U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, de Europese Commissie werkt momenteel aan een initiatief om oneerlijke concurrentie van buiten de Europese grenzen te bestrijden in de vorm van een witboek. Zo wil de Commissie instrumenten creëren om Europese bedrijven beter te beschermen tegen overnames van buitenlandse concurrenten, in het bijzonder ondernemingen die op ongeoorloofde wijze financieel worden ondersteund door hun eigen overheden. Deze hebben immers een concurrentieel voordeel ten opzichte van bedrijven binnen Europa die onderworpen zijn aan de beperkende regels inzake staatssteun.

Voor de Vlaamse economie is een open en vrije wereldhandel van cruciaal belang. Zeker met de brexit voor de deur en de coronacrisis die economisch volop woedt, is een bloeiende maar faire wereldhandel voor onze regio belangrijk. Maar fair en vrij internationaal handelsverkeer komt steeds meer onder druk te staan. Marc De Vos verwoordde het vorige week treffend in Trends: “Buitenlandse investeringen en overnames worden politieke manoeuvres, te gebruiken voor medestanders en te vermijden bij tegenstanders.”

De Vlaamse Regering wil van een eerlijk investeringsbeleid en van bescherming tegen oneerlijke concurrentie een speerpunt maken. In de beleidsnota lezen we: “De Vlaamse Regering zet zich in voor een toekomstbestendig multilateraal handelssysteem en een ambitieus, modern en assertief handels- en investeringsbeleid dat onze Vlaamse bedrijven toelaat te internationaliseren en bescherming biedt tegen deloyale concurrentie. Hierbij hebben we oog voor het gelijk speelveld en dragen we bij aan duurzame groei.”

In het regeerakkoord wordt verder ook verwezen naar een economisch veiligheidsbeleid door in te zetten op een transparant screenings- en blokkeringsmechanisme, een mechanisme om buitenlandse investeringen met risico’s voor de veiligheid en de openbare orde te evalueren en waar nodig te blokkeren als de evaluatie negatief blijkt te zijn. Hierbij moet bijzondere aandacht gaan naar strategische infrastructuur zoals nutsvoorzieningen, havens en luchthavens. Het zou interessant zijn te weten wat hierbij de stand van zaken is, minister-president.

In het licht van deze ontwikkelingen is het initiatief van de Commissie dan ook een belangrijk initiatief, waar de lidstaten nu hun opmerkingen over kunnen maken voor dit in regelgevende initiatieven kan worden omgezet. Niettemin zijn er ook risico’s aan verbonden. Zo moeten we ook vermijden dat buitenlandse investeringen zouden worden teruggeschroefd, zeker nu de economie zwaar te lijden heeft. Ook moeten we ons behoeden voor mogelijke tegenreacties die het onze eigen bedrijven moeilijker zullen maken om in het buitenland investeringen te realiseren. Maar we zijn niet naïef en we begrijpen dat dergelijke voorstellen noodzakelijk zijn. Het zal dus van belang zijn dat de effectieve maatregelen evenwichtig en doelgericht zijn.

Minister-president, heeft de Vlaamse Regering en haar administratie de initiatieven van de Commissie hierover al kunnen analyseren en beoordelen? Wat zijn haar bevindingen? Zijn er concrete voorstellen die vanuit Vlaanderen gesteund of net niet gesteund kunnen worden, zo ja welke?

Op welke manier zal de Vlaamse Regering hierop reageren?

Kan een eerste inschatting worden gemaakt van wat de impact van dit initiatief kan zijn voor onze Vlaamse economie en bedrijven?

De heer Van Peteghem heeft het woord.

Voorzitter, door de coronacrisis kunnen Europese bedrijven die op financieel vlak in se heel gezond zijn, nu in een financieel zwakkere positie komen te verkeren, waardoor zij een gemakkelijke overnameprooi worden voor staatsbedrijven van buiten de Europese Unie. Zoals daarnet gezegd door de collega, vormen dergelijke overnames uiteraard een risico, omdat op die manier de knowhow en capaciteit in kritische sectoren kan wegvloeien naar het buitenland. Daarvan zijn al heel wat voorbeelden bekend.

De Europese Commissie heeft nu inderdaad een initiatief genomen en een witboek gelanceerd voor eerlijke concurrentie inzake buitenlandse subsidies. Dat is volgens onze fractie geen dag te laat, want er is inderdaad nood aan een Europees concurrentiebeleid dat onze economieën verdedigt tegen inmengingen van staatsbedrijven uit landen van buiten de Europese Unie, zeker in de strategische sectoren die van belang zijn.

Dit alles kan uiteraard samen worden bekeken met een discussie die we vorige week hebben gevoerd in de commissie Algemeen Beleid rond dat screeningsmechanisme. Er wordt ons onder andere door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) aangeraden om een screeningsmechanisme voor buitenlandse directe investeringen in België te introduceren.

