U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

De Voetbalbond zegt dat hij zich goed bewust is van de toegenomen discriminatie en homohaat in het voetbal. Dat blijkt uit zijn initiatief om een onderzoek te bestellen bij de VUB om dit in kaart te brengen. Student Robin Cnops heeft dat onderzoek uitgevoerd. Op 17 mei, de Internationale Dag tegen Homo- en Transfobie, werden de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd.

Het is heel positief dat de Voetbalbond dit onderzoek doet. Maar als we naar de resultaten kijken, vrees ik dat we minder positief kunnen zijn. De cijfers zijn immers heel verontrustend. Zo ervaart 45 procent van de ondervraagde refs een toename van racisme, seksisme en homohaat en geeft 16,8 procent aan dat ze geconfronteerd worden met homofobie. Dat zou vaker voorkomen in de nationale amateurreeksen dan in het profvoetbal. Een kwart van de ondervraagden ziet fans als aanstokers, maar – en dat is verontrustend – 13,8 procent wijst daarvoor naar de spelers.

Dit onderzoek is niet het eerste initiatief dat de Voetbalbond neemt. Maar het toont wel aan dat hij hier veel belang aan hecht. De Voetbalbond heeft regelmatig overleg met alle koepels, er is de jaarlijkse campagne Football For All en de internationale conferentie rond lgbtqi+-acceptatie die hij dit jaar zal hosten. Het bondsreglement is ook aangepast om sneller in te grijpen in geval van discriminatie. Dat zijn allemaal positieve initiatieven.

Als we dit onderzoek leggen naast eerder onderzoek van het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES) naar heteronormativiteit en genderongelijkheid, kunnen we daaruit een aantal tegenstrijdige conclusies trekken. Uit een verkennende analyse van ICES bleek dat er sinds enkele decennia een positieve evolutie merkbaar is, maar dat er tegelijkertijd nog geen volledige gendergelijkheid en inclusie van de diversiteit aan seksuele identiteiten in de sport is.

We hebben het in deze commissie al gehad over dat onderzoek van ICES. Het was de eerste vraag aan u als minister van Sport in deze commissie, bij de aanvang van deze legislatuur. Het ging om gekoppelde vragen om uitleg van collega Annouri en mezelf over dit thema. Als antwoord op de vragen over het onderzoek en de aanbevelingen van ICES hebt u het belang dat u wilde hechten aan ethiek in de sport bevestigd. Zo benadrukte u ten eerste de integriteit in de sport, zowel op fysiek, psychologisch als seksueel vlak, ten tweede de fair play en ten derde de sociale integriteit, waarbij het gaat om diversiteit, solidariteit en inclusie.

Minister, naar aanleiding van dit nieuwe onderzoek van de Voetbalbond, meer specifiek gericht op discriminatie en homohaat, stel ik u graag een aantal vragen.

Welke conclusies trekt u uit het onderzoek in opdracht van de Voetbalbond? Welke acties onderneemt u momenteel en plant u nog te ondernemen om racisme, discriminatie en homohaat binnen het voetbal, en bij uitbreiding andere sporten, weg te werken? Welke beleidsinitiatieven plant u nog om de algemene passage rond ethiek in de sport die u in uw beleidsnota hebt opgenomen, concreet te maken?

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, een op de zes scheidsrechters in ons land zegt dat hij de voorbije twee voetbalseizoenen het slachtoffer is geworden van homohaat. Dat zeggen ze niet alleen, dat blijkt ook uit een onderzoek van de Belgische Voetbalbond. Volgens de scheidsrechters zijn het vooral de voetbalfans die hen tijdens de wedstrijden uitschelden. De Voetbalbond belooft intussen extra inspanningen. Naast een educatief luik is er een handleiding uitgeschreven om discriminatie en homofoob gedrag repressief aan te pakken.

Minister, wat houdt dat repressieve luik juist in? Wanneer zal deze handleiding in de praktijk worden gebracht door clubs zelf?

