U bent hier

De heer Danen heeft het woord.

Een week of zes geleden heb ik een soortgelijke vraag gesteld in de commissie. Dat was een digitale vergadering. Minister, ik moet zeggen, ik was nogal verontwaardigd door uw antwoord. U kon dat allicht niet merken omdat ik achter een scherm zat, en u was ook in die toestand. Met deze interpellatie probeer ik opnieuw aan te geven dat het belangrijk is om daadkracht te tonen als het gaat over het opsporen van defecte roetfilters en roetfilterfraude. Ik hoop, ik ben ervan overtuigd, dat we tot een vergelijk kunnen komen, tenminste, als u dat wilt.

Uit berichtgeving vorige week blijkt dat het u niet menens is met de aanpak van defecte roetfilters en roetfilterfraude. Ook in dit parlement vroeg u zich luidop af of we ‘op basis van die enkelingen een heel nieuw systeem moeten uitrollen’. Wel, minister, ik moet u ontgoochelen, het gaat niet om enkelingen. Het gaat om een heel grote groep mensen.

Eerder onderzoek van de Vlaamse Automobilistenbond toonde aan dat ongeveer een op de acht van de Euro 5-dieselwagens defect is. Als we dit extrapoleren naar het volledige Belgische wagenpark, dan gaat het om zo’n 165.000 dieselvoertuigen die rondrijden met een defecte of verwijderde roetfilter. Ik heb ondertussen ook een aantal experten geraadpleegd en sommigen zeggen dat het eerder een onderschatting is, anderen zeggen dat het rond dat getal ligt. Niemand zegt dat het een overschatting is.

Belangrijk hierbij is dat de keuringscentra vandaag met de gebruikte technologie niet in staat zijn om auto’s met een defecte of een verwijderde roetfilter op te sporen. Het is belangrijk om dat vast te stellen. Terwijl diesels met een defecte of verwijderde roetfilter makkelijk duizend keer meer fijn stof en roet uitstoten dan auto’s die wel in orde zijn.

U zegt dat we de mensen niet op kosten moeten jagen. Dat wil ik ook niet. Precies omdat de nieuwe meetapparaten veel beter de uitstoot van roet en fijn stof kunnen opsporen, kunnen ze ook sneller kleinere defecten aan roetfilters opsporen. Die kleine defecten kunnen eenvoudig hersteld worden en kosten een fractie van een nieuwe roetfilter.

Uw uitspraken hierover in de media hebben heel wat stof doen opwaaien. En – eerlijk gezegd – heb ik niemand gezien of gehoord die begrip heeft voor uw lakse standpunt. Niemand. U hebt misschien wel een aantal mensen gevonden die u hierin steunen, maar ik heb niemand gevonden. Maatschappelijk is er een draagvlak om defecte roetfilters en roetfilterfraude aan te pakken zoals het hoort. Streng, maar rechtvaardig, namelijk omdat onze gezondheid belangrijk is.

Ik heb hierbij een hele reeks vragen, minister, omdat dit toch wel relevant is.

Laten we beginnen bij het begin: uw voorganger, minister Weyts, wilde auto’s met defecte roetfilters en roetfilterfraude aanpakken. Hij wilde dit samen met de andere gewesten doen, via nieuwe en betere meetapparatuur. Dit moest toelaten auto’s met defecte of weggehaalde roetfilters uit het verkeer te halen. Midden de coronacrisis beslist u hiermee te stoppen. Vanwaar komt die bocht? Hoe komt het dat u de uitspraken gedaan hebt die u gedaan hebt?

U lijkt geen zin te hebben om het luchtbeleidsplan 2030 van de Vlaamse Regering op te volgen en uit te voeren. Daarin staat: “We pakken ook emissiefraude gepleegd door eigenaars aan door in te zetten op de versterking van de periodieke technische keuring en op controles langs de weg. We kiezen ervoor om de testprocedure voor roetuitstoot van dieselwagens te moderniseren en de slagingscriteria hierop af te stemmen, zodat we problemen met defecte of verwijderde roetfilters wel consequent detecteren.”

Uw collega, minister Demir, met wie ik wekelijks in de commissie zit, heb ik daar ook al over ondervraagd. Zij is bevoegd voor de luchtkwaliteit en zij zegt wél van plan te zijn om die maatregelen inzake emissiefraude en defecte roetfilters uit te voeren. Als u dus weigert om dit te doen, belemmert u het bereiken van de beleidsdoelstellingen van deze regering. Ik neem aan dat u dat niet wilt.

U verschuilt zich ook achter Europa om niets te hoeven doen. Dat pingpongspel tussen Europa en de lidstaten is al veel te lang bezig. Ik herinner u eraan dat dat ook al het geval was bij dieselgate. Partijen als die van u doen er op Europees niveau alles aan om de bevoegdheden naar het lidstaatniveau door te schuiven en zo een efficiënte controle op Europees niveau te dwarsbomen. Op het niveau van de lidstaten wordt dan weer naar Europa verwezen. Zo komt de sjoemelende auto-industrie er al jarenlang mee weg.

Wachten op een Europees kader is ook totaal absurd, want Europa verlangt net van ons dat we zelf inspanningen doen om auto’s beter te controleren. De EU legt enkel minimumnormen op. Ik verwijs naar een aantal rapporten, onder andere van de Europese Rekenkamer. Dat zegt heel duidelijk het volgende: “Autobestuurders die de prestaties van hun auto willen verbeteren, het brandstofverbruik willen verlagen of dure onderhoudskosten willen vermijden, kunnen, net als exploitanten van zware bedrijfsvoertuigen, sjoemelen met de emissienabehandelingssystemen. Dit kan ertoe leiden dat auto’s diverse verontreinigende stoffen uitstoten die vele malen boven de wettelijke grenswaarde liggen, wat grote invloed heeft op de luchtkwaliteit in de steden. Zo kunnen auto’s waarvan de roetfilters (...) zijn verwijderd twintig tot vijftig keer zoveel PM uitstoten als auto’s waarvan de roetfilters naar behoren werken.” Dat is veeleer een onderschatting. Ik vervolg: “Omdat het sjoemelprobleem niet onder de typegoedkeuring, de conformiteit tijdens het gebruik of het markttoezicht valt, is het aan de lidstaten om het in het kader van de nationale wetgeving aan te pakken.”

Europa wijst dus duidelijk naar de lidstaten om in dezen te doen wat ze moeten doen. Waarom wijst u dan steeds naar Europa? Waarom neemt u in dit dossier uw verantwoordelijkheid niet?

Ik – en niet alleen ik, ook experten met mij – stel vast dat fijn stof nefast is voor de volksgezondheid. Misschien kon dat 20 jaar geleden wat worden weggewuifd. Ondertussen is daar wetenschappelijke evidentie over. Volgens het Europees Milieuagentschap (EEA) veroorzaakte fijn stof vorig jaar nog 7600 voortijdige overlijdens in ons land. Er zijn natuurlijk meer bronnen van fijn stof dan de uitstoot van dieselwagens, dat klopt, maar de uitstoot van dieselwagens is wel substantieel en bovendien erg schadelijk. Bovendien blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek dat er mogelijk een link is tussen fijn stof en de ernst van het doormaken van COVID-19. Door het probleem van de roetfilters aan te pakken, kunt u dus levens redden. U kunt daar geschiedenis mee schrijven. Dat lijkt me toch iets wat een beleidsmaker wil, namelijk maatschappelijk relevant zijn, het leven van de mensen ten goede veranderen. U hebt nu die kans. Pakt u die kans?

