U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

We hebben het er vorige week al even over gehad in het kader van de gedachtewisseling met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Ik hoef u niet te zeggen welke rol de lokale besturen hebben gespeeld in het controleren van deze hele crisis. Dat heeft een hele grote inzet en flexibiliteit gevergd van de personeelsleden. Er zijn ook meteen heel wat maatregelen genomen door de verschillende besturen. Er waren heel wat tijdelijke en plotse maatregelen in het kader van telewerk, flexibelere arbeidstijden en het inzetten van personeel bij andere opdrachten dan normaal.

Ik hoef er geen tekening bij te maken: dat is niet altijd volgens het boekje verlopen, omdat de mogelijkheden er niet waren voor adequaat overleg, zowel met de vakorganisaties als wat het aanpassen van rechtspositieregelingen betreft. Om maar een voorbeeld te geven: in onze rechtspositieregeling was telewerk nog niet voorzien. En ik denk dat onze personeelsleden nu massaal telewerken.

Er zijn dus enkele vragen rond die tijdelijke maatregelen, die misschien niet altijd helemaal volgens het boekje zijn verlopen. Hoe verhoudt die flexibele inzet zich tot de bestaande rechtspositieregeling? Minister, hoe ziet u dit? Kan er eventueel in een kader worden voorzien om voor die personeelsmaatregelen die zijn genomen in deze crisis, toch een soort van minimale juridische verankering te hebben? Want we zijn heel vaak van die rechtspositieregeling en van het arbeidsreglement afgeweken, vaak in het voordeel van het personeel, en uiteraard in het kader van een veilige werking van onze openbare diensten. Want die zijn toch maar blijven functioneren, van de eerste tot de laatste dag.

Minister, welke bijkomende mogelijkheden op het vlak van het personeelsbeleid ziet u om op korte termijn te blijven functioneren? Er was die aanvankelijke soepelheid die we aan de dag hebben gelegd door het nemen van allerlei maatregelen, en niemand stelde zich daar vragen bij omdat het over een crisissituatie ging. Maar we voelen hoe langer hoe meer dat het wat lang begint te duren. Iedereen begint weer wat in zijn normale rol te vallen. Dat betekent dat wij het moeilijker krijgen om die aanvankelijke wendbaarheid te blijven behouden.

We hebben massaal vastgesteld dat een meer flexibele inzet van het personeel mogelijk is, en dat dat zelfs goed kan werken. Hoe wordt dat meegenomen in de verdere werkzaamheden met betrekking tot de aanpassing van de rechtspositieregeling voor het personeel van de lokale besturen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

De lokale besturen beslisten autonoom hoe ze hun eigen personeel inzetten en welke maatregelen ze, binnen het kader van de Nationale Veiligheidsraad en uiteraard binnen het wettelijk kader van hun eigen rechtspersoonlijkheidsregeling en arbeidsreglement, nemen.

Ter ondersteuning van de lokale besturen hebben we de mogelijkheden opgelijst en op 8 maart 2020 naar de lokale besturen gecommuniceerd. Deze communicatie werd steeds update gehouden zodat het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) de mogelijkheden maximaal in beeld bracht voor de lokale besturen.

Volgens de info die mij bereikte, werden de nodige creativiteit en soepelheid aan de dag gelegd om dringende aangelegenheden, zij het soms enigszins aangepast, te laten plaatsvinden. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de organisatie van selectieproeven of eedafleggingen via een onlineplatform. Die zaken zijn gebeurd.

Sommige gemeentebesturen hebben ook gewezen op beperkingen. Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft midden april een rondvraag gelanceerd bij alle lokale besturen, OCMW’s, autonome gemeentebedrijven (AGB’s) en zorgbedrijven met het oog op een analyse. De antwoorden die we kregen, worden in de komende weken geanalyseerd. Daar is het nog even op wachten.

Acht ik het mogelijk om te voorzien in een duidelijk kader? Voor ik dat kan doen, moet ik de analyse hebben. Zonder daarop vooruit te lopen, valt het wel op dat we de verschillen tussen contractueel personeel en statutaire medewerkers zoveel mogelijk moeten wegwerken. Daarop moeten we onze aandacht te vestigen.