Zal het educatieve luik een duwtje in de rug krijgen, bijvoorbeeld via een campagne tegen homofobie in de sport? Ter inspiratie denk ik bijvoorbeeld aan de zeer succesvolle onlinecampagne die spontaan ontstaan is vanuit de sportwereld 'Same sport, different sexuality'. Ik denk dat we vanuit Vlaanderen een tandje bij kunnen steken op dat vlak en eventueel een of andere campagne zouden kunnen bedenken en uitwerken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Collega’s, homofobie en discriminatie komen tot mijn en ons aller spijt regelmatig aan bod in deze commissie. U kent mijn visie: die zaken betreffen een maatschappelijk probleem en zijn dus niet per se eigen of inherent aan sport. Vanzelfsprekend manifesteren die maatschappelijke fenomenen zich ook in de sport, waar vele Vlamingen elkaar treffen.

Het feit dat hier vandaag, naar aanleiding van de eigen berichtgeving door de voetbalsector, opnieuw vragen om uitleg over worden gesteld, toont alleen maar aan dat de sector hieraan werkt. Er is een grote openheid. De sector durft naar zichzelf te kijken en durft zichzelf een spiegel voor te houden. De problemen worden niet langer gewoon weggewuifd of verdonkeremaand.

Er zijn verschillende initiatieven die we absoluut stimuleren. Voetbal Vlaanderen werkt momenteel aan een nieuw beleidsplan voor de periode 2021-2024, ik citeer: “om het toekomstig voetballandschap verder vorm te geven en te verbeteren, ook op het vlak van racisme en discriminaties”. Verschillende stakeholders over alle voetbaldisciplines heen, met inbegrip van veldvoetbal en indoor voetbal, zijn bevraagd. Om dat beleidsplan te stofferen en om gericht actie te kunnen ondernemen, start Voetbal Vlaanderen, in samenwerking met de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB), de KU Leuven en de Association des Clubs Francophones de Football (ACFF), in juni 2020 een grootschalig onderzoek naar discriminatie in het jeugdvoetbal. Ik denk dat dit, specifiek voor de voetbalsector, al een eerste uitstekend initiatief is.

Ik zal niet opnieuw refereren aan wat de KBVB onderneemt en wat in het sportbeleid wordt ondernomen. Daar ben ik naar aanleiding van vroegere vragen om uitleg en schriftelijke vragen al uitvoerig op ingegaan.

Mevrouw Lambrecht, u hebt in uw vraag om uitleg gerefereerd aan een handleiding van de KBVB. Ik veronderstel dat u refereerde aan de handleiding in verband met discriminerende spreekkoren en uitlatingen die de Pro League vorig najaar heeft voorgesteld. Dat is een instrument voor heel de voetbalwereld om sensibiliserend, preventief en repressief te kunnen optreden.

Ik heb al stilgestaan bij het meldingskanaal, maar ook bij wat met behulp van het scheidsrechterverslag en het reglement van de KBVB kan gebeuren. Ik heb toen gewezen op de verantwoordelijkheid van de sector en op het feit dat de politiek zich niet moet inlaten met de vraag wanneer een wedstrijd moet worden stilgelegd. Dat is echt een appreciatiebevoegdheid van de scheidsrechter.

Ik stimuleer de sportfederaties om verdere initiatieven te nemen. Een nieuwe positieve evolutie ter zake is dat Voetbal Vlaanderen, de ACFF, de Pro League en de KBVB jaarlijks de campagne ‘Football For All’ lanceren. Dat is een campagne die de diversiteit in het voetbal wil onderstrepen. Vroeger was dat een speeldag, maar nu is dat een volledige maand. Tijdens die regenboogmaand willen de voetbalorganisaties extra benadrukken dat ze tegen discriminatie en racisme zijn. Voetbal moet uiteraard overal en voor iedereen toegankelijk zijn, maar in plaats van een speeldag is daar nu een hele maand aandacht voor.

In de verkennende analyse van genderongelijkheid en heteronormativiteit van ICES wordt vermeld dat er sinds enkele decennia een positieve evolutie merkbaar is. Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie wordt jaarlijks de Rainbow Index bekendgemaakt. België staat op de tweede plaats van 49 Europese landen. De evolutie is niet al te slecht, maar vraagt natuurlijk een brede maatschappelijke aanpak en dat zeker en vast ook in de sport.

Wat voetbal betreft, zien we dat Voetbal Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid neemt. Wat ethiek in de sport betreft, zie ik twee invalshoeken. Dat geldt ook voor de komende beleidsperiode van ICES. In de eerste plaats blijft dat integriteit. Vanaf 2021 moeten de gesubsidieerde sportfederaties als subsidievoorwaarde een integriteitsbeleid voeren. Naast op integriteit, zal ICES ook inzetten op fair play, met als doel een kader aan te bieden dat de sportsector op het vlak van normen en waarden kan ondersteunen.

