U bent hier

– Wegens de coronamaatregelen werden deze vragen om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Voorzitter, toen ik mijn vraag indiende, zaten we nog in een andere fase van de coronacrisis. Op 21 april 2020 heeft Roger Kesteloot, de grote baas van De Lijn, nog het probleem aangehaald van de social distancing op de bussen. Een dag later kwam hij opnieuw in het nieuws en zei hij: 'Kijk, ik wil dat mondmaskers verplicht worden op het openbaar vervoer.' Ik zal niet alles herhalen wat we gisteren in de plenaire vergadering hebben kunnen horen en vernemen. Maar ondertussen weet iedereen dat de Nationale Veiligheidsraad vorige week een aantal beslissingen heeft genomen en dat vanaf maandag het dragen van mondmaskers op het openbaar vervoer zal worden verplicht voor iedereen vanaf 12 jaar. Dat gaat samen met de afbouwstrategie.

Die exitstrategie zal natuurlijk leiden tot een geleidelijke toename van het openbaar vervoer. Er is nog iets dat me nog niet helemaal duidelijk is op dat vlak. De Nationale Veiligheidsraad heeft gezegd dat mondmaskers worden verplicht, maar herinnert er in dezelfde tekst aan dat het afdekken van de mond en de neus in het algemeen niet voldoende bescherming biedt als men niet correct omgaat met de veiligheidsafstand en de hygiënische maatregelen. Zo roept er ook toe op om zich zoveel mogelijk met eigen middelen te verplaatsen. Maar hoe zit het nu met de veiligheidsafstanden in combinatie met die mondmaskers?

Minister, ik heb verder een paar vragen die gisteren misschien wat minder werden beantwoord. U hebt duidelijk gezegd dat er mondmaskers worden aangekocht voor het personeel, enzovoort. Daar zal ik allemaal niet op terugkomen. Maar klopt het nu dat De Lijn vanaf maandag opnieuw haar normale dienstregeling zal leiden? In een eerste fase zal het wellicht nog niet heel veel gebruikt worden en zal de afstand nog wel kunnen worden gerespecteerd. In een eerste fase zal het dus wel voldoende zijn. Maar naarmate de weken zullen vorderen, is die regeling dan wel voldoende om die anderhalve meter afstand op de bussen en de trams te kunnen respecteren, zoals de Nationale Veiligheidsraad eigenlijk toch wel aanraadt? Welke bijkomende preventieve maatregelen zal De Lijn nemen om niet alleen het personeel, maar ook de reizigers te beschermen? Ik denk bijvoorbeeld aan de drukknoppen. Zullen we die met z'n allen nog indrukken, met de blote vingers? Of zullen de bussen automatisch stoppen aan elke halte? Dat zou een oplossing kunnen zijn. Komen er handgels op de bus? Ik had ergens gelezen dat die er zouden komen aan de haltes. Maar dat zou ik toch niet meteen doen, omdat dat openbaar domein is en wie weet wat er dan allemaal met die handgels gebeurt. Maar zo’n handgel op de bus zelf aan een van de palen vasthangen, kan misschien wel, want daar is toch sociale controle. Zal dat er komen of niet? Er was ook gezegd dat men de reizigers zal verleiden naar de daluren, maar dat zal toch ook afhangen van in welke mate zij op bepaalde uren al dan niet op hun werk zullen moeten zijn. Zullen er zitplaatsen worden afgeplakt? Dat soort hele concrete vragen leeft toch nog.

U had het gisteren ook over de sancties die nog niet duidelijk zijn. U zei dat als iemand zonder mondmaskers opstapt op de bus, die persoon zou worden verwijderd, eventueel na verwittigen van de dispatching. Maar wat de sancties zelf betreft, zullen dat dan de boetes van De Lijn zijn of worden dat administratieve boetes? Gaat dat via politie en parket? Daarover was er nog geen duidelijkheid. Maar ik dacht dat dat ook nog in besluiten moest worden gegoten door het federale niveau. Ik neem aan dat dat tot op heden nog niet is gebeurd. Maar misschien weet u daar al iets meer over?

Tot slot heb ik nog één vraag, die ook coronagerelateerd is. Ik kreeg de vraag net binnen, daarom stel ik ze opnieuw. Ik weet dat ik ze niet op voorhand heb ingediend.  Bij de gedachtewisseling van een week of twee geleden, hebt u gezegd dat u zou bekijken of de duur van abonnementen met een korte tijd, ongeveer de periode van de lockdown, al dan niet zou kunnen worden verlengd. Zal dat nu gebeuren? Wan ik kreeg die vraag vandaag opnieuw in mijn mailbox. Mensen vragen zich af of ze hun abonnement, dat ze een maand of langer niet konden gebruiken, opnieuw zullen kunnen verlengen zonder te moeten bijbetalen.  Die vraag leeft bij de mensen. Daarover kunnen we misschien het best zo snel mogelijk duidelijkheid geven.

Minister, ik hoop dat ik de hele sessie van deze vraag zal kunnen volgen. Ik moet weldra naar de commissie Cultuur, voor het stellen van een andere vraag. Ik blijf het hier zo lang mogelijk volgen. Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik heb soortgelijke vragen. Onze vragen dateren inderdaad van vooraleer de Veiligheidsraad zijn exitstrategie met de verschillende fases had bekendgemaakt. En uiteraard speelt mobiliteit daarin een belangrijke rol. Mensen moeten zich op een veilige manier kunnen verplaatsen .

Op die persconferentie hebben we vernomen dat De Lijn haar aanbod progressief zou uitbreiden tegen fase één, aanstaande maandag. We weten ondertussen ook dat reizigers verplicht zullen zijn om een ‘mond-neusbedekking’, zoals men dat nu noemt, te dragen op het openbaar vervoer. Daarover is gisteren inderdaad ook al heel wat gezegd. Op de persconferentie is ook heel expliciet gezegd dat men mensen aanraadt om zich te verplaatsen met eigen vervoersmiddelen, om zo de drukte te vermijden en voorrang te geven aan wie het openbaar vervoer het hardst nodig heeft. Minister, het is misschien niet zo bedoeld, maar het komt een beetje over alsof het openbaar vervoer een laatste optie is, een alternatief voor diegenen die echt geen andere keuze hebben. Dat vind ik persoonlijk toch niet de beste uitdrukking of benadering.

