U bent hier

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat over het adaptatieplan, een belangrijk deel van de klimaataanpak. Er is een plan in uitvoering. Zowel in het Vlaams regeerakkoord als in uw beleidsnota Omgeving beloofde u om werk te maken van een nieuw Vlaams adaptatieplan en onmiddellijk te starten met de uitvoering ervan.

Het huidige plan is al enkele keren geëvalueerd. Het is belangrijk om te zien wat het oplevert en waar eventueel moet worden bijgestuurd. De laatste evaluatie dateert van de periode 2016-2017. Mijn vragen gaan eigenlijk daarover.

Komt er nog een bijkomende evaluatie? Op welke manier gaat u rekening houden met de conclusies die uit zo’n evaluatie komen om een nieuw adaptatieplan mee vorm te geven?

Is het nieuwe Vlaamse Adaptatieplan in opmaak? Wanneer gaat u dat voorleggen aan de regering?

Welke maatregelen voorziet u op korte termijn in dat plan?

In het regeerakkoord staat dat een van de centrale pijlers in de adaptatiestrategie het versterken van de groenblauwe netwerken is. Welke samenwerkingen met partners zet u daarvoor in in de eerste jaren van het nieuwe plan?

Op welke manier bent u van plan het huidige adaptatiebeleid te monitoren en eventueel bij te sturen?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

De klimaatverandering heeft effectief invloed op onze omgeving. We zien hoe hard het de afgelopen dagen en week geregend heeft, en dat na die droge zomers. De noodzaak van een adaptatieplan is echt wel essentieel.

Het huidige adaptatieplan voor de periode 2013-2020 loopt nog tot eind 2020.

Zoals beschreven in het laatste voortgangsrapport 2016-2017 nemen de sectoren uit het adaptatieplan de klimaatverandering ernstig. Verschillende sectoren hanteren al een klimaatreflex in hun dagelijkse activiteiten. Het is belangrijk om te vermelden dat, net zoals dit het geval is voor het Vlaamse mitigatiebeleid opgenomen in het Vlaams klimaatplan 2021-2030, ook het Vlaamse adaptatiebeleid maatregelen vergt over een brede waaier van beleidsdomeinen en -thema’s. Alle leden van de Vlaamse Regering zijn dus betrokken bij een of meerdere onderdelen van dit adaptatiebeleid.

Onze eerste prioriteit is momenteel het opmaken en finaliseren van het Vlaams Adaptatieplan (VAP) voor de periode 2021-2030. Ik heb nog geen beslissing genomen of er later dit jaar effectief ook een laatste voortgangsrapport over het VAP 2013-2020 zal worden opgesteld. Dat zijn we nog aan het bekijken. We zijn nu vooral bezig met het opmaken van het plan voor de latere periode.

Welke elementen uit de evaluatie van het lopende plan zullen nu als basis dienen? De centrale pijlers voor de adaptatiestrategie zitten in de evaluatie van het lopende plan. Dat is onder andere het streven naar een klimaatadaptieve inrichting en gebruik van onze ruimte en het streven naar een klimaatadaptief ontwerp van gebouwen en infrastructuur, maar ook het versterken van groenblauwe netwerken, het streven naar een klimaatadaptieve en circulaire industrie en dienstensector, het streven naar een klimaatadaptieve en circulaire landbouw en voedselketen en vooral ook het minimaliseren van de risico's op watertekort en wateroverlast.

Sinds de opmaak van het eerste Vlaams Adaptatieplan is er ook veel studie- en onderzoekswerk verricht dat ons veel nieuwe inzichten biedt in de gevolgen en de impact van klimaatverandering, waarop de maatregelen uit het nieuwe adaptatieplan een antwoord zullen bieden.

Het nieuwe Vlaams Adaptatieplan 2021-2030 is in opmaak en zal vóór het zomerreces worden goedgekeurd. De uitvoering gaat van start begin 2021 en loopt tot eind 2030.

