U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Het noodfonds is de heilige graal, zoals collega D’Hose daarnet zei. Iedereen kijkt ernaar en niemand weet tot op heden wanneer het zal worden opgestart en hoe die 200 miljoen euro zal worden verdeeld over de opvang in de scholen, de sierteelt, jeugd, sport … Het is allemaal heel veel.

Op 1 april 2020 kondigde de Vlaamse Regering aan dat een noodfonds wordt opgericht. Dat moet in heel veel sectoren de schade dekken: cultuur, media, sport, delen van de toerismesector, de sierteelt, scholen, schoolreizen, mobiliteit en openbare werken. 200 miljoen euro is zeer veel geld, maar er wordt met zeer veel ogen naar gekeken.

De onduidelijkheid rond dit noodfonds is nog groot. Minister-president, u stelde op 9 april dat, vooraleer wordt overgegaan tot de verdeling van het fonds, de schade in de verschillende sectoren in kaart moet gebracht worden. Pas dan kan worden beslist hoe het fonds kan worden verdeeld en welke sectoren er een beroep op kunnen doen. Het is van cruciaal belang dat dit voornemen en dit plan zo snel mogelijk optimaal worden uitgerold. Duidelijkheid over de specifieke modaliteiten en de concrete invulling ervan zijn absoluut nodig. Het is belangrijk dat u hier duidelijk over communiceert, om de getroffen sectoren het perspectief te bieden dat zij deze ongeziene crisis zullen kunnen overleven.

We zien voor de Vlaamse bedrijven een heel andere aanpak. Daar kunnen bedrijven in moeilijkheden, terecht, onmiddellijk een beroep doen op allerhande premies. Pas tijdens de belastingaangifte zal worden gecontroleerd of deze premies al dan niet terecht werden verleend.

Het is al meerdere malen en ten overvloede gesteld dat de impact op de brede creatieve industrie ongezien groot is. Ik heb het niet alleen over de culturele sector. Vandaar dat het belangrijk is dat ook de niet-gesubsidieerde sector hierbij wordt betrokken. We hebben die sense of urgency nodig. Zelfs gezonde organisaties dreigen vandaag te sneuvelen.

De mazen in het net zijn nog te groot. Een theatergezelschap zonder zaal kan geen beroep doen op de hinderpremie. Een kunstenaar die net is afgestudeerd heeft nog geen recht op een werkloosheidsuitkering. Artiesten met kortlopende contracten via een Sociaal Bureau voor Kunstenaars (SBK) moeten hun spaargeld, als ze dat al hebben, aanspreken. Eventfotografen en fotografen die vooral in het buitenland werken zien hun agenda leeglopen. De urgentie is dus hoog.

Minister-president, wat is de stand van zaken in de uitrol van het noodfonds?

Hoe verantwoordt u dat het noodfonds enkel zal worden opengesteld voor de gesubsidieerde culturele sector? U hebt dat daarnet bevestigd en het is vandaag hét punt van discussie.

Bent u bereid om het noodfonds ook open te stellen voor individuele cultuurwerkers die als freelancers werken in de gesubsidieerde en in de niet-gesubsidieerde sector?

Wat is de vooropgestelde timing vanaf wanneer organisaties een beroep kunnen doen op dit noodfonds?

Indien het budget van 200 miljoen euro niet voldoende blijkt te zijn, kan dan worden bekeken welke sectoren prioritair een beroep op het noodfonds kunnen doen? Bijvoorbeeld de sierteelt. Of zult u bereid zijn om het bedrag te verhogen, in functie van de schade die wordt geleden in de sectoren?

En dan is er nog een vraag die gesteld wordt vanuit het Overleg Kunstenorganisaties (oKo). Bent u al gestart met het relanceplan voor de creatieve sectoren? Vorige week werd aangegeven dat u hiervoor al mensen hebt samengebracht. Wat is daar de stand van zaken?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Voorzitter, mijn vraag hangt eigenlijk samen met alle voorgaande vragen. Ze waren misschien beter allemaal gekoppeld.

