U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

De land- en tuinbouwsector meldt een daling van het aantal schade-experts. Voor een stuk is dat natuurlijk te wijten zijn aan de vergrijzing, ook binnen de sector, maar er zou ook een gebrek aan kennisopbouw zijn van wat men noemt de allroundexperten. Dat zijn experten die zowel in de akkerbouw als de fruit- en groentesector schade kunnen vaststellen. Ik had gevraagd of daar concrete cijfers over waren maar dat houdt het departement niet centraal bij. Dat is op zich natuurlijk geen probleem, maar ik neem aan dat deze problematiek ook bij de minister bekend is.

Blijkbaar wordt er tegenwoordig zelfs regelmatig een beroep gedaan op Nederlandse schade-experts, omdat er een gebrek zou zijn aan Vlaamse. En dat gaat net om dat inhoudelijke argument: schade-experten zouden multi-inzetbaar moeten zijn, met andere woorden zowel in de fruitsector als de akkerbouw of andere subsectoren.

Door de extreme weersomstandigheden hebben we de vorige jaren gezien hoe belangrijk schade-experts zijn voor de landbouw. Dat zal alleen maar toenemen, denk ik, ook door de brede weersverzekering. Ook de weersverzekeringsmaatschappijen gaan nood hebben aan mensen die expertise hebben in de landbouwsector. Zij kunnen die gebruiken om mogelijke schade te inventariseren.

Op het terrein zien we wel wat beweging. Ik heb gezien dat KBC heeft besloten om een opleiding in te richten, samen met AgroCampus, om personen die in aanmerking komen – bijvoorbeeld landbouwers met de nodige landbouwopleiding – teeltkennis en veldervaring bij te brengen. De eerste resultaten worden al tegen 2021 verwacht om schademetingen te verrichten.

Minister, bent u vanuit de sector op de hoogte gesteld over dat probleem en het dreigend tekort aan schade-experten? Hebt u daarbij bekeken in hoeverre dit probleem zich stelt in combinatie met de vergrijzing? Wat is de impact van die vergrijzing? Zult u in overleg treden met de sector en de verzekeringsmaatschappijen, om na te gaan op welke manier dit tekort kan worden verholpen? Is de situatie inderdaad zo acuut dat er op Nederlandse schade-experten een beroep wordt gedaan? Zult u concrete actie ondernemen om de instroom bij schade-experts in de land- en tuinbouw te vergroten en erover te waken dat ze inzetbaar zijn in alle subsectoren?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Coenegrachts, het gebeurt zelden, maar deze vraag heeft ons wel een beetje verrast, omdat wij die signalen die u schetst, niet hebben ontvangen. Ook VDAB geeft geen enkel signaal dat er grote tekorten zouden zijn. Het beroep is ook niet ingedeeld als knelberoep op de lijst van 2020, en de problematiek vertaalt zich ook niet in vacatures.

Naar aanleiding van uw vraag hebben wij ook een bevraging gedaan. Het is een kleine moeite voor ons om dit op de lijst van de knelpuntvacatures te zetten, maar dan moet het natuurlijk wel vaststaan dat er een tekort is.

Wat de Nederlanders betreft: verzekeraars zijn vrij om experten te rekruteren of in te huren. Dat kunnen ook inwoners van andere lidstaten zijn. Een aantal van de teeltverzekeringen die sinds dit jaar op onze Belgische markt worden aangeboden, zijn ontwikkeld door Nederlands landbouwcoöperaties. In dat geval kan het dus gebeuren dat ze Nederlandse experten aanstellen om schadedossiers van buitenlandse klanten te beoordelen. Omgekeerd gebeurt dat ook in de verzekeringswereld: Belgische verzekeraars die een Belgische expert aanstellen voor schadegevallen die zich voordoen in het buitenland.

Collega, wij zijn een bevraging gestart, maar ik kan uw vraag dus nog niet echt bevestigen.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik hoop dat de signalen die mij werden gegeven, correct zijn. Ik heb dat ook nagevraagd bij de Boerenbond en zij gaven toch ook aan dat er inderdaad een verminderd aantal schade-experts zou zijn. Laten we dus hopen dat de bal hiermee aan het rollen is en dat we inderdaad kunnen kijken naar mogelijke oplossingen.

We blijven het opvolgen. Ik ben alvast blij met uw suggestie om VDAB daar ook bij te betrekken. Zij kunnen een belangrijke speler zijn, niet alleen voor de knelpuntvacature, maar ze kunnen eventueel ook voorzien in opleidingen om mensen daartoe om te scholen. Dat lijkt mij ook belangrijk. Ik neem aan dat we hier later nog op terugkomen.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Ik wil hier even kort op ingaan, want ik hoor dat het eigenlijk nog moet worden uitgezocht. In ieder geval is het heel belangrijk dat er voldoende experten zijn en dat ze ook allround zijn.

