U bent hier

De voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, collega’s, ik had een vraag om uitleg ingediend naar aanleiding van het feit dat Julie Van Espen enkele weken geleden precies een jaar geleden is vermoord. Die vreselijke gebeurtenis blijft velen beroeren, maar moet er tegelijk voor zorgen dat het bestrijden van seksueel geweld hoog op de politieke agenda blijft staan en dat er echt wel een beleid met een heel sterke visie rond uitgerold wordt. Ondertussen is er hierover een actuele vraag geweest over dit onderwerp en die vraag heeft die van mij een beetje gekruist, maar mijn vraag gaat ook over een aantal andere zaken die niet aan bod kwamen in de actuele vraag van collega Blancquaert twee weken geleden.

Wij vinden het uiterst belangrijk dat elke verantwoordelijke in de bestrijding van seksueel geweld, in de keten van preventie over berechting tot nazorg, zich zo kwaliteitsvol mogelijk inzet voor een zorgzame en veilige samenleving. Dat betekent dat elk facet binnen die keten de nodige aandacht moet krijgen; een betere aanpak van seksueel geweld moet inderdaad het werk zijn van velen. Dat werd ook uitdrukkelijk gesteld in het rapport van de Hoge Raad voor Justitie.

Ik heb u eerder al vragen gesteld over uw beleid en aanpak inzake de bestrijding van seksueel geweld, dit zowel naar aanleiding van de bespreking van uw beleidsnota als via andere concrete vragen. U hebt toen een aantal initiatieven aangekondigd, minister, en dus leek het mij goed om daarover te gelegener tijd te vragen hoe het met die plannen en de uitrol ervan staat.

Op 12 februari 2020 hebt u verklaard dat er toen “binnenkort” een interministeriële conferentie (IMC) Vrouwenrechten zou plaatsvinden, met als agendapunt geweld tegen vrouwen. We konden in de pers ondertussen vernemen dat die IMC inderdaad heeft plaatsgevonden. Ik zou u toch willen vragen om wat toelichting te geven bij de gemaakte afspraken, bij de thema’s die daar besproken zijn, en bij de verdere timing van de werkzaamheden van deze IMC.

Wat is de stand van zaken van het in het vooruitzicht gestelde Vlaams actieplan ter bestrijding van seksueel geweld? Wat is de timing van dit actieplan? Is er hierover al overleg geweest met andere betrokken vakministers en welke zijn de gemaakte afspraken in dat verband? Zijn er ook bijzondere afspraken gemaakt met de minister bevoegd voor Welzijn?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Op 8 mei kwam de IMC Vrouwenrechten inderdaad voor het eerst samen. Dat gebeurde uiteraard via een videocall en er waren twaalf minister aanwezig. Op de agenda stond een evaluatie van de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan voor het dagelijkse leven van vrouwen, met speciale aandacht voor huiselijk geweld. Met alle betrokken ministers kwamen we overeen om op alle niveaus onze werkzaamheden ter ondersteuning van vrouwen voort te zetten, en dit op het gebied van preventie, bescherming, vervolging, geïntegreerd beleid en gegevensverzameling. Er werden heel wat afspraken gemaakt en die zijn ook allemaal online terug te vinden, maar ik haal even deze aan die betrekking hebben op mijn bevoegdheid.

Ten eerste verzekeren de gemeenschappen de continuïteit van de werking van de justitiehuizen, met in het bijzonder aandacht voor de begeleidingsopdrachten in het kader van intrafamiliaal geweld. Ten tweede zullen de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken samen de gemeenschappelijke omzendbrief betreffende het tijdelijk huisverbod ingeval van huiselijk geweld uitvaardigen. Ten derde verzekert de Vlaamse Gemeenschap de continuïteit van de werking van de family justice centers en de ketenaanpak intrafamiliaal geweld en kindermishandeling.

Verder kan ik nog meegeven dat ik een aantal specifieke maatregelen ter bestrijding van intrafamiliaal geweld tijdens deze coronacrisis ter sprake heb gebracht. Zo opende ik een opvanghotel voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld. Om de hulpverlening ter plaatse te voorzien, werkte ik samen met mijn collega, de minister van Welzijn, waarvoor mijn dank. Ik vroeg de justitiehuizen ook de frequentie van de contacten in dossiers inzake intrafamiliaal geweld te verhogen, de justitieassistenten te herinneren aan het verhoogde risico op intrafamiliaal geweld in deze periode, hun handvaten te geven om met deze situaties om te gaan, en de kennis met betrekking tot de beschikbare hulplijnen op te frissen. Op mijn vraag namen de casusregisseurs binnen de ketenaanpak intrafamiliaal geweld proactief contact op met de betrokkenen in alle lopende dossiers. In de vijf Vlaamse provincies hebben we bovendien de teams van de ketenaanpak intrafamiliaal geweld structureel versterkt met extra casusregisseurs, om zo de stroom van aanmeldingen te kunnen volgen. In het postcoronatijdperk zullen er immers, denken we, heel wat gevallen naar boven komen en zal die versterking dus broodnodig zijn.