Op het vlak van gelijke kansen en diversiteit weet u dat ik inzet op de verbindende kracht van sport. Er werd ook een beleidsnetwerk ‘Inclusie in en door de sport’ geïnstalleerd om de praktijk en het beleid daarrond concreet te kunnen voeden. We bekijken ook hoe we in de toekomst een beter kader kunnen creëren om te werken rond diversiteit en gelijke kansen in de sport, waarbij er dan natuurlijk ook aandacht moet zijn voor gendergelijkheid en meer vrouwen in de sport.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. U haalt aan dat dit spijtig genoeg geregeld terugkomt in deze commissie en dat dat is omdat dit een veel breder maatschappelijk probleem is. Dat klopt zeker, maar ik denk dat sport net een enorm belangrijk domein kan zijn om een breder maatschappelijk probleem aan te kaarten. Er zijn weinig initiatieven, weinig events en weinig zaken die zoveel mensen bijeen kunnen brengen en zoveel mensen kunnen verbinden als sport. Als u via dat beleidsdomein mee een oplossing kunt bieden aan die homofobie, die nog altijd aanwezig is in de samenleving, moet u dat zeker doen.

Ik ken inderdaad uw visie. U hebt die ook uiteengezet bij de eerste vraag die we hier in de commissie gesteld hebben, zij het heel summier. Maar ik wil niet alleen maar uw visie kennen, ik wil ook uw daden en uw beleidsdaden kennen. U verwees bij die eerste vraag naar uw beleidsnota. Ik had toen geen voldoende antwoord gekregen op mijn vraag, maar het was de eerste vraag in de commissie en u was nieuw als minister van Sport, en dus keek ik uit naar de beleidsnota. Maar ik moet zeggen dat in die beleidsnota, behalve in een algemene, heel korte passage, maar heel weinig werd ingegaan op dit specifieke probleem. Vandaar dat ik nu opnieuw wilde informeren naar wat u verder concreet zult doen.

U hebt in uw antwoord wel een aantal interessante zaken aangereikt. Het onderzoek dat gebeurt binnen het jeugdvoetbal, kan een belangrijke aanzet zijn, om daar vervolgens ook acties aan te koppelen. Daarvoor kijk ik dan ook wel opnieuw naar u. Ik ben inderdaad op de hoogte van de integriteitsvoorwaarden voor de sportclubs en de federaties. Dat is zeker een goede zaak. U verwees ook naar het Europese ALL IN-project, waar Sport Vlaanderen aan deelnam. Eind november heeft er ook nog een kennisdag plaatsgevonden, ‘Sporten en het brein’, waar onder andere heteronormativiteit, homohaat en discriminatie aan bod zijn gekomen. Hebt u daaruit zaken kunnen meenemen? Zult u van daaruit nog specifieke tools aanreiken aan de federaties, die toch een heel belangrijke partner zijn? Kunt u daar eventueel nog wat meer toelichting bij geven?

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, het zal u niet verbazen dat ik ontgoocheld ben in het antwoord. We hebben u hier inderdaad al een paar keer aangesproken op gedrag dat niet door de beugel kan. Nu ook: een op de zes scheidsrechters zegt geregeld slachtoffer te zijn van homohaat. En dan blijft u zeggen dat dat een maatschappelijk fenomeen is en dat het niet inherent is aan de sport. Maar we zitten hier wel in de commissie Sport, en via die commissie kunnen wij wel veel in beweging zetten, als anderen het niet doen. Als ik in de commissie Jeugd zou zitten en het zou jeugd betreffen, zou ik daar even hard voor gaan.

Wij zullen daar dus vragen over blijven stellen, tot u misschien met iets anders komt dan telkens het verhaal van ‘die federatie doet dit, die heeft dat gedaan, er gebeurt zoveel’. Het ergste vind ik dat u vandaag durft te zeggen dat wij op plaats twee staan op een of andere hitparade op het vlak van non-discriminatie. We staan op plaats twee. Maar een op de zes scheidsrechters, dat is echt veel. Het is niet een op zestig. Een op de zes scheidsrechters zegt het slachtoffer te zijn van homofoob gedrag. En dan zegt u dat de politiek zich niet moet inlaten met bijvoorbeeld het stilleggen van de wedstrijd bij wangedrag. De reden waarom ik en vele anderen in de politiek zijn gegaan, is net om ons daar wel mee in te laten. Het kan toch niet, als we zien dat fundamentele rechten en vrijheden flagrant worden geschonden, dat wij zeggen: ‘Dat is niet voor ons, we gaan geen signaal geven, er komen signalen genoeg van andere kanten en wij zijn nummer twee op een of andere hitparade.’

