U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Op zaterdag 13 juni ontvingen alle leden van de commissie Onderwijs de open brief van de promotoren van SONO, het Steunpunt voor Onderwijsonderzoek, die aan Minister Weyts gericht was. Net voor de coronacrisis uitbrak in maart hebt u beslist om het steunpunt niet meer te verlengen na 31 augustus 2020.

In de brief lezen we heel wat argumenten waarom het interdisciplinair samenwerkingsverband van de onderwijsonderzoekers aan Vlaamse universiteiten en hogescholen een meerwaarde betekent als beleidsvoorbereidend onderzoek. De onderzoekers wijzen ook op de onafhankelijke expertise die aangeboden wordt om de juiste beleidskeuzes te maken en hun aandeel in de disseminatie van onderzoek.

Vorig jaar was er nog een uitgebreide, positieve evaluatie van het steunpunt met medewerking van buitenlandse experten. Deze evaluatie resulteerde in de aanbeveling voor een nieuw steunpunt voor vijf jaar. Ook de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) gaf een positief advies met betrekking tot de voortzetting van het steunpunt.

Minister, deze beslissing nam u zonder in overleg te gaan met de promotoren van SONO. Bent u bereid om hen alsnog uit te nodigen en in overleg te gaan? Bent u het eens met de stelling dat onafhankelijk beleidsvoorbereidend onderzoek noodzakelijk is als basis voor goed onderwijsbeleid? Hoe gaat u een duurzame visie op beleidsvoorbereidend onderzoek vormgeven?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

We hebben inderdaad de brief gekregen. De minister gaf in De Morgen een karige inkijk in zijn beslissing. Hij wil korter op de bal kunnen spelen, maar het is net de kracht van wetenschappelijk duurzaam opgezet onderzoek om trends te kunnen traceren over meerdere jaren heen. SONO dient daarvoor en heeft een grote dataset aangelegd.

Beleidsvoorbereidend onderzoek vinden wij cruciaal en dit dreigt nu verloren te gaan. Minister, u wilt toch dat uw beleidskeuzes wetenschappelijk en evidencebased zijn?

Dus ook voor ons graag bijkomende uitleg over deze beslissing. Voor ons is die onbegrijpelijk. Minister, zult u ingaan op de vraag van de ondertekenaars van de open brief om in dialoog te gaan over deze toch wel zeer drastische beslissing?

U hebt het over een nieuwe formule om onderzoek te organiseren. Kunt u dat toelichten?

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, ik hou het kort, want de collega’s hebben de kwestie al geschetst. Wat mij zorgen baart, is dat de expertise die werd opgebouwd door SONO om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, nu dreigt weg te vallen en dat de verspreiding van kennis voor onderwijsonderzoek in het gedrang zal komen. Ik verwijs naar de positieve evaluatie die SONO kreeg van een internationaal team en het positief advies van de Vlor voor de voortzetting van dit project.

Minister, in de media zei u dat u liever kort op de bal wilt spelen op actuele vraagstukken. U wilt werken met een dynamische onderzoeksagenda en u wilt flexibeler kunnen werken zonder gebonden te zijn aan een vast vehikel.

Wat is uw reactie op de open brief? Gaat u akkoord met de bezorgdheden die worden geuit?

Waarom hebt u geen toelichting gegeven om geen financiering meer te voorzien voor dit project?

Op welke manier zal in de toekomst aan beleidsgericht onderwijsonderzoek worden gedaan? Welke budget en welke organisatiemodel worden daarvoor voorzien? Maakt u daarbij een verschil in opzet tussen onderzoek op korte termijn en op langere termijn?

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, gisteren was er in de plenaire vergadering een oproep om meer te communiceren op Twitter. Ik heb even gekeken of u in De Morgen andere dingen hebt gezegd dan op Twitter.

Collega’s, er is beslist om SONO na 31 augustus 2020 niet meer te verlengen. SONO had drie thematische onderzoekslijnen: de lerende, de leraar en de school als organisatie. De open brief is ondertekend door de professoren Devos, Glorieux, Nicaise, Van Houtte en De Witte. Zij geven aan dat ze die niet-verlenging van SONO niet begrijpen.

Minister, op basis van welke motieven is beslist het steunpunt niet te verlengen?

Op welke manier zullen de rapporten en de data van de lopende projecten beschikbaar blijven? Daarnet was er iemand die zei dat SONO een grote dataset heeft aangelegd, het lijkt me dan ook logisch dat die dataset die is aangelegd met overheidsgeld, voor alle andere onderzoek en onderzoekers publiek toegankelijk wordt.

Op welke manier zal het onderwijsonderzoek in de toekomst dan wel georganiseerd worden?

De heer de Gucht heeft het woord.

Er is al heel veel gezegd, dus ik zal proberen niet in herhaling te vallen. Maar het is natuurlijk zo dat die beslissing tot stopzetting tot gevolg heeft dat er na tien jaar een einde dreigt te komen aan het interdisciplinair samenwerkingsverband van onderwijsonderzoekers aan Vlaamse universiteiten en hogescholen dat beleidsvoorbereidend onderzoek levert ter verbetering van de onderwijskwaliteit. Het risico bestaat dat de grondige expertise die het steunpunt heeft opgebouwd, en die beleidsmakers de nodige wetenschappelijke onderbouw verschaft bij het maken van beleidskeuzes, nu verloren dreigt te gaan.

Het is me ook niet helemaal duidelijk waarom men nog evaluaties maakt, wanneer die allemaal positief zijn, om dan zonder daar een omstandige uitleg over te geven, te zeggen dat we korter op de bal zullen spelen en kiezen voor nieuwe formules die meer flexibiliteit toelaten en kunnen inspelen op actuele vraagstukken.

Dat zou betekenen dat SONO sowieso niet in de mogelijkheid was om zich flexibel op te stellen en niet in staat was om in te spelen op actuele vraagstukken. Dat vind ik een gevaarlijke manier van communiceren.

Op welke basis hebt u de beslissing tot stopzetting van de financiering genomen, ondanks de positieve evaluaties en het gunstige advies van de Vlor?

Wat zal er gebeuren met de expertise die het samenwerkingsverband heeft opgebouwd?

Kunt u de visie voor de komende jaren op het beleidsondersteunend onderwijsonderzoek uiteenzetten? We hebben begrepen dat het budget niet wordt verminderd.

