U bent hier

Stemmen uit de stilte

 

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag – die in feite tweeërlei is – een tiental dagen geleden gesteld naar aanleiding van de persconferentie van 1 maart. Er waren toen ook een aantal kritische stemmen aan de hand van de onderzoekscriteria. Ik heb daar nu zelf wel mijn bedenkingen bij. Maar aangezien de situatie snel verandert en we intussen tien dagen verder zijn, is mijn vraag misschien niet meer zo stringent gezien de beperkingen van reagentia.

Een tweede vraag blijft wel accuraat, namelijk de vraag of de nieuwe criteria van screenen al ter sprake zijn gekomen op de overlegstructuren tussen de federale overheid en Vlaanderen, de Risk Assessment Group (RAG) en de Risk Management Group (RMG)? Ik wil mijn vraag breder stellen en ze aanpassen aan de actualiteit en wil het dus niet hebben over de discussies tussen de verschillende virologen maar eerder over het overleg en de adviezen die daar zouden zijn gegeven.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Mijn vraag is eveneens een aantal dagen geleden ingediend, en op basis daarvan lopen we al iets achter. De huidige situatie in Italië zorgt ook hier voor ongerustheid. Minister, u hebt de voorbije dagen al heel wat gecommuniceerd in het kader van preventie, en die maatregelen waren goed en duidelijk, en zijn, denk ik, heel goed opgevolgd.

Maar nu, door de snelle toename van de afgelopen dagen, is ook mijn vraag: wat is de stand van zaken? Welke maatregelen zullen er nu extra worden genomen in het kader van het overleg dat er deze namiddag geweest is? Welke invloed heeft dat bijvoorbeeld op de lokale besturen inzake het organiseren van evenementen?

De heer De Reuse heeft het woord.

Het coronavirus beheerst de media en is overal het gesprek van de dag.

U was tien dagen geleden aanwezig op het persmoment met federaal minister van Volksgezondheid De Block. Wij vonden het zeer goed dat u daar als enige deelstaatminister aanwezig was. Ik vond het nogal frappant dat uw collega’s van de andere deelstaten daar niet waren. Dat was onzes inziens een verstandige zet van u, die ook het belang aantoont natuurlijk van wat er zich nu afspeelt.

Wat we momenteel nodig hebben, is een duidelijk gestroomlijnde communicatie. Wij vinden dat het agentschap Zorg en Gezondheid samen met de FOD het voortouw moet nemen. De zeven tips die meegegeven werden, zijn alvast laagdrempelig en gemakkelijk mee te geven.

We kunnen niet blind zijn voor wat corona wereldwijd doet. Scholen, rust- en verzorgingstehuizen, ziekenhuizen, jeugdbewegingen, sportclubs, de economie: iedereen en alles wordt getroffen door het virus en de commotie errond.

De reacties zijn heel verschillend, van een heel land dat in quarantaine gaat, tot: het is maar een griepje. We moeten het coronavirus heel ernstig nemen – laat dat duidelijk zijn –, want de gevolgen zijn niet min. Ook voor de economie zien we al duidelijk de gevolgen. Men verwacht een wereldwijde terugval van een groei van 2,9 procent naar 2,4. De beurs maakt rare sprongen, en voor onze bedrijven ligt de toevoer uit China stil, en de uitvoer naar Italië eveneens, ons zesde grootste exportland.

Zelf kennen we in ons land al 267 gevallen van corona. Dat is slechts een begin. Men zegt dat de tweede golf nog moet komen. Wat daar zal gebeuren, is natuurlijk nog koffiedik kijken. Het is onzes inziens dan ook niet verwonderlijk dat de mensen zich heel wat vragen stellen en ongerust zijn. Zeker de sociale media geven heel diffuse berichten, maar ook de gewone media gaan wat in overdrive en onheilsberichten worden de wereld in gezonden.

We hebben het gezien: heel wat ministers kregen vragen over de coronacrisis. De belangrijkste vragen worden aan u gesteld, als het gaat over de gezondheid: daar liggen de mensen het meest van wakker.

Welke inspanningen doet u rond de preventie? Moet hier geen tandje bij worden gestoken? In het begin sprak iedereen over de zeven tips, maar ondertussen horen we enkel maar dat we geen handen of kussen mogen geven. Op de webstek www.info-coronavirus.be zie ik maar vier tips meer staan. Vlaanderen geeft via het agentschap Zorg en Gezondheid zeven tips, en de federale overheid spreekt van vier tips. Moest dat niet wat beter gestroomlijnd zijn?

Wat de bestrijding zelf betreft: hoe worden onze ziekenhuizen op de lagere echelons – niet de referentieziekenhuizen – in gereedheid gebracht om een eventuele uitbraak het hoofd te bieden?

Ik had verwacht dat minister-president Jambon hier zou zijn. Hij zou vanuit het Overlegcomité misschien beter kunnen antwoorden. Is er voorafgaand nu al een draaiboek opgemaakt dat bezorgd werd aan scholen, rusthuizen en de lokale overheden voor het geval er een pandemie uitbreekt, zodat we gemakkelijk kunnen ingrijpen?

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, de aanleiding tot mijn vraag om uitleg was het bericht dat een woonzorgcentrum in Gooik de deuren sloot nadat een familielid van een medewerker mogelijk besmet was met corona. Moeten wij niet uniformer handelen? Dit lijkt een beslissing van één specifiek woonzorgcentrum. Men mag dergelijke beslissing nemen. Misschien waren er ook wel redenen voor die beslissing. Men maakte zich misschien al zorgen over de aanpak van een eventuele besmetting specifiek in die setting. Maar toch, er zijn zorginstellingen die preventief de deuren sluiten wanneer familieleden van personeelsleden besmet zijn of besmet zouden kunnen zijn.

Ik merk dat er andere zijn die in een soort zeg maar minimale dienstverlening gaan wanneer er contact geweest is met specifieke patiënten. Het lijkt op dit moment ietwat lukraak. Misschien is er vanmiddag iets anders afgesproken. Het is een beetje het beleid van de eigen instelling die bepaalt hoe men ermee zal omgaan.