Daarnaast werd er ook een generieke gids opgesteld door de sociale partners. Die gids moet aangeven hoe men op een veilige manier kan werken ten tijde van deze crisis. Daarin wordt toch duidelijk aangegeven dat men, naast het verplicht dragen van een mondmasker, vanuit de sociale partners adviseert om die social distancing te waarborgen. In het debat gisteren hebt u gezegd dat het niet realistisch is om die social distancing te waarborgen op de bussen en trams en dat u het meeste heil ziet in die mondmaskers. En wat de handhaving betreft, leek het dat men vooral op sociale controle aangewezen zou zijn. Voor het personeel worden er uiteraard mondmaskers voorzien en zou er worden onderzocht of er extra bescherming mogelijk is voor chauffeurs, bijvoorbeeld door het plaatsen van plexiglas.

Aanstaande maandag zal het economische leven voor een groot stuk op gang komen.Op 15 of 18 mei komen daar de schoolgaande kinderen bij. Ik denk dat u het wel met me eens bent dat het essentieel is dat we de veiligheid van het personeel en de reizigers op het openbaar vervoer kunnen garanderen en dat we ook absoluut kunnen waarborgen dat die bussen geen nieuwe broeihaard van verspreiding van bacteriën of virussen zullen worden. Want als we die garanties qua veiligheid niet kunnen geven, zal niemand de bus durven nemen. En dan zal het openbaar vervoer effectief het laatste redmiddel worden voor de kneusjes die geen andere keuze hebben. En dat zou toch absoluut niet de bedoeling mogen zijn.

Minister, ik zal de vragen stellen zoals ik ze op papier had gezet. Een aantal daarvan zijn een beetje achterhaald, daarop moet dan ook niet meer uitgebreid worden geantwoord.

Binnen de Groep van Experts belast met de Exitstrategie (GEES) is er een werkgroep mobiliteit opgericht, zo hebt u zelf gezegd. 

Liggen er, behalve wat al werd aangekondigd, nog maatregelen op tafel binnen die werkgroep?

Welke maatregelen voorziet u zelf? Vanaf wanneer zal De Lijn terug op volle capaciteit kunnen rijden? Mevrouw Brouwers heeft die vraag ook gesteld. Is daar al zicht op?

De vraag van mevrouw Brouwers over de abonnementen stond ook op mijn lijst. Wat de abonnementshouders en houders van rittenkaarten betreft, hebt u in de vorige commissie een opening gelaten. Zou het mogelijk zijn om die eventueel te verlengen met de duurtijd van de crisis, zoals ook bij de NMBS zou gebeuren?

De mondmaskers spelen een cruciale rol in de exit. Zal De Lijn zelf in de distributie van mondmaskers voorzien? Zo ja, op welke manier, vanaf wanneer en hoeveel?

Komen er bijkomende maatregelen om de chauffeurs te beschermen? Blijkbaar wordt de mogelijkheid onderzocht om, net als in andere landen, te werken met plexiglas rond de cabines.

Tot slot heb ik nog een vraag rond de exitstrategie voor scholen. Zoals de directeur-generaal van De Lijn ook al zei, zal de heropstart van de lessen een grote impact hebben op de werking van De Lijn. Bent u of is De Lijn betrokken bij de exitstrategie voor het onderwijs?

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat niet over De Lijn. Ik vond het dan ook een beetje raar dat mijn vraag over deelfietsen aan deze vragen werd gekoppeld. Maar voor mij is dat geen probleem en voor de minister zal het dat wellicht ook niet zijn.

Vakbonden en werkgevers, verenigd in de Groep van Tien, zijn het vorige week woensdag eens geraakt over een kader voor een stapsgewijze economische heropstart. De sociale partners onderhandelden al enkele dagen over een kader voor deze heropstart. De inzet was een gids opgesteld door de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, waarin zowel de vakbonden, werkgevers als overheid vertegenwoordigd zijn. Die gids is een gedetailleerd werkstuk, een soort ‘toolbox’ met maatregelen om de economie herop te starten in gezonde en veilige omstandigheden. Bij de aanbevelingen van hoe naar het werk te komen, wordt het gebruik van deelfietsen afgeraden. Alle vormen van deelmobiliteit alsook het openbaar vervoer zullen in het postcoronatijdperk erg onder druk komen te staan. Het wordt een uitdaging om reizigers ervan te overtuigen dat het gebruik ervan veilig kan zijn. Hiervoor zullen bijkomende inspanningen nodig zijn.

Minister, wat is uw standpunt over het afraden van het gebruik van deelfietsen?

Welke maatregelen zullen worden genomen om het gebruik van deelsystemen en openbaar vervoer hygiënisch te maken?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Collega’s, ik dank u voor uw vragen. We hebben het hierover inderdaad al vrij uitgebreid gehad in de plenaire vergadering, naar aanleiding van een aantal actuele vragen. Ik wil mij even focussen op de grote lijn, zeker omdat ik mevrouw Robeyns heb horen zeggen dat het in de presentatie van de Nationale Veiligheidsraad een beetje overkomt alsof het openbaar vervoer de laatste optie is. Dat wil ik toch even rechtzetten. En het is daarstraks ook al aan bod gekomen in de commissie. Wij willen ten volle blijven inzetten op die modal shift: weg van de weg en zoveel mogelijk inzetten op duurzame vervoersmodi. Voor ons is het openbaar vervoer daarin zeker een belangrijke factor.

Maar op dit ogenblik zitten we natuurlijk met een gezondheidscrisis. Ik wil wel benadrukken dat De Lijn of het openbaar vervoer tijdens die gezondheidscrisis te allen tijde is blijven rijden, zeker voor die mensen die dat expliciet nodig hebben. Zij zijn blijven rijden, weliswaar in een aantal specifieke omstandigheden, die vooral te maken hebben met veiligheid en hygiëne. Wat dat betreft denk ik dat we zeker een pluim mogen geven aan alle mensen van De Lijn die ervoor hebben gezorgd dat mensen die essentiële verplaatsingen willen of moeten doen, die ook konden doen en dat ze van het openbaar vervoer hebben kunnen gebruikmaken.