In het eerste deel van mijn vraag wil ik peilen naar de federale maatregelen. In de gedachtewisseling van twee weken geleden hebt u gezegd dat u aan tafel ging zitten met uw federale collega’s. Wat hebt u gevraagd omtrent het kunstenaarsstatuut, de tijdelijke werkloosheid, het overbruggingsrecht en de verlenging van de taxshelter? U hebt in antwoord op de voorgaande vragen al aangegeven dat u dat hebt besproken.

Het tweede deel van mijn vraag betreft het noodfonds. Hebt u al zicht op de oefening die het departement aan het maken is inzake de precieze cijfers van de geleden nettoschade?

In de commissie gaf u aan dat u zou onderzoeken in welke mate Cultuurloket coronagerelateerd tweedelijnsadvies kan geven zolang de crisis duurt. Kunt u hier dieper op ingaan? Hoe ziet u de uitbreiding van de opdracht van Cultuurloket precies? Het levert zeer goed werk in deze tijden. De FAQ is altijd up-to-date. In de vorige commissie hadden we ook aangegeven dat de website van het departement niet helemaal duidelijk was. Ik heb de indruk dat dat ondertussen is aangepakt. Op de homepage is nu heel duidelijk de link te vinden naar de FAQ van Cultuurloket.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw D’Hose, omtrent de federale maatregelen verwijs ik naar mijn vorige antwoorden. Dat is aangekaart bij het federale kabinetten. Ik heb daar veel welwillendheid ervaren en ik hoop dat de beslissingen ook volgen, maar dat heb ik niet in de hand.

Ook inzake Cultuurloket heb ik in een voorgaande vraag al geantwoord. Men kan daar terecht met vragen over corona en de FAQ wordt regelmatig geüpdatet.

Dan kom ik tot het noodfonds. Er is een intens overleg tussen mijn departement en mijn kabinet in verband met de verdeling en verdere uitrol van het noodfonds wat betreft Cultuur. We zijn deze oefening intern aan het finaliseren. We hebben deze morgen binnen de Vlaamse Regering een timing afgesproken. De oefening die nu binnen Cultuur bezig is, gebeurt ook in andere departementen. Ik heb gevraagd om tegen het einde van deze week, meer bepaald zondagavond, de oefening voor de verschillende departementen af te ronden.

De Inspectie van Financiën zal die dossiers dan doornemen om na te kijken of er met alle elementen rekening is gehouden. Sommigen hebben minder inkomsten, maar anderen moeten minder uitgeven dan gepland. De ‘ins en outs’ moeten goed in kaart gebracht zijn. Die check gebeurt volgende week. Elke inspecteur van financiën kent zijn departement het beste. Op die manier krijgen we gevalideerde dossiers om dan tegen 15 mei de opdeling te kunnen maken binnen het budget van het noodfonds.

Dat is dus de timing. De dossiers worden afgerond tegen eind deze week. Volgende week houdt de Inspectie van Financiën die tegen het licht. Dat is natuurlijk een interactief proces met de departementen. Bedoeling is dat de dossiers afgerond en gevalideerd zijn zodat tegen 15 mei die opdeling kan worden gemaakt. Vervolgens moet men binnen het departement met het beschikbare budget tot een verdeling komen onder organisaties en individuen.

Het noodfonds gaat breder dan enkel de cultuursector. Ook jeugd, media, sociaal toerisme, bepaalde schoolreizen, aspecten van Mobiliteit en Openbare Werken en sierteelt vallen er bijvoorbeeld onder. Ik ben nog met de verschillende andere ministers in overleg over hoe we het noodfonds zullen verdelen. Dat moet gebeuren tegen 15 mei.

De toebedeling van de middelen voor de culturele sector zal gebeuren op basis van concrete en gemotiveerde dossiers, met prioriteit voor de meest acute noodzaken. De schade moet aantoonbaar zijn. Er zal rekening gehouden worden met alle factoren zoals technische werkloosheid en reserveopbouw. Sommige organisaties hebben nu eenmaal minder te lijden dan andere waar de nood veel groter is. Met al die factoren zal rekening worden gehouden.

