U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Met het mantelzorgplan wou de vorige minister van Welzijn Vandeurzen het enorme maatschappelijke kapitaal dat Vlaanderen rijk is erkennen en inzetten op een goede ondersteuning van mantelzorgers. Het plan focuste op een toegankelijke informatieverstrekking, ondersteuning op maat van de mantelzorger en een goede relatie met professionele zorgverstrekkers. In totaal bevatte het plan 110 actiepunten die inzetten op de kwaliteit van leven van de mantelzorgers en dus ook op de kwaliteit van leven van de zorgbehoevenden.

Dit plan werd in 2016 besproken in het Vlaams Parlement en voorgelegd aan de Vlaamse Ouderenraad, de Strategische Adviesraad voor het Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en de zes erkende verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, die opmerkingen formuleerden. In hun feedback gaven ze aan dat er vooral nood was aan een prioriteitenlijst van acties, aan een budgettair kader en aan permanente monitoring.

In uw beleidsnota, minister, die u op 8 november hebt voorgesteld, ambieert u een evaluatie van het huidige Vlaamse mantelzorgplan, dat in 2020 ten einde loopt.

Graag had ik van u vernomen, minister, of er bij de uitvoering van het mantelzorgplan 2016-2020 rekening gehouden werd met de gegeven adviezen.

Minister, er zijn 110 acties vooropgesteld. Welke prioriteiten hebt u naar voren geschoven? In welke budgetten werd voorzien voor 2017, 2018, 2019 en 2020? Dat is een van de opmerkingen die toen zijn gemaakt. Is een monitoringsysteem opgezet? Welke conclusies kunt u hieruit trekken?

Daarnaast zou ik nog graag een zicht krijgen op de manier waarop de mantelzorg wordt geëvalueerd. Welke conclusies trekt u hieruit? Wanneer zal dat rapport klaar zijn? We zijn zes maanden voor het verstrijken van het plan. Hoever staan de voorbereidingen van een nieuw mantelzorgplan? Worden de betrokkenen hierbij betrokken? Welke rol ziet u voor de erkende verenigingen van mantelzorgers en mantelzorggebruikers?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega De Martelaer, er is een stuurgroep opgericht om de uitvoering van de actiepunten in het mantelzorgplan op te volgen. Naast een afvaardiging van het kabinet en van het agentschap Zorg en Gezondheid, zitten in deze stuurgroep ook verschillende stakeholders die de doelgroepen van ouderen en mantelzorgers vertegenwoordigen. De stuurgroep heeft de adviezen steeds besproken.

Het mantelzorgplan is een zeer allesomvattend plan met een groot aantal mogelijke acties om de mantelzorger te ondersteunen. Een van de pijnpunten van het plan is dan ook dat het onvoldoende richting geeft voor alle opgesomde acties waarop we prioritair moeten inzetten. Bij de eventuele opmaak van een nieuw plan zal het belangrijk zijn op die vaststelling in te spelen. Om tot een nog betere ondersteuning van de mantelzorgers te komen, zullen we duidelijke prioriteiten met enkele essentiële actiepunten moeten stellen.

Er is niet voorzien in een aparte begroting voor de uitvoering van het plan. Heel wat acties zijn door de erkende woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en mantelzorggebruikers opgenomen. De Vlaamse overheid subsidieert die acties. Hierdoor konden bepaalde acties onmiddellijk in de reguliere werking van onze voorzieningen worden verankerd.

Daarnaast zijn, bijvoorbeeld, ook ad-hocprojectsubsidies verleend voor de oprichting en uitbouw van het Vlaams Expertisecentrum Mantelzorg en zijn bepaalde onderzoeken in uitvoering van het mantelzorgplan gefinancierd. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van Samenspraak voor 78.000 euro, de survey van de informele zorg voor 483.000 euro en de aanwezigheid van jonge mantelzorgers in het onderzoek ‘Loopbanen in het Secundair Onderwijs’ (LiSO) voor meer dan 100.000 euro.

