U bent hier

Stemmen uit de stilte

 

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

 De heer Vandenhove heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik heb inderdaad een vraag over de foorkramers. Ik had ze al even geleden ingediend, zowel aan minister Somers als aan minister Crevits. Ik heb dinsdag een antwoord gekregen van minister Somers, twee of drie uur nadat hij de beslissing van de Nationale Veiligheidsraad meegedeeld kreeg via ministerieel besluit. Dat besluit heeft de zaken er niet duidelijker op gemaakt, vandaar dat ik aan de minister van Economie nog enkele vragen wil stellen.

Foorreizigers zijn natuurlijk middenstanders zoals alle andere. Maar in de communicatie blijkt dat niet altijd het geval te zijn. Voor deze sector moet echt duidelijkheid worden gecreëerd, rekening houdend met twee criteria: de veiligheid en gezondheid en de autonomie van de gemeenten. Het wordt stilaan kafkaiaans, dat bevestigde ook minister Somers.

Minister, hoeveel foorkramers deden er een beroep op de coronasteunmaatregelen tot op heden?

Er heerst onduidelijkheid bij de gemeenten, daar kom ik nog op terug. Er is nationaal een beslissing genomen en die is in een ministerieel besluit gegoten. Gemeenten worden daar ineens mee geconfronteerd. Sommige zijn niet van plan om vanaf de dag dat het mag kermissen toe te laten. Kunnen de foorreizigers dan nog van die steunmaatregelen blijven genieten?

Er is ook een economisch aspect. Er zijn heel wat steden en gemeenten die alle kermissen geschrapt hebben tot en met september, ondanks de beslissing nu dat het eerder kan. Wat moet er gebeuren tijdens die periode? Zullen de foorreizigers daarvoor gecompenseerd worden? komen er specifieke steunmaatregelen of moeten zij een beroep doen op algemene steunmaatregelen?

Heel wat steden en gemeenten hebben, terecht, adem gegeven aan de horeca, met uitgebreide terrassen. Heel wat openbare ruimte is nu ingenomen door die terrassen, ruimte die anders voor de kermissen bestemd was. Hoe wilt u dat oplossen? gaat u samen met minister Somers bemiddelen bij de gemeenten?

Foorkramers hebben zoals marktkramers een abonnement. Zij hebben eigenlijk recht op die plaatsen omdat ze een abonnement gekregen hebben. Wat zal daar uiteindelijk de juridische uitkomst zijn als de gemeenten die kermissen toch niet willen alten doorgaan?

Dat zijn zo ongeveer mijn voornaamste vragen op dit moment. Ik hoop op al die economische vragen een antwoord te krijgen, maar vooral duidelijkheid voor de foorreizigers en de gemeenten in samenspraak met minister Somers is belangrijk.

Eigenlijk is het een beetje dramatisch voor de gemeentebesturen dat zij altijd geconfronteerd worden met zeer late beslissingen. Ik weet wel dat u daar niets aan kunt doen, evenmin als minister Somers, maar u bent uiteindelijk wel bevoegd voor de economie, ze vallen onder uw bevoegdheid. In die zin is dat heel vervelend voor de gemeenten, ze krijgen de schuld van de horeca en van de foorreizigers én ze moeten zorgen dat hun personeel opdraaft om alles veilig te laten verlopen. Hoe ziet u dat allemaal?

Mevrouw De Vreese heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag vorige week ingediend. Intussen is er al heel wat beslist en veranderd. Toen zag de situatie er nog heel anders uit en was er de vraag naar meer duidelijkheid voor de ondernemers in de evenementensector. Het is een zeer goede zaak dat de Nationale Veiligheidsraad vorige woensdag meer duidelijkheid heeft gegeven. Evenementen, voorstellingen, gezeten recepties, wedstrijden en banketten toegankelijk voor publiek kunnen in juli doorgaan met tweehonderd personen binnen en vierhonderd personen buiten. In augustus zou dat nog worden verhoogd naar vierhonderd personen binnen en achthonderd buiten.

Een aantal dagen geleden is het Event Risk Model (ERM) online gezet. De ondernemers uit de evenementensector kunnen aan de hand van deze matrix het veiligheidsrisico van hun evenement in kaart brengen.

