U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

De Europese Commissie gaf enige tijd geleden haar fiat om de Europese landbouwsteun te heroriënteren ter compensatie van de coronacrisis. In concreto wordt toegestaan om 10 procent van de eerste pijler, voor directe steun en marktbeleid, die in normale omstandigheden werd doorgeschoven naar de tweede pijler, het plattelandsontwikkelingsbeleid, alsnog uit te keren binnen de eerste pijler.

Zo kon, althans volgens uw schatting, minister, 23,4 miljoen euro aan 21.000 landbouwers uitgekeerd worden. Als verdeelsleutel zou daarbij de bestaande individuele inkomenssteunberekening worden gebruikt. Op die manier, zo rekende u voor, zou er dan gemiddeld 1100 euro per landbouwer worden verdeeld.

Tegelijkertijd kondigde u een noodfonds van 25 miljoen euro aan voor de sierteelt en 10 miljoen euro voor de aardappelkwekers. Praktische modaliteiten hiervoor zouden nog volgen. Dat kwam vorige week ook aan bod in onze hoorzitting.

Minister, bent u van mening dat herverdeling van deze middelen via de bestaande verdeelsleutel van de inkomenssteun de meest gerichte besteding is om de coronaverliezen maximaal te compenseren? Zo ja, om welke reden?

Voorziet u gevolgen voor het wegvallen van de voorziene middelen voor plattelandsontwikkeling? Zo ja, welke?

Welke modaliteiten voorziet u voor de verdeling van de steun aan siertelers en aardappelkwekers? Zal hier ook een gelijkaardige verdeelsleutel worden toegepast op basis van de inkomenssteun, of zijn andere verdeelsleutels meer wenselijk? Zo ja, welke?

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit voor een groot stuk aan bij collega Joosen over het noodfonds. De sierteelt en de aardappelsector hebben ondersteuning nodig. De aardappelsector had het zeer moeilijk door het sluiten van de horeca en vooral door de verstoring van de exportketen. Wij produceren zeer veel aardappelen in onze regio en daar wordt het merendeel van geëxporteerd.

Bijkomend was de periode waarin de crisis zich voordeed, problematisch omdat de maximale bewaartermijn voor deze aardappelen loopt tot juni of begin juli. Er werd dus een cruciaal moment in de verkoop gemist.

De schade in de sector is aanzienlijk. Of 10 miljoen euro genoeg is om alle schade te dekken? Natuurlijk niet, maar dat is ook niet de bedoeling. We moeten niet de ambitie hebben om in alle economische sectoren van Vlaanderen alle schade te dekken. Wél is het belangrijk dat de 10 miljoen euro zo efficiënt mogelijk wordt toegekend. Vandaar het belang van de concrete uitvoeringsmodaliteiten.

Hebt u zicht op de huidige stock van aardappelen die de facto waardeloos geworden zijn omdat ze niet verkocht geraken?

Op basis van welke criteria zal worden bepaald welke concrete telers in aanmerking komen voor een onkostenvergoeding?

Hoeveel telers hebben recht op een schadevergoeding?

Zal deze vergoeding worden toegekend via een bedrag per ton naargelang de grootte van de stock die de teler in kwestie nog liggen heeft?

Wordt hierbij gewerkt met een hoeveelheid die niet zal worden meegeteld? Dat is het zogenaamde ondernemersrisico.

Op basis van welke parameters zal de prijs voor de vergoeding per ton aardappelen worden bepaald?

Hoeveel van de totale schade zal de 10 miljoen euro uit het noodfonds vermoedelijk kunnen vergoeden? Wat is de verhouding tussen die 10 miljoen euro en de totale schade?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

We hebben de afgelopen weken – het begint een indrukwekkende lijst te worden – een aantal maatregelen genomen op Vlaams niveau voor de land- en tuinbouwsector om de gevolgen van de coronacrisis te helpen ondervangen, zoals de VLIF-waarborg (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds), de toegang tot de compensatiepremie en het noodfonds voor sierteelt en aardappelen.

Ik ben ervan overtuigd dat de benutting van het budget van 23,4 miljoen euro in pijler 1 in deze uitzonderlijke tijden de meest efficiënte manier is om zoveel mogelijk getroffen landbouwers te bereiken. Zoals u weet uit eerdere discussies in deze commissie, had ik deze steun liever meer gericht ingezet, maar dit bleek niet mogelijk omdat het gaat om het eenmalig niet overhevelen van middelen die afkomstig waren van een afroming van de directe steun van 10 procent bij alle landbouwbedrijven. Deze overheveling en dus ook deze afroming zullen nu niet worden uitgevoerd.

