U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, we hebben hierover al van gedachten gewisseld in het begin van de coronaperiode. Ik herhaal dat ons oordeel toen ook was dat het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) heel snel en adequaat de nodige richtlijnen meegegeven heeft rond het functioneren van de lokale bestuursorganen in deze coronatijden. Na enkele weken was er nog steeds diezelfde flexibiliteit, omdat toen de mogelijkheden verruimd werden om de dagelijkse werking van de lokale besturen niet in het gedrang te brengen en om tegelijkertijd de democratie zo goed mogelijk te garanderen. De nodige richtlijnen staan op de website van ABB. Verhalen van mensen uit zowel meerderheid als oppositie getuigen ervan dat die richtlijnen heel belangrijk, heel duidelijk en heel essentieel waren de voorbije periode. 

Intussen zijn we meer dan twee weken verder. De exit wordt stapsgewijs voorbereid en uitgevoerd. Tegelijkertijd moeten we waakzaam blijven, want het risico op een tweede golf blijft bestaan.

Het is ook essentieel in deze tijden om zo goed mogelijk de volle democratische werking te garanderen en indien nodig te herstellen. We kunnen allemaal wel doen alsof digitaal vergaderen helemaal hetzelfde is als een reguliere bespreking, maar iedereen weet uit de praktijk dat dat niet het geval is. Er zijn ook lokale besturen die voor andere modellen hebben gekozen, die begrijpelijkerwijs nodig waren, maar op dit moment misschien vanuit democratisch oogpunt minder wenselijk zijn.

Individuele raadsleden in zowel meerderheid als oppositie moeten hun rol kunnen spelen. Wij willen de particratie niet verder versterken door enkel te werken via de fractieleiders. Intussen is het duidelijk dat een aantal van de mogelijkheden die geschapen zijn vanuit democratisch oogpunt, wat minder geschikt zijn, zeker als het gaat over besturen over een langere periode. Zo is vergaderen met alleen de fractieleiders of via e-mail een aanfluiting van een essentieel goed democratisch debat. Dit ondergraaft de cruciale werking en controlefunctie van de bestuursorganen, zeker als dit langere tijd gebeurt en als er op deze manier belangrijke beleidsbeslissingen worden genomen.

Steeds meer krijgen we signalen over lokale besturen die de grijze zones opzoeken van de mogelijkheden en in de voorbije acht tot tien weken niet echt actief op zoek zijn gegaan naar de beste alternatieven voor de reguliere werking. Ik wil benadrukken dat er veel lokale besturen zijn die wel het goede voorbeeld geven. Zij tonen aan dat het in die andere besturen, die het iets minder goed doen, mogelijk moet zijn om die stap te zetten. Als we zien hoeveel besturen er nog een gigantische reuzenstap moesten zetten op het gebied van digitalisering, zien we toch dat een heel aantal daarvan daar ondertussen in zijn geslaagd. Anderen hebben die stap niet gezet.

In de beginperiode van de crisis was het begrijpelijk dat niet iedereen klaar was. IT-diensten werden overbevraagd en alternatieven konden op sommige plaatsen niet halsoverkop worden uitgewerkt. Maar na tien weken kan dit toch niet meer in dezelfde mate als excuus worden ingeroepen. Er is zeer veel expertise aanwezig in Vlaanderen en bij andere lokale besturen, om deze uitwisseling in alle steden en gemeenten waar te maken.

Minister, hoeveel formele klachten werden sinds begin maart ingediend bij ABB of de provinciegouverneurs omtrent de werking van de bestuursorganen in coronatijd? Welke conclusies kunnen we hieruit trekken? Is er de voorbije tien weken een stijging in het aantal klachten hierover?

Hoe wilt u zelf mee waarmaken dat de publieke controle én de rechten van individuele raadsleden – zij zijn het die rechtstreeks verkozen zijn – in de komende periode verder worden versterkt? Hoe zult u de toegang voor pers en publiek bij digitale of fysieke zittingen opnieuw garanderen? Op welke termijn?

Ziet u lokale besturen die onwenselijke beslissingen nemen op het gebied van de werking van de bestuursorganen met het oog op een democratische werking?

Bent u van plan specifieke mogelijkheden met beperktere democratische garanties, zoals vergaderen per mail of met alleen fractieleiders, in te perken of onmogelijk te maken?

