U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, op 28 mei 2020 hebben we kennis genomen van uw intentie om de tarieven van de waterfactuur bij te sturen. U hebt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gevraagd om de watermaatschappijen en andere betrokkenen verschillende pistes te laten uitwerken om mensen door middel van variabele tarieven aan te moedigen om zuiniger met kraanwater om te springen, wat nu zeker heel belangrijk is.

De geüniformiseerde waterfactuur is op 1 januari 2016 in Vlaanderen ingevoerd. Inmiddels is een grondige evaluatie van de effecten van deze structuur uitgevoerd. Veel aspecten van de evaluatie waren positief, maar er is ook ruimte voor verbetering.

Ook het regeerakkoord verwijst naar de aanpassing van de tariefstructuren voor drinkwater, rekening houdend met de betaalbaarheid voor specifiek onze alleenstaanden en gezinnen met kinderen.

In het kader van de betaalbaarheid van de waterfactuur en het tegengaan van de droogte is het uiteraard belangrijk om verder toe te zien op het duurzaam waterverbruik. Via de waterscan willen we alle klanten zoveel mogelijk ertoe aanzetten om duurzamer om te gaan met water en om waterbesparende maatregelen te nemen. Het aantal waterscans, wat we toch aanmoedigen, is vandaag bijzonder laag: in 2019 werden er maar 228 scans uitgevoerd. Daar is dus echt werk aan de winkel.

Ook de slimme watermeter kan bijdragen tot interactiviteit en kan het bewustzijn van de burger inzake waterverbruik grondig stimuleren. Inzake duurzaam waterverbruik moet er effectief een tandje worden bij gestoken.

Wat is momenteel de stand van zaken van uw intentie om de tarieven van de waterfactuur bij te sturen met het oog op het zuiniger omspringen met water?

Wat is de stand van zaken van de herziening van de tariefstructuren voor drinkwater en afvalwater en specifiek de wijziging wat betreft billijkheid voor alleenstaanden en gezinnen met kinderen? Wat is de stand van zaken van de wijziging van het drinkwaterdecreet?

De kennis omtrent onze waterfactuur kan ook beter. Dat horen we ook regelmatig. Uit de evaluatie blijkt dat veel mensen niet weten waarvoor ze betalen. Op welke manier kan die communicatie beter? Ik denk toch dat dat toch wel eenvoudiger en effectiever kan. Wat gaat u daaraan verbeteren?

Minister, ik had ook graag geweten op welke manier u werk wilt maken van effectievere gedragswijzigingen in het waterverbruik. In het verleden liet u al optekenen dat de techniek van nudging zou worden onderzocht om mee te nemen in het beleid. Wat is daar de stand van zaken?

Wat zijn de prioritaire maatregelen die Vlaanderen kan nemen om het waterverbruik te verminderen zonder dat het effect heeft op de betaalbaarheid van de waterfactuur? Welke maatregelen zult u nemen?

Hoe evalueert u de uitrol van de digitale watermeters in Vlaanderen? Denkt u dat het nodig is om nog een versnelling hoger te schakelen in deze uitrol om onze doelstelling te behalen?

Op welke manier zult u samen met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en de drinkwatermaatschappijen het aantal waterscans of initiatieven die eenzelfde effect beogen, verhogen? 

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijn excuses, het lot wil dat ik net op dit moment in een andere commissie moest tussenkomen. De gemiddelde Vlaming verbruikt 96 liter leidingwater per dag, maar de aanhoudende droogte en onder andere het voorval in Overijse hebben de angst onder de bevolking, en bij mij, aangewakkerd dat dit in de toekomst geen vanzelfsprekendheid meer zou kunnen zijn.

Ondanks de belofte van de minister om structurele maatregelen te nemen om de droogteproblematiek aan te pakken, is er in de praktijk nog niet zoveel bijzonders gebeurd. Vlaanderen is rijkelijk te laat in actie gekomen, en ondertussen beweert het Leuvense bedrijf Hydroscan, dat lekken opspoort in de leidingen, dat in Vlaanderen maar liefst 20 procent van het leidingwater, het drinkwater weglekt via lekken in publieke leidingen. Het gaat over miljoenen liters drinkwater die verloren gaan vanwege gebrekkige of verouderde infrastructuur.

Dat is al enkele jaren zo, of we weten dat al enkele jaren. Maar het lijkt er helaas op dat de Vlaamse Regering niet meer voldoende hoop heeft in structurele maatregelen. Want wij lezen dat ze overweegt om de waterfactuur bij te sturen, met als doel de mensen zuiniger te doen omspringen met water.

De minister heeft gevraagd aan de VMM om hiertoe verschillende pistes uit te werken. Wij vinden dat een dergelijke ad-hocoplossing verre van duurzaam is. Wij vrezen dat dit dreigt uit te monden in een extra belasting op het verbruik van water door de burgers.

Minister, hebt u al zicht op welke pistes inzake tarifering de VMM precies onderzoekt? Welke van deze pistes geniet uw voorlopige voorkeur?

Wordt er aan u gerapporteerd hoeveel water er precies in Vlaanderen verloren gaat door lekkage? Indien ja, kloppen de cijfers die door Hydroscan naar voren worden geschoven? Om hoeveel liter gaat het precies? Zo niet, zult u er dan voor zorgen dat dit wordt onderzocht, zodat wij daar toch een goed zicht op kunnen krijgen?

Hebt u zicht op de voornaamste oorzaken van het weglekken van drinkwater?

Zult u ervoor zorgen dat tussen nu en x aantal jaren – u hebt nog wel enkele jaren als minister – die lekken gedicht zijn en dat het aantal liter water dat nog weglekt tot een minimum is herleid? Indien ja, hoe plant u dit te bereiken?

Investeert Vlaanderen in onderzoek naar ontziltingsinstallaties, waarbij het zout uit zeewater kan worden onttrokken? Indien niet, waarom niet en is hieromtrent ooit een grondige kosten-batenanalyse gemaakt? Indien wel, hoe uit deze investering in het onderzoek naar ontziltingsinstallaties zich concreet?

