U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Het publieke debat omtrent racisme en discriminatie in de samenleving loopt gelukkig weer volop. In de nasleep daarvan komen er veel onthutsende verhalen naar boven over discriminatie en racisme in het onderwijs. Onlangs was er nog een incident aan de Erasmusschool, waarbij studenten de nabespreking van hun mondeling digitaal examen te zien kregen en op hun scherm konden volgen. Daaruit bleek duidelijk dat de docenten in kwestie een groot aantal vooroordelen hadden over hun leerlingen en allerhande opmerkingen maakten over hun religie, hun ideeën, hun accent en hun financiële status. Die studenten ervaarden dit als bijzonder kwetsend en denigrerend.

Ik denk dat we echt een probleem hebben in het onderwijs. Het is niet altijd een kwestie van slechte wil, er zijn ook veel leerkrachten die heel weinig voeling hebben met de diversiteit, die steeds meer realiteit wordt in veel klassen. Dat leidt tot onbegrip en wederzijdse frustratie. Dat wordt ook door onderzoek onderbouwd.

Het PISA-onderzoek geeft duidelijk aan dat Vlaamse 15-jarigen met een migratieachtergrond veel minder goed scoren voor leesvaardigheid.

De slechte socio-economische situatie van veel leerlingen met een migratieachtergrond is helaas vaak een versterkende factor, maar zelfs als de armoedefactor eruit wordt gehaald ondervinden leerlingen met een migratieachtergrond gemiddeld meer dan één jaar leerachterstand ten opzichte van hun autochtone medeleerlingen.

Uit een onderzoek van de KU Leuven, de UGent en de ULB blijkt dat er andere mechanismen meespelen dan enkel de kennis van het Nederlands. Uit het onderzoek blijkt dat leerlingen met een migratieachtergrond 12 procent vaker een B- of C-attest kregen dan leerlingen zonder migratieachtergrond. De vooroordelen kunnen de studieloopbaan van de studenten boycotten en hypothekeren zo de toekomstmogelijkheden van veel jongeren.

Ons onderwijs worstelt dus met diversiteit, waardoor er veel talent verloren gaat. Dat kunnen we ons als samenleving niet permitteren. Als de samenleving evolueert, moet ons onderwijs mee evolueren, met nieuwe oplossingen op maat van de realiteit. Er moet dringend actie ondernomen worden om racisme en vooroordelen te bannen uit ons onderwijs, om werk te maken van meer diversiteit voor de klas en een positief diversiteitsbeleid in de klas. We hebben het er deze voormiddag ook al over gehad.

Minister, ik hoop dat ik een duidelijk antwoord zal krijgen op de eerste vraag. Bent u zich bewust van de problematiek inzake discriminatie en racisme in het Vlaamse onderwijs? Wat ziet u als oplossingen om daartegen in te gaan?

Een gelijkekansenbeleid mag niet louter een taalbeleid zijn. Welke pistes ziet u om de gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen voor élk kind?

Uit onderzoek blijkt dat een actief en stimulerend diversiteitsbeleid op school de leerprestaties van kinderen met een migratieachtergrond verbetert. Bent u van plan om werk te maken van een meer structureel beleid om deze aanpak uit te rollen naar alle scholen in Vlaanderen en Brussel? Welke concrete acties zult u nemen om de vooroordelen die sommige leraren en docenten hebben ten opzichte van leerlingen met een migratieachtergrond weg te werken? Welke oplossingen ziet u om het lerarenkorps te diversifiëren? Het is enorm belangrijk dat leerlingen rolmodellen hebben voor de klas zodat de vooroordelen ook op die manier weggewerkt kunnen worden.

Zult u met de hogeronderwijsinstellingen samenzitten om actief te zoeken hoe ze diversiteit meer aan bod kunnen laten komen in de lerarenopleiding?

