U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijn vraag is eigenlijk gebaseerd op een heel klein artikeltje, van een paar lijnen, in De Morgen, dat iets uitgebreider was in de online startkit van KBC, waarbij men plots een onderscheid begon te maken tussen een start-up en een kmo. Uit een bevraging van Start it @KBC , Belgiës grootste accelerator die ondernemers met een innovatief idee en schaalbaar businessmodel ondersteunt en promoot, is gebleken dat de gemiddelde start-up dubbel zoveel jobs creëert als de gemiddelde kmo in ons land. Als ik dat lees, stel ik me de vraag wat dan het verschil is tussen een start-up en een kmo. Daarenboven stellen ze dat samen met het aantal jobs en de stijgende verkoop, ook de investeringen in start-ups toenemen. De rol van de overheid blijft, zeker in een vroeg stadium, cruciaal om startende bedrijven te laten groeien. In datzelfde artikel, waarin ze eerst het onderscheid maken tussen een start-up en een kmo, maken ze dan plots de fout om de start-up te vergelijken met een startend bedrijf. Ik vind het echt een doordenker om te zien hoe we dat misschien toch gedifferentieerd moeten gaan aanpakken.

Volgens de bevraging werken er in de gemiddelde start-up 4,8 mensen. In de gemiddelde kmo is er volgens cijfers van de Europese Commissie een personeelsbestand van 2,5 mensen.

Zowel start-ups als kmo’s zijn natuurlijk belangrijk voor de Vlaamse economische groei en innovatie, maar toch vereisen ze beiden een ander type van beleid en ondersteuning.

Hoe verklaart u het verschil in jobcreatie tussen start-ups en kmo’s? Wat denkt u van het voorstel, het idee van mij, om te zorgen voor een verschillende benadering in ondersteuning voor start-ups en kmo’s? Een kmo bestaat immers heel vaak uit twee advocaten die samen een bvba vormen. Dat is ook een kmo. Ook een bakker, of iemand die een restaurant uitbaat, is een kmo. Maar een start-up zoals die hier gedefinieerd is, is wel iets anders dan een kmo, maar behoort wel tot de wettelijke noemer van een kmo.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het is geweten dat in op innovatie gebaseerde economieën zoals die in Vlaanderen de ambitieuze en innovatieve ondernemers een heel grote bijdrage kunnen leveren aan de groei en de creatie van tewerkstelling. Zij werken vaak met een op nieuwe technologie gebaseerd schaalbaar businessmodel. Het technologiecentrum Sirris identificeert zo’n 1353 tech start-ups in ons land die goed zijn voor ruim 7140 banen. Dat kwam aan bod in een onderzoek van het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) dat ik in december van vorig jaar bekendmaakte.

De Vlaamse regering is zich dan ook al lang bewust van het belang van een verschillende ondersteuning van start-ups en andere kmo’s. Het was Kris Peeters die als minister van Economie gestart is met een speciaal programma voor beloftevolle jonge ondernemingen. Slechts een klein aantal ondernemingen heeft de potentie om substantieel door te groeien, en juist die selecte groep wordt met specifieke vraagstukken geconfronteerd.

Net zoals in de vorige legislaturen, voorzie ik vandaag in een specifiek aanbod voor ambitieuze start-ups en scale-ups. Die begeleiding is onderdeel van de overheidsaanbesteding ‘ondernemerschap’ van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).

Het gaat om een vijftal dienstverleners: de Unie van Zelfstandige Ondernemer (UNIZO), het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka), Sirris-Agoria, Ernst & Young en het Netwerk Ondernemen. Die begeleiden jaarlijks gemiddeld bijna 1650 ambitieuze ondernemers via coaching, mentoring en begeleiding. Voor die intensieve dienstverleningstrajecten is in circa 4 miljoen euro per jaar voorzien in het kader van de aanbesteding.

Om dit type bedrijven ook in de toekomst de gepaste ondersteuning te bieden, voorzie ik in het nieuwe contract ondernemerschap – waarvoor de onderhandelingen nog lopen – een specifiek perceel dat inspeelt op de grote uitdagingen waar Vlaamse start-ups en scale-ups mee kampen om hun groeidoelstellingen waar te maken.

Hoe verklaren we het verschil in jobcreatie tussen start-ups en kmo’s? Er is geen officiële definitie en dus ook geen formele labeling van start-ups. Het verschil komt voort uit het feit dat het hier gaat om een geselecteerde groep van starters, net die groep die zich wil onderscheiden door meer ambitieus te zijn en ook meer potentie te vergaren. Groei in tewerkstelling en investeringen zijn meestal een gevolg van die ambitie. Ambitie alleen is niet voldoende voor succes, maar snelle groei zonder ambitie komt zelden voor. De groep bedrijven kiest er vaak ook bewust voor om zich te laten begeleiden door acceleratoren en trekt meer dan anderen extern kapitaal aan.

In de bredere definitie van starters en kmo’s zitten ook bedrijven die maar een beperkte groeiambitie hebben. Dat is helemaal niet verkeerd. De mogelijkheden om snel te groeien, zijn deels afhankelijk van de activiteiten of van de sector waarin je actief bent. In een aantal sectoren zijn en blijven eenmanszaken of kleine kmo’s de normale efficiënte organisatievorm. Ook die bedrijven hebben een duidelijke meerwaarde en leveren ook een waardevolle bijdrage aan de welvaart en de werkzaamheid in Vlaanderen.