Een aantal belemmeringen die werden ondervonden, vallen ook niet onder mijn bevoegdheid, bijvoorbeeld de reglementering rond tijdelijke werkloosheid. Op basis van de analyse die ik zal krijgen, zal ik de zaken die betrekking hebben op de federale overheid, overmaken aan de bevoegde federale collega's. Soms zullen er ook zaken bij zijn die vallen onder de bevoegdheid van mijn collega's in de Vlaamse Regering. Vanzelfsprekend zal ik dan ook een dialoog aangaan met mijn collega's in de schoot van de Vlaamse Regering.

Welke bijkomende mogelijkheden op het vlak van het personeelsbeleid zie ik om op korte termijn de lokale besturen de mogelijkheid te geven zowel ordentelijk als soepel te blijven functioneren? Lokale besturen hebben aangetoond dat ze zeer goed in staat zijn om heel wendbaar te reageren, snel te schakelen en de nodige maatregelen te nemen om hun werkorganisatie op een ordentelijke en soepele wijze te laten verlopen. Ze zijn voor mij het sterkste bestuur gebleken in deze moeilijke crisis waar we voor stonden.

Op basis van de analyse gaan we twee dingen doen. Op korte termijn zullen we de wijzigingen doen die moeten gebeuren om bepaalde hiaten onmiddellijk weg te werken. Dat zullen we prioritair opnemen. Andere elementen zullen we meenemen bij de opmaak van een nieuwe rechtspositieregeling. Dit is overigens ook al afgesproken met het overlegcomité C1. Sommige zaken die op basis van de analyse echt heel dringend zijn, zullen we versneld doen, andere zaken nemen we gewoon mee bij de normale onderhandelingen die lopen over de nieuwe rechtspositieregeling in het kader van het overlegcomité C1.

U vraagt me of we ook zaken kunnen meenemen op de lange termijn. Absoluut, maar nu weten we dat flexibiliteit steeds moet worden afgezet tegen werkbaar werk. Dat is belangrijk. Flexibiliteit is heel belangrijk voor de inzetbaarheid van personeel, maar wat we vragen aan onze ambtenaren, moet ook werkbaar blijven. Het is een permanent zoeken tussen die twee elementen om daar werk van te maken.

De analyse krijgen is natuurlijk het basiselement. Van daaruit heb ik u proberen te schetsen hoe we daar verder op werken. Over het algemeen zijn onze lokale besturen daar heel goed mee omgesprongen.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. Uiteraard deel ik uw analyse dat de lokale besturen de sterkste besturen waren in deze crisis. Ik apprecieer ook uiteraard dat de dingen worden meegenomen wat de rechtspositieregeling betreft, dat u op korte termijn op zoek gaat naar hiaten.

Ik blijf echter toch wat op mijn honger. U kent de lokale realiteit heel goed. Wij hebben eigenlijk heel hard gewerkt. We hebben vanaf dag één alles gedaan om de dienstverlening te doen draaien. Dat was ook niet altijd gemakkelijk. De maatregelen die in dat kader zijn genomen, waren allemaal in het voordeel van zowel de veiligheid van de werknemers als de burger, ook al waren die niet voor honderd procent compatibel met de rechtspositieregelingen, ook al zijn er dingen gebeurd die niet voor honderd procent in orde waren. Zo hebben we inzake de overheidsopdrachten in week vier of vijf van de crisis richtlijnen gekregen, maar bij die overheidsopdrachten die in de eerste weken zijn gebeurd, was er uiteraard niet de mogelijkheid om dat allemaal te doen zoals we dat normaal doen. Men zou dus toch eens moeten bekijken of er niks nodig en nuttig kan zijn om de besturen toch een minimale juridische zekerheid te geven over wat ze hebben gedaan inzake personeelsbeleid, want dat is telkens gebeurd met het oog op veiligheid en een goede dienstverlening.

