning te verkrijgen. Ik heb altijd al gezegd dat het loutere bijbouwen van sociale woningen onvoldoende is. Waarom?

Minister, het is de eerste keer dat dit zo expliciet wordt toegegeven. Wij hebben dat altijd aangehaald. Er was al in 2009, bij het beleid van mevrouw Van den Bossche, een structureel renovatiebudget van 3 miljard euro nodig om 25.000 sociale woningen volledig te renoveren. Dat is ook nodig. De mensen met een laag inkomen willen geen hoge factuur voor de elektriciteit en de verwarming. Tenzij ze ook nog elektrisch verwarmen, want dat gebeurt ook nog in de sociale huisvesting.

Je kunt Vlaanderen niet vergelijken met Helsinki. In Vlaanderen wonen er 6 miljoen mensen. Ik weet niet hoeveel er in Helsinki wonen. De ruimtelijke ordening is daar heel anders geconcentreerd. Sociale woningen worden daar ook aan de middenklasse toebedeeld. Bij ons is dat voor de allerzwaksten. Er is daar een heel andere dynamiek. Dat gebeurt daar met stedelijke bedrijven, zoals ook in Oostenrijk. Daar heb je zogezegd 50 procent sociale huisvesting, maar daar doet ook een deel van de middenklasse een beroep op. Zoals ook in Nederland het geval is.

Belangrijk in dit hele dossier is dat we al met 20 jaar structurele achterstand zitten. De renovaties worden aangepakt, en dat is goed. Maar we zien ook dat 2163 woningen 'gehistoriseerd' zijn. Ze worden afgebroken. Er worden er ongeveer, gemiddeld, een 2500 bijgebouwd, of maximaal 3000. De huisvestingsmaatschappijen, de bouwsector en de aannemerij kunnen dat niet aan. Je kunt zoveel doen als je wilt, maar je moet aanbestedingen hebben en aannemers. Je stuit daar op grenzen inzake de aannemerij.

Minister, heel belangrijk in dit debat is wat er netto bijkomt. Vaak worden mensen die vandaag al in een sociale woning zitten geherhuisvest. Ik zeg al jaren dat je te weinig nieuwe mensen kunt helpen.

Op jaarbasis zien we dat in totaal 10.000 of 11.000 woningen worden toegewezen, maar zeker 30 procent gaat naar herhuisvesting. Als in ongeveer 308 gemeenten 7000 woningen worden toebedeeld, is het moeilijk.

Ik weet dat de Vlaamse Regering en de linkse partijen er voorstander van zijn om per se woningen bij te bouwen, maar dat gaat traag. Er moet een vergunning en een subsidiëring zijn. Het nieuwbouwtraject duurt gemakkelijk vier tot vijf jaar. Dan moet nog herhuisvesting plaatsvinden.

Ik wil de mensen van sp.a, de PVDA en Groen ook eens zeggen dat de grond opgeraakt. De SHM’s beschikken nog over amper 1500 hectare. Als het deze legislatuur niet gebeurt, moeten we daar in de volgende legislatuur sowieso eens over nadenken. De grond geraakt op en er zijn geen mogelijkheden om steeds nieuwe woningen te bouwen. Ik denk dan ook dat de tijd rijp is voor andere concepten om betaalbaar wonen te realiseren. Voor mij is het doel belangrijk. Een sociale woning moet dienen voor iemand die in een bepaalde periode in zijn leven niet in staat is de normale huur te betalen. (Opmerkingen van de voorzitter)

Minister, is het geen tijd om de oude, vooroorlogse structuren te verlaten en het debat te openen over hoe we met dezelfde middelen hetzelfde voor meer mensen kunnen doen?

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Mevrouw Van Volcem, volgens u krijgen we hier al tien jaar hetzelfde debat en dezelfde vragen. Dat klopt, maar het probleem is dat het probleem niet opgelost geraakt. We reiken vanuit onze perspectieven allerlei oplossingen aan, maar het probleem groeit alleen maar.