Wat het vervolg van de IMC betreft: in juni komen we opnieuw samen om te zorgen voor de follow-up van de vastgestelde maatregelen en de eventuele aanpassing ervan aan de verschillende fasen van het exitplan en de herstelmaatregelen.

Het Vlaams actieplan ter bestrijding van seksueel geweld, waar u ook naar gevraagd hebt, wordt momenteel voorbereid. Uiteraard zal dat een evenwichtsoefening zijn, met voldoende aandacht voor preventie, sensibilisering, opvolging van daders en begeleiding van slachtoffers. Ook voor bijzonder kwetsbare groepen, zoals personen met een beperking, zal er voldoende aandacht zijn. Wij ronden nu de interne teksten af, die we uiteraard hebben opgemaakt op basis van de input van het middenveld. Een van de volgende weken zullen we met de collega-ministers, onder andere de ministers van Onderwijs, Welzijn, Jeugd, Cultuur en Binnenlands Bestuur en Gelijke Kansen, samenzitten. We zullen dus proberen om zoveel mogelijk iedereen mee te nemen in dat actieplan, zodat we alle maatregelen op alle fronten bundelen. Wij hopen om voor het zomerreces het allereerste plan ter bestrijding van seksueel geweld ter goedkeuring aan de Vlaamse Regering te kunnen voorleggen.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord, minister. Dank u wel om toe te lichten wat tijdens de interministeriële conferentie is afgesproken. U hebt gezegd dat er in juni al een nieuwe bijeenkomst zal plaatsvinden; het is goed dat er kort op de bal wordt gespeeld.

Natuurlijk hebben we sinds uw antwoord in februari de coronacrisis en alle maatregelen ter zake gehad en ik wil hier echt mijn bekommernis uiten met betrekking tot wat er zich vaak achter gesloten deuren, die nu nog meer gesloten zijn dan anders, afspeelt. Ik heb uw oproep al gehoord om problemen te melden en ook wij lanceren die oproep waar en wanneer we kunnen. Het is niet ‘horen, zien en zwijgen’, maar ‘horen, zien en spreken’. Als mensen aanwijzingen van problemen zien in hun omgeving, dan moeten ze dat melden. De hulplijnen zijn met het oog daarop ook versterkt, wat goed is. Het is dan ook logisch dat die IMC daar nu sterk op gefocust heeft. We moeten nu oproepen om bereikbaar te zijn en om melding te maken van eventuele problemen, niet alleen nu, maar ook nadien. U zegt dat u daar al voorbereidingen voor treft. Wij volgen vanzelfsprekend op hoe alles evolueert, of er meer meldingen binnen zullen komen bij het afbouwen van de maatregelen, of de mensen die melding maken, ook op een goede manier geholpen worden en of de nodige stappen gezet worden.

Als ik uw timing hoor wat het Vlaams actieplan betreft, dan lijken we daar ook dichtbij te zitten. U zegt dat dat plan er voor het zomerreces zal zijn en ik hoop dat we dat dan ook uitvoerig zullen kunnen bespreken binnen deze commissie – mogelijk zal dat nog digitaal zijn, maar ondertussen zijn we dat allemaal wel al een beetje gewoon en lukt dat allemaal wel. Een van de belangrijke zaken binnen dat actieplan is de risicotaxatie, iets wat u wel al vaker vernoemd hebt. U hebt altijd gezegd dat u die zou opzetten, zodat we gericht en preventief kunnen inzetten op de risicoprofielen, en dat u daar ook gespecialiseerde medewerkers voor zou aanwerven. Dan moet er vanzelfsprekend ook een link zijn met het federale niveau, want daar worden de beslissingen genomen. U wilt het resultaat van de risicotaxatie aan het federale niveau aanreiken, heb ik begrepen, om daarvan mee te laten afhangen of iemand kan vrijkomen, wanneer en onder welke voorwaarden. Wanneer we dat Vlaams actieplan te zien zullen krijgen, in hoeverre zal die link met het federale niveau daarin dan al gemaakt zijn? Dat waren mijn bijkomende vragen.