Er is onderzoek gevoerd naar de verwachtingen van leerkrachten van kinderen in kansarmoede. Bent u bereid om dat soort van onderzoek naar schoolloopbanen uit te breiden zodat er eenzelfde oefening kan worden gemaakt omtrent vooroordelen van leerkrachten ten opzichte van leerlingen met een migratieachtergrond in het leerplicht- en hoger onderwijs?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is eerst en vooral een goede zaak dat vandaag heel wat jongeren en ook volwassenen met hun verhalen naar buiten komen. Dat toont aan dat het niet langer aanvaard wordt. De gevoeligheid voor racisme is sterk toegenomen, en dat is ook goed. Men gebruikt dit soms als illustratie van het gegeven dat racisme toegenomen zou zijn. Neen, de gevoeligheid voor racisme is toegenomen. Het komt veel meer naar boven omdat we het niet langer aanvaarden. Dat is op zich een goede evolutie, maar er blijven vanzelfsprekend veel uitdagingen. Daarom plannen we nog wel wat maatregelen.

Momenteel finaliseren we ons horizontaal beleidsplan voor het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid en het gelijkekansenbeleid. Daarin is vanzelfsprekend de strijd tegen racisme en discriminatie en seksisme opgenomen. In mijn eigen beleidsdomein zijn er maatregelen op drie niveaus: op het niveau van de leerling, op het niveau van de leerkrachten en op het niveau van de school.

Op het niveau van de leerling kom je direct terecht bij de eindtermen. Voor de eerste graad zijn daarin vastgelegd ‘omgaan met diversiteit in het samenleven en het samenwerken’ en ‘democratische cultuur en democratische principes’. Ook de eindtermen voor de tweede en derde graad van het gemoderniseerd secundair onderwijs zullen onderwijsdoelen over kennis, vaardigheden en attitudes inzake identiteitsontwikkeling, vooroordelen, stereotypering en groepsdruk omvatten.

Er zijn ook specifieke onderwijsdoelen over omgaan met diversiteit in samenleven en samenwerken, impact van onverdraagzaamheid, discriminatie en racisme in het verleden en het heden.

De eindtermen basisonderwijs zullen ook het fundament leggen voor dergelijke leerlijnen. Het is de bedoeling dat we de fond leggen om daar in het secundair onderwijs verder op te kunnen bouwen.

Een tweede punt is de ondersteuning van onze leraren. Via webinars, studiedagen, vormingen zorgen we voor ondersteuning aan leerkrachten met betrekking tot visievorming en praktijken over diversiteitsissues, interlevensbeschouwelijke competenties en in het bijzonder discriminerende uitspraken. Ook de pedagogische begeleidingsdiensten kunnen op vraag van de scholen ondersteuning bieden op het vlak van het voeren van een diversiteitsbeleid.

Ons onderwijs wordt gevat door heel wat antidiscriminatiewetgeving. Bij het doorlichten van een school door de Onderwijsinspectie moeten alle erkende Nederlandstalige scholen voldoen aan kwaliteitsnormen. Waar iemand zich onheus behandeld voelt, is in de eerste plaats dialoog aan de orde. Er zijn heel wat stappen mogelijk waarmee klachten kunnen worden gehoord en behandeld.

Wat de diversiteit in het lerarenkorps en de lerarenopleiding betreft, hebben we vandaag in de lerarenopleidingen heel wat aandacht voor omgang met diversiteit en kansarmoede. Dat is niet alleen dankzij de basiscompetenties voor beginnende leraren, maar ook dankzij heel wat projecten die in de afgelopen jaren werden gestart om de diversiteitsthematiek te verankeren in de lerarenopleidingen.

Om de lerarenopleidingen te versterken werd in de periode 2017-2019 een beheersovereenkomst afgesloten tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA).

In het kader van deze beheersovereenkomst richtte VLHORA een professionaliseringstraject in rond diversiteit. Binnen de VLIR wisselden de universiteiten expertise met elkaar uit over het thema diversiteit en de vraag hoe dit tijdens de opleiding aan bod kan komen.

Ik verwijs ook naar initiatieven zoals student tutoring, die we rechtstreeks ondersteunen met subsidies. Hierbij maken studenten binnen de lerarenopleiding kennis met diversiteit door specifiek leerlingen met een diverse achtergrond bij te staan en te coachen, bijvoorbeeld op het vlak van huiswerkbegeleiding. Daarbij is er echt contact met de leerlingen in kwestie en de achterliggende problematiek.

Diversiteit heeft de afgelopen jaren ook een plaats gekregen in de lerarenopleiding. Ik heb de intentie om de aandacht voor dit thema blijvend te versterken.