Ik maak me er zorgen om dat de wachtlijst van kandidaat-huurders de voorbije jaren gigantisch is gegroeid. Op een paar jaar tijd is dat aantal van 120.000 tot 150.000 wachtenden gestegen. Het stagneert dit jaar op 150.000 wachtenden, maar dit is een ongelooflijk belangrijk jaar. De ministers van Wonen van de N-VA hebben altijd verklaard dat de investeringen historisch hoog waren en dergelijke. We hebben dit altijd aangemoedigd en goed gevonden, maar de doorlooptijd voor nieuwe sociale woningen is, zoals u terecht hebt gezegd, ongeveer vier of vijf jaar. Die historische investeringen zijn in 2014 begonnen en het is nu 2020. De wachtlijst is niet kleiner geworden, wat betekent dat de investeringen niet tegemoet komen aan de noden die er zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is hier de komende jaren rekening mee te houden, want dat betekent dat de wachtlijsten niet kleiner zullen worden. Dit betekent dat de historische investeringen, ook al zijn ze hoog, niet hoog genoeg zijn. Er is nood aan extra flankerend beleid.

Mijnheer Veys, u hebt daarnet een vraag over het bindend sociaal objectief (BSO) gesteld. In het verlengde daarvan wil ik ook een bijkomende vraag stellen. We hebben het hier in het verleden al vaak over gehad. We hebben een nieuw BSO nodig. Ik zou ertoe willen oproepen om dat BSO voldoende ambitieus te maken, zeker als we zien voor welke uitdagingen we staan. Andere partijen, ook in de meerderheid, hebben hier ook al toe opgeroepen.

Minister, is het voor u een optie om lokaal te differentiëren? Daarover hebben we het in het verleden ook al gehad. We zien waarom de ambities in Helsinki zo hoog zijn. De lokale noden zijn heel verschillend. In steden zijn de noden veel hoger en in bepaalde gemeenten zijn de noden minder hoog. Het BSO is in heel Vlaanderen hetzelfde. De vraag is of we geen efficiënter beleid voor de sociale huisvesting zouden kunnen voeren indien we lokaal zouden differentiëren, de grootste noden eruit zouden halen en daarvoor dan met een puntensysteem te werken.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mevrouw Verheyen, over de voortgangstoets wordt volgende week met de gemeenten gecommuniceerd.

Mevrouw Van Volcem, we hebben het daar al verschillende keren over gehad. Intellectueel kan ik daarin meegaan. Dat is een debat dat we kunnen voeren.

Het is de keuze of we x bedrag – het gaat niet helemaal over 4,2 miljard euro want dat zijn schulden die we aangaan – dat we nu begroten voor sociale woningen, gaan besteden aan de bouw of aan mensen ondersteunen op de private huurmarkt. Het is een correcte discussie die men kan voeren, maar de keuze is natuurlijk gemaakt in het regeerakkoord – we hebben het er nogal over gehad – en er is gekozen voor de bouw. Ik ben het helemaal eens met u dat het trager gaat en dat het zijn doorlooptijd nodig heeft. Ik kan nogmaals herhalen wat ik daarnet heb gezegd: als huisvestingsmaatschappijen, hetzij voor renovatie, hetzij voor nieuwbouw, met dossiers komen, dan kunnen ze daar onmiddellijk aan beginnen. Bij het agentschap of de VMSW bestaat daarvoor geen wachtlijst. Als ze projecten hebben, kunnen ze beginnen. Ik ben het helemaal eens: ze werken zo hard ze kunnen aan de nieuwe projecten. Men moet inderdaad rekening houden met het feit dat de bouw moet kunnen volgen. Misschien dat het nu door corona enigszins is veranderd want er zijn heel wat andere investeringen uitgesteld. In elk geval, er kan direct aan wordt begonnen. Dat is zeker juist.

Een tweede punt dat u zeer terecht aanhaalt en dat de andere collega's vergeten, is dat een wachtlijst twee uiteinden heeft. Mevrouw Moerenhout, enerzijds zijn er mensen die uitstromen naar een sociale woning, maar je kunt toch niet ontkennen dat er aan het einde van die wachtlijst de laatste jaren zeer veel mensen zijn bijgekomen. Je kunt eraan werken om die wachtlijst vooraan te laten leeglopen naar de sociale huisvesting, maar er komen er aan het einde bij. Voor een groot deel is dat natuurlijk het gevolg van onder andere de migratie die we de laatste jaren hebben gehad. Dat is ook iets wat men niet kan ontkennen en het komt er sowieso bij.

