U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mijn laatste vraag om uitleg gaat over de verduurzaming van de energie-intensieve basisindustrie. Die industrie speelt een cruciale rol in onze Vlaamse economie en staat de komende decennia voor een aantal cruciale uitdagingen. De basisindustrie produceert onder andere de basisstoffen en materialen die we nodig hebben voor de energietransitie – zonnepanelen, windmolens, batterijen en dergelijke – en is dus belangrijk voor een succesvolle klimaattransitie. Bovendien vertegenwoordigt ze een bijzonder belangrijk economisch gewicht in Vlaanderen.

Dankzij de hoogopgeleide technische beroepsbevolking, onze havens als grondstofhubs, kustwateren met ruimte voor de productie van groene elektriciteit, en uitgebreide transportnetwerken voor energie, heeft Vlaanderen een aantal uitstekende troeven om hierin in de toekomst een leidende rol op te nemen. We moeten de basisindustrie dan ook bekijken als een hefboom voor de klimaattransitie, eerder dan een obstakel. Het is nuttig om in dat verband af en toe eens over de grens richting Nederland te kijken. Recent nog schetste minister Wiebes in een inspirerende brief zijn visie op de verduurzaming van de basisindustrie richting 2050.

Vlaanderen doet reeds verregaande inspanningen om de concurrentiepositie van onze energie-intensieve industrie te beschermen en tegelijk aan te sporen haar productiemethodes te verduurzamen. Het is belangrijk dat deze dubbele doelstelling van verduurzaming en competitiviteit door de overheid op een kostenefficiënte manier wordt ondersteund. De milieubeweging boog zich daarom in een recent uitgebreid rapport over de emissies van de intensieve industrie en de steun die zij krijgt om haar uitstoot te verlagen. Meer specifiek werden de steunmaatregelen aan de petrochemische en staalindustrie onder de loep genomen, zowel op Vlaams als nationaal en Europees niveau.

De milieubeweging concludeert dat de combinatie van de huidige beschermingsmaatregelen tegen buitenlandse concurrentie en de ondersteuningsmaatregelen om verder te verduurzamen ontoereikend is om de klimaattransitie op een kostenefficiënte manier te bewerkstelligen. In datzelfde rapport doet de milieubeweging eveneens een tiental suggesties om deze aanpak om te buigen in een – naar eigen zeggen – meer offensieve transitiestrategie. Zo kan Vlaanderen met een transitie van de eigen industrie de kweekvijver en accelerator worden voor duurzame industrie wereldwijd en tegelijkertijd zijn strategische positie in de industriële waardeketen versterken.

Dit rapport raakt aan verschillende bevoegdheden, zowel van u als van collega Demir. Ik focus me hier op de bevoegdheden Innovatie, Economie en Werk.

Kunt u bevestigen dat de cijfers en aannames die in de studie worden gebruikt, met betrekking tot uw bevoegdheden, effectief juist zijn? Is de analyse die in het rapport wordt uitgevoerd, volgens u correct?

Deelt u, wat uw bevoegdheden betreft, de algemene conclusie van het rapport dat de combinatie van de huidige beschermingsmaatregelen tegen buitenlandse concurrentie en de bestaande ondersteuningsmaatregelen om verder te verduurzamen, ontoereikend is om de klimaattransitie op een kostenefficiënte manier te bewerkstelligen?

De milieubeweging benadrukt het belang van een gezamenlijk transitiekader op basis van een goed onderbouwde, evidencebased en participatief opgestelde roadmap. Hebt u plannen om in het kader van een industriële transitiestrategie ook een soort klimaatpact tussen overheid, industrie, academische wereld en het middenveld in het leven te roepen? Hoe staat u tegenover de opmaak van zo’n roadmap voor de basisindustrie richting 2050? Er bestaan al wat initiatieven op dat vlak. Hoe zullen de stakeholders worden betrokken? Hoe wilt u lock-ins in fossiele technologieën en infrastructuur vermijden?

Hoe zult u de uitbouw van infrastructuur, onder andere in het kader van transportnetten, voor een koolstofarme industrie ondersteunen?

Welke rol ziet u voor innovatie? Hoe zult u ervoor zorgen dat Vlaanderen maximaal gebruik kan maken van de middelen uit het Europese ETS-innovatiefonds (emissions trading scheme)?

Hebt u ook de Nederlandse visie op de verduurzaming van de basisindustrie richting 2050 bestudeerd? Welke lessen vallen daaruit te trekken die ook nuttig zijn voor Vlaanderen?