Zoals de Onderwijsinspectie in haar Onderwijsspiegel 2020 aanbeveelt, kunnen lerende netwerken en onderzoek hefbomen zijn om nog bewuster om te gaan met diversiteit binnen leerlingengroepen aangezien deze problematiek steeds vaker speelt.

Momenteel beschikken we nog niet over systematische gegevens over de diversiteit bij het onderwijspersoneel, maar ik wil dit wel in kaart brengen. Daarom heb ik het initiatief genomen om een nulmeting te doen naar het aantal leerkrachten van buitenlandse herkomst. Dit zal gebeuren door de gegevens van de eigen personeelsdatabank te koppelen aan herkomstgegevens die vervat zitten in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. We doen dat meteen voor verschillende jaren. Daarbij keren we terug in de tijd met sprongen van drie jaar, bijvoorbeeld 2013-2016-2019 om zo een trend te kunnen zien.

Wat tot slot de lagere verwachtingen betreft van leerkrachten ten aanzien van kansarme kinderen en kinderen met een migratieachtergrond, ligt deze bevinding in de lijn van eerdere studies, zoals de Diversiteitsbarometer ook aangaf. Er is dus werk aan de winkel.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. Ik wil er nog eens op wijzen dat voor ons alles samenhangt. Leerlingen met een migratieachtergrond die zich goed in hun vel voelen, die zich geapprecieerd voelen op school, die niet het gevoel hebben dat leerkrachten of docenten vooroordelen tegenover hen hebben, zullen ook beter presteren. Dat is in het belang van onze samenleving, denk ik. Zij zullen daarna ook meer zin hebben om zelf voor de klas te gaan staan en om die voorbeeldrol ook op te nemen. Daar gaat het vandaag toch echt nog heel vaak fout. Uit onderzoek blijkt ook dat veel kinderen slechte schoolervaringen hebben en daardoor afhaken na het leerplichtonderwijs en zeker als het gaat over de overstap maken naar de lerarenopleiding.

Ik ben blij dat u het probleem erkent dat er nog altijd vooroordelen, racisme, discriminatie bestaan in ons onderwijs. Dat daar aandacht voor zal zijn in de nieuwe eindtermen, is uiteraard iets dat wij zeer aandachtig zullen opvolgen. Dat is voor ons immers een cruciaal onderdeel van de oplossing, en niet alleen in het secundair onderwijs, maar ook in het basisonderwijs. U hebt het ook over de bijscholing die wordt voorzien, dat de pedagogische begeleidingsdiensten daar hun rol moeten spelen. Maar zoals u zelf aangaf, ligt de oplossing voor ons toch meer fundamenteel op het niveau van de lerarenopleidingen. Voor ons is het cruciaal dat daar, misschien zelfs nog meer dan vandaag, aandacht is voor armoede en voor wat dat met kinderen doet, voor wat diversiteit concreet betekent en hoe men daarmee moet omgaan, zodat leerkrachten voeling hebben met het publiek dat voor hen zit. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Ja, mijnheer Daniëls. Oh, mijn God, zo bent u echt onuitstaanbaar irritant. De voorzitter is mevrouw Grosemans, oké?

U somt hier een aantal dingen op. Dat is voor mij het begin van een debat, want ik denk dat we er nog lang niet zijn. Ik wil u toch nog eens vragen of u geen onderzoek wilt laten doen naar verwachtingen van leerkrachten, niet alleen op basis van indicatoren van kansarmoede, maar ook op basis van migratieachtergrond. Ik denk dat we het probleem in kaart moeten brengen om er dan gerichter op te reageren.

De heer Brouns heeft het woord.

Ik heb dat thema ook aangesneden bij het bespreken van de beleidsnota, om er aandacht voor te vragen dat er een betere weerspiegeling komt in het lerarenkorps van de samenleving. U erkent dat en herhaalt het vandaag ook opnieuw. In het actueel debat is het ook cruciaal dat we daar aandacht voor blijven hebben. U antwoordde ook terecht dat, terwijl de Vlaamse leerlingenpopulatie steeds diverser wordt, de leerkrachtenpopulatie deze evolutie niet volgt. In het kader van het lerarentekort is het ook essentieel dat het potentiële lerarenbestand zo groot en zo divers mogelijk is.

