U bent hier

Commissievergadering

donderdag 18 juni 2020, 9.57u

Voorzitter
van Sarah Smeyers aan minister Matthias Diependaele
2565 (2019-2020)

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat over het verbod op uithuiszettingen dat tijdens de coronacrisis vigeerde. Dat hebt u terecht ingesteld om tijdens de coronacrisis het recht op wonen te vrijwaren. Eind maart heeft de Vlaamse Regering beslist om tot 17 juli, dus nog een goede maand, de gerechtelijke uithuiszettingen te verbieden. Jaarlijks worden in Vlaanderen zo’n 12.000 uithuiszettingen gevorderd voor de rechtbank omdat de huurder zijn huur niet correct betaalt. Zo’n 3600 gezinnen worden dan ook effectief uit hun huis gezet. Eén huurder op de tien heeft tijdens de coronacrisis moeilijkheden ondervonden om de huur tijdig te betalen, zo blijkt uit de ‘Grote Coronastudie’ van de Universiteit Antwerpen. U bevestigde zelf ook al dat de kans reëel is dat na 17 juli de golf aan uithuiszettingen groter wordt. U hebt de verhuurders geadviseerd om zich, alleen al vanwege de bijzondere omstandigheden, soepel en menselijk op te stellen, wat zeer goed is. Dat is al één oproep.

Verder is ook het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen als opvolger van het Huurgarantiefonds vroeger in werking getreden. Mensen die problemen hebben om hun huur te betalen, kunnen via het OCMW bij dat fonds terecht om te voorkomen dat ze verder in een schuldenput zakken. Door de coronacrisis heeft de Vlaamse Regering de modaliteiten van het fonds tijdelijk versoepeld. Het tussenkomstpercentage bij de start van de begeleidingsovereenkomst wordt opgetrokken van 25 procent van de huurachterstal naar 45 procent. En in plaats van de huurachterstand vanaf 1 juni in rekening te nemen, hebt u de periode vervroegd en worden huurbetalingsachterstallen al vanaf 1 april in rekening gebracht. Dat was een recapitulatie van uw goed beleid op vlak van huur en huurbegeleiding in deze coronacrisis.

Mijn vraag is wat betreft de stopzetting van de uithuiszettingen: wat nadien om een opstoot van uithuiszettingen vanaf midden juli af te vlakken? Naar verluidt bekijkt de Vlaamse Regering of het verbod op uithuiszettingen gefaseerd kan worden losgelaten. Hoever staat het daarmee? Kan men dat überhaupt gefaseerd doen? Hoe moet dat concreet gerealiseerd worden? Dat hangt natuurlijk niet alleen van u en uw intenties af, minister, maar er zijn heel wat actoren op het terrein betrokken bij het eventueel gefaseerd weer vrijlaten van de regel op de uithuiszettingen en van de uitvoering van de vonnissen van uithuiszettingen.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Laat het duidelijk zijn dat een uithuiszetting altijd een laatste juridisch middel is. Ik denk dat we het daarover eens kunnen zijn. We hebben, zoals u hebt gesteld, inderdaad maatregelen genomen om te vermijden dat er in deze moeilijke periode van de gezondheidscrisis mensen op straat komen te staan.

Als een van de eerste coronamaatregelen op het vlak van wonen hebben we het verbod op uithuiszettingen in huurzaken ingevoerd, en dat verbod is er nog steeds: het loopt tot en met 17 juli 2020. Dat valt samen met de periode van de civiele noodsituatie. In volle coronacrisis konden huurders dus niet op straat worden gezet. Daarnaast hebben we ook gesleuteld aan het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen. U hebt dat geschetst, ik ga dat niet herhalen.

Aan sociale verhuurders vragen we bovendien maximale soepelheid om huurders toe te laten hun betalingsachterstand weg te werken via afbetalingsplannen. Ook aan private verhuurders heb ik, zoals u zegt, al gevraagd om zich soepel en menselijk op te stellen. Maar de soepelheid van een private verhuurder kan natuurlijk niet even ver gaan als de soepelheid van een sociale verhuurder. Het is een andere situatie. Het gaat bij private verhuurders over hun privaat eigendom. Vaak gebruiken deze verhuurders de huuropbrengsten als een aanvulling op hun eigen inkomen of pensioen. Met een verlenging van het verbod op uithuiszettingen in huurzaken moet dus genuanceerd worden omgesprongen.