Zult u een algemeen meerjarenplan opstellen met betrekking tot onderwijsonderzoek, waarin bepaalde accenten zullen worden benadrukt? Welke accenten zijn dat dan?

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, u kondigde aan dat u de financiering van SONO zou stopzetten. SONO is een samenwerking van professoren en onderzoekers van verschillende universiteiten en hogescholen die samen onderzoek voeren naar verschillende onderwijsthema’s. Sinds zijn oprichting publiceert SONO waardevol en in het onderwijsveld alom gewaardeerd wetenschappelijk onderzoek, dat belangrijke en beleidsrelevante inzichten verschaft in verschillende problemen en vraagstukken binnen het Vlaamse onderwijs.

De beslissing om de financiering stop te zetten kwam zonder een woord uitleg en gaat tegen het advies van zowel uw eigen onderwijsadministratie als de Vlor in, die beiden SONO positief beoordeelden. De Vlor schrijft letterlijk: “SONO levert effectief kwaliteitsvolle en bruikbare resultaten op voor evidence-informed onderwijsbeleid. (…) De Vlor kon daarvan de vruchten al plukken en hoopt dat de komende maanden en jaren nog meer te doen. De raad vraagt dan ook dat de volgende Vlaamse Regering kiest voor een volgende cyclus voor een steunpunt voor beleidsgericht onderzoek.” Vergeefs, zo blijkt nu. Uw administratie prijst in haar evaluatierapport “een langetermijnvisie die gecombineerd wordt met flexibiliteit om in te spelen op nieuwe beleidsvragen”.

En dan komt u, minister, met de verklaring dat er korter op de bal moet worden gespeeld. Dat is natuurlijk in tegenspraak met wat uw eigen administratie zegt, dat SONO flexibel inspeelt op actuele beleidsvragen. Wij kunnen dus de beslissing om de samenwerking met SONO stop te zetten absoluut niet begrijpen. Ons onderwijs kan zich geen trial-and-errorbeleid permitteren. Beleid en onderzoek moeten hand in hand gaan om de kwaliteit van het onderwijs te versterken, om nog maar te zwijgen over de expertise die op deze manier dreigt verloren te gaan.

Minister, kunt u verklaren waarom u de financiering van SONO stopzet? Op welke basis is deze beslissing genomen? Waarom legt u het advies van uw eigen administratie en de vraag van de VLOR naast u neer?

Is de stopzetting van de financiering een gedragen standpunt binnen de Vlaamse Regering? Ik stel vast dat uw coalitiepartners daar zeer veel kritische vragen bij stellen.

U kondigde in de pers aan dat u voor een nieuwe formule wilt opteren. Kunt u ons daar wat meer uitleg bij geven? Zal er een nieuwe onderzoekssamenwerking opgericht worden? Wie zal daar deel van uitmaken? Wat zal hun opdracht zijn?

U kondigde aan dat er voorlopig niet wordt geraakt aan het totale onderzoeksbudget waarin was voorzien in de begroting. Kunt u garanderen dat het onderzoeksbudget voor Onderwijs de komende jaren niet zal dalen?

Ik moet toegeven dat ik er niet gerust in ben. Als ik verneem dat zo’n beslissing wordt genomen, om zonder een woord uitleg een financiering van een steunpunt stop te zetten, gaan mijn alarmbellen af. Ik ben bang voor financiële repercussies op langere termijn omdat het natuurlijk veel gemakkelijker is om projectmatige budgetten te doen dalen dan een structurele samenwerking te steunen.

De heer De Witte heeft het woord.

Beste collega’s, minister, ik ga de al gegeven argumenten niet herhalen. Ik wil twee belangrijke onderzoekers die op de beslissing hebben gereageerd, even aan het woord laten.

Ignace Glorieux van de VUB zegt dat dit een grote braindrain veroorzaakt, en dat zijn tamelijk zwaarwichtige woorden. Ides Nicaise van de KU Leuven geeft heel concreet weer wat de gevolgen zijn van zo'n beslissing. Hij zegt dat de eerste senior onderzoekers hun ontslag al hebben aangekondigd. Ter herinnering, de senior onderzoekers zijn heel belangrijk in de piramide van zo'n onderzoeksinstelling. Hij zegt ook dat doctoraten en beleidsgericht onderwijsonderzoek onmogelijk worden. De databank – de heer De Gucht en anderen hebben ernaar verwezen – waar miljoenen euro’s in is geïnvesteerd, zou verdwijnen in onbeheerde archieven. De gemiddelde duur van onderzoeksprojecten zal terugvallen van enkele jaren naar enkele maanden. Dat heeft veel gevolgen voor de diepgang van het onderzoek. De logistieke efficiëntiewinsten verdwijnen als we zo'n steunpunt afschaffen. Bovenal zijn de onderlinge samenwerking en de specialisatie cruciaal in een domein als onderwijs, waar veel verschillende domeinen samenkomen rond sociologie en pedagogie, die superbelangrijk zijn. Als je dat allemaal in aparte, kleine onderzoekjes steekt, heb je veel minder kwaliteit.

Minister, wij waren zeer verbaasd over het nieuws van de aankondiging en ik ben zeer benieuwd naar uw uitleg. Ik heb vier concrete vragen. Waarop baseert u uw beslissing? Waarop gaat u uw beleid baseren als dit soort steunpunten verdwijnt? Het steunpunt wetenschap en onderwijs is een tiental jaar geleden afgeschaft en overgebracht naar de LOP’s, en er is veel kritiek op het decentraliseren van die kennis, want dat is niet oké. U zegt dat het budget even hoog blijft, maar waar gaat dat dan concreet naartoe? De onderzoekers vragen een overleg over uw beslissing. Gaat u hierop in?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Die beslissing klonk voor veel collega's blijkbaar als een verrassing, hoewel dat al aan bod is gekomen in het kader van de discussie over de begrotingsaanpassing. Op 14 mei is dat in deze commissie aan bod gekomen. Ik heb het bezorgd in een schriftelijk antwoord, en het is ook toegevoegd aan het verslag, waarbij is aangegeven dat er geen nieuwe oproep voor een tweede cyclus van SONO zou komen. Een verrassing kan dat dus allerminst zijn.

