U bent hier

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, mijn excuses dat ik vorige week deze vraag heb laten uitstellen, maar de combinatie van de fysieke vergadering in de commissie Binnenlands bestuur en de andere digitale vergaderingen, maakten het niet eenvoudig en eigenlijk onmogelijk om de vraag te komen stellen. Intussen heeft collega Goeman ook de gelegenheid gehad om een bijkomende vraag in te dienen. Onder het motto ‘met twee is altijd plezanter dan alleen’ zullen we ze allebei stellen.

Minister, u hebt het daarnet gehad over het maken van nieuwe ‘Vlamingskes’. Als het gaat over kleine Vlamingen, dan worden die geboren en is er voor de mama’s in kwestie moederschapsrust. In ons land hebben vrouwen recht op vijftien weken moederschapsverlof. Daarvan moet verplicht één week voor de uitgerekende bevallingsdatum worden opgenomen, waardoor er nog maximaal veertien weken postnatale rust overblijven.

De moederschapsrust voor de Vlaamse ambtenaren wordt bepaald in de artikelen X.13 en X.14 van het Vlaams personeelsstatuut (VPS). Artikel X.13 bepaalt dat de moederschapsrust wordt toegekend aan het personeelslid krachtens de Arbeidswet van 16 maart 1971 en wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit, met uitzondering van het recht op salaris voor het contractuele personeelslid. Artikel X.14 bepaalt dat de periode dat moederschapsrust voor de ambtenaar bezoldigd wordt, niet meer dan vijftien weken mag bedragen, en negentien weken bij een meerling, tenzij de bevalling plaatsvindt na de vermoedelijke bevallingsdatum of  de verlenging van de moederschapsrust met één week, ingevolge zes of acht weken ononderbroken arbeidsongeschiktheid voor de werkelijke bevallingsdatum, tot gevolg heeft dat de periode van vijftien of negentien weken wordt overschreden.

Op 4 juni werd in de Kamer een regeling goedgekeurd die moet garanderen dat het zwangerschapsverlof in alle omstandigheden vijftien weken zal bedragen, ook in het geval dat vrouwen ongewild eerder dienen te stoppen met werken voor hun eigen gezondheid of die van hun kind. Concreet strekt de regeling ertoe om de lijst van de met arbeidsperiodes gelijkgestelde periodes uit te breiden met de dagen arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of ongeval van de werkneemster. Tot voor die aanpassing werden de dagen arbeidsongeschiktheid gedurende de zes weken die aan de bevalling voorafgaan, omgezet in prenataal moederschapsverlof en mochten ze niet worden overgedragen tot na het verplicht postnataal verlof. In de Kamerdocumenten wordt tevens opgemerkt dat artikel 39, vierde en vijfde lid, van de Arbeidswet van 16 maart 1971 alsook artikel 114, vierde lid, van de op 14 juli 1994 gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen die bepalen dat een vrouw die tijdens de hele duur van haar prenataal verlof arbeidsongeschikt is, recht heeft op een extra week postnataal verlof, zoals dus ook voorzien in artikel X.14 van het Vlaams personeelsstatuut, niet langer een bestaansreden hebben. Deze bepalingen worden dan ook geschrapt in de wet van 1971. Het klinkt zeer ingewikkeld en zeer technisch.

Minister, werd reeds onderzocht of en zo ja welke aanpassingen er aan het Vlaams personeelsstatuut dienen te worden aangebracht om het in overeenstemming te brengen met de recente aanpassingen aangebracht door de federale regelgever? Zal artikel X.14 ingevolge deze aanpassingen worden gewijzigd? Het is de logica dat ook de ambtenaren op dezelfde moederschapsrust een beroep kunnen doen.

Kunt u aangeven binnen welk tijdsbestek een aanpassing van het Vlaams personeelsstatuut zal worden doorgevoerd?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Voorzitter, het onderwerp ligt mij zeer na aan het hart. Ik was er al mee bezig en wilde kracht zetten bij de vraag van mevrouw Schryvers. Zij heeft de situatie al zeer goed geschetst. In het federaal parlement werd inderdaad onlangs een wetsvoorstel goedgekeurd, op initiatief van CD&V, maar ook van sp.a en Groen. Dat wetsvoorstel bepaalt dat periodes van tijdelijke werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en preventieve werkverwijdering tijdens de zes weken voorafgaand aan de uitgerekende geboortedatum – met uitzondering van de laatste week – niet meer worden gelijkgesteld met prenataal verlof. Daardoor kunnen al die weken worden toegevoegd aan het postnataal verlof, zoals dat het geval was indien de werkneemster in staat was geweest te blijven doorwerken. Het gevolg is dus – en dat is het belangrijkste – dat een moeder altijd recht heeft op die volledige vijftien weken bevallingsverlof naar aanleiding van de geboorte, waarvan – als ze dat zelf wil – veertien weken na de bevalling. Dat is een heel positief initiatief, dat een antwoord biedt op de bekommernissen van heel veel aanstaande moeders.