U zei eerder in dit parlement dat u er toch in eerste instantie van uitgaat dat mensen niet moedwillig een roetfilter zouden verwijderen of stukmaken. Minister, ik ga er ook van uit dat mensen dat doorgaans niet moedwillig doen, maar of mensen dat al dan niet moedwillig doen, is niet de kwestie. We kunnen ook niet weten wie dat doet en waarom. Wat we wel weten, is dat een grote groep mensen rondrijdt met een defecte of afwezige roetfilter en zo zorgt voor een slechtere luchtkwaliteit. Het is dus ook een zaak van volksgezondheid. Wat moet iemand die rondrijdt met een defecte roetfilter, volgens u dan wél doen?

De Vlaamse keuringscentra staan klaar om de meetapparaten snel uit te rollen. Zij hebben u ook alle elementen bezorgd om de meetapparaten snel uit te rollen. U moet enkel de wet aanpassen. Meer nog, de keuringscentra stellen dat de nieuwe apparaten de fijnstofuitstoot van de volledige dieselvloot met meer dan 36 procent naar beneden kunnen brengen. Wat is uw reactie daarop?

Met de andere gewesten werd goed samengewerkt met betrekking tot dit dossier. Althans, uw voorganger, minister Weyts, deed dat. Van u weet ik het nog niet. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest vielen uit de lucht toen ze u afgelopen donderdag op de radio hoorden zeggen dat dit project niet doorgaat. Ze waren niet op de hoogte van uw beslissing en willen duidelijk wél doorgaan met de invoering van de nieuwe meetapparaten. Alleen wijzen ze op de absurditeit van dit niet meer samen te kunnen doen, en vrezen ze voor autokeuringstoerisme, want als Vlaanderen minder streng is, zullen vele Waalse en Brusselse automobilisten naar Vlaanderen komen voor hun technische controle. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dat leidt ook tot heel wat ongewenste neveneffecten. Bent u zich daarvan bewust? Gaat u in overleg met uw Waalse en Brusselse collega’s om hier een goede oplossing voor te vinden? Welke zou dat dan kunnen zijn?

Minister, ik wil u, gelet op dit alles, vragen om uw beslissing te heroverwegen. Wij zijn ook Europa. Wij zijn pioniers van de Europese samenwerking en hebben de historische verdienste om in Europa op vele vlakken voorop te lopen. Dat heeft ons geen windeieren gelegd. Laat ons dit dan ook doen in domeinen waar het echt op aankomt, die we allemaal zo belangrijk vinden en die niet in geld zijn uit te drukken, namelijk die van onze gezondheid. Minister, neem die kans. U kunt dit als u dit wilt.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, collega Danen, voor deze interpellatie. Ik ben u daar oprecht dankbaar voor. Ik krijg hiermee eindelijk de gelegenheid om mijn standpunt te verduidelijken. Want niet alleen de parlementsleden maar ook heel wat journalisten zijn allemaal voortgegaan op een uitzending van het VRT-Journaal, die vrij ongenuanceerd gebracht werd en waarin van mij een quote van welgeteld 30 seconden werd opgenomen. Voor alle duidelijkheid: ik heb niets stopgezet en er is nog bijkomend onderzoek nodig. Ik denk dat ik dit duidelijk heb gezegd in de commissievergadering van 30 april.

Mijnheer Danen, dank om deze interpellatie in te dienen. Dat geeft mij de gelegenheid om alle elementen in het dossier op een rij te zetten en in hun context te plaatsen. Daaruit blijkt dat ik geen beleid van mijn voorganger Ben Weyts heb stopgezet, en dat er bijkomend onderzoek nodig is.

Laat me beginnen met te zeggen dat luchtkwaliteit heel belangrijk is. Als we kijken naar voertuigen, gaat het over emissies van stikstof en fijnstof. Dat is heel belangrijk. De gezondheid – zoals we de voorbije maanden allemaal hebben mogen vaststellen – belangt ons allemaal aan. Uiteraard koester ik dat ook en wil ik sowieso ten volle gaan voor gezonde lucht.

U weet dat wij eind 2019 een Vlaams Energie- en Klimaatbeleidsplan hebben goedgekeurd waarin heel wat items zijn opgenomen inzake klimaat en lucht. Wij hebben ook een Luchtbeleidsplan 2030 goedgekeurd. Daarin zeggen we heel duidelijk dat we iets willen doen aan de luchtkwaliteit. Daarvoor willen wij enerzijds de periodieke en de technische keuring aanpassen en anderzijds ook de controles langs de weg. Dat laatste is belangrijk. U weet dat in de periodieke keuring de dieselwagens zich maar aanmelden nadat ze vier jaar hebben rondgereden, en dat die roetfilter al na het eerste, tweede of derde jaar moedwillig kan worden verwijderd, zonder dat daar veel controle op is.

Ik schets een passage uit het Luchtbeleidsplan. U hebt een citaat gegeven, maar ik wil het volledig geven. Ik lees voor: “We kiezen ervoor om de testprocedure voor roetuitstoot van dieselwagens te moderniseren en de slagingscriteria hierop af te stemmen, zodat we problemen met defecte of verwijderde roetfilters wel consequent detecteren. Net als voor roet, bieden verbeteringen inzake meettoestellen mogelijkheden om de NOx-uitstoot correcter na te gaan. In samenwerking met de betrokken actoren gaan we na of er perspectieven zijn om dergelijke controle op te nemen tijdens de periodieke technische keuring.” Die laatste zin is heel belangrijk. We zullen dat nagaan.

Ik zet mij volledig achter deze ambitie voor luchtkwaliteit, zowel inzake roet als inzake stikstof. Dit is superbelangrijk.

Specifiek wat de roetuitstoot betreft, moeten we een onderscheid maken tussen twee sectoren.

We hebben inderdaad mensen die bewust een roetfilter niet vervangen of er zelfs uithalen. Ik nodig u allemaal uit om eens te googelen naar het verwijderen van een roetfilter. U vindt heel veel bedrijven die dat doen, bedrijven die klaarblijkelijk op dit ogenblik niet worden geviseerd. Bij mensen die bewust een roetfilter verwijderen, is er duidelijk sprake van fraude en van crimineel gedrag, ook bij die firma's die dat doen zonder de mensen erop te wijzen dat zij zich opnieuw moeten aanmelden in de keuringscentra, wat frauduleus handelen is. Daarnaast zijn er ook mensen die een tweedehandsvoertuig kopen en zich er niet van bewust zijn dat die roetfilter stuk kan zijn, dat die niet meer 100 procent werkt of door een vorige eigenaar verwijderd is. Die mensen zijn te goeder trouw. Moeten we die allemaal penaliseren? Dat is wat ik altijd duidelijk heb proberen maken: we gaan voor die luchtkwaliteit, maar er is toch wel een duidelijk verschil tussen mensen die frauderen en mensen die niet frauderen.

