U bent hier

Commissievergadering

donderdag 30 april 2020, 14.30u

Voorzitter

– Wegens de coronamaatregelen werd deze vraag om uitleg via videoconferentie behandeld.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, zoals bekend en zoals ook aangegeven in het regeerakkoord, zullen we in deze legislatuur via een nieuw Begeleidingsdecreet werk maken van een actualisering van de decretale bepalingen die in Vlaanderen vormgeven aan het onderwijs voor en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De onderwijscommissie boog zich onder meer op 11 maart 2020 over dit dossier, ter gelegenheid van een gedachtewisseling over de zowel in het decreet Basisonderwijs als in de Codex Secundair Onderwijs voorziene evaluatie van het nieuwe ondersteuningsmodel. De gesprekspartner van de onderwijscommissie was professor Elke Struyf, van de commissie die het rapport verzorgde. Mijn vraag kadert dan ook in een hoffelijke opvolging van die gedachtewisseling.

Niet alleen de boeiende en rijke evaluatie kwam in de genoemde bijeenkomst van de onderwijscommissie aan bod, maar ook een aantal nog verder te verkennen mogelijke pistes voor de toekomst. Tegelijk verwees de professor ook naar het aanbod van de commissie-Struyf om, idealiter in een met meerdere stakeholders uitgebreide samenstelling, zelf een belangrijke rol te spelen bij het verder doordenken van de toekomstscenario’s.

Minister, zelf gaf u al eerder aan dat u daartoe de aanzet zou geven via een nota aan de Vlaamse Regering, een conceptnota die u eind maart 2020 klaar wilde hebben.

In die context heb ik de volgende vragen over de verdere voorbereiding van het nieuwe decreet, dat focust op het onderwijs voor en de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Wat is de nieuwe timing voor die conceptnota voor de Vlaamse Regering, die een belangrijke aanzet vormt voor de ontwikkeling van het nieuwe Begeleidingsdecreet? Hoe zullen de belangrijkste onderwijspartners worden betrokken bij de voorbereiding en ontwikkeling van het Begeleidingsdecreet? Ziet u een rol voor de, met onderwijspartners uitgebreide, commissie-Struyf bij het verkennen van mogelijke toekomstscenario’s voor de ondersteuning en begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften? Wat wordt bij die voorbereiding en verdere verkenning de rol van de decretale stuurgroep die tot nu toe instaat voor de voorbereiding, opvolging en aansturing van de invoering van de ondersteuningsnetwerken?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Met excuses, maar een deelvraag van mevrouw Meuleman daarnet ging daar net over, dus ik zal kort en bondig moeten zijn en een tikje in herhaling vallen. De indicatieve timing die we hadden vooropgesteld, namelijk eind maart, is in dezen dienen te sneuvelen. Dat is een van de weinige tijdschema’s, denk ik, die dat lot beschoren zijn door de coronacrisis, eenvoudigweg omdat dit zowel in de administratie als op mijn kabinet door dezelfde mensen wordt behandeld die we hebben moeten inzetten voor de aanpak van de coronacrisis.

Het is alleszins onze bedoeling om over die conceptnota ook een formeel advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) te vragen, waarin eigenlijk alle geledingen van het onderwijsveld zijn vertegenwoordigd. Ik bekijk ook hoe we voor een zekere terugkoppeling kunnen zorgen naar de commissie-Struyf.

De stuurgroep die decretaal werd ingeschreven bij de start van het ondersteuningsmodel, had de opdracht om de voorbereiding, opvolging en aansturing van de invoering van de ondersteuningsnetwerken mee vorm te geven. Die ondersteuningsnetwerken zijn operationeel. Die blijven dat ook. Ik wil ook meegeven, bij wijze van geruststelling, dat de werking ervan in afwachting van het Begeleidingsdecreet wordt verlengd tijdens het schooljaar 2020-2021. Dat signaal wil ik vooral geven.

Intussen werken we eigenlijk zo hard mogelijk door. Als de concrete organisatie van de lessen op school er eenmaal is, dan werpen we ons hier opnieuw op. Ik hoop dus om snel, over enkele weken, met een conceptnota naar de Vlaamse Regering te kunnen gaan.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het antwoord. Alle begrip voor de verschuiving qua timing. Corona dwingt ons tot aanpassingen, ook in onze agenda, ook in onze timing.

Ik heb nog een aantal aanvullende vragen. Ook dank voor de geruststelling dat de opdracht van die decretaal vastgelegde stuurgroep wordt verlengd. Mijn concrete vraag was in dezen ook wat hun rol zou kunnen zijn bij het verder uitwerken of samenstellen van de conceptnota. Worden zij daarbij betrokken?

Op 11 maart hebben we een aantal interessante zaken besproken. Onder andere reikte de evaluatiecommissie de hand om mee te werken aan de conceptnota. In de bespreking konden we ook een aantal succesfactoren van goede, intensieve regionale samenwerkingsverbanden aanhoren. Toen werd ook gezegd dat er een goede balans nodig is tussen enerzijds wat de Vlaamse overheid vastlegt en anderzijds de handelingsvrijheid van het regionale niveau. Bent u ook van mening dat we rekening moeten houden met de specifieke lokale context, bijvoorbeeld met het verschil tussen netwerken die werken in een stedelijke context en netwerken die in een veeleer landelijke context werken, en ook rekening moeten houden met de schaalgrootte van de school?

Dan is er de toekomst van het buitengewoon onderwijs. We hebben vastgesteld dat de commissie-Struyf ook aangaf dat het zowel een noodzaak is om te werken aan gespecialiseerde zorg als aan basisonderwijs als expertisecentrum. Ziet u dat ook zo? Neemt u dat op die manier op in de conceptnota?

De handelingsgerichtheid is eigenlijk een cruciaal punt in heel de nieuwe visie van het Begeleidingsdecreet. Ik hoop dat daarbij ook wordt stilgestaan in de conceptnota.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

We sluiten ons aan bij de opmerkingen van mevrouw Vandromme. We waarderen ten zeerste de expertise van de commissie-Struyf. We vonden haar uiteenzetting in het parlement ook zeer verhelderend, en ondersteunen dan ook de vraag om haar ook verder te betrekken in de uitbouw van het nieuwe Begeleidingsdecreet.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik kan de stuurgroep altijd samenroepen. Ik heb die mogelijkheid alvast. Collega Vandromme, ik denk dat dat uw eerste vraag was. Een formele opdracht is er echter niet gegeven. Nog eens, die stuurgroep had eigenlijk vooral de opdracht om een en ander op te starten.

Uw andere vragen gaan natuurlijk over de inhoud van die conceptnota. Daar zal ik nog niet op vooruitlopen. Ik vraag dus nog enig geduld ter zake.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, dank u wel. Geduld is een mooie deugd. Ik zal mijn best doen. Ik ben in elk geval blij te horen dat de stuurgroep toch, voor zover mogelijk, zal worden meegenomen. Ze hebben bewezen dat er een grote meerwaarde is in hetgeen ze tot nu toe hebben gepresteerd. Ik denk dat het belangrijk is om die expertise te borgen. In elk geval is het de bedoeling van het nieuwe Begeleidingsdecreet, en dat is wellicht iets dat door alle partijen zal worden gedeeld, dat voor elk kind de juiste ondersteuning kan worden geboden. Ik hoop dan ook dat we met zijn allen kunnen samenwerken om een goed Begeleidingsdecreet op poten te zetten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.