U verwijst naar maatregelen en acties die u daarrond op touw wilt zetten, wat goed is. Maar het is belangrijk dat we dat ook beter durven monitoren, heel concreet opvolgen, om te kijken welke acties daar effectief toe bijdragen. Dus een concrete vraag om dat op te nemen, naar de opvolging, om te kijken of de genomen maatregelen ook het beoogde resultaat hebben.

Ik wil heel concreet ook verwijzen naar het diversiteitsbeleid op het niveau van de scholen. Dat heeft wel degelijk positieve effecten, zowel voor het welzijn als voor de prestaties van leerlingen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat daarrond al gebeurd is: een onderzoek van de KU Leuven bevestigt dat een multicultureel beleid zowel de minderheid als de meerderheid mee krijgt. Dus een pleidooi om voor het beleid van diversiteit op alle scholen bijzonder veel aandacht te blijven hebben.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Ik ben het met u eens, mevrouw Goeman, dat leerachterstand een heel groot probleem is en dat er veel talent verloren gaat. Ik zie dat in mijn provincie jammer genoeg heel sterk in voormalige mijngemeentes, waar er veel ongekwalificeerde schooluitval is, met alle gevolgen van dien. Onvoldoende scholing betekent ook onvoldoende kansen op de arbeidsmarkt en zo verder.

Ik wil ook wel even een ander geluid laten horen. Ik las woensdag een artikel in Knack van onderwijsspecialist Simon Mensaert, dagelijks bestuurder van SODAplus, een organisatie die Vlaamse scholen begeleidt. Hij zegt: scholen en leerkrachten zijn zo bang om te discrimineren dat ze eigenlijk ongelijkheid in de hand werken. Hij pleit ervoor om strenger te zijn voor alle leerlingen, om niet bang te zijn om van racisme te worden beschuldigd en om leerlingen van allochtone afkomst niet milder te beoordelen. Want dat zou die leerlingen natuurlijk ook geen goed doen. Het is belangrijk dat deze leerlingen dezelfde kansen krijgen maar ook dezelfde kansen grijpen, zonder dat de leerkracht dan verweten wordt een racist te zijn.

Daarom heb ik een bijkomende vraag aan u, minister. Hoe zult u onze leerkrachten versterken en opleiden om ervoor te zorgen dat ze hiermee kunnen omgaan en geen schrik hebben om uitgemaakt te worden voor racist als ze de lat even hoog leggen voor allochtone leerlingen?

De heer Bex heeft het woord.

Ik wil de minister bedanken omdat zijn antwoord duidelijk maakt dat hij alleszins de problematiek ernstig neemt. Ik wil het specifiek hebben over de rol van leerkrachten in de onderwijsprestaties van leerlingen. Er werd al aangehaald dat rolmodellen ontbreken waarin leerlingen met een diversiteitsachtergrond zich kunnen herkennen, omdat het lerarenkorps vandaag absoluut geen afspiegeling is van de maatschappij. We hebben in de hoorzittingen over het lerarentekort ook gehoord dat er, zeker in grootsteden als Brussel, Gent en Antwerpen, een grote nood is aan stadsleerkrachten die expertise hebben in grootstedelijke thema’s als superdiversiteit, meertaligheid en armoede, leerkrachten die grootstedelijkheid niet als een probleem zien en waar jongeren van diverse afkomst zich in kunnen herkennen.

Ik vind het dus een goede zaak, minister, dat u nu aankondigt dat er een nulmeting komt om te bekijken hoeveel leerkrachten met een migratieachtergrond er zijn. Eindelijk gaan we dat doen, zou ik zeggen. Het is eigenlijk straf dat we daar in 2020 geen beeld van hebben.

Ik vraag me af of u ook van plan bent om eenzelfde monitoring te doen bij de studenten die ervoor kiezen om voor leerkracht te studeren. Ik denk dat ons dat nog bijkomende informatie zou kunnen opleveren waardoor we sneller evoluties kunnen constateren dan wanneer we enkel het bestaande lerarenkorps monitoren.