De monitoring en opvolging van het mantelzorgplan verloopt, zoals ik reeds heb aangehaald, door een stuurgroep met vertegenwoordigers van de sector. Voor alle acties zijn trekkers aangeduid. Tijdens de vergaderingen van de stuurgroep geven de stakeholders toelichting bij de uitwerking van de actiepunten in hun werking.

Het is een knelpunt dat geen prioritering is vooropgesteld. Bovendien leidt het feit dat in het plan een veelheid aan mogelijke acties is opgenomen ertoe dat te weinig eigenaarschap van de verschillende actiepunten is gecreëerd. We kunnen hieruit concluderen dat een toekomstig plan duidelijke beleidsprioriteiten moet stellen om tot winsten op lange termijn te komen. Daar moeten acties en meetbare doelstellingen aan worden gekoppeld. Ook een duidelijke taakstelling en rolverdeling zullen belangrijk zijn voor de uitvoering van een toekomstig beleidsplan.

Zoals in het Vlaams regeerakkoord en in de beleidsnota is voorzien, zal het huidig mantelzorgplan worden geëvalueerd. Idealiter krijgt het Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL), de partnerorganisatie voor de mantelzorg, de opdracht om, uiteraard na afstemming met de stakeholders, deze evaluatie te trekken. De timing hiervan moet nog verder worden besproken. Een nieuw mantelzorgplan kan worden opgesteld op basis van de bevindingen in de evaluatie die nog moet gebeuren.

Daarnaast loopt reeds een nieuwe studie over de informele zorg in Vlaanderen. De resultaten van dit onderzoek vormen een omgevingsanalyse waaruit opportuniteiten en prioriteiten kunnen worden gedetecteerd die in een nieuw plan kunnen worden opgenomen. De oplevering van de resultaten van deze studie is voorzien voor de tweede helft van 2021. Concrete afspraken over de opmaak van een nieuw plan en over wie daarin welke rol zal opnemen, moeten nog worden gemaakt.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik heb u deze ochtend op de radio gehoord. U bent geïnterviewd over de mantelzorg. Voor het interview was er een ontzettend emotionele getuigenis van een moeder die vertelde hoe het was om de voorbije periode voor haar dochter met een handicap te zorgen.

Misschien is dat zo blijven plakken omdat ik momenteel zelf in een vrij intensieve mantelzorgperiode zit, waar ik samen met mijn zussen zorg voor mijn zieke papa, waardoor ik wellicht alerter ben voor de signalen van andere mantelzorgers. De voorbije periode hebben mantelzorgers echt wel problemen gehad om zich te organiseren. Ze hebben ook nog andere rollen in hun leven, ze zijn ook werknemer, ouder met kinderen thuis, en daardoor was het voor sommige mantelzorgers onmogelijk om dit te combineren, door het ontbreken van een verlofregeling, wat zorgde voor stress en ongerustheid. Door het wegvallen van professionele ondersteuning en de angst voor besmetting plooiden heel veel mantelzorgers en zorgvragers zich terug in hun kleine bubbel, waardoor de zorg nog meer op de schouders rustte van enkele mantelzorgers en zij er alleen voor kwamen te staan.

Minister, we hebben een bijzondere periode achter de rug, waarin een bijzondere uitdaging werd gevraagd van de mantelzorgers. Zullen de lessen van de voorbije weken worden meegenomen en op welke manier kunnen die het volgende mantelzorgplan stofferen?

De heer De Reuse heeft het woord.

Ook mijn fractie wil op deze Dag van de Mantelzorg haar dank en erkenning uitspreken aan alle mensen die zorg opnemen en hulpbehoevenden helpen, en het gaat dan van de kleine tot de grote mantelzorger, want iedereen is van groot belang in deze keten.

