U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

De vakbonden Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD), Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) en Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB) spanden een rechtszaak aan tegen de openbaarvervoermaatschappij De Lijn, omdat De Lijn naar aanleiding van de komende sociale verkiezingen in mei de overlegstructuur in het bedrijf grondig wilde hervormen. Van zes ondernemingsraden zou men naar één overkoepelende ondernemingsraad gaan. Dit is in lijn met de reorganisatie die De Lijn de afgelopen jaren doorvoerde.

De Lijn besloot enige jaren terug haar dubbele hiërarchie met provinciale en thematische directies af te schaffen. De vijf provinciale entiteiten verdwenen en kwamen samen op de hoofdzetel in Mechelen. De vakbonden vreesden echter dat er geen correcte vertegenwoordiging meer zou zijn. De arbeidsrechtbank in Antwerpen volgde de vakbonden, waardoor er straks in mei opnieuw gewerkt zal moeten worden met provinciale kieslijsten. De directie van De Lijn betreurt dit en stelt dat de overlegstructuur in het bedrijf, als men met provinciale ondernemingsraden moet werken, niet langer aansluit bij de realiteit binnen de openbaarvervoermaatschappij en dat dit een probleem is voor de slagkracht van het bedrijf en het overleg.

Minister, hoe reageert u op de uitspraak van de Antwerpse arbeidsrechtbank? Volgt u de directie van De Lijn in uw evaluatie van deze uitspraak? En, belangrijker, hoe zal De Lijn de overlegstructuur aanpassen om aan deze uitspraak tegemoet te komen? Moeten we naar opgedeelde ondernemingsraden op het niveau van de vijf provincies? Zijn er juridisch andere mogelijkheden om tegemoet te komen aan die uitspraak?

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik heb een soortgelijke vraag over de reorganisatie bij De Lijn, waar we het net nog over hadden met de Ombudsdienst. In 2018 werd een akkoord bereikt met één vakbond over die reorganisatie en die vakbond vertegenwoordigt 35 procent van het personeel.

De reorganisatie houdt in dat de dubbele hiërarchie met provinciale en thematische directies zal verdwijnen. Dat zorgde van in het begin voor ongerustheid en tegenkanting bij een deel van het personeel en heeft ook invloed op de sociale verkiezingen die dit jaar gepland staan. De directie van De Lijn heeft immers beslist dat zes bestaande ondernemingsraden vervangen zouden worden door één overkoepelend orgaan en dat de zes comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW’s) vervangen zouden worden drie CPBW’s.

De drie vakbonden zijn zoals de collega heeft gezegd, naar de rechtbank gestapt omdat ze vreesden dat ze hun leden op die manier onvoldoende konden vertegenwoordigen. De arbeidsrechtbank geeft de vakbonden nu gelijk en besloot dat de beslissing van De Lijn vernietigd moest worden.

Tegelijk schuwen de rechters de kritiek niet op de reorganisatie bij De Lijn. Volgens hen werkt De Lijn ondanks de aangekondigde reorganisatie in de praktijk immers nog steeds via de entiteiten en bestaat de dubbele structuur met verschillende entiteiten nog steeds. Vervolgens verplichtten de rechters De Lijn om onverwijld in elke provincie aparte sociale verkiezingen te houden voor zes ondernemingsraden en zes CPBW’s.

Minister, wat was de argumentatie – mijn vraag is ingediend vlak na het vonnis – in deze uitspraak van de Antwerpse arbeidsrechtbank? Welke gevolgen heeft dit voor de verdere reorganisatie van De Lijn? Kunt u ook daarover een stand van zaken geven? Welke gevolgen heeft dit voor de sociale verkiezingen in mei dit jaar?

Op welke manier gaan u en De Lijn zelf gehoor geven aan de uitspraak van de rechtbank?

Werd er bij De Lijn reeds intern een evaluatie gemaakt van de reorganisatie? Zo ja, wat waren de conclusies daarvan? Kunt u eventueel een eindevaluatierapport overmaken?

De heer Verheyden heeft het woord.