Zowel de Vlaamse als de federale overheid had zich al gebogen over de arbeidsongeschiktheid tijdens de weken voorafgaand aan het verplichte zwangerschapsverlof. De federale overheid besliste, voor haar statutaire ambtenaren, dat, als de arbeidsongeschiktheid een verband houdt met de zwangerschap, die arbeidsongeschiktheid als prenataal verlof telt. Maar in het andere geval telt die periode als gewerkte dagen en kunnen die als postnataal verlof worden opgenomen.

Op de website van de Vlaamse overheid zie ik dat ziektedagen tout court niet worden gelijkgesteld en dus niet in aanmerking komen voor een verlenging van het postnataal verlof. Dat komt erop neer dat statutaire medewerkers van de Gemeenschap, zoals zorgpersoneel, kleuterleidsters en leerkrachten, niet kunnen genieten van die aangepaste regeling, maar wel alle contractuele medewerkers, want die vallen onder de federale regelgeving. Natuurlijk is het ons erom te doen dat die dreigende ongelijkheid uit de wereld wordt geholpen, zodat alle aanstaande moeders op dezelfde manier worden behandeld.

Minister, mijn vraag is even straightforward als die van mevrouw Schryvers: zult u

de regelgeving en het statuut van de vastbenoemde personeelsleden van de Vlaamse overheid aanpassen, opdat er in de toekomst geen verschillende behandeling zou zijn met de contractuele medewerkers aangaande die nieuwe regeling rond postnataal verlof?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Mevrouw Schryvers, mevrouw Goeman, hartelijk dank voor uw vraag. Dat laat toe om hier wat klaarheid in te scheppen.

Artikel 39 van de Arbeidswet van 16 maart 1971 vormt de rechtsbasis voor de moederschapsrust. Voormeld artikel is overeenkomstig artikel 1 van de wet van toepassing op de personeelsleden tewerkgesteld door het Rijk. De regels inzake moederschapsrust opgenomen in de Arbeidswet zijn dus rechtstreeks van toepassing op zowel het statutair als het contractueel personeel van de diensten van de Vlaamse overheid.

Hierdoor is iedere wijziging van deze regels ook rechtstreeks van toepassing op het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid. Een wijziging van het Vlaams Personeelsstatuut is dus niet nodig opdat de nieuwe regels die de wet van 12 juni 2020 invoert ook van toepassing zouden zijn op het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid. De entiteiten passen deze al toe. De wet heeft immers een terugwerkende kracht tot 1 maart 2020.

In concreto hebben ziekte en werkverwijdering in de zes weken voor de bevalling dus ook voor het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid geen impact meer op de verlenging van de postnatale rust.

De arbeidswet regelt enkel het recht op verlof, maar omvat geen regeling inzake de vergoeding tijdens dit verlof. Voor het contractueel personeel regelt de uitkeringsregeling het recht op uitkeringen tijdens de moederschapsrust. Voor het statutair personeel regelt het Vlaams personeelsstatuut dan weer het recht op salaris tijdens de moederschapsrust.

De wet van 12 juni 2020 heeft geen impact op de fundamenten van de bepalingen van het Vlaams personeelsstatuut inzake moederschapsrust. Artikel X 14 van het VPS bepaalt immers in hoofdzaak dat het recht op doorbetaling van het salaris tijdens de moederschapsrust beperkt is tot maximaal vijftien weken in geval van de geboorte van één kind en negentien weken in geval van de geboorte van een meerling. Deze maxima vinden hun basis in de Arbeidswet. De wet van 12 juni 2020 brengt hier geen wijzigingen aan.

Wel is een schrapping van de regeling vermeld onder artikel X 14, 2, van het VPS nodig. Deze regeling verwijst nu naar de bijkomende week moederschapsrust in geval van zes weken ononderbroken arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de bevalling. De wet van 12 juni 2020 heft deze regeling met ingang van 1 maart 2020 op. De verwijzing naar deze opgeheven regeling in het VPS moet dan ook geschrapt worden. Naast artikel X 14, 2°, verwijst ook het artikel VII, 108, hiernaar. Het is mijn bedoeling om deze aanpassingen via een eerstvolgende VPS-wijziging door te voeren, met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020. Als het enigszins lukt, gebeurt dat nog voor het zomerreces, zo niet onmiddellijk erna.