Ik heb de looptijd verlengd van 31 augustus van dit jaar, wanneer dat normaal gezien afloopt, tot 31 december 2020, zodat we echt kunnen zorgen voor een naadloze aansluiting op het alternatief dat momenteel wordt uitgewerkt. Werken met een universitair steunpunt is slechts een van de manieren om wetenschappelijk onderzoek te laten uitvoeren. U doet hier alsof ik het wetenschappelijk onderzoek ga inperken, maar niets is minder waar.

Ik erken vanzelfsprekend het belang van wetenschappelijk onderzoek voor de ondersteuning van het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk, van alle onderzoek, niet enkel van een steunpunt of van een groep van onderzoekers. Ik ben ook wat geschrokken van reacties die te kennen gaven dat wetenschappelijk onderzoek alleen wetenschappelijk onderzoek is als het hun wetenschappelijk onderzoek is. Met alle respect, maar het klinkt een beetje als: wij van wc-eend, wij adviseren wc-eend.

Ik begrijp natuurlijk dat deze werkwijze comfort biedt, namelijk een onderzoeksagenda die voor verschillende jaren wordt vastgelegd en waar doctoraatsstudies kunnen worden ingeschoven, waardoor een zeker comfort ontstaat doordat je verschillende jaren de facto een monopoliepositie hebt.

Ik wil een iets dynamischere, een actuelere aanpak. Ik wil korter op de bal spelen en ik zal dat nog wel uitleggen. Opeenvolgende ministers zijn aan de slag gegaan met een mix van programma's en procedures. Ik blijf vanzelfsprekend voor onderwijsonderzoek. Die budgetten dalen niet, zoals bijvoorbeeld voor PIRLS, PIAC, PISA. We zijn momenteel trouwens werk aan het maken van de ontwikkeling en afname van die gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven, dus dat is extra wetenschappelijk onderzoek.

Ik heb er wel voor gekozen om de organisatie van het beleidsgerichte onderwijsonderzoek te actualiseren. Ik zal hiertoe het kader voor het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO) actualiseren en de participatie van hogescholen mogelijk maken. Er is daarnet gezegd dat in het steunpunt één hogeschool betrokken is, maar het gaat over meer. Het budget dat nu naar SONO gaat, wordt ingezet voor dat OBPWO. Hierbij wil ik rekening houden met de conclusies uit de evaluatie van SONO. Er is hier gezegd dat die van de administratie komt, maar het rapport is, voor alle duidelijkheid, opgeleverd door de stuurgroep van SONO zelf. In de evaluatie wordt vanzelfsprekend het belang van beleidsgericht onderwijsonderzoek erkend, maar wordt ook gevraagd om de beleidsrelevantie van het beleidsgericht onderwijsonderzoek nog verder te versterken, alsook de valorisatie naar het beleid en de praktijk.

Met het OBPWO-kader blijf ik in ruimte voorzien voor beleidsgericht onderzoek, maar wil ik het nog veel beter laten aansluiten bij de timing van de beleidscyclus. Daarnaast moet het nieuwe kader voldoende ruimte laten om in te spelen op nieuwe, actuele en vaak onverwachte maatschappelijke ontwikkelingen. We hebben net de discussie gevoerd over de vraag naar de evaluatie van afstandsleren. Quid met de zomerscholen? De coronacrisis heeft me gesterkt in die overtuiging.

Met het OBPWO-kader wil ik met jaarlijkse en eventueel tussentijdse oproepen korter op de bal kunnen spelen. Dat kader moet ook meer toelaten, namelijk om een evenwichtige mix van kort- en langlopend onderzoek te programmeren. Het is dus geen of-of- maar een en-enverhaal.

In sommige reacties las ik dat ik vooral mijn onderzoeksthema’s zelf wil bepalen. Het is wel zo dat ik als minister van Onderwijs ben aangeduid en dat ik dus iets te zeggen mag hebben bij de aanduiding, maar ik wil meer betrokkenheid van anderen mogelijk maken. Ik wil een brede consultatie van mogelijke onderzoeksthema’s. Als we willen dat onderzoeksresultaten gebruikt worden door zowel beleidsmakers als onderwijsprofessionals, dan moeten we deze actoren van bij het begin betrekken bij de themazetting. Ik wil dus meer beleidsthema's naar voren geschoven zien van onderuit, vanop de werkvloer zelf. Ik voorzie in de themazetting meer mogelijkheden tot input vanuit het onderwijsbeleid en de praktijk.

In mijn beleidsnota Onderwijs beklemtoon ik dat het mijn ambitie is om in te zetten op de ondersteuning van leraren en schoolleiders in de klas- en schoolpraktijk. Daarom wil ik meer investeren in praktijkgericht onderzoek. Dat maakt dus inderdaad deel uit van een visie. Het laatste decennium kreeg praktijkgericht onderwijsonderzoek binnen ons onderzoekskader verhoudingsgewijs weinig aandacht. Ik denk dat we daarin meer moeten investeren. De onderwijskwaliteit die ons zo dierbaar is, staat of valt met de effectiviteit van de onderwijspraktijken op de klasvloer. Praktijkgericht onderwijsonderzoek is nodig om leraren maar ook scholen en schoolbesturen te versterken om te kunnen omgaan met de vele uitdagingen die zich voerdoen. Ik zal dan ook met de actualisatie van het OBPWO zowel beleidsgericht als praktijkgericht onderwijsonderzoek mogelijk maken.

Waar er in de steunpuntformule samengewerkt werd met een vast consortium van hogeronderwijsinstellingen – universiteiten en één hogeschool –, zal het vernieuwde kader een grotere diversiteit van onderzoekers en disciplines toelaten. Dat is nu ook beperkt.

En ik wil zo maximaal gebruik kunnen maken van de beschikbare expertise van onderwijsonderzoekers. Dat is geen monopoliemodel maar eerder een concurrentiemodel, maar ik denk dat dat de kwaliteit van het onderzoek alleen maar ten goede kan komen. In dat vernieuwde onderzoeksprogramma willen we ook hogescholen meer kansen bieden om onderzoek uit te voeren en zullen de hogescholen ook, in tegenstelling tot in de huidige formule, gelijkwaardig worden behandeld.

