U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Voorzitter, het is hopelijk een interessante vraag om uitleg over een kunstwerk van de Belgische Staat.

De Vlaamse overheid is eigenaar van maar liefst 18.000 kunstwerken. Die collectie is door het departement en zijn voorgangers over een periode van verschillende jaren opgebouwd. De werken zijn verspreid over bijna 1700 bewaarplaatsen, zoals musea, kabinetten en de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap.

In een artikel van De Standaard van 26 mei 2020, wat niet zo lang geleden is, verscheen het nieuws dat het veilinghuis DVC een schilderij heeft aangeboden dat volgens een etiket eigendom van de Belgische staat is. Het zou gaan om een werk van de Limburgse kunstenares Hélène Keil.

Een aantal jaren geleden, in februari 2018, heeft het Rekenhof een alarmerend rapport geschreven. Het Rekenhof heeft toen de kunstcollectie onder de loep genomen. Het gaat dan om de collecties van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA), het Kasteel van Gaasbeek, het FeliXart Museum en het Roger Raveel Museum. Uit dit rapport blijkt dat de registratie van de werken sterk voor verbetering vatbaar is, want er is nog veel onduidelijkheid.

Minister-president, ik heb in de krant gelezen dat u het veilinghuis ondertussen hebt gecontacteerd met de vraag het werk uit het aanbod te halen en een onderzoek in te stellen. Ik heb in dit verband nog een aantal vragen.

Wat heeft het gesprek met het veilinghuis opgeleverd? Wat is de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek?

Naar aanleiding van het rapport van het Rekenhof was er twee jaar geleden veel te doen over die lijst van niet-traceerbare werken. Het gaat om werken die onder de standplaatscode 218 geregistreerd staan. De Vlaamse Gemeenschap heeft totaal geen informatie over waar deze werken zich vandaag bevinden. Het departement heeft toen laten weten dat 8 van de 6580 aangekochte werken op deze lijst staan. Is het werk van Hélène Keil dat in het veilinghuis is aangetroffen, een van die 8 werken? Zo neen, op welke lijst staat het dan wel? Hoe kan dit werk nu plots in dat veilinghuis opduiken?

Mijn volgende vraag betreft een stand van zaken met betrekking tot de audit. Na het rapport van het Rekenhof is beslist een verbetertraject op te stellen en na te gaan hoe we die knelpunten met betrekking tot de collectie, de registratie, de ontsluiting, de controle op de standplaatsen en het depotbeheer kunnen aanpakken. Hoever staat het met deze knelpunten?

Er zijn blijkbaar ook standplaatsen op Waals grondgebied omdat deze werken van de Belgische staat zijn. We moeten daarvoor samenwerken met de Franse Gemeenschap. In hoeverre is er structureel overleg over het gemeenschappelijk beheer van deze werken?

Hoe ziet u, tot slot, het toekomstig beheer en beleid ten aanzien van de collectie van de Vlaamse Gemeenschap evolueren? Ziet u daar een rol weggelegd voor het KMSKA of voor het M HKA?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, het is inderdaad een interessante vraag om uitleg. Na een gesprek met de administratie hebben we ervoor geopteerd eerst bewarend beslag op het werk te leggen. Ik heb van onze advocaat vernomen dat het werk op 5 juni 2020 in beslag is genomen.

Het is belangrijk het veilingwezen in België duidelijk te maken dat het echt niet kan dat een als dusdanig duidelijk herkenbaar werk uit een publieke collectie door hen wordt geveild. Daarom heb ik ervoor gekozen als eerste stap juridische actie te ondernemen. Het is voor mij immers zeer ontgoochelend te moeten vaststellen dat er nog steeds veilinghouders zijn die het nalaten om publieke eigenaars te verwittigen wanneer dergelijke werken bij hen opduiken.