De voorzitter

Mevrouw Blancquaert heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord.

Ik zou allereerst willen terugkomen op het Vlaams actieplan. U had namelijk eerst gezegd dat dat plan klaar zou zijn tegen eind april, maar het is nog niet beschikbaar. U hoopt dat het er zal zijn tegen het zomerreces, maar ik hoor geen concrete datum. Ik hoop voornamelijk dat we niet net voor het zomerreces zullen horen dat het er nog steeds niet is en dat we moeten wachten tot eind september. Vanwaar komt die vertraging? Uiteraard heb ik alle respect voor de diensten en voor het werk dat zij leveren in deze bijzondere tijden, maar dit is een dringende problematiek en een belangrijke vraag.

Daarnaast wil ik toch nog even verwijzen naar uw beleidsnota, waarin u hebt aangekondigd te willen onderzoeken of er een samenwerking mogelijk is tussen de juridische eerstelijnsbijstand en de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG’s) om slachtoffers van seksueel geweld de mogelijkheid te geven hun juridische vragen in die zorgcentra aan speciaal opgeleide advocaten te stellen. Ik heb die vraag al schriftelijk gesteld en ik heb ze ook vermeld in mijn actuele vraag van twee weken geleden, zoals mevrouw Schryvers ook al heeft vermeld, maar ik heb daar nog steeds geen antwoord op gekregen. Ik hoop dus dat ik er nu wel een antwoord op krijg. 

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

De laatste vraag hebt u inderdaad in de plenaire vergadering gesteld. De opleiding van die advocaten wat betreft de eerstelijnszorg ligt klaar. De advocatuur werkt daarvoor samen met het kabinet. Alles ligt klaar om het actieplan vervolgens via de zorgcentra naar de slachtoffers toe te brengen. Federaal minister Muylle heeft het ontzettend druk met de coronacrisis, maar ik hoop dat dat eerstdaags op haar agenda kan worden ingeschoven.

Collega Blancquaert, u vraagt me of ik had gehoopt om eind april rond te zijn met het Vlaams actieplan. Als je begin maart met een coronacrisis, die niemand zag aankomen, wordt geconfronteerd, dan is het alle hens aan dek om de meest essentiële zaken te doen. Ik heb met minister Beke alles op alles gezet om ervoor te zorgen dat we extra opvangcapaciteit hebben voor slachtoffers van huiselijk geweld. We wisten dat er vragen zouden komen over huiselijk geweld, ook naar hulpverlening, want we kunnen slachtoffers wel opvangen, maar er moet ook hulpverlening zijn. Ik ben heel blij dat we dat samen met minister Beke hebben gerealiseerd. Mijn raadgevers van het kabinet hebben het actieplan onmiddellijk weer ter hand genomen. Dat is geen kwestie van kwade wil of niet willen, maar ik heb natuurlijk geen glazen bol. Ik heb u destijds geantwoord dat ik eind april zou klaar zijn, maar het zal tegen het zomerreces zijn. U weet dat ik al zeer lang bezig ben met dit thema en ik zal het niet loslaten, maar helaas heeft de coronacrisis voor een kleine vertraging gezorgd.

Collega Schryvers, wat de risicotaxatie betreft: het personeelsplan is klaar. We hebben dat nog niet zo lang geleden vanuit de administratie ontvangen. Ook daarin zitten de nodige kwalificaties om mensen te kunnen aanwerven rond die risicotaxatie, iets waar we in Vlaanderen echt wel werk van willen maken. We zijn het personeelsplan op dit ogenblik aan het bekijken. Er is ook een werkgroep op Vlaams niveau met magistraten, experten, psychiaters en anderen die daar heel veel van kennen om daar samen met het kabinet de onderbouwing voor te maken. Wat houdt dat in? Hoe gaan we dat doen? Het personeelsplan ligt klaar, dus ik hoop dat we daar eerstdaags verder mee aan de slag kunnen gaan.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Het is natuurlijk een ontzettend belangrijk thema. Wij kijken uit naar het actieplan dat u hebt aangekondigd. In uw slotwoord hebt u gezegd dat u de problematiek van de risicotaxatie wetenschappelijk zult laten onderbouwen vanuit de werkgroep. Dat is van belang, zowel voor de dadertherapie als voor de begeleiding van slachtoffers en dergelijke meer. Ik wil u vragen om dat met betrekking tot de verschillende facetten te doen zodat we tot een volledig, goed onderbouwd plan komen en we dit probleem in al zijn facetten kunnen bestrijden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.