Welke drempels dragen lokale besturen aan om niet naar volledig digitale en publieke vergaderingen te gaan? Hoe wilt u deze drempels wegwerken?

Op welke termijn hoopt u opnieuw te kunnen overgaan naar fysieke, open vergaderingen, met social distancing en onder de nodige voorwaarden?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Mijnheer Vaneeckhout, dit is een belangrijke vraag, maar we hebben er toch al een paar keer over gesproken. Dat is normaal omdat we er in coronatijden over moeten waken dat de lokale democratie op een goede manier blijft functioneren.

Er zijn negentien klachten binnengekomen. Die hebben betrekking op twaalf van de driehonderd gemeentebesturen. Dat is dus beperkt. Van 96 procent van de gemeenten hebben wij geen klachten gekregen. Dat is opvallend.

De inhoud van de klachten is divers: beperken van het recht op vragen stellen, schending van de openbaarheid, het niet voorzien in livestream, inbreuken op de social distancing tijdens een fysieke gemeenteraad, technische problemen bij digitale toepassingen.

Doorheen de week is er geen exponentiële stijging van het aantal klachten. Ze zijn verspreid binnengekomen. Tot nu toe kunnen we er geen algemene conclusies uit trekken.

Van de negentien klachten werden er twee afgerond: ze waren ongegrond. De andere zijn nog in onderzoek. Ik kan niet vooruitlopen op de resultaten van de zeventien andere klachten.

Hoe kunnen de publieke controle en de rechten van de raadsleden worden versterkt? De algemene democratische principes die in het decreet staan blijven van kracht en zijn ook altijd van toepassing gebleven. De rechten van de individuele raadsleden moeten ook in deze periode gevrijwaard blijven. We hebben voor een aantal zaken pragmatische oplossingen gezocht. Als er al knelpunten waren, was het vaak rond openbaarheid. In de federale fase is het uitzonderlijk mogelijk om een vergadering in beslotenheid te laten plaatsvinden, als er geen andere oplossing is. Maar de openbaarheid blijft de regel. Dat is een leerproces geweest voor vele besturen. 

De toegang voor pers en publiek kan slechts in uitzonderlijke omstandigheden en op gemotiveerde wijze worden ingeperkt. Dit is ook verduidelijkt in de richtlijnen van ABB. Want dat was een van de knelpunten: als er een knelpunt was, zat het vaak daar.

ABB werkt momenteel in samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) aan een communicatie rond praktische handvatten, tips en goede praktijken om digitale vergaderingen te organiseren en te livestreamen, zodat de openbaarheid gegarandeerd is. In de communicatie wordt aandacht besteed aan het livestreamen van fysieke vergaderingen waar omwille van de volksgezondheid geen publiek wordt toegelaten. De communicatie wordt op korte termijn uitgestuurd naar lokale besturen.

Op 3 maart 2020 heb ik onze commissie meegedeeld dat er een internationale vergelijkende studie wordt uitgevoerd door het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven. Zij onderzoeken de innoverende praktijken uit het buitenland, onder meer op het vlak van participatie. Een belangrijk punt dat daarbij wordt onderzocht, is e-democracy. Dat liep al voor de coronacrisis, maar we zullen het nu echt wel kunnen gebruiken.

Er is ook het labo lokale burgerparticipatie, het partnerschap met de VVSG, dat het verloop van de digitale raden en digitale participatievormen aan bod zal laten komen. De resultaten zullen ons helpen om in de toekomst te bekijken wat mogelijk is, wat zinvol is om structureel in te bedden en waarvan we afscheid moeten nemen omdat het niet goed werkt.

Zijn er lokale besturen die onwenselijke beslissingen nemen? Lokale besturen zijn zeer daadkrachtig en wendbaar uit de hoek gekomen. Ze zijn op een heel goede manier op korte termijn overgeschakeld naar digitaal werken.

De huidige manier van werken, waarbij verschillende mogelijkheden worden aangeboden aan lokale bestuursorganen om te vergaderen, is niet de norm, maar slechts een tijdelijk gegeven. Ik heb eerder al in deze commissie meegegeven dat het digitaal vergaderen wordt geëvalueerd en dat ik daarover tijdig zal terugkoppelen.

Ben ik van plan specifieke mogelijkheden met beperktere democratische garanties, zoals vergaderen per e-mail of met alleen fractieleiders, in te perken of onmogelijk te maken? Ik ben zelf geen voorstander van vergaderen via e-mail. Dat was echt een uitzonderingsoptie, helemaal in het begin. Dat is voor mij geen volwaardig alternatief voor het normaal vergaderen.