Vindt u het zinvol dat daar uniforme en heel duidelijke richtlijnen voor komen? Zijn die er intussen? Kunt u ons die meedelen? Ik denk dat we niet willen ‘overshooten’ om paniek te vermijden. Aan de andere kant antwoordde u op eerdere vragen dat we er klaar voor zijn, voor een uitbraak van het virus. We willen ook niet minder doen dan zinvol is om de snelle verspreiding in te dijken.

Dus, vandaar mijn vraag. Als we naar een goede proportionele verhouding tussen risico en maatregel kijken, wat zijn dan uw aanbevelingen? Zijn dat aanbevelingen die men naar eigen goeddunken kan invullen of zijn dat echt beslissingen die u kunt nemen en waar elke zorginstelling of een andere instelling in Vlaanderen zich aan moet houden? 

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Na de krokusvakantie stellen we vast dat het aantal besmettingen van vakantiegangers stijgt. We weten dat het coronavirus wel wat gelijkenissen vertoont met het griepvirus. Het belangrijkste verschil is dat we geen vaccin hebben tegen het coronavirus en dat er in onze maatschappij ook geen mensen zijn die door eerdere besmettingen immuun zijn. Het lijkt iets besmettelijker te zijn dan de gewone griep. De gewone griepepidemie lijkt al wat over haar hoogtepunt heen. Dat is een goede zaak, want de symptomen zijn gelijkaardig.

Het coronavirus geeft voor heel wat mensen enkel milde symptomen, maar ouderen en mensen met een comorbiditeit lopen toch een veel groter risico om ernstigere klachten te krijgen.

Het is de komende weken dus zaak om de uitbreiding van het coronavirus in te dijken en om voor de meest kwetsbaren extra maatregelen te nemen. Vlaanderen is bevoegd voor woonzorgcentra, waar heel wat kwetsbare mensen wonen. U hebt gezegd dat u maatregelen zult nemen op het vlak van risicobeheersing. U hebt aangekondigd dat er richtlijnen zullen worden opgesteld en die zouden al verstuurd zijn naar de woonzorgcentra.

Wat zijn die richtlijnen juist? Wanneer zijn die richtlijnen voor de woonzorgcentra exact verstuurd? Zijn ze ook verstuurd naar andere voorzieningen, bijvoorbeeld voor personen met een handicap? 

Heel wat ouderen, maar ook mensen met chronische aandoeningen, krijgen zorg aan huis via de diensten voor gezinshulp. Werden aan deze diensten ook richtlijnen gegeven met betrekking tot de voorzorgsmaatregelen ?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik zal eerst een paar algemene zaken zeggen, daarna ga ik in op de specifieke vragen en dan zal ik die nog aanvullen met de laatste informatie die ik heb.

Met de voorbereiding van de aanpak van het coronavirus zijn we al langer bezig en dit in goed overleg met mijn federale collega, minister De Block. Het helpt als je één minister hebt van Welzijn en Volksgezondheid in plaats van drie of vier collega’s hebt die daarvoor bevoegd zijn, maar daar zal ik niet verder op ingaan. De samenwerking, met respect voor ieders bevoegdheden, loopt eigenlijk best goed.

De basisbevoegdheid van Vlaanderen is preventie. We hebben zeven richtlijnen gegeven, het federale niveau vier. Dat zijn vier richtlijnen over wat je moet doen en drie richtlijnen over wat je niet moet doen. Het komt eigenlijk op hetzelfde neer. Ik zie die zeven richtlijnen overal verschijnen, op publieke plaatsen, overheidsplaatsen, bij lokale besturen en zelfs in cafés en restaurants worden ze geprint en opgehangen in de toiletten of waar ook. Ik denk dat er zelden communicaties door het Agentschap Zorg en Gezondheid zijn geweest die zo veelvoudig zijn gebruikt als deze. Ze zijn ook bijzonder laagdrempelig en we hebben er ook een filmpje over gemaakt. Het staat u vrij om dat te delen op uw Twitter- of Instagramaccount. Hoe meer het wordt gedeeld, hoe beter.

Ik vind het een voorbeeld van goede samenwerking dat mijn collega’s van de andere regio’s hebben gevraagd om dat filmpje in hun landstaal te mogen overnemen en delen. We hebben hun het bronmateriaal daarvoor al gratis en voor niets ter beschikking gesteld.

Deze problematiek is, denk ik, ook te ernstig om daar veel politieke spelletjes rond te spelen. De mensen maken zich terecht zorgen. Dat hebben we in onze aanpak niet gedaan. Dat wil ik toch wel even zeggen, want binnen het agentschap Zorg en Gezondheid zijn medewerkers van de infectieziektebestrijding onafgebroken aan het werk om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk in te perken. Wat is nu hun bevoegdheid? Waar staan zij voor in? Ik geef dat even mee, zodat u een duidelijk beeld heeft van wat het nu is waarvoor wij aan de knoppen moeten zitten.

Het gaat om de ontwikkeling van procedures voor huisartsen en ziekenhuizen; het opnemen van de triage voor het al dan niet testen van mogelijke ziektegevallen; het isoleren en opvolgen van patiënten met hoogrisicocontacten; het in kaart brengen van de personen waarmee de besmette personen in contact zijn gekomen; de coördinatie en communicatie van dit alles in Vlaanderen en samen met de andere gezondheidsoverheden in België.

Ondertussen worden ook de andere teams en afdelingen binnen het agentschap en binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ingeschakeld om dat zo goed mogelijk onder controle te houden. Ik heb binnen mijn beleidsdomein alle expertise die ter beschikking is, ook die van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en van Kind en Gezin, gemobiliseerd om het agentschap en de dienst die daarvoor dag en nacht aan het werk is, tijdelijk te kunnen versterken.

U weet dat ik zondag een oproep heb gedaan om een soort van medische reserve te kunnen aanleggen. Ik heb dat gedaan om verschillende redenen. Stel dat we op het terrein met gaten komen te zitten, dan kan die reserve op de een of andere manier worden ingeschakeld. Het kan ook dat we bij onze medewerkers, die vandaag dag en nacht werken, met een probleem komen te zitten. Dat is niet ondenkbeeldig. Het is mogelijk dat plots iemand zelf besmet raakt en daardoor een hele dienst besmet. We hebben die reserve nodig. U zegt dat dat een worst case is, maar ik verwijs naar Sint-Trudo in Sint-Truiden. We moeten daar zorg voor dragen en proberen ons daar zoveel mogelijk op voor te bereiden. Dat was de reden waarom ik die reserve heb opgeroepen. Daar is in groten getale op ingegaan. Gisterenavond hadden we al een zeventigtal mensen.