Werd er door Vlaanderen in detail gekeken naar good practices wat betreft die ontziltingsinstallaties in het buitenland? Ik denk aan Israël en Italië. Zo ja: kunnen die good practices door Vlaanderen worden overgenomen om een eventueel drinkwatertekort op te vangen? Zo neen, kan er dan wel worden onderzocht welk soort moderne, in het buitenland met succes gebruikte ontziltingstechnologie door Vlaanderen op een rendabele wijze zou kunnen worden aangekocht, geïnstalleerd en gebruikt?

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, april en mei waren de droogste maanden sinds het begin van de metingen in 1833. Het heeft nu toch een beetje geregend, maar we weten allemaal dat dit niet gaat over het weer van morgen maar over het klimaat van de vorige eeuw. Dat was het enige woord dat ontbrak in de tussenkomst van de persoon voor mij.

Er moet op verschillende fronten worden gewerkt aan een strategie tegen droogte. Een van die fronten, naast een heel aantal andere, betreft uiteraard het watergebruik. Minister, u hebt, zoals de collega’s het al zegden, in de pers uitspraken gedaan over het feit dat u de prijs van water in tijden van droogte sterker wil laten afhangen van het verbruik, om mensen zuiniger te laten omspringen met kraantjeswater. U zei daarbij dat de waterprijs in zijn geheel niet zou stijgen, dat er enkel een prijsstijging zou komen voor verspilling.

Vanaf hoeveel kubieke meter zou de prijs voor het gebruik van water stijgen? Zoals mevrouw De Vroe het vroeg: hoe zit het met die aanpassing?

Hoe zult u ervoor zorgen dat mensen die het financieel moeilijk hebben hier niet door getroffen worden?

Hoe zult u ervoor zorgen dat mensen die zelf niet verantwoordelijk zijn voor een groot waterverbruik, bijvoorbeeld door de gebrekkige staat van een huurwoning, niet getroffen worden door deze maatregel?

U stelde in het verleden dat u ook structureel wilt inzetten op het watergebruik bij industrieën en bedrijven. Daar haal je immers de grootste winsten. Het grootste waterverbruik zit daar. Zal de maatregel die u aankondigde ook daar van toepassing zijn? In tegenstelling tot de gezinnen heeft de industrie geen progressief tarief maar een degressief tarief. Gaat u ook daar aanpassingen in doen?

Is er al gedacht aan mogelijke perverse effecten van een dergelijke maatregel, bijvoorbeeld dat het zoeken van verkoeling bij hitte een zaak kan worden voor wie het kan betalen en dat de rest maar mee moet opwarmen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega’s, algemeen gesproken zie ik dat er een aantal dingen worden vermengd. Er is alles wat te maken heeft met de waterfactuur. Het is niet door de droogte dat we die waterfactuur zullen aanpassen. Sommigen hebben het hier over de stijging van de waterfactuur. Dat is niet door mij gezegd. Dat is een conclusie die hier nu wordt getrokken. Wat is het uitgangspunt? De VMM heeft in februari een uitgebreide evaluatie gemaakt van de drinkwaterfactuur. De collega’s die in de commissie zitten, weten dat ook. We hebben in het regeerakkoord afgesproken dat we de tariefstructuren voor drinkwater en afvalwater zouden aanpassen op basis van de resultaten van die uitgevoerde evaluatie, onder meer met het oog op billijkheid, vooral voor alleenstaanden en gezinnen met kinderen, op betaalbaarheid en op het sturend karakter. Met dat laatste bedoelen we dat we in die oefening mensen belonen die spaarzaam met water omgaan. De oefening wordt dus gemaakt aan de hand van die uitgangspunten. Voor alle duidelijkheid, er is nog niks beslist in de ene of de andere richting, maar dit zijn wel de uitgangspunten. Wanneer ik op basis daarvan het resultaat krijg, zal er een keuze worden gemaakt, die we natuurlijk ook binnen de regering zullen bespreken.

Wat de droogteproblematiek betreft, daar heb ik het al meermaals over gehad, ook in de commissie. Collega Van Rooy, ik hoop dat u ook aanwezig zult zijn op de diverse hoorzittingen die de commissie binnenkort zal organiseren met heel wat experten. Ik heb ook vanaf het begin gezegd dat ik nog voor het reces met een proactief droogteactieplan naar de regering zal gaan. Dat was normaal voorzien voor eind dit jaar, maar ik heb vanaf het begin gezegd dat dit een prioriteit is, dat we dit naar voren zouden schuiven zodat we de maatregelen die we in dat plan zullen opnemen, zo snel mogelijk kunnen uitvoeren en we ook de komende jaren voorbereid zijn op de droogteproblematiek die we de afgelopen jaren al vier zomers na elkaar hebben meegemaakt en die grotendeels ook het gevolg is van die klimaatverandering.

Collega Van Rooy, ik kom tot uw vraag over de lekkage. De lekken zijn, zoals u weet, een onderdeel van het niet-geregistreerd verbruik. Gezien de vrij hoge cijfers van het niet-geregistreerde verbruik analyseerden de waterbedrijven dit ‘non revenue water’ (NRW). Dat is meer dan enkel de lekverliezen, voor alle duidelijkheid. Daarin zit onder andere ook water dat niet werd geregistreerd door meetonnauwkeurigheden van de watermeters bij klanten, meetfouten bij registratie van de verbruiken of illegale waterafnames. De werkelijke verliezen zijn verliezen door lekken en breuken in het leidingnet. In 2018 was dat 16,5 procent. Het cijfer van 20 procent dat HydroScan communiceert, is dus te hoog volgens de cijfers die wij hebben en die u ook vindt in het rapport van de drinkwaterbalans. We hebben die luxe niet. Die cijfers zijn onaanvaardbaar hoog, voor alle duidelijkheid. De drinkwatermaatschappijen bepalen nu reductiedoelstellingen om dat NRW te doen dalen. Ik heb een audit besteld om op te volgen wat de waterbedrijven zullen doen qua lekdetectie.