Op sommige plaatsen werd de afspraak gemaakt dat enkel de fractieleiders het woord konden nemen. Als de raadsleden zich daarin kunnen vinden, is dat geen probleem. In veel gemeenten is het al de praktijk dat voornamelijk de fractieleiders aan het debat deelnemen. In mijn eigen stad Mechelen is dat al jaren de praktijk. Andere raadsleden kúnnen natuurlijk het woord nemen, maar in principe wordt vooral het woord gegeven aan de fractieleiders. Elk raadslid moet kunnen deelnemen aan het debat. Ik verwijs even naar de werking in ons eigen Vlaams Parlement. Ook daar worden vaak afspraken gemaakt over wanneer fractieleiders het woord nemen of niet. Maar de fundamentele rechten van elk raadslid moeten altijd overeind blijven.

Welke drempels dragen lokale besturen aan om niet naar volledig digitale en publieke vergaderingen te gaan? De mogelijke drempels situeren zich op de kennis van digitale toepassingen en de technische en praktische haalbaarheid. Het gaat niet alleen over de kennis bij het lokaal bestuur zelf, maar soms ook over de kennis en de vaardigheden van de raadsleden. Lokale besturen worden ondersteund om die drempels tot een minimum te beperken. We hebben lokale besturen daarin zo goed als mogelijk ondersteund en zullen dat blijven doen.

ABB heeft bijna 650 adviesvragen gekregen die coronagerelateerd waren. Van die 650 hadden 250 te maken met de werking en de organisatie van de gemeentelijke bestuursorganen. Ze zijn dus toch wel heel sterk bevraagd.

Het livestreamen van een vergadering vraagt een inspanning van lokale besturen, maar die inspanning is niet onmogelijk. Vandaag is de technologie betaalbaar en bereikbaar. We moeten verder bekijken hoe we dat kunnen structureren.

De wisselwerking tussen de lokale ervaringen blijft belangrijk. We blijven goede praktijken verspreiden.

Lokale besturen kunnen ook zelf flankerende maatregelen nemen. Zo kunnen er concrete afspraken worden gemaakt tussen de fracties dat raadsleden bij technische moeilijkheden bijstand kunnen krijgen van een familielid, behalve tijdens besloten vergaderingen en bij geheime stemming. Dat zijn praktische afspraken die kunnen worden gemaakt. Op andere plaatsen heeft men opleidingen georganiseerd. Sommigen hebben een specifieke leidraad uitgewerkt met praktische uitleg over het gebruik van de digitale toepassingen. Er kan uitleg worden gegeven over hoe je de achtergrond kunt verbergen – ik merk dat iedereen hier fier is op zijn achtergrond en die niet verbergt. Het komt een beetje toe aan de autonomie van de lokale besturen om te bekijken welk flankerend beleid er nodig is. 

En dan uw laatste vraag: op welke termijn hoop ik over te kunnen gaan naar fysieke, open vergaderingen? Fysieke vergaderingen zijn in principe altijd mogelijk gebleven, maar werden afgeraden. Indien men de nodige voorschriften naleeft, kan fysiek vergaderd worden. Sommige lokale besturen hebben trouwens een andere locatie gekozen om het fysieke vergaderen toch mogelijk te maken, omdat de eigen plek waar men de gemeenteraad organiseerde te beperkt was, en dan is men zelf ergens anders naartoe gegaan.

Ik denk dat ik daarmee op de belangrijkste elementen heb geantwoord, elementen die – als ik dat mag zeggen zonder u enig verwijt te maken – we ook al twee of drie vergaderingen geleden beantwoord hebben. Vanzelfsprekend moeten we het blijven opvolgen, en er is voortschrijdend inzicht, maar als ik in algemene termen mag spreken, is het aantal gemeenten waar er echte problemen zijn, gelukkig beperkt gebleven. We zien geen exponentiële groei, we kijken ook in internationaal perspectief naar wat behouden kan worden en wat niet, maar er zijn een aantal formules die voor mij echt niet op lange termijn vol te houden zijn: per e-mail vergaderen is geen goede zaak; waar het kan, moet men fysiek vergaderen, maar een aantal dingen online doen in de toekomst lijkt me niet uitgesloten, als aan de juiste randvoorwaarden voldaan is.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik ben er mij terdege van bewust dat we het hier al verschillende keren over gehad hebben, en de reden waarom ik de vraag stel is ook niet dat het niet opgevolgd zou zijn in het verleden. Ik heb in mijn vraagstelling ook heel bewust een aantal felicitaties gestuurd naar de collega’s van ABB die hierrond van in het begin zeer snel gehandeld hebben en duidelijkheid verschaft hebben.

