U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

(Slechte geluidskwaliteit)

Minister, de voorbije weken en maanden zijn heel droog geweest met heel weinig regenval en heel wat wind, waardoor de vruchtbare bovenste laag van landbouwpercelen, voornamelijk in het noorden van Vlaanderen, middels zandwolken en windhozen door de wind werd meegenomen.

Jan Vermang, beleidsmedewerker Bodem bij het Departement Omgeving, gaf in een reactie aan dat winderosie minder voorkomt dan watererosie, maar volgens hem blijkt dit echter geen zeldzaam fenomeen meer. Door het verdwijnen van windbrekende effecten zoals hagen rond zanderige gronden is het risico op winderosie de voorbije jaren toegenomen. Volgens het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) is er nog geen bewijs dat de klimaatverandering een rol speelt in het risico op winderosie. Toch zien we een toename van extreme weersomstandigheden zoals droogte en windstoten.

Als Vlaams minister van Landbouw bent u verantwoordelijk voor een van de belangrijke pijlers binnen het Vlaams erosiebeleid: de verplichte maatregelen voor landbouwers via de randvoorwaarden bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Hierbij worden dus verplichte erosiemaatregelen gekoppeld aan GLB-steun op sterk erosiegevoelige percelen. Deze erosiegevoelige percelen liggen echter vooral ten zuiden van Vlaanderen in het heuvelachtige gebied van de Vlaamse Ardennen. De winderosiegevoelige gebieden met een zanderige ondergrond in het noorden worden momenteel niet gevat.

Minister, is er een preventief beleid nodig? Moet u maatregelen nemen tegen winderosie?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De strakke inlandse noordoostenwind die we de voorbije weken meemaakten in combinatie met het neerslagtekort, heeft inderdaad in sommige regio’s stof en zand verplaatst op onder meer akkers, braakliggende terreinen, bouwwerven en moestuinen. Op vlak van de landbouw hebben mijn diensten geen weet van onherroepelijke of veralgemeende teeltschade door winderosie.

Winderosie is van alle tijden. Het is een plaatselijk fenomeen: niet elk perceel is even gevoelig. We beschikken niet over gegevens die een toename van winderosie op landbouwpercelen aantonen. Zoals u zelf ook aangeeft, is het volgens ILVO nog onduidelijk of we door de klimaatverandering met meer winderosie zullen worden geconfronteerd in Vlaanderen.

Voor watererosie is dit een ander verhaal. Er zijn meerdere schadegevallen bekend die zorgden voor overlast door modderstromen in straten. Het zorgt ook voor het verlies van vruchtbare bodem en leidt tot opbrengstverliezen. Hierdoor is er voor watererosie reeds veel onderzoek gebeurd en werd voor elk afzonderlijk perceel in Vlaanderen bepaald wat de watererosiegevoeligheid is. Ook werd er de afgelopen jaren sterk ingezet op onderzoek naar erosiebestrijdende maatregelen. Op basis hiervan werden erosiemaatregelen gekoppeld aan de GLB-steunvoorwaarden.

Voor de potentiële winderosiegevoeligheid bestaat er geen gelijkaardige kaart als de potentiëlewatererosiegevoeligheidskaart van het Departement Omgeving. De GLB-randvoorwaarden zijn op die watererosiegevoeligheidskaart gebaseerd omdat het op die manier voor elke landbouwer transparant en eenduidig is op welke percelen van zijn bedrijf hij welke maatregelen moet nemen. Het GLB is een stimulerend beleid en dus geen normerend beleid. Grondgebruikers hebben de keuze om deel te nemen aan het GLB of niet deel te nemen. Bij normerende beleidsregels, zoals die gelden binnen het omgevingsbeleid, is die vrije keuze er niet. Zowel particuliere eigenaars, niet-landbouwbedrijven als landbouwbedrijven moeten dan dezelfde regels volgen.

Winderosie uitsluiten lijkt me onmogelijk, want om voedsel te produceren, een straat te hernieuwen of een terrein bouwklaar te maken, moeten er grondwerken gebeuren. Het duurt ook enkele weken vooraleer een pas gezaaid veld door de kiemende en opgroeiende gewassen of spontaan opkomende kruiden en grassen op stukken braakgrond, zelfbeschermend wordt tegen de wind. Neem bijvoorbeeld bieten. Zodra het loof van die planten in de hoogte en breedte groeit, fungeren die als windbreker en treedt geen winderosie meer op. Hetzelfde geldt voor de bladeren of stengels van andere gewassen of kruiden.