Dinsdag kwam dan het koninklijk besluit (KB) met de verdere verduidelijking van de maatregel en dan hebben we toch een aantal opmerkingen gezien, bijvoorbeeld van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO). Ze waren niet te spreken over het onderscheid tussen private en publieke feesten. Ze spreken over een volstrekt onlogische en onbegrijpelijke discriminatie, met een onmiddellijke impact op de cateraars. Daarnaast is er nog steeds geen perspectief voor de organisatie van beurzen. In Nederland en Duitsland kunnen beurzen doorgaan vanaf 1 juli.

Er werd initiatief aangekondigd ter ondersteuning van de evenementensector. Er was overleg met de sector. Dat zou een onderdeel zijn van de ondersteuningsmaatregelen, en dat zou het laatste onderdeel zijn voor de Vlaamse Regering aan de echte relancemaatregelen begint.

Ik heb mijn vragen wat aangepast, omdat er intussen wel degelijk perspectief is voor de evenementensector.

Op welke manier kunnen we snel een perspectief bieden aan de beurzen?

Is het volgens u mogelijk dat de beslissing in verband met de catering wordt bijgestuurd? Bent u nog verder in overleg met de sector? Welke ondersteuning wordt vooropgesteld? wanneer zal daar meer duidelijkheid over komen?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, de sector van de foorkramers ligt me na aan het hart, niet het minst omdat mijn echtgenoot en ik de eerste kus gewisseld hebben in de rups op het Sint-Pietersplein in Gent. Dat heeft al in de kranten gestaan, dus het is geen nieuws.

Er werden 305 aanvragen voor de coronahinderpremie ingediend door ondernemingen met de activiteit exploitatie van kermisattracties. Dat is de NACE-code 93211 (Algemene Nomenclatuur van de Economische Activiteiten in de Europese Gemeenschappen). Hiervan werden er 304 goedgekeurd voor een bedrag aan hinderpremie van 1.216.000 euro en aansluitende dagpremies aan 2.820.800 voor de periode van 6 april tot 7 juni.

Voor de compensatiepremie zijn er zeven aanvragen geregistreerd, waarvan er reeds drie zijn goedgekeurd, voor een totaal bedrag van 4.500 euro; dit is een premie van 1.500 euro per aanvraag. U kunt zich afvragen hoe dat komt, want: die mannen doen toch niets? Het gaat om ‘bijberoepers’ die geconfronteerd werden met een verplichte sluiting en die recht hebben op de compensatiepremie.

De duurtijd van de maatregel ligt erg moeilijk voor deze sector. De Nationale Veiligheidsraad heeft beslist dat de kermissen vanaf 1 juli kunnen doorgaan mits goedkeuring van het lokaal bestuur en met inachtname van dezelfde regels die ook gelden voor de markten. Aan de ene kant ben ik ongelooflijk verheugd dat er al gemeenten zijn die hebben beslist om de kermis te laten doorgaan. Zo heeft de gemeente Ingelmunster al beslist dat ze de kermis van 18,19 en 20 juli, die eerst niet zou doorgaan, nu wél weer zal organiseren.

Toch blijkt uit overleg dat mijn kabinet heeft gevoerd met een aantal gemeenten dat zeker in de maand juli nog een aantal kermissen niet zullen doorgaan. Dat is immers allang beslist. De gemeenten geven aan dat ze voldoende voorbereidingstijd nodig hebben en ook de nodige mankracht moeten kunnen voorzien om de voorwaarden zoals bepaald in het federaal ministerieel besluit (MB) te kunnen naleven.

We willen nu een redelijke termijn zetten op de lopende hinderpremie. Als we die onmiddellijk stopzetten vanaf 1 juli is het nadeel – dat is niet zoals een café dat weer opengaat – dat degenen in een gemeente die in juli nog niets wil laten doorgaan, twee keer de klos zijn. Het mag in theorie, maar als het lokaal bestuur beslist om het toch niet te laten doorgaan, is er een probleem. Daar denken we dus nog over na, over een redelijke manier om dit op te lossen.

Er was een vraag over de annulaties tot september. De Vlaamse Regering heeft een heel belangrijk steuninstrument aangeboden aan de kermissector. In de periode tot 5 april kon men genieten van de forfaitaire hinderpremie van 4000 euro. In de periode van 6 april tot 30 juni kon men gemiddeld gedurende zestig dagen rekenen op de dagpremie van 160 euro, dat betekent nog eens 9600 euro. In totaal is dat 13.600 euro. Ter vergelijking: in Wallonië en Brussel bleef de steun beperkt tot een eenmalig forfaitaire vergoeding van 5000 euro of 4000 euro. Vlaanderen heeft dus vanaf dag 1 zijn hart getoond voor de foorreizigers. De foorreizigers kunnen ook een beroep doen op federale maatregelen zoals het overbruggingsrecht en tijdelijke werkloosheid als ze personeel in dienst hebben. In de kermissector komt dat evenwel minder vaak voor.

