U bent hier

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schauvliege, ik heb vastgesteld dat uw vraag uit twee onderdelen bestaat. Het eerste deel is een algemene beleidsvraag, dat is geen probleem. Maar het tweede onderdeel van uw vraag peilt naar een uitspraak van de minister over een individueel dossier van een vergunningsaanvraag. Ik zou u willen vragen om die vraag niet te stellen, anders staat het de minister vrij om daar uiteraard niet op te antwoorden. Ik heb dat al een aantal keren gezegd. Ik heb uw vraag ontvankelijk verklaard omwille van het beleidsaspect. Maar als we dat blijven doen, dan zal ik in het vervolg strenger moeten zijn en dergelijke vragen gewoon schrappen. Ik laat dat aan u over.

U hebt het woord.

Ik heb inderdaad een vraag over het Vlaamse beleid op het vlak van asbest naar aanleiding van een specifieke case. Ik zal niet op de specifieke case ingaan.

Minister, in de beleidsnota Omgeving geeft u aan dat u een actief asbestafbouwbeleid wilt voeren, met als doel gefaseerd volgens prioriteit, een afbouw van risicovolle asbesthoudende materialen te realiseren, tegen 2034 voor de meest risicovolle asbesttoepassingen en tegen 2040 voor alle andere asbestproducten in slechte staat. Wij ondersteunen dat beleid volledig.

Om die doelstelling waar te maken zal er in de komende twintig jaar naar schatting tussen de 2 en 3 miljoen ton asbestafval afgevoerd en verwerkt moeten worden. Jaarlijks brengt de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) de restcapaciteiten van de bestaande, reeds vergunde stortplaatsen in kaart en maakt ze openbaar. Op de reeds vergunde categorie 1-stortplaatsen is er een restcapaciteit van 7,8 miljoen ton, rekening houdend met de jaarlijkse aanvoer, goed om ongeveer zestien jaar te overbruggen. Op de categorie 2-stortplaatsen is er nog capaciteit voor 10 jaar beschikbaar.

De OVAM adviseert dan ook om geen extra stortcapaciteit te vergunnen in haar beleidsdocument ‘De rol van stortplaatsen binnen het materialenbeleid’ en zegt: “Bijkomende stortcapaciteit voor gevaarlijk afval creëren op nieuwe locaties, die nog niet vergund zijn voor het storten van gevaarlijk afval (categorie 1) is niet wenselijk.”

De opslag van asbest wordt niet langer beschouwd als de veiligste methode om de afgifte van asbestvezels in het milieu – voornamelijk in de lucht en het grondwater – voor onbepaalde tijd te beëindigen. Opslagfaciliteiten zijn slechts een tijdelijke oplossing, omdat asbestvezels in de loop van de tijd nauwelijks vergaan.

We moeten dus zoeken naar andere methodes, andere oplossingen. Die worden ook onderzocht. Innovatie op het vlak van verwerking van asbestcement is in volle gang. Zo blijkt uit recente studies dat nieuwe technieken als thermische denaturatie en mechanisch chemische destructie op het gebied van praktische haalbaarheid even hoog scoren als storten. Bovendien neutraliseren dergelijke innovaties het asbestcement waardoor het opnieuw gebruikt kan worden als grondstof. Er zijn voorbeelden in Nederland, Frankrijk en de UK waarbij volop met die technieken aan de slag wordt gegaan, weliswaar in pilots. Ze zijn veelbelovend, maar er is nog heel wat onderzoek over nodig. Ook in Vlaanderen was en is er onderzoek. We zijn ook heel blij dat de OVAM daar verder op inzet.

De aanleiding van deze vraag was een openbaar onderzoek. De vraag is hoe we daar in de toekomst verder mee omgaan. Er waren hierover onlangs vragen, zowel in mijn provincie als in andere provincies.

Minister, hoe staat u hiertegenover? De OVAM zegt op dit moment geen bijkomende opslagcapaciteit nodig te hebben. Wat is uw mening over deze uitspraak? Kunt u die volgen? Als u die mening volgt, wat betekent dat dan in de toekomst voor aanvragen om in bijkomende opslagcapaciteit te voorzien in Vlaanderen? Zult u die aanvragen blijven behandelen of kunnen er andere acties ondernomen worden?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik zal niet ingaan op de vergunning zelf maar wel een aantal belangrijke vragen die u stelt beantwoorden.