Maar ik vind het wel belangrijk om het te blijven opvolgen, omdat we uiteraard niet moeten doen alsof we nu nog in de fase zitten van het begin van de crisis, tien weken geleden, waar er op een heel snelle manier beslissingen genomen moesten worden om het dagelijks bestuur van onze lokale besturen te garanderen. Dat is toch een verschil in context. Nu, na tien weken, denk ik dat er ten eerste al stappen gezet kunnen zijn, en dat er ten tweede al aangetoond is wat wel wenselijk is en wat eventueel minder wenselijk is. Ik vind de cijfers zeer geruststellend op dit moment, ik hoop ook dat dat zo blijft. Dat is een teken dat er op veel plaatsen correct gewerkt wordt en dat er ook goed overleg is tussen meerderheid en oppositie, want zulke klachten ontstaan ook meestal in een soort 'misbegrip' tussen meerderheid en oppositie – ik verwijs er niet naar aan wie dat dan ligt, want dat kan aan vele factoren liggen. Ik ben zelf afkomstig uit een gemeente waar er finaal voor gekozen is om fysiek te blijven vergaderen op een grotere locatie omdat een aantal raadsleden het qua IT-kennis niet zagen zitten om op die manier te vergaderen.

Ik maak mij over een paar dingen wel zorgen. Ik zal bij wijze van voorbeeld een situatie schetsen in het lokaal bestuur in Beveren, waar er vorige week tijdens de gemeenteraad beslist is, meerderheid tegen oppositie voor alle duidelijkheid – er was zeker geen eensgezindheid over alle fracties –, om te vergaderen met de fractieleiders fysiek aan een tafel. De andere gemeenteraadsleden mochten via een audiostreaming de vergadering meevolgen en konden niet tussenkomen en op geen enkele manier impact hebben op de democratische werking. Het lijkt mij na tien weken in de coronatijd onwenselijk dat we op die manier vergaderen. Het lijkt me ook belangrijk om die lessen te trekken naar een tweede golf toe. Uiteraard zitten we in de overgrote meerderheid van de gevallen met zeer verantwoorde bestuurders, zowel in de meerderheid als de oppositie, die hun verantwoordelijkheid willen nemen, die ook begrip hebben en dus niet meteen klacht indienen als het een keer niet helemaal loopt zoals ze het in hun dromen zouden wensen, maar die ook alle inspanningen doen om ook de oppositie ten volle haar rol te laten spelen. In een kleine minderheid van de gevallen zie je echter dat er ook wel situaties ontstaan die niet wenselijk zijn. Ik ben blij dat u de mening deelt over het vergaderen via e-mail, dat dit op dit moment geen wenselijke evolutie meer is. Het is ook belangrijk om dat te beklemtonen en we zouden eigenlijk ook aan lokale besturen moeten aangeven dat dit geen correcte manier van vergaderen meer zou kunnen zijn. Ik denk dat er echt veel alternatieven zijn die veel geschikter zijn.

Wat die fractieleiders betreft: ik ben daar heel gevoelig aan omdat ik denk dat – uiteraard zijn er tradities en manieren van werken om de goede werkzaamheden te garanderen – het spreekrecht van individuele raadsleden wel een fundamenteel recht blijft in onze democratie. Dat is ook de reden waarom het parlement zich niet kan permitteren om voor de rest van onze geschiedenis te vergaderen met fractieleiders in de plenaire vergadering en daarnaast iedereen die thuis achter zijn scherm zit om op het juiste moment te stemmen.

Ik ga er nog altijd van uit dat de volksvertegenwoordigers en dus ook raadsleden meer zijn dan stemmachines die op het juiste moment op de juiste knop drukken. De exitstrategie van onze democratie moet erop gericht zijn om individuele raadsleden zo snel en zo volledig mogelijk hun werk te laten doen. Ik heb begrepen dat dat in verschillende lokale besturen niet gebeurt, en alleszins niet gebeurt in unanimiteit en gedragen door de gemeenteraad. Daar moeten we aandachtig voor blijven. Ik zal blijvend op die nagel kloppen als dat nodig is.