Een aantal van de zaken die ik u nu ga zeggen, kunnen nog veranderen de komende dagen of weken. Ik vermoed dat u mij dan wel opnieuw met vragen zult vatten.

Het agentschap Zorg en Gezondheid maakt deel uit van de Risk Assessment Group (RAG) en de Risk Management Group (RMG). We hebben deze twee structuren in ons land ontwikkeld om de verplichtingen op internationaal niveau, het Internationaal Gezondheidsreglement (IHR) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), na te komen. Het is niet de eerste keer dat we worden geconfronteerd met dit soort zaken. We hadden in 2009 al de Mexicaanse griep in, met ongeveer 200.000 besmettingen en een 20-tal dodelijke slachtoffers. Het zal ook niet de laatste keer zijn dat we met zoiets worden geconfronteerd. We hebben dus lering uit het verleden. We hebben zaken waarvoor we ons moeten organiseren en waarvoor we ons ook hebben georganiseerd.

Vanuit de RMG worden op basis van wetenschappelijke risico-inschattingen van de RAG maatregelen genomen en richtlijnen gegeven en wordt er informatie gestuurd naar de belanghebbenden. Deze richtlijnen en informatie worden aangepast aan de snel evoluerende situatie. De laatste week heeft er intensief overleg plaatsgevonden binnen de RMG. Men komt daar bijna dagelijks samen, ook op zaterdag en zondag.

Mevrouw Sleurs, ik weet niet of ik nog moet antwoorden op uw vraag over de heer Goossens. Die vraag lijkt me een beetje achterhaald.

Dat bedoelde ik daarnet met het aanpassen van mijn vraag.

Minister Wouter Beke

Ik zal daar dan niet verder op ingaan.

Het aantal reagentia is beperkt. De labocapaciteit is voldoende. Er zijn vandaag een vijftiental labo’s actief en we hebben twee referentieziekenhuizen. De bedoeling is om die referentieziekenhuizen zoveel mogelijk vrij te houden voor dubbeltesting. Er kunnen ook nog meer labo's ontplooid worden. De vijftien labo's doen de basistesting. Het probleem is echter het aantal reagentia. We zijn aan het kijken om er bij te kopen, maar dit noopt ons tot een heel doelgerichte inzet van de reagentia. Zeggen dat iedereen getest moet worden, was niet zo bijzonder verstandig. Er is ook een logische reflex. Zo kennen we de verhalen van mensen die teruggekomen zijn van skivakantie in Noord-Italië en naar de referentieziekenhuizen belden om te vragen of ze met het gezin mochten komen voor een test. Het is niet omdat men op dat ogenblik getest wordt dat het virus zich al dermate heeft ontwikkeld dat het onmiddellijk een positieve test zou geven. Ik zie de dokters hier ‘ja’ knikken. Zij zijn daar meer in gespecialiseerd dan ik. Een aantal maatregelen die naar voren zijn gebracht, kunnen soms een vals gevoel van veiligheid geven. Dat geldt ook op het publieke domein. Ik refereer aan de uitspraak van burgemeester Maingain bijvoorbeeld. We hebben dus een aantal stockproblemen en de reagentia zijn er een van. Er wordt op dit moment gekeken hoe we daarmee om kunnen gaan.

Een tweede stockprobleem betreft de maskers. We hebben samen met de federale overheid een aanbesteding gedaan. We hopen die zo snel mogelijk geleverd te krijgen, maar we zitten daar in een internationale context. De Chinezen zijn de grootste producenten maar ook de grootste consumenten van maskers geworden. We hebben ook Europese leveranciers, zoals 3M, maar er is het incident geweest waarbij een aankoop door een ziekenhuis onderweg van Duitsland naar België is tegengehouden door de Duitse politie en niet mocht passeren. Premier Wilmès heeft daarover contact opgenomen met de bondskanselier, omdat dit natuurlijk niet de bedoeling kan zijn. Ook minister De Block heeft dat punt gemaakt tijdens de vergadering van de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (Epsco) van vorige week vrijdag. We hebben de brieven van het ziekenhuisnetwerk Antwerpen die refereren aan het betrokken bedrijf, waarin gesteld wordt dat ze op dit ogenblik niet kunnen leveren.

Hetzelfde geldt voor Frankrijk, waar een decreet is goedgekeurd en waarbij men vanuit Lyon op dit ogenblik niet levert. Dat wordt ook op Europees niveau aangekaart. Er is daarover in het Europees Parlement een debat geweest, want dit is een problematiek die de regio- en landsgrenzen overstijgt. Als je op deze manier te werk gaat, dan wordt het wel bijzonder smalletjes. Onze farma-industrie maakt ongeveer 40 procent van alle vaccins wereldwijd. Stel u voor dat wij zouden zeggen dat we al die vaccins inhouden, dan zouden we nogal iets meemaken. Dit wordt diplomatiek verder opgevolgd. We proberen die maskers zo snel mogelijk bij ons te krijgen en doen dat in zeer goed en intensief overleg met het federale niveau.

We hebben vorige week woensdag ook met de verschillende actoren samengezeten, waaronder de mensen uit de woonzorgcentra, de gezinszorg, de thuiszorg, en de eerstelijnshulp. Ook de experten die op het federale niveau actief zijn, waren toen aanwezig. Dat heeft onmiddellijk geresulteerd in een werkgroep die vrijdag al de eerste instructies heeft uitgestuurd naar de woonzorgcentra en naar de thuiszorg, omdat zich daar natuurlijk, zoals een aantal collega’s hier gezegd hebben, de meest kwetsbare groepen bevinden. Voor vele gezonde mensen die besmet worden en thuis blijven, gaat dat over. Maar wanneer iemand al een fragiel gestel heeft of kwetsbaar is, wat bij die oudere bevolking zeker het geval is, dan noopt ons dat tot bijkomende maatregelen.