De Antwerpse arbeidsrechtbank verplicht De Lijn om opnieuw zes ondernemingsraden in de vijf provincies en de hoofdzetel te organiseren. Volgens De Lijn gaat dat echter in tegen de reorganisatie De Lijn 2020 (DL2020) die het bedrijf momenteel implementeert.

Op een vraag die ik tijdens de hoorzitting met De Lijn stelde, antwoordde de directie dat de Vlaamse vervoermaatschappij af wil van de zogenaamde baronieën uit het verleden. Het waren net die baronieën die op heel wat kritiek vanuit reizigersverenigingen konden rekenen. Daarom besliste de maatschappij enkele jaren geleden om haar dubbele hiërarchie, de provinciale entiteiten, af te schaffen.

Heel wat diensten kwamen samen op de hoofdzetel in Mechelen. Het leek dan ook logisch dat De Lijn voor de sociale verkiezingen in mei de bestaande zes ondernemingsraden wil vervangen. Dat is volgens De Lijn logisch omdat ze voortaan uit één technische bedrijfseenheid bestaat.

De drie vakbonden vreesden echter dat ze hun leden daardoor niet goed konden vertegenwoordigen. De arbeidsrechtbank volgde hen in die redenering. Men kan zich vragen stellen bij de beslissing van de rechtbank, tot men dieper ingaat op de uitspraak.  In hun argumentatie tot het vonnis uiten de rechters grote kritiek op de reorganisatie. Zo blijkt de centrale aansturing bij het bedrijf te gebeuren via drie ‘business units’. De cruciale directies Operaties en Techniek werden onderverdeeld in twee zones. Elke entiteit heeft nog altijd een eigen budget en arbeidsreglement. Bovendien zou De Lijn in de laatste versie van de statuten op de website en het intranet nog altijd het begrip ‘entiteiten’ gebruiken.

Ook wijzen ze erop dat de cao die De Lijn in 2018 met het ACV sloot over de reorganisatie, enkel geldt voor bedienden. De chauffeurs, die een groot deel van het personeel uitmaken, werden amper geïnformeerd. De rechtbank besluit dat De Lijn, ondanks de aangekondigde reorganisatie, nog altijd via de entiteiten werkt. De rechtbank verplicht het bedrijf dan ook om de sociale verkiezingen opnieuw per provincie te organiseren.

Minister, is de nieuwe structuur van De Lijn met de drie ‘business units’, niet in tegenspraak met de intenties van de Vlaamse vervoermaatschappij om de organisatie transparanter en efficiënter te maken?

In tegenstelling tot wat De Lijn voorhoudt, is er nog altijd een dubbele structuur. Bent u het met mij eens dat dit de geloofwaardigheid van de hervormingen die De Lijn uitrolt, tegenover het personeel, maar ook tegenover de reizigers, hypothekeert?

Zult u er bij de directie van De Lijn op aandringen om de voorgespiegelde reorganisatie effectief door te voeren, zodat er meer duidelijkheid komt in de structuur van de Vlaamse vervoermaatschappij?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Collega’s, ik probeer de verschillende vragen gebundeld te beantwoorden.

Ik start met de organisatiestructuur van De Lijn 2020 en de huidige situatie hierover. De gewijzigde organisatiestructuur is nagenoeg afgerond. De laatste inkanteling dateert van september 2019 en het programma De Lijn 2020 zelf stopt eind maart 2020.

De nieuwe structuur van De Lijn is een centraal aangestuurde organisatiestructuur opgedeeld in zes centrale ‘business units’: Operaties, Techniek, HR, Marketing & Mobiliteit, Financiën & ICT en Stafdiensten. De Lijn en haar raad van bestuur hebben deze structuur opgezet om de organisatie van De Lijn transparanter en efficiënter te maken. Het lijkt me zelf inderdaad veel transparanter dan telkens de verschillende business units in de vroegere structuur, die allemaal heel decentraal waren opgezet. 