In de eerste plaats zijn er de uithuiszettingen die al voor de start van de coronavirusmaatregelen waren uitgesproken, namelijk de uithuiszettingen die de rechter had toegestaan voor half maart. Die uithuiszetting zal de verhuurder dus vier maanden lang niet hebben kunnen uitvoeren. Ik denk dat we het erover eens kunnen zijn dat de verhuurder die uithuiszettingen moet kunnen doorvoeren. Er waren redenen om die uit te spreken. Ze moet dus kunnen worden uitgevoerd, tenzij met het akkoord van de verhuurder de oorzaak is weggevallen of zo. Het zal eerder uitzonderlijk zijn. We krijgen nu al heel wat signalen dat niet-betalende huurders met achterstallen, die dateren van voor de coronacrisis, gewoon niet verder betalen en rustig blijven wonen in afwachting van 17 juli. Dat is een beetje het gevolg van de maatregel, maar dat is de bluts met de buil.

De meerderheid van de vredegerechten heeft stilgelegen van half maart tot half mei. Alle nieuw ingeleide zaken werden uitgesteld en worden sinds half mei 2020 allemaal opnieuw ingepland. Men is die achterstand dus aan het inlopen. Er zullen dus heel weinig uithuiszettingen zijn uitgesproken in de periode van half maart tot half mei.

Vanaf half mei komen er, zoals gezegd, opnieuw uitspraken van vrederechters. Mijn administratie heeft een aantal vrederechters bevraagd over dit thema. Vrederechters kunnen ook van mening verschillen, maar wat toch duidelijk naar voren kwam, was dat vrederechters elk dossier concreet beoordelen en hun beslissing nemen op basis van alle belangen die in het geding zijn. Ik denk dat het typisch voor vrederechters is dat zij een ruimer en meer van dichtbij zicht hebben op het probleem dat zich stelt en dat zij veel zaken in overweging nemen. Met andere woorden: een vrederechter die een uithuiszetting uitspreekt vanaf half mei, neemt bij het nemen van zijn beslissing de coronacrisis mee en heeft verschillende instrumenten. Hij kan de zaak uitstellen wanneer hij bijvoorbeeld vermoedt dat de betalingsachterstand slechts tijdelijk is en te wijten is aan de coronacrisis. Of hij kan de uithuiszetting uitspreken, maar een langere termijn opleggen vanaf wanneer de uithuiszetting kan worden uitgevoerd. Standaard bedraagt die termijn een maand, maar de rechter kan dat dus verlengen als daar redenen voor zijn.

Het verbod op uithuiszettingen in huurzaken dat we hebben ingevoerd, was een algemene en daarom ook redelijk botte maatregel. Ik ben ervan overtuigd dat die volledig gerechtvaardigd was door de uitzonderlijke omstandigheden die ontstaan waren door de coronacrisis. Maar nu bedrijven en de samenleving opnieuw opstarten en ook de huurmarkt weer op gang geraakt, is het niet te verantwoorden om deze algemene maatregel te verlengen. Een uithuiszetting moet steeds door de vrederechter worden uitgesproken. Die zal de uithuiszetting enkel toelaten wanneer dat verantwoord is. We moeten echt wel vertrouwen hebben in die vrederechter. Indien de huurder oordeelt dat de uitspraak van de vrederechter niet correct is, kan hij daartegen beroep aantekenen. Als dan ook de beroepsrechter de uithuiszetting uitspreekt, moet daaruit worden afgeleid dat de uithuiszetting gerechtvaardigd is.