Ik wil contact opnemen met de Koninklijke Belgisch-Luxemburgse Kamer van Veilingzalen met de vraag hun leden nog eens op deze problematiek te attenderen. Dat is reeds gebeurd toen een tweetal jaren geleden een werk van Wout Vercammen uit de collectie op een andere veiling opdook. Ik wil de Koninklijke Belgisch-Luxemburgse Kamer van Veilingzalen tevens vragen te overwegen om aan artikel 10 van hun deontologische code een zin toe te voegen die heel uitdrukkelijk stelt dat de publieke eigenaar moet worden verwittigd indien er aanwijzingen zijn dat een werk uit de collectie van die eigenaar voor een veiling wordt aangeboden. In De Standaard van 6 juni 2020 heeft de Koninklijke Belgisch-Luxemburgse Kamer van Veilingzalen al laten optekenen dit effectief te overwegen en ook sancties te overwegen tegen de veilinghuizen die de deontologische code met de voeten treden.

Dan kom ik bij uw vragen over het rapport van het Rekenhof. Helaas moeten we vaststellen dat het schilderij ‘Zuidwestelijke maritieme stromingen’ van Hélène Keil met inventarisnummer BK002730 niet behoort tot de acht werken op deze lijst. Dat wil inderdaad zeggen dat er over meer werken onduidelijkheid bestaat. Juridisch onderzoek zal moeten uitwijzen hoe het werk op de veiling terecht is gekomen.

Zoals u zelf aangeeft, werd vanuit het rapport van het Rekenhof een omvattend stappenplan uitgewerkt, dat inzoomt op de verschillende facetten van het beheer van deze omvangrijke collectie. Door de administratie werden duidelijke prioriteiten naar voren geschoven om het beheer verder te verbeteren. Eerst en vooral werd in 2018 een grote verhuisbeweging afgerond naar een nieuw en kwalitatief depot in de depotsite te Vilvoorde. Er werd ook werk gemaakt van een nieuwe labeling van de werken, zodat die veel vlotter en digitaal traceerbaar zijn. Onder begeleiding van FARO, het Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed, en in samenwerking met het agentschap Onroerend Erfgoed wordt een depotbeheersplan verder op punt gesteld.

Er werd ook verder ingezet op het uitvoeren van standplaatscontroles. De voorbije 2 jaar werden 87 verschillende standplaatsen bezocht en de toestand van een 1000-tal werken werd daarmee in kaart gebracht. Het spreekt voor zich dat het inspecteren van alle standplaatsen een werk van lange adem is.

Een derde belangrijke prioriteit werd gegeven aan de doorstart van de inhaalbeweging digitalisering, die in 2016 werd opgestart door de administratie. Daarvoor werd een afzonderlijk en ambitieus actieplan opgesteld, waarvan de voortgang systematisch wordt opgevolgd. Vanuit het team Cultuurgoederen wordt er, in samenwerking met belangrijke stakeholders als het M HKA en KMSKA, ook naar gestreefd om een actieve rol op te nemen op het gebied van digitalisering bij de Vlaamse collectiebeherende instellingen.

In overleg met de sector wordt er ook gewerkt aan een verderzetting van een registratiehandboek over moderne en hedendaagse kunst. Binnen dat traject zullen onder andere inhoudelijke afspraken worden gemaakt over invulinstructies, thesauri en protocollen met betrekking tot de hedendaagse kunst. Dankzij die inspanningen is er al veel vooruitgang geboekt. Ik geef enkele voorbeelden. Er is een actieve deelname aan diverse werkgroepen in het veld, zoals de AAT-redactieraad (Art & Architecture Thesaurus), de redactieraad van CEST (Cultureel Erfgoed Standaarden Toolbox), in samenwerking met meemoo, en het registratorenoverleg van de Vlaamse Kunstcollectie (VKC). Dat verstevigt de positie van de Collectie Vlaamse Gemeenschap in de sector en zorgt ervoor dat de internationale richtlijnen en standaarden worden toegepast in de collectiewerking. Met het oog op ontsluiting van de collectie werd een semiautomatische opkuisactie uitgevoerd op een aantal metadatavelden in de Adlib-databank. En zoals eerder vermeld, werd naar aanleiding van de verhuis de kans aangegrepen om alle werken van een label te voorzien met QR-code, zodat digitale opvolging bij verplaatsingen van een werk sterk wordt vereenvoudigd. De werken worden in de databank ook systematisch van een afbeelding voorzien.