Er werd een tussentijdse evaluatie De Lijn 2020 uitgevoerd, die werd gebracht op de raad van bestuur van De Lijn op 2 oktober 2019. Dit nieuwe organisatiemodel op basis van de functionele domeinen werd als positief geëvalueerd door de raad van bestuur. Uit die evaluatie blijkt dat het organisatiemodel alleszins toekomstgericht is en de realisatie van de nieuwe strategie kan ondersteunen. Ook blijkt dat het organisatiemodel vandaag nog niet op volle sterkte draait, maar men hoopt dat dat straks wel het geval zal zijn. Ten slotte zijn er volgens De Lijn intussen al een aantal positieve evoluties merkbaar. Zo biedt de werking met teamcoaches een betere omkadering voor de chauffeurs. Het concept plaats- en tijdsonafhankelijk werken biedt de medewerkers van De Lijn mogelijkheden voor een betere work-life balance en voor de mobiliteit. Ten slotte zorgt het vervoerregiomanagement voor een betere aansluiting met de stakeholders. Kortom, de organisatiestructuur wordt positief ervaren. Er zijn nog een zestal werven waarop men volop inzet.

Ten aanzien van het sociaal overlegmodel werd er geopteerd om te gaan naar één ondernemingsraad en voor de CPBW’s was het uitgangspunt om de businessunits te bundelen in drie aparte comités: een CPBW voor ondersteunende diensten, een voor techniek en een voor operaties.

De arbeidsrechtbank heeft op 10 februari 2020 een ander vonnis geveld en tegen deze uitspraak is geen beroep meer mogelijk. Ik zal de argumentatie van de arbeidsrechtbank niet herhalen. Ik denk dat iedereen het vonnis intussen wel heeft kunnen consulteren. Alleszins betekent dit vonnis dat de sociale overlegstructuur zoals die door De Lijn was opgezet, niet gehandhaafd kan worden en dat er bij de eerstkomende volgende sociale verkiezingen opnieuw zes aparte ondernemingsraden en zes aparte CPBW’s moeten worden ingesteld.

Wat betreft de werking van de nieuwe centraal aangestuurde organisatiestructuur heeft de uitspraak van de arbeidsrechtbank geen gevolgen. Dit betekent wel dat de sociale overlegstructuur de volgende vier jaar niet zal aansluiten op de nieuwe organisatiestructuur van De Lijn. We blijven dus met zes verschillende overlegstructuren en zes CPBW’s zitten.

Na de uitspraak van de arbeidsrechtbank zijn er onmiddellijk een aantal acties ondernomen en overlegmomenten ingepland. De Lijn heeft het initiatief genomen om de vakbondssecretarissen bijeen te roepen om uitvoering te kunnen geven aan het vonnis en om onverwijld en op een correcte wijze sociale verkiezingen te kunnen organiseren. Het is belangrijk dat deze zo snel mogelijk kunnen plaatsvinden, al is het om sociale rust te hebben binnen de organisatie.

Op 19 februari 2020 werd tussen De Lijn en de vakorganisaties, in aanwezigheid van twee ambtenaren van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO), een consensus bereikt over de datum van de sociale verkiezingen. De dag nadien heeft een vakorganisatie, meer bepaald de ACOD, een pamflet verspreid waarin ze aangaven niet langer vast te houden aan het akkoord van de dag voordien.

Er was op de vergadering van 19 februari al een engagement ondertekend dat de zes ondernemingsraden en de zes CPBW’s samengeroepen zouden worden op 27 februari 2020 om de verkiezingsdatum te bespreken. De FOD WASO had 28 mei 2020 al vooruitgeschoven als verkiezingsdatum. Tijdens de bespreking op 27 februari werd er in de zes ondernemingsraden en zes CPBW’s geen akkoord gevonden over de datum. De FOD WASO heeft dan ook onmiddellijk actie genomen op 27 februari door de datum van 28 mei te handhaven. Op 28 februari is dan de communicatie uitgehangen dat de verkiezingen plaats zullen vinden op 28 mei. De wettelijke termijn tussen de datum van uithanging en de dag van de verkiezingen is verplicht negentig dagen.

Dus uiteindelijk is dat het verhaal. In navolging van het vonnis van de arbeidsrechtbank van Antwerpen van 10 februari 2020 zullen de sociale verkiezingen plaatsvinden op 28 mei in plaats van op 12 mei 2020. Ik denk dat ik zo aan alle vragen heb voldaan.