De heer Vandeput heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik deel uw analyse dat het vaak de lokale besturen zijn geweest die het sterkst zijn geweest. Ik denk ook dat de werknemers van die lokale besturen de voorbije maanden hebben aangetoond over een onvermoede flexibiliteit te beschikken. Ik kan uit ervaring spreken. We hebben mensen van de buitenschoolse kinderopvang kunnen inzetten in woonzorgcentra. Mensen van het zwembad zijn bijvoorbeeld ook in woonzorgcentra gaan schoonmaken, en vandaag zorgen zij ook extra voor de sanitaire toestand in het gemeentehuis. Er is dus wel een en ander gebeurd.

Af en toe mag het ook eens goed zijn als we iets zeggen over onze syndicale partners: ook zij hebben in het begin een heel grote flexibiliteit getoond. Als gemeentebesturen ervoor kozen om mensen nuttig aan het werk te houden, om binnen de veiligheidsmaatregelen maximaal de dienstverlening te blijven verzorgen, zijn de vakbonden tot voor kort eigenlijk heel flexibel geweest. Ik denk dat dat niet eeuwig zal zijn. Zelf ken ik een geval waarbij iemand vandaag probeert om ik weet niet wat te verkrijgen door vragen te stellen bij de verplaatsingen die we hebben gedaan, bijvoorbeeld door iemand van het zwembad, dat gesloten was, in te zetten ter ondersteuning van maaltijdbedeling voor mensen die dat nodig hebben.

Minister, als u dus op een hoger niveau met de bonden aan tafel gaat in het comité C1, dan is het belangrijk om daar globale afspraken over te maken, want als elke individuele case lokaal op die manier zal worden behandeld, dan zal daar alvast één beroepscategorie beter van worden, namelijk de advocaten, maar dan ben ik er niet van overtuigd dat de werknemers zelfs en de lokale overheden daarmee echt vooruit zullen gaan. In dat kader zou ik u er toch op willen wijzen, als u denkt over de nieuwe rechtspositieregeling, als u ook overweegt te gaan naar een gelijkschakeling van statutaire en contractuele werknemers – wat we allemaal voor een stuk willen –, dat in dit geval voor één keer is aangetoond dat er met het verplaatsen van statutairen eigenlijk geen probleem was, terwijl contractuelen in dat geval wel zouden kunnen dwarsliggen, om het zo maar te zeggen. Ik weet niet of u daar enig zicht op hebt, of al signalen hebt gekregen van lokale overheden dat ze met dat soort problemen zouden kampen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Ik wil me aansluiten bij de lof voor de lokale besturen en specifiek ook voor alle ambtenaren. Ik denk dat dat voor ons allemaal een les mag zijn. Je hoort mensen nog altijd karikaturen van ambtenaren maken, maar ik denk dat zij in deze crisis bewezen hebben dat ze heel flexibele en positieve medewerkers zijn, die in een crisissituatie voor het algemeen belang het beste van zichzelf geven. Dat is, denk ik, ook de essentie van ambtenaar zijn.