De ambtelijke samenwerking met de Franse Gemeenschap is tweeledig. Er is een structureel overleg, dat een drietal keer per jaar bijeenkomt en waar de grote lijnen worden uitgezet, zoals de planning van inspecties bij de grote federale instellingen en waar pistes voor verdere structurele samenwerking en gegevensuitwisseling worden besproken. Daarnaast is er ook een ad-hoccontact, waarbij dringende problemen uitgeklaard worden, zoals vragen in verband met de registratie of de historiek van kunstwerken. Dat contact is frequent en informeel.

In dat kader wordt er al 2 zomers gewerkt aan een algemene inspectie van alle gerechtelijke instellingen op Brussels grondgebied. We spreken hier over 323 kunstwerken, verspreid over 32 locaties in Brussel. Daar komt ook een groot aandeel aan archiefonderzoek bij kijken, daar de kunstwerken zich soms al vele decennia op die locaties bevinden. Van elk kunstwerk moet de eigen historiek geschetst worden om de huidige situatie te begrijpen. Er zijn vaak interne of externe verhuizingen gebeurd, waarbij kunstwerken van locatie veranderden en die nooit aan de administratie gemeld zijn, waardoor een kunstwerk nu op een andere locatie kan opduiken dan waar men dacht dat het zich bevond. Dit voorjaar werd een inspectie gedaan in het Paleis der Academiën in samenwerking met de Franse Gemeenschap, waarbij 106 kunstwerken werden geïnspecteerd die binnen het gebouw verdeeld zijn over 4 administratieve standplaatsen. De administratie hoopt weldra de werkzaamheden weer te kunnen oppikken. Zoals ik al zei, de zomerperiode wordt daarvoor gebruikt.

Beleidsmatig wil ik zeker bijzondere aandacht besteden aan de verwerving van topstukken, dat is erfgoed dat beantwoordt aan de criteria ‘zeldzaam en onmisbaar’ van het Topstukkendecreet en dat derhalve van een bijzondere betekenis is voor de Vlaamse Gemeenschap, alsook aan de verwerving van belangrijke sleutelwerken voor onze musea en erfgoedbewaarinstellingen van landelijk belang. Idealiter vallen beiden categorieën samen. Op dit vlak wil ik in beleidsmatig opzicht zeker een verschil maken.

Verder wil ik ook het aankoopbeleid hedendaagse kunst handhaven. Op die wijze kan een collectie aangelegd worden die de hedendaagse kunstproductie in Vlaanderen documenteert. Om te komen tot een afgestemd aankoopbeleid voor de Collectie Vlaanderen is voldoende overleg met de musea met een collectie hedendaagse kunst, zoals het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) en het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) noodzakelijk.

De vorige minister van Cultuur ging reeds de mogelijkheid na om het beheer van de collectie uit te besteden aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) met oude en moderne kunst, en aan het M HKA. Dit leidde evenwel uiteindelijk niet naar een keuze in die richting.

Ik ben voorstander van maximale bewaargeving aan erkende musea met het oog op ontsluiting van de werken. Het KMSKA en het M HKA zijn daarbij, als onze eigen instellingen, bevoorrechte partners. Tegelijk ben ik mij bewust van de depotproblematiek, waardoor musea niet te veel werken in bewaring kunnen nemen.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ik dank u voor de heel heldere uitleg.