Wat entiteiten betreft, heb ik het in mijn antwoord enkel over deze die onder het toepassingsgebied van het Vlaams personeelsstatuut vallen. Voor het onderwijs en de zorgsector in de ruime zin waarnaar mevrouw Goeman verwijst, ben ik als minister van Bestuurszaken functioneel niet bevoegd om de nodige maatregelen te nemen, tenzij de entiteit onder het VPS valt.

Mijn diensten hebben dus proactief de impact van deze wetswijziging op het VPS onderzocht. Ook namen zij, gelet op de terugwerkende kracht van de wet, alle personeelsdossiers met een lopende moederschapsrust waarvoor AgO verantwoordelijk is, onder de loep en pasten ze de nieuwe wetgeving hierop toe. We hebben dat dus onmiddellijk gedaan. Vervolgens contacteerden zij de personeelsleden op wier dossier de wetswijziging effectief een impact had en hun leidinggevenden – meer kunnen we niet doen, hé, dames? Met akkoord van het betrokken personeelslid pasten mijn diensten vervolgens de einddatum van de moederschapsrust aan. Mijn diensten informeerden ook de hr-verantwoordelijken van onze businesspartners over deze wijzigingen via een nieuwsbrief en een infonetwerk. Mijn diensten pasten ten slotte ook de informatie op www.overheid.vlaanderen.be aan. Hierdoor is up to date informatie beschikbaar voor het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid.

Met andere woorden, alle mogelijke betrokkenen en hun leidinggevenden zijn verwittigd, we hebben het op onze website gezet, we hebben het aangepast waar het nodig is en we gaan proberen om het enige artikel dat we uit het statuut moeten halen, omdat het niet meer van kracht is, er nog voor het zomerreces uit te halen. Ik hoop dat dat jullie bevredigt.

Mevrouw Schryvers, wat vindt u van het antwoord van de minister?

Ik kan dat antwoord alleen maar positief vinden, minister. Het lijkt me natuurlijk ook de logica zelve dat we dit ook toepassen op ambtenaren. Het is een heel goede stap en dus moeten ook vrouwen met het ambtenarenstatuut er gebruik van kunnen maken. Mijn vraag was me ingegeven, toen ik zag dat een bepaling uit de wet van 1971 letterlijk was opgenomen in het VPS, niet alleen de verwijzing, maar u hebt gezegd dat die geschrapt zal worden.

Het is altijd een beetje een moeilijke zoektocht om na te gaan welke implementatie wij aan federale wijzigingen moeten koppelen. Ik vind het dus absoluut goed dat u daar telkens heel snel werk van maakt. Dat is hier nog al ter sprake gekomen bij andere regelingen. Dat is dus heel goed allemaal.

Ik heb nog een bijkomende vraag, minister. Een tijdje geleden stelde ik een identieke vraag over het coronaouderschapsverlof. Toen hebt u ook gezegd dat dat van toepassing werd en daar werd ook snel een beslissing toe genomen met de Vlaamse Regering, maar ondertussen is dat op het federale niveau verlengd tot eind augustus. Ik heb de vraag niet mee opgenomen, omdat die specifieke vraag me bereikte tussen de indiening van de vraag om uitleg en nu, maar gaat die verlenging er ook nog komen voor de Vlaamse ambtenaren? Of is het er al en hebben we het misschien over het hoofd gezien? Misschien kunt u daar niet zo op antwoorden, maar dan zou ik u willen vragen om daar alsnog werk van te maken.

Mevrouw Goeman, wat vond u van het antwoord van de minister?

Ik vond het een bijzonder bevredigend antwoord, minister. Ik ben uiteraard heel blij dat die federale wijziging ook van toepassing wordt op de Vlaamse ambtenaren, voor wie u bevoegd bent. In de praktijk betekent dat inderdaad dat een aantal vrouwen recht zullen hebben op een langer postnataal verlof en zo langer bij hun kind zullen kunnen zijn. Dat is een goede zaak.