In de visienota van de OVAM, die wel al van 2012 dateert, wordt ervoor gekozen om geen bijkomende stortcapaciteit meer toe te laten op nieuwe locaties. Hierbij wordt onder ‘nieuwe locatie’ verstaan: een locatie waar nog geen vergunde categorie 1- of 2-stortplaats in exploitatie is. De capaciteitsplanning wordt elk jaar opgevolgd door de OVAM. Op basis van de laatste actualisatie van deze cijfers, waarop ik straks nog terugkom in het antwoord op uw tweede vraag, is er op dit moment geen onmiddellijke noodzaak om bijkomende capaciteit te vergunnen.

De bepalingen rond stortcapaciteit werden ook verankerd in het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2016-2022.

Inderdaad, wij hebben heel wat ambitie op het vlak van de afbouw van asbest. We hebben daar ook extra budgetten voor vrijgemaakt. Bij de laatste begrotingsbesprekingen heb ik nogmaals extra middelen gevraagd en gekregen.

Uit de realisatie van het asbestafbouwbeleid zal inderdaad naar schatting ruim 2,5 à 3 miljoen ton asbesthoudend materiaal vrijkomen in de periode 2019-2040.

Asbesthoudende afvalstoffen kunnen worden gestort op stortplaatsen van categorie 1 en 2. Op de huidige vergunde categorie 1- en 2-stortplaatsen is er op 1 januari 2019 nog 15,7 miljoen ton stortcapaciteit beschikbaar. Die beschikbare capaciteit dient uiteraard niet enkel voor asbest. In 2018 werd er in totaal ongeveer 1,26 miljoen ton gestort op deze stortplaatsen, waarvan ongeveer 150.000 ton asbesthoudende afvalstoffen. Het in de komende jaren te verwerken asbesthoudend afval past dus binnen de bestaande en reeds vergunde stortcapaciteit voor categorie 1 en 2. De capaciteitsplanning voor stortplaatsen wordt jaarlijks opgevolgd door OVAM, zodat er tijdig kan worden ingegrepen indien dit nodig zou zijn. Op basis van de huidige inzichten zitten we op de goede weg.

OVAM volgt ook nauw de ontwikkelingen op rond alternatieve verwerkingstechnieken. Men zegt mij dat er op zeer korte termijn nog geen doorbraak zal zijn. Ik hoop echt dat we een doorbraak zullen kunnen realiseren.

Het dossier dat aanleiding heeft gegeven tot deze vraag, werd ingediend bij de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen. Het is niet aan mij om hier een uitspraak over te doen. 

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We zijn het er helemaal mee eens. OVAM volgt inderdaad een aantal dingen zeer nauwkeurig op. We zien dat er nog voldoende ruimte is op de huidige stortplaatsen om met het asbestafval aan de slag te gaan. We zien dus ook niet de noodzaak om extra locaties te voorzien.

Vandaar ook mijn tweede vraag. Als u dat ook vindt – en u heeft bevestigd dat OVAM dit aangeeft –, lijkt het u dan niet beter, zowel voor de volksgezondheid als voor de rechtszekerheid van heel veel bedrijven, om een moratorium in te stellen voor nieuwe locaties voor categorie 1-stortplaatsen waar asbest kan worden gestort? Het is dan gewoon duidelijk. Het kan tijdelijk zijn zodat, als er toch een tekort zou komen, het kan worden opgeheven. Nu lijkt het toch wel heel veel tijd en heel veel energie van heel veel partners te kosten om telkens weer de strijd aan te gaan, wetende dat er op dit moment geen probleem is, niet in capaciteit en niet in spreiding over Vlaanderen. Men kan op dit moment met zijn asbestafval terecht op de bestaande locaties. Lijkt het dan niet zinvol dat Vlaanderen heel duidelijk een signaal zou geven, niet alleen in woorden, en op dit moment een verbod zou opleggen dat ervoor zorgt dat het voor iedereen helder en duidelijk is. Asbest is toch wel een zeer gevaarlijk materiaal waarvoor voorzichtigheid aan de dag moet worden gelegd.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil even verder gaan op de vraag van collega Schauvliege over het aantal asbeststorten.

Minister, u hebt net gedefinieerd wat u bedoelt met een nieuwe asbeststortplaats. Ik heb begrepen dat, waar al een stortplaats is, eventueel kan worden onderzocht of op een bepaald deel alsnog asbestafval kan worden gestort. Heb ik dat goed begrepen? Ik zou graag hebben dat u dit ontkent en dat ik het verkeerd heb begrepen, maar zo heb ik het wel begrepen.