We zullen ook nog bijkomende maatregelen nemen, zoals voor de dienstencentra. Eerstdaags zal ik voorstellen om de dienstencentra niet meer te laten exploiteren, te sluiten dus, om ervoor te zorgen dat die kwetsbare groepen toch geen nodeloze risico’s lopen. Ik denk dat we aan de ene kant waakzaam moeten zijn, maar ook niet mogen overdrijven, en aan de andere kant de nodige maatregelen moeten nemen, zeker voor die groepen die in kwetsbare posities zitten, wat volgens mij bij deze groepen wel het geval is. We zullen ook bijkomende instructies sturen naar de woonzorgcentra om ervoor te zorgen dat men daar geen nodeloze risico’s neemt. We hebben de Dag van de Zorg in onderling overleg bijvoorbeeld uitgesteld. We moeten het ook niet gaan zoeken; ziekenhuizen en woonzorgcentra openstellen op het ogenblik dat de risico’s toch groot zijn, dat zou toch onverstandig zijn. Die dag hebben we in onderling overleg met de initiatiefnemers uitgesteld.

Collega Somers heeft vorige week een communicatie verstuurd naar de lokale besturen met de vraag om de affiche met de zeven maatregelen van het agentschap zoveel mogelijk uit te hangen en te verspreiden.

Wat het woonzorgcentrum Eyckenborch betreft, collega Van den Bossche, heb ik inderdaad kennis genomen van de aankondiging om de voorziening te sluiten voor bezoekers, naar aanleiding van een mogelijke besmetting van een echtgenoot van een personeelslid dat werkzaam is in het woonzorgcentrum. Ik begrijp uiteraard de intenties van een zorginstelling om te proberen goed te doen en om de bewoners zoveel mogelijk te beschermen. De vraag is, zoals bij elke maatregel, of die voldoende afgewogen is en niet disproportioneel is.

Ik geef een heel concreet voorbeeld. Een van onze aanbevelingen voor woonzorgcentra is dat kinderen uit lagere en middelbare scholen tot 16 jaar er op dit ogenblik beter niet op bezoek gaan, omdat ze veel tijd doorbrengen in scholen. Kinderen hebben meestal een voldoende weerbaar gestel. Velen hebben er zelfs niet veel hinder van, als ze besmet zijn – als ze het al weten –, maar we moeten het niet gaan zoeken. Zodra deze problemen achter de rug zijn, kunnen ze hun grootvader of grootmoeder tien keer zoveel bezoeken en hen zo veel knuffelen en kussen als ze willen. Maar wees daar op dit ogenblik toch wat voorzichtig mee. We moeten het op dat vlak niet gaan zoeken. Dat is een voorbeeld van een andere instructie die we hebben meegegeven.

Er werd hier gevraagd naar preventieve sluitingen. Dat lijkt me op dit ogenblik niet proportioneel te zijn. We moeten wel kijken naar aparte groepen, voor wie we moeten zeggen: doe dit wel en doe dit niet.

Een evaluatie is uiteraard aangewezen. Men heeft in 2009 naar aanleiding van de vorige pandemie evaluaties gedaan. Dat zal op dit ogenblik ook wel gebeuren. De wereld staat niet stil. We moeten kijken wat we daaruit kunnen leren, maar op het ogenblik dat het brandt, moeten de pompiers blussen en moet men niet gaan kijken welke procedures men misschien kan verbeteren. Op dit ogenblik zijn we aan het blussen, maar uiteraard zullen we daar op het gepaste ogenblik weer naar kijken.

Op de vraag over de mondmaskers heb ik al geantwoord, alsook op de vraag over de richtlijnen voor de woonzorgcentra, collega Saeys. Wat de richtlijnen betreft voor de sectoren van mensen met een handicap, zijn er naast specifieke richtlijnen voor woonzorgcentra en de thuiszorg, ook algemene voorzorgsmaatregelen voor de verschillende instellingen en organisaties. We zijn ook in overleg met het VAPH om te kijken wat specifiek rond die groep moet gebeuren.

Ik ga even in mijn notities kijken of ik alles gezegd heb. Ik denk het wel. Als er nog vragen zijn, wil ik die graag beantwoorden.

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw uitgebreid antwoord. Wat betreft de Vlaamse aanpak voor onze bevoegdheden, ben ik tevreden over hoe het gaat. De wetenschappelijke aanpak, het geven van juiste informatie en het sensibiliseren, maar ook het vermijden van paniek, zijn belangrijk. Ik voel wel dat de paniek bij de bevolking wat toeneemt, maar ik denk niet dat dat aan het Vlaamse beleid te wijten is, wel aan andere factoren. Ik hoop dat we dat voort kunnen zetten.

Het is goed dat op de Europese samenwerking gehamerd wordt. Ik zie dat voormalig minister-president Geert Bourgeois Europa opgeroepen heeft om samen te werken en zijn eigen voorzieningen te treffen wat betreft de mondmaskers enzovoort. Dit zouden we moeten kunnen oplossen binnen een Europees kader. Het moet op dat niveau opgelost worden.

Ik denk dat we verder moeten gaan op de weg die we ingeslagen zijn. Uw communicatie en die van het agentschap Zorg en Gezondheid zijn heel duidelijk geweest. Ik betreur een beetje de actie van het federale niveau en het filmpje met de BV’s. Ik denk dat de communicatie met de zeven punten van Zorg en Gezondheid duidelijker was. Ik heb die ook gedeeld. We moeten op deze weg verder gaan: wetenschappelijk gebaseerd, accuraat, maar zonder in een paniekfase te verzeilen, en onze bevolking zo goed mogelijk beschermen.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Minister, ik dank voor uw antwoord. Ik sluit me aan bij de collega dat er ten aanzien van preventie en de zeven tips een duidelijke communicatie was die we zeker zullen verderzetten. Ik heb alleen nog de vraag of er vanmiddag nog iets over de evenementen is gezegd, omdat ik daar op verschillende mediakanalen iets over lees en er nog verschillende meningen over zijn.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, ook van mijnentwege dank voor uw duidelijk antwoord. Het is duidelijk dat we het niet mogen onderschatten. Het kan natuurlijk altijd snel gaan, maar u anticipeert onder andere via die medische reserve, waarvoor zich een zeventigtal mensen heeft aangeboden. Het is natuurlijk een beetje moeilijk om gepensioneerden aan te spreken als je weet dat de gepensioneerden de grootste groep vormen van extra kwetsbaren. Maar goed, dit terzijde. Er zijn ook nog jonggepensioneerden, die wel hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen.