Net zoals bij de andere sectoren is het wel normaal dat vanaf het moment dat de Nationale Veiligheidsraad de economische activiteiten opnieuw toelaat, de steunmaatregel wordt herbekeken. Het is dus logisch dat ook de hinderpremie voor de kermissector stopt.

Ik geef u nog een argument waarom het voor mij niet onlogisch is om de stopzetting pas op 1 augustus te laten ingaan voor de kermissector. Dat is het feit dat de Nationale Veiligheidsraad bij de voorlaatste beslissing eigenlijk had voorzien om de kermissen op 1 augustus 2020 op te starten. Gemeenten hebben zich ook op die datum ingesteld. Het lijkt me daarom billijk om een overgangsperiode te voorzien, want het is pas op de laatste vergadering van de Veiligheidsraad beslist dat het 1 juli zou worden. Er zou dus een systeem gemaakt kunnen worden waarbij de hinderpremie nog verkregen kan worden, mits het voorleggen van een attest van de gemeente dat de kermis waarop men normalerwijze aanwezig zou zijn, niet doorgaat. Dat zou dan natuurlijk enkel gelden voor de maand juli. We zijn nu aan het bekijken of het mogelijk is om dat op deze manier te regelen voor de kermissen.

Dan het protocol. De vier kermisbonden hebben hun protocol aan mij persoonlijk voorgesteld tijdens een vergadering op mijn kabinet. Hierin stellen ze een aantal veiligheidsmaatregelen voor om de kermissen coronaproof te organiseren. Ze doen een aantal voorstellen in functie van de verschillende attracties. Ze hebben dat, collega Vandenhove, zeer goed aangepakt. Ze zijn echt ‘niet vies’ van veiligheidsmaatregelen. Ik sta heel positief tegenover het protocol dat ze uitgewerkt hebben en heb hen tijdens ons gesprek nog wat suggesties aangereikt.

U stelde ook een vraag over het overleg met de sector. Ik heb diverse keren overleg gehad met de sector. De voorbije maanden lag de focus volledig op de beheersing van de crisis. Vanaf 1 juli kunnen we ons nu focussen op de begeleiding van de kermissector bij de heropstart. We onderhouden heel veel contacten met de foorreizigers en hun bonden. Er heeft ook al een thematische overlegtafel kermissen plaatsgevonden op mijn kabinet, waarbij ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) betrokken werden. Uiteraard staat VLAIO met zijn instrumenten ter beschikking van de kermissector, ook na de heropstart.

Dan kom ik tot de vragen over de terrascapaciteit in de horeca. De lokale besturen zijn het best geplaatst om te beslissen hoe de belangen van de foorkramers en de horeca verzoend kunnen worden. De situatie is ook zeer verschillend in elke gemeente, zowel qua inrichting van het openbaar domein als qua duurtijd van de kermissen. Ik heb gisteren trouwens in mijn eigen stad, Torhout, vastgesteld dat men vanaf de eerste dag dat dat mocht, de markten weer in volle omvang heeft laten doorgaan. Dat gebeurde in kermisopstelling, wat inhoudt dat alle ruimte die voor kermissen gebruikt wordt, nu gebruikt wordt om de markt in te richten. Dat kan dus ook een impact hebben op de kermissen, maar het behoort tot de autonomie van de lokale besturen om iedereen daar met elkaar proberen te verzoenen.

Dan kom ik bij de veiligheidsmatrix en bij de vragen van collega De Vreese. Foorkramers mogen vanaf 1 juli hun activiteiten hervatten mits voorafgaande toestemming van de lokale overheden en mits naleving van de voorwaarden zoals vastgelegd in het ministerieel besluit. Kermissen vallen dus niet onder evenementen, waarop de eventmatrix van toepassing is. Dat zijn dus twee verschillende zaken.