Minister Hilde Crevits

Dit zijn heel pertinente en belangrijke vragen. Eerst en vooral, er is heel wat cijferwerk gedaan voor deze studie. Ik denk dat dergelijke studies heel waardevol zijn voor het debat over de klimaattransitie. Met dergelijke cijfers kan je in discussie gaan, met slogans kan je dat niet. Je hebt eigenlijk onderbouwing nodig vooraleer je kunt discussiëren. Het is wel jammer dat de communicatie over die studie zeer sloganesk is gebeurd. Als men tot een klimaatoplossing wil komen of een klimaatcompromis wil sluiten met alle betrokken spelers, zoals het rapport eigenlijk ook voorstelt, dan is die sloganeske communicatie misschien toch wel een hinderpaal, want dan jaag je mogelijkerwijze iedereen weer zijn toren in.

Wat de cijfers zelf betreft, het rapport is nog maar een week oud. De experten in onze administraties zijn volop bezig met de analyse. Veel valt onder de bevoegdheid van mijn collega bevoegd voor het klimaatbeleid, minister Demir. Ik ga zeker geen discussie over de cijfers voeren. Ik ga ook geen goedkeuring geven ter zake. Ik weet dat er over een aantal punten andere meningen leven, bijvoorbeeld over het effect van de elektriciteitsprijs bij indirecte emissiecompensatie, of over de CO2-kosten van het afgas van de staalproductie. Dat het onderzoek er is, is echter waardevol.

Wat de vaststelling betreft dat de uitstoot van een aantal ETS-bedrijven in absolute cijfers niet is gedaald de voorbije jaren, en dat er nog nieuwe installaties bijkomen, voor mij is dat niet noodzakelijk een slecht punt. Ten eerste is de productie zelf toegenomen. Ten tweede vallen die bedrijven onder het systeem van de Europese emissiehandel: de totale EU-uitstoot daarvan daalt elk jaar met 1,74 procent, en vanaf 2021 zelfs met 2,2 procent. We mogen ons dus niet blindstaren op de Vlaamse uitstoot alleen. Een constante Vlaamse uitstoot betekent dat elders in Europa meer vervuilende installaties zijn gesloten, maar goed, daar hebben we in Vlaanderen natuurlijk per definitie ook niet zoveel aan. Dat waren in hoge mate bruinkool- en steenkoolcentrales. Hoe meer de ETS-cap daalt, hoe meer ook slechte industriële presteerders zich moeten aanpassen. Uiteraard mogen onze bedrijven absoluut niet op hun lauweren rusten, maar dat weten ze eigenlijk ook wel heel goed, getuige bijvoorbeeld de toekomstgerichte initiatieven die zowel in de Antwerpse als in de Gentse cluster bezig zijn. Ik denk dat zowel de stilaan nijpende CO2-prijs in ETS als de doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050, twee heel krachtige signalen zijn die de industrie serieus aan het denken zetten. Met de bestaande instrumenten gewoon doorgaan zal daarbij uiteraard niet voldoende zijn. Er zit ook van alles in de pijplijn. Zowel in ons regeerakkoord als in het Vlaams Energie- en Klimaatplan staan een aantal elementen die we willen aanpakken. Daar komen ook nog eens een aantal Europese hefbomen binnen het grote kader van de Green Deal bovenop. Vlaanderen kan daar paraat staan, zowel financieel als regelgevend. In bepaalde gevallen gaat het eigenlijk niet of nauwelijks om een element van financiële steun. Ik geef een voorbeeld: op Europees niveau worden nog initiatieven verwacht om incorrecte handelspraktijken van landen buiten de EU te stoppen. Dat is een belangrijk en noodzakelijk sluitstuk. Het gaat dus niet alleen om financiële stimuli.

Ik kom tot uw derde vraag. In het kader van de beleidsmaatregel van de Vlaamse Regering om een transitiekader inzake omschakeling naar een koolstofarme economie op te stellen, heb ik momenteel binnen de zogenaamde Moonshot een omgevingsanalyse en roadmapstudie lopen naar een koolstofcirculaire en CO2-arme Vlaamse industrie. In die analyse zal in kaart worden gebracht waar de grootste mogelijkheden liggen voor onze Vlaamse onderzoeksinstellingen en Vlaamse bedrijven om mee te werken aan de nodige systeeminnovaties om de Vlaamse klimaat- en energiedoelstellingen mogelijk te maken. We zijn daar dus zeker mee bezig. Bij dat werk is ook een hele groep stakeholders betrokken: zowel de bedrijven als de overheidsadministraties, de onderzoeksinstellingen, het middenveld, en ook de BBL én een werknemersvertegenwoordiging. In die roadmapstudie zit een doorkijk naar een mogelijke klimaatneutrale chemie- en staalsector, met de wegen die we in dat verband kunnen bewandelen en de manier waarop we met Vlaamse expertise via strategisch onderzoek het meest kunnen bijdragen. Dat gaat dan over nieuwe grondstoffen, over circulair gebruik van koolstof, over andere procesmethoden die men kan hanteren, over meer energie-efficiëntie of slimmer energiegebruik.