Ik vind het heel goed dat u zo accuraat hebt gereageerd op het veilinghuis zelf. We moeten hier als overheid echt wel het signaal geven dat dergelijke zaken niet kunnen en dat moet worden aangegeven indien ze over zulke werken beschikken. De deontologische code zou een zeer goede zaak zijn. Het is belangrijk dat we daar verder op blijven aansturen en dat die er effectief komt. Mochten er inderdaad nog sancties aan gekoppeld kunnen worden, des te beter, maar alleen dat het erin zou staan, is al een goede stap.

Het verwondert me dat het gevonden kunstwerk dan eigenlijk nog niet op de lijst van acht terechtkomt. Dat doet ons vrezen dat er nog meer werken zijn. U sprak van een juridisch onderzoek. Hoe verloopt dat? Hebt u daar zicht op?

De optimalisatie en de rondgang van de 87 standplaatsen is een zeer tijdsintensief werk. Wanneer zou dit ongeveer afgerond kunnen worden, zodat we ooit een volledig zicht hebben op de stand van zaken?

De heer Brusselmans heeft het woord.

Goedemorgen collega’s, minister-president, en een gelukkige verjaardag aan mevrouw Segers.

Bedankt voor de interessante vraag, mevrouw D’Hose, ik had ze ook ingediend, maar blijkbaar te laat. U was me voor, hopelijk de laatste keer.

Maar goed, interessante vraag, en interessant antwoord, minister-president. Ik heb nog een bedenking. Mevrouw D’Hose zei dat meer dan 18.000 werken eigendom zouden zijn van de Belgische staat, als ik dat goed heb gehoord. Bij mijn weten is dat niet zo. De cijfers die ik heb gevonden, zijn natuurlijk indicatieve cijfers. Daarin stelt men dat meer dan 18.000 kunstwerken in de kunstcollectie van de Vlaamse Gemeenschap zitten, maar dat daarvan maar 12.000 eigendom zouden zijn van de Belgische staat. Kunt u mij eventueel laten weten hoeveel kunstwerken er exact in de kunstcollectie van de Vlaamse Gemeenschap zitten en hoeveel daarvan eigendom zijn van de Belgische staat?

Voor het overige kan ik mij achter de vragen van mevrouw D’Hose scharen.

Ik kan alleen maar een oproep doen aan de Kamer van Veilingzalen om de te koop aangeboden kavels die voorzien zijn van een overheidsetiket, te melden. Die aanpak is alleen maar efficiënt als dat allemaal correct wordt uitgevoerd. Wat dan met veilingzalen buiten het circuit van de Kamer van Veilingzalen? Wat met werken waarvan de labels verwijderd werden? Ik roep op om te werken met een databank die door iedereen te raadplegen is.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Dit incident doet natuurlijk wat denken aan het incident van begin dit jaar rond de aquarel van Félicien Rops en de naziroofkunst. We hebben het toen uitgebreid besproken in de commissievergadering van 20 februari. Minister, u hebt toen beloofd om op het volgende interministerieel overleg deze kwestie ter sprake te brengen. Heeft dat overleg plaatsgevonden? Ik kan me voorstellen dat er door corona andere onderwerpen waren. En zo niet, staat dat nog steeds op de agenda? Wat is daar de stand van zaken van?

Ik wil de twee zaken niet helemaal koppelen, maar ze zitten toch wat in dezelfde sfeer. U hebt ook beloofd dat in het toekomstige Erfgoeddecreet er toch ruim aandacht zou zijn voor de naziroofkunst enerzijds, maar misschien toch ook voor het fenomeen van de niet-traceerbare werken. Ik wilde u daar enkel nog aan herinneren.

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Collega’s, dank u wel voor de vraag. Ik denk dat het rapport van het Rekenhof ons heeft wakker geschud dat we met ons cultureel erfgoed iets nauwer de opvolging mogen doen van waar het zich bevindt. Maar goed, daar is onmiddellijk een actieplan aan gekoppeld. Ik stel ook vast dat er in die jaren al hard aan gewerkt is.