Op 21 april hebben we samengezeten met een aantal experten van de GEES. We hebben toen samen met de ministers van de andere gewesten alsook de federale minister bevoegd voor mobiliteit samengezeten om te kijken hoe we die exitstrategie zo goed mogelijk kunnen aanpakken. Daarbij hebben we er rekening mee gehouden dat, als er enerzijds een social distancing is van 1,5 meter tussen elke reiziger op de trams, bussen, metro’s of treinen, er natuurlijk nagenoeg geen capaciteitsuitbreiding mogelijk is. Maar als we anderzijds de economische sectoren, de onderwijssectoren willen laten heropstarten, moet er natuurlijk ook meer capaciteit mogelijk zijn.

Daarom was er rond het verplichten dan wel aanbevelen van het dragen van een mondmasker, onmiddellijk unanimiteit over het bij voorkeur verplichten van een mondmasker op het openbaar vervoer. Niet vanwege het willen verplichten, verre van, maar wel om de mensen een groter veiligheidsgevoel te geven en ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk besmettingen kunnen gebeuren.

Bijkomend wil ik even meegeven – en dat is het laatste wat ik zal zeggen over de Nationale Veiligheidsraad – dat het voor de periode die nu ingaat, fase één, nog altijd gaat over enkel essentiële verplaatsingen. Dat is één. Men blijft daarop hameren: tussen 4 mei en de volgende fase van 18 mei mogen er alleen essentiële verplaatsingen worden uitgevoerd. En twee, men blijft nog altijd zoveel mogelijk focussen op telewerk of thuiswerk.

Dus we verwachten niet dat het vanaf 4 mei zo'n enorme vaart zal lopen op het openbaar vervoer. Alleszins zijn we er wel op voorbereid. Er zijn heel wat mondmaskers besteld. Wat nieuw is vandaag: de eerste 25.000 maskers zijn geleverd en worden de komende dagen ter beschikking gesteld van het personeel van De Lijn. Daar zijn we natuurlijk zeer tevreden over, want we kunnen wel 90.000 mondmaskers bestellen, maar als die niet tijdig geleverd worden, levert dat problemen op. De vandaag geleverde maskers worden zo snel mogelijk verdeeld, zodat vanaf maandag 4 mei elk personeelslid van De Lijn – niet alleen de chauffeurs maar ook de mensen in de Lijnwinkels en het technisch personeel – minstens 5 wasbare mondmaskers ter beschikking heeft en kan gebruiken.

Ik herhaal dat alle andere maatregelen van kracht blijven. Ik denk aan hygiënemaatregelen en de inzet van extra reinigingsmiddelen. Aan het onthaal of de balie van de dienstgebouwen en de Lijnwinkels komen er, als er nog geen glas is, plexiwanden. De stuursloten van de chauffeurs, die op dit ogenblik afgespannen worden met een lint, krijgen in eerste instantie minstens een ketting en worden daarna voorzien van plexiglas. We kunnen niet alle bussen tegelijkertijd voorzien van plexiglas. We willen ervoor zorgen dat de chauffeurs zo veel mogelijk afgesloten zijn van de reizigers. De reizigers blijven ook achteraan opstappen. Al die maatregelen blijven van kracht.

De vakantieregeling loopt tot 4 mei. Vanaf dan wordt er weer overgeschakeld op de normale dienstregeling van het precoronatijdperk.

Dan kom ik tot de vraag betreffende de abonnementhouders. Zoals ik enkele weken geleden al aangaf in deze commissie, vind ik dat een goede suggestie. Ik heb ook aan De Lijn gevraagd om te onderzoeken of iedereen die een abonnement heeft, een verlenging kan verkrijgen. Zoals ik ook al antwoordde op een schriftelijke vraag, geeft De Lijn aan dat er bij andere vervoersmaatschappijen – specifiek de NMBS – geen verlenging komt van de abonnementen. We zochten het op op de website, maar vonden daar niets specifieks over terug. De Lijn houdt vast aan de normale regeling inzake het verlengen of het geven van een tegemoetkoming voor een abonnement dat niet gebruikt kan worden. Zoals ik eerder al zei, onder andere toen het ging over de ombudsman, blijft een oplossing op maat mogelijk. De oude regeling blijft dus van kracht. Als iemand me kan aantonen dat er bij de andere vervoersmaatschappijen wél terugbetaald kan worden, hoor ik dat graag. Ik herhaal dat ik dat een goed voorstel vond, dat we daarom ter overweging overgemaakt hebben aan De Lijn. Daar blijft men nog vasthouden aan de bestaande regeling voor abonnementen.

Er waren een aantal vragen over de deelfietsen. Het gebruik van deelfietsen is enorm teruggevallen. Ik wil u wel nog meegeven dat wij, naast de exitstrategie van de GEES en de Nationale Veiligheidsraad, met de administratie een eigen exitstrategie hebben uitgewerkt om de duurzame vervoersmodi extra te promoten. Het is niet zo dat men het openbaar vervoer niet wil gebruiken, maar een heel aantal mensen zal niet spontaan op een overvolle bus of tram willen stappen.

We willen die mensen niet onmiddellijk weer toeleiden naar de auto. We proberen hen zo veel mogelijk aan te moedigen om andere duurzame vervoersmodi te gebruiken. Naast korte verplaatsingen te voet en met de fiets, denken we dat voor de wat langere verplaatsingen elektrische deelsystemen een heel goed alternatief kunnen vormen.

Mevrouw Fournier stelde een aantal vragen over de elektrische deelfietsen en deelsteps. We proberen daar alleszins, in samenspraak met de sector, zoveel mogelijk opnieuw op in te zetten. Ik herhaal dat we dat zien als een gezond alternatief voor woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer, dat vanaf 18 mei gestaag zal toenemen.

Ik wil wat cijfers meegeven over het gebruik van het openbaar vervoer. Onder normale omstandigheden wordt het openbaar vervoer gebruikt door een kleine 900.000 reizigers, waarvan 45 procent voor woon-schoolverkeer. Dat gebeurt vooral in het secundair en hoger onderwijs, in het lager onderwijs wordt veel minder gebruikgemaakt van het openbaar vervoer. Voor het woon-werkverkeer, dat goed is voor 25 procent, willen we vooral inzetten op duurzame vervoersmodi en het gebruik aanmoedigen van deelfietsen en deelsteps.