De belangrijkste factor is het vochtgehalte van de toplaag. Als het geregend heeft of er beregend werd door de aannemer of landbouwer, treedt geen winderosie op. De bodemkwaliteit, zoals het gehalte aan organisch stof, kan ook een rol spelen. Hoe meer de bodempartikels aan elkaar gebonden zijn, hoe minder snel ze in beweging komen. Ook natuurlijke windschermen zoals houtkanten of bomenrijen naast een veld kunnen de wind breken, al zullen deze bij de extreme omstandigheden van de voorbije weken niet alle erosie kunnen verhelpen.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Minister, gegeven het feit van de klimaatverandering is het belangrijk dat we preventief nadenken over hoe we ons kunnen voorbereiden op meer extreme periodes van droogtes en stormen. Vermoedelijk zullen we voor de derde zomer op rij met droogte geconfronteerd worden. Ik geloof wel degelijk in een beleid waarbij we meer inzetten op bijvoorbeeld haagkanten, die nuttig kunnen zijn om dergelijke problemen aan te pakken.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Ik sluit me aan bij deze vraag omdat ik ongeveer dezelfde vraag heb gesteld in de commissie Leefmilieu. Ik kom zelf uit een regio waar winderosie wel degelijk heel sterk aan de gang is. We moeten daar verder onderzoek naar doen. We moeten ook meer inspanningen leveren om de akkers te omzomen met hagen en heggen. Minister, ik hoor uit uw antwoord dat daar op dit ogenblik niet echt veel inspanningen voor zijn gepland. Bent u van plan om toch verder onderzoek te doen en inspanningen op te zetten om de omzoming met hagen en heggen te stimuleren? Het lijkt een van de maatregelen te zijn die effectief kan zijn om ons voor te bereiden op de toekomst. Gelet op de klimaatverandering lijkt het mij onwaarschijnlijk dat dit een tijdelijk fenomeen is dat niet meer zal terugkomen.

De heer Pieters heeft het woord.

Winderosie is natuurlijk één zaak, maar door de felle warmere winden die op dit moment waaien, droogt de bovenlaag ook uit. Dat komt natuurlijk nog boven op de klimaatfenomenen die er nu zijn in verband met regen en vochtigheid. Ik denk dat studies inderdaad nodig zijn om te bekijken hoe we ter zake in de komende jaren actief iets kunnen ondernemen. Wat hagen en heggen of omranding van percelen betreft, dat lijkt me een goede maatregel, maar dat hangt ook een beetje af van de grootte van de percelen. Men wil naar iets grotere percelen, naar een schaalvergroting, en dan wordt het ook wel moeilijk. Ik blijf bij de vraag om daar toch studies naar uit te voeren, om voorbereid te zijn op de komende jaren.

Ik wil me ook aansluiten bij de vraag naar studies, want die zijn zeer relevant. Winderosie is natuurlijk heel wat anders dan watererosie. Dat hangt ook in grote mate samen met de grondsoort, de kwaliteit van de grond, het humusgehalte en dergelijke meer. Door het feit dat wij nu met die drogere jaren worden geconfronteerd, heeft dat aspect van erosie natuurlijk een groter belang. Het is in elk geval iets dat we zeker in het oog moeten houden.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, dank u wel.

Collega Nachtergaele, ik geloof absoluut in de meerwaarde van houtkanten en bomenrijen. Het is om die reden dat we de vernietiging verbieden in het kader van de randvoorwaarden die gekoppeld zijn aan de GLB-steun. De boeren moeten die elementen dus behouden langs hun velden. Het is heel belangrijk om dat mee in ogenschouw te nemen.

Collega Schauvliege, boeren met erosiegevoelige gronden nemen nu al een aantal maatregelen, deels omdat wij dat als overheid verplichten, maar ook heel vaak omdat ze zelf de grond op het eigen perceel willen houden. Anders gaat dan ten koste van de bodemvruchtbaarheid en het eigen inkomen in de jaren nadien. Boeren hebben er dus alle belang bij om ook maatregelen te nemen.

Ik zie u met het hoofd schudden. Ik ben voorzichtig in de manier waarop ik me uitdruk, maar ik heb er een beetje last mee dat het altijd zo wordt gesteld als een conflict tussen boer en bescherming. Die boer heeft er alle belang bij dat er ook beschermingsmaatregelen worden genomen, en ze worden ook wel individueel genomen.

Maar goed, om alle discussies nog wat extra te stofferen, met de nadruk op ‘stof’, kan ik wel enig begrip opbrengen voor die vraag naar extra studies. Er zijn al een aantal onderzoeken gebeurd. Onder meer bij ILVO gebeurt er ook praktijkonderzoek. Dit is een actueel thema, dat we heel goed moeten opvolgen. Ik zal dus samen met onze administratie en met ILVO eens bekijken wat we daaromtrent misschien nog bijkomend kunnen doen.

De heer Nachtergaele heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik begrijp uit uw antwoord dat u niet afkerig bent van meer onderzoek en nadenken over mogelijk preventief beleid dat zou kunnen worden gevoerd. Ik volg ook wel uw logica. Als we vooruitgang willen boeken op het vlak van erosiebestrijding, dan moet dat mét de landbouwer gebeuren, en moet dat op een manier die ook economisch zin heeft. Anders zullen we geen stappen vooruit zetten. Ik denk dus dat de waarheid in dezen zeker in het midden ligt. Ja, het is een terechte problematiek, maar als we die willen aanpakken, dan zal dat op een economisch duidelijke manier moeten gebeuren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.