Mijnheer Danen, u verwijst dan naar de studie van VAB. VAB heeft inderdaad in een persbericht geschreven dat ze ervan uitgaan dat op dit ogenblik van de 3,6 miljoen dieselvoertuigen die rondrijden op onze Vlaamse wegen, 156.000 een defecte roetfilter hebben. Ze hebben dat gedaan op basis van een extrapolatie nadat ze 150 wagens hebben gecontroleerd. Welke wagens ze eruit hebben gekozen, weet ik niet. Ik weet niet hoe dat onderzoek juist verlopen is. Daarvoor moeten we in de richting van VAB kijken.

Welke stappen zijn gezet en welke stappen moeten we bijkomend zetten? Ik geef u graag kort de voorgeschiedenis mee. In juli 2017 kwam de roetfilterfraude, dus van de mensen die bewust de roetfilter uit de voertuigen halen, onder de aandacht in de media na een reportage van een onderzoeksjournalist. In navolging en op vraag van die reportage heeft de Groepering van Erkende Ondernemingen voor Autokeuring en Rijbewijs (GOCA) contact opgenomen met de vorige mobiliteitsministers van de drie gewesten om dit verder te laten onderzoeken. Hiervoor werd op 1 juni 2018 een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de drie vorige ministers bevoegd voor Mobiliteit. GOCA heeft dat onderzoek uitgevoerd. U weet dat GOCA een vzw is, namelijk de federatie van de autokeuringscentra, op dat moment nog federaal geregeld maar inmiddels opgesplitst in drie verschillende entiteiten.

GOCA heeft die studie uitgevoerd en heeft daarvoor zeven roetfiltermeettoestellen aangekocht, PN-meettoestellen (particle number) om technisch te zijn. Dat zijn zeven verschillende toestellen van verschillende kwaliteit, verschillende kostprijs en dergelijke meer.

Dit onderzoek werd afgerond in januari 2019 en overgemaakt aan de toenmalig bevoegde ministers. In de pers konden we lezen dat de drie toenmalig bevoegde ministers gezegd hebben dat zij daarmee verder zouden gaan. Dat weten we allemaal.

In de commissie van 30 april naar aanleiding van uw vraag, mijnheer Danen, heb ik u het lijvige onderzoek gegeven. Ik neem aan dat u dat intussen aandachtig bestudeerd hebt. Ik neem aan dat ook iedereen die in de pers daaromtrent uitlatingen heeft gedaan, dat inmiddels ook grondig heeft gelezen. Voor degene die het niet gelezen heeft, wil ik de besluiten en de aanbevelingen in die studie van GOCA toch even duidelijk meegeven. Ik zie een aantal mensen lachen, dus ik vermoed dat ze het allemaal gelezen hebben.

Maar voor ik uit de studie ga voorlezen, wil ik toch even een citaat geven van het memorandum van GOCA Vlaanderen zelf, dat dateert van juli 2019. Daarin vragen ze voor het invoeren van performante keuringsprocedures van emissiebestrijdingssystemen, enerzijds een onderzoek naar nieuwe meettechnieken of het verder verfijnen van bestaande meettechnieken. “Zo is het onderzoek naar de hoogtechnologische deeltjesteller om de verwijderde roetfilter te detecteren al ver gevorderd. De praktische uitwerking dient evenwel nog verder te worden uitgevoerd. Daarnaast is nog bijkomend onderzoek nodig om bijvoorbeeld AdBlue-fraude te detecteren” – collega Ceyssens heeft daaromtrent in de commissie van 30 april ook vragen gesteld – “of de NOx-metingen op een correcte manier uit te voeren.”

In het memorandum van GOCA Vlaanderen van juni 2019 wordt opnieuw aangegeven dat verder onderzoek nodig is. Dat is al eerder gezegd. In de studie in verband met het roetfilterproject uit 2019 staat het volgende in het besluit met de aanbevelingen: “Een nieuwe emissiemeting die gebruik maakt van PN-meters kan tijdens de periodieke keuring van dieselvoertuigen de kwaliteit van de roetfilter beoordelen.” en “Deze studie bevat elementen om via een PN-test de kwaliteit van de roetfilter bij personenwagens te evalueren tijdens een periodieke technische keuring. Er is evenwel nog een traject af te leggen vooraleer een dergelijke keuring kan worden gestart. Een implementatietraject van een jaar is zeer ambitieus, maar onder voorwaarden eventueel haalbaar.” Verder staat nog een heel belangrijke passage: “Evenwel blijkt dat voertuigfabrikanten eigen specifieke strategieën hebben ontwikkeld voor de regeneratie van de roetfilter en het sluiten of openen van de EGR-klep.” GOCA Vlaanderen heeft in januari en maart 2019 voorgesteld verder onderzoek te verrichten naar deze strategieën en hun impact op de fijnstofmetingen. In het memorandum uit juni 2019 herhaalt GOCA Vlaanderen dat bijkomend onderzoek nodig is en dat GOCA Vlaanderen ijvert voor meettoestellen, zowel voor stikstof als voor roet.

In januari 2019 hebben de drie voormalige ministers bevoegd voor Mobiliteit aangekondigd dat ze de roetfilterfraude willen aanpakken. De Vlaamse Regering heeft dit bevestigd door opnieuw te verwijzen naar het luchtbeleidsplan 2030.

Om te weten hoe het nu verder moet, heeft GOCA Vlaanderen een aantal maanden geleden contact opgenomen met ons kabinet en om een stand van zaken gevraagd. Op basis van dat overleg zijn we allemaal tot de conclusie gekomen dat er nog veel werk moet worden verricht en dat heel wat randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt. De randvoorwaarden zijn een duidelijk Europees standpunt, overleg met de andere gewesten, homologatie van de meettoestellen en dergelijke. Kortom, een heel aantal randvoorwaarden zijn noodzakelijk alvorens die nieuwe meettechnologie in de autokeuringscentra kan worden toegepast. Die randvoorwaarden zijn allemaal issues waar we moeten bij blijven stilstaan en waarvoor bijkomende actie nodig is. Ik zal hier dan ook dieper op ingaan.

Mijnheer Danen, u ontkracht dit misschien, maar ik blijf erbij dat een duidelijk Europees standpunt nodig is. Ik blijf daarbij omdat de huidige Europese richtlijn 2014/45 duidelijk stelt dat een opaciteitsmeting voor dieselvoertuigen verplicht is. Hiermee wordt roet in de uitstoot gemeten. In de bijlagen bij deze Europese richtlijn staat duidelijk dat in de keuringscentra enerzijds een visuele controle moet gebeuren en dat anderzijds een opaciteitstest moet worden verricht. De richtlijn stelt ook dat het mogelijk moet zijn alternatieve apparatuur te gebruiken die op technologische vooruitgang en innovatie is gebaseerd, mits hiermee een gelijkwaardig hoog controleniveau kan worden gewaarborgd. Hierbij wordt specifiek verwezen naar de On Board Diagnostics-test (OBD-test), met name de controle van de boordcomputers van de personenwagens.

Hoewel hier wordt gevraagd dit onmiddellijk in te voeren, is het op dit ogenblik nog altijd niet duidelijk of een PN-meting onder deze gelijkwaardige alternatieve apparatuur valt.

Er wordt me dan gevraagd naar Nederland te kijken. We hebben contact opgenomen met de Nederlandse overheid, want we hebben dit grondig onderzocht. De Nederlandse overheid doet op dit ogenblik OBD-controles. Ze verrichten op dit ogenblik verder onderzoek naar wat in verband met andere meettoestellen kan.

Ze geven wel al duidelijk aan dat ze vertraging hebben. Het zal niet 2020 zijn, en allicht ook niet 2021.