Met onze eigen ‘exitwerkgroep’ en de Stichting Verkeerskunde bekijken we momenteel hoe een uitgebreide campagne opgezet kan worden om veel meer in te zetten op de fiets voor woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer, waarbij alle deelsystemen in de picture komen. We hebben onder andere overlegd met Blue Mobility om op dat vlak extra maatregelen te kunnen nemen. Uiteraard moet er een beroep gedaan worden op het gezond verstand van elke gebruiker. Ik denk aan het gebruik van drukknoppen in bussen en trams en het gebruik van deelfietsen en -steps. De kans op besmetting moet te allen tijde zo klein mogelijk gehouden worden. Men geeft ons aan dat het risico op besmetting door het gebruik van deelfietsen relatief klein is. Het virus zou veel meer overgedragen worden van mens op mens dan door het aanraken van handvaten van deelfietsen. Desalniettemin verzekert de sector ons dat de nodige voorzorgsmaatregelen worden genomen bij het terugbrengen en afhalen van die fietsen.

De deelfietsen en uitleenautomaten van Blue Bike worden vanaf 11 mei dagelijks ontsmet. Een deelfiets van Blue Bike wordt momenteel gemiddeld minder dan één keer per dag uitgeleend en de gemiddelde uitleenduur bedraagt acht uur. De kans is dus relatief klein dat het virus daar kan overspringen. Iedereen gaat alleszins volop mee in de campagne om zoveel mogelijk in te zetten op handenwassen, social distancing enzovoort om ervoor te zorgen dat het gebruik van deelfietsen in de meest hygiënische omstandigheden kan plaatsvinden.

Ik concludeer. We zetten volop in op alle duurzame vervoerssystemen. De Lijn is helemaal klaar om vanaf 4 mei weer op volle capaciteit te werken. We verwachten nog geen capaciteit van 100 procent vanaf 4 mei, zelfs niet vanaf 18 mei. Ik herhaal dat elke fase geëvalueerd wordt en dat er bekeken wordt of bijkomende maatregelen genomen moeten worden. De maatregelen die nu gelden, zijn de maatregelen die gelden tussen 4 mei en 11 mei. We denken dat we ten volle voorbereid zijn.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dank u, minister, voor uw antwoord. Wat het al dan niet verlengen van abonnementen betreft, vind ik niet dat we moeten wachten op de NMBS. De procedure van vandaag, via een klacht en een compensatie, is vandaag geen geschikte procedure als zo’n grote groep mensen daar individueel gebruik van begint te maken. Ik zou daar dus toch nog eens over nadenken.

Ik heb een bijkomende vraag. Ik maak me toch wel wat zorgen. In de beginperiode zullen er geen problemen zijn, want dan zullen niet zo veel mensen de bus of tram nemen. Ik vraag me wel af of De Lijn, naarmate het openbare leven vanaf 18 mei hervat wordt, voldoende mogelijkheden heeft om flexibel in te spelen op de vraag. Zal er een continue monitoring zijn van het aantal mensen op bussen? Kan de dienstregeling tijdens spitsmomenten desnoods uitgebreid worden? Is men daarmee bezig?

Voor de rest ben ik zeer verheugd te vernemen dat er vandaag al 25.000 mondmaskers geleverd zijn. Dat zal de personeelsleden van De Lijn al wat geruststellen. Ik heb overigens regelmatig met lede ogen lege bussen zien voorbijrijden. Ik had wat te doen met de chauffeurs, die natuurlijk ook helden zijn die er elke dag staan, maar de laatste maanden vaak helemaal alleen in de bus zaten, wat niet de meest aangename jobinvulling geweest zal zijn.

Ik moet nu vertrekken naar een andere commissie.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Dank u wel voor uw antwoord, minister. Ik blijf het een beetje vreemd vinden dat er, op een moment dat de Veiligheidsraad enkel beslissingen neemt over social distancing in de openbare ruimte, winkels en bedrijven, voor het openbaar vervoer ten stelligste aangeraden wordt om dat los te laten, ondanks de gids van de sociale partners. U zegt dat het niet realistisch is. Ik denk dat men in landen als Denemarken en Nederland wel tot een capaciteitsuitbreiding probeert te komen. Dat bewijst dat het wel mogelijk is.

U zegt – terecht, volgens mij – dat er in die eerste fase niet ineens een stormloop zal zijn op het openbaar vervoer. Dat is een reden te meer om in die eerste fase de social distance toch als norm te nemen en te handhaven. Je kunt daar wat creatief in zijn. Ik denk dat het wenselijk is dat we, bijvoorbeeld via een app, reizigers in real time informatie kunnen bezorgen zodat ze kunnen zien hoe druk het is op de bus.

Ik wil nogmaals benadrukken dat plexiglas voor de chauffeurs – ik heb uit het debat van gisteren begrepen dat u dat onderzoekt – een serieuze meerwaarde zou kunnen betekenen voor hun veiligheid.

Wat de abonnementen betreft, deel ik de opmerking van collega Brouwers. We moeten niet kijken naar de NMBS. Ik heb alleszins vernomen dat de NMBS de termijn van de tienrittenkaarten wel verlengt. In dit geval worden de abonnementen of tienrittenkaarten dus blijkbaar wel verlengd. Ik wil dus vragen om toch nog eens te bekijken of dat ook bij De Lijn mogelijk is.

Het allerbelangrijkste blijft de modal shift. U zegt terecht dat, als we de veiligheid van de chauffeurs en reizigers niet kunnen garanderen, mensen weer massaal de wagen zullen nemen. Ik vrees dat alleszins. U hoopt op de fiets. Ik vrees dat het voor langere afstanden de wagen zal worden. Dat moeten we zien te vermijden.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Dank u voor uw antwoord, minister. Momenteel is het gebruik van deelfietsen catastrofaal gedaald, met 80 procent, zoals u zei. Dat is ook wel wat begrijpelijk in deze coronatijden. Een deelfiets wordt heel veel gebruikt voor woon-werkverkeer. Nu er veel minder woon-werkverkeer is, is het heel begrijpelijk dat die deelfietsen veel minder gebruikt worden. Mijn grote bezorgdheid geldt voor na deze coronatijden. We werken al jaren, met uw voorganger en ook samen met u, aan een visie rond combimobiliteit, de combinatie van verschillende vervoersmodi.