De heer Gryffroy heeft het woord.

De basis van het antwoord is dat start-up en scale-up geen statuut en geen officiële definitie hebben. Het gaat er hier niet over dat ik de ene groep meer of minder wil geven dan de andere. Maar als je op de website van VLAIO gaat zoeken naar de mogelijkheden voor subsidie of ondersteuning, maakt men daar het onderscheid tussen een kmo, een middelgrote onderneming en een grote onderneming. Men maakt geen specificatie voor een start-up en een scale-up. Omgekeerd, als men dan specifieke programma’s gaat aanbieden voor start-up en scale-up, hoe definieer je dan de start-up en de scale-up? Ik denk dat het soms intern botst bij degenen die het moeten toekennen.

Als je er geen statuut of officiële definitie aan zou kunnen geven, dan kom je misschien ook uit bij de definities van innovatie of van maatschappelijk ondernemen. Je zit daar in een grijze zone. Ik denk dat het soms nuttig kan zijn voor bepaalde types van ondersteuning om duidelijk te maken dat het voor start-up en scale-up is. Probeer dan ook te definiëren wat een start-up en scale-up is, natuurlijk met het gevaar dat daardoor misschien bedrijven die net niet onder de definitie van de start-up vallen, zich zorgen gaan maken, omdat ze zich wel een start-up voelen, maar niet als dusdanig beschouwd worden.

Toen ik deze studie van KBC las, vroeg ik me af of we eigenlijk goed bezig zijn met alles onder een noemer te willen steken. Als het over de officiële benadering vanuit de overheid gaat, maken we enkel het onderscheid tussen kmo, middelgrote en grote ondernemingen. Zijn we daarmee goed bezig? Moeten we in de toekomst niet nadenken over een bijkomende definitie rond start-ups en scale-ups?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, ik ben zes maanden bevoegd. Mijn voorganger heeft het systeem in gang gezet. Daar zijn nooit problemen over geweest. Dus ik ben een beetje bang dat, als we nu harde definities gaan afbakenen, we bedrijven gaan missen, terwijl er nu spontaan onderscheid wordt gemaakt tussen groeiers en niet-groeiers. In een economisch weefsel zijn er soms zaken waarvan je voelt dat ze ervoor in aanmerking komen. Onze administratie heeft daar een heel grote expertise in. Ik hoed mij er dus voor om te hard te gaan afbakenen in criteria en sectoren.

U gaf zelf het voorbeeld van een bakker. Een bepaald type bakker kan perfect een start- en scale-up zijn, terwijl een bakker doorgaans de klassieke kmo is, die beperkt is qua groeicapaciteit. Maar het hang er een beetje van af hoe je je concept ziet. Ik vind dat dat vandaag vrij goed loopt. Het belangrijkste is dat we niet gaan stigmatiseren, of geen evidenties in het leven gaan roepen als: jij zit in die sector, dus jij zult nooit in aanmerking komen om steun te krijgen zoals we die voorzien voor start-ups en scale-ups.

Ik ben te overtuigen voor andere zaken, maar zoals er nu in de sector gewerkt wordt, vind ik dat dat vrij goed en spontaan loopt. Het zit hem in iets wat je moeilijk kunt definiëren,  namelijk de ambitie die je hebt om breder en innovatiever te gaan. Het is aan diegenen die je dossier behandelen, om te kijken of het kan of niet. Dus eigenlijk moet je veeleer duidelijk zijn in de definiëring van wat je wilt doen, en niet van wie je bent. Want wie je bent, dat zegt niets. Het is het dossier of het project dat je indient, dat zal bepalen of je in aanmerking komt of niet. Ik hoop dat ik nu geen Chinees spreek. Wie en wat, dat is misschien een beetje raar, maar ik hoop dat u mij begrijpt.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Dezelfde discussie geldt voor de definitie: wat is een goed innovatief project, wat is innovatie? (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Ik vind dat we in de gaten moeten houden of we inderdaad niet op een bepaald moment misschien wel harder kunnen definiëren wat een start-up en wat een skill-up is. Het is dan wel een beetje spijtig dat KBC met die bevraging van Start it @KBC zelf start-ups stigmatiseert door te zeggen dat een gemiddelde start-up 4,8 mensen heeft tewerkgesteld en zo veel meer investeringen doet in vergelijking met een kmo met 2,5 mensen. U zegt net dat we daarmee moeten opletten, we moeten daar dan ook aandacht voor hebben wanneer zoiets op ons afkomt. Maar wat heeft KBC in die bevraging dan beschouwd als een start-up en als een skill-up? Dat weet ik dan ook niet en dat staat daar ook niet in beschreven.

U hebt een punt maar dan moet iedereen ook wel mee zijn in dat verhaal en moet ook KBC niet plots beginnen te zwaaien met definities van een start-up en een skill-up. Ik kan me er iets bij voorstellen wat zij daarvan denken, het gaat waarschijnlijk over veel geld op de rekening. Maar ik vind het langs alle kanten een moeilijk verhaal.

Minister Hilde Crevits

Van mij mag KBC doen wat ze wil, alleen dreigt er een waardeoordeel uit voort te komen dat niet oké is. Wanneer zij natuurlijk de toegevoegde waarde van start-ups in de kijker willen zetten, is het logisch dat ze het zo doen. Men moet echter geen kmo neerhalen om de toegevoegde waarde van iets anders in de bloemetjes te zetten. Daar ben ik het mee eens.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.