Wat hebben wij dan gedaan? We hebben contact opgenomen met de voorzitter van de Europese Commissie bevoegd voor Transport. En daar hebben wij gevraagd om minstens een en ander te verduidelijken. Daar is heel duidelijk de vraag gesteld of we vandaag een PN-meting kunnen doen in de plaats van een opaciteitstest. Als we het én-én moeten doen, gaan we al die mensen die te goeder trouw zijn sowieso op extra kosten jagen. Want de kosten zullen worden doorgerekend.

Daarom vind ik het absoluut noodzakelijk dat Europa daaromtrent duidelijkheid verschaft, dat zij ons heel duidelijk kunnen stellen of wij andere meettoestellen mogen invoeren en of die dan van voldoende alternatieve en hoogwaardige kwaliteit zijn. Ik heb in de reportage duidelijk gezegd dat roetfilterfraude niet stopt aan de grenzen. U weet dat Vlaanderen een logistieke draaischijf is en er heel wat buitenlandse voertuigen op onze Vlaamse wegen rijden. Er rijden ook heel wat voertuigen op onze Vlaamse wegen die zich nog niet hebben aangeboden voor een periodieke keuring in een Vlaams keuringscentrum. U weet ook dat men inderdaad de vrije keuze heeft van keuringscentrum. Als men bewust gefraudeerd heeft, kiest men natuurlijk een keuringscentrum waar de metingen het minst streng zijn. Daarom stel ik voor om enerzijds te wachten op Europa omtrent duidelijkheid over wat kan en mag. En ten tweede vraag ik zeker overleg met de gewesten.

Mijnheer Danen, u verwijst in uw interpellatie naar datgene wat mijn collega’s in de pers hebben gezegd. Zij hebben gezegd dat zij verrast zijn omdat ik een procedure zou hebben stopgezet. Ik zeg opnieuw dat ik geen procedure heb stopgezet. Maar probeer je maar eens te verdedigen als journalisten continu iets in de pers gooien zonder dat je een recht van antwoord krijgt. Ik had dat trouwens wel gevraagd.

Ik heb dan overleg gevraagd met mijn collega’s. Ik heb voorheen ook van mijn twee andere collega’s geen verzoek gekregen om hieromtrent overleg te hebben. Ik heb met mijn collega van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wel meerdere keren samengezeten over andere items die ons aanbelangen, maar tot op heden heb ik geen enkele vraag gekregen van mijn collega van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of van het Waalse Gewest om dringend samen te zitten om die PN-meettoestellen al dan niet uit te rollen of om te kiezen voor andere meettoestellen om zowel stikstof als fijnstof te gaan meten. Ik heb daaromtrent geen enkele vraag gekregen. Ik heb wel zelf die vraag gesteld, maar tot op heden heeft dat overleg nog niet plaatsgevonden.

Opnieuw: ik blijf erbij dat het beter is om dit gezamenlijk te doen met de drie gewesten. Want u weet dat als ik heb gefraudeerd en ik woon in Vlaanderen, ik wel naar een ander keuringscentrum ga. Dan ga ik wel naar Brussel of Wallonië als daar de eisen minder streng zijn. Ik blijf erbij dat dat op hogere schaal dan alleen op Vlaams niveau moet worden geregeld.

Dan kom ik tot datgene wat GOCA ook zegt, en wat ik ook al een paar keer heb proberen te benadrukken: verder onderzoek is nodig. Opnieuw: GOCA geeft zelf aan dat er noodzaak is aan verder onderzoek en concrete afspraken met de autoconstructeurs. Tot op heden is er geen onderzoek gevoerd bij mijn weten, terwijl GOCA nochtans duidelijk, zowel in het onderzoeksrapport als nadien in een memorandum zegt, en ik citeer opnieuw het onderzoeksrapport: “Evenwel, het blijkt dat de voertuigfabrikanten eigen specifieke strategieën hebben ontwikkeld voor de regeneratie van de roetfilter en het sluiten/openen van de EGR-klep. GOCA stelt voor om verder onderzoek te verrichten naar deze strategieën en hun impact op de fijnstofmeting.”

Daarnaast zijn er ook nog enkele praktische vragen voor we die PN-meting succesvol kunnen uitrollen. Daaromtrent heb ik GOCA ook gevraagd om ons daar meer informatie over te bezorgen. Dat zijn praktische vragen en vragen naar het verder uitgebreid onderzoek dat nodig is.

We hebben alleszins meer kennis nodig rond de praktische implementatie en de impact daarvan op de keuringscentra zelf, maar uiteraard ook op de gebruikers, de mensen die zich aanbieden.

Verder is er ook nood aan gehomologeerde toestellen. Ik heb daarstraks gezegd dat tijdens het onderzoek gebruikgemaakt werd van zeven verschillende meettoestellen. Het ene vindt men al beter dan het andere. Maar vandaag de dag kan men niet naar een of andere winkel of fabrikant gaan om te zeggen: lever mij deze toestellen en ik ga die automatisch ter beschikking stellen van de keuringscentra en die automatisch gebruiken. Er is op dit ogenblik geen enkel gehomologeerd toestel.

Het antwoord van GOCA daarop is: de enige die vandaag de dag een dergelijk homologatietraject kan doen, is Zwitserland, het Zwitserse Federale Instituut voor Metrologie (METAS). Zij zouden een homologatie kunnen uitvoeren, maar dat neemt ook x aantal maanden in beslag.

We moeten natuurlijk ook ons wetgevend kader aanpassen, er moeten twee KB’s aangepast worden. Ik denk ook dat voor de aanpassing van die twee KB’s opnieuw overleg met de bevoegde mobiliteitsministers van de andere gewesten nodig is.

Voor een ander item kan ik ook weer verwijzen naar het luchtbeleidsplan alsook naar een aantal dingen die ik gezegd heb. We hebben de periodieke keuring in ons keuringscentrum, waar voertuigen vier jaar nadat ze zijn ingeschreven zich moeten aanmelden. We hebben veel meer voertuigen die op onze Vlaamse wegen rijden. Wat dat betreft, denk ik dat een controlemechanisme langs de weg zeker zo belangrijk is en eigenlijk alle prioriteit moet verdienen, omdat we dan veel meer mensen zouden kunnen traceren, mensen die gesjoemeld hebben, mensen die zich niet hebben moeten aanbieden in een Vlaams keuringscentrum, kortom iedereen die onze Vlaamse wegen gebruikt. Daar wil ik zeker ook gebruik van maken, zoals ook in ons luchtbeleidsplan staat. Ook daarvoor is een overleg met de collega’s toch het best aangewezen.

Op dit ogenblik heeft minister Demir een studie besteld binnen het beleidsdomein Omgeving om te kijken hoe men die controles op de wegen veel beter en efficiënter kan uitvoeren. De resultaten van die studie verwachten we in juni van dit jaar en ik hoop dat we aan de hand van die studie snel kunnen overgaan tot een verder controlemechanisme.

Tot slot blijf ik er ook bij dat diegenen die bewust frauderen, gevat moeten worden. Wat dat betreft, moeten we sowieso kijken naar de bescherming van de consumenten en moeten we naar de federale regelgever kijken om ook daar tot een oplossing te komen. Opnieuw: fraude kan sowieso niet, ik ben tegen gesjoemel en luchtkwaliteit is en blijft voor mij heel belangrijk.