Welke adaptatiemaatregelen worden uitgevoerd op korte termijn? Op korte termijn zal het natuurlijk over concrete maatregelen gaan rond droogte. Dat is wel een heel dringend probleem dat gepaard gaat met watertekort, ook al regent het nu heel veel. We zitten nu nog maar pas aan het peil waar we normaal aan zouden moeten komen. Als we dus een reservecapaciteit willen opbouwen om de droogte aan te kunnen, zal het nog veel moeten regenen. Ik heb de prioriteit gelegd op droogte. Op korte termijn gaat het ook over het verder inbouwen van een klimaatreflex in de verschillende domeinen en uiteraard ook over sensibilisering.

Concreet voor droogte werken we aan algemene en gebiedspecifieke maatregelen om waterschaarste en droogterisico’s te beperken. We werken aan een afwegingskader voor prioritair watergebruik voor perioden van droogte.

Een concreet voorbeeld van het inbouwen van de klimaatreflex is de adviesverlening inzake adaptatie bij bepaalde vergunningsprocedures voor complexe projecten of de aandacht voor adaptatie bij de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) voor wat de landinrichtingsprojecten betreft.

De opmaak en uitvoering van het adaptatieplan gebeurt onder coördinatie van het Departement Omgeving, in samenwerking met verschillende entiteiten en beleidsdomeinen via de Vlaamse Task Force Adaptatie. Het versterken van groenblauwe netwerken vormt hierin ook een belangrijk element. Dit omvat verregaande samenwerking en afstemming tussen beleidsdomeinen en entiteiten, zoals het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), VLM, de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) en De Vlaamse Waterweg. Daarnaast is ook samenwerking met en ondersteuning van lokale besturen van belang in de opmaak en de uitvoering van hun lokaal adaptatieplan, waaronder voor het versterken van groenblauwe netwerken.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Ik blijf toch een beetje op mijn honger met dit antwoord. Ik denk dat de basis van elk goed beleid is dat er maatregelen worden voorgesteld en plannen worden opgemaakt en dat er in de uitvoering daarvan een goede opvolging gebeurt, zodat we kunnen zien hoe ver we staan met die plannen en met de uitvoering ervan. In die zin ben ik ontgoocheld dat u zegt dat u eraan twijfelt of er nog een voortgangsrapport komt. Verder in uw antwoord hebt u het wel over een evaluatie, maar als er geen evaluatie is, dan is het moeilijk om u daarop te baseren, tenzij u een eigen interne evaluatie maakt, maar die niet in een voortgangsrapport giet. Ik vind dat spijtig.

In een dergelijke belangrijke kwestie waar zoveel diensten en ook wij allemaal bij betrokken zijn, moet er een vorm van transparantie zijn, een voortgangsrapport dat aangeeft waar we goed bezig zijn en waar we tekortschieten en dus een tandje moeten bijsteken. Ik pleit ervoor om te proberen in aanloop daarvan aan te geven op basis waarvan u in de uitvoering van het huidige plan accenten legt in het nieuwe plan.

U noemt een aantal zaken op en we zijn het er allemaal over eens dat dit de zaken zijn die moeten gebeuren – en nog veel meer. Ik heb toch het gevoel dat hier, zoals in de rest van het klimaatthema, de ‘sense of urgency’ nog wat ontbreekt. We zullen met heel grote problemen geconfronteerd wordt. U hebt het over de droogte en dat is inderdaad een probleem, samen met de hitte-eilanden in onze steden. Ik denk dat het ook zware investeringen zal vergen van heel veel partners om daaraan tegemoet te komen.

U zegt terecht dat het veel regent en dat de grondwatertafels wat aangevuld zijn, maar het probleem is dat veel van die regen weer wordt afgevoerd. Als ik dan kijk naar de verdergaande verharding – uit cijfers blijkt dat die nog toeneemt, want er wordt dagelijks 7,3 hectare open ruimte verhard –, dan maak ik me toch wel wat zorgen over de infiltratie van dat water in de bodem. Ik blijf dan ook pleiten voor een voortgangs- en evaluatierapport dat we hier kunnen bekijken en waarop we ons kunnen baseren wanneer we het hebben over dat nieuwe adaptatieplan.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik dank de vraagsteller en de minister voor de interessante vraag en voor het interessante antwoord. De timing om tegen de zomer met een nieuw plan te komen, is goed en belangrijk, want daar zijn heel veel partners bij betrokken.

