U bent hier

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, toegankelijkheid is daarstraks natuurlijk al uitvoerig aan bod geweest, maar ik heb deze vraag – en ook nog een volgende vraag – ingediend, omdat die toch wel een ander aspect van die toegankelijkheid betreft, met name niet zozeer de toegankelijkheid van de haltes, maar een aantal andere problemen waarmee mensen met een beperking af te rekenen krijgen en waarvan ik melding kreeg. Minister, daarom wou ik die vraag toch graag aan u stellen.

In 2017 werden alle kartonnen jaarabonnementen van De Lijn vervangen door de MoBIB-kaarten. Het is bijgevolg niet meer de bedoeling het abonnement te tonen aan de chauffeur, maar om de MoBIB-kaart te scannen aan de daarvoor voorziene apparaatjes. Dat lijkt me een logische stap met betrekking tot de werking van ons openbaar vervoer. Wie dat niet op deze manier doet, riskeert dan ook een boete.

Voor de meeste mensen is dat scannen ook geen enkel probleem, maar voor een aantal busgebruikers is het dat blijkbaar wel, zo werd me gemeld. Zo zijn heel wat mensen die de bus of de tram nemen, zelf wat minder mobiel. Ik geef het voorbeeld van iemand die zich met twee krukken verplaatst, op een bus stapt en dan nog zijn kaart moet scannen. Zo’n bus kan soms nogal bruusk vertrekken. Zelfs al is de chauffeur nog zo voorzichtig, dan nog is dat sowieso voelbaar voor wie nog rechtstaat. Dat vergroot de kans op vallen. Ook voor mensen met autisme kan het scannen erg verwarrend zijn, zo werd me gemeld. In de folder van De Lijn wordt immers zeer expliciet gedreigd met sancties voor wie niet scant; voor sommige mensen komt dat zeer zwaar over.

Van de Katholieke Vereniging Gehandicapten (KVG) is dan ook al de vraag gekomen om voor mensen die zo’n problematiek hebben en die kunnen staven aan de hand van bijvoorbeeld een doktersattest, in een document te voorzien dat hen vrijstelt van het scannen. Wanneer er controle komt, kan zo’n document dan worden getoond.

Opdat mensen met een beperking vlot gebruik zouden kunnen maken van het openbaar vervoer, is naast aangepaste rijtuigen en infrastructuur ook de houding van de medewerkers en medeburgers van groot belang. Gelukkig doen velen daar inspanningen voor, maar toch loopt dat niet altijd even goed. Dat is lang niet altijd te wijten aan onwil. Ik wil dat toch wel benadrukken. Vaak is dat echt een gevolg van onwetendheid.

Daarom is een goede opleiding van het personeel ook een noodzaak. Er is bij De Lijn binnen het opleidingsaanbod wel een luik ‘attitude ten opzichte van de klant met een handicap’, maar de vraag stelt zich of dat in alle regio’s wordt aangeboden en of al het personeel regelmatig een dergelijke cursus of een opfrissingscursus in dat kader krijgt. 

Het openbaar vervoer is voor mensen met een beperking heel vaak een belangrijke schakel in de zelfredzaamheid. Vaak kunnen ze immers zelf niet met de wagen rijden en is de bus of de tram de enige manier om zich te kunnen verplaatsen en zodoende te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. Dat is natuurlijk essentieel om die inclusie waar we allemaal naar streven, te kunnen waarmaken. Het is dan ook van groot belang om in te zetten op een zo groot mogelijke toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor mensen met een beperking; en dan heb ik het niet alleen over de echt fysieke toegankelijkheid.

Is het probleem van de moeilijkheid die het scannen van de MoBIB-kaart met zich meebrengt voor bepaalde groepen mensen met een beperking u bekend? Hoe kan hier een oplossing voor worden geboden?

Wordt aan alle medewerkers van De Lijn een cursus ‘attitude ten opzichte van de klant met een handicap’ aangeboden? Is er ter zake een verschil tussen de regio’s? Is het volgen van die cursus verplicht of is dat facultatief?

Hoe kan ervoor gezorgd worden dat alle medewerkers op de hoogte zijn van hoe om te gaan met een gebruiker met een beperking?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

We hebben het daarstraks al uitgebreid gehad over de toegankelijkheid. U hebt meer specifieke vragen rond het scannen van de MoBIB-kaart. Het is inderdaad zo dat een aantal mensen problemen hebben met het scannen van een MoBIB-kaart. De Lijn is zich daar wel degelijk van bewust en heeft dan ook voor twee specifieke groepen een aantal oplossingen voorzien.