Ik zal het blijven aanklagen, ik zal blijven vragen stellen. En ik niet alleen, ik zie dat andere collega's het ook doen. We kunnen maar blijven zeggen dat een campagne vanuit uw departement, vanuit Sport Vlaanderen, een campagne tegen elke vorm van homohaat en discriminatie, zeer op zijn plaats zou zijn. Het zou een mooi signaal zijn van de ethiek waar wij voor staan. We blijven het herhalen: sport is goed voor de gezondheid, maar brengt ook mensen samen. Sport is een bindmiddel om te komen tot een maatschappij waarin het goed is om te leven. Als er zaken zijn binnen die sport, zoals die vreselijke homohaat, dan moeten wij daar toch fel tegen fulmineren. U kunt dat, minister, u hebt een voorbeeldfunctie. Als ik praat, dan luisteren er weinig mensen, maar als u praat, dan luisteren er al meer. Ik vraag dus met aandrang om sterker uw stem te verheffen en een campagne op te zetten.

De heer Annouri heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de terechte vraag van de collega's. Het is een oud probleem. Het is de vorige legislatuur al vaak aangehaald, en zelfs deze legislatuur. Het is iets dat vaak terugkomt en het zal niet vanzelf weggaan, inderdaad mede omdat sport een verlenging is van de maatschappij en die problematieken ook daar voorkomen. Je merkt wel dat er de afgelopen jaren veel goodwill is vanuit de ‘voetballerij’ om daar iets tegen te doen. Herinner u de regenboogkleurige voetbalveters die clubs uit eerste klasse hebben gedragen om aan te tonen dat ze absoluut tegen holebihaat zijn en een positief statement wilden geven. Maar te vaak is in het verleden gebleken dat het goede initiatieven zijn maar dat het niets structureels is. Ik denk dat iedereen in deze commissie het ermee eens zal zijn dat we moeten proberen om daar een extra laag bij te zetten om het structureel aan te pakken. Sommige pistes zijn in het verleden al aangereikt, bijvoorbeeld ervoor zorgen dat de bestuurskamers in allerlei sportclubs, van beneden tot en met boven, diverser zijn, een betere man-vrouwverhouding hebben, meer holebidiversiteit en andere vormen van diversiteit hebben. Experten hebben al aangegeven dat op die manier de problematieken meer bespreekbaar zijn en op een coherentere manier zullen worden aangepakt, van de laagste tot de hoogste regionen. Campagnes zullen helpen. Of ze nu vanuit de overheid komen of gestructureerd vanuit de clubs, dat doet er voor mij niet toe.

Het cliché zegt dat zien sporten ook doet sporten omdat topsporters een voorbeeldfunctie hebben. Ik ben er ook van overtuigd dat wanneer we op een structurele manier die topsporters heel uitdrukkelijk dat pleidooi horen houden tegen alle vormen van haat tegen de tolerantie, dat ook een effect en een impact zal hebben. We kunnen ook methodes ontwikkelen om vanuit het jeugdvoetbal het gesprek aan te gaan met jongeren zodat ze weten dat het absoluut niet oké is en leren hoe ze elkaar daarop kunnen aanspreken en dat er, los van de sportieve waarden, ook belangrijke maatschappelijke waarden zijn.

Er zijn heel wat elementen die effectief kunnen worden uitgerold. Het zou goed zijn dat we met de partners en met de goodwill die er nu is, effectief stappen vooruit zetten in de problematiek die er vandaag is, waar we het vorige legislatuur ook over hebben gehad en die ongetwijfeld volgende legislatuur opnieuw zal voorkomen.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, dank u wel. Collega's, het onderwerp dat aangesneden is, is een ernstig onderwerp. Ik zou toch willen waarschuwen om de minister en het beleid niet af te rekenen op resultaatsverbintenissen, maar op engagementsverbintenissen. Ik verklaar mij nader. Ik neem een ander voorbeeld: criminaliteit is van alle tijden. Het is niet omdat je je inspant om criminaliteit te beteugelen, te bestraffen en preventief op te treden, dat criminaliteit weg zal gaan. Vanuit het beleid blijft men investeren, de federaties doen inspanningen. Mochten ze dat niet doen, dan denk ik dat we ons terecht vragen zouden moeten stellen en kritiek uiten.