Ik heb een specifieke vraag. Ik vang meer en meer signalen op van lokale besturen die er in mei toch voor kiezen om een aantal medewerkers tijdelijk werkloos te maken. We hebben het daar een paar weken geleden al over gehad en toen werd er gezegd dat dit alleen zou gebeuren als er geen enkel alternatief was en als mensen er geen misbruik van zouden maken. Ik vroeg me af of u dezelfde signalen krijgt dat dit in mei toch vaker zal gebeuren. Is dat toch geen tersluikse besparing met het oog op alles wat er financieel nog aankomt? Zo zijn er gemeenten waar de volledige vrijetijdsdienst in mei op tijdelijke werkloosheid wordt gezet. Als men noodscenario’s voor de zomer moet voorbereiden en eventueel de noodopvang in de scholen moet ondersteunen, dan kunnen die mensen daarvoor toch worden ingezet? Op welke manier wordt dit opgevolgd en hebt u zicht op deze situatie bij de lokale besturen?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik zal eerst mevrouw Partyka, die op haar honger zit, van haar honger bevrijden. Wat u mij vraagt, is de logica zelf. Het is evident dat we elke situatie die de voorbije weken door deze hoogst uitzonderlijke situatie is ontstaan, met de grootst mogelijke inleving en soepelheid moeten bekijken. We zitten ook in een rechtstaat en dat is het kader, maar we hebben de voorbije weken – en we zullen dat ook blijven doen – elke situatie waarin men uit noodzaak naar creatieve oplossingen heeft gezocht en maatwerk heeft toegepast, met de meest en grootst denkbare openheid bekeken en ondersteund. ABB is daarbij een ondersteunende partner van de lokale besturen, wij zijn een ondersteunende partner, en we zullen niet met een vergrootglas problemen creëren. We zullen ter zake vooral aan oplossingen werken. Maar als er manifest misbruik van de situatie wordt gemaakt, dan zullen we wel optreden. Als men echter in het zoeken naar een oplossing en met de beste bedoelingen buiten de bedding is getreden, dan zullen we zeker niet sanctionerend optreden, integendeel.

Morgen vindt er in het comité C1 een eerste gedachtewisseling plaats over hoe we tot een globale benadering of een soort stambesluit kunnen komen en waarbij we deze periode, ook vanuit syndicale hoek, overschouwen. Het is niet de bedoeling dat we in een situatie terechtkomen waarbij elke individuele discussie via de rechtbank wordt uitgevochten, maar wel dat we samen als partners – en de syndicaten hebben dat de voorbije weken op een zeer goede manier gedaan – deze periode met een openheid van geest, generositeit en oplossingsgerichtheid bekijken. Dat is voor mij evident. Als er toch nog problemen zijn – en die zullen zeker opduiken, we hoeven daar niet flauw over te doen ­, dan zullen we ondersteunend en faciliterend mee naar oplossingen zoeken. Dat is een belangrijk signaal dat ik als minister van Binnenlands Bestuur wil geven. We proberen dat globaal met de vakbonden te doen, mijnheer Vandeput, en als dat niet gaat of niet lukt, zullen we in de individuele dossiers ook ondersteunend te werk gaan.

We zijn op dit ogenblik bezig met een bevraging over de tijdelijke of technische werkloosheid bij de lokale besturen. Het is wat te vroeg om nu al met cijfers te komen, want we zijn dit nog in beeld aan het brengen. Twee derde heeft al gereageerd op onze bevraging. 14 procent van de besturen zou tijdelijke werkloosheid hebben ingevoerd, maar dat zijn heel voorlopige cijfers, mijnheer Vaneeckhout. Geeft ons de kans om dit verder uit te klaren.

Vaak gaat het dan nog over sectoren waar dat logisch is: sportcentra, zwembaden. Je kunt er een zeker begrip voor hebben dat lokale besturen zeggen dat een redder in een zwembad moeilijk op een stoel kan gaan zitten wanneer er niemand in het water is. Het is evident dat mensen ook worden ingeschakeld voor andere taken. Dat is ook op de meeste plaatsen zo gebeurd. Laat ons even afwachten tot we daar een goed beeld van hebben. Dan kunnen we daar zeker op terugkomen.

Ik hoop dat ik hiermee heel duidelijke signalen geef. Eén, de piste van ‘de put’ waren we al aan het behandelen. Opnieuw, ‘great minds think alike’. Dat is inderdaad de benadering die we moeten volgen. Twee, mevrouw Partyka, we willen oplossingsgericht werken, ook in de concrete dossiers, en maatwerk toepassen. Maar manifest misbruik kan evident niet, dat mogen en willen we niet aanvaarden. Ik ben heel blij dat de vakbonden in dezen tot nu toe met heel veel begrip naar die lokale besturen en de genomen maatregelen hebben gekeken.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Minister, we volgen het samen met u verder op. We zijn blij met een voogdijminister met een groot burgemeestershart. We rekenen op u om ons daarin te verdedigen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.