Minister, ik ben wel heel blij met de studie die u aankondigt van het Instituut voor de Overheid, over welke digitale lessen we kunnen trekken. U zegt dat u tijdig zult terugkoppelen. Ik heb nog een bijkomende vraag. U zult terugkoppelen op basis van de lessen, maar hebt u enig perspectief wanneer dat zal zijn? We gaan nu de zomer in en we zullen sowieso snel aan het zomerreces zitten. Vanaf september zullen de lessen van corona klaar moeten zijn. We moeten ook voorbereid zijn op een eventuele tweede golf, door duidelijk te stellen welke manieren wel werken en welke niet, en welke onwenselijk zijn vanuit democratisch oogpunt.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Het is duidelijk dat het in de overgrote meerderheid van de gemeenten goed is verlopen en dat is positief. Lokale besturen zijn op vele vlakken creatief omgesprongen met hun mogelijkheden, ook op dit vlak. Waar het is misgelopen, heeft dat wellicht veel te maken met een getormenteerde verhouding tussen meerderheid en oppositie. In de meerderheid van de gemeenten valt dat wel mee en is dat goed georganiseerd, ook met respect voor de vertegenwoordigers van de oppositie.

Natuurlijk heeft ieder lid spreekrecht. Het Vlaams Parlement slaagt daar als voorbeeld voor heel wat lokale besturen de laatste maanden ook niet in. Ik heb daar begrip voor, maar ik hoop dat in het Uitgebreid Bureau de weg voorwaarts wordt bewandeld om daar te gepasten tijde wat flexibeler in te worden. Heel wat lokale besturen hebben het Vlaams Parlement als voorbeeld genomen. Ik denk hierbij aan het spreekrecht voor fractieleiders.

Heel wat vergaderingen verlopen nu digitaal, niet alleen de gemeenteraad, maar ook managementteams, colleges, intergemeentelijke vergaderingen. Dat gaat vooral over vergaderingen met een beperkt aantal mensen. Uit ervaring weten we allemaal dat een vergadering, bijvoorbeeld een politiecollege, met twee burgemeesters, een secretaris en een korpschef, natuurlijk veel handiger verloopt dan een vergadering met 29 raadsleden.

Ik verwacht dat deze coronacrisis ertoe heeft geleid dat het aantal digitale vergaderingen in de toekomst zal vermeerderen. Minister, hoe ziet u dat? Gaat u een kader creëren om afspraken te maken over hoe die digitale vergaderingen, commissies en intergemeentelijke vergaderingen kunnen worden georganiseerd? Vindt u het nodig dat er zo'n kader komt of laat u dat over aan de veelgeprezen en bestaande wijsheid van onze Vlaamse lokale bestuurders?

De heer De Loor heeft het woord.

Ik wil me graag aansluiten bij de bekommernissen van de heer Vaneeckhout, maar ook van de heer Van den Heuvel. De eerste maand na het uitbreken van de coronacrisis was het voor de lokale besturen improviseren en de nodige creativiteit aan de dag leggen om zich uit de slag te trekken, ook voor de gemeenteraden, OCMW-raden, vast bureau, bijzonder comité voor de sociale dienst.

Uitzonderlijke tijden en uitzonderlijke omstandigheden vragen uitzonderlijke oplossingen, daar ben ik mij van bewust. Ik deel de mening van een aantal collega's en de minister die zeggen dat de voorkeur moet blijven uitgaan naar de fysieke vergadering omdat daar zich een zekere dynamiek kan ontplooien die je absoluut niet kunt hebben bij digitale vergaderingen. Maar er blijven natuurlijk een aantal knelpunten, waar collega Vaneeckhout naar heeft verwezen, die bewust worden gecreëerd bij het stemmen door oppositie tegen meerderheid, waarbij beslist wordt dat enkel de fractieleiders aan het woord mogen komen. Maar soms duiken ook onbewust knelpunten op. Ik heb het dan over spreekrecht van gemeenteraadsleden en stemrecht via de fractieleiders omdat die digitale tools niet alles toelaten, maar ook over geheim stemmen. Het is in Zottegem nog altijd een probleem om geheim te stemmen. Ik weet dat ABB zijn fiat heeft gegeven om een mail te sturen naar een algemeen directeur, die dan het geheim van de stemming mee in zijn graf moet nemen, zoals men dat men zegt. Met een dergelijke vorm van geheime stemming kan ik echt niet akkoord gaan. Ook de openbaarheid zorgt voor problemen.