De doelgroep van het noodfonds voor Cultuur is nog niet volledig afgebakend, maar ik ben mij bewust van de moeilijke situatie van heel wat freelancers die een belangrijk deel uitmaken van het culturele ecosysteem. Ik besef dat de sector veel groter is dan het louter gesubsidieerde stuk, maar met hen hebben we een rechtstreekse relatie. Ook is er een gradatie in de subsidielink met de vele gesubsidieerde organisaties. Soms is dat een structurele subsidielink, soms is de link iets verder af, via projectsubsidies.

Om de zwakkere te identificeren zijn de gesubsidieerde organisaties een nodige link om de brug te kunnen slaan, maar ik besef zeker dat er ook veel freelancers in de niet-gesubsidieerde actoren actief zijn. Ik zal mij beraden over hoe ik hen kan beschermen en zal hiervoor zeker een sterke oproep doen aan de gesubsidieerde organisaties om hun verantwoordelijkheid op te nemen. Van de niet-gesubsidieerden kan ik dat niet eisen, aangezien zij niet onder het toezicht van mijn administratie vallen.

Het openstellen van het noodfonds voor alle niet-gesubsidieerde actoren, lijkt me op dit moment niet opportuun. Ten eerste is de afbakening wie of welke beroepscategorieën hier dan al dan niet recht op zou hebben een bijzonder lastige oefening die steeds voor discussie en interpretatie zal zorgen. Ten tweede zijn er honderden, mogelijks zelfs vele duizenden dossiers. De middelen dreigen dan zo versnipperd te worden dat ze ook geen echte steun voor de freelancers zouden betekenen. Ik herhaal graag nog eens dat voor mij de zorg voor onze freelancers in het systeem centraal staat.

Ik stip ook nog aan dat wie niet gesubsidieerd wordt, kan aankloppen bij Cultuurloket voor advies en om na te gaan welke mogelijkheden er zijn mochten zij uit de boot vallen.

Daarnaast heeft de Vlaamse Regering wel al een principieel akkoord gegeven dat Cultuurloket naast eerstelijnsadvies, ook tweedelijnsadvies inzake de coronasituatie voorziet. Daaronder valt bijvoorbeeld advies op maat of begeleiding bij het indienen van aanvragen. Voor alle duidelijkheid: dit is een tijdelijke uitzonderingsmaatregel, die afwijkt van de huidige beheersovereenkomst.

Vanmorgen heeft de Vlaamse Regering daarover ook nog van gedachten gewisseld en de besluitvorming daarover zal in het licht van 15 mei genomen worden. Ik wil daarbij een bedenking maken. Een belangrijke culturele organisatie die tot nu toe zonder subsidie heeft gefunctioneerd, komt volgens onze redenering niet in aanmerking voor steun omdat ze nooit subsidies heeft aangevraagd. Andere organisaties die gigantisch vele subsidies hebben aangevraagd, hebben nu misschien geen nadeel of minder nadeel door de crisis, hun voorbestaan wordt in elk geval niet bedreigd. Ik wil maar zeggen dat die oefening nog niet is uitgekristalliseerd. Ik besef heel goed dat enkel vasthouden aan de gesubsidieerde sector niet houdbaar is. We denken daar nog over na en ik sta zeker open voor suggesties vanuit het werkveld. Eenvoudig is deze afbakening niet, toch niet wanneer rekening moet worden gehouden met budgettaire beperkingen. Mocht je zeggen: ik heb geen enkele beperking rond budgetten, dan is er veel mogelijk.

Die discussie zouden we willen uitkristalliseren in het licht van 15 mei, want daar komt ook bij dat veel van die zaken niet vast te pinnen zijn in de culturele sector. Het gaat ook wat ruimer dan alleen de culturele sector, wat het vraagstuk alleen maar complexer maakt, niet om vast te stellen, maar om op te lossen. In het licht van 15 mei zou die puzzel wel moeten worden gelegd.