Met het klimaatpact waar de studie naar verwijst, bedoelen ze een vernieuwde versie van de energiebeleidsovereenkomst. Dat zal uiteraard ook door collega Demir moeten worden bekeken.

Maar een breder klimaatcompromis vind ik persoonlijk zeker een na te streven doel. Dat was eigenlijk de bedoeling om zoveel mensen te betrekken bij de lopende contextanalyse van de Moonshot. Ik ben zeker bereid om over het rapport mensen samen te zetten voor overleg. Want ik heb toch het gevoel dat au fond bij iedereen wel degelijk het besef bestaat dat klimaatneutraliteit een zeer grote uitdaging is, en dat iedereen mee aan boord zal moeten komen.

Uw vierde vraag ging over het ondersteunen van de koolstofarme industrie, waar ik al een beetje naar verwezen heb. Die infrastructuur uitbouwen, ook internationaal, is een onmisbare sleutel. Het is ook een taak waar de overheid haar rol moet opnemen. Binnen dat bredere kader van die contextanalyse zijn onderzoeken aan de gang om wat zicht te geven op de vragen en behoeftes op dat vlak.

Sowieso, gezien de schaalgrootte, is er een grote link met het Europees niveau. Dat zullen jullie wel beseffen. En dat is ook om financiële redenen een must. Mijn diensten zijn dat zeer actief aan het opvolgen, en participeren zelf in een aantal bestaande initiatieven. Ze zoeken ook naar toekomstige initiatieven zoals het European Cluster Collaboration Platform (IPCEI) voor waterstof, of de Connecting Europe Facility (CEF) voor CO2.

Welke rol zien we voor innovatie? De rol van innovatie kan onmogelijk overschat worden; ik heb daar al een paar keer naar verwezen. Dat is de enige weg om voldoende grote vooruitgang te kunnen boeken richting 2015, zeker als we rekening houden met de sociale en de economische pijlers. De Moonshot waarmee we jaarlijks 20 miljoen euro investeren in onderzoek en ontwikkeling (O&O) is het kader. Maar de speerpuntclusters zijn bijvoorbeeld bezig met de klimaatuitdaging vanuit een aantal perspectieven. Heel wat van onze O&O-projecten die bedrijven neerleggen bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) hebben een duidelijke klimaatdoelstelling. Ons innovatiebeleid is daar dus absoluut offensief mee bezig.

Maar uiteraard zijn er heel grote uitdagingen op het terrein, waaraan een aantal initiatieven gekoppeld zijn. Daar zetten wij mee onze schouders onder. Zo zijn er bijvoorbeeld heel mooie investeringsprojecten in de staalsector. Jullie kennen misschien het project Steelanol of het project Torero. Er is ook het CO2-backbone-initiatief in het Antwerps havengebied, en er zijn deelnames aan diverse IPCEI-projecten in verband met batterijen en waterstof.

Wat dan het ETS-innovatiefonds betreft: dat staat nog in de steigers. Ik kan verwijzen naar de nauwe opvolging die we daar hebben en de samenwerking met het Departement Omgeving. Voor de technische uitwerking stemt Omgeving af met de mensen van Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) en VLAIO. Waarom doen we dat? Om ervoor te zorgen dat kandidaat-initiatiefnemers geïntegreerd op weg kunnen, en niet van Pontius naar Pilatus moeten rennen. Een aantal initiatieven zijn al genomen richting diverse stakeholders. Voor verdere vragen verwijs ik graag door naar collega Demir.

Dan kom ik tot de zesde vraag, over de Nederlandse visie. Nederland is een regio die wij natuurlijk met een vergrootglas bekijken, ook al omdat we dezelfde taal spreken. Maar heel veel zaken in de beleidsbrief van minister Wiebe van midden mei zijn eigenlijk ook in Vlaanderen toepasbaar. We hebben dezelfde troeven als logistieke ligging, een hoog aandeel energie-intensieve basisindustrie, veel knowhow en hoogopgeleid personeel. Nederland heeft wel wat meer kust, dus ze hebben meer mogelijkheden voor offshore-toepassingen. En ze hebben ook meer gasvelden, al raken die stilaan leeg.

Veel basislijnen van de visie lopen parallel met wat we bijvoorbeeld als Moonshot-onderzoeksprogramma’s hebben afgebakend. Nederland zet ook in op samenwerking met buurregio’s, waaronder Vlaanderen. Nederland wil de beste van Europa zijn, en wij willen dat ook. Maar als we allebei de beste willen zijn kunnen we elkaar misschien ook versterken. Dan staan we misschien samen op een.