Ik wil het vernieuwde onderzoeksprogramma invoeren in 2021. Dit moet een goede aansluiting mogelijk maken met het aflopende steunpunt, waarvan ik de looptijd heb verlengd tot eind dit jaar. Op die manier kunnen de ervaring, expertise en capaciteit die in het verleden zijn opgebouwd, worden voortgezet. De rapporten van SONO zullen uiteraard beschikbaar blijven via de website Onderwijsonderzoek van het ministerie van Onderwijs en Vorming. De data van het SONO-onderzoek zullen in de toekomst gebruikt kunnen worden door andere onderzoekers, ook niet-SONO onderzoekers, voor secundaire analyses. Het klopt dus niet dat dit allemaal verloren zou gaan, integendeel, die data zijn ook goed gedocumenteerd. Getuigen daarvan de vele technische rapporten over de longitudinale LiSO-studie (Loopbanen in het Secundair Onderwijs), die in belangrijke mate als doel hebben ook andere onderzoekers informatie te geven over de data om hiermee verder aan de slag te gaan.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Blijkbaar was er iets aan onze aandacht ontsnapt. U had het niet gezegd in de commissie, maar wel achteraf nagestuurd. Maar blijkbaar hebben wij dat gemist, dat u geen tweede cyclus zou laten lopen voor SONO.

U zegt dat u in overleg van onderuit onderzoeksmatig initiatief wilt laten groeien. Ik denk dat het misschien gepast was om vooraf nog meer in overleg te gaan met de betrokkenen, want ik merk dat ook daar heel veel ongenoegen bestaat.

U gaf aan dat u beleidsonderzoek wilt laten aansluiten op de beleidscyclus en dat u meer wilt inspelen op het onverwachte dat gebeurt. Laat ons afspreken dat dat geen andere virussen zijn die opduiken.

Vanuit mijn fractie wil ik dat longitudinaal onderzoek voldoende benadrukken. We weten allemaal dat bij het onderwijsonderzoek nieuwe processen of beleidskeuzes binnen Onderwijs niet altijd duidelijk zijn. Vandaar dat het belangrijk is dat we longitudinaal onderzoek voeren met voldoende diepgang.

Ik heb tot slot nog een vraag voor u. Hoe zullen de nieuwe oproepen gelanceerd worden, wetende dat een consortium als positief punt heeft dat er onderling consolidatie en samenwerking is? Ik hoorde dat de oproep over de zomerscholen ook voor wat deining heeft gezorgd binnen de onderzoekswereld. Men gaf daar al aan dat dit niet de beste vorm van efficiëntie is. Dat is een stokpaardje van u, en dus wil ik u erop wijzen dat we logistiek ook kunnen samenwerken en die expertise niet verloren mogen laten gaan. Als ik hoor – en de heer De Witte verwees er ook al naar – dat een aantal onderzoekers afstand nemen, dan is dat toch met pijn in het hart.

Wat themabepaling betreft, had de Vlor al een aanzet gedaan van thema’s die hij onderzoekswaardig vond. Houdt u daar rekening mee in het nieuwe proces?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik kan niet anders dan deze beslissing grondig te betreuren. Ik denk dat u de impact van de beslissing echt niet goed kunt vatten. Wat het steunpunt heeft opgezet en al jarenlang heeft uitgebouwd, dat zijn samenwerkingsverbanden, langetermijnvisies, longitudinaal onderzoek, meerjarenplanning, dataverzameling en een ongelofelijk archief, met heel wat kennis van zaken.

En dat veegt u nu van tafel. De gevolgen zijn groot. Ik vind dat nog steeds een onbegrijpelijke beslissing. U denkt dat u dat zomaar zult kunnen vervangen door losse projecten en samenwerkingsverbanden, en dat u daarin dan misschien meer te zeggen en te bepalen zult hebben. Ik vind die gedachte jammer. Er kon perfect samengewerkt worden. De prioriteiten werden bepaald in samenwerking met de Vlor en de onderwijsinstanties die steunden op het werk van SONO.

Dat u een dergelijke beslissing neemt tegen uw administratie en de Vlor in, vind ik ongezien en hallucinant. We zien inderdaad de gevolgen al. U geeft het voorbeeld van het onderzoek naar de zomerscholen. Daaruit blijkt al dat het inderdaad niet zo vlot loopt. U organiseert op dat vlak concurrentie in een onderzoekswereld. U zou net het omgekeerde moeten doen. U moet samenwerking bevorderen. U zou niet moeten willen dat er versnipperd en gefragmenteerd wordt gereageerd en dat er hier en daar stukjes onderzoek worden gedaan over de effecten van die zomerscholen enzovoort. Als je dat binnen een steunpunt of een bestaand samenwerkingsverband doet, krijg je volgens mij veel sterkere resultaten en een veel grotere efficiëntie.

Minister, ik denk dat u zich daar echt grondig vergist. Dit heeft voor u een ideologische onderbouw. U denkt die onderzoeksagenda wellicht meer te kunnen bepalen, of voor een stukje dat onderzoek meer te kunnen omzeilen omdat het u niet altijd zint of niet altijd in uw agenda past. Maar laat dat natuurlijk net de sterkte zijn van onafhankelijk onderzoek. De Vlor en uw administratie steunen erop. Voor mij is dit een onbegrijpelijke beslissing, die ik absoluut niet goedkeur.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, het Vlaams Belang is voorstander van een orgaan dat onderwijsonderzoek verricht op zowel de korte als de langere termijn. SONO deed in het verleden zeer kwaliteitsvol onderzoek, zoals het onderzoek naar de reden van vroegtijdige uitval, het onderzoek naar de verwachtingen van leerkrachten, het onderzoek naar de kostprijs van schoollopen enzovoort.

De echte reden voor de stopzetting heeft volgens mij niets te maken met de inefficiëntie of … (onverstaanbaar). Het echte probleem is dat bepaalde visies momenteel toch een heel klein beetje oververtegenwoordigd zijn. Daar zou ik u volgen … (onverstaanbaar) … de keuze voor besparingen.

Nu, het is niet omdat de huidige samenstelling beter zou kunnen, en dat bepaalde thema’s, zoals onderwijs en diversiteit, te veel aandacht krijgen, dat de werkwijze en de financiering van dit samenwerkingsverband aangepast worden. Bepaalde thema’s zijn in de voorgaande periode al uitvoerig aan bod gekomen. Er kan dus perfect beslist worden om de themazetting in een nieuwe periode te actualiseren.