Wat is de vooropgestelde timing vanaf wanneer organisaties een beroep kunnen doen op het noodfonds? Ik heb u juist de timing gegeven van het werk binnen de Vlaamse Regering en de verdeling, en daarna is het aan de departementen. Die operationalisering wordt op dit moment verder uitgewerkt.

Is het denkbaar ruimer te gaan dan 200 miljoen euro? De Vlaamse Regering heeft op dit moment een budget van 200 miljoen euro vrijgemaakt. We gaan kijken hoever we daarmee geraken. Dat is wat er op dit moment is bepaald, en we zien wel hoe dat verder evolueert.

Zijn we al gestart met het uitwerken van een relanceplan? Vorige week vond een overleg plaats tussen mijn kabinet, het kabinet van minister Dalle, het departement en de steunpunten en fondsen. Hier spraken we voor de eerste keer over mogelijke voorstellen voor de gefaseerde heropstart van de culturele sector. Laten we ook niet vergeten dat de creatieve sectoren breder gaan dan de cultuursector zelf. Ook met minister Crevits zal ik hierover overleg plegen.

Collega's, dit wil zeggen dat ik een heel precieze timing van wanneer organisaties het geld op hun rekening hebben staan, nog niet kan geven. We zitten geprangd tussen enige omzichtigheid die nodig is, en de urgentie van sommige organisaties of individuen met het water aan de lippen. Ik zal dat goed afwegen. Ik besef heel goed dat we snel moeten gaan, maar wanneer je te snel gaat, zie je ook een aantal zaken over het hoofd.

Vanuit de oppositie is het natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat het sneller en sneller moet, maar als je de knopen moet doorhakken, is het goed om het volledige plaatje goed in beeld te hebben om die knopen op de juiste manier door te hakken. Ik vraag daar enig begrip voor.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, uiteraard heb ik begrip voor deze ongeziene situatie waarop niemand was voorbereid, waarvoor ook geen draaiboeken klaar lagen en waarvoor we niets hadden uitgetekend. Het is inderdaad een iteratief proces en we proberen zo snel mogelijk te schakelen.

Ik zie toch twee snelheden. Voor de bedrijven liggen er allerhande premies klaar, en we zullen bij de belastingaangifte wel zien of die terecht zijn uitgekeerd. Maar die brede creatieve sectoren zijn sowieso heel precaire sectoren met enorm veel concurrentie en heel flexibel werk. Nu blijkt hoe flexibel werk ook heel precair is. Iedereen die niet kan rekenen op de hinderpremies en de andere maatregelen die op het federale niveau zijn genomen, kijkt naar dat noodfonds.

Ik blijf op mijn honger zitten. Het zou zeer goed zijn om duidelijkheid te verschaffen over hoeveel er precies naar de cultuur zal gaan. Er is de sierteelt, de opvang van scholen, hoeveel gaat er dan nog overblijven? Heel veel mensen zitten te wachten om daar enigszins zicht op te krijgen. U zegt dat het alleen maar zal worden toegekend als de schade aantoonbaar is. Opnieuw gaat het dan over een hele procedure terwijl het eigenlijk sneller kan. U hebt de datum van 15 mei vooropgesteld, en dus gaat iedereen uitkijken naar die datum.

Dan de kwestie van 'enkel de gesubsidieerde sector'. U zegt dat u daar een directe link mee hebt. Dat klopt, zeker en vast is dat zo. Toch is dat veel te eng. De grote culturele gesubsidieerde organisaties zoals deSingel zetten zelf initiatieven op. Ik zag iets passeren van deSingel: daar gaat men de niet-teruggeclaimde tickets ook in een noodfonds steken om de noodlijdende artiesten te kunnen bijstaan. Zij nemen op dat vlak hun verantwoordelijkheid. Ik hoor dat die organisaties al hun contractuele engagementen willen behouden: van alle geannuleerde voorstellingen en presentaties, enzovoort. Daarnaast zijn er echter nog massa’s mensen die voor tv werken – ik denk aan Studio 100 –, van kabelslepers tot acteurs, die nog geen contract hadden en die nu helemaal zonder inkomen zitten. Ik roep dus absoluut op om ook te kijken naar de dwingende noden van mensen die werken in de brede cultuur- en eventsector, in festivals, die vandaag op niets een beroep kunnen doen. Het gaan om veel meer mensen dan wij allemaal beseffen.