Minister Wouter Beke

En er zijn ook anderen die zich hebben aangediend.

U zegt zelf dat u zal voorstellen om de dienstencentra te sluiten, via gerichte sluitingen, geen algemene sluitingen. Ik denk dat het dan heel belangrijk is om in dergelijke zaken snel te communiceren. Zeg niet dat je dat volgende week maandag of dinsdag zult bekijken, want de mensen van de dienstencentra zullen heel snel weten wat u hier vandaag hebt gezegd. Zij volgen dat natuurlijk ook op; dat lijkt mij nogal logisch. Mijn vraag is wanneer u daarover zult communiceren. Laat u die beslissing per direct ingaan? Hoe verlopen die bijkomende instructies?

Het is ook belangrijk dat we de pijnpunten na de crisis goed in kaart brengen. Denk bijvoorbeeld aan het tekort aan mondmaskers en aan de chemische producten die we nodig hebben om die tests te doen. Zo kunnen we de huidige problemen bij een volgende crisis vermijden en kunnen we dat nu al ondervangen.

Het is natuurlijk ook belangrijk dat we de kost in kaart brengen, bijvoorbeeld voor onze rust- en verzorgingstehuizen. Er zal misschien extra personeel nodig zijn en er zullen ook gederfde ontvangsten zijn. Dat moeten we ook eens in kaart brengen, zodat we zien wat dit heeft teweeggebracht voor de volledige sector. Ik dank u.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, ik heb nog een paar punctuele vragen. Zijn er specifieke maatregelen voor de dagverzorgingscentra, die centra waar ouderen naartoe gaan om overdag verzorgd te worden?

Worden personeelsleden van zorginstellingen op uniforme wijze ingelicht over wat zij wel en niet moeten melden? Tot hoe ver in de omgeving kan er een besmetting zijn zonder dat men dat meldt? Binnen ziekenhuizen is er op dit moment bijvoorbeeld geen communicatie, of toch niet binnen een aantal ziekenhuizen.

Is er voldoende ontsmettingsmateriaal aanwezig in de zorginstellingen of kan zich daar eventueel ook een voorraadprobleem voordoen?

Ik hoorde dat de premier aanraadt om evenementen met meer dan duizend mensen in afgesloten ruimtes niet te laten doorgaan, maar dat de beslissing daarrond in handen van de gouverneurs ligt. Ondersteunt Vlaanderen die oproep en zult u stappen ondernemen om de gouverneurs misschien samen een uniforme beslissing te laten nemen?

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ook ik heb enkele punctuele vragen. Op welke basis hebt u besloten om die dienstencentra te sluiten? Is daar een advies over geweest van de wetenschappelijke commissie van virologen?

Wat de stockproblemen betreft, had ik ook gehoord dat er een probleem zou zijn met de alcoholgels, net zoals er problemen zijn met de mondmaskers. Hebt u er een idee van wanneer die levering zou plaatsvinden?

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het overzicht. Ik denk net als de collega’s dat de genomen maatregelen in het kader van handhygiëne en dergelijke zeer goed zijn.

Ik heb een heel punctuele vraag: we proberen op dit moment de risicogroep te beschermen. Het gaat dan om ouderen en mensen die al een aandoening hebben. Maar mijn concrete vraag gaat over de kinderopvang en de voor- en naschoolse opvang. Op dit moment wordt er op basis van de nieuwe federale regelgeving aan scholen gevraagd om ouders aan te raden zelf hun kinderen op te halen om te vermijden dat risico lopende grootouders de kinderen ophalen. Dat advies geldt dan wel voor de scholen, maar om half vier vertrekken diezelfde kinderen naar de naschoolse opvang. Mijn vraag is om die adviezen te aligneren voor het onderwijs, zodat ze ook gelden voor buitenschoolse opvang en de voor- en naschoolse opvang. Dat lijkt mij handiger voor de bevolking. Zo vermijden we tegenstrijdige info.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Er zijn heel wat mensen die echt bezorgd zijn. Als overheid moeten wij bescherming bieden en mijn bezorgdheid gaat toch voor een deel over de communicatie. We hebben inderdaad filmpjes en dergelijke, maar niet iedereen is digitaal onderlegd. Er zijn heel veel mensen, bijvoorbeeld ouderen, die afhankelijk zijn van wat er op televisie komt. Zijn er duidelijke afspraken rond wat er verder gebeurt? We moeten ervoor zorgen dat mensen toegankelijke informatie krijgen over wat er gebeurt. Dikwijls is het zo dat je, als je op het internet gaat kijken, bijvoorbeeld voor info over noodplannen, je klikt maar niet verder kunt, omdat bepaalde kranten achter een betaalmuur zitten en dus afgesloten zijn. Wij kunnen wel via Gopress gaan, maar heel veel mensen die geen abonnement hebben op bepaalde kranten kunnen niet verdergaan. Is daar de strategie dat de informatie voor alle doelgroepen, ouderen, jongeren, mensen met een beperking, echt toegankelijk is?

Wij hopen natuurlijk niet dat we in de situatie komen zoals in Italië, waar de scholen moeten sluiten, maar hebben wij al proactief gewerkt aan noodplannen? Ik moet ze niet kennen, maar hebben jullie er al over nagedacht wat er gebeurt met al die kinderen, indien de situatie escaleert en de scholen moeten sluiten? Wie gaat die opvangen? Wat gebeurt er dan met al die ouders? Wordt op dat niveau eigenlijk ook voortgewerkt aan bepaalde scenario’s?

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Wij zitten in een parlement met oppositielogica, maar we hebben nu een gemeenschappelijke vijand. Ik vind het heel goed dat u oproept tot samenhorigheid en ik vind ook dat we hier in de commissie nu een samenhorigheid moeten hebben en een solidariteit om, ook al is het een vijand van een andere soort, dat goed aan te pakken en goed te doorstaan. Wij zijn ‘tous ensemble’ geweest toen de Rode Duivels overwonnen en nu mogen we die slogan weer van onder het stof halen.

De collega’s hebben al heel veel gevraagd, maar ik heb nog één concrete vraag. Hebt u actieve maatregelen genomen of zijn er actieve maatregelen genomen om fake news in te dijken? Als je bijvoorbeeld op Twitter corona opzoekt op dit moment, wordt er onmiddellijk verwezen naar het agentschap. Op welke manier kunnen wij mensen daar nog in bijstaan? Collega De Martelaer haalde ook al terecht de pers aan. De eerste vraag is er misschien eentje die u vanuit de oppositie niet noodzakelijk direct zult verwachten, maar hoe kunnen wij u hierin helpen?