Er waren een aantal prioriteiten. Ten eerste: waar bevinden die werken zich nu, hoe kunnen we ze beter inventariseren? Dat is heel tijdrovend, dus daar wordt nog altijd hard aan gewerkt. Het is ook goed dat we in het kader van de samenwerking met de Franse Gemeenschap nu kort op de bal kunnen spelen. Als ik hoor dat daarrond alsnog samengezeten wordt, is dat ook al een hele stap vooruit.

Er zou ook meer samengewerkt worden met het federale niveau. Daar heb ik in het antwoord niet zo veel over gehoord. Misschien zijn er via de interministeriële conferentie Cultuur wel mogelijkheden om ook daar nog eens te kijken, want het gaat over de geschiedenis over vele decennia heen, en alle niveaus moeten daar hun rol in spelen – het is een collectieve verantwoordelijkheid.

We zien dat we deze legislatuur verder inzetten op dat erfgoed, op onze topstukken, sleutelwerken – ook landelijk relevant. Het is goed dat niet alleen het KMSKA en het M HKA daarin betrokken worden. Uiteraard moeten zij betrokken worden als onze voorbeeldinstellingen, maar alle landelijk erkende organisaties spelen daar hun rol in en vaak zijn er heel grote werken die beter ontsloten worden naar het publiek in een landelijke of regionale context. Daar moeten we dus aandacht aan blijven besteden. Ook de aandacht voor de hedendaagse werken en aankopen blijft overeind.

Wordt dit in het kader van de nieuwe erfgoedronde ook mee opgenomen in de afspraken met enerzijds de grote erfgoedinstellingen en anderzijds die landelijke instellingen, zodat hun rol daar goed bewaakt kan worden? Kan dat nu in het huidig Erfgoeddecreet, of moeten we daar – hetzij decretaal, hetzij in de uitvoeringsbesluiten – ook nog meer aandacht aan besteden?

De depotproblematiek kennen we allemaal, maar ook daar wordt in deze legislatuur hard aan gewerkt. We zullen ook daar de opvolging verder blijven doen.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Dank u wel voor de bijkomende vragen.

Mevrouw D’Hose, het juridisch onderzoek wordt opgestart, maar ik heb op dit moment geen zicht op wat er juist gaat gebeuren.

Mijnheer Brusselmans, u vraagt om hoeveel werken het exact gaat. Ik stel voor dat u mij daarover een schriftelijke vraag stelt. Ik heb de exacte cijfers hier niet bij.

Mijnheer Pelckmans, we hebben het interministerieel overleg opnieuw opgestart, en dat was inderdaad voor 100 procent aan corona gewijd. Maar tegelijkertijd hebben we ook wel afgesproken dat we nog voor het zomerreces een nieuw interministerieel comité Cultuur zouden bijeenroepen. Ik zal dat daar zeker op de agenda zetten.

Mevrouw Coudyser, mijnheer Pelckmans, in het toekomstige Erfgoeddecreet is het de bedoeling om ook hieraan een passage te wijden.

Mevrouw Coudyser, ik heb in mijn antwoord al gesproken over de samenwerking met het federale niveau. Het gaat om een gemengde werking: zowel de Franse Gemeenschap als de Vlaamse Gemeenschap zal in de federale instellingen een inventaris maken van de kunstwerken die daar hangen. Het gaat dus om een samenwerking tussen de twee gemeenschappen, ook wat de federale ‘gebouwen’ betreft.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Ik denk dat we het er in deze commissie kamerbreed over eens zijn dat dat toch een belangrijke problematiek, een belangrijk dossier is. Het gaat om de zorg voor ons erfgoed, dat we allen toch heel belangrijk vinden. Oké, door de coronacrisis zijn er nu andere prioriteiten en alle aandacht moet daar zeker naar uitgaan. Maar het is belangrijk om hier blijvend oog voor te hebben. Het is inderdaad een werk van lange adem. Maar we zullen het, samen met de collega's, niet nalaten om hierover geregeld schriftelijke vragen en vragen om uitleg te stellen, om te weten wat de stand van zaken is. Ik dank u.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.