U bent hier

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega’s, ik heb een vraag in opvolging van mijn schriftelijke vraag 237 omtrent bodemonderzoeken van risicopercelen. Naar aanleiding van mijn vraag is namelijk gebleken dat nog maar 130 lokale besturen hun toestemming hebben gegeven voor de publicatie van De Grote Grondvraag. Zoals u weet, is de doelstelling van De Grote Grondvraag om te communiceren, zodat mensen eventueel daadwerkelijk actie kunnen ondernemen. Doel is de grondeigenaren te informeren en te ondersteunen om aan hun onderzoeksplicht te voldoen.

De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) merkt dat er een duidelijke stijging is van het aantal bodemonderzoeken na die informatiecampagnes. De OVAM schat dat er ongeveer 85.000 risicogronden zijn, wat ongeveer 9 procent van onze grondoppervlakte is. Een kwart van de gronden is particuliere eigendom. Uit mijn vraag blijkt ook dat de stapsgewijze opvolging die de OVAM geeft aan deze problematiek, ook werkt. Zo kregen eind 2019 43.615 van deze gronden al een oriënterend onderzoek. Van die gronden heeft 33 procent een beschrijvend onderzoek nodig. 90 procent van die gronden kreeg dat al. Van die gronden moest dan 51 procent worden gesaneerd. Dat gebeurde al in 79 procent van de gevallen, en in 63 procent van die gevallen is de sanering ook al afgerond. Dat toont aan, zoals ik aangaf, dat de OVAM dit stevig opvolgt en de nodige stappen tot uitvoering brengt als de gronden eenmaal bekend zijn en aan een oriënterend onderzoek worden onderworpen.

Om het verdere succes van deze campagne te kunnen garanderen, lijkt de verdere medewerking van lokale besturen me ook belangrijk. Een blijvende communicatiecampagne in dezen lijkt me alleszins noodzakelijk.

Minister, is het mogelijk dat er in de gemeenten waar de informatie via De Grote Grondvraag openbaar werd gemaakt, meer aanvragen voor oriënterende onderzoeken zijn gestart? Met andere woorden, zette het openbaar maken van die gegevens op die plaatsen waar dat gebeurt aan tot meer actie op het terrein, of is er daar geen link tussen te vinden?

Wat is volgens u de reden waarom lokale besturen die toestemming tot publicatie niet geven? Ik merk immers dat er toch heel wat zijn die dat niet doen. Kunt u de lokale besturen verplichten om eventueel, indien dat zinvol zou zijn en tot meer actie op het terrein zou leiden, die informatie vrij te geven? Hoe staat u ten aanzien van deze campagne en het al dan niet publiek maken van die informatie via de websites? Zijn er nog andere acties nodig om de versnelling die we nu duidelijk kennen, zeker ook te kunnen aanhouden, tot in het laatste perceel, bij wijze van spreken?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Op uw eerste vraag kan ik positief antwoorden. Het is inderdaad zo dat we sinds De Grote Grondvraag meer vragen van eigenaars van risicogronden krijgen om een oriënterend bodemonderzoek op te stellen.

U vroeg vervolgens wat volgens mij de reden is waarom lokale besturen dat niet doen. Voor alle duidelijkheid, de OVAM erkent dat de lokale besturen een belangrijke partner zijn, ook om de doelstellingen van het bodembeleid te halen. Dat is ook de reden waarom dat werd gelanceerd. Dat lokale besturen niet allemaal toestemming geven, heeft volgens ons mogelijkerwijze te maken met hun vrees dat de gemeentelijke diensten te zeer zouden worden belast met allerlei vragen van eigenaars als ze zouden deelnemen aan De Grote Grondvraag. Als eigenaars immers zien dat ze onder de verkeerde kleur vallen, dan zouden ze allerlei vragen kunnen richten aan de stad of gemeente, en sommige gemeentes hebben natuurlijk die capaciteit niet. Uit contacten die we hebben gehad met de reeds deelnemende gemeenten blijkt echter dat die vrees veeleer onterecht is, voor alle duidelijkheid.

Ik heb al eerder gezegd dat alle gemeenten een gemeentelijke inventaris van risicogronden met de OVAM hebben uitgewisseld. De OVAM verkiest een samenwerking met de lokale besturen, al is een expliciete goedkeuring van de lokale besturen niet noodzakelijk.

De kwaliteitscontrole van de gemeentelijke inventaris is nog niet voor de driehonderd Vlaamse gemeenten afgerond. Als de grondgegevens nog niet op de website van De Grote Grondvraag zichtbaar zijn, kunnen mensen zich altijd wenden tot het gemeentebestuur om de informatie daar op te vragen. Hoewel we de expliciete goedkeuring van de lokale besturen niet nodig hebben, kiezen we er toch wel voor om dat in overleg met de lokale besturen te doen en te publiceren.