Mevrouw De Martelaer, ik heb vanmorgen op Radio 1 het schrijnend en pakkend verhaal gehoord van de moeder die zelf ziek was en mantelzorger was voor twee van haar kinderen. Ze was echt ten einde raad, want niemand kon het van haar overnemen en ze wacht al zes jaar op een zorgbudget. En zo zijn er 200.000 mensen die door het falen, door het tekortschieten van deze overheid deze zorg op zich moeten nemen. Want als de overheid tekortschiet, dan komt de mantelzorger in beeld. Zonder hen zouden inderdaad heel wat hulpbehoevende ouderen en kinderen met een beperking niet thuis kunnen blijven. Het werk dat mantelzorgers op hun schouders nemen, is dan ook van groot belang.

In deze coronatijden was dat werk natuurlijk extra zwaar, want zij stonden er helemaal alleen voor toen ook kinesitherapie en ergotherapie wegvielen. De beste manier om deze mensen te bedanken, minister, zou zijn door de juiste budgetten vrij te maken, de wachtlijsten weg te werken en de nodige zorgbudgetten uit te trekken. Het verhaal vanmorgen deed me eraan denken dat we toch zeker de mantelzorger niet mogen vergeten. Ik hoop dat u daar de nodige aandacht aan zult schenken, en dat, in geval van een tweede golf of een nieuwe pandemie, een apart draaiboek wordt opgesteld om deze mensen op te vangen, te helpen en de nodige ondersteuning te geven.

De heer Daniëls heeft het woord.

Het mantelzorgplan is uiteraard een belangrijk gegeven, dat vindt ook mijn fractie. Minister, u hebt aangegeven dat we dat plan zullen evalueren. Dat moet ook wel, want het loopt eind 2020 af; we hebben dan ook niet zo veel tijd meer. De kwestie is wel dat we bij een evaluatie van de mantelzorg – die informele zorg in Vlaanderen is heel belangrijk, het is nabije zorg, het is een vermaatschappelijking van de zorg op de meest doorgedreven manier – alle hinderpalen zo goed mogelijk in kaart moeten brengen.

Collega’s, we moeten realistisch zijn: elke hinderpaal door de overheid laten oplossen zal niet evident zijn. Maar we moeten ze wel op zijn minst in kaart brengen en op de radar hebben om ze te kunnen bekijken en misschien te kunnen aanpakken, met rechtstreekse ondersteuning maar ook met onrechtstreekse ondersteuning. Zo kan men via sociale media mensen op een aantal vlakken ondersteunen, dat kan zeer laagdrempelig zijn. Op die manier kan men mantelzorg toegankelijker maken, maar ook de mantelzorgers zelf sterker maken en hen minder laten twijfelen. Het blijft per slot van rekening zoeken: doe ik het goed, doe ik het niet goed? Dat moeten we mee in ogenschouw nemen, minister.

De heer Anaf heeft het woord.

Het is vandaag inderdaad Dag van de Mantelzorger. Het is een zeer bijzondere Dag van de Mantelzorger, want de voorbije maanden hebben heel veel mensen mantelzorg opgenomen, ook mensen die het niet gewoon waren om dat te doen. Heel veel respect voor al die mensen, zowel degenen die dat al jaren doen als de mensen die dat de laatste maanden extra hebben moeten doen. Ik krijg veel reacties binnen van mensen die zich de voorbije maanden een stukje in de steek gelaten voelden. Met het oog op een tweede golf of een nieuwe lockdown moeten we daar dus veel meer aandacht aan besteden. Dat is belangrijk.