Minister, die dynamische aanpak waarover u het hebt, is een synoniem voor onderzoek à la tête du client. SONO had nochtans ieder jaar een aantal uren vrije ruimte. Het is niet zo dat SONO niet dynamisch kan zijn en niet zou kunnen inspelen op de actualiteit.

Ik deel alleszins de bezorgdheid van professor Onghena van de KU Leuven, die waarschuwde dat onderzoek dat louter inspeelt op de actualiteit dikwijls zijn doel voorbijschiet, en dat een langetermijnvisie op onderwijs en onderwijsonderzoek nodig is.

Minister, er is ook de vrees voor versnippering. Bij SONO lag de agenda voor vijf jaar deels vast, zodat een langetermijnonderzoek kon worden gedaan. Er zal sowieso versnippering zijn wanneer de beschikbare financiële middelen over meerdere partners verdeeld zullen worden. Hoe zult u die versnippering zoveel mogelijk tegengaan?

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, de minister heeft een aantal belangrijke zaken gezegd die ik bij de andere mensen niet hoor terugkomen. De budgetten voor onderwijsonderzoek dalen niet. Dat is meestal een bekommernis van onderzoekers, maar ze dalen niet. Meer zelfs, er komen extra middelen bij voor onderzoeken met gevalideerde proeven. Die open brief heb ik niet gezien in de krant. Dat de collectieve wetenschappelijke wereld een brief stuurt met ‘dank u wel, minister, dat de middelen worden behouden, meer zelfs, dat er middelen bij komen’: ik vind het echt niet onbelangrijk om dat te zeggen.

Ik heb in het verleden zelf op een centrum voor onderwijsbeleid en -vernieuwing gewerkt. Ik kreeg wel berichten van onderzoekers die blij zijn dat ze nu ook kans maken om een onderzoek in hun discipline te kunnen doen, waar dat vroeger bij SONO zat. In de wetenschappelijke wereld is het ‘not done’ omdat je elkaar nodig hebt, ook in het kader van peer reviews, in allerlei onderzoeksprojecten zoals het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) enzovoort. Dat signaal kreeg ik van een aantal onderzoekers. Ze zeggen dat ze blij zijn dat in het kader van thema's niet alles sowieso naar het steunpunt gaat, maar dat zij ook de kans krijgen om dergelijke onderzoeken te doen. Dat vind ik ook belangrijk om mee te geven.

De minister heeft een aantal keer gezegd dat de expertise niet verloren gaat. Ik heb ook naar die data gevraagd, en ik neem aan dat die data voor alle andere onderzoekers vlot ter beschikking zullen worden gesteld. Als bepaalde onderzoeken opnieuw worden gedaan, hoop ik dat ze tot dezelfde resultaten leiden als die welke we in het verleden hebben gekregen. Anders zou het wel pijnlijk zijn.

Dat een aantal onderzoekers ermee dreigt – dat noem ik dreigen, en niet chanteren – om gegevens en expertise mee te nemen, collega's … Het is wel allemaal met belastinggeld gefinancierd. Ik neem aan dat alle collega's in deze commissie het ermee eens zijn dat dat niet kan, want dat is dan belastinggeld meenemen.

Wat het thematische betreft: ik heb ooit nog op de afdeling Beleidscoördinatie gewerkt, onder andere op de themazetting onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO). Ik kon daar vaststellen dat het altijd trekken en duwen is, maar dat het wel belangrijk is dat je bepaalde thema's wel kunt doen, en dat je ook daar kunt samenwerken. Ik snap de opmerking dus niet dat door SONO af te schaffen er geen interdisciplinariteit of samenwerking meer zou zijn tussen universiteiten. Dat kan nog altijd, en ik zie momenteel in andere beleidsdomeinen ook heel veel projectonderzoek dat over universiteiten gebeurt, dus dat kan nog altijd.

Ik kan wel begrijpen dat voor de professoren die op dit moment zekerheid hadden in SONO, die zekerheid weg is, en dat ze inderdaad opnieuw zullen moeten inschrijven. Het kan zijn dat ze een aantal projecten niet binnenhalen. Dat is waar, en ik begrijp dat ze daar niet mee gediend zijn.

Minister, hebt u al een lijst van mogelijke of bijkomende thema's waar u verder op wilt inzetten? U hebt er al een vermeld van de gevalideerde onderzoeken, maar zijn er zo nog?

De heer De Gucht heeft het woord.

De redenering dat andere onderzoekers dat nu positief vinden, vind ik een rare redenering, omdat het een samenwerking was tussen hogescholen en universiteiten. Ttussen onderzoekers kan dat soms wel eens op een heel speciale manier in orde zijn.

De efficiëntiewinsten die we halen door op dit moment op grote schaal te werken, dreigen verloren te gaan. Op langere termijn zorgt dat volgens mij voor hogere kosten om hetzelfde te bereiken of, met andere woorden, voor minder mogelijkheden als we hetzelfde budget aanhouden. Ik betreur dat. Ik had graag gehad dat we dat op een goede manier hadden kunnen bespreken.

Ik heb er geen probleem mee dat zaken in vraag worden gesteld en ik ben daar zelfs voorstander van. Dit is echter een steunpunt dat onafhankelijk is en een stevige reputatie heeft opgebouwd, dat een databank heeft om u tegen te zeggen, dat onderzoek doet naar gelijke kansen binnen het onderwijs, wat voor ons altijd een belangrijk issue is geweest. Als je de beleidsnota Onderwijs opnieuw leest, dan moet je eens kijken hoe vaak er wordt verwezen naar het onderzoek van SONO. Het is dan ook bijzonder raar dat we er nog geen jaar later van afstappen. Ik hoop dat de toekomst rooskleuriger zal zijn dan ik mij op dit moment voorstel. Er kan heel veel verloren gaan en ik heb daar schrik voor. Ik denk aan doctoraten en een goede en onafhankelijke samenwerking tussen de verschillende hogescholen en universiteiten. Ik denk ook dat we internationaal aan competitiviteit op het vlak van onderwijsonderzoek zullen verliezen omdat het om veel lossere samenwerking zal gaan. Ik zie het op dit moment niet zo heel rooskleurig in. Ik hoop eerlijk gezegd dat de toekomst anders zal zijn, maar ik vrees ervoor.