Ik denk dat iedere eigenaar erbij gebaat is om dat zo snel mogelijk te weten, gelet op het aantal vragen van eigenaars naar meer oriënterend bodemonderzoek, om te zien wat er eigenlijk aan de hand is. Ik doe dus een warme oproep aan de gemeenten om die informatie beschikbaar te stellen. Zo moet men niet vrezen dat een bestuur met allerlei vragen zit. Dat kan worden doorgespeeld naar de Vlaamse diensten die daar de nodige knowhow en expertise in hebben.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u de gemeenten wilt oproepen om daar open over te zijn en de communicatie te verzorgen. We zien dat dit een positief effect heeft. In die zin heb ik begrepen dat alle eigenaars van gronden die zijn aangeduid als risicogronden een brief hebben ontvangen. Maar in welke mate komt dat op de juiste manier binnen? Als we na een tijd vaststellen dat daar geen verdere actie wordt ondernomen, moeten wij misschien, als het niet openbaar gaat, dat schrijven herhalen. Ofwel moeten wij de gemeenten aansporen om de gegevens kenbaar te maken. Iedereen heeft daar voordeel bij, zeker ook de eigenaars die verrast zouden worden door het feit dat ze een risicogrond hebben. Stel dat zij daarmee geconfronteerd worden op het moment dat zij die grond willen verkopen, dan zijn er vaak nog meer problemen. Want dan moeten er mogelijk nog onderzoeken gebeuren. Dat kan voor ambetante momenten zorgen.

We moeten vooral proberen om onze gronden, als het nodig is, zo spoedig mogelijk te saneren. Die doelstelling moet iedereen nastreven, vooral ook de gemeenten.

De heer Danen heeft het woord.

Dit is een heel belangrijke aangelegenheid. Als we aan het milieu denken, denken we vaak aan lucht en water. Aan de kwaliteit van de bodem besteden we vaak weinig aandacht, terwijl dat toch heel belangrijk is.

136 gemeenten hebben zich aangemeld. Dat wil zeggen dat meer dan de helft dat nog niet heeft gedaan. Ik begrijp dat ze niet verplicht zijn, dat de aanmelding vrijwillig is. Maar als je als gemeente niet meedoet, wekt dat minstens de indruk dat er iets aan de hand is. Zou het kunnen dat vooral gemeenten waar zware industriële activiteiten hebben plaatsgevonden niet meedoen? Is er een verband te leggen? Zijn er nog redenen waarom gemeenten niet meedoen?

Een gezonde bodem valt voor iedereen te verkiezen. Niemand heeft er belang bij om daarmee te wachten. Een ongezonde bodem met een verontreiniging wordt nooit vanzelf gezond. Het is daarom goed om er bij de gemeenten op aan te dringen om daar toch aan mee te werken. Het is in het belang van iedereen om ervoor te zorgen dat die bodems gezond zijn.

Minister, zijn er bijkomende initiatieven gepland om gemeenten ertoe aan te zetten om alsnog mee te doen aan die actie van de OVAM?

Zou het kunnen dat er een verband is tussen de aard van de gemeente – ik bedoel daarmee dat er zware industriële activiteiten zijn geweest – en het feit dat ze al dan niet meedoen?

Is er een evolutief gegeven? Regelmatig komen er nieuwe vervuilers aan de oppervlakte. Gisteren was er nog de vraag om uitleg van collega Dochy over de poly- en perfluoralkylstoffen (pfas). Tot nu toe was daar weinig aandacht voor. Worden dat soort nieuwe polluenten meegenomen in de inschatting van de gezondheid van de gronden?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik verneem van de raadgever naast mij dat de OVAM in eerste instantie denkt dat er geen verband is. Blijkbaar hebben ze dat niet bekeken. Ik heb nu gevraagd om de opdracht te geven aan de OVAM om na te gaan bij de gemeenten die hun gronden nog niet hebben ingegeven, om welke gronden dat gaat. Is daar in het verleden een grote vervuiling geweest? Is het daarom? Die oefening is nog niet gebeurd. Dat is op het gevoel gebeurd, maar ik heb liever dat de OVAM dat eens nagaat. Dat moet mogelijk zijn, zeker steekproefsgewijs.

We zijn wel nog van plan om de lokale besturen eens aan te sporen en actief aan te spreken om hun gegevens in te geven.

Voorzitter, minister, het is van belang om mensen te informeren zodat ze actie kunnen ondernemen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen die geconfronteerd worden met dergelijke gronden, ook hun weg willen vinden om dat op te lossen.

Ik wil u bedanken, minister, dat u een bijkomende inspanning zult doen om de gemeenten aan te sporen en/of eventueel de eigenaars zelf ook aan te schrijven zodat zij verder worden meegenomen in het proces om tot sanering te komen.

Wat betreft de gemeenten ben ik ook benieuwd naar die oefening. Aan de andere kant zijn onze gemeenten zeer divers: van klein tot groot maar ook van landelijk tot stedelijk. Ik zie niet direct een heel duidelijke link, maar het kan geen kwaad om dat eens verder te bekijken.

Ik zal de zaak verder opvolgen, minister. Ik hoop dat we snel resultaten zien.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.