Maar zowel vanuit het beleid als vanuit de federaties worden enorm veel inspanningen gedaan, wordt er geappelleerd, worden degenen die over de schreef gaan, gesanctioneerd. Die boodschap moeten we blijven uitdragen, maar we moeten niet zover gaan door te zeggen dat die discriminatie die er is, de fout is van het beleid. Daar wil ik alleen maar voor waarschuwen.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is belangrijk dat wij in eerste instantie altijd blijven aandringen op responsabilisering van de sector. En je gebruikt daarvoor zowel de wortel als de stok. Die stok is nieuw. De wortel is om zoveel mogelijk initiatieven te stimuleren en te ondersteunen. Je ziet dat dat ook wel lukt. Ik heb twee initiatieven genoemd van Voetbal Vlaanderen waarbij enkel in de ‘voetballerij’ blijkt dat men er toch nog meer aandacht aan gaat besteden. Dat is goed. Anderzijds hebben we de stok, waarbij we heel duidelijk het integriteitsbeleid als subsidievoorwaarde hanteren. We spreken heel duidelijk over subsidievoorwaarden en waarden en normen en de ondersteuning daarvan via de beleidsperiode van ICES. Je kunt niet zeggen dat we dit niet ernstig opnemen. Ik blijf openstaan voor initiatieven allerhande en beleidsmatig ook met ons beleidsnetwerk ‘Inclusie in en door de sport’ dat we hebben geïnstalleerd om het beleid en de praktijk daarrond te voeden.

We hebben nog wel een weg te gaan, maar je ziet dat de responsabilisering van de sportfederaties en sporttakken lukt. Het komt er nu vooral op aan om te zorgen dat je een trickledowneffect hebt naar alle clubs, die doorleefd moeten zijn van die overtuiging, en uiteindelijk naar de individuele sporter en de individuele toeschouwer.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister, we zullen dit als CD&V-fractie blijven aankaarten in deze commissie tot dit probleem vermindert. Inspanningsverbintenis of resultaatsverbintenis: uiteraard hoop ik op resultaat, maar dat start alleen maar met inspanningen. Daar werkt de sector al heel hard aan. Het zijn allemaal zeer goede initiatieven, daar hebt u gelijk in, maar ik verwacht dat u als minister van Sport dat engagement volledig wilt aangaan en niet enkel verwijst naar de vele goede initiatieven bij de sportfederaties en daar dan applaus voor geeft, maar dat u zelf iets meer kunt doen. Ik hoop dat we in uw beleidsbrieven voor de komende jaren meer concrete initiatieven van u kunnen vernemen over wat u kunt doen om discriminatie op alle vlakken in de sport aan te pakken, ook die homohaat en homofobie, en meer werk te maken van gendergelijkheid. Minister-president Jambon heeft het al een paar keer in de plenaire vergadering gezegd: ‘Plus est en vous.’ Ik denk dat dat in dit geval kan gelden. Ik vertrouw er nog altijd op, minister. Hoewel ik een beetje ontgoocheld was in uw antwoord op mijn eerste vraag en ook in de magere aandacht die u hieraan besteedt in uw beleidsnota, geloof ik nog altijd dat u hier werk van wilt maken. Wij zullen er als CD&V-fractie op toezien en de stok blijven hanteren zodat u hier de nodige aandacht aan zult besteden.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, voor alle duidelijkheid: we hebben zeker geen kritiek op de federaties en hun inspanningen. Integendeel, gelukkig is dat er nog. Onze kritiek is er op de laksheid van het departement Sport Vlaanderen om op te treden. Wij vragen een campagne tegen die discriminatie en homofobie. We zullen dat met velen blijven herhalen. We moeten er zelfs geen inspanning voor doen, want het komt toch terug.

De clubs zijn overtuigd dat er wat moet gebeuren en zij doen dingen. De toeschouwers zijn overtuigd dat er wat moet gebeuren en zij doen dingen. Wij hebben geduld, maar wij gaan u proberen te overtuigen, minister.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.