We streven ook naar een maximaal aantal combi- of mobipunten, waar al die verschillende vervoersmodi op één punt worden samengebracht. Als de deelfiets, en bij uitbreiding ook de deelauto, daarvan geen deel meer zou kunnen uitmaken of de gebruiker minder gebruikmaakt van dergelijke deelsystemen, dan zakt heel onze visie eigenlijk als een pudding in elkaar, en dat moeten we te allen tijde kunnen vermijden.

Minister, ik denk dat u zich toch wel bewust bent van deze problematiek. U zegt dat u een uitgebreide campagne zult voeren om die deelsystemen extra te promoten.

Ik had nog een bijkomende vraag. We hebben ook al heel veel gediscussieerd in de commissie over de 300 miljoen euro voor fietsinfrastructuur in 2024. Ik denk dat het nu echt wel het moment is om daar fundamentele stappen in te zetten. Ik denk dat het gebruik van de eigen fiets extra zal moeten worden gestimuleerd, en daar zijn ook fietspaden natuurlijk echt mee verbonden. 2024 is heel nabij, over vier jaar. We zitten nu, denk ik, aan een budget van ongeveer 130 miljoen euro per jaar voor fietsinfrastructuur. We willen dat in vier jaar naar 300 miljoen euro brengen, dus meer dan een verdubbeling. Ik denk dat u echt wel een grote inspanning zult moeten doen om daadwerkelijk die 300 miljoen euro te kunnen spenderen aan fietsinfrastructuur. Vandaar de algemene vraag: welke stappen hebt u eventueel al gezet om in 2024 die 300 miljoen euro te kunnen besteden aan onze fietsinfrastructuur?

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, ik heb een tweetal weken geleden tijdens onze gedachtewisseling over corona ook al de suggestie gedaan of men kon bekijken of die abonnementen niet konden worden verlengd voor de duur van de specifieke coronamaatregelen. Ik vind dat een logisch uitgangspunt. Ook lokaal gebeurt dat op heel veel plaatsen. U hebt toen gezegd dat u dat een goed voorstel vond en dat zou meenemen. Dat waardeer ik ook, maar ik heb er toen ook voor gepleit dat u ook zou overleggen met de andere aanbieders van openbaar vervoer in dit land, en misschien, waarom niet, ook in het buitenland, om eens te horen wat ze zeggen. Nu verneem ik van u dat de NMBS heeft beslist om dat niet te doen, en dat De Lijn het dus ook niet zal doen. Ik vind dat jammer. U weet dat ik nogal geneigd ben om het standpunt te huldigen dat Vlaanderen niet altijd moet kijken naar wat men federaal doet, naar wat België doet. De Lijn moet dus ook niet altijd kijken naar wat de NMBS doet. Dus, als de NMBS dat beslist, so what? Wat houdt ons tegen om in Vlaanderen anders te beslissen? Als u zelf echt van mening bent dat dat een goed voorstel is om die abonnementen te verlengen, dan wil ik u vragen dat u uw standpunt doordrukt als u met De Lijn in gesprek gaat. U bent de minister. Vlaanderen mag gerust eens de leiding nemen.

Ik heb nog één heel specifieke vraag over de mond- en neusbescherming voor het personeel. Die wordt aangekocht. U hebt daarnet gezegd dat er ook al een deel is binnengekomen. Ik krijg echter ongeruste signalen van medewerkers zelf. Worden die verplicht of niet voor chauffeurs, die eigenlijk al afgescheiden zitten van de reizigers? Daar is blijkbaar onduidelijkheid over bij het personeel, en men is erg bang dat dat wordt opgelegd en dat dan ook niet meteen wordt nageleefd.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik zal eerst eventjes beginnen met een opmerking voor al degenen die in deze commissie in het verleden al hebben uitgeblonken in denigrerende opmerkingen over de vakbonden bij De Lijn. Die mensen daar zijn zich op dit moment aan het kapotwerken om ervoor te zorgen dat reizigers én chauffeurs opnieuw veilig op de bus kunnen. Dus, als ons openbaar vervoer vandaag blijft rijden en als die herstart vandaag volop in voorbereiding is, dan is dat voor een groot deel aan hun inspanningen te danken. Ik denk dat de mensen die nu rustig vanuit hun zetel via videoconferencing mee kunnen vergaderen in de commissie, daar alleen maar nederig het hoofd voor kunnen buigen.

Neem nu bijvoorbeeld die plexiglazen wanden, waarover ik gisteren, en een aantal collega’s vandaag, ben tussengekomen. Ik heb gisterenavond vernomen dat die na overleg met de vakbonden ondertussen al zijn besteld. Er zijn al 550 schermen besteld. Er komen er nog 2200 aan tegen 18 mei. Dat is een heel goede zaak, maar de vakbonden hebben wel aanzienlijk  moeten doorduwen, tegen hun superieuren in, om ervoor te zorgen dat dat mogelijk is, want in eerste instantie is het allemaal niet mogelijk, maar uiteindelijk bleek dan toch dat men die bestellingen kon plaatsen. Het is dus een goede zaak dat dat er is, een heel goede zaak voor de veiligheid van de chauffeurs en van de reizigers.

En dan is het nu tijd voor de volgende stap. Er is een groot pijnpunt bij de ontsmetting van de bussen. Chauffeurs zeggen mij dat die ontsmetting nog altijd heel erg beperkt is, dat enkel de gele horizontale en verticale palen maximaal één keer per dag ontsmet worden, zetels en ramen niet meer dan anders, dat wil zeggen in sommige gevallen om de acht weken, dat in een aantal stelplaatsen de bussen zelfs in het weekend niet worden gereinigd, zelfs niet op dit moment. Dat is toch wel iets anders als je kijkt naar bijvoorbeeld Brussel, hoe de MIVB dat aanpakt. Daar heeft de woordvoerder nog gezegd dat er geen enkel voertuig uitrijdt zonder dat elk oppervlak gereinigd is. De chauffeurs van de MIVB hebben zelfs afgedwongen dat de ontsmetting wordt uitgevoerd door een professionele externe firma en bij sommige bussen gebeurt dat zelfs meerdere keren per dag. Er zijn op dit moment zelfs vertragingen – dat is niet altijd een goede zaak – omdat de reiniging en ontsmetting absolute voorrang heeft op elk ander aspect van de dienstverlening. Ik pleit uiteraard niet voor vertraging, maar ik pleit wel voor een heel rigoureuze naleving van alle hygiënische maatregelen.