De heer D’Haese heeft het woord.

We gaan zeer samenhorig zijn vandaag.

We zien het aantal besmettingen toenemen, we zien dat we met een ernstige epidemie zitten, maar er is geen paniek nodig. Ik dank u ook voor het uitgebreid antwoord van wat er vandaag al wordt voorzien. Ernstig, zonder paniek: we hebben het geluk dat we het warm water niet moeten uitvinden, dat die epidemie al door andere delen van de wereld geraasd is. Ik snapte uw opmerking over China daarnet niet zo heel goed, omdat daar effectief ervaring zit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft net nog gesteld dat zij de Chinese respons “perhaps the most ambitious, agile and agressive disease containment effort in history” vindt. The lancet schreef: “So far, evidence suggests that the colossal public health efforts of the Chinese Government have saved thousands of lives.” Je moet daarvoor geen fan zijn van de Chinese overheid of van de taal die men daar spreekt of van hoeveel mensen daar wonen, daar gaat het niet over. Maar er is wel een ervaring en alle internationale experten zijn het erover eens dat dat in de eerste plaats een positieve ervaring is geweest.

Er zijn dus richtlijnen van de WHO die daarop gebaseerd zijn en we moeten die natuurlijk ook opvolgen. De WHO liet een aantal dagen geleden optekenen in The Lancet – dat is het meest toonaangevende tijdschrift op het vlak van gezondheidszorg, dat hoef ik u niet te vertellen – dat de maatregelen die vandaag genomen worden door nationale regeringen, waaronder die van ons, ‘too little, too late’ zijn en niet volstaan om die epidemie effectief in te dammen. Er staat dat we ons als overheid niet alleen moeten beperken tot het publiceren van richtlijnen en adviezen, maar dat er ook voor praktische ondersteuning van gezondheidswerkers moet worden gezorgd, in de vorm van workshops, online vorming, peer-to-peervorming enzovoort. U hebt al gezegd dat dat onder andere een verantwoordelijkheid is van het agentschap. Waar staan jullie daarin? Gaan jullie verder dan enkel adviezen en richtlijnen publiceren? Gaan jullie ook in ‘boots on the ground’ voorzien die mensen praktisch helpen?

Ten tweede is uit de ervaring tot nu toe duidelijk dat er een uniforme en centraal gestuurde aanpak nodig is. Ik ben heel blij dat er goed wordt samengewerkt tussen de verschillende ministers, maar uit de verschillende tussenkomsten hier blijkt toch dat er heel wat versnippering is, al is het maar over welke filmpjes er gemaakt worden. U zei in het begin al dat één minister die voor het geheel bevoegd zou zijn, eenvoudiger zou zijn. Er zijn ook belangrijke zaken die op ons afkomen. Ik denk aan de ziekenhuizen bijvoorbeeld: de financiering en de programmatie ligt bij de federale overheid, maar de ziekenhuisnoodplanning, de verschillende quarantainemaatregelen die in Vlaanderen, Brussel en Wallonië worden genomen, zit dan weer over verschillende bevoegdheden verspreid. We hebben vandaag gepleit voor de aanstelling van een nationale coronacommissaris, die het geheel kan overzien en die ervoor kan zorgen dat we door de institutionele lasagne raken. Kunt u zich in dat voorstel vinden om één iemand aan te stellen die de eindverantwoordelijkheid heeft voor het geheel, in plaats van dat ze over negen verschillende ministers is uitgespreid?

Een van de bevoegdheden, een heel belangrijke poot om de verspreiding van het virus tegen te gaan, is ‘contact tracing’. Mensen die besmet zijn, gaan na wie met hen in contact is geweest en proberen op die manier die epidemie in te dijken. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft gezegd dat dat een cruciaal onderdeel is geweest op plaatsen waar het virus is teruggedrongen, bijvoorbeeld in Wuhan, een gebied dat ongeveer even groot is als België. Daar zijn 1800 teams van 5 personen, bijna 10.000 mensen dus, met ‘contact tracing’ bezig geweest. Hoe staat het daarmee in Vlaanderen? Ik kan me inbeelden dat u daarover geen exacte cijfers hebt, maar hebt u er een idee van hoeveel mensen hier bezig zijn met ‘contact tracing’ en hoe serieus dat hier vandaag wordt genomen?

Er zijn al veel vragen gesteld over het medisch personeel, het personeel in verzorgingshuizen enzovoort, maar ik heb ook nog een vraag over het niet-medisch overheidspersoneel. Ik denk dan aan het personeel van De Lijn dat met heel veel mensen in contact komt en aan mensen die bij de administraties een publieksfunctie hebben en dus in contact komen met burgers. Bij De Lijn zouden blijkbaar pas volgende week ontsmettingsdoekjes worden geleverd voor de chauffeurs; dat lijkt me rijkelijk laat. We weten allemaal dat er heel gebrekkige voorzieningen zijn aan terminussen; daar is geen water en zeep om de handen te wassen voor mensen die met heel veel mensen in contact komen en die ook langs luchthavens en dergelijke rijden. Kunt u dat niet concreter aanpakken? Kan er niet op toegekeken worden dat die maatregelen effectief worden genomen? Is daar controle op?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik dank iedereen om daar niet op een sloganeske manier mee om te gaan; daar kunnen we andere thema’s en andere momenten voor voorzien.

Ik zal proberen zo volledig mogelijk te antwoorden. ‘Boots on the ground’, mensen samenbrengen, workshops organiseren, zorgverleners samenbrengen om te zeggen hoe het moet gebeuren, dat is net wat de experten afraden. De adviezen van de RMG zijn net omgekeerd. We hebben een grote zorgbekommernis over de gezondheid van ons zorgpersoneel, ons verplegend personeel, onze huisartsen enzovoort. Als die schakels wegvallen, dan komen er grote gaten in het net. En dus zijn alle adviezen die ik heb gezien dat die mensen vandaag op het terrein aanwezig moeten zijn en dat we hen telefonisch en online moeten bereiken, maar dat we ze niet moeten samenbrengen. Volgens sommige adviezen is het zelfs beter om congressen en studiedagen van artsen uit te stellen. Ze hebben nu andere dingen te doen en bovendien is het beter om dat risico niet te nemen. Ik volg die redenering.