Tot slot is de vraag natuurlijk ook: als je die gegevens hebt, wat ga je daar dan mee doen? Want we zullen vaststellen dat er geen afspiegeling is van wat er in de samenleving gebeurt, dat er misschien een lichte tendens is maar geen tendens die snel genoeg gaat. Er zullen dus ook maatregelen nodig zijn om jongeren met een diversiteitsachtergrond aan te moedigen om leerkracht te worden. Dat is toch een debat dat we zullen moeten blijven voeren.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Dank u wel voor de vraag, mevrouw Goeman. Aanvullend bij collega Brouns wil ik nog een vraag stellen, minister. Ik vermoed dat het al de derde of vierde keer is dat ik die herhaal. In de aanbevelingen van het Vlor-memorandum geeft men aan dat diversiteit in onderwijs niet langer samen te vatten is in een doelgroepenbeleid en dat daarom een grondig conceptueel debat nodig is over de uitgangspunten, indicatoren en doelstellingen van het gelijkeonderwijskansenbeleid. We hebben al meermaals gesteld dat het een goed idee zou zijn om op dit aanbod in te gaan. Ik herhaal graag die vraag. Bent u bereid om dat conceptueel debat over die uitgangspunten, indicatoren en doelstellingen te voeren?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Aanvullend bij collega Bex, die het belang van diversiteit in het lerarenkorps benadrukt, waar ik het volledig mee eens ben, wil ik nog het volgende zeggen. U verwijst naar de eindtermen. Dat debat gaan we straks nog voeren. Daar heb ik nog een vraag over.

Maar laat het net díe eindtermen zijn – en dat klagen de mensen van de ontwikkelcommissies nu net aan – die over diversiteit gaan, die te maken hebben met de onderzoeken naar de interacties tussen de verschillende lagen van identiteit, …(onverstaanbaar) … over de voordelen en moeilijkheden verbonden aan diversiteit, enzovoort. Het is een hele reeks, die in de arbeidsmarktgerichte richtingen zal worden geschrapt. Dat is heel erg te betreuren, net omdat het daar zo moeilijk is om dat aan te pakken. Maar goed, daar komen we straks op terug.

Ik wilde vooral iets aanhalen wat ik u al meerdere keren heb gevraagd, minister. Het onderzoek ‘Van kleurenblind naar intercultureel’ definieerde scholen als ‘kleurenblind’ op het vlak van assimilatie ofwel als ‘intercultureel’. Wat bleek? Hoe kleurenblinder scholen voor diversiteit zijn, hoe slechter de schoolse prestaties zijn. Scholen die inzetten op assimilatie en willen dat iedereen zich hetzelfde gedraagt en dat de verschillen worden weggeveegd, krijgen betere schoolse prestaties maar een nefaster welzijn. Scholen die interculturaliteit omarmen en bespreken en daar op een actieve manier mee omgaan, hebben de beste schoolse prestaties en het beste welzijn. Daar is een project uit voortgekomen, ‘School zonder racisme’. Daarin werden tien scholen begeleid. Er is ontzettend veel vraag om dat met meer scholen te kunnen doen. Want het werkt effectief, het verhoogt het welzijn en de schoolse prestaties. En het pakt racisme aan. Ik heb u al drie keer gevraagd of u het niet zou zien zitten om daar middelen voor uit te trekken. Ik vraag het u nog een keer. Het thema is zo pertinent op dit moment. We moeten het momentum aangrijpen. Kunt u dat project, dat zijn effectiviteit heeft bewezen en waar veel vraag naar is, aangrijpen en verder financieren, om meer mensen en scholen te bereiken?

De heer Daniëls heeft het woord.

Mevrouw Goeman, ik wou u eigenlijk alleen maar als ondersteuner helpen om uw belangrijke boodschap in de beperkte tijd te brengen en te vermijden dat de voorzitter uw microfoon zou afzetten. Ik gebruik nu zelfs tijd om dat te duiden. Ik neem aan dat u mij dat niet kwalijk neemt.

Collega’s, ik wil drie zaken aanhalen.