Dan kom ik tot de vragen over de evenementensector, die uiteraard wel onder die matrix valt. De Nationale Veiligheidsraad heeft nu al heel wat zaken mogelijk gemaakt. Collega De Vreese, u somde al op wat er allemaal kan. Ook grotere events in permanente infrastructuur, bijvoorbeeld een voetbalstadion, kunnen doorgaan indien er samen met een viroloog, de lokale overheid en de bevoegde minister een protocol opgemaakt wordt en toestemming gegeven wordt.

Om de veilige opstart van deze sector te stimuleren, werd samen met de Alliantie van Belgische Eventfederaties, EventFlanders, het Expertisecentrum Publieke Impact van Karel de Grote Hogeschool en Toerisme Vlaanderen en collega Zuhal Demir een instrument opgesteld, dat sinds 1 juli on line staat.

De bedoeling van dat model is om ervoor te zorgen dat organisatoren en lokale besturen een inschatting kunnen maken van het covidrisico van een evenement. Daarnaast is er een protocol en gids om organisatoren te helpen bij het organiseren van een veilig event. Finaal ligt de beslissing om een vergunning toe te kennen natuurlijk wel bij de lokale overheid, als er een vergunning moet zijn, want niet alles moet vergund worden.

Collega De Vreese, we bekijken hoe we die veilige opstart kunnen ondersteunen. Er is voorbereidend werk gebeurd binnen de administratie. We zoeken naar een financieringsmechanisme gekoppeld aan een verzekeringsmechanisme voor het geval dat evenementen ten gevolge van bijvoorbeeld een nieuwe uitbraak van COVID-19 geannuleerd zouden worden. Nu er perspectief is gegeven vanuit de Nationale Veiligheidsraad, steken we daar een tandje bij. Ik hoop morgen op de ministerraad ook al een eerste discussie te hebben over een voorstel dat we opgemaakt hebben. Maar als we zelf middelen ter beschikking stellen, moeten we een goed evenwicht vinden. Wie draagt het risico? Ik begrijp dat iemand die een event organiseert en plots geconfronteerd wordt met nieuwe maatregelen, zegt dat hij heel veel geld kwijt is en zich daar op een of andere manier tegen wil verzekeren. Anderzijds moet de overheid ook zorgen – het is belastinggeld – dat als we iets doen zoals een terugvorderbaar voorschot, dat er geen massale faillissementen zijn na het event en we al ons geld kwijt zijn. Daar moeten we een evenwicht in zoeken, daar hoop ik morgen het eerste inhoudelijke gesprek over te hebben. Er is wel de vaste wil bij alle leden van de regering om iets te doen om de opstart te kunnen garanderen.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw uitgebreid antwoord. Ik vind het heel positief dat u reeds denkt aan de overgangsperiode van 1 juli tot 1 augustus. Het zijn de gemeenten die uiteindelijk moeten beslissen, maar goed dat de gemeenten die autonomie hebben. Na 1 augustus moeten we ook kijken naar de aangelegenheid van de terrassen – ik neem aan dat u dat ook zult doen. U hebt ook gemeentelijke ervaring, u weet perfect dat het plaatsen van terrassen en kermissen in normale periodes al niet zo evident is en soms aanleiding geeft tot problemen, ik neem aan dat dat nu nog meer het geval zal zijn.

Uiteindelijk zijn de gemeenten de dupe van de hele situatie. Zij proberen het beste te doen voor de horeca en voor de foorreizigers en de andere middenstanders, maar nu worden ze met een situatie geconfronteerd waarbij de belangen van die middenstanders voor een stukje tegengesteld zouden kunnen worden. In die zin zou er naar de toekomst toe toch wel beter rekening mee gehouden worden. Ik heb ook aan minister Somers gevraagd dat hij eventueel toch nog tussenkomt in die aangelegenheid om hier en daar bepaalde regels uit te vaardigen, voor zover het kan, om bepaalde dingen volgens een vast stramien te laten verlopen.

Mevrouw De Vreese heeft het woord.

Bedankt voor het antwoord, minister. Morgen dus op de ministerraad de eerste voorbereidende gesprekken. Ik had mijn vraag een beetje aangepast, omdat er ondertussen al een duidelijk perspectief geboden wordt aan een heel deel van de evenementensector, maar er zijn toch nog wat vragen over het perspectief dat men kan bieden aan de beurzen. En wordt er nog bijgestuurd in de beslissing over de cateraars of niet? Neemt u dat ook zelf mee op? Bent u nog in overleg met de evenementensector? Die wilde nog in dialoog gaan over de catering, want die is slechts beperkt tot vijftig personen en zij vinden dat een onlogische maatregel. Wat denkt u daar zelf van?