De Vlaamse bevoegdheden op dit vlak zijn beperkt, maar het is noodzakelijk dat we, als er dergelijke investeringen gebeuren, op voorhand kunnen screenen en dat er een regulerend kader kan komen.

Het is belangrijk dat Vlaanderen proactief handelt. Wat betreft het screeningsmechanisme hebt u vorige week al toegelicht dat we daarin stappen vooruit zetten. Maar we moeten uiteraard elke mogelijkheid grijpen om onze economie te beschermen tegen oneerlijke concurrentie, zonder uiteraard de sterkte van onze open economie te vergeten.

Minister, mijn vragen leunen erg dicht aan bij die van collega Tommelein.

Welke positie zal onze regering innemen binnen de organen waar de Belgische positie ten aanzien van het witboek zal worden bepaald?

Welke houding nemen wij aan tegenover een Belgisch interfederaal screeningsmechanisme?

Naast het nieuwe witboek dat het debat tussen de lidstaten zal openen, is er op Europees niveau reeds een Europese Verordening die een kader wil creëren voor de screening van buitenlandse directe investeringen. Wij moeten tegen 10 oktober voldoen aan die verordening. Wat is daarin de stand van zaken?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, mijn diensten hebben goed nota genomen van het witboek dat de Europese Commissie recent voorstelde en zijn overgegaan tot de analyse ervan.

Eerst en vooral moeten we duidelijk maken dat het gaat om een algemeen witboek, waarin enkele opties worden beschreven om de problematiek aan te pakken. Het is dus nog geen concrete wettekst of ontwerp van de tekst.

Ik verduidelijk graag even hoe ik de volgende stappen zie. Samen met de publicatie van het witboek lanceerde de Commissie hierover een openbare raadpleging. Die loopt tot 23 september. De input moet de Commissie helpen bij het opstellen van passende wetgevingsvoorstellen op dit gebied.

Ook België zal in de verschillende Europese overlegorganen preliminaire inzichten kunnen delen. In de voorafgaande intra-Belgische coördinatie zal er zeker input komen vanuit Vlaanderen.

Op Vlaams niveau zie ik de werkzaamheden als volgt: de Werkgroep Europees Handels-en Investeringsbeschermingsbeleid zal hierover binnenkort een gedachtewisseling houden en verdere stappen bepalen. Wanneer, zoals verwacht, in 2021 een wetgevingsvoorstel op tafel ligt, zullen we uiteraard een Vlaamse positie bepalen om mee te nemen in de Belgische standpuntcoördinatie.

Ik kan dus nog niet vooruitlopen op de concrete standpuntbepaling.

Ik kan dus nog niet vooruitlopen op de concrete standpuntbepaling omdat er nog heel veel opties openliggen.

Wat ik wel kan zeggen, is dat het in de huidige context een belangrijk initiatief is en dus moeten we er de nodige tijd en aandacht aan besteden. We zullen het met een open blik analyseren. Initiatieven die het gelijk speelveld bevorderen, worden vanuit Vlaanderen altijd verwelkomd. Tegelijk moeten we bekijken wat dit zou betekenen voor de positie van de EU in de wereld en vooral hoe mogelijke wetgevende initiatieven zich verhouden tot de multilaterale handelsregels.

Het belang hiervan en het respect hiervoor is door mijn regering onderschreven in het regeerakkoord. Daarnaast moeten we ook in de gaten houden hoe dit zich verhoudt tot andere belangrijke elementen voor de Vlaamse economie, zoals het aantrekken van buitenlandse investeringen, de regeling van openbare aanbestedingen, enzovoort.

Mijnheer Van Peteghem, dan is er uw vraag over de stand van zaken in verband met de Europese verordening. Wat het screeningsmechanisme betreft, verwijs ik naar het debat dat hierover vandaag in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie wordt gevoerd. De gesprekken over een screeningsmechanisme worden zowel in mijn regering als interfederaal gevoerd. Door de complexiteit hiervan, zowel qua inhoud als bevoegdheden, moeten we hiervoor de nodige tijd nemen. Ik herinner u er wel aan dat voor de toepassing van het samenwerkingsmechanisme van de Europese screeningsverordening enkel een contactpunt moet aangeduid zijn op 10 oktober 2020.

Uiteraard is dat geen eindpunt voor mijn regering. Afhankelijk van de voortgang van de discussies moeten we wel bekijken of het een noodzakelijke tussenstap is. Nederland heeft bijvoorbeeld ook zijn wetgevingsproces op die manier in twee stappen vorm gegeven.

De heer Tommelein heeft het woord.

Dank u wel, minister-president, voor uw antwoord. Ik stel vast dat u met de administratie en de Vlaamse Regering volop bezig bent om dat te analyseren en te beoordelen. Er zullen verschillende initiatieven genomen worden om daarover een standpunt in te nemen.

Ik heb nog een bijkomende vraag: vindt u, samen met de Vlaamse Regering, dat de voorgestelde initiatieven in lijn liggen met de WTO-regels (World Trade Organization) of kunnen daarrond problemen rijzen?