De landbouwers zullen bij deze maatregel geen administratieve last ondervinden. Hierdoor zal de landbouwer snel zijn centen zien bij de voorschotbetaling van de directe inkomenssteun. In pijler 2 zou het geld in geval van transfer van pijler 1 naar pijler 2 pas in 2021 ter beschikking komen. Bovendien zou het inlassen van een nieuwe maatregel, die nog niet in het Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling III (PDPO III) was opgenomen, een administratief zware procedure betekenen. Het geld zou dus pas laat kunnen worden uitgegeven, dit terwijl een ondersteuning op korte termijn wel nodig is. Ik ben nu zaken aan het zeggen die onder meer collega Steenwegen al heeft gevraagd. Hij was op een bepaald moment – vergeef mij het woord, collega Steenwegen – kritisch, maar op het einde begreep hij dat het zo moet. Ik probeer het nog eens uit te leggen, maar ik krijg op dit ogenblik een flashback.

Voor de gevolgen voor het wegvallen van de voorziene middelen voor plattelandsontwikkeling: idem. Ik heb dat ook al zeer uitgebreid beantwoord. Doordat er geen transfer is van pijler 1 naar pijler 2, zou men kunnen denken dat pijler 2 een bedrag van 23,4 miljoen euro misloopt. Maar eigenlijk is dat bedrag nooit ingecalculeerd in het beschikbare budget voor PDPO III. Het bedrag van 23,4 miljoen euro zou pas in 2021 in pijler 2 terechtkomen, dus in het overgangsjaar. In dat overgangsjaar zijn er voldoende mogelijkheden om verder in te spelen op onze noden, via de maatregelen uit PDPO III. Dit is het grote voordeel van pijler 2: er is een grotere flexibiliteit om maatregelen en budgetten bij te sturen.

Specifiek voor de siertelers en de aardappelkwekers is er in het noodfonds, waarvan vorige week de Vlaamse Regering heeft beslist om de middelen te besteden, 35 miljoen euro voorzien, waarvan 25 miljoen euro voor de sierteelt en 10 miljoen euro voor de aardappelsector. Net zoals dat voor alle andere sectoren die in aanmerking komen voor het noodfonds het geval is, zijn we nu de specifieke modaliteiten aan het uitwerken.

Ik kom tot de stock van de patatjes. Er was begin mei naar schatting nog 880.000 ton bewaaraardappelen van de oogst 2019 in stock bij onze Vlaamse boeren. Dit is een raming van Belpotato, de erkende brancheorganisatie van de aardappelketen. Hiervan zou naar schatting tussen de 330.000 ton en 430.000 ton niet verwerkt kunnen worden. De exacte omvang van de stock kan pas worden bepaald als de getroffen landbouwers hun steunaanvraag hebben ingediend.

Dan kom ik tot de vragen over de criteria en wie er precies in aanmerking zal komen voor de onkostenvergoeding. Op al die vragen kan ik vandaag spijtig genoeg nog geen exact antwoord geven omdat we nu de precieze modaliteiten aan het uitwerken zijn in een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering. Mijn diensten zijn hier momenteel mee bezig en dit zal ook worden afgetoetst met de landbouworganisaties. Zodra het dossier goedgekeurd is door de Vlaamse Regering, zullen de aardappeltelers een aanvraag kunnen indienen en dan zullen we het exacte aantal telers kennen.

De regeling die uitgewerkt wordt, is gebaseerd op een vergoeding van 50 euro per ton, waarmee we dus een derde van de gemiddelde normale marktprijs voor bedrijfseigen vrije bewaaraardappelen die op 15 mei in stock lagen, zouden kunnen vergoeden. Aangezien het budget zijn limieten heeft, zal er worden gezocht naar een goed evenwicht tussen een bedrijfseigen risico, waarvoor we als overheid niet kunnen tussenkomen, en een maximaal volume tot waar we maximaal wel kunnen tussenkomen.

Het totale verlies wordt geraamd op 50 tot 65 miljoen euro. Via het noodfonds is voorzien om voor een bedrag van 10 miljoen euro tussen te komen. Maar nog eens, over de precieze modaliteiten zijn we nog aan het overleggen.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Ik denk dat de hoorzitting van vorige week nog maar eens duidelijk heeft gemaakt dat de gevolgen voor onze Vlaamse land- en tuinbouw groot zijn. We spreken dan over gevolgen op korte termijn. Ik denk dat we moeten erkennen dat deze Vlaamse Regering tijdens deze coronacrisis echt heel kort op de bal heeft gespeeld. Het is nu belangrijk dat er een duidelijke verdeling van de middelen komt en dat die middelen snel bij de getroffen landbouwers terechtkomen. U zegt dat die modaliteiten worden uitgewerkt. Ik denk dat de timing en parameters snel gekend moeten zijn.