De heer Maertens heeft het woord.

Ik heb geen bijkomende vragen, maar ik ben zeer blij om van u te horen dat de verkiezingen op 28 mei 2020 plaatsvinden. Het zijn dan wel sociale verkiezingen. Goed, dat is een flauw mopje. Sorry. (Gelach)

We moeten toch eens wat humor in deze commissie brengen. Ik ben blij dat een collega dat beaamt.

We weten allemaal dat er een spelletje door bepaalde vakorganisaties werd gespeeld, niet alleen in dit dossier, maar ook in andere dossiers, zoals de gegarandeerde dienstverlening. Dat is belangrijk. We hebben gezegd dat we daarmee wat moeten wachten tot die sociale verkiezingen achter de rug zijn. Ik ben blij dat 28 mei een nieuwe start kan inleiden voor dat debat. Ik hoop en ik reken daarop. Ik roep ook de vakorganisaties op om daar een ernstig debat over te voeren en dat ernstig te nemen zodat we daarmee snel voor de dag kunnen komen en zodat die minimale dienstverlening er toch snel zal komen.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Dank u wel, minister, voor uw antwoord.

U zegt dat er een evaluatie van de reorganisatie is gebeurd en die is door de raad van bestuur positief geëvalueerd, maar er zijn nog wel een paar werven waaraan gewerkt moet worden. Wij krijgen daar vanaf de werkvloer alleszins andere geluiden over te horen. Die reorganisatie is zeer snel doorgevoerd, en we krijgen de boodschap dat er daardoor veel knowhow is verloren gegaan en dat er bepaalde cruciale plekken onbemand zijn of dat daar de verkeerde personen zitten. Die bezorgdheid wil ik u toch meegeven. Dat kan altijd bijgestuurd worden.

Ik had begrepen dat er op een zeker moment vanuit De Lijn gecommuniceerd werd dat er helemaal geen sociale verkiezingen in mei georganiseerd zouden worden. Als ik u goed begrijp, is dat nu toch niet het geval. Het is dan niet op de initiële datum van 14 mei, maar 28 mei 2020. Waarom werd die initiële datum niet behouden?

De heer Verheyden heeft het woord.

Minister, ik heb toch een paar kanttekeningen. Zes ondernemingsraden? Ik kan me voorstellen dat dat de efficiëntie bij De Lijn niet echt ten goede zal komen. Dat was nochtans een van de doelstellingen met de nieuwe structuur, net zoals men naar één ondernemingsraad wilde gaan. Ik stel me dan toch een aantal vragen bij een aantal punten die we hebben uitgesteld. We zouden wachten met de minimale dienstverlening. Ik kan me best voorstellen dat als er zes ondernemingsraden zijn en die minimale dienstverlening daar niet echt kan besproken worden of als er in een gespreide slagorde een standpunt wordt geformuleerd, dat weer ten nadele is van de reiziger. Indien dat gebeurt, zult u dan acties ondernemen om de minimale dienstverlening voor de reizigers toch te laten plaatsvinden?

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Minister, ik had op 13 februari 2020 hierover een schriftelijke vraag ingediend en het antwoord dat ik nog maar een paar dagen geleden heb ontvangen, komt helemaal overeen met wat u hier zegt. De Lijn zal nu inderdaad opnieuw zes ondernemingsraden en zes comités voor preventie en bescherming op het werk moeten hebben. In uw antwoord op mijn schriftelijke vraag zegt u dat het voor zich spreekt dat dit de noodzakelijke efficiëntie en wendbaarheid van De Lijn niet ten goede zal komen.

Vandaar ook mijn bijkomende vraag. Welke maatregelen zullen de sociale partners en De Lijn samen nemen om de impact van die verschillende sociale overlegstructuur en organisatiestructuur tot een minimum te beperken? Gisteren was er een Panoreportage  waarin de heer Kesteloot zei dat er intussen al veel is opgelost. Het zou er nog moeten aan mankeren, gelukkig maar. Volgens ons is het toch de bedoeling dat zowel sociale partners, als directie, als de raad van bestuur hetzelfde doel nastreven: het uitbouwen van een gezond, performant overheidsbedrijf waarin zij partners zouden moeten zijn. Als De Lijn er wil geraken, dan zal dat met iedereen samen moeten.