In de evaluatie die wordt aangekondigd, moet er volgens ons ook heel veel aandacht gaan naar de gevolgen van de vergrijzing. Mensen worden ouder, dus ook de mensen die zelf mantelzorg bieden. Die gaan vaak zelf ook klachten ontwikkelen, wat het natuurlijk niet gemakkelijk maakt. We moeten langs de ene kant een heel sterk flankerend beleid hebben om het die mensen zo gemakkelijk mogelijk te maken om mantelzorg te kunnen bieden, maar tegelijkertijd moeten we er ook voor zorgen dat er korte lijnen zijn met het formele zorgaanbod, zodat, als die mensen op een bepaald moment aangeven dat het echt niet meer lukt – en dat zijn vaak schrijnende gevallen, want het zijn vaak mensen die graag nog die zorg zouden willen opnemen, maar het echt niet meer kunnen en hun eigen zelfredzaamheid achteruit zien gaan – er heel snel kan worden geschakeld. Dat is vaak een frustratie van mensen: op het moment dat ze het echt nodig hebben, nadat ze jarenlang zelf voor die zorg hebben ingestaan, moeten ze wachten op de zorg voor bijvoorbeeld hun moeder of vader. Daar moeten we ook heel veel aandacht aan besteden.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik heb ook gemerkt dat heel wat mantelzorgers het tijdens deze coronatijd heel moeilijk hebben gehad. Dat blijkt ook uit de online bevraging die is gebeurd door Hogeschool Gent en het Steunpunt Mantelzorg. Zij hebben de afgelopen weken veel druk op hun schouders gevoeld. 27 procent van de mantelzorgers vond het moeilijk tot zeer moeilijk om het vol te houden.

Bij de evaluatie of bij het opstellen van een nieuw mantelzorgplan moeten we zeker meenemen dat als er eventueel een nieuwe gezondheidscrisis zou uitbreken, we die zaken, die ook aan bod zullen komen in de ad-hoccommissie, zeker en vast meenemen in de herevaluatie van het mantelzorgplan, zodat we echt kunnen zien dat die mantelzorgers veel beter ondersteund worden vanuit de welzijnssector, maar ook vanuit de lokale besturen.

Minister, ik heb u vanmorgen helaas niet gehoord op de radio. Ik heb ook het blijkbaar schrijnende verhaal van de mama niet gehoord, collega’s De Martelaer en De Reuse, maar ik heb wel een ander pakkend verhaal gehoord, namelijk dat van een jonge vrouw die nu afgestudeerd is als psychologe en die vertelde dat ze als kind van gescheiden ouders als 15-jarige moest optreden als mantelzorger voor haar papa, die alcoholverslaafd was. Het was een zeer pakkend verhaal. Ik ben de naam vergeten, maar ik kan die nog wel even opzoeken. Ze heeft ook een eigen initiatief of een vzw opgericht, om ook daar aandacht aan te besteden.

Ik merk uit de tussenkomsten van de collega’s – vooral collega Anaf had het erover – dat als we over mantelzorgers spreken, we automatisch aan iets oudere mensen denken. Maar blijkbaar, ook volgens die persoon vanmorgen op de radio, zijn heel wat jonge mensen, zelfs kinderen, in principe mantelzorger, maar beseffen ze het eigenlijk niet. Daarom is mijn vraag, in zoverre dat dat niet gebeurd is in het vorige plan, om daar toch zeker in het toekomstige plan de nodige aandacht aan te besteden.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Voorzitter, ik vind het heel terecht dat u dit aanhoudt. Ik wil me eigenlijk niet mengen in deze discussie, omdat je dan soms het risico loopt de discussie een beetje te vervuilen. Maar ik vind het heel terecht dat u het perspectief van minderjarige mantelzorgers aanhaalt. De kinderrechtencommissaris heeft ook aangehaald dat, wat de coronacrisis betreft, hun perspectief niet altijd was meegenomen en dat zij het veel moeilijker hebben gehad. Ik kan die oproep om hun perspectief mee te nemen, absoluut ondersteunen.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, collega's, alleen al met de ‘Dag van de Mantelzorg’ zouden we een hele commissie kunnen vullen.

Misschien moeten we dat bij gelegenheid ook doen, want ik denk dat de 680.000 mensen die dat in Vlaanderen elke dag doen – dat is één op de tien – mee de helden van de zorg zijn geweest. Een dag zoals vandaag is dan ook een gelegenheid om dat even te ondersteunen.