Onze mensen van het agentschap en alle mensen die we hebben kunnen mobiliseren, hebben we ook gemobiliseerd om vragen te beantwoorden, ook over die ‘contact tracing’. Ook daar hanteren we een bepaalde hiërarchie. Wanneer het gaat over een aantal gevallen per dag, dan is dat iets anders dan de aantallen waarover we nu spreken. ‘Contact tracing’ gebeurt nu prioritair voor wie in de zorg en de hulpverlening actief is, om te vermijden dat daar gaten zouden vallen. We proberen zoveel mogelijk aan ‘contact tracing’ te doen, maar dat lukt niet meer overal.

We geven de instructies om niet in de wachtzaal te gaan zitten, maar om te bellen naar de huisarts en thuis te blijven gedurende een bepaalde periode. We moeten huisartsen ook vragen om hun patiënten het advies te geven om tijdens de vooropgezette periode thuis te blijven. Maar men hoeft niet noodzakelijkerwijs op het coronavirus getest worden, zodat we de reagentia die we vandaag hebben, kunnen gebruiken voor diegenen die met echt grote risico’s zitten, die in de ziekenhuizen terechtkomen, enzoverder enzovoort. We moeten daar op dit ogenblik een aantal keuzes in maken. En die worden op het terrein ook gemaakt.

Wat communicatie betreft, hebben we onze filmpjes. Ik heb daar met collega De Block over gesproken. Omdat niet iedereen online zit, hebben we contact opgenomen met de VRT en VTM. Ik heb begrepen dat ze dat gratis doen om op de klassieke media heel laagdrempelig die adviezen mee te geven. Vandaar zijn er niet alleen de filmpjes van Zorg en Gezondheid, maar ook van de bekende Vlamingen. Ik heb begrepen dat men in Wallonië nu uitzoekt of er ook ‘Wallons connus’ zijn of iets dergelijks. Ook die klassieke media zijn belangrijk, u hebt gelijk, maar dat is nu net de reden waarom we daar dat stukje bij gedaan hebben.

We proberen zoveel mogelijk informatie te verzamelen om geen drie, vier of vijf verschillende sporen te brengen. Vandaar dat de website www.info-coronavirus.be ook dient om zorgverstrekkers de nodige instructies te geven. We hebben natuurlijk ook onze eigen site van het agentschap, waar ook het een en ander op staat.

We zijn in gesprek over de dagverzorgingscentra en we gaan dat de komende dagen verder bekijken. Op zich is het niet zo moeilijk om te zeggen dat die dagcentra moeten dichtgaan. Maar ik ben bezorgd over de zorgcontinuïteit die we die mensen kunnen geven. Vandaar dat ik vandaag een onderscheid tussen de dienstencentra met valide senioren die ook nog actief zijn, waaronder organisaties en verenigingen, en de dagverzorgingscentra. Men kan deze wel sluiten, maar waar moeten die mensen dan naartoe? Het is vandaag minstens zo belangrijk dat men de preventieve adviezen die we gegeven hebben, opvolgt. We gaan dat de komende dagen verder bekijken.

Ik heb deze voormiddag samengezeten met de mensen uit de sector van de dagverzorgingscentra. Ik zal daarover telefonisch contact opnemen, maar ik heb nog niet de kans gehad. Dat is een zaak die we deze middag – en terwijl ik hier al zat mailsgewijs – beslist hebben. We zullen dat vanaf morgen laten ingaan. Ik zal vragen aan de minister-president – als het straks lukt – om de beslissing te nemen om dat retroactief te kunnen doen, zodat we geen nodeloze risico’s nemen.

Ik heb begrepen dat de Veiligheidsraad zegt dat in gesloten ruimte activiteiten van meer dan duizend personen het beste niet meer doorgaan en dat de gouverneurs vanavond nog worden samengeroepen om dat verder te operationaliseren. De vraag is wat Vlaanderen daarover denkt, de minister-president was op die vergadering en op die persconferentie aanwezig, ik ga ervan uit dat we daar hetzelfde over denken, maar meer kan ik daar niet over zeggen.

Wat betreft de timing van de maskers is het alle hens aan dek. Ik hoop dat we die zo snel mogelijk kunnen hebben. Er is mij een indicatief moment gesteld, maar ik ben daar niet 100 procent zeker van, dus ik ga dat nu ook niet zeggen om geen verkeerd verwachtingspatroon te creëren. Iedereen doet zijn uiterste best om die zo snel mogelijk in ons land te krijgen. Intussen bekijken we hoe die het best verdeeld kunnen worden over de verschillende dingen. Dat zal ook nog wel een uitdaging zijn.

Voor de kinderopvang zijn we in overleg. We zullen dat de volgende dagen ook aanpakken om die zoveel als mogelijk te aligneren met het onderwijs.

Waarom sluiten we geen scholen? Omdat dat maatschappelijk ook niet zonder gevolgen blijft. Als je alle scholen sluit, zijn er ook heel veel mensen die geen opvang hebben. Het is een heel slecht idee om te zeggen dat de kinderen naar opa en oma moeten. Ook bij veel mensen die in de zorg werken, in de woonzorgcentra, ziekenhuizen, thuiszorg en gezinszorg, zullen we dan zien dat er daardoor blinde vlekken vallen. Daarom is er een bijzonder groot voorbehoud om deze maatregel te nemen. Die is gemakkelijk te nemen, maar vanuit gezondheidsoogpunt is het geen verstandige maatregel. Dat zeggen ook de experten. Daarom is er op dit ogenblik eensgezindheid om die maatregel niet te nemen.

We bekijken ook een paar andere zaken. Ik geef een voorbeeld. We hebben aan alle ziekenhuizen gevraagd om van de ziekenhuisbedden en de onderdrukbeddencapaciteit een inschatting te geven om te kijken hoe we met de capaciteit moeten omspringen. Ik denk dat dat niet de eerste zorg is, als u weet dat er van de 270 of 269 gevallen slechts 20 in het ziekenhuis liggen. Dat geeft aan wat de verhouding is tussen het aantal mensen dat geregistreerd is en effectief in de ziekenhuizen terechtkomt.