Het gaat ten eerste over blinden en slechtzienden. Zij moeten bijvoorbeeld niet over een MoBIB-kaart te beschikken. Zij kunnen gebruik maken van hun Nationale verminderingskaart voor het openbaar vervoer, die zij ontvangen van de FOD Sociale Zaken, en dat volstaat dan als een geldig vervoerbewijs.

De andere groep zijn de personen met een handicap. Deze kunnen de Kaart Kosteloze Begeleider aanvragen. Met deze kaart kan een reiziger met een beperking samen met een begeleider reizen met één enkel vervoerbewijs, namelijk dat van de persoon met een handicap. De begeleider kan dan hulp bieden bij het scannen.

Er zijn inderdaad ook nog een aantal andere personen, personen met krukken bijvoorbeeld, zoals u zelf al zei, die weliswaar een beperking hebben, maar waarvoor geen globale uitzondering is voorzien. Men zou in principe moeten zeggen dat hier maatwerk nodig is, maar het is natuurlijk moeilijk voor de mensen van De Lijn om uitzonderingen te gaan toestaan, en zeker om de identificatie te maken van wie er voldoet aan het criterium van personen die niet in de mogelijkheid verkeren om de MoBIB-kaart te kunnen scannen. Een formeel bewijs op basis waarvan deze reizigers zich kunnen legitimeren zou als oplossing naar voren geschoven kunnen worden, maar het is natuurlijk niet altijd aan de mensen van De Lijn om daar een beoordeling over te geven.

Anderzijds moet de sanctie voor het niet scannen nog altijd vastgesteld worden door een De Lijn-controleur. Hij zal dan desgevallend een proces-verbaal opmaken. Als de persoon in kwestie vindt dat hij of zij ten onrechte geverbaliseerd is, kan hij dit alsnog aanvechten via een doktersattest. Ik weet dat dit misschien niet de optimale situatie is, maar men kan niet verlangen dat de mensen van De Lijn voor iedereen een heel uitgebreid onderzoek kunnen voeren en voor iedereen een regeling op maat uitwerken. Voor de twee grote categorieën kan dat, maar voor de rest is het maatwerk niet altijd evident. We denken dan nog altijd dat de administratieve boete desgevallend wel geseponeerd zal kunnen worden, wanneer blijkt dat de persoon inderdaad in de onmogelijkheid verkeerde om te scannen.

Of de medewerkers van De Lijn daarrond een opleiding volgen en hoe zij op de hoogte gebracht worden? Ik kan u meegeven dat alle medewerkers die in contact komen met de klanten, sowieso een opleiding of cursus krijgen over hoe ze moeten omgaan met personen met een beperking. Zo werd in de basisopleiding van nieuwe chauffeurs een belangrijk onderdeel opgenomen rond toegankelijkheid, waarbij de nieuwe chauffeurs ook heel duidelijke tips en tricks meekrijgen over hoe om te gaan met personen met een beperking.

Verder krijgen alle buschauffeurs van De Lijn een voortgezette opleiding ‘Toegankelijkheid’ waarbij ‘attitude ten opzichte van de klant met een handicap’ een zeer belangrijk onderdeel is.  Tevens volgen alle buschauffeurs de voortgezette opleidingen ‘Comfortabel rijgedrag’ en ‘Defensief rijgedrag’ waarbij dit item ook aan bod komt.

Aan de medewerkers van De Lijn die in contact staan met de klanten, werd een opleidingsmodule ‘Klantvriendelijk onthaal voor iedereen’ uitgerold in functie van omgang met personen met beperking. Doelgroep hier waren de medewerkers van De LijnInfo, de Lijnwinkel en de belbuscentrale.

Wil dit zeggen dat er nooit iets misloopt of voorvalt? Uiteraard niet, we leven niet in een perfecte wereld, maar we blijven erop inzetten. Naargelang de persoonlijkheid zal een medewerker van De Lijn hier meer of minder aandacht voor hebben en zorgen dat een persoon met een beperking goed wordt opgevangen.

Als er klachten zijn, is er opnieuw onze klachtendienst. De Lijn zal zeker bepaalde personen waarbij desgevallend het foutieve gedrag werd vastgesteld, daarop aanspreken en zorgen voor de nodige bijsturing.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik zal beginnen bij het laatste: de opleidingen. Ik ben heel tevreden dat alle chauffeurs die opleiding krijgen om te leren omgaan met personen met een beperking. Dat geldt niet alleen voor nieuwe chauffeurs, maar ze krijgen daar allemaal een opfrissing van. Dat is van belang, want het lijkt eenvoudiger dan het is: omgaan met een persoon met een beperking. Dat is natuurlijk ongelooflijk breed. Er zijn heel veel soorten beperkingen. We denken al snel aan iemand die zich verplaatst met een rolstoel, maar het gaat veel verder. Op zich is dat goed, en ik wil u vragen om daarop te blijven inzetten.