Zij zeggen dat ze heel wat innovatieve technieken hebben waardoor ze waterverlies kunnen terugdringen. Dat is net wat ik wil weten en waarin de audit mij meer inzicht zal moeten geven. Van zodra ik het resultaat van de audit heb, zal ik dwingende doelstellingen aan de drinkwaterbedrijven opleggen.

Het is van belang de kostenbatenefficiëntie goed te bewaken. Alle lekken die we kunnen vermijden, moeten we vermijden. De meest performante distributiesystemen ter wereld hebben een lekverlies dat rond de 3 à 4 procent zit. Ik heb al gevraagd aan de drinkwaterbedrijven om hier veel sterker op in te zetten. Ze testen allerlei technieken en rollen die verder uit. Die audit zal mij de gelegenheid geven om een strengere doelstelling op te leggen. Ook de Europese drinkwaterrichtlijn legt aan lidstaten de verplichting op om in te zetten op lekreductie.

De techniek van ontzilting van zeewater tot drinkwater is er een die wereldwijd al jaren wordt toegepast in gebieden met zeer lage zoetwaterbeschikbaarheden. Het belangrijkste knelpunt is de hoge energiekost. Maar op dit vlak staat de technologie niet stil en wordt de techniek steeds performanter en energiezuiniger en dus ook meer rendabel en duurzamer.

In de Vlaamse context kan ik meegeven dat de Vlaamse drinkwaterbedrijven naar de techniek van ontzilting van water kijken om gericht de capaciteit van het openbaar waterdistributienetwerk te verhogen.

Verschillende bedrijven doen dat ook, ik denk aan FARYS, dat recentelijk het eerste waterproductiecentrum in gebruik nam dat draait op brak water. De keuze voor brak water is hier een bewuste keuze. Het verlaagt de operationele kost en maakt de voorziening duurzamer. Ook Water-link, De Watergroep en de Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht (IWVA) bekijken de optie om brak water te gebruiken als bron voor drinkwater.

De stap naar het ontzilten van zout water voor de productie van drinkwater is nog niet gezet, maar wordt wel degelijk onderzocht door de sector in samenwerking met de academische wereld.   

Wat is de stand van zaken van de herziening van de tariefstructuren? Mevrouw De Vroe, u verwijst naar een paragraaf in het regeerakkoord. Ik gaf de opdracht om verschillende scenario’s door te rekenen om specifiek tegemoet te komen aan de billijkheid voor alleenstaanden en gezinnen met kinderen. Alleenstaanden worden in de huidige structuur enorm benadeeld. De scenario's worden momenteel bekeken, en vervolgens zal een voorstel tot wijziging van het decreet worden voorgelegd.

Het klopt dat de waterfactuur algemeen beschouwd wordt als complex en niet eenvoudig te begrijpen. De tariefstructuur zelf is helaas complex en dat wordt weerspiegeld in de factuuropbouw. In het kader van de aanpassing van de tariefstructuur moet ook aandacht gaan naar de complexiteit.

Mevrouw De Vroe, u vroeg ook naar effectievere gedragswijzigingen in het waterverbruik en de nudgingtechniek die werd bekeken binnen het communicatieplatform waterbesparing en droogte dat door de VMM werd georganiseerd. Er zijn verschillende initiatieven voor communicatie en sensibilisering rond waterbesparend gedrag. De cijfers zeggen ons wel dat de Vlaming redelijk spaarzaam omgaat met water, maar we blijven via het communicatieplatform ook wel inzetten op informatiedeling en sensibilisering.

Wat zijn de prioritaire maatregelen die Vlaanderen kan nemen om het waterverbruik te verminderen? Ik wil hier benadrukken dat we in Vlaanderen koploper zijn in het gedifferentieerd watergebruik. Het hemelwatergebruik is reeds sterk ingeburgerd bij nieuwbouw.

Voor bestaande woningen heeft de overheid jarenlang subsidie gegeven voor de aanleg van regenwaterputten.

Specifiek wat het leidingwater betreft, haal ik graag het feit aan dat het drinkwaterverbruik per inwoner in Vlaanderen al laag is, zoals ik daarstraks heb gezegd. Als je de hoeveelheden bekijkt van het verbruik van leidingwater in Vlaanderen, valt het op dat dit niet stijgt, ook al zijn we met meer Vlamingen.

We willen in de toekomst nog verder inzetten op hergebruik van afvalwater, niet alleen op industriële schaal, maar ook bij huishoudens. Ik heb al opdracht gegeven aan de drinkwaterbedrijven om in te zetten op innovatie rond hergebruik bij huishoudens, bijvoorbeeld rond hergebruik van douchewater, dat eigenlijk nog relatief proper is. Op die manier kan hetzelfde water opnieuw gebruikt worden, terwijl de volumes water die afgevoerd en gezuiverd moeten worden, kunnen dalen. Vandaag bestaan daarvoor reeds technieken, maar die zijn nog behoorlijk duur. Ook bij de industrie is het de bedoeling dat we op industriële schaal gaan werken rond circulariteit en waterhergebruik.

Hoe evalueer ik de uitrol van de digitale watermeters in Vlaanderen? Wel, ik moet eigenlijk zeggen dat die uitrol nog op een laag pitje staat.

Ondertussen zijn er al zo’n honderdduizend meters geplaatst, maar dat is eigenlijk veel te weinig, want een digitale watermeter biedt een aantal zeer relevante functionaliteiten en kan een belangrijk instrument zijn om zelf zowel de werking van het waterdistributienetwerk als de dienstverlening ten aanzien van de klant verder te verbeteren. Ik denk concreet aan een betere opvolging van lekverliezen in het net maar ook aan een betere bescherming tegen terugstroming.