Door de uitfasering van de uitspraken en uitvoeringen én het feit dat vrederechters nu reeds met alle mogelijke feiten rekening kunnen houden, komt het de rechterlijke macht toe om in alle belangen terug te oordelen over een al dan niet uithuiszetting van een zittende huurder. Die fasering is er sowieso ten gevolge van het feit dat er drie momenten zijn van uitspraken van de rechter: die van voor half maart, die tussen half maart en half mei en die van na mei. Zeker voor diegenen die tussen half maart en half mei en na mei zijn uitgesproken, zal de vrederechter de coronacrisis mee in rekening brengen. Hij heeft er ook de instrumenten voor. Ik denk dat we dat zeer duidelijk hebben aangetoond. Dat gaat ervoor zorgen dat er een uitfasering is. We hebben hierover al contact opgenomen met de vrederechters, zoals ik al in mijn antwoord zei, en ook met de gerechtsdeurwaarders. We denken dat er op die manier een gefaseerde uitstroom zal zijn.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw geruststellend antwoord. U zegt eigenlijk dat er vanuit het beleid weinig signalen nodig zijn, en ik denk dat u daarin gelijk hebt.

De facto zal er een uitfasering gebeuren. Het is ook logisch dat de vonnissen tot uithuiszetting van voor corona – dat spreekt voor zich, dat hoeft weinig betoog – nu effectief moeten worden uitgevoerd. Die zullen voorrang genieten. Die vonnissen zijn er. De deurwaarders mogen sinds een dag of twee weer uitvoeren. Die vonnissen zullen eerst uitgevoerd worden. Ik weet dat deurwaarders – al lijkt dat niet altijd zo – zich soepel opstellen en sociaal voelend zijn, zeker in deze coronatijd, maar ook anders.

De vrederechter neemt dat in acht, en enkel indien het echt nodig is en echt verantwoord gelet de huurachterstallen en de sociale situatie van een gezin, komt er een effectieve uithuiszetting. Ik volg u daarin. Er worden eerst afbetalingsplannen opgesteld. OCMW’s spelen daar een rol in.

Ik ben eigenlijk gerustgesteld dat er nu niet in één keer een golf van uithuiszettingen komt, dat de fasering zich gewoon in de feiten zal voordoen. Ik vind het toch goed dat u dat nog eens uitgesproken hebt, en dat alle juridische beroepen die hierbij betrokken zijn, zich hierachter zullen scharen.

De heer Veys heeft het woord.

Voorzitter, ik heb nog bijkomende vragen. Het is natuurlijk een zeer interessant onderwerp. De kwetsbare situatie van veel private huurders, zeker aan de onderkant van de huurmarkt, waar de wooncrisis zit, is al langer bekend. Dat is een probleem dat we moeten aanpakken. Met corona is dat uiteraard niet verbeterd, dat bleek ook recent uit een rapport van het COVIVAT-consortium (Corona Onderzoeksconsortium voor Inkomensverdeling en Sociale Effecten) rond financieel kwetsbare werkenden die buitenproportioneel op de private huurmarkt zitten.

In de vraag van mevrouw Smeyers lees ik dat de minister zelf bevestigde in dat artikel – ik vermoed dat het gaat over een artikel in De Tijd – dat de kans meer dan reëel is dat het na midden juli tot een golf van uithuiszettingen komt. Ik vond dat wat vreemd. Ik had het artikel ook gelezen, maar we hebben hier in de commissie iets anders gehoord. Ik heb de minister altijd horen zeggen: ‘Het zal allemaal zo erg niet zijn, het komt wel goed.’ Nu blijkt dat er wel degelijk rekening mee gehouden wordt. Dat is natuurlijk … Het zou mij verwonderen, mocht dat waar zijn. Dat zou een slechte zaak zijn.

Er zijn hier voorstellen gepasseerd van de oppositie, net om de positie van die kwetsbare huurders te versterken, zodat het niet kan komen tot een uithuiszetting. De voorstellen waren onder meer een verlenging van het verbod, inzake de inkomens van die kwetsbare private huurders het voorstel voor de huurpremies, het fonds beter preventief laten werken met bijvoorbeeld een halve maand huur in plaats van twee maanden. Die voorstellen werden niet goedgekeurd. Dat was een keuze van de meerderheid. Ik had het gevoel dat er minder ingegrepen mocht worden, ook niet op het inkomen via de huurpremie, terwijl ingrijpen op het inkomen natuurlijk wel een beetje het adagium was dat deze ploeg verkondigde tijdens deze crisis.

