U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Voorzitter, het doet deugd om nog eens in deze commissie aanwezig te zijn. En minister, ik ben blij om ook nog eens een vraag tot u te kunnen richten. Ik denk dat dat ook wel een tijdje geleden is.

De coronacrisis heeft ons leven goed door elkaar gehaald. Zo waren ook de grenzen tussen ons land en Nederland en Frankrijk gesloten: wie naar Frankrijk wou gaan werken, kon dat alleen in de noodzakelijke sectoren en met een attest van de werkgever. Ondertussen is de situatie flexibeler en sinds 15 juni is de grens met Frankrijk weer open voor iedereen.

De situatie voor grensarbeiders in Nederland en Frankrijk is echter voor een stuk anders. Zo werd op 30 april 2020 tussen België en Nederland een overeenkomst gesloten over de situatie van de grensarbeiders in de context van de COVID-19-gezondheidscrisis. Deze overeenkomst gold tot 31 mei en werd verlengd tot met 30 juni 2020. Het gaat onder andere over de regels voor thuiswerk, werkloosheidsuitkering en het doorbetalen van de lonen. Ondertussen weten we dat de bussen tussen Nederland en België sinds juni opnieuw rijden.

Voor de bussen naar Frankrijk hebben we daar nog geen zicht op. Bovendien werd met Frankrijk pas half mei een vergelijkbare overeenkomst gesloten als met Nederland. Onze West-Vlaamse regio is nochtans wel sterk afhankelijk van de grensarbeiders.

Welke bijkomende initiatieven zal de Vlaamse overheid nemen om de grensarbeid weer volop te activeren, nu de gevolgen van de coronacrisis uitdoven?

Wordt in een aparte aanpak per buurland voorzien?

Werd er onderzoek uitgevoerd of zal er onderzoek gebeuren naar de impact van de coronacrisis op de grensarbeid?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dank u wel, collega Fournier. Ik ben eveneens blij u te zien in deze commissie.

Zoals u weet, is het sluiten van de grenzen een federale bevoegdheid. Het sluiten van de grenzen heeft inderdaad een heel grote impact gehad op het woon-werkverkeer van de grensarbeiders. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) heeft een sterk netwerk aan de grenzen, waardoor we snel actie konden ondernemen en er onder andere informatie is uitgewisseld met de buurlanden over welke attesten er vereist waren om de grens over te steken.

De sluiting van de grenzen vormde hierdoor geen echte belemmering voor grensarbeiders. Als de werkgever de veiligheidsvoorschriften garandeerde, kon men dus blijven werken én solliciteren. VDAB nam het solliciteren over de grens steeds aan als essentiële verplaatsing.

Is er een andere aanpak per buurland? Er is geen specifieke aanpak per buurland van België. We hanteren het concentrisch bemiddelingsmodel. Dat wil zeggen dat we eerst in Vlaanderen kijken of een vacature ingevuld kan worden. Indien dit niet het geval is, kan er ook binnen andere gewesten of over de grens gekeken worden. In het kader van grensarbeid focust VDAB voornamelijk op het ingevuld krijgen van knelpuntvacatures. Het is mogelijk dat er zich naar aanleiding van de coronacrisis een verschuiving van knelpuntvacatures zal voordoen, omdat de arbeidsreserve zal groeien door het groeiend aantal structureel werkzoekenden.

Wat het onderzoek betreft, volgt VDAB de situatie van heel nabij op via lokale partnerschappen die afgesloten zijn, niet alleen in de regio rond Zuid-West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk, maar ook langs de grenzen met Nederland en Limburg. De Vlaamse Regering heeft recent een oproep gelanceerd voor een expertenadvies vanuit wetenschappelijke kennis en inzichten over hoe het arbeidsmarktbeleid en de economische relancestrategie elkaar optimaal kunnen ondersteunen. Specifiek vraagt het Vlaamse beleid naar een expertenadvies over maatregelen, hefbomen en relance-instrumenten voor de arbeidsmarkt om schokken op te vangen en de impact van deze grote sociaal-economische crisis te verminderen, in het bijzonder voor wie kwetsbaar is of dat dreigt te worden. Dat advies verwacht ik tegen de zomervakantie – de begindatum van die vakantie hangt natuurlijk af van de job die je doet, dus laten we ervan uitgaan dat het advies er is tegen de recesperiode.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord.

Ik ben eens terug gaan kijken in de archieven, omdat ik vroeger heel veel vragen heb gesteld over grensarbeid. Mijn eerste vraag om uitleg dateert van januari 2008, toen ik pas volksvertegenwoordiger was geworden en u pas minister, toen Frank Vandenbroucke nog minister van Werk was en Eric Van Rompuy commissievoorzitter. Het viel mij toch op dat de tijd heel snel gaat.

In 2008 was er nog het statuut van grensarbeider. Dat verviel in januari 2012, omdat het fiscaal minder interessant werd om vanuit Frankrijk in België te komen werken. Wij hebben toen, in december 2011, een resolutie ingediend, samen met collega Robrecht Bothuyne, om de Vlaamse Regering te vragen deze problematiek nauwgezet op te volgen en een betere samenwerking tussen VDAB en haar Waalse pendant Le Forem na te streven: uitwisselen van vacatures, het oprichten van interregionale mobiele teams en dergelijke.

In februari 2020 stelde ik een vraag om uitleg aan minister Peeters, die vooral ging over de grensoverschrijdende mobiliteit – busverbindingen, treinverbindingen. Die vraag kwam er naar aanleiding van een meeting met de West-Vlaamse volksvertegenwoordigers, de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) en het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka), waarop u ook aanwezig was, minister. Toen bleek uit de cijfers dat de werkloosheidscijfers in West-Vlaanderen op een minimum zaten, op 2 of 3 procent, terwijl de werkloosheid in Henegouwen op 10 tot 12 procent zat.