Ik vond de uitlating van de collega van het Vlaams Belang – dat was inspelend op wat u zei, minister – in verband met de wc-eend nogal kort door de bocht. Ik hoop dat we er binnen het onderwijsveld toch mogen van uitgaan dat onderzoek onafhankelijk georganiseerd kan worden en niet politiek gestuurd is.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, wat ons betreft heeft SONO zijn merites meer dan bewezen – zoals uw eigen administratie ook zegt: longitudinaal perspectief bieden dat ook toestaat om vergelijkend onderzoek te voeren, gecombineerd met een flexibele aanpak om ook op actuele beleidsvraagstukken in te spelen. Dat blijkt ook uit hun publicatielijst. U zegt dat het uw prioriteit is om meer werk te maken van een combinatie van kort- en langlopend onderzoek, dat u meer praktijkgericht onderwijsonderzoek wilt en dat u wilt kijken of de samenwerking kan worden uitgebreid met andere hogescholen. Dat had perfect ook gekund binnen het bestaande steunpunt. U had het kunnen versterken. U had dat dan moeten bespreken met de mensen binnen het steunpunt. Nu zet u zonder enig overleg, zonder boe of bah, de financiering van het steunpunt stop. Wij begrijpen die beslissing compleet niet.

Er zal expertise verloren gaan. Dat is al gebleken. De eerste senioronderzoekers hebben hun ontslag al aangekondigd. De onderlinge interuniversitaire samenwerking wordt afgebroken. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor kwalitatief hoogstaand onderzoek. Alle efficiëntiewinsten door schaalvergroting in beheer, dataverzameling en -opvolging gaan verloren.

Wat ik misschien nog het meest zwaarwichtige punt vind, is dat de gemiddelde duur van een onderzoeksproject zal terugvallen van een aantal jaren, waarbij tendensen opgevolgd kunnen worden, naar enkele maanden, met uiteraard gevolgen voor de diepgang van het onderzoek.

Als ik nu zie hoe het gelopen is met die onderzoeksoproep naar de zomerscholen, dan belooft dat alvast weinig goeds. Er was heel weinig tijd om een onderzoek in te dienen, dat moet ook al binnen vier maanden worden opgeleverd, dat is natuurlijk een garantie voor slecht onderzoek. We gaan ongetwijfeld ook naar een verdere versnippering, dus wij zien echt geen voordelen aan deze beslissing en wij horen weinig rationele argumenten om niet aan de formule van SONO te sleutelen in plaats van onmiddellijk over te gaan tot de afschaffing.

Minister, ik kan me toch ook niet van de indruk ontdoen dat u gewoon geen zin meer hebt in onderzoek, dat het misschien niet altijd in uw kraam past, dat het u misschien niet interesseert. Dan heb ik het over bijvoorbeeld de studiekostenmonitor waaruit blijkt dat ons onderwijs steeds duurder wordt. Dan heb ik het over de ongelijkheid in ons onderwijs zoals blijkt uit hun rapport over sociale keuzeverschillen in ons onderwijs. Minister, u zegt dan u wel dat de verkozen minister van Onderwijs bent en dat u zelf toch mag kiezen waar uw prioriteiten liggen. Ja, maar ik hoop wel dat we niet evolueren naar een situatie waarin u eigenlijk bepaalt, zonder met experten te overleggen, welke onderzoeksvragen er gesteld worden en voor welke onderzoeken u wilt samenwerken omdat u ze zelf genegen bent, en dat er zeker geen resultaten uit de bus komen die u niet goed uitkomen.

De essentie is, minister, is dat onderzoek gevoerd moet worden naar de vraag of uw beleid werkt en naar de grote uitdagingen van vandaag in ons onderwijsveld, of daar dus verbetering in komt.

Samenvattend: wij vinden de beslissing onbegrijpelijk. Ik hoor ook in de replieken dat uw coalitiepartners het daar eigenlijk mee eens zijn. Ik vrees dat u ze u niet meer zullen kunnen overtuigen om uw beslissing te herzien, maar ik hoop in elk geval dat ze erover zullen waken dat het onderzoeksbudget voor een nieuwe formule de volgende jaren gegarandeerd blijft.

De heer De Witte heeft het woord.

Minister, u antwoordt eigenlijk niet op de inhoudelijke kritiek van de onderzoekers. Doctoraten zijn een heel belangrijk onderdeel van onderzoek, maar zijn niet meer mogelijk wanneer SONO verdwijnt. U zegt dat de databanken nog beschikbaar zullen zijn, maar zo werkt dat natuurlijk niet. Wie geen kennis of team heeft om complexe data te analyseren, krijgt geen fatsoenlijke output. De gemiddelde duur van onderzoeken gaat uiteraard verminderen. Mevrouw Meuleman heeft er al naar verwezen dat wat we nu zien bij hogescholen, snel bijeengesprokkeld is.

Het is heel belangrijk dat er wordt samengewerkt, maar u zegt dat u concurrentie zult creëren op de onderzoeksmarkt. Ten eerste is samenwerking fundamenteel, maar daarnaast, en dan zeggen de onderzoekers zelf, zal de competitiviteit in de internationale markt dalen. Wij zullen minder competitief zijn, wij zullen minder kwalitatief onderzoek hebben. Zoals de heer De Gucht zeer terecht opmerkt, zijn er immense uitdagingen in het onderwijs. We zijn al driemaal na elkaar op de vingers getikt na Pisa-onderzoeken dat de zaken niet goed zitten en dat er veel onderzoek nodig is om zaken uit te klaren over gelijke kansen maar ook over kennisverwerving.

Ik heb een beetje de indruk, mevrouw Goeman verwees ernaar, dat u een probleem hebt met wetenschappelijk onderzoek als dusdanig. Dat is niet echt uw ding, we hebben dat ook al gemerkt tijdens een discussie over de taalbaden. U veegt al dat onderzoek van tafel en u zegt hoe u de zaken ziet. Niet iedereen moet een onderzoeker zijn, ik pleit ook niet voor een minister die per definitie zelf een onderzoeker is, maar het belang van wetenschappelijk onderzoek inschatten is wel cruciaal. En wat u doet, wat u installeert met dit soort van daden, is een soort van ‘facts free politics’ en daar zijn wij fundamenteel tegen, want dat is niet oké.