In de hoorzitting bleek ook dat er heel wat noden op lange termijn zijn. Ik denk dan aan de brexit, waarover gisteren in de commissie Buitenlands Beleid nog een gedachtewisseling plaatsvond. Onder andere aardappel-, zuivel- en vleesproducenten worden bij de slachtoffers gerekend. Veel van hen hebben net nog door de coronacrisis al een stevige knauw gekregen. Ik denk dat dat op lange termijn een heel belangrijk verhaal zal worden. Daarnaast dreigt ook een tweede golf van het coronavirus en dus van coronamaatregelen. Dat zou voor een aantal landbouwers toch wel de doodsteek betekenen. Ik vroeg me dus af of er hiervoor in het departement voorbereidingen worden getroffen. Liggen er scenario’s klaar? Zijn we voorbereid op die tweede golf? Dit natuurlijk in de mate van het mogelijke dat je voldoende voorbereid kunt zijn op zo’n tweede golf. Ik vroeg me dus af of hiervoor maatregelen worden voorzien.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Bedankt, minister. Ik heb er alle begrip voor dat er nog overleg wordt gepleegd om de praktische en concrete modaliteiten uit te werken. Ik sluit me aan bij mevrouw Joosen: het is ook belangrijk dat de sector hierover zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt.

Ik had nog een bijkomende vraag: Belpotato.be communiceerde over het doorgeven van stocks voor 31 mei 2020. Dat was de uiterste datum. U sprak net over 15 mei. Ik weet niet juist wat de status van elke datum is, maar begrijp wel dat er een bepaald moment moet zijn waarop we de stocks afsluiten. Kunt u mij zeggen welke datum als referentiepunt wordt gebruikt ? Wat gebeurt er met landbouwers die op die datum nog geen enkele stock of inventaris hadden doorgegeven en dat nog moeten doen?

Ik had ook een bedenking bij het gebruik van een bovengrens voor de maximaal geleden schade. Ik denk dat dat de grotere spelers wat benadeelt. Ik heb hier geen cijfers over, maar volgens mijn aanvoelen zijn de echt grote spelers vaak jonge ondernemers die recent in heel grote loodsen hebben geïnvesteerd. In Nederland heeft men niet het systeem van een maximale bovengrens toegepast, maar wel een verlaging van de prijs per ton bij een overschrijding van het totale budget. Misschien is dat een optie of een voorbeeld dat kan gebruikt worden. Europa heeft dat trouwens ook al goedgekeurd.

Ik wens u verder nog veel succes met het verdere overleg. Ik kijk uit naar de exacte, praktische modaliteiten.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Joosen, de maatregelen die we nu direct nemen, zijn crisismaatregelen en zijn bedoeld om de financiële positie van de boeren een beetje te verbeteren. Als er een tweede golf komt, zullen we moeten bekijken wat daarvan de gevolgen zijn en hoe we hierop moeten reageren. Het is nog een beetje vroeg om daarover uitspraken te doen.

Mijnheer Coenegrachts, de boeren moeten hun stock inschatten op basis van de capaciteit van hun schuren. Ze kunnen hiervoor een beroep doen op een externe schatter. Daarnaast moeten ze ook alle bewijsstukken, zoals de weegbonnen, heel goed bijhouden.

Belpatato stelt een goed sjabloon ter beschikking. De boeren maken hier het best maximaal gebruik van om hun stock op een correcte manier te kunnen inschatten.

Collega’s, ik ben heel blij met jullie reacties. Eigenlijk is het wel aangenaam om zo’n vraag te krijgen op het moment dat de modaliteiten nog uitgewerkt worden, omdat ik dan rekening kan houden met jullie suggesties. We bekijken dus zeker die suggesties.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Het klopt: dit zijn crisismaatregelen, maatregelen op korte termijn. Maar het is gewoon nodig om die maatregelen nu te nemen. Op lange termijn zal er zeker nog bekeken moeten worden wat de impact is. We zullen deze coronacrisis nog lang voelen en we zullen dus ook nog lang de effecten daarvan moeten vaststellen. Ik denk dat het nooit fout is om lessen te trekken uit deze crisis, om te kijken hoe we daar in de toekomst nog beter aan de slag mee kunnen gaan.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor de verduidelijking over de datum van 15 mei. Nu ik het meer in detail lees, zie ik inderdaad dat het formulier ingevuld moet zijn voor 31 mei, maar dat het blijkbaar gaat over de situatie tot uiterlijk 15 mei. Ik denk dat dit zonder meer goed is om te vermijden dat daar aanpassingen gebeuren op basis van de modaliteiten die uitgewerkt zijn. We moeten de stock kennen, en dan maken wij de modaliteiten. Dat is dus positief.

Dank u wel ook voor het voeren van de strijd om deze sector mee op te nemen in het noodfonds. Ik heb al gezegd dat dit een belangrijke sector is, ook een soort paradepaardje van onze landbouwindustrie. Het exportproduct dat zij maken, de Belgische friet, is een van de dingen waarvoor wij het meest bekend staan in de wereld. Dit is dus een positief verhaal. Zoals gezegd, wachten wij nog op de concrete uitwerking.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.