Het is niet altijd bewust maar soms onbewust, minister. Daarom nogmaals mijn pleidooi, dat ik in een vorige vraag een paar weken geleden ook al heb gehouden, dat ABB een coördinatierol op zich zou nemen om een tool te ontwikkelen waarbij er aan alle voorwaarden kan worden voldaan wat betreft vergaderen, spreekrecht en geheimhouding. De lokale besturen moeten dat niet zelf ontwikkelen. Op basis van de bestaande regelgeving over decretale verplichtingen wordt er een tool ontwikkeld waar de lokale besturen een beroep op kunnen doen om volgens de regels te kunnen vergaderen, inclusief geheimhouding en spreekrecht, met hun gemeenteraad, OCMW-raad, vast bureau, college van burgemeester en schepenen, bijzonder comité voor de sociale dienst en noem maar op.

De minister beroept zich op het voortschrijdend inzicht. Daarom mijn vraag, minister: hoe staat u er op basis van uw voortschrijdend inzicht tegenover dat ABB iets dergelijks zou coördineren?

De heer Vandeput heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik denk dat het goed is dat de heer Vaneeckhout, zijn eigen geloof indachtig, af en toe recycleert. In dat kader heb ik het gevoel dat we een discussie die we hier meer dan een maand geleden al eens gevoerd hebben, gewoon helemaal opnieuw aan het voeren zijn, met dezelfde argumenten. Ik herinner mij dat we toen allemaal voor een stuk tot het besluit gekomen zijn, wat belangrijk is, dat men moet opletten met te schermen met grote woorden in verband met het belang van de democratie en dergelijke meer, maar dat de gemeentebesturen elk op hun eigen manier en met de technologische mogelijkheden en eventueel beperkingen, zich georganiseerd hebben om het openbare leven te laten doorgaan. In dat kader denk ik dat het ook belangrijk is om vast te stellen dat er vandaag mogelijkheden zijn, de ene al beter dan de andere, voor de lokale besturen om zich conform de richtlijnen een voor hen werkbare methode uit te zoeken. Het is mogelijk om beslissingen te nemen, ook belangrijke beslissingen, maar ideaal is het zeker niet. Als burgemeester van een centrumstad kijk ook ik uit naar de dag dat we opnieuw gezamenlijk zullen vergaderen in alle veiligheid.

Minister, ik heb een vraag die ik vorige keer ook heb gesteld. Hebt u ondertussen die gegevens wel verkregen? Wij zien het aantal geciteerde klachten die er zouden zijn binnengelopen. Kunt u dat aantal klachten afzetten tegenover een normaal aantal klachten dat binnenkomt naar aanleiding van een gewone gemeenteraad? Er zijn weliswaar nu wat technologische uitdagingen die overwonnen moeten worden, maar aan de andere kant is het ook zo dat de mentaliteit bij de raadsleden of de raad in het algemeen, om de rechten van zowel meerderheid als oppositie wel of niet bewust met de voeten te treden, vaak meer een zaak is van cultuur of onwetendheid, dan wel van technologie.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Collega’s, ik treed collega Vandeput bij – en dat zal iedereen wel beamen – dat we een beperkte, voorzichtige aha-erlebnis mogen hebben bij dit debat. Langs de ene kant waarschuwen we om niet door te slaan in digitalisering, langs de andere kant moeten we erkennen dat digitale methoden ook een meerwaarde kunnen hebben. Het zal dus een zoeken zijn: waar gebruiken we ze wel en waar niet? 

Mijnheer Vaneeckhout en andere collega’s, ik wil ingaan op uw vraag wanneer ik de eerste keer een kader zou kunnen aanreiken. Ik denk dat we in september klaar moeten zijn met een eerste basisoefening van de VVSG samen met ABB en met de externe deskundigen. Dan moeten we een eerste afrekening kunnen maken. Wat ik daarbij belangrijk vind, is wat collega Van den Heuvel heeft gezegd. Ik ben geen voorstander van het systematisch overgaan tot digitale gemeenteraden. Er zijn echter andere vergaderingen, zoals commissievergaderingen, waar misschien niet of toch niet zo vaak gestemd moet worden, waar vooral informatie wordt gedeeld. Daar werken met digitale vergaderingen, daar geloof ik sterk in.