En ik zie ook een tendens, niet alleen bij u maar bij de hele regering, waarbij de financiering van bijvoorbeeld Unia wegens te kritisch wordt afgeschaft. De Woonraad is te kritisch, dus weg ermee! Ook wat de taalbaden betreft, zagen we vandaag nog de discussie van een hoop experten die adviezen geven over de eindtermen terwijl u een ander besluit neemt. Ik dring aan op een andere koers op dat vlak, wij vinden dat niet oké, wij vinden dat u totaal naast de kwestie antwoordt en dat u niet antwoordt op de vragen die de onderzoekers stellen. Wij hopen van harte dat u terugkomt op deze beslissing.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik ga mijzelf niet herhalen. Dat is voor sommigen toch weinig zinvol. Er zijn sterk geporteerde tussenkomsten, soms zijn het zwart-witkarikaturen die hier meermaals passeren.

Langetermijnonderzoek wordt zogezegd opzijgeschoven. Absoluut niet! Ik wil gewoon een goede mix van korte- en langetermijnonderzoek. En praktijkgericht, meer ten dienste van de klasvloeren, de scholen, de directies, die er iets mee moeten kunnen doen. Het moet veel meer gericht zijn op de praktijk. Er worden hier karikaturen gemaakt. Of korte termijn of lange termijn: dat is helemaal niet het geval. Doctoraten die niet meer mogelijk zouden zijn. En dan is er nog het verwijt over het wetenschappelijk onderzoek. Volgend jaar komt er in de begroting 2 miljoen euro bij voor wetenschappelijk onderzoek. Dus: put your money where your mouth is. Het is er.

Ik snap het niet, hoor. Sommigen redeneren hier: eens aangeduid, voor altijd aangeduid. Als je dat tekent, is het een win for life. Eenmaal het steunpunt wordt gecontacteerd, is dat voor altijd. Ik geloof inderdaad dat concurrentie u scherp houdt. En dat men inderdaad breed moet kunnen meedingen. Verschillende onderzoeksinstellingen moeten kunnen meedingen wanneer je een onderzoeksvraag in de markt zet. Je moet niet vier of vijf jaar een monopolie hebben. Ik snap niet dat dit ter discussie wordt gesteld.

En dan wat betreft de ideologische agenda. Komaan zeg. De kritiek komt hier niet uit één hoek van het politieke spectrum. Ze komt ook uit de andere hoek. Dit illustreert duidelijk dat het niet aan de ideologie zal gelegen hebben.

Ook alle data blijven beschikbaar. Ook dat plaatje probeert men. Het zou nogal straf zijn: de met belastingmiddelen verzamelde data zouden dan plots verdwijnen. We zouden belastingmiddelen aanwenden, maar dat zou dan private eigendom blijven van deze of gene onderzoeker. Dat is natuurlijk niet waar. Ik heb geschetst dat die data vanzelfsprekend consulteerbaar blijven.

Voor wat betreft de onderzoeksthema’s wil ik een veel bredere betrokkenheid mogelijk maken dan vandaag het geval is. Vandaag is de betrokkenheid bij het vastleggen van de onderzoeksthema’s veeleer beperkt. Ik wil het onderzoekskader actualiseren, met de betrokkenheid van meer actoren dan vandaag, en ook met actoren uit de praktijk, van op de klasvloer. Zo kunnen we meer dan ooit zorgen voor praktijkgericht onderzoek, waar ook de leerkrachten, de directies en scholen meer dan vandaag iets aan hebben.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, dank u voor de antwoorden. Ik wil nog benadrukken dat de CD&V-fractie bezorgd is voor het onderwijs, voor de kwaliteit, voor de leerlingen en iedereen die er werkt, voor alles wat de laatste jaren werd onderzocht. Onderzoek is het kompas van ons onderwijs. Het bepaalt dat we de juiste koers varen. Zitten we wel goed? Hebben we de juiste keuzes gemaakt? Welke wind laat ons naar een bestemming varen waar we eigenlijk niet heen willen? Daarom is onderzoek zo belangrijk. CD&V blijft ijveren voor longitudinaal onderzoek, voor onafhankelijk en objectief onderzoek, voor het behoud van de expertise die er nu al overal is, voor praktijkgericht onderzoek. Ik vermoed dat we niet kunnen zeggen dat het SONO-onderzoek nu niet praktijkgericht zou zijn.

De themabepaling is voor ons toch ook belangrijk. Dat moet, zoals in het verleden, in overleg met de Vlor gebeuren.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik denk niet dat het verschrikkelijk veel zin heeft om nog veel toe te voegen. Ik wil nog één ding zeggen. Onderwijsonderzoek staat in dienst van de klasvloer, van het onderwijsveld. Minister, ik kan u daarin volgen. Maar dan moest de Vlaamse Regering toch het onderzoek dat gebeurde, veel meer valoriseren.

We hebben dat in de vorige legislatuur inderdaad ook aangehaald, dat er soms heel duidelijk onderzoek lag, met klare conclusies, en dat het dan aan het beleid was om daar opvolging aan te geven. Dat is niet gebeurd. Misschien was het beter geweest om op dat vlak de hand in eigen boezem te steken en dat eerst te bekijken en uit te rollen, en te kijken hoe het voldoende kon worden gevaloriseerd op het veld, in plaats van het af te schaffen, want dat lijkt me absoluut geen oplossing. Het feit dat het niet voldoende werd gevaloriseerd, lag niet aan het onderzoek, maar aan het beleid van de regering.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Voor het Vlaams Belang zou er een SONO 2.0 moeten komen, want het opzet van SONO op zich is zeer waardevol. SONO 2.0 zou in tegenstelling tot nu een meer diverse afspiegeling van het onderzoeksveld moeten zijn.

Minister, opschuiven naar een systeem waarbij er thema per thema telkens nieuwe mensen en instituten moeten worden gezocht, zal ongetwijfeld voor een versnippering zorgen. Dat lijkt alvast geen goede zaak. Dat zal heel wat gelobby, tijd en energie vergen, en dat heb je allemaal niet met het steunpunt.

De heer Daniëls heeft het woord.