Nu we vanaf 4 mei opnieuw meer mensen op de bus gaan krijgen, lijkt het mij dat de inspanningen voor die reiniging serieus gaan moeten worden opgedreven. Ik vraag mij af of er bij De Lijn beterschap op komst is. Zijn daar externe diensten voor aangeschreven, zullen er externe firma’s worden ingeschakeld om die reiniging goed te doen? Zo ja, kunt u informatie geven over wie dat zou doen?

Een tweede punt dat aangepakt moet worden is de bezorgdheid over het afstand houden op de bus. Anderhalve meter is misschien niet altijd mogelijk, minister, maar neem nu eens de leerlingen. De leerlingen gaan binnenkort naar school en moeten op school 2 vierkante meter per leerling hebben in de klas, een zeer terechte maatregel. Maar in de bus naar die school zullen diezelfde leerlingen op elkaar gepakt zitten, of lopen ze alleszins het risico om op elkaar gepakt te zitten. Er is dus de vraag hoeveel mensen op zo’n bus mogen komen, en ten tweede is er de vraag in verband met de controle of de mensen op zijn minst de social distancing op de bus in de mate van het mogelijke respecteren. In heel wat bedrijven worden vandaag stewards ingezet om bij het binnen- en buitengaan mensen er vriendelijk op te wijzen afstand te houden van elkaar, niet alleen op de werkposten, maar ook bij het binnen- en buitengaan. Wat u gisteren zei in de plenaire vergadering, dat chauffeurs elke keer de politie moeten bellen als er een probleem is op de bus, is duidelijk niet realistisch. Dat is een beetje te zot. Mijn vraag is dus: gaat u extra mensen inzetten op die bussen, controleurs inzetten om als steward tussen te komen en te zorgen dat de mensen afstand houden, dat de mensen hun mondmasker op hebben, enzovoort? Dat is misschien ineens een goede praktijk om in te zetten in het vervolg, ook na corona, want die extra mensen op de bus kunnen we absoluut gebruiken.

In verband met de abonnementen, wacht De Lijn op de andere vervoersmaatschappijen – dat klinkt heel goed. Maar De Lijn zou nu eindelijk eens voorop kunnen lopen, eindelijk eens niet aan het staartje kunnen hangen, maar voorop lopen. Dit is gewoon hét moment voor De Lijn om als eerste in België een goede maatregel te nemen. Er is heel veel gesproken over de sorrymaatregel die De Lijn zou nemen om te compenseren voor de geleden schade vorig jaar en alle jaren daarvoor. Dit lijkt me een excellent moment voor De Lijn om een toegift te doen aan haar reizigers en te zeggen dat die abonnementen een beetje verlengd worden. Zo’n grote toegeving is dat nu ook weer niet.

Dus drie concrete vragen. Hoe zit het met de reiniging van die bussen? Hoe zit het met het bewaren van afstand op die bussen, zullen daar mensen voor worden ingezet? En ten slotte, kunt u niet een klein beetje druk zetten zodat De Lijn die abonnementen effectief gaat verlengen voor de periode dat ze niet gebruikt zijn?

De heer Verheyden heeft het woord.

Ik heb ook nog een paar bijkomende vragen. Ik ga niet terugkomen op het debat over de mondmaskers, minister, dat hebben we gisteren gevoerd. Gewoon één bijkomende opmerking: ik heb gisteren ook gezien dat bij controle heel veel van de mondmaskers niet echt geschikt zijn. Zijn de mondmaskers die nu door De Lijn besteld zijn, gekeurd? Zijn die veilig bevonden? Gisteren bleek dat er nogal wat maskers zijn die men zelfs zou moeten afplakken om beschermend genoeg te zijn.

Ik heb een tweede vraag naar het handhaven van het niet dragen van een mondmasker. Is er een juridische basis om dat echt af te dwingen, is dat al juridisch bepaald? Wat kunnen de sancties zijn voor mensen die dit overtreden?

Wat de reiniging betreft hadden wij tijdens de gedachtewisseling over corona ook al een aantal suggesties naar voren gebracht, ik heb ze ook in een aantal vragen van collega’s gezien, onder andere met betrekking tot het gebruik van handgels op de bus. We weten allemaal dat handhygiëne een van de voornaamste zaken is om het verspreiden van het virus te voorkomen. Als ik hier hoor van collega D’Haese dat er vragen zijn bij de reiniging van de bussen, denk ik dat handgels wel degelijk hun nut gaan kunnen bewijzen. Ik denk dat het een en-en-verhaal is: niet alleen mondmaskers zijn belangrijk, maar ook handhygiëne, en ik denk dat passagiers, wanneer ze op of van de bus stappen, de mogelijkheid moeten hebben om toch even hun handen te ontsmetten.

Tot slot heb ik dezelfde opmerking als alle andere collega’s wat de abonnementen betreft. Ik denk dat we ons helemaal niet moeten spiegelen aan de NMBS. U bent de voogdijminister van De Lijn, als u het een goed idee vindt om die abonnementen te verlengen – en ik denk dat alle collega’s in de commissie het daarmee eens zijn – stellen wij voor dat u inderdaad druk uitoefent bij De Lijn om die abonnementen toch te verlengen.

De heer Keulen heeft het woord.

Eigenlijk heb ik een heel korte opmerking. Ik vind het goed, minister. Veertien dagen geleden hebben we ook met elkaar gediscussieerd. Ik heb toen zelf de oproep gedaan om van de nood een deugd te maken en de fiets als het ware in de etalage te plaatsen als alternatief voor het openbaar vervoer, waarvoor er aanvankelijk een psychologische drempel zal bestaan. Dat was ten tweede ook om te vermijden dat iedereen dan terugvalt op de wagen.