Nederland heeft voorlopig wel gekozen voor een iets andere aanpak dan wij. Zij gaan eerst heel ambitieuze doelstellingen vastprikken en communiceren, en daarna geven ze daar invulling aan via een aantal maatregelen. De uitvoeringskosten en de verdeling daarvan worden dan nadien pas berekend. Andere landen of regio’s binnen en buiten Europa werken op andere manieren. Wij proberen meteen van bij de start rekening te houden met de uitvoerbaarheid en kostprijs. Dat maakt dat het misschien wat minder voluntaristisch klinkt.

We roepen misschien niet zo luid dat we de beste van Europa willen zijn, maar als je mij kent, weet je dat ik dat au fond absoluut wel wil. In elk geval is het een heel interessant dossier. En los van de problemen, door de polemieken heen, wil ik toch vragen dat we ook de focus leggen op de vele erg interessante initiatieven die hier op dit ogenblik lopen. Daar wil ik een lans voor breken. Wat mij betreft is daar soms veel te weinig aandacht voor.

Minister, u zegt het zelf. Er loopt heel wat, en daar mag best wel wat aandacht voor zijn. Dit is dan ook een cruciaal debat. Als we kijken naar economische relance en naar de klimaatuitdagingen, dan hebben we een heel sterke industrie.

Het reduceren van die klimaatimpact en tegelijk het bestendigen van de productie is natuurlijk bijzonder belangrijk. In dat licht moeten de cijfers ook wat genuanceerd worden. De uitstoot van de ETS-sector moet afgezet worden tegen de geproduceerde eenheden ten aanzien van de toegevoegde waarde voor onze economie. En die is de voorbije jaren alleen maar toegenomen, en gelukkig maar. Er zijn inderdaad nog plannen om in die sectoren in onze regio te investeren, maar door het ETS-carcan zullen ook de Europese emissies moeten blijven dalen. En ook onze industrie zal daardoor steeds klimaatvriendelijker moeten gaan worden.

In die zin is die roadmap bijzonder belangrijk. Ik wil u nog vragen wat de timing is voor die hele oefening. Ik weet dat die oefening al een tijdje loopt en dat er heel veel mensen bij betrokken zijn, met heel veel actoren. En dat is belangrijk, want er is draagvlak nodig voor zo’n ingrijpende visieoefening. Maar we hebben natuurlijk ook een uitkomst nodig, zodat we het beleid kunnen gaan richten op wat die roadmap voorschrijft.

Ik heb het nog kort even over Nederland. Ik heb expliciet gevraagd naar dat Nederlandse voorbeeld omdat ik het belangrijk vind dat Vlaanderen daar heel hard naar kijkt. We hebben heel veel gelijkenissen, heel veel gelijke uitdagingen. En telkens opnieuw zelf het warm water uitvinden is eigenlijk niet nodig als je kunt samenwerken met een land als Nederland. Dan denk ik dat we vanuit Vlaanderen een stuk sterker staan. We doen dat ook al; van oudsher zijn er bijvoorbeeld al heel wat samenwerkingen rond waterstof en waterstoftechnologie en de ontwikkeling daarvan.

Ik zou ook eens willen kijken of we rond de opwekking van groen gas niet kunnen gaan samenwerken. We hebben een zeer belangrijke gasinfrastructuur in ons land. Denk aan Fluxys, maar denk ook aan het heel uitgebreide en dense aardgasnet dat Fluvius in beheer heeft. We hebben ook heel veel bedrijven die gas nodig hebben voor productieprocessen.

En ook de Nederlanders zijn daar bijzonder ambitieus in. Die moeten nu af van dat gas uit Groningen en zijn op zoek naar milieuvriendelijke alternatieven. Ik denk dat onderzoek, ontwikkeling en innovatie cruciaal zijn om daar een succes van te maken. Ik hoop dat u daar specifiek naar wilt kijken, en dat u misschien samen met de Nederlanders concrete plannen wilt uitwerken.

Minister Hilde Crevits

Ik dank u voor de zeer interessante aanvullende bedenkingen. We delen de ambitie om toch ook naar Nederland te kijken. Ik kan u ook melden dat er in november een top gepland is met Nederland, waar onder andere die duurzame projecten aan bod zullen komen. Die samenwerking was dus al intens maar ze wordt zeker niet afgezwakt.

De roadmap waaraan we al een tijdje werken zal er normaal direct na de zomer zijn. Maar het staat al heel ver. Ik weet dat het woord zomer gebruiken altijd flexibel is; het is een rekbaar begrip. Maar ik hoop dat u mij begrijpt. Het komt er dus vermoedelijk na het reces, of niet veel later.

In tijden van klimaatverandering is een zomer inderdaad een rekbaar begrip geworden. Dat weten ze nu ook in Siberië. Maar we kijken uit naar die roadmap, en we zullen er ongetwijfeld in de commissie op terugkomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.