De heer Vanryckeghem heeft het woord.

Het is duidelijk dat de eventsector in zak en as gezeten heeft, dat is nog een understatement. Dat zij als eerste de gevolgen zouden voelen, was duidelijk. Dat ze ook als laatste opnieuw volledig zouden kunnen opstarten, was ook al duidelijk. Nu hebben ze de go gekregen om bepaalde activiteiten weer op te starten, dat is ook de reden waarom ik een vraag teruggetrokken heb. Dat betekent niet dat, in vergelijking met de andere sectoren, een directe opstart van de ene op de andere dag zo evident is.

Daarom wil ik er net als de heer Vandenhove voor pleiten om de lokale autonomie maximaal te laten spelen en de lokale besturen op te roepen om de versoepelingen maximaal te gebruiken om kermissen en evenementen te laten plaatsvinden. Ik heb vorige week zelf een delegatie van de foorreizigers ontvangen. In onze stad zullen wij alvast het voorbeeld stellen om zoveel mogelijk kermissen laten plaatsvinden zodat die sector op een veilige manier opnieuw kan opstarten.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik heb nog een paar aanvullende opmerkingen.

Mevrouw De Vreese, ik ben uiteraard bereid om de kaart te trekken van cateraars enzovoort maar ik ben geen lid van de Nationale Veiligheidsraad, en het is daar dat het akkoord gesloten is. Ik probeer respect te hebben voor de beslissingen van de Veiligheidsraad en daar zo goed mogelijk mee om te gaan, al lijken sommige zaken niet logisch. Zo had ik heel veel moeite met het onderscheid tussen publiek en privé, maar privé zal men sneller knuffelen, waardoor het risico op besmetting groter is, zeker in grotere groepen. Is dat zo, is dat niet zo? Dat is de beslissing van de Veiligheidsraad.

In de notulen van de vergadering van de Veiligheidsraad staat dat men voor 15 juli perspectief wil geven voor september. Als dat gebeurt, creëert men opnieuw perspectief en dat was ook voor de evenementen heel belangrijk. Ik hoop dat dat zo zal zijn, ook voor de beurzen.

Wat dat betreft, zijn we al heel ver geraakt door aan de kar te trekken. Zo gaan de markten opnieuw volledig open; het stond niet in de sterren geschreven dat dat zou lukken. Wanneer men echter nog altijd onder die zware beperkingen moeten werken, dan begrijp ik echt heel goed dat dat er zwaar inhakt. Het antwoord op uw vraag is eigenlijk simpelweg: ja, we trekken mee aan de kar.

Mijnheer Vandenhove, u was eigenlijk blij met het feit dat we nadenken over een overgangsmaatregel. Ik kan u daar nog geen volledige garantie over geven omdat er ook een tweede compensatiepremie is. We zijn nog aan het zoeken hoe we dat op een correcte manier kunnen doen.

Mijnheer Vanryckeghem, het is zeer goed dat gemeenten met kermisbonden afspreken hoe de kermissen goed te organiseren. Ik heb aan onze administratie gevraagd om gemeenten actief aan te spreken. Een kermis is iets heel bijzonders, mensen gaan er graag naartoe, maar het moet veilig en goed georganiseerd zijn. Ik heb al in het parlement gezegd dat het seizoen van de kermissen in oktober voorbij is. Die mensen zijn het gewoon om in de winter zonder inkomen te zitten maar niet om een volledig seizoen in het water te zien vallen. We zullen dus proberen om nog iets te doen voor wat de organisatie betreft.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Op hoop van zegen.

Mevrouw De Vreese heeft het woord.

Minister, ik heb alle begrip voor de moeilijke situatie, ons land zit ingewikkeld in elkaar. In Vlaanderen kunnen we wel degelijk aan de kar trekken, dat heeft de Vlaamse Regering bewezen. De beste ondersteuningsmaatregel zou natuurlijk zijn dat de evenementensector opnieuw kan opstarten, maar jammer genoeg is het virus nog altijd aanwezig en is er nog altijd een gezondheidsrisico waar we rekening mee moeten houden. Wanneer er immers een tweede golf komt, dan zijn we weer bij af. Sommige sectoren hebben dus al een mooi perspectief, andere wachten nog af. Ik kijk uit naar de volgende steunmaatregel voor deze sector.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.