De onderhandelingen over de minimale dienstverlening zullen dan ook veertien dagen opschuiven. Wij hopen op goodwill van alle kanten om dit tot een goed einde te brengen. Een van de ondernemingsraden zou kunnen zeggen dat ze niet akkoord gaan, maar ik hoop toch dat er in de toekomst niet op die manier zal worden gewerkt. In het verleden waren het er ook zes. Soms hielden delen van entiteiten, vakbonden, wilde stakingen en andere helemaal niet. Het is net dat wat we willen vermijden. Ik hoop dus dat er heel duidelijke afspraken over kunnen worden gemaakt, met de zes samen, en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. We zijn al aan het vooruitlopen, maar men weet dat dit er aankomt. Ik hoop dat De Lijn en de vakbonden het er onder elkaar toch al wel eens over hebben gehad, toch minstens de vakbonden die bereid zijn eraan mee te werken. Ik heb begrepen dat er weeral maar eens één vakbond het verhaal niet accepteert, wat toch niet serieus is. De datum die men afspreekt, accepteert men een dag later niet meer: dat soort toestanden moeten we in de toekomst vermijden.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik wil even reageren op mijn collega die zegt dat de reorganisatie in De Lijn positief wordt ervaren. Ik denk dat dat toch een klein beetje wereldvreemd is, als je luistert naar de signalen die vanop het terrein komen. Ik zeg niet dat alles grote miserie is, maar je kunt niet zeggen dat de reorganisatie bij De Lijn in het algemeen positief wordt ervaren. Ik denk dat eerder het omgekeerde waar is. Gisteren zei een werknemer het nog heel treffend in de Panoreportage: ‘Ik heb de indruk dat we een machine die niet helemaal goed draaide, uit elkaar hebben gehaald, stukken hebben verwijderd, alles op een hoop hebben gegooid en dan hebben gehoopt dat het beter zou werken, wat het uiteraard niet doet.’

Ik heb een aantal vragen die specifiek gaan over het dossier van de ondernemingsraden en de CPBW’s. U zei daarnet dat we de komende vier jaar zullen werken met zes ondernemingsraden en zes CPBW’s. Bent u van plan om dat daarna toch nog te veranderen? Dat is interessant want dan zou u ofwel ingaan tegen het vonnis, ofwel zou u nog andere dingen gaan aanpassen. Ik vraag gewoon of u bewust vier jaar hebt gezegd.

Er wordt hier veel gesproken over efficiëntie maar het vonnis van de rechtbank is wel zeer helder. Bijna alles wat met arbeidsregeling te maken heeft, wordt vandaag nog georganiseerd op het niveau van die entiteiten: regeling van dienst- en werktijden; intake, evaluatie en ontslaggesprekken; afspraken rond vergoedingen en premies, verlofdagen, feestdagen; teambuilding; sinterklaasfeest; opleiding intranet. Bijna alles wat met arbeidsregeling te maken heeft, wordt georganiseerd in die entiteiten, niet centraal. Wat voor zin heeft het dan om de sociale vertegenwoordiging op een ander niveau te organiseren? Natuurlijk is dat absurd. Uiteraard volgt de rechtbank de vakbonden dan in hun argumentatie dat de raden ook gedecentraliseerd moeten zijn. Als de arbeidsregeling lokaal wordt georganiseerd, dan is het belangrijk dat de mensen ook lokaal vertegenwoordigers hebben om daar vat op te kunnen hebben.