Het is dus goed dat u zo snel mogelijk werk zult maken van de schrapping uit het VPS en dat er proactief over is gecommuniceerd. Ik kan het alleen maar toejuichen. Ik vroeg me alleen nog af of u mij kon vertellen op hoeveel vrouwen – als ze toch allemaal zijn gecontacteerd – dit van toepassing is.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, ik zal bij het onderwerp van de vraag blijven. Ik vroeg me gewoon af – waarschijnlijk ben ik een beetje betrokken, want mijn vrouw is ambtenaar bij een lokaal bestuur en we verwachten in september ons derde kind – of dit ook automatisch van toepassing is op lokale ambtenaren. Het geldt ook voor andere betrokkenen; ik heb er geen eigenbelang bij, maar het inspireerde mij wel tot deze aanvullende vraag.

U hebt geluk dat u de vraag aanvullend stelt, want anders was ze onontvankelijk geweest wegens persoonlijk belang. In ieder geval een dikke proficiat.

De heer Van Miert heeft het woord.

De minister keek mij daarstraks vragend aan waarom onze partij bij de buren aan de overkant dit voorstel niet mee had goedgekeurd. Bij ons was er verontwaardiging, bij monde van collega Jan Spooren, omdat deze maatregel initieel is ingediend onder coronamaatregelen en gesteund door onze fractie. Via wat sleutelen en amenderen werd het plots een andere maatregel. (Opmerkingen)

Dat was de reden waarom wij niet zijn meegegaan. Daarbij kwam nog dat het Rekenhof duidelijk suggereerde dat zulke maatregelen wel eens zouden kunnen leiden tot een substantiële stijging – dat zijn niet mijn woorden – van het ziekteverzuim in die periode. Er waren dus toch wel een tweetal argumenten waarom onze fractie dit niet heeft gesteund.

Goed, het is wat het is. We zullen hiervan ook de consequenties dragen.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Eerst en vooral, hartelijk dank voor de positieve reacties. Er zijn ook een aantal vragen gesteld die eigenlijk buiten de scope van deze vraagstelling vallen. Ik zou echt willen vragen, omdat er ook al andere mensen vragen over hebben gesteld ...

Even duiden: er zijn intussen vragen om uitleg binnengekomen die in de lijn liggen van uw bijkomende vraag. Ik stel voor dat de minister daar inderdaad niet op antwoordt. (Opmerkingen)

Neen, u kunt dat niet weten, mevrouw. Geen enkel probleem, maar we zullen het dan in een volgende vraag om uitleg behandelen. De heer Vaneeckhout is schuldig, al de tweede keer op vijf minuten tijd. (Gelach)

Minister Bart Somers

Mevrouw Goeman vroeg hoeveel vrouwen onder de regeling vallen. Ik heb er nog geen cijfer van. Als ik het nog krijg binnen deze commissievergadering, dan zal ik het u bezorgen, anders zullen we het schriftelijk overmaken aan alle collega's zodat u er een idee van hebt.

De heer Vaneeckhout vraagt of dit onmiddellijk van toepassing is op de lokale besturen. Wij denken van wel. Ik denk dat dit onmiddellijk van toepassing is. U kunt nu naar huis gaan en u zult verwelkomd worden op een aangename manier, hoop ik voor u. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Waar zijn mijn pantoffels? Ik heb dat geregeld.

Ik denk dat het van toepassing is, maar voor alle zekerheid zullen we het nog eens dubbelchecken. Mocht het niet zo zijn, dan zullen we iedereen hierover informeren.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dacht ook dat het voor de lokale besturen automatisch van toepassing was omdat er een verwijzing naar de wet van 1971 is. Als u dat nog zou kunnen bevestigen, zou dat goed zijn.

Mijn excuses voor de vraag over corona. Ik wist het niet, maar u geeft misschien nog een hint. De termijn is nog niet verstreken om een vraag in te dienen.

Nee, maar ik wil u gewoon vragen om er zeker werk van te maken. En u hoeft mij nu geen antwoord te geven. Vanzelfsprekend wil ik niet tussenkomen in vragen die andere collega’s hebben gesteld.

Voor de rest kan ik alleen maar positief reageren op het antwoord dat u hebt gegeven, ook op de manier waarop de medewerkers op wie het van toepassing is, werden gecontacteerd. Ik dank u.

Collega Vaneeckhout, ik zou eigenlijk moeten zeggen dat ik heel blij ben dat uw echtgenote daarop een beroep kan doen. Maar eigenlijk ook niet, want dat zou betekenen dat ze voorafgaand aan de bevalling een aantal weken ziek is. Dus we mogen daar niet zo positief op reageren. Het is te hopen dat het niet nodig is.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.