Het akkoord dat we met Fluvius hebben kunnen bereiken en dat ik overlaatst op de tafel van de ministerraad heb gelegd rond de maximale uitrol – 80 procent – van de energiemeter tegen het einde van de legislatuur, wil ik eigenlijk ook bekomen bij de drinkwatermaatschappijen. Zij mogen niet achterblijven. Als wij een energiemeter aan het zetten zijn, dan moet er tegelijkertijd ook een watermeter gezet worden. Op dat punt is de grootste speler, De Watergroep, intens aan het overleggen met Fluvius, om die uitrol maximaal mogelijk te maken.

De waterscans, het onderwerp van de zevende vraag, zijn inderdaad nog veel te weinig ingeburgerd. Voor de groep beschermde klanten is het laten uitvoeren van de waterscan gratis. De finaliteit van de waterscan is om preventief te werken en de gratis controleonderzoeken vinden plaats als het verhoogd verbruik een feit is. Ik heb opdracht gegeven aan de VMM om te onderzoeken hoe we het aantal waterscans drastisch kunnen opschroeven. Een van de ideeën is dat alle klanten die doorverwezen worden door een OCMW een gratis waterscan kunnen krijgen, ook omdat zij beschermde klanten zijn. Dat idee is ook doorgespeeld en wordt bekeken in het kader van de opdracht die de VMM op dit moment aan het uitvoeren is.

Dan kom ik bij de vragen van de heer D’Haese. De huidige tariefstructuur bevat nu een sociale component om financieel kwetsbaren te ondersteunen. Dat is het sociaal tarief voor beschermde klanten. Ook bij de aanpassing van de tariefstructuur – en ik denk dat dat ook logisch is – blijven we hoe dan ook het uitgangspunt aanhouden dat de meest kwetsbaren in onze samenleving ondersteuning nodig hebben. Een evaluatie van de groep met het statuut van beschermde klant is echter wenselijk. Dat is ook bij de evaluatie in de commissie aan bod gekomen, dus ook dat bekijken we, zodat we de juiste mensen bescherming bieden. Dat is immers heel fel naar boven gekomen. In de nieuwe tariefstructuur moeten we diegenen beschermen die we moeten beschermen.

Mijnheer D’Haese, uw derde vraag is heel pertinent. Wat u aanhaalt, toont aan dat het niet evident is om maatregelen op een correcte wijze in de praktijk te brengen. Ik zal niet op de feiten vooroplopen. Ik wacht op de onderzoeken naar de maatregelen en de acties. Ik verwijs hiervoor naar het proefproject van Papillon.

Wat uw vierde vraag betreft, moet het uiteraard ook voor de industrie het uitgangspunt zijn dat het watergebruik moet worden voorkomen, worden beperkt en duurzaam en veilig worden ingevuld. De industrie gebruikt verschillende soorten water, namelijk oppervlaktewater, grondwater, leidingwater, regenwater en andere soorten. Er zijn heel wat prikkels om de industrie tot duurzaam watergebruik aan te zetten. Daarnaast geeft de wateraudit inzicht in het watergebruik. Het doel daarvan is het watergebruik te verminderen, het hergebruik te stimuleren en de juiste waterkwaliteit voor elk bedrijfsproces in te zetten. Dat is een instrument waarop ik verder wil inzetten. Als ik naar de cijfers met betrekking tot het industrieel watergebruik kijk, zie ik doorheen de jaren geen stijgend gebruik. In diverse sectoren is de waterefficiëntie toegenomen. Ik vind het ook positief dat het gebruik van andere soorten water stijgt. De industrie is op dat vlak eigenlijk al goed op weg.

Uw vijfde vraag is of deze maatregelen er niet toe zullen leiden dat het zoeken van verkoeling bij hitte enkel nog mogelijk zal zijn voor zij die het vermogen hebben om een duurdere waterfactuur te betalen. Dat zal zeker en vast niet het geval zijn.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden, maar ik blijf toch een beetje op mijn honger. Over het lekverlies, bijvoorbeeld, stelt u terecht dat het nog altijd te veel is. Het zou nu om 16,5 procent gaan. Zelfs met performante systemen zou dat nog altijd 3 tot 4 procent zijn. Dat kan. Dat is nog altijd viermaal zo veel. Ik lees veel cijfers en ik vraag me echt af in hoeverre de cijfers die u naar voren brengt betrouwbaar zijn. Ik gelezen over lekverliezen van 30 procent, bijvoorbeeld bij De Watergroep. De vraag is hoe betrouwbaar die cijfers zijn. Zouden u en wij daar niet meer en beter van op de hoogte moeten zijn?

We kunnen dit ten aanzien van de burger absoluut niet verdedigen. U komt af met een plan betreffende de tarieven waarvan u stelt dat het een sturend karakter moet hebben. Ook na uw antwoord gaan bij mij alle alarmbellen af. Als antwoord op de droogte en het tekort aan drinkwater wilt u het gedrag van de mensen in de richting van een lager verbruik proberen te sturen. Dat is natuurlijk het verkeerde antwoord. Mensen moeten vrij zijn en zelf kunnen kiezen hoeveel water ze verbruiken. Water heeft een eenheidsprijs per kubieke meter. Wie meer verbruikt, zal meer moeten betalen.

Ik wil er even op wijzen dat de waterprijs de voorbije tien jaar enorm is gestegen. De laatste tien jaar is de waterprijs met 60 procent gestegen. Dat is schandalig en dat brengt veel gezinnen in financiële moeilijkheden. Als ik u hoor zeggen dat u sturend zult proberen gezinnen minder te laten verbruiken, vraag ik me af waarom u niet het signaal geeft dat u echt zou moeten geven, namelijk dat u de lekken zult dichten. Ik heb u gevraagd binnen welke termijnen die lekken moeten worden gedicht om in Vlaanderen tot, laat ons zeggen, 3 of 4 procent lekkage te komen. Ik heb ook daar geen antwoord op gekregen. We moeten die lekken dichten en inzetten op technologieën om in voldoende drinkwater te voorzien en ervoor te zorgen dat de waterfactuur opnieuw daalt.