Er wordt hier altijd hetzelfde zwartepietenspel gespeeld en dat is onwaarschijnlijk vermoeiend. Het is heel belangrijk om te herhalen dat de drie vakbonden samen aan één zeel hebben getrokken, samen naar de rechtbank zijn gestapt en samen gelijk hebben gekregen. Er is helemaal geen sprake van één vakbond die vervelend doet of zo. Het zijn de drie vakbonden die samen het grootste deel van het personeel vertegenwoordigen. Minister, betwist u dat die drie vakbonden samen naar de rechter zijn getrokken? Dat die samen een argumentatie hebben gemaakt? Neen toch, hé. (Opmerkingen van minister Lydia Peeters)

Neen. Voilà. Ze zijn er dus met hun drieën samen naartoe getrokken. Om dan hier te zeggen dat het weer één vakbond is die het verpest? We horen van het terrein exact het omgekeerde, minister. Wij horen exact het omgekeerde, namelijk dat het de directie is die vertragingsmanoeuvre na vertragingsmanoeuvre instelt. Dat gaat dan over het weigeren van het uithangen van de X-mededelingen enzovoort. Het is net de directie die zorgt voor vertragingen, het is net de directie die zich niet constructief opstelt. In tegenstelling tot de andere collega's die er een hobby van hebben gemaakt om te bashen op de grootste personeelsorganisatie bij de vakbond, wil ik u vragen of u de directie er eens op wilt aanspreken om zich wat constructiever op te stellen tegenover het personeel dat het recht heeft om respect te krijgen, niet alleen op het werk maar ook voor de uitspraak van de rechtbank.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel voor de bijkomende vragen. Mijnheer Maertens, wat betreft de gegarandeerde dienstverlening heb ik in de commissie al het volgende gezegd. Na de malaise van december, waarbij men heel de dispatching ging platleggen om er toch maar voor te zorgen dat de staking die eerst weinig werd opgevolgd, toch enig effect zou ressorteren, hebben we in januari gezegd dat de maat vol was en dat we werk wilden maken van de gegarandeerde dienstverlening. We wisten dat dat weinig kans van slagen zou hebben voor de sociale verkiezingen, maar we hebben die brieven toch laten vertrekken naar de raad van bestuur met de vraag om een gegarandeerde dienstverlening, – of een minimale dienstverlening, dat komt op hetzelfde neer – uit te werken. Ze hebben in principe zes maanden de tijd om dat te doen. Dat betekent dat ze in juli daar werk van zouden moeten kunnen maken. Maar als ik zie dat alleen al het prikken van een datum om de nieuwe sociale verkiezingen te laten plaatsvinden, een moeilijke bevalling is, dan heb ik er eerlijk gezegd weinig hoop op. Maar wie weet brengen de sociale verkiezingen van 28 mei wel enig soelaas en kan het misschien toch lukken. Ik hoop het alleszins en ik denk dat velen dat hopen.

Mevrouw Robeyns, er is een wettelijke termijn tussen de publicatie van de oproeping en de datum van de verkiezingen zelf. Daar moeten negentig dagen tussen zijn. Op het moment dat het vonnis van de arbeidsrechtbank er gekomen is, heeft men onmiddellijk een vergadering bijeengeroepen, zoals ik daarstraks heb gezegd. Die vergadering vond plaats op 19 februari. Op 19 februari was er het engagement van de drie vakbonden om akkoord te gaan met 28 mei en om er samen voor te zorgen dat de sociale verkiezingen asap konden plaatsvinden. Op 20 februari heeft een vakorganisatie afgehaakt en heeft gezegd niet langer akkoord te zijn, dus moest men sowieso wachten tot de zes individuele ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk om verder te kunnen. Dat was dan 27 februari. Omdat er geen consensus was, heeft de FOD WASO dan gezegd dat het 28 mei zal zijn. Om negentig dagen te hebben na de datum van aanplakking, is die datum vooropgesteld. Dat was de eerstvolgende datum met het respecteren van de wettelijke termijn. 14 mei was niet meer mogelijk, want dan was de termijn van negentig dagen niet gerespecteerd.

Mevrouw Brouwers, ik hoop dat we kunnen rekenen op wat verantwoordelijkheidszin van de vakbonden tout court. Op 28 mei zijn er sociale verkiezingen. Over vier jaar zijn er opnieuw sociale verkiezingen. Misschien kunnen in die periode van vier jaar de geesten wel rijpen om de organisatiestructuur die De Lijn nu volledig heeft doorlopen, te aanvaarden en om over te gaan tot één entiteit, één ondernemingsraad en één comité voor preventie en bescherming op het werk. Ik denk dat dat goed zou zijn, omdat heel die organisatiestructuur dan sowieso samenvalt met de syndicale vertegenwoordiging. Vroeger had men zes verschillende klachtenmanagementsystemen, nu is dat er één. Dat lijkt al veel beter te werken.