In de media werd dus gesuggereerd of zelfs gezegd dat ik een dossier on hold geplaatst zou hebben. Dit is absoluut niet het geval, en dit wil ik hier met heel duidelijke klem zeggen: ik heb niets stopgezet. Ik heb wel duidelijk gezegd dat er nood is aan de invulling van de randvoorwaarden, aan bijkomend onderzoek en zeker aan overleg met andere collega’s, op Vlaams niveau, maar ook op federaal niveau. Ik blijf het herhalen: onze lucht stopt niet aan de grenzen. Luchtkwaliteit belangt ons allemaal aan, maar is ook wel grensoverschrijdend.

Simultaan met de invulling van de uit te werken elementen, zal ik uiteraard de nodige verdere stappen zetten om dit traject, maar ook het traject van de controle langs de wegen, tot een goed einde te brengen. Dat engagement krijgt u heel duidelijk van mij. Nadien kan er dan ook duidelijkheid komen over de concrete timing. Ik denk dat het dossier nog wel meer dan eens in deze commissie aan bod zal komen. Ik verwacht zo snel mogelijk een antwoord op de brieven die ik geschreven heb naar de verschillende instanties en dan kunnen we snel gezamenlijk werk maken van enerzijds de aanpassing van de wetgeving, de homologatie van meettoestellen, maar vooral van het noodzakelijke extra onderzoek, waarvan iedereen beaamt dat het nodig is.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Uw toon is vandaag heel anders dan die van 30 april en ik ben daar blij mee, voor alle duidelijkheid. Toen hebt u een aantal dingen gezegd die me toch wel heel erg verontrustten. Ook uw tweets toen en na de uitzending op de VRT, spraken boekdelen. U sprak over regelneverij. U wou er niet mee doorgaan. Ik vond dat heel defensief en maakte me daar oprecht heel erg veel zorgen over.

Wat ik ook vaststel, is dat u zegt: ‘iedereen heeft mij verkeerd begrepen’. De journalisten, de coalitiepartners, minister Weyts, de mensen in de andere regio’s, de oppositie, Voka, iedereen heeft u verkeerd begrepen. Ja, als dat echt zo zou zijn, hebt u het misschien niet echt goed uitgelegd of was u misschien niet echt duidelijk in wat u echt wilt. Het is me nog steeds niet duidelijk wat u echt wilt.

U hebt heel lang gezegd waarom het niet kan, of nog niet kan. U zei op het einde wel dat u zich wilt engageren om daar werk van te maken. Hoe ver gaat dat engagement? U zegt dat er bijkomende studies nodig zijn. Wilt u die studies verder ondersteunen?

Minister Weyts is allesbehalve mijn voorbeeld, maar op het vlak van roetfilterfraude heeft hij niet zo lang geleden gecommuniceerd dat in 2020 alle autokeuringscentra, alle 78, uitgerust zouden zijn met die PN-meettoestellen. Heeft hij het dan ook niet begrepen? Heeft hij zich ook vergist? Heeft hij het onderschat? Ik begrijp niet goed dat er zo’n kloof is tussen wat minister Weyts heeft gezegd, nog niet zo lang geleden, en wat u nu zegt.

Nogmaals, in hoeverre wilt u zich engageren om hier werk van te maken? Nogmaals, het gaat niet alleen over de fraudeurs, het gaat ook gewoon over uw auto onderhouden en daar de gevolgen van dragen. Wij controleren toch ook op de ramen van de auto, op de bandenspanning, op de diepte van het profiel en op de motor? Dat is normaal dat we dat controleren. De uitstoot is vandaag de dag bij die precaire luchtkwaliteit bijzonder, bijzonder belangrijk.

U verwijst naar Europa. U hebt uitgelegd waarom dat wel of niet kan. Wij kunnen een rol spelen om van Europa duidelijke antwoorden te krijgen. U wacht op een antwoord, u hebt de vraag gesteld. Ik neem aan dat u Europa wel eens kunt aanporren om duidelijkheid te krijgen.

U verwijst naar bijkomend onderzoek, dat is heel belangrijk. Ik vind ook dat als we ermee starten, het er wel moet staan. We moeten niet starten en dan zeggen dat we ons vergist hebben, of dat het niet oké is, dat we teruggefloten worden. Dat begrijp ik wel. Maar onderzoek wordt soms ook wel ingezet om zaken te vertragen. Ik hoop dat dat hier niet het geval is en dat u echt wilt doorgaan om dit probleem aan te pakken, want het is echt, minister, een groot probleem: zoveel bijkomende doden, COVID-gerelateerd, het doormaken van de ziekte, ik moet het u niet vertellen. Bij ons, in Limburg, valt het op bepaalde plekken dan misschien nog wel mee, maar op heel veel plekken in Vlaanderen is de luchtkwaliteit een heel belangrijk issue dat we echt moeten aanpakken. Ik nodig u uit. Ik zal de eerste zijn om te applaudisseren als u het probleem ook echt aanpakt, samen met uw collega’s.

Hoe actief wilt u hiermee doorzetten? Hoe actief wilt u die bijkomende studies ondersteunen? Hoe concreet is uw engagement en uw voluntarisme om dit probleem echt aan te pakken?

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, werkelijk dank voor uw antwoord. U weet dat wij in het verleden heel dikwijls dezelfde mening hebben gedeeld, maar op dit punt was onze mening toch wel ietwat verschillend. U hebt ook al direct in mijn richting gekeken, omdat ik bepaalde uitspraken in dit dossier heb gedaan. Ik moet u zeggen, ik blijf bij die uitspraken die ik gedaan heb.

Het doet me plezier dat u zegt dat u verkeerd begrepen bent voor een groot gedeelte. Dat doet me plezier, maar aan de andere kant moet het mij toch van het hart dat u een bepaald gedeelte van uw antwoord, een klein gedeelte van uw antwoord, besteedt aan het feit dat u zegt ‘we gaan ermee verder’ maar een groot gedeelte bestaat uit een reden waarom het nog niet kan en nog niet op korte termijn uitgevoerd zal worden.

De eerste relativering die u al aanhaalde, stoorde mij een beetje. U zei dat VAB dat heeft gecontroleerd, op basis van 150 tests. Zo komen zij tot 165.000 voertuigen die op dit ogenblik niet voldoen aan de voorwaarden. De keuringscentra hebben dat ook onderzocht. Terwijl ze in 2016 tot de conclusie kwamen dat 6 procent van de voertuigen niet in orde was, bleek dat in 2019 15 procent te zijn. Die getallen komen dus wel overeen. De ernst van de feiten kan men dus zeker niet minimaliseren.

Over gezondheid ga ik niet met u discussiëren. U bent daarvan op de hoogte. De wettelijkheid en de gelijkheid eisen echter dat iedereen een roetfilter heeft als hij een dieselvoertuig heeft, en dat die filter ook werkt. Ik zeg niet dat u dat niet zegt, maar ik wil dat gewoon benadrukken. Het argument dat ik hier aanhaal, is geen tegengesteld argument. Dat zijn wettelijke voorschriften. Of dat nu per vergissing, door onwetendheid of vrijwillig is, dat doet er niet toe: iedereen moet gelijk zijn voor de wet.