Vorige week kwam minister Somers met zijn plan voor de lokale besturen. Lokale besturen lijken me voor de klimaatadaptatie bijzonder belangrijke partners. Kunt u duiden op welke manier de lokale besturen betrokken worden bij de opmaak van het nieuwe klimaatadaptatieplan? Ik heb begrepen dat minister Somers bijzonder ambitieus en heel actiebereid is. Misschien kan hij ook een heel nuttige bijdrage leveren in dit verhaal. Wat is uw mening daarover?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik zou het logisch vinden dat we dat voortgangsrapport opmaken, maar volgens mijn medewerker moeten wij zo snel mogelijk met ons adaptatieplan komen, zodat dat niet opnieuw wordt uitgesteld. We zullen nagaan of we dat laatste voortgangsrapport niet alsnog kunnen opstellen. Daar kunnen misschien wel nuttige dingen uit komen.

De grote lijnen staan ook in het regeerakkoord. Daar kunnen we alvast mee aan de slag om het adaptatieplan op te stellen en te finaliseren. Wanneer uit dat voortgangsrapport nog een aantal zaken naar boven komen, kunnen die nog worden toegevoegd.

Het is inderdaad zo dat de lokale besturen zitten te wachten op een lokaal adaptatieplan. Wij werken de klok rond aan het Vlaams Adaptatieplan zodat de lokale besturen daar input uit kunnen halen. Misschien zal collega Somers nog een eigen plan maken. Dat weet ik niet. Ik hoop dat ik het dan wel op voorhand te weten kom als er een lokaal adaptatieplan komt. (Opmerkingen)

Ik kan dit niet genoeg benadrukken. Ik heb het onmiddellijk bij mijn aantreden ook aangegeven. Er zijn nog diverse elementen, maar ik denk dat men ondertussen wel weet dat droogte en wateroverlast voor mij echt wel cruciaal zijn. We moeten echt verregaande maatregelen opnemen in dat adaptatieplan. Ik maak zelfs een afzonderlijk actieplan inzake droogte en wateroverlast. Je hebt ook wel een aantal proefprojecten omtrent droogte, maar dat zal niet volstaan. We zullen echt wel verregaande maatregelen moeten nemen om ons te beschermen – de mensen, de huizen enzovoort, want daar gaat het over. Die klimaatverandering is immers echt zichtbaar. Ik denk dat diegenen die dat nog ontkennen, gewoon naar boven, naar links, naar rechts en naar beneden moeten kijken, en beseffen dat de klimaatverandering een feit is. Wat mij betreft, ligt de lat in ieder geval heel hoog voor het nieuwe Vlaamse adaptatieplan. Ik ben daar zeer ambitieus in. We zullen een aantal zaken uit dat voortgangsrapport bekijken. Het lijkt me immers eigenlijk wel logisch dat we op die manier werken. Ik wou echter niet nog eens extra lang wachten en vertraging oplopen. Het ene sluit eigenlijk het andere niet uit.

De voorzitter

De heer Steenwegen heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik ben blij dat u dat nog een beetje wilt bijsturen. Ik denk dat dat ook tot goed beleid kan leiden. De focus moet inderdaad onder andere op die droogteproblematiek liggen. Ik kan u zeggen dat dat ook geen nieuwe problematieken zijn. Al decennia weten we waar de problemen zitten. We zullen toch echt een aanpak nodig hebben die al die actoren er echt dwingend toe aanzet om in een bepaalde richting te evolueren. De problematiek kennen is niet voldoende om er ook een oplossing voor te bieden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.