De heer D’Haese zei dat bepaalde personeelszaken nog op een of andere entiteit geregeld worden. Neen, de nieuwe organisatiestructuur bestaat uit zes business units. Omdat men dat klaarblijkelijk niet goed gehoord heeft, zal ik het nog even herhalen. Een van die zes business units is het hele hr-verhaal. Alles wat over personeelsaangelegenheden gaat, zal binnen de business unit HR behandeld worden. Dat is er een voor heel de Vlaamse regio. Zo is er ook een business unit Operaties, een business unit Techniek & Supply Chain Management  (SCM), een business unit Marketing en Mobiliteit, een business unit Financiën & ICT en ten slotte de stafdiensten.

Ik denk dat die organisatie zo transparanter en efficiënter gaat werken in de toekomst. We hebben een veranderingsproces achter de rug. Dat heeft heel wat problemen met zich meegebracht. Elke verandering in een organisatie zal wel wat problemen met zich meebrengen. Mensen moet van locatie veranderen, mensen moeten van stoel of van jobinhoud veranderen, en dat wekt soms wrevel. Het opzet was, zoals een aantal jaren geleden in het Vlaams Parlement is vooropgesteld, om de kostendekkingsgraad omhoog te krijgen en naar een efficiënter en performanter overheidsorgaan te gaan. Dat was het opzet van heel dat transitieproces, dat men binnen de raad van bestuur van De Lijn samen met de verantwoordelijken heeft uitgetekend. Ik hoop dat dat in de toekomst gaat werken.

Ik zeg niet dat vandaag alle kommer en kwel weg is. Er zijn nog heel wat dingen te doorlopen om het ongenoegen weg te werken, maar ik hoop alleszins dat er rust komt in de organisatie, dat er niet weer bijkomende vernieuwing gaat komen en dat uiteindelijk iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. En met ‘iedereen’ bedoel ik zowel het managementteam als de vakbondsorganisaties als uiteraard de werknemers zelf. Het is voor iedereen een win-winsituatie als er rust komt en als we effectief kunnen zeggen dat het een goed werkend en performant overheidsbedrijf is.

Mijnheer D’Haese, u vroeg of het klopt dat de drie vakbonden een procedure hebben aangespannen bij de arbeidsrechtbank. Wellicht hebt u het vonnis van de arbeidsrechtbank ook aandachtig nagelezen. Het zijn er geen drie. Het zijn er zelfs vier, want ook de Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK) heeft een proces aangespannen. De vakbonden hebben elkaar daar gevonden om gezamenlijk een proces aan te spannen. Behoudsgezind als ze zijn, willen ze verkrijgen dat men die zes aparte ondernemingsraden en die zes aparte CPBW’s heeft. Ik kan begrijpen, als men in de vakorganisatie zit, dat men liever twee keer zes entiteiten heeft dan één entiteit, één ondernemingsraad en één CPBW. Maar soit, het zij zo. Men heeft die procedure aangespannen. Dat vonnis is geveld. Er is geen beroep mogelijk tegen dat vonnis. De komende vier jaar zal men dus opnieuw te maken hebben met zes ondernemingsraden en zes CPBW’s. Het zij zo. Misschien kan daar in de toekomst wel een en ander in veranderen, maar dat zal de toekomst uitwijzen.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, ik wil het nog even hebben, niet zozeer over de sociale verkiezingen, maar wel over de reorganisatie van De Lijn. Ik wil mijn bezorgdheid blijven uiten dat het altijd belangrijk is dat als je een de reorganisatie doet, je ook over de schouder blijft kijken of iedereen mee is en of de genomen maatregelen het gewenste effect hebben.

De heer Verheyden heeft het woord.

Het was een gemiste kans: zes ondernemingsraden, zes comités. Dat zal de efficiëntie waarschijnlijk niet ten goede komen. Ik hoop alleen dat de reiziger daar niet de dupe van wordt in de komende jaren.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.