U hebt dan argumenten aangehaald om, wat mij betreft, de zaak wat uit te stellen. Die kunnen me niet overtuigen. U verwees naar Europa. Het is toch wel heel duidelijk dat Europa minimumeisen oplegt, en het is een lidstaat altijd toegestaan om strengere eisen door te voeren. U hoeft met Europa eigenlijk alleen maar rekening te houden wat die minimumeisen betreft. Ik wil u hier dus vragen om verder te gaan. U weet welke richting Europa uitgaat. De toestellen die op dit ogenblik in werking zijn bij de keuringscentra, voldoen ruimschoots aan die voorwaarden, hebben hogere normen, en die kunnen op dit ogenblik dus wel worden gebruikt. U zult daarover niet in aanvaring komen met Europa.

U verwees naar de andere gewesten. Minister, sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen zelf bevoegd voor het invoeren van deze roetfiltertesten. Het is misschien wel wenselijk dat het in harmonie is met andere regio’s, maar die andere regio’s hebben ook onmiddellijk gereageerd op uw uitspraken en gezegd daarmee te willen doorgaan. U moet de wetgeving daaromtrent nog niet onmiddellijk afstemmen. U kunt ambitie tonen in dezen. U zegt dat er op onze wegen ook andere voertuigen rijden. Dat zal ook wel zo zijn. Er zullen hier Roemeense en Bulgaarse voertuigen komen. Hier zullen zelfs voertuigen komen uit Groot-Brittannië, dat geen deel meer is van de EU. We kunnen toch moeilijk beslissen om onze eigen voertuigen daar niet op te controleren zolang hier voertuigen van andere afkomst rijden.

Minister, u verwees naar de studie, maar die is wat mij betreft wél eenduidig. Men heeft zelfs al concrete aanbevelingen gedaan om de tests te implementeren in de wetgeving. De studie zegt inderdaad dat er nog bijkomend onderzoek moet komen inzake bijkomende fraude. De fraude kan immers ook elektronisch gebeuren, naast de mechanische fraude die er kan zijn doordat men de roetfilter eruit haalt of defect maakt. De studie wijst erop dat we zullen moeten oppassen, aangezien de autofabrikanten bijzondere tests voor zichzelf hebben ontwikkeld om die controle te ontwijken. Dat neemt echter niet weg dat voor een groot gedeelte de toestellen al bruikbaar zijn.

Minister, het is inderdaad zo dat u het traject niet hebt stopgezet, zoals u vandaag zegt, maar het moet me toch van het hart dat ik een gebrek aan ambitie hieromtrent merk. Ik hoor niet graag redenen waarom iets niet doorgaat. Ik hoor liever redenen waarom iets wél moet gebeuren, en zo snel mogelijk. Daarom zou ik u ook willen vragen om die ambitie aan de dag te leggen en een concreet tijdspad te geven, net zoals de studie dat al in januari 2019 vroeg. Nu is het anderhalf jaar later. Hebt u aan uw administratie al de opdracht gegeven om een concreet tijdspad vast te leggen, en wanneer mogen we dat tijdspad van u verwachten?

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, de toon in uw antwoord is inderdaad anders dan de afgelopen week in de media. Maar ik moet mij toch aansluiten bij collega Lantmeeters. Ik ben niet helemaal gerustgesteld. De toon van uw antwoord is aangepast, maar de inhoud is wat mij en mijn fractie betreft nog niet geruststellend.

Ik hoor u zeggen dat u niets hebt stopgezet. Zoals ik het heb begrepen en begrijp, zeggen de keuringscentra dat alles klaarstaat om te starten en dat u enkel nog het regelgevend kader moet creëren. U hebt gezegd, zoals wij vernemen in de media, dat u dat regelgevend kader niet gaat uitwerken omdat u dat regelneverij vindt en omdat u de mensen die te goeder trouw zijn niet wilt koeioneren, als ik dat woord zo mag gebruiken. Maar, minister, als u de regelgeving niet uitwerkt, zet u natuurlijk wel degelijk de facto het dossier stop.

We horen u hier voor meer duidelijkheid verwijzen naar bijkomend onderzoek van Europa. Maar van het regelgevend kader kan sowieso al werk worden gemaakt. Dat moet alleszins gebeuren.

Ik hoor u eigenlijk zeggen dat u niet zozeer wilt focussen op de controle in de autokeuringscentra, dat u dat wilt verleggen naar controlemechanismen langs de weg. Heb ik dat goed begrepen? Ik zie niet in waarom het ene het andere zou uitsluiten. En-en lijkt mij in dezen absoluut wenselijk. Er is een groot verschil. De keuring is er weliswaar pas na vier jaar, maar daar moet iedereen jaarlijks passeren. Controle langs de weg kan aanvullend zijn, zoveel te beter, maar ik denk niet dat u daardoor het gedeelte van de autokeuring niet zou moeten uitvoeren.

Collega Lantmeeters heeft ook nog eens de cijfers aangehaald, en die komen niet van milieuverenigingen maar van automobilistenverenigingen. 165.000 wagens zouden evenveel vervuilen als 746 miljoen dieselwagens, gewoon omdat ze niet voldoen aan de regelgeving. Dat is hallucinant. Ik heb inderdaad ook de indruk, minister, dat u die cijfers zojuist probeerde te minimaliseren of het onderzoek probeerde in twijfel te trekken. Als die wagens doordat ze niet voldoen aan de regelgeving duizend keer meer fijnstof uitstoten, dan is iedere wagen die onterecht in het verkeer rijdt er een te veel en dan moeten wij daar werk van maken.

Het is niet nodig te wachten op Europa. Ik deel daar volledig de mening van collega Lantmeeters. Via de media vernemen we alleszins dat de andere gewesten, Brussel en Wallonië, dat ook niet van plan zijn. Ik wil u expliciet vragen om hier het voortouw te nemen en niet te wachten op Europa, en er zeker niet voor te zorgen dat er in Vlaanderen zal worden geshopt wanneer dit in Brusselse en Waalse keuringscentra wel ingevoerd zou worden. Of omgekeerd – en daar hebt u zeker gelijk, dat gaat in twee richtingen.

Tot slot wil ik het nog eens over die regelneverij hebben. U zegt dat frauderen absoluut verwerpelijk is. Dan moeten we misschien maar eens een oproep doen om te bekijken of daar meer controle op mogelijk is. U zegt dat het misschien mensen zijn die een tweedehandse auto hebben gekocht waaruit de roetfilter al verwijderd was, en die dat niet weten. Dat zal zeker ook zo zijn. Maar dat is toch een reden te meer om ervoor te zorgen dat die auto’s uit het verkeer worden gehaald? Dat is toch geen argument om daar geen werk van te maken? De autokeuring is daar het perfect geschikte instrument voor.

Wij gaan er ook van uit dat de meeste mensen niet moedwillig een roetfilter verwijderen of stukmaken. Maar wij gaan er eveneens van uit dat de meeste mensen zich bewust houden aan de maximumsnelheid en dat ze niet drinken wanneer ze achter het stuur kruipen. Gaan we dat dan ook niet meer controleren? Ik denk het niet, minister.