Over de juiste aantallen kan ik op dit ogenblik moeilijk iets zeggen. Als uw huisdokter zegt dat u gewoon thuis moet blijven en dat u hem een paar keer moet terugbellen om hem op de hoogte te houden van uw toestand, dan wordt u niet getest en wordt er ook niet bevestigd of u corona hebt. Dan weet u dat niet. Is die 269 een onderschatting? Ja, dat is een onderschatting, maar ik denk dat men dat in geen enkel land op dit ogenblik heel precies kan zeggen. Het enige zekere wat we op dit ogenblik kunnen zeggen, is hoeveel dodelijke slachtoffers er zijn. Die worden geregistreerd, en we hebben er op dit ogenblik geen.

Wat de media betreft, heb ik een dubbel gevoel, om eerlijk te zijn. Ik heb zondag zowel op de VRT als op VTM gezien dat men op een heel pedagogische en verantwoorde manier informatie en duiding heeft gegeven. Men heeft heel transparant gezegd waarover het ging. Dat vond ik goede communicatie, als ik daar iets mag over zeggen. Blijkbaar moet de minister van Media daarover wat terughoudender zijn. Ik vond dat goede communicatie, maar ik stel wel vast dat een aantal andere media zeer hijgerig zijn. Gisterenavond laat ging het over een patiënt die overleden was. Het zou beter zijn als iedereen een beetje rustig zou blijven. Er is toch ook nog iets als de privacy van de patiënt die gerespecteerd moet worden. Daarin zouden de media toch beter iets meer recul aan de dag kunnen leggen in plaats van als eerste de scoop te willen hebben.

Het is niet de bedoeling dat de dokters die we in reserve hebben, in de plaats van de huisarts in de front office gaan optreden. Het is wel de bedoeling dat, als we in de back office problemen hebben, zij kunnen invallen. Als mensen zich aanbieden en het profiel hebben, kunnen we hen ook onmiddellijk inzetten als er problemen zijn. Zo krijgen we dus die reservecapaciteit. We weten waar we vandaag staan, maar niemand weet waar we morgen of de volgende dagen zullen staan.

Dat is nu net waarom we in die fase 2 aan ‘containment’ proberen te doen. We proberen alles zoveel mogelijk onder controle te houden. Maar een uitwoekering of uitwaaiering is niet ondenkbeeldig. Dat heb je als overheid niet in de hand, want het hangt af van het gedrag van mensen. Daar maken wij ons wel zorgen over. Wij bereiden ons daar in de mate van het mogelijke op voor en we proberen dat zoveel mogelijk te voorkomen, maar helemaal uitsluiten kunnen we het jammer genoeg niet.

Met de dienstencentra proberen we de communicatie te organiseren dat het vanaf donderdag zou gebeuren.

Naast de alcoholgels zijn er nog een aantal andere issues op het vlak van medisch of paramedisch materiaal. Sommigen zeggen mij dat er een tekort aan capaciteit is. Anderen zeggen mij dat het vooral een probleem is van distributie.

Ik wil wel zeggen dat die alcoholgels een vals gevoel van veiligheid bieden. Ik wil één tip geven, een die ik ook thuis heb moeten uitleggen. Het beste is om je handen veertig tot zestig seconden te wassen. Als je alleen maar een gel over je handen doet, leg je een folie over de bacteriën die je met je meedraagt. Dat is contraproductief. Was dus met simpele zeep je handen. Het is geen probleem om daar nadien een folie van die gel op te leggen. Maar eigenlijk is dat van ondergeschikt belang. Het is veel belangrijker om te doen wat we allemaal vragen, namelijk handen wassen.

Ik denk dat ik daarmee op alle vragen heb geantwoord.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik had vier vragen gesteld. Minister, u zegt dat u alle vragen hebt beantwoord. Ik denk het niet.

De minister kan misschien straks bij iemand anders nog aanvullen, maar het reglement is het reglement voor iedereen. Ik kan enkel nog aan de vraagstellers het woord geven.

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Ik heb geen vragen of opmerkingen meer. Ik wil wel nog een oproep richten tot de collega’s. Op de sociale media wordt enerzijds wat paniek gezaaid en anderzijds wordt er gezegd dat we het moeten vergelijken met een gewoon griepje. Maar ik wil mevrouw Saeys bijtreden: de griep is ook ernstig. De griep is een influenzavirus en is ernstig. Al de rest zijn griepale syndromen. In de volksmond wordt dat griep genoemd. Laat ons alstublieft stoppen met te zeggen dat de overheid zegt dat het te vergelijken is met een griepje. Neen, griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus en dat kan even ernstig zijn als COVID-19. Al de rest zijn griepale syndromen en verkoudheden. Ik zeg dus: verspreid het woord en leg aan de mensen uit dat griep even ernstig is als COVID-19. Dat moet mij van het hart, want ik lees dat op alle sociale media en ik erger mij er mateloos aan. Bij deze heb ik eventjes het forum misbruikt, maar ik hoop dat deze boodschap verspreid kan worden.

De heer De Reuse heeft het woord.

Ik ben ook heel blij dat de minister alle vragen die hierover werden gesteld, ziet als vragen die we allemaal stellen uit een bezorgdheid om een beter en adequater beleid te hebben. Minister, u rest enkel de taak om sereen maar doortastend op te treden.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Ik ben blij dat de verschillende overheden van dit land zoeken naar een manier om enerzijds het risico in te perken en anderzijds ook niet te overdrijven. Dat is een moeilijk evenwicht. Achteraf pas, wanneer men vergelijkt met andere landen die het zogezegd zo goed hebben gedaan, zullen wij weten wat de meest gepaste manier was om om te gaan met de verspreiding van dit virus. Het is veel te vroeg om daarover conclusies te trekken. Ik denk wel dat men op ernstige wijze probeert die twee zaken tegenover elkaar af te wegen. Ik vind het zeer positief dat het dag na dag wordt geëvalueerd.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik kan mevrouw Sleurs zeker en vast bijtreden. Ik heb me daar de afgelopen tijd ook enorm aan geërgerd.

Ik had nog de vraag gesteld inzake de dienstencentra en of dat gebaseerd was op wat experten hadden aanbevolen.

De minister mag niet meer antwoorden.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.