Minister, ik heb er de statistieken over grensarbeid op nageslagen en er zijn toch een paar zaken die opvallen. Ik heb de cijfers van 2011, net voor het wegvallen van het statuut, en van 2019 met elkaar vergeleken en nu blijkt dat het aantal grensarbeiders dat van Frankrijk naar België komt werken, ongeveer gelijk gebleven is. In 2011 waren het er 36.000, in 2019 37.000, respectievelijk 6000 en 5800 in West-Vlaanderen. Het cijfer waar ik nog niet echt op gelet had, maar dat me nu wel opvalt, is het aantal grensarbeiders dat van Frankrijk naar Henegouwen trekt. Dat waren er in 2011 ongeveer 21.000 en in 2019 nog altijd 21.000. Minister, u kunt natuurlijk niet veel doen aan de werkloosheid in Henegouwen, maar het moet toch zijn dat er in Henegouwen ook wel werk genoeg is, als er meer dan 20.000 grensarbeiders vanuit Frankrijk naar Henegouwen trekken. Misschien moet daar nog meer aandacht aan besteed worden, aan die interregionale teams, om de werkloosheid in Henegouwen beter en structureler aan te pakken, vooral voor wanneer de coronacrisis uitgedoofd is en er terug heel veel werkaanbiedingen zijn in West-Vlaanderen. Dan moeten we maximaal inzetten op die arbeidsmobiliteit, zowel vanuit Frankrijk als vanuit Henegouwen. Maar ik hoor dat u daar toch wel ten volle mee bezig bent en dat u dat ook verder zult opvolgen. Dat zal ik ook van mijn kant doen.

Dank u wel, mevrouw Fournier. Alles keert terug en dus ook u en uw vragen over de grensarbeid. Daar hoort dan ongetwijfeld ook een reactie van collega Ronse bij. U hebt het woord, mijnheer Ronse.

Ja, ik vind het ook fantastisch om collega Fournier hier in de commissie te mogen verwelkomen. Collega Fournier heeft inderdaad heel verdienstelijk werk geleverd rond grensarbeid. Ik herinner mij nog het moment van de uitdoving, want toen heeft zij goed gelobbyd voor een verlenging van die uitdoving. Dank daarvoor.

Ik deel eigenlijk haar analyse. Ondanks corona moeten we daar zeer waakzaam over zijn. Het aantal Fransen dat in West-Vlaanderen komt werken is altijd significant hoger geweest dan het aantal mensen uit Henegouwen, ondanks heel mooie campagnes. Ik herinner mij de Voka-campagne ‘vous êtes les bienvenus’, waarmee men zelfs langs gemeenten is gegaan, maar de olifant in de kamer is natuurlijk het feit dat de werkloosheidsuitkering in Frankrijk op een andere manier is geregeld dan in België. Wat we ook niet mogen onderschatten is dat Fransen ondanks het uitgedoofde statuut netto meer overhouden van dezelfde job in België dan in Frankrijk. Dat zijn dus wel aandachtspunten.

De komende maanden zullen een aantal mensen in werkloosheid vervallen, vrees ik, maar ook de mismatch op de arbeidsmarkt zal blijven. Dat betekent dat we profielen die we voor corona moeilijk vonden, wellicht ook na corona moeilijk zullen vinden. Ik vind de vraag van collega Fournier dan ook terecht, om nu al waakzaam te zijn en na te gaan op welke manier we mensen uit Henegouwen kunnen aantrekken die onze West-Vlaamse vacatures – en er zijn gelukkig nog heel wat bedrijven die goed draaien en hun bestellingen mogelijk zullen zien toenemen – zullen kunnen invullen.

Ik wil dus eigenlijk vooral tussenkomen om collega Fournier te bedanken voor de zeer heldere en terechte bekommernis.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Fournier, ik sluit mij eerst en vooral aan bij hetgeen de heer Ronse zei: u hebt heel veel gedaan voor de grensarbeid. Zeker de dwarsverbindingen die gemaakt worden met Mobiliteit zijn belangrijk. De cijfers zijn stabiel gebleven, maar ook aan de andere kant van de grens, in Frankrijk, is er een krapte op de arbeidsmarkt. Eén iets hebben jullie niet gemeld, en dat is het voordeel dat Henegouwen sowieso heeft: de taal. In Frankrijk spreken ze Frans en in Henegouwen spreken ze ook Frans, dus is het niet zo onlogisch dat men eerst naar daar kijkt om een job in te vullen. Hoewel VDAB ook heel hard inzet op het aanbieden van cursussen Nederlands, blijft de taal toch een beetje een drempel.

Door corona gaan we inderdaad waarschijnlijk naar een situatie met meer werklozen, maar dat wil niet zeggen dat alle Vlaamse mensen die werkloos worden, allemaal ingezet zullen kunnen worden in de grensregio's, maar ik ben ervan overtuigd dat grensarbeid ook in de toekomst zal blijven bestaan, zowel naar Vlaanderen als naar Henegouwen.

Maar ik ben het er wel mee eens dat we waakzaam moeten zijn. Ik heb jullie ook gemeld dat er een onderzoek lopende is.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, wat u zegt is heel terecht. We hebben het niet aangehaald, maar de taal is in dezen ook wel heel belangrijk. In Henegouwen spreken ze Frans, bij ons iets minder. Vandaar dus nog een extra vraag, minister, om vanuit VDAB nog extra in te zetten op extra opleidingen, zodat we die Fransen toch bij ons kunnen krijgen, als dat nodig blijkt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.