Het gaat hier over luchtkwaliteit en over onze volksgezondheid. En wat dat betreft betekenen hogere normen dan de Europese minimumnormen wat ons betreft geen regelneverij, maar wel verantwoordelijkheid en verantwoordelijk bestuur. Wij moeten er als overheid voor zorgen dat wij de middelen hebben om de naleving van de regels te controleren. Ik wil er heel erg op aandringen om daar spoedig werk van te maken en dat niet op de lange baan te schuiven. Ik wil van u wat meer duidelijkheid over welke timing u daarvoor ziet.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u hier vandaag in heel duidelijke bewoordingen hebt gezegd dat u niets on hold hebt gezet. Dat is betere communicatie dan verleden week. Ik laat even in het midden hoe die tot stand gekomen is, dat zal zijn redenen wel hebben. Het heeft ook weinig zin om daarbij stil te blijven staan. Maar de toon in de algemene communicatie vorige week was alleszins niet goed. Die toon stelde de fraudeurs een stuk gerust, want er komt in de toekomst niks, en degenen die het spel wel eerlijk spelen, werden daardoor opgezadeld met een bedrogen gevoel: zij hebben betaald voor een roetfilter en eigenlijk was die niet nodig, ze hebben dus teveel betaald. Ik ben blij dat u hier heel duidelijk zegt dat u niks on hold hebt gezet.

Ik heb u vier dingen horen zeggen waar ik even kort mijn bedenkingen bij wil geven. U zegt dat we vandaag niet klaar zijn om die ambitie te halen, er is bijkomend onderzoek nodig. Uw voorganger is op dat vlak dus wat voluntaristisch geweest of er zijn bijkomende technische bezwaren opgedoken. Ik ben niet genoeg technisch onderlegd om dat in kaart te kunnen brengen. Maar goed, ik neem er akte van dat er bijkomend onderzoek nodig is. Als we metingen hebben, moeten dat goede metingen zijn, daarover zijn wij het met u eens. Dat er overlegd wordt met de gewesten, lijkt ons ook de evidentie zelf. Wij dachten dat daarover een akkoord was gesloten tussen de gewesten. Wij gaan er ook van uit dat elk gewest in dat verhaal meegaat, want anders ga je die shopping krijgen van het ene gewest naar het andere voor de keuring en daar zit niemand op te wachten.

Minister, ik denk dat we inderdaad niet moeten wachten op Europa, als ik zie dat men vandaag in Nederland al met de wetgeving bezig is, in twee fasen. De eerste wetgeving is daar al van kracht, wetgeving die de deeltjesteller wettelijk maakt. Er komt een tweede fase en dat is, simpel gezegd, wetgeving die zal opleggen dat die deeltjesteller verplicht wordt op de autokeuring. Die zal er dus moeten komen, want op dat moment moet men inderdaad die metingen ter beschikking hebben. Ik begrijp dat daar in Nederland ook wat vertraging op zit. Maar dat mag ons niet doen zeggen dat we gaan wachten op Europa want we hebben die roetfilter wettelijk verplicht. En wat hebben we aan wetgeving als we morgen zeggen dat we die wetgeving niet handhaven en niet controleren? Dan komen we in een maatschappij waar degene die te goeder trouw handelt, daar zijn geld aan kwijt is en benadeeld wordt tegenover degene die te kwader trouw de lucht blijft bezoedelen.

Dan kom ik op mijn laatste punt en daar ben ik zelf ook gevoelig voor. U zegt dat we moeten opletten met de consument te viseren. Ik denk dat dat nu precies de reden is om duidelijk werk te maken van het juist kunnen controleren van de roetfilter. Ik denk dat je er toch van uit kunt gaan dat als je een nieuwe wagen koopt, daar een correcte en goed werkende filter in zit. Maar u zegt het terecht: het probleem zit bij iemand die een auto gekocht heeft die zonder dat hij het weet een defecte roetfilter heeft. Daarom precies moet die tweedehandswagen gekeurd worden voor die verkocht wordt, om de consument te beschermen die misschien niet ziet dat die banden niet meer oké zijn of dat er andere gebreken zijn. Als wij kunnen zorgen dat er juist kan worden gemeten op de autokeuring, dan zal de consument niet worden geviseerd maar zal die worden beschermd tegen de fraude van de verkoper die een auto wil verkopen waarvan de roetfilter defect is. Dat is precies een reden te meer om hiermee verder te gaan. Nogmaals, minister, met alle begrip, als er onderzoek gedaan moet worden, dan moet het gedaan worden en als er overlegd moet worden, moet dat ook gebeuren. Maar ik had graag van u toch een tijdspad vernomen naar het moment waarop die meting er moet zijn.

Op die manier zullen we het tij keren. Op die manier zal de fraudeur ongerust worden omdat hij weet dat dit kan worden gecontroleerd. De consument die te goeder trouw handelt, zal ook gerust kunnen zijn. Als hij zich een tweedehandswagen aanschaft, zal het een tweedehandswagen met een correct werkende roetfilter zijn. Als hij geld in een roetfilter heeft geïnvesteerd, zal dat ook voor iedereen gelden.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Danen, ik zal niet alles herhalen wat ik daarstraks heb gezegd. U bent allicht al blij met de verduidelijking. Indien iemand verkeerd is begrepen, neemt hij de telefoon en probeert hij dat recht te zetten. Dat is niet gelukt. Alle andere journalisten die hierover hebben geschreven, hebben me niet gecontacteerd en gaan gewoon voort op de quote dat ik iets heb stopgezet. Wat dat betreft, denk ik dat ik al vrij duidelijk ben geweest.

U hebt, samen met andere sprekers, gevraagd hoe het dan zit met de uitspraken van minister Weyts uit januari 2019. Ik denk helemaal niet dat die uitspraken tegengesteld zijn. In januari 2019 heeft minister Weyts gezegd dat hij de roetfilterfraude wilde aanpakken. Ik heb het persbericht niet bij me, maar volgens mij heeft hij dat duidelijk gezegd. Ik heb altijd duidelijk gezegd dat de luchtkwaliteit voor alles en iedereen heel belangrijk is en blijft. Indien de emissies niet zijn zoals het hoort, moet dat worden aangepakt. Of het nu om dieselwagens, benzinewagens, vrachtwagens of welke toestellen dan ook gaat, dat moet op de eerste plaats worden aangepakt. Als we dan kijken naar de aanpak van de roetfilterfraude, denk ik opnieuw dat dit bewijst dat minister Weyts en ikzelf op dezelfde golflengte zitten. In het luchtbeleidsplan dat in oktober en november 2019 is opgesteld, hebben we wel degelijk gesteld dat roetfilterfraude moet worden aangepakt en dat we hiervoor, voor alle duidelijkheid, globaal moeten inzetten op controles langs de wegen en op de aanpassing van de periodieke technische keuring voor benzine- en dieselwagens. In het luchtbeleidsplan staat heel duidelijk dat een samenwerking tussen alle actoren noodzakelijk is.

Ik denk dat ik de woorden van een aantal sprekers kan samenvatten als een vraag om meer duidelijkheid over het tijdspad. Ik zou een gebrek aan ambitie hebben en het is niet nodig op de EU te wachten. Ik zal met dat laatste punt beginnen.

Ik zeg niet dat we moeten wachten tot de Europese richtlijn volledig is aangepast, maar ik wil wel duidelijkheid over het gebruik van een ander meettoestel dan wat de EU nu verplicht. Sommigen noemen dat minimumeisen, maar ik lees dat niet zo. In die Europese richtlijn lees ik dat een visuele controle nodig is en dat er ook opaciteitstesten zijn. Het is mogelijk een gelijkwaardige meting uit te voeren indien dit een technologische vernieuwing inhoudt en indien die meting minstens evenwaardig is aan de metingen van de PN-meettoestellen die GOCA in het kader van een studie in 2017 en 2018 heeft aangekocht.