Die 200 miljoen euro, dat is een mooie inspanning. Ik ben heel blij dat u een opening laat om te bekijken of dat bedrag nog naar boven kan worden aangepast, mocht het nodig blijken. Ik denk toch dat ik u goed gehoord heb. Kijk naar Nederland: daar hebben ze 300 miljoen euro alleen al voor de cultuursector. In Frankrijk is dat 500 miljoen euro, enkel voor cultuur. In Zweden is dat ook 500 miljoen euro. De omringende landen doen, alle schaalverschillen in acht genomen, veel meer want bij hen gaat het enkel over de cultuursector.

Met het noodfonds, zoals het nu is, zal er snel moeten worden geschakeld. Het moet worden opengesteld voor de brede sector, ook de gesubsidieerde sector. Het moet snel worden opgestart. Er moet snel duidelijkheid komen. We zullen de middelen moeten verhogen.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Minister-president, ik ben blij dat u het nog niet helemaal hebt beperkt tot enkel de gesubsidieerde sector. U maakt hier echt wel de juiste afweging. Er zijn effectief organisaties die altijd hebben gezegd dat ze het zonder subsidies doen. Ze proberen zoveel mogelijk op te treden in culturele centra en ze proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Maar nu valt alles weg. We willen die hele sector meehebben. Het is goed dat u nog eens goed nadenkt of het klopt en dat u hiervoor de tijd neemt. Het is verschrikkelijk om te zien hoeveel ondernemers het moeilijk hebben in de cultuursector en de evenementensector. De overheid moet proberen te investeren. De factuur zal inderdaad hoog zijn. Maar het levenswerk van ondernemers te zien kapotgaan door de combinatie van – wat is het nu? – een vleermuis en een slang in Wuhan?

Dit doet mij altijd terugdenken aan een persoonlijk verhaal. Mijn ouders waren kleine zelfstandigen. Mijn vader deed in elektrische verwarming. Hij heeft op zeer jonge leeftijd een hersenbloeding gehad. Hij was dus alles kwijt. Hij heeft zeer lang in coma gelegen. Wij hadden op dat moment heel veel investeringen gedaan. Ik kan u verzekeren hoe snel het dan gaat. Je kunt de leveranciers niet meer betalen. Je hebt geen nieuwe klanten meer. Je geraakt in een vicieuze cirkel. Mijn ouders zijn overkop gegaan. Ik zal nooit vergeten  dat mijn vader opnieuw leerde praten. Op hetzelfde moment was de deurwaarder heel de boel aan het inladen. Ik kan u zeggen dat zoiets je tekent. Ik zie vandaag heel veel zaken gebeuren bij ondernemers die totaal niet hebben gekozen voor wat er nu gebeurt. Ze hebben heel hun leven dag in dag uit keihard gewerkt. In het West-Vlaams zeggen ze: ‘slag om slinger’. Nu worden ze geconfronteerd met iets waar niemand iets aan kan doen. Dan moeten wij, als overheid, heel hard beseffen wat onze verantwoordelijkheid hierin is. We moeten de gezonde bedrijven daaruit trekken. We moeten echt alle inspanningen leveren, ons ‘stretchen’, om zoveel mogelijk mensen, ondernemers, daaruit te trekken.

Dit was een persoonlijk verhaal. Mijn excuses indien dit niet helemaal in de lijn ligt van deze commissie. Maar ik vertelde het om duidelijk te maken waarom het zo belangrijk is. Het mogen niet zomaar cijfers van faillissementen zijn, van zaken die overkop gaan. Daarachter zit er altijd een gezicht, iemand die zijn levensdroom overkop ziet gaan. Als politici moeten wij ons daarvan ten volle bewust zijn.