Ik wil u ook herinneren aan het antwoord op een schriftelijke vraag waarin u eigenlijk ondubbelzinnig was. U zei heel duidelijk: “Aangezien er op heden nog voldoende stortcapaciteit is, is er op basis van de huidige inzichten de eerstvolgende jaren geen noodzaak om extra stortcapaciteit voor asbestafval te voorzien.”

Ik begrijp daaruit heel duidelijk dat u zegt dat er bij de huidige stortplaatsen nog kan worden bijgestort, maar dat we zeker geen nieuwe plekken gaan voorzien voor asbestafval. Kunt u daar alstublieft wat duidelijkheid over verschaffen?

Ten tweede gaat mijn bezorgdheid ook naar de huidige plaatsen waar asbestafval wordt gestort. Ik krijg regelmatig meldingen van omwonenden, en u allicht nog veel meer dan ik, die mij zeggen dat het wat handhaving betreft toch niet echt heel goed lijkt te lopen. Asbeststortplaatsen hebben vaak een kwalijke reputatie, kijk bijvoorbeeld naar SVK Sint-Niklaas. Maar er zijn er nog andere.

Mijn vraag is ook om de handhaving en de inspectie daarop op te drijven, omdat mensen zich rond die stortplaatsen heel onveilig voelen. Als we dan toch asbest storten – ik begrijp van u dat we dat de eerstkomende jaren ook gaan blijven doen –, dan moeten we zorgen dat dat in de allerveiligste omstandigheden kan gebeuren. Het kan niet dat men een loopje neemt met de veiligheid. Kunt u mij daarin volgen om die inspectie en handhaving op te drijven?

De voorzitter

De heer Pieters heeft het woord.

Ik kan collega Danen daar volledig in volgen. Het gaat over de handhaving en ook de opvolging van de projecten. Want ik heb toch de indruk dat er bij de afbraak die er gebeurt met asbest een probleem is. Ik heb dat vijftien jaar of langer geleden ook al in de gemeente aangegeven. Je hebt firma’s die daarvoor gecertificeerd zijn, en zelfs zij nemen een loopje met de manier waarop het materiaal wordt behandeld.

We weten allemaal dat het verschrikkelijke gevolgen kan hebben. Maar als we het onder de grond steken, in welke mate moeten we het naderhand dan weer saneren? Ik heb begrepen dat er inderdaad een drietal mogelijkheden zijn om het te verwerken. Twee daarvan werden daarstraks ook al vermeld door mevrouw Schauvliege. Maar ten derde is er ook nog de mogelijkheid van schimmelculturen. Wordt dat ook onderzocht?

U hebt in het antwoord op die schriftelijke vraag inderdaad gezegd dat we nog een aantal jaren verder kunnen. Maar in hoeverre gaan we tijdens die jaren het onderzoek opdrijven? Want in Overijssel in Nederland staat er bijvoorbeeld een verwerkingsfabriek, waar door oververhitting – 1100 graden – het asbest niet meer schadelijk zou zijn. In welke mate is daar nog capaciteit aanwezig, en in hoever is dat onderzoek bij ons gevorderd, zodat wij ook op die manier asbest kunnen verwerken?

Ik denk ook dat de Nederlanders niet happig zijn over de manier waarop wij asbest afvoeren. Want daar zien we dat we het wel moeten verpakken, maar dat die verpakkingen dikwijls stuk gaan. Ik neem dus aan dat Nederland niet happig is om zo’n transport toe te staan. Maar hoever staan de onderzoeken naar alternatieven, en tegen welke termijn denkt u die te kunnen afronden?

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil graag ook even aansluiten bij deze vraagstelling rond asbest. We weten allemaal dat we daar heel voorzichtig mee moeten omgaan, maar het actieplan voor asbestafbouw in Vlaanderen is daarover heel duidelijk. Ik denk dat Vlaanderen daar echt een punt van wil maken om versneld naar een asbestveilig Vlaanderen te kunnen gaan.

Dan is de afvoer natuurlijk een zaak waar we goed over moeten nadenken: op welke manier gaan we dat organiseren? Het is zeer terecht dat de kennis en expertise van de OVAM daarnet ook werd aangestipt. Maar ik zou toch graag even een verdere doorkijk willen maken. U stelt heel duidelijk dat er de eerstvolgende jaren geen probleem is wat betreft eventuele stortcapaciteit.