Nogmaals, ze is de laatste tien jaar met 60 procent gestegen. Laten we die de komende jaren terug zoveel mogelijk laten dalen. Dat is wat uw antwoord zou moeten zijn, dat is wat wij van u als minister verwachten – niet dat rond de pot draaien over die lekken, en dat sturend willen werken via tarieven. Dat is allemaal onzin. Mensen betalen wat ze gebruiken, en die eenheidsprijs moet voor iedereen naar beneden.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Dit thema is de laatste weken een hot item geweest door de grote droogte. Enkele weken geleden hebben we hier in de commissie ook meerdere vragen gehad, en hebt u al heel uitgebreid geantwoord op de droogteproblematiek. Ik kijk uiteraard heel hard uit naar de hoorzitting die toen ook werd gevraagd. Ik denk dat het belangrijk is dat we deze heel grote problematiek, die almaar erger zal worden, gezamenlijk en over de partijgrenzen heen aanpakken.

Die lekverliezen zijn toen ook besproken geweest, en ik denk dat het duidelijk was dat elk waterlek er een te veel is. Daar moeten we inderdaad met zijn allen tegenaan gaan. Maar uiteraard is er nog heel veel werk aan de winkel, en zijn die lekverliezen helaas niet het enige probleem. Er zal nog op vele vlakken hard moeten worden gewerkt, en daarom kijk ik ook uit naar de hoorzitting die ons allen allicht nog meer inzichten zal geven. Want dit thema komt regelmatig aan bod. We kunnen er alleen maar wijzer uit worden.

Minister, ik ga mij nu beperken tot enkele reacties met betrekking tot de vragen die ik nu heb gesteld, meer bepaald over de drinkwaterfactuur. U weet misschien dat ik er al heel lang op aanstuur, ook bij uw vorige minister, om de tarieven te verminderen voor alleenstaanden, en om ook een oplossing te vinden voor mensen in co-ouderschap. Want ik heb al meermaals gezegd dat Brussel dat wel doet. Ik denk: wat in Brussel kan, kan zeker in Vlaanderen. Ik kijk er echt naar uit om stappen vooruit te zetten, en om iets te doen voor de mensen die het iets moeilijker hebben in deze maatschappij.

Wat betreft de facturen, de nutsfacturen in het algemeen: die zijn voor heel veel mensen nog steeds onbegrijpbaar. Voor het lezen van die facturen moet er echt nog naar een vereenvoudiging worden gegaan, want dit is voor de meeste mensen toch nog steeds een kluwen.

Wat betreft het spaarzaam omgaan met water: dat is iets waarvan we allemaal willen dat dat nog fors verbetert. Minister, mensen die het moeilijk hebben moet het gemakkelijker worden gemaakt om die waterscan te krijgen. Het initiatief dat samen met de VMM wordt genomen om mensen gemakkelijker te bereiken en die gratis waterscan te geven, dat is een hele goede zaak. Maar als we zien dat er in 2019 maar 228 waterscans zijn gebeurd zitten we nog heel ver af van het streefcijfer van die 1000 waterscans per jaar. Dat is een vierde. Dat is toch serieus beschamend, vind ik.

Daar moet echt een tand worden bij gestoken. Ik denk dan in eerste instantie aan een betere bekendheid, een toeleiding naar die waterscans, en effectief het verruimen van gratis waterscans bij het waterbesparingspotentieel. Maar ik denk ook aan een grondige administratieve vereenvoudiging, zodat het gemakkelijker is. Ik denk echt dat er ook op dat vlak werk aan de winkel is.

Minister, u weet dat het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding in opmaak is. Ik denk dat het heel belangrijk is om die gratis waterscans daar ook heel uitdrukkelijk in op te nemen. Dat lijkt mij echt cruciaal.

Wat de drinkwaterbedrijven betreft weten we dat dat een heel versnipperd landschap is en dat daar ook aan moet worden gewerkt. Rationeel energieverbruik moeten ze al promoten, dat is een verplichting.

Om klanten beter te informeren over hun waterverbruik en de acties die zij kunnen ondernemen om hun verbruik te doen dalen, zullen, volgens uw antwoord, de drinkwaterbedrijven meer inzetten op het digitale ontsluiten van de informatie die wordt meegegeven bij een waterscan. Het is echt wel cruciaal dat de digitalisering ook daar zal verbeteren.

Er zijn inderdaad al een honderdduizend digitale watermeters geplaatst. Het landschap is heel versnipperd. Sommige maatschappijen hebben er al heel veel geplaatst, ik dacht zelfs bijna honderdduizend. Maar daar zien we langs de andere kant dat FARYS en De Watergroep nog eerder, volgens mijn informatie toch, in pilootprojecten zouden zitten. Minister, ik hoor u zeggen dat De Watergroep en Fluvius de grote partijen zijn. Ik had gehoord dat Water-link daar de grootste partij in was. Ik had daar graag iets meer over vernomen. Hoe staat u tegenover die versnippering? Werden er daarover al afspraken gemaakt?

Minister, ik wil u bedanken. Vorige keer zei ik dat het belangrijk is om goed te communiceren. Ik was een beetje lastig omdat de website waterinfo.be offline stond tijdens de cruciale periode van droogte. Ik heb het de dag nadien in het oog gehouden. Er is keihard gewerkt, en het stond opnieuw online.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, u zegt dat de uitgangspunten voor de waterfactuur in het algemeen zijn: billijk, betaalbaar en sturend. Dat lijken mij op zich goede uitgangspunten. Maar hoe kunt u de garantie geven dat de factuur in het algemeen niet opnieuw gaat stijgen? De waterfactuur is de afgelopen jaren sterk gestegen, ook bij de laatste aanpassing van de manier waarop ze berekend wordt. Neemt u dat ook als uitgangspunt voor de hertekening daarvan? Zal de waterfactuur in het algemeen niet stijgen voor de gezinnen? Dat lijkt mij toch heel belangrijk.