Daartegenover zijn er heel veel bewijzen dat de private huurders met een laag inkomen heel veel extra uitgaven hebben gedaan. Test Aankoop geeft aan dat de prijzen met 5 à 6,6 procent stijgen. Een onderzoek van Het Laatste Nieuws met een Vlaams databedrijf zegt dat in dezelfde periode 3000 producten 5 procent duurder werden en 1500 producten 10 procent. Op kleine inkomens heeft dat echt een significante impact. De armoedeorganisaties zeggen dat de witte producten veel sneller worden opgekocht. Daarbij komt dat alleenstaande ouders wier kinderen anders op school eten, nu volledig … (Opmerkingen van Sarah Smeyers)

Dank u om mij te onderbreken. Al die zaken hebben een impact op de kwetsbare huurders. Ik neem dat in rekening als ik het heb over het beleid om de private kwetsbare huurders te beschermen. Dat is een keuze van mijn fractie. Het is duidelijk dat die koopkracht achteruitgaat. Ik heb het gevoel dat er weinig wordt ingegrepen.

Ik heb nog enkele bijkomende vragen. Die gesprekken met die vrederechters, dat lijkt mij een goede zaak. Hebt u een idee over hoeveel zaken het gaat? We hebben het al vaker over gehad over de cijfers van de uithuiszettingen. Dat is niet evident, maar misschien kunnen de vrederechters dat nu wat anders inschatten. Dat zou wel interessant zijn om eens te bekijken.

Hebt u zicht op het aantal aanvragen tot steun die intussen bij het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen (FBUH) zijn gedaan? We zijn achttien dagen ver. Kunnen die worden ingediend?

Hoeveel begeleidingsovereenkomsten zijn er sinds de start van het fonds opgesteld? Hoeveel aanvragen voor begeleiding zijn geïnitieerd? Als er na 17 juli veel mensen uit hun huis worden gezet, wordt er over nagedacht waar die terechtkomen? Op korte termijn is vaak enkel een sociaal verhuurkantoor (SVK) een optie, dankzij het puntensysteem dat prioritair toewijst. Dat puntensysteem wordt heel waarschijnlijk afgeschaft. Waar moeten die mensen in dat geval naartoe?

Mijn tweede vraag is echt wel sterk vooruitkijken. Het is wat moeilijk om daar concreet over te zijn, vermoed ik, maar wat als er een tweede golf komt? Hebt u daar al over nagedacht, minister? Gaat u opnieuw een verbod op uithuiszettingen invoeren? U zei dat dit een heel botte maatregel was. Wilt u die omvormen en wat scherper en meer gepast maken? Hebt u daar al over nagedacht?

Mevrouw Jans heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Ik wilde kort aansluiten bij de vraag van mevrouw Smeyers. In tegenstelling tot collega Veys vind ik het goed dat we de coronaopschuiving met zes maanden niet hebben gedaan. Dan stellen we enkel het probleem uit. Ik vind het goed dat we een wat spontane uitfasering krijgen van de opheffing op 17 juli. We hebben al eerder aangegeven dat ons dat aangewezen lijkt. Ik hoor van de CLB’s bijvoorbeeld dat ze normaal een spontane piek verwachten elke zomer. Ik heb de indruk dat we niet heel veel formele kanalen en officiële cijfers hebben om op voort te gaan. Hebben we van de OCMW's, de lijn 1700 en de ombudsman concrete cijfers waarmee we kunnen verdergaan?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voor alle duidelijkheid, het is pas vanaf 17 juli dat de uithuiszettingen opnieuw kunnen beginnen. Dat is nog niet vandaag. Het is dus pas over een maand.

Mijnheer Veys, ik begrijp uw punt wel, maar u vergeet er zeer veel bij te vermelden. Eerst en vooral hebben wij ook de OCMW's extra ondersteund. We hebben voor het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen wel degelijk inspanningen gedaan. We hebben heel wat zaken gedaan die ervoor zorgen dat die mogelijkheden er zijn.