Mijnheer Veys en mevrouw Moerenhout, je kunt die wachtlijst heel gemakkelijk inkorten door bijvoorbeeld de inkomensgrenzen te wijzigen. Misschien moeten we die zetten op het niveau van Brussel, waar jullie mee in het bestuur zitten. Ik maak graag de vergelijking: het netto-belastbaar inkomen op jaarbasis mag in Brussel niet hoger zijn dan een kleine 23.000 euro voor een alleenstaande, in Vlaanderen is dat 25.300 euro. In Vlaanderen hebben dus meer mensen dan in Brussel recht op een sociale woning. Ik heb het nu alleen over de alleenstaanden, maar ik kan u de cijfers geven voor een gezin. Voor een gezin met één inkomen is dat in Brussel 25.500 euro, in Vlaanderen 27.500 euro. Voor een gezin met verschillende inkomens is dat in Brussel 29.154 euro, in Vlaanderen is dat zelfs 37.974 euro. In Vlaanderen hebben veel meer mensen recht op een sociale woning. Dan is het natuurlijk ook logisch dat de wachtlijst langer is, maar toch is in Brussel de wachtlijst in verhouding langer. Er staan een kleine 50.000 mensen op de wachtlijst, een derde van in Vlaanderen, maar Brussel heeft maar een zesde van het inwonersaantal. Vlaanderen is zes keer groter dan Brussel. Om dan te komen afgeven dat Vlaanderen er niet zijn best voor zou doen, dat vind ik, eerlijk gezegd, heel jammer en politiek heel oneerlijk. We doen wel degelijk wat we kunnen.

Wat mevrouw Van Volcem zegt, is heel juist. Er is een theoretische wachtlijst die nog groter is, namelijk 250.000 tot 300.000. Ik vermoed dat die zelfs zal aangroeien. Er is corona geweest, de sociaaleconomische situatie zal zich de komende jaren en maanden ook laten voelen. De vrees bestaat dat die theoretische wachtlijst op zijn minst, en dus waarschijnlijk ook de uitloop naar de effectieve wachtlijst, zal oplopen.

Ik maak mezelf ook geen illusies: we weten dat we die niet helemaal zullen wegwerken. Ik denk dat we alles doen wat we moeten doen om de wachtlijst aan de voorkant zoveel mogelijk weg te werken. We bouwen massaal. Er is nog nooit 4,2 miljard euro uitgegeven. Het onderscheid tussen nieuwbouw en renovatie is ook een erfenis uit het verleden. U kunt er van zeggen wat u wil, maar situaties zoals wonen in Gent van een paar jaar geleden, willen we ook niet meer. Ik hoop dat niemand daarvoor pleit. Alles inzetten op nieuwbouw, zou sneller de wachtlijst doen afnemen, maar heel snel zouden we opnieuw verhalen krijgen over lamentabele woningkwaliteitsnormen in sociale woningbouw. Dat kunnen we ook niet maken. We moeten wel degelijk op die twee inzetten. Tel daar nog eens de extra investeringen bij voor het klimaat en de kosten die daarbij horen – ook een belangrijk thema, dat zal niemand van jullie ontkennen –, dan zetten we met de middelen die we hebben, maximaal in op het wegwerken van de wachtlijst.

Ik denk dat ik daarover ongeveer alles heb gezegd.

Mijnheer De Meester, Finland is inderdaad geen Sovjetstaat, maar ze hebben daar over de communisten in elk geval niet veel goeds te zeggen.

Ik heb gezegd dat nieuwe projecten altijd worden goedgekeurd. Wat de opdeling per projecten betreft die u vraagt, daar moet u zeker eens een schriftelijke vraag over stellen. We zullen die zo goed mogelijk beantwoorden. Nog eens, in totaal zitten er 15.000 woningen in de planning, met 1500 op lange termijn, een kleine 8000 in uitvoering en de rest in de kortetermijnplanning. Ik denk dat ik daarmee ongeveer alles heb gezegd.

De heer De Meester heeft het woord.