U hebt zelf gezegd dat u de grootste winsten haalt bij de grootverbruikers. Daar had u groot gelijk in. 40 procent van het water wordt gebruikt door de industrie, 12 procent door de energievoorziening. Dat is samen meer dan de helft, tegenover ongeveer een derde door de gezinnen. Het is dus duidelijk waar de grootste winsten te halen zijn. Ik hoor daar soms hallucinante verhalen over. Bedrijven die 200, 300, 400 kubieke meter drinkwater per uur gebruiken voor koeling en die dat water achteraf lozen. Ze hergebruiken het niet om het opnieuw in hun koelinstallatie te steken, maar lozen het. Als je in zo’n bedrijf werkt en je komt thuis en je hoort de minister van Leefmilieu zeggen dat je geen zwembadje in de tuin mag vullen – ik hoop dat u kunt begrijpen dat mensen dat niet helemaal snappen. Welke maatregelen zult u daarvoor nemen? U hebt al een aantal zaken genoemd: sensibilisering, audits, enzovoort. Dat zijn allemaal zeer goede zaken. Maar als het gaat over de gezinnen, grijpen we meteen naar duurdere prijzen voor wie veel verbruikt. Als het gaat over de bedrijven, spreken we over audit en sensibilisering, enzovoort. Denkt u niet dat we daar moeten beginnen om ervoor te zorgen dat de prijzen wat rechtvaardiger worden, dat ze in plaats van degressief ook daar progressief moeten worden? Dan kunnen we ervoor zorgen dat de grootste winst wordt geboekt waar op dit moment de grootste hoeveelheden water worden verbruikt en ook verspild.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Er zijn heel veel verschillende elementen aan bod gekomen. Ik sta er kort even bij stil. Ik reken op de hoorzitting om het debat over water, droogte en schaarste te kunnen voortzetten.

Minister, we hadden het enkele weken geleden ook al over de lekkages. Wanneer zou de audit die u hebt besteld resultaten kunnen opleveren? Welke timing staat daar op? Zo kunnen we dat beter opvolgen. Dat is een element dat, in overleg met de watermaatschappijen, al een aantal jaren wordt bekeken. Hoe kunnen die lekkages worden weggewerkt? Resultaat is blijkbaar moeilijk te bereiken.

Wat de sensibiliserings- en communicatiecampagnes betreft, ik heb daar een aantal weken geleden ook naar verwezen. Zeker op momenten als vandaag loont dat de moeite. Dan komt de boodschap sterker aan, zijn mensen daar meer vatbaar voor. Minister, ik vraag u bij dezen dus om zeker in te zetten op die sensibilisering, en dat in de heel brede zin. Het is altijd interessant om informatie via de waterfactuur transparant tot bij de burger te brengen. Waterscans kunnen daar ook een onderdeel van zijn. Waarom is het aantal waterscans zo laag? Hebt u een reden daarvoor? Dat intrigeert me immers. Als we weten waarom, dan kunnen we misschien bijsturen, zodat dat ook omhoog kan. Men moet dus zeker algemeen breed, via verschillende instrumenten, en sterk inzetten op die sensibilisering.

Dan zijn er de digitale watermeters. U zei dat er een heel grote sprong is voor de energiemeters, met 80 procent, en dat u dat heel graag ook zou doen voor de watermeters. U weet dat ik al een aantal keren heb gevraagd hoe het zit met de algemene kosten-batenanalyse. We weten immers dat die kosten en baten die zo’n watermeter met zich meebrengt, ook heel verschillend kunnen zijn naargelang de watermaatschappij. Op bepaalde plaatsen kan dat een heel groot voordeel hebben en zijn de kosten eigenlijk beperkt, maar in andere situaties is dat eigenlijk zeer beperkt. Dan moet de vraag worden gesteld of het correct is om dat in die situaties op te leggen. Misschien zijn andere dingen daar efficiënter, zodat men zich die kosten kan besparen. Hoe ziet u dat? Zijn er ondertussen al meer gegevens bekend over die kosten-batenanalyse?

Minister, u hebt gecommuniceerd dat u zou willen sturen via de waterfactuur. Het regeerakkoord heeft het inderdaad over de billijkheid, de betaalbaarheid en het sturend karakter. Collega De Vroe, we hebben over die billijkheid voor alleenstaanden en bij co-ouderschap inderdaad in het verleden al debatten gehad. Er was daarbij heel duidelijk de vraag naar een evaluatie, om daar een zicht op te hebben. Collega Van Rooy stelde dat de prijs in het algemeen met 60 procent is gestegen. De evaluatie geeft duidelijk aan dat dat niet zo is, wat niet wil zeggen dat er in bepaalde situaties geen uitschieters zijn, en die moeten we inderdaad corrigeren. Over die sturing wil ik echter citeren uit de evaluatie van die tariefstructuur: “Omdat de prijselasticiteit van drinkwater zeer gering is, zal de wijziging van de tariefstructuur naar verwachting niet tot duurzamer waterverbruik leiden. Duurzaam waterverbruik zal op een andere manier gestimuleerd moeten worden.” Dat is dus uit de evaluatie gebleken. De evaluatie was … (onverstaanbaar) … . Minister, hoe rijmt u dat? In welke richting is dan de opdracht gegeven om toch een aantal scenario’s door te rekenen, rekening houdend met het gegeven in de evaluatie van die tariefstructuur?

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil even doorgaan waar collega Rombouts is gestopt, namelijk bij de prijselasticiteit van water. Ik denk dat je dat ook ziet in een aantal grote industriële bedrijven die veel water gebruiken: het hergebruik van water is eigenlijk relatief gering. Collega D’Haese heeft daar ook naar verwezen. Het baart me vooral zorgen dat daar de jongste jaren weinig progressie is gemaakt. Bedrijven die dat belangrijk vonden, hadden dat al gedaan. Er worden dus weinig nieuwe besparingen uitgewerkt. Ik denk dat we daar heel wat winst kunnen boeken qua waterbesparing.