De proffen blijven bestaan, die worden niet geschrapt. De onderzoeksinstellingen waar ze aan verbonden zijn, blijven bestaan, die worden niet geschrapt. Onderzoeksmiddelen voor onderwijsonderzoek blijven bestaan, ze worden niet geschrapt. Meer zelfs, ze nemen nog toe. Thema's om onderzoek rond te doen binnen onderwijs, blijven bestaan.

Ik begrijp absoluut dat het niet fijn is dat hun project afliep. Ook voorgaande ministers hebben dit project eindig verklaard. Het is niet levenslang, het liep af, het wordt niet verlengd. Dat is iets anders. De minister zet het stop. Verlengen betekent dat er iets moet gebeuren. Anders had er nooit een actie moeten gebeuren. Dan was het de facto gedaan, of dan liep het de facto verder.

Het is nu wel gratuit om hier te zeggen dat dit het einde is van het onderwijsonderzoek, want dat zou willen zeggen dat al die faculteiten, al die professoren, al die doctorandi, al die onderzoeksgroepen ook zouden ophouden te bestaan. Er is ook nog altijd het bestaande financieringsmechanisme dat verder blijft lopen, er is FWO, er is IWT. Tenzij dat, omdat de middelen voor onderwijsonderzoek anders worden besteed, de instellingen in een interne allocatie alle onderzoekseenheden plots zonder geld zouden zetten. Dat is dan een beslissing van de instellingen, en niet van de minister.

Welke zijn de thema's die voor verder onderzoek zullen worden gebruikt? Wat is longitudinaal onderzoek? Dat zijn de data die over langere termijn worden bijgehouden en geanalyseerd. De data worden overgedragen, ze zijn betaald met belastinggeld en ze worden in open data gezet. Daar worden data aan toegevoegd en daarop kan een verdere analyse gebeuren. Ik zie niet in hoe dat verloren zou kunnen gaan. Het zou vreemd zijn mocht dat verloren gaan.

De bekommernis van een aantal collega's over het doorgeven van info en dat er dan misschien wat concurrentie zal zijn: ja, dat is waar. Ik weet niet of concurrentie altijd slecht moet zijn. Ik heb absoluut begrip voor degenen die hebben vernomen dat het niet wordt verlengd, en dat ze daar niet zo blij mee zijn.

De heer De Gucht heeft het woord.

Ik val niet graag in herhaling, maar we zullen zien hoe het verloopt. Het was een onafhankelijke instelling die bestond uit telkens dezelfde professoren en ze waren slecht georganiseerd. We zullen zien hoe dat verder verloopt. Laten we hopen dat we ongelijk krijgen en dat het onderzoek nu van even grote waarde en meerwaarde is op langere termijn als wat we tot nu toe hebben gezien. Hopelijk moeten we over enkele jaren niet vaststellen dat we iets hebben weggegooid wat zeker waardevol was.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Mijn vraag is heel simpel: ‘Why change a winning horse?’ Iedereen was unaniem positief over het werk van SONO. De Vlor, een van uw belangrijkste onderwijspartners, vroeg expliciet om de samenwerking met  SONO te verlengen. Nu dreigt in de plaats daarvan versnippering, verlies van expertise, en goeie samenwerking die wordt gehypothekeerd. U stelt daartegenover een model van concurrentie, maar ik ben er absoluut niet van overtuigd dat dit een garantie is voor beter onderzoek. Maar bon, ik denk dat we het daar ideologisch niet over eens zijn. Ik ben heel bezorgd, zoals veel andere mensen, over het feit dat het langetermijnperspectief verloren dreigt te gaan.

Om in de beeldspraak te blijven: ik vrees dat het kalf verdronken is. Ik deel de analyse van de heer De Gucht en hoop eveneens uit de grond van mijn hart dat er toch nog iets goeds uit voortkomt en dat we hier niet binnen twee jaar moeten komen zeggen dat het een ongelooflijke stommiteit was om het af te schaffen. Ik denk namelijk dat we wel tot die conclusie zullen komen. Ik hoop dan in ieder geval dat u nu zult samenwerken met de Vlor en met hen in overleg zult gaan bij het vastleggen van de onderzoeksthema's.

De heer De Witte heeft het woord.

Goed onderzoek vertrekt van de praktijk, ik ben het daar helemaal mee eens. SONO deed dat. Mevrouw Meuleman heeft ernaar verwezen en de onderzoeken die ik heb gelezen, vertrekken van de praktijk. De indrukwekkende databank is natuurlijk een voorbeeld van zich baseren op de praktijk. Maar goed onderzoek heeft ook diepgang en dat vereist specialisatie, taakverdeling, coördinatie, en dat deed SONO.

Dat staat tegenover onderzoekers die op hun eigen akker werken. Dat is een probleem. In de menswetenschappen is het een probleem dat veel onderzoekers alleen op hun eigen akker bezig zijn en dat er te weinig samenwerking is. Op dat punt heeft de bedrijfswereld vaak een stap voor op de publieke onderzoekswereld, omdat je daar wel onderzoekseenheden hebt die samenwerken met een team van mensen die zich specialiseren en langdurig op bepaalde thema's onderzoek verrichten en zo diepgang bereiken, vertrekkende van de praktijk.

U zegt dat concurrentie niet altijd slecht is, en dat klopt ook omdat concurrentie goed is op een aantal assen. Competitiviteit is nodig. Maar als je het zo ver opdeelt en gewoon als liberaal dogma zegt dat concurrentie altijd goed is, dan klopt dat niet. Dat is fout. De onderzoekers zeggen zelf dat de competitiviteit verlaagd zal worden ten aanzien van andere internationale onderzoeksinstellingen – dat is net de kern van het punt – door de opdeling, door de coördinatiefunctie van SONO, door de specialisatie, de diepgang en het beheer van de databank. Als je geen kennis hebt om info uit zo’n databank te halen, dan komt er ook niets uit. Dat vereist veel gespecialiseerde kennis.

Ik vind het dus heel erg jammer. Ik wacht niet af, in tegenstelling tot de heer De Gucht en mevrouw Goeman. Ik denk dat we stappen achteruit zullen zetten op het vlak van kwalitatief onderzoek omtrent onderwijs in Vlaanderen. Ik vind dat heel erg, want we hebben dat nodig omdat de uitdagingen immens zijn.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.