Kunt u echter iets meer duiding geven over de wijze waarop dat dan permanent zal worden gemonitord de eerstkomende jaren? Als men er daadwerkelijk in slaagt, waar ik echt wel op hoop, om veel sneller naar een afbouw te gaan, hoe kan er eventueel dan ook snel worden geschakeld? Is er een permanente monitoring en ook overleg met de sector om dat goed op elkaar af te stemmen? Hoe ziet u dat? Hoe wilt u dat bewerkstelligen?

Het instrument van een moratorium, eventueel tijdelijk, werd aangehaald. Dat kan misschien een instrument zijn, maar misschien ziet u andere mogelijkheden om dat in goede banen te leiden. Daar zou ik graag van u iets meer duiding bij krijgen.

Er werd verwezen naar de stortcapaciteit, maar er is ook het verwerken. Kan daar sneller naar worden overgestapt? Hoe staat de sector daartegenover? Zijn er daar mogelijkheden? Hoe kijkt u daarnaar? Misschien is dat op iets langere termijn. We moeten dat vooral goed op elkaar kunnen afstemmen, en er moet snel worden geschakeld als er mogelijkheden zijn.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Op basis van de huidige inzichten en cijfers is er de eerstvolgende jaren geen nood aan het vergunnen van extra stortcapaciteit voor asbestafval. Het is de OVAM die de capaciteitsplanning voor stortplaatsen jaarlijks opvolgt. Hoe doen ze dat? Dat is ook een vraag die hier aan bod is gekomen. Dat is een vraag die al sterk ingaat op het operationele. Waarschijnlijk gebeurt dat aan de hand van cijfers: hoeveel komt er binnen, hoeveel gaat er weg, in hoeveel miljoen euro extra is voorzien om asbest weg te halen, hoeveel zal er worden verwijderd? Ik denk dat die planning op basis daarvan gebeurt. Als ze me zeggen dat er op basis van de huidige inzichten de eerstvolgende jaren geen nood aan is, dan is dat zo.

Wat de collega’s van Groen misschien wel nog moeten weten, is dat elke vergunningsaanvraag natuurlijk steeds moet worden bekeken. De capaciteit is één zaak, maar er zijn ook nog andere parameters die moeten worden bekeken bij een vergunningsaanvraag. Ik begrijp dus niet zo goed de vraag dat ik moet zeggen dat daar nu niks meer komt. Ik begrijp eigenlijk niet zo goed waar ze naartoe willen. Elke vergunningsaanvraag móet steeds worden bekeken. Voor alle duidelijkheid, in eerste instantie is ook de provincie aan zet.

Wat die alternatieve technieken betreft, wij volgen dat dus ook mee op. We kijken ook naar de buurlanden. In Nederland loopt er een pilootproject voor de verwerking van asbestcement met afvalzuren. Er is een installatie in opbouw voor de specifieke verwerking van met asbest verontreinigd metaal. Dat laatste is een niche als het gaat over asbestafvalstromen. Dat pilootproject is beloftevol. We bekijken dat, maar op dit moment zijn we nog ver van iets grootschaligs. De vitrificatie in Frankrijk volgen we ook op. Weet wel dat dat enorm duur is, en het blijft een marginaal spoor ten opzichte van het bergen in stortplaatsen in Frankrijk.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, hartelijk dank voor uw antwoord. Asbest is bijzonder gevaarlijk. U geeft zelf heel duidelijk aan – en daar zijn we heel tevreden mee – dat er geen capaciteitsprobleem is. Onderzoek naar nieuwe technieken zijn volop bezig. We hebben nog capaciteit voor tien jaar. We mogen toch wel verwachten dat er binnen die tien jaar een duidelijk antwoord zal worden geboden op die problematiek.

Het lijkt me echt zeer essentieel dat er een heel duidelijk signaal komt dat de capaciteit er niet is, dat bijkomende capaciteit niet nodig is. Het lijkt me heel goed mogelijk dat u een vergunningstop voor bijkomende asbeststortplaatsen kunt aankondigen. Dat zou pas duidelijk zijn en rechtszekerheid bieden. Het zou er ook voor zorgen dat alle energie die er op dit moment moet worden gestoken in het aanvechten van dergelijke dossiers door buurtbewoners, niet nodig is. Het lijkt mij echt mogelijk om dat te doen, en ik roep u dan ook op om dat te doen. Als u dat niet doet, zullen wij alvast een initiatief nemen om de discussie verder te voeren.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.