Het is voor iedereen belangrijk dat de dossiers snel kunnen worden afgehandeld, zeker voor jonge landbouwers en voor starters, die anders in financieel moeilijk vaarwater kunnen komen.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om een rapport van de SALV aan te halen. Het betreft een heel recent rapport, van eind juni 2020. Ik wil er graag de aandacht op vestigen, omdat zij heel wat aanbevelingen doen in het kader van het Rampenplan. Er zijn – en dat zal u zeker gunstig stemmen – heel wat budgetneutrale of budgetvriendelijke aanbevelingen, onder andere om nog verder administratief te vereenvoudigen. Misschien kunt u dat meenemen in het beleid?

Vanuit mijn ervaring in de praktijk kan ik bevestigen dat het aantal schade-experts gedaald is, omdat mensen deze activiteit voornamelijk in bijberoep opnamen en het zijn nogal vaak mensen die gepensioneerd waren of zijn en die dergelijke expertises in bijberoep uitvoerden.

Er is ook een organisatie, de Vereniging voor Agro-Experten vzw, die mensen inlicht en betrekt om die expertise onder elkaar te blijven delen.

Ik heb gezien dat in het besluit dat de Vlaamse Regering op 5 juli heeft genomen met betrekking tot het Rampenfonds – slechts een aspect van de nodige expertenvaststellingen – ook de schattingscommissie opnieuw een belangrijke rol krijgt en dat die rol daarin wordt bevestigd. Naast de expertise uitgevoerd door de experten in opdracht van de verzekeringen, krijgt ook de schattingscommissie als dusdanig opnieuw een opdracht.

Minister, voor een deel valt het uiteraard onder de bevoegdheid van minister-president Jambon, maar beschouwt u het als uw rol om de gemeenten nogmaals duidelijk te maken wat de rol van de schattingscommissie is? Want ik heb een aantal contacten gehad in West-Vlaanderen, via Inagro, via een webinar, en daar heb ik gehoord dat er toch nog heel wat onduidelijkheid en verwarring bestaat met betrekking tot de rol van de schattingscommissie in het kader van het vaststellen van schade.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik dank jullie voor de aanvullende vragen.

Mijnheer Coenegrachts, het is een beetje vreemd. We hebben een bevraging gedaan bij de verzekeraars en ook een bij de landbouworganisaties. Zij gaven eigenlijk aan dat er geen tekort is. Dat staat wat haaks op de vragen die u hebt gesteld. Maar ik breng het een beetje in verbinding met de opmerkingen die de voorzitter maakt: het zijn inderdaad vaak mensen die expertises in bijberoep doen en het is van belang dat de deskundigheid verzekerd blijft. We moeten die zeker niet laten verloren gaan, want die mensen hebben een belangrijke rol. Ik blijf het dus zeker opvolgen. 

Mevrouw Grosemans, het rapport van de SALV over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering (BVR) rond de modaliteiten van het nieuwe Rampenfonds is mij uiteraard bekend. De aanbevelingen van de SALV worden meegenomen bij de effectieve goedkeuring, maar dat betreft een besluit van de minister-president dat nog moet worden genomen.

Voorzitter, de gemeentelijke schattingscommissies hebben in het verleden goed werk geleverd, dus het is een beetje logisch dat ze in het nieuwe Rampenfonds ook hun rol blijven opnemen. Dan is er uw opmerking over de leden van de gemeentelijke schattingscommissies. Die leden zijn vaak geen beroepsmatige experten, maar het zijn gepensioneerde landbouwers die dat in hun vrije tijd doen en onbezoldigd lid zijn van die commissie. Dat is een aandachtspunt, want we moeten ervoor zorgen dat we ook daar heel goed de expertise blijven bewaren. 

Ik wil zeker het initiatief nemen om een incentive te geven aan de lokale besturen. Ik zal dat opnemen met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) om ervoor te zorgen dat ze daarover helder kunnen communiceren als daar toch zo veel vragen over zijn.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik zal u laten weten met wie ik contact had bij de Boerenbond zodat we dat kunnen uitklaren. We moeten inderdaad geen problemen oplossen die zich niet stellen, maar de signalen zijn gemixt. Om het helder te krijgen, zal ik u dit overmaken en dan komen we daar later nog op terug.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.