Een. Is er racisme in ons onderwijs? Ik vrees van wel, ja, zoals in onze maatschappij. Is er in ons onderwijs, omdat we veel blanke leerkrachten hebben, gigantisch veel racisme, in elke klas, in elke school? Neen, collega’s. Ik wil dat echt met zoveel woorden zeggen. Ik kan jullie enkel en alleen de vrije tribune van Patrick Loobuyck van 23 juni aanraden. Daarin zegt hij dat er inderdaad leerkrachten met racistische opvattingen zijn, maar ze zijn niet representatief voor ons onderwijs en voor wat er op de werkvloer gebeurt. Zeker in coronatijd – we hebben allemaal gezien hoe, in de meest blanke tot de meest gekleurde gemeenten en steden, leerkrachten op de fiets en in de auto zijn gesprongen om leerlingen, en vaak leerlingen met een migratieachtergrond en een kansarme thuis, wit, geel, bruin, zwart, blauw, welke kleur dan ook, te ondersteunen.

Twee. Het verwachtingspatroon. En dat is een belangrijke, dat is wat de mensen van SONO hebben aangehaald. Er zijn in Gent een paar mooie projecten, ik heb er zelf ooit een bezocht. Je moet hoge verwachtingen stellen ten aanzien van alle leerlingen. Het is niet omdat een leerling een andere afkomst zou hebben, dat je minder verwachtingen moet hebben. Dat is zeer cruciaal.

Een laatste punt met betrekking tot alle zaken die ik hier hoor: het beste is nog altijd sterk onderwijs voor alle leerlingen. En dan is het Nederlands een cruciale factor. Als men met elkaar kan praten, kun je ook intercultureel zijn. Als je elkaar niet verstaat, zal begrijpen heel moeilijk worden.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Er is de vraag wat we gaan doen met die gegevens en hoe we ervoor gaan zorgen dat ook mensen met een migratieachtergrond meer worden toegeleid naar de lerarenopleiding. Ik wil gewoon iedereen proberen warm te maken voor het beroep van leerkracht, maar ik onderken dat ongetwijfeld het grootste wingebied ligt bij mensen met een migratieachtergrond. Ook hen moeten wij zeker kunnen toeleiden naar de lerarenopleiding.

Ik wil elk debat voeren, maar we moeten ons wel verzetten tegen elke vorm van discriminatie, in de negatieve of positieve zin, en door wie dan ook. Het is niet enkel de witte, bange man die zich daar dreigt aan te bezondigen. Ik wil natuurlijk ook verhinderen dat we op grond van etniciteit of migratieachtergrond een aangepaste lat gebruiken. Daarvoor wil ik waarschuwen. Laat ons voor iedereen de lat gelijk leggen, en niet de lat lager of hoger leggen naargelang van etniciteit of achtergrond of voorsprong.

Mevrouw Goeman, u suggereerde een actuele onderzoeksvraag. Dat is een onderzoeksthema dat we mogelijk dankzij een vernieuwende dynamische aanpak van het wetenschappelijk onderzoek zouden kunnen aanpakken.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Zijn alle leerkrachten racisten? Natuurlijk niet. Ik herhaal: natuurlijk niet. Ook hier geldt het credo: meten is weten. Er zijn ongetwijfeld leerkrachten die expliciete racistische ideeën hebben, maar er zijn er evenveel die misschien indirect vooroordelen hebben die doorsijpelen in de verwachtingen die we hebben van leerlingen met een migratieachtergrond. Het is heel belangrijk dat we zicht krijgen op hoe groot het probleem al dan niet is.

Minister, over dit punt zijn we het wel eens. Ik ben blij dat u in uw nieuwe aanpak wilt overwegen om de verwachtingen die leerkrachten van leerlingen hebben op basis van hun achtergrond, maar ook op basis van hun socio-economische toestand, mee te nemen als een van de toekomstige onderzoekslijnen.

We zullen dit verder opvolgen. Los van de verwachtingen in kaart brengen, moeten we natuurlijk ook werk maken van verwachtingen bijstellen. Dat begint in de lerarenopleiding, maar het gaat ook over een positief diversiteitsbeleid op school. Daar willen we absoluut werk van maken als we willen dat meer kinderen met een migratieachtergrond niet alleen beter presteren op school, maar ook daarna de keuze maken om zelf voor de klas te staan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.