Ik weet dat nu niet en in de omliggende landen weten ze het ook niet. Als we weer naar Nederland kijken, zien we dat er daar een vertraging is. Nederland heeft initieel aangekondigd dat in 2020 te willen uitrollen. We hebben contact opgenomen met de Nederlandse overheid, maar ze denken daar ondertussen dat de vroegst mogelijke invoeringsdatum januari 2022 is. Dat is wat ik in Nederland heb vernomen.

Ook daar kiest men op dit ogenblik voor de boordcomputercontrole, omdat men daarvan wel zeker is dat dat kan. Want die mogelijkheid is ook opgenomen in de Europese richtlijnen. Wachten op Europa is dus niet nodig? Ik nuanceer dat graag. Ik zeg niet dat ik wacht op een aanpassing van de Europese richtlijn. Ik zou wel graag van Europa weten of ik een PN-meettoestel kan gebruiken in de plaats van de bestaande opaciteitstesten. Zo niet, zal elke burger die zich straks aanmeldt bij een keuringscentrum mogen betalen voor de twee testen. Want de aankoop van de meettoestellen heeft GOCA in februari-maart geraamd op 1,8 miljoen euro. Wel, ik neem aan dat de keuringscentra de prijs zullen doorrekenen aan de klanten. Ik denk niet dat zij dat allemaal vrijwillig gaan doen. Iedereen die zich dan met een wagen aanmeldt, zal de twee testen moeten doen, en zal ervoor mogen betalen. Daar ga ik van uit. Maar daaromtrent hebben we bijkomende uitleg gevraagd. Ik heb de vraag dus aan Europa gesteld of we daar verduidelijking rond kunnen krijgen.

Wat de timing betreft: ik heb die uiteengezet en we moeten daar inderdaad rekening houden met een doorlooptijd van om en bij een jaar. Dat is wat GOCA zelf zegt, en wat ook de administratie zegt. Wat dat betreft denk ik opnieuw dat we beginnen met het overleg met de collega’s in het Vlaamse en het Waalse Gewest, want dat hoppen naar een ander keuringscentrum lijkt mij niet aangewezen.

U hebt opnieuw mijn engagement dat ik daar zeker initiatief in wil nemen. Tot op heden heb ik van de twee collega’s van het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geen reactie gekregen. Ik denk ook niet dat zij al een wetgevend initiatief hebben genomen. Dan zouden ze dat minstens ook voor overleg aan ons hebben overgemaakt. Dus ik vermoed dat dat op heden niet is gebeurd, maar ik wil daar zeker de lead in nemen.

Te weinig ambitie? Ik denk opnieuw dat, als we echt willen gaan voor luchtkwaliteit en de controles van emissies, ik het liefst alle mogelijke voertuigen wil controleren. Ik hecht dan heel veel belang en geloof aan controles op de weg, omdat men dan veel meer wagens kan laten controleren, niet alleen de Vlaamse wagens of de wagens die zich na vier jaar in een keuringscentrum moeten aanmelden. Ik verwijs dan naar de trafiek op onze Vlaamse wegen, waar heel veel buitenlandse personenwagens maar ook vrachtwagens rondrijden, die op dit moment niet zullen worden geviseerd door een PN-meettoestel in elk keuringscentrum. Maar opnieuw: het is een en-en-enverhaal. U hebt mijn engagement dat ik daar zeker aan zal werken.

De studie rond de controle op de wegen verwachten we in juni 2020 te krijgen. Ik hoop dat we dan zo snel mogelijk kunnen starten met de uitrol. Ik hoop dat daarmee mijn engagement en mijn ambitie voldoende duidelijk is getoond. Tot slot benadruk ik dat luchtkwaliteit heel belangrijk is en blijft. En iedereen die daar moedwillig mee fraudeert, moet in eerste instantie ook geviseerd worden, vind ik. Het gaat dan over bepaalde instellingen die zeker op dit moment al reclame maken en zeggen dat ze je roetfilter verwijderen en je wagen sneller laten optrekken. Opnieuw: het is een en-en-enverhaal. Luchtkwaliteit is superbelangrijk. Het stopt niet aan de grenzen. Maar ik wil zeker het initiatief nemen om zowel het wetgevend kader inzake controle langs de wegen als inzake keuringscentra aan te pakken.

De heer Danen heeft het woord.

Ik dank u voor de antwoorden, en ik dank de collega’s die zich aangesloten hebben.

Ik moet zeggen dat roetfilterfraude of defecten aan roetfilters ook te maken heeft met consumentenbescherming en volksgezondheid. Collega Ceyssens verwees er al naar. Consumentenbescherming is ook erg belangrijk, omdat een relatief recente auto inderdaad geen problemen zal hebben met een roetfilter. Maar als je die na een aantal jaren verkoopt en iemand neemt die wagen over, dan krijg je een probleem. Je moet dan naar de keuring, en dan wordt dat probleem vastgesteld. Dan voel je je wel te grazen genomen natuurlijk. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarom is het belangrijk dat er een goede keuring is met sluitende systemen.

Maar u zegt dan dat u niet weet of die toestellen werken, en dat er verschillende problemen mee zijn, minister. Ik stel nochtans vast dat GOCA vorige week heeft gecommuniceerd dat die toestellen klaar staan om te starten. Ik vraag mij af waarom ze dat dan zeggen. Liegen ze dan? Weten ze zelf niet waarover het gaat of hebben ze het niet goed begrepen? Ik stel gewoon vast dat ze dat gecommuniceerd hebben.

En ik stel ook vast dat de testen met die PN-toestellen eigenlijk werkten. Een aantal diesels met een defecte roetfilter werden daarmee getest en die werden gedetecteerd. Dus wie moet ik geloven? Ik zou graag iedereen willen geloven, maar als ik dat doe, zit ik zelf met een knoop in mijn hoofd.

Ik vraag dus om daar toch duidelijkheid rond te scheppen. Ik zal mijn interpellatie ook laten volgen door een motie, maar ik ga zeker ook nog een aantal schriftelijke vragen stellen om daar duidelijkheid rond te krijgen.

Volksgezondheid is ook heel belangrijk natuurlijk. U zegt dat die toestellen zo veel kosten, dat is natuurlijk allemaal wel waar. De keuring kost ook wel wat, dat klopt allemaal. Maar de verloren levensjaren als gevolg van fijnstof kosten natuurlijk ook heel veel, niet alleen in centen, maar ook in kwaliteit van leven en in miserie. Ook daar moeten we rekening mee houden.

U bent een paar weken geleden dan begonnen met een heel licht engagement, of zelfs met het idee dat u er niet mee door zou gaan. Op het einde hebt u gezegd dat u uw engagement toch in de verf wilde zetten. Ik hoop dat u dat ook echt zult doen en dat u er ook voor zult zorgen dat iedereen u goed begrijpt, en dat u ook in Europa zult aandringen om hier bijkomend op in te zetten, want zowel op het vlak van consumentenbescherming als op het vlak van volksgezondheid verdienen wij beter dan wat nu het geval is.

Mijnheer Danen, de motie moet u indienen voor maandag om 17 uur.

De interpellatie is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.