De heer Van Peteghem heeft het woord.

Dank u, minister-president, voor uw antwoord met betrekking tot de screeningsmechanismen. Dat is inderdaad een zeer interessante discussie over de ex-antecontrole die we willen toepassen en de rechtszekerheid die we de bedrijven willen aanbieden. Door het open speelveld en de open economie die we in Vlaanderen hebben, moeten we er uiteraard rekening mee houden dat ook buitenlandse bedrijven of investeringen mogelijk moeten zijn, maar daar hangen natuurlijk een aantal risico’s aan vast. Ik herinner me dat het zeker op interfederaal niveau vooral ging over wat nu juist de strategische sectoren zijn. Op interfederaal niveau zijn we op dat vlak ook wel de juiste stappen aan het nemen.

Dat witboek heeft inderdaad een aantal voorstellen gedaan. Het heeft vooral de bedoeling om een gelijk speelveld te creëren en tot een eerlijke concurrentiepositie voor onze bedrijven in de economie te komen. Door de heel grote impact van de coronacrisis is het natuurlijk wel zo dat er bij ons het risico en de schrik bestaan dat buitenlandse bedrijven en dan voornamelijk Chinese, maar misschien binnen een paar jaar of zelfs maanden ook Britse, onze bedrijven zullen overnemen en daardoor aan de haal zullen gaan met capaciteiten in de strategische sectoren, maar ook met knowhow. Ik blijf er toch wel voor pleiten, en ik weet dat u dat ook doet, dat we ook op Vlaams niveau een instrumentarium moeten creëren dat ervoor zorgt dat we onze bedrijven kunnen ondersteunen op het ogenblik dat ze het moeilijk hebben.

We hebben een liquiditeitsprobleem gehad, en nu komt er voornamelijk een solvabiliteitsprobleem. Ik wil daar toch ook nog eens de nadruk op leggen: als we willen inzetten op buitenlandse directe investeringen en de risico’s die daaraan vasthangen, dan moeten we er ook voor zorgen dat we in Vlaanderen een instrumentarium hebben dat daartegen kan optreden.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Collega Tommelein, dat is juist wat ik in mijn antwoord heb gezegd. De analyse van die voorstellen wordt nu gemaakt, om te kijken of die inderdaad in lijn liggen met de regels van de WTO. IK heb daar nu nog geen zicht op, die analyse wordt nu gemaakt.

Mijnheer Van Peteghem, ik ben het volledig eens met wat u zegt. Maar ik denk dat u nog een beetje beperkt zit. U spreekt van eventuele overnames door Chinezen of binnenkort misschien door het Verenigd Koninkrijk. Maar ik denk dat we ook moeten nadenken over overnames door Europese lidstaten. Als je naar het verleden kijkt, en naar onze energiesector en hoe Frankrijk daarmee is omgegaan, dan denk ik dat daar ook strategische belangen te verdedigen zijn.

Ik weet wel dat dat in een andere juridische en economische context is, maar daarom zeg ik ook dat we Europa moeten gebruiken voor die overnames buiten Europa. Maar we moeten het Vlaamse en interfederale niveau gebruiken om onze strategische sectoren ook tegen Europese overnames te bekijken.

Let op, het gaat hier over het bepalen van strategische zaken. Investeren en overnemen in de vrije markteconomie blijft natuurlijk toegelaten. Het gaat alleen over de strategische sectoren en strategische goederen. Inderdaad, ik denk dat de coronacrisis een les is geweest: het kan over meer gaan dan alleen water en energie en dergelijke. Als je de mondmaskersaga ziet zijn dat ook zaken waarover we moeten nadenken.

Ik zeg niet dat we maskers moeten blijven produceren op momenten dat de wereldmarkt goed werkt, maar we moeten de productiecapaciteit voor zulke zaken toch in Vlaanderen houden. Op het moment dat de hele wereld datzelfde product uit die ene fabriek in China of India nodig heeft, moeten wij bij wijze van spreken in geen tijd de productie van vitale goederen kunnen opstarten. Als je dat allemaal beschouwt is dit geen eenvoudige oefening maar we zijn daar wel volop mee bezig. En ik denk dat dat ook noodzakelijk is.

De heer Van Peteghem heeft het woord.

Minister-president, bedankt. U haalt daar inderdaad een terecht punt aan. Maar ik denk dat dat de grote vraag is: wat zijn strategische sectoren? Wat is een strategische sector op Vlaams en op Europees niveau? Daarover gaat uiteraard die discussie, en in dat debat ben ik eigenlijk wel zeer geïnteresseerd.

U haalt ook terecht het voorbeeld van de mondmaskers aan die vanuit één Chinees bedrijf komen. Dat zijn de systemische risico’s die wat in onze economie ingebakken zitten, en waar we ook aandacht voor moeten hebben. Het is in ieder geval een debat waar ik enorm naar uitkijk, en dat we op korte termijn rond deze punten gaan voeren. Ik dank u.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.