Ook bij mijn eigen politieke activiteiten in het kabinet stel ik vast dat een aantal vergaderingen in de toekomst altijd digitaal zullen verlopen. Dat is niet slecht, want we zitten in een samenleving waar mobiliteit een probleem is en waarin we graag hebben dat er minder wagens op straat zijn. Als we ervoor kiezen om vergaderingen waarvoor dat mogelijk is, te vervangen door digitale vergaderingen, dan kunnen we een belangrijke stap vooruit zetten, natuurlijk met oog voor alle randvoorwaarden.

In september zullen we dus een eerste draft overhandigen aan de lokale besturen, een kader, een richting die we uit willen, van wat wij denken dat goede en slechte praktijken zijn voor het omspringen met de digitale realiteit. We moeten daarbij geen angst hebben van onze eigen schaduw en ook zien dat er een vooruitgangsperspectief in zit, dat we moeten vastgrijpen, zonder stommiteiten te doen op het vlak van democratie en privacy en dergelijke.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik hoor een paar collega’s – gelukkig niet allemaal – zeggen dat het gaat om recyclage en dat ze een aha-erlebnis hebben. Ik wil er wel even op wijzen dat die vraag nooit expliciet gesteld werd, maar aan bod kwam in de gedachtewisselingen over corona en dat we spreken over zes tot zeven weken geleden. Ik wil even wijzen op de coronacijfers op dat moment. Ik denk dat we toen in een totaal andere periode zaten, politiek en inhoudelijk, om dit gesprek te voeren. Als er ons klachten bereiken over een aantal uitzonderingen – en ik ben het ermee eens dat een aantal lokale besturen er de kantjes van aflopen – dan denk ik dat het belangrijk is om te beseffen dat wij hier de regelgevende overheid zijn die het kader oplegt en dat we die regels ook net opleggen om die situaties van frictie tussen meerderheid en oppositie, waarnaar collega Van den Heuvel terecht verwijst, te beteugelen. We moeten ook geen overmaat van regels voorzien voor lokale besturen waar alles goed verloopt en waar er een relatief gezonde en volwassen verstandhouding is. Laten we hopen dat dat in de meerderheid van de gevallen de realiteit is. Er zijn echter altijd uitzonderingen. We hebben waarschijnlijk allemaal wel al in een situatie gezeten waarover er debatten en discussies ontstaan. Dan lijkt het mij belangrijk dat wij onze verantwoordelijkheid opnemen.

Ik ben het ook eens met de collega’s – onder andere collega Van den Heuvel – die de parallel trekken met het democratisch orgaan waar we allemaal deel van uitmaken, namelijk het Vlaams Parlement. Ik ben zelf ook lid van het Uitgebreid Bureau, waar afgelopen week door de voorzitter het voorstel is gelanceerd om het aantal aanwezigen in de plenaire vergadering op te trekken. Jullie zullen al vernomen hebben dat er per fractie meer mensen aanwezig kunnen zijn. Ik ben zelf vragende partij om op dat pad verder te gaan. Als nieuwkomer in dit parlement vind ik het belangrijk om mijn persoonlijk recht als individueel parlementslid – en ik weet dat collega’s dat gevoel delen – ten volle uit te kunnen oefenen.

Ik heb zeer veel vertrouwen in mijn fractieleider, maar het lijkt mij voor het democratisch debat interessant dat praktijk- en thema-experten zich opnieuw kunnen uiten wanneer het daarover gaat in de plenaire vergadering. Ik weet dat er ook collega’s rondlopen met het idee om in de toekomst zoveel mogelijk digitaal te gaan met het Vlaams Parlement. Ik ben niet overtuigd dat we dat voor alle types van vergaderingen moeten doen. In die zin verwelkom ik uw mening, minister, wanneer u zegt dat dat voor sommige zaken zeker een mogelijkheid is, maar er zijn toch ook heel wat democratische uitwisselingen waarbij het echt een meerwaarde is als we ze fysiek kunnen doen.

Ik kijk uit naar het kader in september. Dat is een goede timing om dat naar voren te brengen. Ik stel mij voor dat de democratie niet iets is waarbij we een déjà-vugevoel kunnen krijgen. Wij moeten dit op de allerhoogste plaats in onze agenda behouden. Ik ben blij, minister, dat u daarbij instemmend knikt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.