Ik zie dat die campagne ondertussen loopt en dat is een goede zaak. Misschien kan dat inderdaad een mentaliteitswijziging creëren, zeker nu met het zachtere weer, zodat de fiets, het zachte vervoermiddel bij uitstek, inderdaad een alternatief wordt, in eerste instantie zeker en vast voor de wagen en misschien, in ondergeschikte orde, ook voor het openbaar vervoer.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Bedankt, collega’s, voor de bijkomende vragen en suggesties. Ik zal beginnen met de vraag van mevrouw Brouwers over de abonnementen en het wachten op de NMBS. Mevrouw Brouwers is er dan wel niet meer, maar een heel aantal andere collega’s zitten ook met vragen daaromtrent. Misschien heb ik me daaromtrent niet zo heel goed uitgedrukt. Wat heb ik daarstraks bij het begin gezegd? Ik heb gezegd dat we binnen de interministeriële conferenties regelmatig samenzitten met de mobiliteitsministers van andere gewesten alsook de federale voogdijminister van de NMBS om zoveel mogelijk afspraken proberen te maken rond een zo uniform mogelijk beleid, zodat het ene beleid geen opbod wordt ten opzichte van het andere.

Het voorstel om die abonnementen op te schorten, vind ik een goed voorstel, zoals ik vorige week ook gezegd heb. Wij hebben onmiddellijk gevraagd aan De Lijn om dat mee te nemen en te onderzoeken. Ik heb dan vanuit de administratie van De Lijn te horen gekregen dat de andere – en ik benadruk ‘andere’ – vervoersmaatschappijen, waaronder de NMBS, de MIVB en de TEC, dat niet zouden doen en De Lijn wilde zich aan dezelfde regeling gehouden.

Mevrouw Robeyns, u zegt dat de NMBS bepaalde abonnementen wel zou opschorten, meer bepaald de tienrittenkaarten. Opnieuw, ik neem het mee en ik zal het zeker op tafel leggen tijdens de volgende interministeriële vergadering. Ik vind wel dat we zoveel mogelijk moeten kijken naar een uniforme regeling. U kunt wel heel hard roepen dat we het voortouw moeten nemen en moeten kijken waar Vlaanderen staat, maar ik zou het sneu vinden dat het hier in Brussel op de ene bus wel kan en op de andere niet. Met andere woorden: op de bussen van de MIVB zou het niet kunnen en op de bussen van De Lijn wel. Dat lijkt mij een beetje een vreemde situatie en daarom vind ik dat we er een beetje voor moeten zorgen dat alles spoort. Maar opnieuw, ik neem het mee en u mag me daar een volgende keer zeker over interpelleren. Ik heb gezegd dat ik het een goed voorstel vond en ik zal aan De Lijn vragen om dat aan de andere vervoersmaatschappijen voor te leggen en een regeling uit te werken. Als het niet kan voor de abonnementen, dan zou het toch zeker moeten lukken voor die tienrittenkaarten.

Mevrouw Robeyns, u had het dan ook nog over het al dan niet loslaten van social distancing. Nu, wij enten ons natuurlijk op datgene wat de Nationale Veiligheidsraad heeft gezegd. Ik maak nu de link met datgene wat geldt voor de bedrijven, namelijk dat elk bedrijf en elke economische sector vanaf 4 mei mag heropstarten, rekening houdend met telewerken, essentiële verplaatsingen en social distancing. Daar wordt dan onmiddellijk aan toegevoegd dat men, als social distancing niet gerespecteerd kan worden, een protocol moet uitwerken om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers ten opzichte van iedereen te garanderen.

Nu, social distancing op trams, bussen en metro's is niet altijd even evident, zeker tijdens piekuren of in drukkere steden. Als we zouden zeggen dat men op een normale bus, die plaats biedt aan 54 mensen, anderhalve meter afstand moet houden, dan betekent dat dat er op die bus slechts 9 mensen plaats kunnen nemen. Als we in dergelijk geval naar 100 procent capaciteit zouden moeten gaan, dan moet men heel wat bussen extra inleggen en die bussen kan ik niet van vandaag op morgen bestellen noch huren. Dat is geen optie en vandaar heeft men binnen de Veiligheidsraad die mondmaskers opgelegd, waarmee men de persoon voor of naast zich beschermt. Dat is heel belangrijk. We rekenen ook opnieuw zoveel mogelijk op de verantwoordelijkheidszin en het gezond verstand van eenieder. Los daarvan denk ik dat niet zo heel veel mensen geneigd zullen zijn om op een overvolle bus of tram te gaan stappen. Ik denk dat het gezond verstand daar zal zegevieren. Maar zonder meer zeggen dat we gaan vasthouden aan die social distancing … dat zou betekenen dat ze op bussen voor 54 mensen een meetlatje zouden moeten nemen, zodra er 10 man op stapt. Gezond verstand is wat dat betreft zeer belangrijk, maar we zullen ook zoveel mogelijk gaan sensibiliseren en informeren. Er komen ook opnieuw van die affiches op al onze bussen en onze trams waarop staat dat men zijn gezond verstand moet gebruiken, de handen moet wassen, een mondmasker moet dragen en dergelijke meer.

Voor mensen die zich niet aan de regels houden, ga ik niet zeggen dat we moeten wachten tot de politie gaat interveniëren of dat we overal stewards moeten inzetten, want dan zouden we de capaciteit voor andere reizigers die noodzakelijke verplaatsingen maken, nog meer verlagen. Maar de dispatching is ook online. Als men zich dus onheus zou gedragen of geen mondmaskers wil dragen en specifiek andere mensen zou willen besmetten, dan kan het personeel natuurlijk op de noodknop drukken.

Het plexiglas op de bussen ter bescherming van het personeel nemen we mee als suggestie. Bij De Lijn was men daar ook al mee bezig, heeft men mij bevestigd. De plexiwanden zijn besteld, maar we kunnen niet garanderen dat elke bus maandag aanstaande al een plexiwand zal hebben. Daarom voorzien we op dit moment nog een ketting of linten. Maar de bedoeling is wel om daar zoveel mogelijk op in te zetten.