Ik was deze ochtend op bezoek bij Lea en George. Lea zorgt al 19 jaar voor haar echtgenoot, die een chronisch zuurstoftekort heeft ten gevolge van een tekenbeet, de ziekte van Lyme. Toen ik haar vroeg waaruit ze de voorbije periode de grootste energie heeft gehaald, zei ze: “Uit de telefoontjes die ik heb gekregen van Samana, om gewoon eens mijn verhaal te kunnen doen.”

Bij het ondersteunen van zorg, formele en informele zorg, moeten we kijken naar alle schakeringen: hoe organiseren we onze zorg, zowel de professionele ondersteuning als de niet-professionele ondersteuning? En dan moeten we ook aandacht hebben voor die mensen. In ons plan Mentaal Welzijn was een van de aspecten ‘Check Jezelf’. Dat was onder andere op deze groep van mensen gericht, omdat je niet voor anderen kunt zorgen als je niet voor jezelf zorgt. Want dan ga je er zelf onderdoor en dan zit je daar minstens met twee. Dat is bijzonder belangrijk.

We moeten inderdaad kunnen leren uit deze periode, daaruit lessen trekken. Ik stel vast – en daarom ook heb ik vanmorgen op de radio de term ‘buurtgerichte zorg’ in de mond genomen – dat heel wat organisaties, vrijwilligersorganisaties en andere verenigingen die nu niet meer fysiek konden samenkomen, wijkverenigingen, die buurtgerichte zorg spontaan hebben opgenomen. Nogmaals, dat komt niet in de plaats van de professionele zorg, maar het is toch ook wel bijzonder belangrijk en we kunnen er veel uit leren. Alternatieve manieren om in contact te treden, digitaal, telefonisch, via beeldbellen en andere, zijn daar mee voorbeelden van.

Thuiszorg speelt een belangrijke rol voor de personen met zorgnood, maar ook voor de mantelzorgers, want zij nemen vaak die rol op en spelen daarin dus ook een belangrijke rol. De voorbije weken hebben wij verschillende keren contact gehad met de mantelzorgorganisaties. Een van de elementen daarbij was de leeftijdsgrens van 65 jaar. We hebben het daar vroeger ook al over gehad. We hebben dat ook opgepakt. U hebt het over ‘lessons learned’, wel dat is een van die ‘lessons learned’. Ze zeiden dat ze hun rol als mantelzorger niet meer konden spelen zoals het zou moeten, net door die leeftijdsgrens van 65 jaar. We hebben dat opgepakt samen met de Ouderenraad en daaruit is een charter voortgekomen, dat we vorige week publiek hebben gemaakt.

Dus ja, er vallen zeker lessen te leren. We hebben al een aantal lessen getrokken, maar dat zal ook voor de toekomst belangrijk zijn.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Als je dit gesprek volgt, kun je toch wel zeggen dat er bij de collega’s heel wat betrokkenheid rond dit thema is en dat mantelzorg heel divers is.

Minister, ik maak me ook wel wat zorgen over uw antwoord. Ik vind het ook veel te vrijblijvend. We stellen vast dat het mantelzorgplan op het einde van dit jaar afloopt. Dat zijn, ocharm, nog zes maanden. De studie over de informele zorg zal pas in de helft van 2021 worden opgeleverd. Dat is een half jaar na het verstrijken van het huidige plan. Ik hoor van u ook geen concrete stappen over hoe er vandaag al aan dat nieuwe plan wordt gewerkt. Ik vrees voor een vacuüm. Dat vind ik erg, zeker omdat ik hoor dat ook mijn collega’s die mantelzorg heel belangrijk vinden, maar ook omdat we nu uit een speciale periode komen die heel veel gevraagd heeft van de mantelzorgers. We moeten paraat staan, want die groep mensen kan niet nog eens een tweede golf met deze intensiteit aan. Wij moeten als overheid paraat staan om hen op een goede manier te ondersteunen.

Ik stel voor dat we op een later tijdstip, na het zomerreces, misschien het best in aanwezigheid van minister Beke, hierrond een gedachtewisseling organiseren. Dat noteren we bij alle andere plannen die we hebben voor na het zomerreces.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.