Minder gelukkig, minister, ben ik met uw antwoord op mijn eerste vraag. U hebt het al gezegd, u zag mij knikken. Er zijn twee categorieën die niet moeten scannen. Dat zijn blinden en slechtzienden. Dat is oké. Dan verwijst u naar de andere groep waar een begeleider kosteloos kan meereizen. Laat nu mensen met een beperking gericht zijn op hun zelfstandigheid, om zich alleen te kunnen verplaatsen en niet altijd begeleiding nodig te hebben. Ik denk aan ouders die een kind met een beperking willen aanleren om zich zelfstandig te verplaatsen, een aantal keren meegaan, maar nadien proberen hen dat alleen te laten doen.

Ik ken trouwens heel mooie gevallen die mij zijn gesignaleerd. Er zijn chauffeurs die afspraken maken met de ouders. Als dat vaak dezelfde chauffeur op dezelfde lijn is, waar dat echt heel goed gaat en die daar heel veel begrip voor hebben, kunnen de ouders een kind met een beperking alleen de bus laten nemen. De chauffeur houdt dan een oogje in het zeil, zorgt dat het allemaal goed loopt en dat er aan de juiste halte wordt afgestapt en dergelijke.

Het probleem van het scannen is daarmee natuurlijk niet opgelost. Als er een vaststelling wordt gedaan en er wordt geverbaliseerd, dan kan men met een doktersattest aantonen dat dat onterecht was, dat men niet in de mogelijkheid was om te scannen. Zo legt u heel de verantwoordelijkheid bij de persoon met een beperking.

Er bestaan wel mogelijkheden, al heb ik begrip voor uw standpunt dat we niet kunnen vragen dat De Lijn zelf die controle gaat doen bij iedereen of het kader uitwerkt van wie wel en wie niet. Ik heb nu een vraag voorgelegd. Als het voor een persoon met een beperking om bepaalde redenen onmogelijk is om dat scannen uit te voeren, laat dan bij de kaart een doktersattest voegen en dan is dat voldoende voor de controleur. Heel wat van die mensen zouden veel geruster zijn.

Want u kunt natuurlijk wel zeggen dat je bezwaar kunt maken wanneer de controleur een vaststelling heeft gedaan. Maar dat neemt bij de personen zelf de druk niet weg om, als ze op die bus stappen, toch te proberen om te scannen, met alle mogelijke gevolgen van dien. Minister, kunt u de mogelijkheid die ik had gesuggereerd in mijn vraag, opnieuw bekijken?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik kan alleen maar zeggen dat het een moeilijk verhaal is. U schetst een situatie waarbij iemand eerst een paar keer met een begeleider gaat en nadien datzelfde traject aflegt. Ik denk dat men sowieso menselijkheid aan de dag legt en dat men die persoon zal helpen of ervoor zal zorgen dat alles in regel is.

Maar het lijkt mij heel moeilijk om De Lijn te laten bepalen wie er voldoet aan het criterium van persoon met een beperking. Bovendien zullen er zo twee groepen zijn. Binnen het beleidsdomein Welzijn is dat een duidelijk afgebakende groep, en die hebben een kaart. Kunnen we De Lijn dan vragen om ook een appreciatie te maken: die wel en die niet? Dat lijkt mij een vrij moeilijk gegeven. We zullen het alleszins meenemen. Als er klachten of specifieke situaties zijn, wil ik De Lijn zeker vragen om dat te overwegen. Men houdt nu rekening met twee specifieke groepen. Maar ik vrees dat het hele verhaal wat complexer wordt gemaakt indien we dat nu heel ruim opentrekken. En dat mag niet de bedoeling zijn.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik vraag niet dat De Lijn een bijkomende appreciatie maakt en dat er verschillende groepen van mensen met een beperking ontstaan. Absoluut niet. Ik vraag u alleen om ook vertrouwen te hebben in bijvoorbeeld artsen. Want zij zouden kunnen attesteren bij een kaart dat de persoon in kwestie onmogelijk kan scannen, waardoor die verplichting zou vervallen. En dan is er eigenlijk geen enkele bijkomende verplichting op De Lijn.

Ik neem aan en hoop dat u dat verder wilt bekijken en dat we dat dan te gepasten tijde verder kunnen bespreken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.