Mevrouw Jans, wij hebben nog geen zicht op het gebruik van het fonds. De cijfers over uithuiszettingen hebben we sowieso niet. Dat is al verschillende keren geantwoord. Daarvoor hebben we de cijfers nodig van Justitie. Ik denk dat ik al een paar keer geschetst heb waarom we daar geen zicht op hebben.

Ik ben het helemaal eens met mevrouw Jans. Als we het verbod op de uithuiszettingen gaan uitstellen, stel je niet alleen het probleem uit, maar vergroot je ook het probleem voor die mensen zelf. Je mag natuurlijk niet vergeten dat de huurgelden wel verschuldigd blijven voor die periode. Dat betekent dat zij daar nog altijd op langere termijn aan moeten voldoen, wat het probleem voor hen alleen maar vergroot.

Ik kan jullie trouwens ook nog een primeur geven – laat het tussen ons blijven: morgen hebben we een voorstel op de ministerraad voor extra ondersteuning voor de SVK’s. Mijnheer Veys, het is inderdaad zo dat een deel van die mensen richting SVK zullen gaan. We gaan die daarom extra ondersteunen. In die zin hebben we wel degelijk al die stappen ondernomen om dat op te vangen.

Wat een tweede golf betreft: ja, we hebben erover nagedacht, maar neen, we hebben daar nog geen definitieve zaken over mee te delen, temeer omdat we in een veel groter geheel zitten en er op andere niveaus moet worden bekeken wat er in het geval van een tweede golf zal moeten gebeuren. Ik ben het er wel volledig mee eens dat we dergelijke drastische maatregelen in ieders belang zoveel mogelijk moeten proberen te vermijden maar daarbij moeten we kunnen beantwoorden aan alle veiligheidsmaatregelen. We moeten dat dus op een veilige manier kunnen vermijden.

Ik denk dat ik daarmee alles heb beantwoord.

Neen, de heer Veys had het nog over de prijzen. Het is inderdaad zo dat er heel wat zaken duurder worden, maar er zijn ook zaken die goedkoper worden, bijvoorbeeld de energieprijs daalt blijkbaar. De Nationale Bank heeft een overzicht gegeven en de inflatie stijgt op dit moment niet meer dan anders. Gisteren stelde een bank dat de woningprijzen 2 tot 3 procent zouden zakken. We zullen nog moeten afwachten of zich dat effectief voordoet, maar dat heeft altijd een effect op de huurprijzen zodat die ook niet stijgen. Je mag je niet laten verleiden om voortdurend maar een half verhaal te brengen. Er is ook nog een andere kant aan het verhaal die dit heel sterk relativeert.

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Minister, ik weet wel dat het vanaf 17 juli is. Het zat ook in mijn vraag vervat. Ik heb gewoon gezegd dat vanaf gisteren de deurwaarders weer mogen werken. Gelukkig hebben zij nog ander werk dan uithuiszettingen. U hebt het zelf ook geschetst: 10.000 vonnissen, maar – gelukkig – slechts 3600 effectieve uithuiszettingen.

Mijnheer Veys, dat wil zeggen – en dat heeft mevrouw Jans ook bevestigd – dat de OCMW's en de CAW’s voor begeleiding zorgen, en ook zorgen voor preventie ter voorkoming van uithuiszettingen. Ze stimuleren en zorgen voor een effectieve uitvoering van afbetalingsplannen, en het probleem mag niet groter worden. Dat is de vrees. Gelukkig hebben we de periode niet verlengd.

Meneer Veys, ik vind het een beetje jammer dat u bij een rechtgeaarde vraag van mij – die u toch deelt, denk ik –, namelijk zorgen voor een gefaseerde uitrol die de facto zal gebeuren, onbetaalde schoolfacturen of schoolmaaltijden betrekt. Dat is al te gemakkelijk.

Laten we het eens zijn en samenvatten: de uithuiszettingen zullen niet in een golf in de tweede helft van juli gebeuren. Er zal een rationele, feitelijke fasering zijn, en dat is niet meer dan normaal. Intussen doen OCMW's, CAW's en de Vlaamse Regering wat ze kunnen om uithuiszettingen te voorkomen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.