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u een opening laat om het verder open te stellen naar niet-gesubsidieerde instellingen. Het laatste dat we mogen doen is mensen benadelen die jarenlang hebben gewerkt zonder subsidies. Dat is de wereld op zijn kop.

Toen u het noodfonds aankondigde, was ik tevreden over het totaalbudget, maar heb ik ook al vragen gesteld over dat bedrag. We wisten en weten nog altijd niet – ook al hebben we er nu een beter zicht op – hoelang alles zal duren en hoe groot het bloedbad zal zijn. Het is zwaarder dan we dachten. Voor vele delen in de cultuursector is er nog geen licht aan het eind van de tunnel.

Ik besef maar al te goed dat er budgetbeperkingen zijn, maar in dezen hoop ik toch dat er binnen de regering nog een inspanning gevonden kan worden. Maar ga alstublieft geen geld bij drukken zoals econoom De Grauwe zegt, want dan zien we nog jaren zwarte sneeuw.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik sluit me absoluut aan bij het onderzoek naar de niet-gesubsidieerde sector, maar ik ben ook wel gevoelig voor hoe dat dan moet, want het is inderdaad niet eenvoudig.

Ik wil ook graag vooruitkijken. We zijn nu bepaalde problemen aan het oplossen en dat is heel belangrijk. Uit mijn eigen ervaring in de sector en uit de vele contacten die ik de laatste dagen heb gehad met producenten, gesubsidieerd of niet-gesubsidieerd, blijkt dat er een nieuw heel groot probleem aankomt. Wat er op dit moment klaarligt aan producten om vanaf september verspreid te worden – vergeef me de managerstaal –, zal niet verspreid kunnen worden als de normen blijven zoals ze nu zijn. Als je de regels bij een dansvoorstelling wil volgen op het podium, dan moet er voortaan gedanst worden op vier meter afstand. Dat is niet haalbaar. Laat ons dan ook nadenken over innovatie in de sector.

Ik zag gisteren een reportage in het Journaal waarin een firma omschakelde omdat het product dat ze nu hebben niet vatbaar is voor consumptie in dit seizoen. Zij krijgen een daarvoor innovatiepremie. Ik kom dan bij een oud zeer dat ik al een aantal keren heb aangekaart: waarom worden de vele innovatiegelden voor de economische sector ook niet aangesproken voor de cultuursector? Ik vrees dat de ‘producten’ aangepast zullen moeten worden om ze te kunnen verspreiden. Ik wil deze bezorgdheid zeker meegeven en we moeten daar in de volgende commissies op terugkomen.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Minister-president, in uw antwoord zitten heel wat elementen die ik kan bijtreden. Het is goed dat u zich niet laat opjagen en begrip en de nodige tijd vraagt om tegen 15 mei dan te bekijken hoe die middelen aangewend zullen worden en naar welke sectoren ze gaan. We steunen de oproep om niet alleen naar de gesubsidieerde sectoren te kijken. U hebt terecht geschetst dat er binnen de zogenaamde niet-gesubsidieerde sectoren verschillende organisaties en gezelschappen zijn die eerder nooit subsidies hebben gekregen, maar voor wie het nu ook een verhaal van leven of dood is.

Maar ik denk dat het heel belangrijk is dat er, vooraleer die beslissingen genomen worden, een heel goed zicht is op de schadeberekening die gemaakt is bij de verschillende organisaties en sectoren. Dat moet eerst gebeuren, en vervolgens moet er prioritair gezorgd worden dat de inkomens van de gezinnen veiliggesteld worden. Het is altijd de drijfveer geweest binnen de Vlaamse Regering, de initiatieven die jullie genomen hebben, compensaties en hinderpremies enzovoort: dat was geen vergoeding voor een verlies aan inkomsten, dat zijn altijd middelen geweest om ervoor te zorgen dat zij door deze moeilijke periode kunnen geraken, dat zij na deze periode zeker zijn te kunnen overleven en om die inkomsten en tewerkstelling voor die gezinnen te kunnen garanderen. Ik hoop dat dat ook een van de leidende principes zal zijn bij de toewijzing van de middelen uit het noodfonds. De vraag gaat heel groot zijn.