Over de lekkages is al heel veel gezegd, en daar zal nog veel over worden gezegd. Wat ik vooral frappant vind, is dat er zo’n groot verschil is tussen de diverse watermaatschappijen, en dat is niet-objectiveerbaar, lijkt me. Minister, u hebt daar al over gesproken, maar ik wou het toch nog even aanhalen omdat dat iets is dat me erg frappeert en me veel zorgen baart. Sommige maatschappijen hebben echt wel heel hoge lekkagecijfers.

Wat de factuur betreft, over die algemene principes zijn we het zeker eens: billijkheid, betaalbaarheid, sturend zijn. Daarmee kan niemand het oneens zijn, denk ik.

Nu, ik zou er nog een vierde principe aan willen toevoegen. We zouden ook moeten proberen om waterarmoede te vermijden. Water is een grondrecht en mensen met weinig of zonder water zetten, mogen we echt niet meer doen. Mensen die op hun basisbehoefte besparen om financiële redenen, dat zou echt niet meer mogen gebeuren.

Minister, ik heb daarover nog twee tips. We moeten proberen om die vaste kost zo laag mogelijk te houden voor iedereen. Als je watergebruik variabiliseert, is dat heel eerlijk, want de liters die je verbruikt, die betaal je ook. Als de vaste kost heel hoog is zoals bij alleenstaanden, dan is de incentive om weinig te gebruiken niet erg hoog want je hebt toch al een relatief hoge factuur. Op dat vlak zou ik willen pleiten voor een lagere vaste kost voor iedereen.

We moeten er ook voor zorgen dat de sociale tarieven terechtkomen bij de mensen die ze echt nodig hebben. Minister, ik weet dat u daar ook voor bent. Bij de evaluatie van de factuur was dat een aandachtspunt. Ik wil u vragen om daar echt op in te zetten, want het is tweeledig. Veel mensen die dat niet nodig hebben, krijgen een sociale factuur en dat is ook niet rechtvaardig. Het is nog veel erger dat een grote groep die dat wel zou kunnen gebruiken, daar in de feiten geen recht op heeft of niet krijgt. Dat zou moeten worden aangepast.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Minister, u hebt heel uitvoerig geantwoord op schriftelijke vragen over ontziltingsinstallaties en kortetermijnplannen voor de droogte. Collega, ik raad u aan om die antwoorden even door te nemen. Die bevatten heel wat boeiende informatie, onder andere over het proefproject van Water-link.

Minister, ik hoorde u zeggen dat de VMM het idee lanceerde om alle klanten die worden doorverwezen door het OCMW, een gratis waterscan aan te bieden. Worden dat idee of andere ideeën van de VMM om het aantal waterscans te verhogen, opgenomen in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding? Zijn daarvoor nog plannen?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

De vaste commissieleden weten waarop ik al zeer uitvoerig ben ingegaan. Sommige collega's beweren dat ik niet duidelijk ben. Ik zal het dus nog eens duidelijk proberen te formuleren. Het kan niet duidelijker voor wat de lekverliezen betreft. Het is niet meer dan normaal te zeggen dat elk verlies te veel is. Ik verwijs naar andere landen zoals Singapore, dat zeer strikt is, die nog altijd een lekverlies hebben van 4 procent.

Collega Van Rooy, u verwijst naar andere cijfers, maar ik weet niet waar u die vandaan haalt. Ik heb de officiële cijfers. U mag de cijfers die u geeft, ook naar ons kabinet doorsturen, dan kunnen we die eens bekijken.

Die audit heb ik gevraagd en tegen eind dit jaar zal ik die hebben. Ik heb ondertussen al gevraagd om daarop in te zetten, met allerlei innovatieve technieken, om paal en perk te stellen aan elk lekverlies. Dat is heel duidelijk. Vervolgens zal ik een doelstelling opleggen, en dat is ook heel duidelijk. Ik weet dus niet wat u niet hebt verstaan. Dit is heel heldere en duidelijke communicatie voor wat dit betreft.

Wat de waterscan betreft: mij is nog niet duidelijk waarom dat is. Het is het verhaal van de kip of het ei. Ook daar zal ik aan de drinkwaterbedrijven een heel duidelijke doelstelling opleggen. Het zal de eerste keer zijn, net zoals voor het lekverlies, maar ik zal heel duidelijke doelstellingen opleggen. Dat is dus duidelijk. Ik kan niet helderder communiceren dan dat omdat dat heel preventief en informatief kan werken.

Het idee om dat bij beschermde klanten bij het OCMW sowieso te doen, is iets waarvan ik verder onderzoek gevraagd heb, dus dat komt eraan.

Wat de digitale meter betreft, geldt ook een maximale uitrol, maar we zitten in Vlaanderen natuurlijk met zes drinkwaterbedrijven, zoals collega De Vroe ook heeft gezegd, en die versnippering maakt het natuurlijk allemaal wel zeer moeilijk, moet ik zeggen. De vraag is gesteld om tegen dit jaar een voorstel uit te werken rond hun structuur en de evolutie van het landschap. Die oefening loopt, maar ik roei ook met de riemen die ik heb. Dat is gepland voor eind dit jaar.

Wat de waterfactuur betreft, wil de oppositie dat die omhoog gaat, want de twee extremen in het parlement zijn de enigen die het daarover hebben, valt mij op. Voor alle duidelijkheid, ik heb die woorden nooit in de mond genomen. Ik denk dat de gemiddelde waterfactuur bij gezinnen niet moet stijgen, maar de zinsnede ‘sturend karakter’ mag er wel in staan, collega Van Rooy – daarin verschillen wij van mening en daarom behoort u ook tot het Vlaams Belang. Ik ben tegen verspilling, of het nu gaat over water, elektriciteit of wat dan ook. We moeten dat tegengaan. Een sturend karakter heeft vooral betrekking daarop, op verspilling: hoe kunnen we verspilling tegengaan bij de klant? Ik denk dat dat een zeer gezond principe is. Maar u bent voor verspilling, ik noteer dat, en u wilt dat de waterfactuur stijgt. Ik niet.