Mevrouw Van Volcem, u zegt dat wij elk jaar dezelfde vraag stellen. Ja, omdat er natuurlijk elk jaar hetzelfde probleem is en dat niet opgelost raakt. Minister, ik vrees dat wij volgend jaar opnieuw exact dezelfde discussie zullen hebben, want met wat u hier nu komt te vertellen, zal het probleem helemaal niet opgelost geraken.

Ik denk dat het mevrouw Van Volcem was die het argument heeft gebruikt dat de grond op is. Ik heb al veel drogredenen gehoord om niet te investeren in sociale woningbouw, maar dat slaat echt wel alles: ‘de grond is op’. Beste leden van deze commissie, ik zal jullie eens op studiereis meenemen naar Gent, om alle nieuwe ontwikkelingen te bekijken. Daar worden geen sociale woningen gebouwd, maar peperdure appartementen. Mijn punt is dat dit natuurlijk gaat over keuzes maken, over de vraag welke prioriteiten men legt in het bouwbeleid. Het is niet de grond die op is, maar de inspiratie bij de minister, denk ik.

Het is superbelangrijk om te beseffen dat elke euro die wordt geïnvesteerd in sociaal wonen zijn inzet dubbel en dik waard is. Er zijn studie die aantonen dat elke euro die wordt geïnvesteerd in het bouwen van sociale woningen, in een SHM een multiplicatoreffect van drie voor de economie heeft. Ik heb het dan nog niet over de daling met 40 procent van het armoederisico bij sociale huurders, omdat de correctie op de marktprijs die mensen natuurlijk extra koopkracht geeft, die ook in de economie wordt geïnjecteerd. Dat gaat over ongeveer 600 miljoen euro per jaar.

Minister, wat me vooral verontrust, is dat u helemaal op het einde opnieuw het probleem begon te relativeren. Dat vind ik bijzonder jammer. U lijkt er zich gewoon bij neer te leggen dat die wachtlijst elk jaar zal blijven stijgen. U geeft een hele uitleg over instroom en uitstroom. Er is niemand op de wachtlijst die daar ten onrechte op staat. Al wie daar ten onrechte op staat, wordt uitgezuiverd. Als die wachtlijst blijft toenemen, dan is dat dus omdat steeds meer mensen op de private huurmarkt niet aan betaalbare woningen geraken en dringend een oplossing nodig hebben. Daar gaat het natuurlijk over. Ik ben het helemaal eens met collega Moerenhout en collega Veys als die zeggen dat de fundamentele vraag eigenlijk is, waar u trouwens niet op hebt geantwoord, minister, naar welk soort nieuw bindend sociaal objectief wij eigenlijk moeten streven. Mevrouw Van Volcem had die discussie eigenlijk op een goede manier geopend door die vergelijking te maken met andere landen, met Nederland, Duitsland en zo, waar het aandeel sociale en publieke huisvesting veel hoger ligt. Ze zei dat dat komt omdat in die landen sociale woningen niet alleen voor de allerarmsten zijn bedoeld, maar ook voor een stuk voor de middenklasse, voor de werkende bevolking, laten we zeggen. Dat is natuurlijk het hele punt. In die landen is er inderdaad een heel ander concept, een veel beter, rendabeler en toekomstgerichter concept van sociale woningbouw. Minister, die discussie zouden we natuurlijk beter voeren, in plaats van te vergelijken met Brussel. Als men vergelijkt met de regio’s of landen waar het slechter is, dan organiseert men zelf een soort race naar de bodem, terwijl we eigenlijk een race naar de top nodig hebben. Men zou veel beter vergelijken met landen als Finland, of bijvoorbeeld met steden als Wenen en Helsinki, die dat op een totaal andere, veel bredere manier aanpakken, meer in de vorm, inderdaad, van een soort volkshuisvesting, niet alleen voor de armsten, maar voor een deel van de middenklasse.

Maar we zouden beter lessen trekken uit die voorbeelden in plaats van die zomaar te negeren. De hoofddiscussie blijft dat u met het beleid dat u nu voert, niet in staat bent die wachtlijst terug te dringen. Dat moet toch een permanent alarmsignaal blijven. Dit is uiteindelijk het uitgangspunt: we bouwen niet zomaar sociale woningen, maar omdat er een enorme nood aan is. Die nood wordt met uw beleid niet gelenigd. Ik zal daar in deze commissie blijven op hameren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.