Dat brengt me bij het tweede punt: de vraag naar die 200 miljoen euro. Ik ben heel blij dat u hier die opening maakt om te bekijken of er eventueel meer nodig is en of er meer kan worden gevonden. Ik denk dat dat heel hard nodig zal zijn, gezien de veelheid aan vragen die uit de verschillende sectoren komen. Nu moeten wij er vanuit onze commissie mee over waken, en u als minister van Cultuur, dat onze vrijetijdssector – zo worden wij soms genoemd – ook nog voldoende middelen krijgt om door deze crisis te gaan en achteraf ook nog aan relance te doen.

Ik wil ook nog wijzen op een derde punt, namelijk de bevoegdheidsverdeling die gerespecteerd moet worden, tussen enerzijds Vlaanderen en anderzijds het lokale niveau. Het mag niet de bedoeling zijn, ook niet binnen dit noodfonds, om echt lokale organisaties te gaan ondersteunen. Daar is in de eerste plaats een rol weggelegd voor onze lokale besturen. Wij moeten doen wat wij moeten doen en de lokale besturen moeten doen wat zij moeten doen. Voor de rest, minister-president, kijk ik uit naar de verdeling van de middelen van het noodfonds. Ik heb er vertrouwen in dat u en uw collega’s in de Vlaamse Regering dat op een verstandige manier zullen doen, het is een prioriteit voor die tewerkstelling en het garanderen van inkomsten voor onze gezinnen. Alvast bedankt.

Vanuit onze fractie hoop ik dat wij in deze commissie ook niet overgaan tot een opbod tussen sectoren. Dan zijn we volgens mij niet goed bezig. Ik begrijp de noden en ik begrijp dat er heel veel noden zijn in de sector, en dat de creatieve sector ook een economische sector is, is nogal duidelijk. Maar ik pleit ook voor enige zin voor realisme, ook binnen deze commissie. Het belangrijkste voor ons is dat het landschap overeind blijft, dat we de mensen door de crisis kunnen loodsen en dat we nadien ook opnieuw kunnen opstarten. Ja, volgens mij zullen in dat noodfonds ook de nodige keuzes gemaakt moeten worden en moet er ook gekeken worden of er daadwerkelijk schade is geleden en of er daadwerkelijk de mogelijkheid is om voort te werken. Dat is gewoon een terzijde die ik nog wil meegeven.

Minister-president Jan Jambon

Ik zal zeer kort zijn, want de meesten van jullie hebben bedenkingen gegeven en niet echt vragen gesteld. Maar ik heb toch drie korte opmerkingen.

Ten eerste, mevrouw Segers: de bedrijven versus de cultuur. Als mensen uit de cultuur aanspraak willen maken op die cheque van 3000 euro, dat ze het maar doen. We steken die net in een noodfonds omdat we denken dat de nood zich daar op een totaal andere manier situeert. Ja, we zijn daar heel pragmatisch geweest. Als we daar voor die 3000 euro moeten gaan zoeken hoeveel dingen men nu eigenlijk … We zeggen dat we voor diegenen die een terugval hebben van omzet met 60 procent, twee dingen kunnen doen: we kunnen zeggen dat ze alle dossiers moeten invullen of we gaan van goede trouw uit en we doen een post-factumcontrole bij de btw. Ik denk dat de zaak in de cultuursector op een andere manier ligt, dat dat meer specifiek is dan voor die individuele bedrijven, dat gaat meestal over winkels die moeten sluiten. Ik houd dus eigenlijk niet zo van die tegenstelling die u nu maakt, zo van ‘voor de bedrijven doet u het allemaal heel rap en pragmatisch’. Ik had dat willen doen, iedereen in de cultuursector een vast bedrag, en men krijgt onmiddellijk die cheque uitgekeerd, en daarna praten we er niet meer over. Als u mij dat voorstelt, oké, dan kan ik dat direct implementeren. Ik denk dat we dan heel veel onvrede en ontevredenheid in de cultuursector zouden produceren en dat is absoluut mijn bedoeling niet.