Wat de industrie betreft, ben ik bij een aantal bedrijven zelf gaan kijken hoe hergebruik van afvalwater en regenwater in zijn werk kan gaan en ik vind dat we daar veel meer op moeten inzetten, te meer omdat je bij de industrie op zeer grote schaal kunt werken. Dat zit dus ook mee in de beleidsnota en in de uitrol van de plannen.

Er ligt dus veel werk op de plank. Ik denk dat ik hier fel mee bezig ben, maar helaas heb ik geen toverstok. Als jullie dat wel kunnen, komen jullie dat maar tegen mij zeggen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Beste voorzitter, ik herinner mij dat u ooit eens bent tussengekomen in een debat door te zeggen dat ik bepaalde dingen niet had moeten zeggen, omdat ik de minister woorden in de mond had gelegd. Weet u dat nog? Ik heb u daar toen voor bekritiseerd. Wel, misschien kunt u dat nu opnieuw doen, maar dan bij minister Demir. Zij voelt zich blijkbaar zodanig in het nauw gedreven, dat ze hier moet liegen. Ik zou willen dat er wordt verspild. Ik ben voor verspilling en voor de stijging van de waterfactuur. Ja, dat is te pathetisch voor woorden natuurlijk, minister Demir. Ik verwachtte een iets hoger niveau van u dan dit soort zeer goedkope en leugenachtige uithalen. We zijn hier met volwassenen onder elkaar, iedereen heeft gehoord wat ik heb gezegd.

Ik ben tegen verspilling. Ik ben zo opgevoed. We moeten zeer zuinig omspringen met alles wat de aarde ons geeft. Maar ik ben ook tegen overheidsbetutteling en overheidsbemoeizucht. Ik ben dus tegen het zogezegde sturen van mensen in hun gedrag door de tariefstructuur aan te passen. Een ideale vergelijking is het rekeningrijden, dat onder onze druk ook is ingetrokken, nietwaar, minister Demir? Dat werkte volgens exact dezelfde mechanismen: het ging niet duurder uitkomen, zolang mensen hun gedrag maar aanpasten. Daar kwam het op neer.

Het is een vorm van dwang mensen te vertellen dat ze meer moeten betalen als ze niet leven hoe de overheid vindt dat ze moeten leven. Dat is wat sturing is en daar ben ik tegen. Dat wil niet zeggen dat ik voor verspilling ben. Laat dat duidelijk zijn.

Mevrouw Rombouts, ik ben uiteraard niet voor een stijging van de waterfacturen. Ik ben blij dat ik dat nog eens kan toelichten, want ik heb u mijn cijfers in twijfel horen trekken. Ik zal het nog eens heel duidelijk toelichten. De Watergroep bedient 3,2 miljoen Vlamingen in 177 Vlaamse gemeenten. De prijs is berekend voor een verbruik van 120 kubieke meter per jaar. Voor het gemiddeld gezin is de prijs de voorbije tien jaar effectief met 60 procent gestegen. U moet dat eens tot u laten doordringen. Het is trouwens een beetje belachelijk dat te willen minimaliseren. Zelfs als u dat denkt, dat het maar 20 of 30 procent is, is het een stijging. De gezinnen lijden daaronder. Wat ik hier vraag, is niet dat de waterfactuur niet meer stijgt. Ik vraag dat de waterfactuur daalt. Dat vragen we als Vlaams Belang.

Minister, dat is perfect mogelijk, want de reden waarom de factuur de laatste tien jaar zo is gestegen, is het slecht beleid van deze overheid en van de Vlaamse Regering. Daar willen we paal en perk aan stellen. We zeggen dat u de factuur voor alle gezinnen moet laten dalen en dat u moet stoppen met regelneverij. U moet eindelijk een goed beleid voeren. U moet me zeggen binnen hoeveel jaren u die lekverliezen tot een minimum van 3 tot 4 procent wilt herleiden. U hebt daar niet op geantwoord. Welke doelen stelt u wat dat betreft? Dat willen we weten. Is dat in 2024 mogelijk of zal het pas in 2028 gebeuren, als u misschien geen minister meer bent? Dat weten we nog niet, maar u bent niet duidelijk in uw antwoord. Integendeel, u legt me woorden in de mond. Ik vind dat te zielig voor woorden en een minister onwaardig.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, ik zal het heel kort houden. Ik kijk heel hard uit naar de bijsturing van de drinkwaterfactuur voor alleenstaanden, gezinnen en mensen in co-ouderschap. Wat dit betreft, zit ik al lang op mijn honger. Ik kijk er enorm naar uit, maar ik kijk hiervoor niet alleen naar u, maar ook naar de vorige minister. Ik kaart dit al lang aan. Ik kijk ook uit naar de manier waarop zal worden gecommuniceerd over de duidelijkheid van de waterfactuur, over besparingen, over verduurzaming en over toekomstgerichte verbeteringen. We komen hier in de toekomst uiteraard heel graag op terug.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, ten eerste heeft iedere vorige aanpassing van de waterfactuur tot een verhoging geleid. Het lijkt me een evidente vraag dat dit bij de volgende aanpassing niet opnieuw zal gebeuren. Dat betekent niet dat wij een verhoging willen. Ik zeg ook niet dat u een verhoging wilt. Ik wil alleen absolute garanties dat de factuur niet zal stijgen. U hebt gezegd dat dit niet de bedoeling is en we zullen u daaraan houden.

Ten tweede ben ik blij met alle initiatieven voor hergebruik. Ik denk dat we daar nog veel meer op moeten inzetten. Ik vind het vreemd dat er niets wordt gedaan aan de degressieve tarieven voor de grootverbruikers, maar daar komen we later ongetwijfeld nog op terug.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.