Dan was er nog de vraag van de heer Verheyden en de heer D’Haese over de hygiëne en het reinigen van de bussen en trams. In een vorige commissievergadering, waar we het uitgebreid gehad hebben over het financiële verhaal van De Lijn ten gevolge van de daling van de ontvangsten en de stijging van de uitgaven, hebben we het daar ook al over gehad. Een belangrijk deel van de nieuwe uitgaven gaat immers naar externe poetsfirma's. Bij De Lijn zijn er zowel interne als externe poetsfirma's, maar de dienstverlening van de externe poetsfirma's is enorm uitgebreid. Ik heb toen ook al gezegd dat men veel meer focust op dieptereiniging van alle toestellen. Dan heb ik het specifiek over de bestuurscabines, zeker tussen een wissel van chauffeurs, maar ook over de palen, drukknoppen en zo verder. Kortom, er wordt gefocust op alles wat veelvuldig gebruikt wordt door reizigers. Per dag gaat daar 11.000 euro naartoe. Ik zie dat de heer D’Haese zijn hoofd schudt, als zou dat niet het geval zijn – tenzij ik u verkeerd interpreteer, mijnheer D’Haese –, maar dat zijn de cijfers die men mij meegeeft. Als men dus zegt dat er te weinig gepoetst wordt, dan zou ik niet weten waar men die 11.000 euro per dag aan besteedt. Men verzekert mij althans dat er volop wordt ingezet op die dieptereiniging en op hygiëne. Gaan we nu aan elke bushalte een dispenser zetten voor handgels? Als we die langs openbare lijnen zouden plaatsen, dan zouden die heel snel verdwijnen. Op dat vlak rekenen we dus op het gezond verstand van de mensen zelf. Op dit moment worden overal handgels en mondmaskers ofwel zelf gemaakt ofwel te koop aangeboden, dus zo moeilijk kan het niet zijn, en ik denk dat we daar kunnen rekenen op eenieders gezond verstand en verantwoordelijkheidszin.

Dan was er ook nog de bijkomende vraag van mevrouw Fournier of wij de chauffeurs van De Lijn gaan verplichten ook een mondmasker te dragen. Ik heb het federale uitvoeringsbesluit nog niet gezien, maar ik heb wel de communicatie gevolgd en de powerpointpresentatie gezien van de Nationale Veiligheidsraad, en de Nationale Veiligheidsraad zegt dat het bedekken van neus en mond op het openbaar vervoer verplicht is. Ik denk dat het voor ons dan moeilijk is om te zeggen dat het niet verplicht is voor de chauffeurs. Ik denk dat we de algemene leidraad moeten volgen: als het verplicht is op het openbaar vervoer, dan geldt dat voor iedereen die het openbaar vervoer gebruikt, zij het nu als personeelslid dan wel als de reiziger. We moeten die lijn aanhouden.

Mevrouw Fournier, ik kan uw bekommernissen of uw opmerkingen rond het inzetten op de modal shift, op de fiets en de fietsinfrastructuur alleen maar mee onderschrijven. Ook in dezen kan ik jullie al meegeven dat we voor dit jaar een bedrag van 175 miljoen euro voorzien hebben voor onze fietsinfrastructuur. Nu de werken door de coronaperikelen heel wat vertraging hebben opgelopen, hoop ik toch dat we alles snel kunnen bijbenen en dat we volop kunnen inzetten op die bijkomende noodzakelijke fietsinfrastructuur, zodat die een bijdrage kan leveren aan de modal shift en niet iedereen vanaf nu of vanaf september opnieuw de auto gaat nemen. Dat zullen we zeker voorkomen. Dan wil ik ook opnieuw verwijzen naar datgene wat we nu aan het uitwerken zijn binnen de administratie om mensen extra aan te moedigen om werk te maken van duurzame vervoersmodi. We willen alles op alles zetten en we zijn aan het kijken wat op zeer korte tijd kan. Met verfwerken kunnen we nu al bijvoorbeeld een aantal zaken uitvoeren, zodat we scholen straks, op 15 of op 18 mei, een duwtje in de rug kunnen geven. We hebben wel onze project voor de schoolomgevingen, maar duurzame infrastructuurwerken duren altijd wat langer. Nu zijn we aan het zoeken om op zeer korte termijn heel snel een aantal bijkomende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door een aantal parkeerplaatsen op te heffen en daar fietsenstallingen te plaatsen of deelsystemen in te bedden. Zo kunnen we mensen tonen dat de fiets in de voorbije twee maanden veel meer gebruikt is en dat we dat moeten bestendigen. Daarom willen we alles op alles zetten om die duurzame vervoersmodi in de picture te zetten. Dat is alleszins de bedoeling, maar we rekenen daarvoor ook op heel wat partners, op de lokale besturen, maar zeker ook op de gebruikers om daar ten volle op in te zetten.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw bijkomende antwoorden.

Ik wil mijn bezorgdheid nog maar eens benadrukken. In die generieke gids staan inderdaad heel duidelijke regels of richtlijnen die gelden voor private en openbare sectoren, zowel voor essentiële als niet-essentiële sectoren. Onze belangrijkste bezorgdheid is dat we moeten vermijden dat er lege bussen blijven rondrijden en er zich tegelijkertijd alsmaar meer auto's vastrijden in files. Dat kan alleen maar als we de reizigers en het personeel effectief de garantie geven dat het openbaar vervoer op een veilige manier kan verlopen. Dat betekent investeren in die beschermingsmaterialen en reiniging en indien nodig ook in capaciteitsuitbreiding, als het effectief nodig zou blijken. Ik denk dat een reiziger mag verwachten dat de remmen van de bus werken, maar ook dat de bus geen broeihaard van bacteriën is. Ik wilde toch blijven benadrukken om de nodige maatregelen te nemen.

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Minister, dank u voor uw bijkomende antwoorden. Ik heb er op zich niet veel meer aan toe te voegen. Ik denk dat we gewoon een beetje zullen moeten afwachten hoe alles zich zal manifesteren op het openbaar domein vanaf 4 mei. Misschien zullen we bijkomende maatregelen moeten nemen of bijkomende stappen moeten zetten. Momenteel heb ik geen bijkomende vragen meer.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.