Mijnheer Pelckmans, ik heb geen enkel probleem met managementtaal, integendeel. Ik denk dat je een crisis moet managen, en bij management hoort managementtaal. Maar dat was niet de grond van mijn opmerking.

In het beheren van deze crisis, los van de fasen die premier Wilmès heeft voorgesteld, heb je drie fasen. De eerste is de fase van de crisis zelf, en de maatregelen die je moet nemen om de crisis in te dijken. De tweede is de fase van de exitstrategie, om uit de crisis te geraken. Nu zitten we op het scharnierpunt van die twee fasen. De derde fase is minstens even belangrijk en dat is, als je ziet dat we uit de crisis geraken, de vraag: hoe kunnen we relanceren om zo rap mogelijk terug naar het normale te gaan, als we ooit naar het normale gaan? Misschien wordt dat dan een nieuw normaal.

Natuurlijk moeten we aan die relance en aan het middellangetermijnperspectief denken, maar nu zijn we nog op het scharnierpunt van de crisis indijken en uit de crisis geraken. We kunnen natuurlijk alles op een hoop gooien, maar dat lukt niet. Dit is onze aanpak. Vandaag hebben we in de regering een ecologisch relancecomité goedgekeurd. We gaan ook hetzelfde doen met een maatschappelijk relancecomité. Die twee moeten samen sporen. Daar beginnen we nu ook oog voor te hebben, maar alles op z’n tijd, zoals ze bij ons zeggen.

Collega’s, voor ik valse verwachtingen schep: ik heb nog geen opening gemaakt om die 200 miljoen euro op te drijven. Ik heb gezegd dat de beslissing van de Vlaamse Regering waar we nu mee werken, 200 miljoen euro is. Ik wil vanavond of morgen echt niet op Belga zien staan: 200 miljoen euro, vergeet dat, het zal wel een hoger bedrag zijn. Dat heb ik niet gezegd, voor alle duidelijkheid.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, jammer. Ik had echt een opening gehoord in uw laatste antwoord op mijn eerste vragen. U zei dat u zou herbekijken wat nodig is om misschien uit te breiden. Jammer dat ik dat mis begrepen heb. Die deur is dan weer dicht, maar so be it.

Ik denk dat u mij mis begrijpt als ik het heb over de bedrijven. U zegt dat die bedrijven zeker en vast kunnen rekenen op de maatregelen die genomen zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Studio 100 en Live Nation. Die zullen dat ook wel doen. Het gaat mij niet over hen, het gaat meer over de talloze zelfstandigen en freelancers die werken voor producties van Studio 100 en Live Nation enzovoort. Het gaat mij over die mensen, die niet per se werken voor gesubsidieerde, of uitsluitend gesubsidieerde organisaties. Daar zijn er maar weinig van. De meeste mensen in de culturele sector werken zowel voor de VRT, als voor de theaterhuizen, als voor bedrijven als Studio 100. Het gaat me over hen. Wij moeten hen proberen te helpen. Dat is de vraag om het noodfonds te openen voor die cultuurwerkers die ook werken voor niet-gesubsidieerde organisaties.

Collega Pelckmans, niet alleen om reden van social distancing zullen producties niet meer in aanmerking komen voor spreiding. We moeten de lokale besturen voor hun verantwoordelijkheid stellen voor de lokale organisaties. Maar wat als de lokale besturen, die ook in het najaar misschien nog regels van social distancing zullen moeten toepassen, voorstellingen zullen moeten annuleren in hun cultuurcentra en gemeenschapscentra? Wat als ze niet hun verantwoordelijkheid nemen en bij annulatie niet zullen betalen? Ik zag daarover vandaag een tweet van Jelle Cleymans langskomen, bijvoorbeeld. Wie gaat die artiesten dan betalen? Dat is iets wat we al tegen september zullen moeten voorzien.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.