U bent hier

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Dit is eigenlijk een opvolgingsvraag met betrekking tot een discussie die we hier op 13 januari hebben gehad over de neetjongeren (not in education, employment or training). Minister, bij die vorige vraag over het akkoord met de sociale partners over de doelstelling van 21.000 extra jobs verwees u ook zelf naar het grote belang van het toeleiden van neetjongeren naar de arbeidsmarkt, aangezien zij nog een hele carrière voor zich hebben en vaak een kwetsbaar profiel hebben. Alle instrumenten die we daarvoor kunnen inzetten, zijn dus aan te bevelen, denk ik.

In onze discussie op 13 januari gaf u aan dat er geen automatische inschrijving was bij VDAB, maar wel een koppeling tussen de databanken, waardoor VDAB een melding krijgt wanneer een neetjongere zich aandient. We denken dat een aanklampend beleid nodig is om deze jongeren te activeren. Het beschikbaar zijn van deze data maakt dat uiteraard makkelijker, en dus mogelijk.

Minister, VDAB krijgt automatisch een melding over een neetjongere. We vroegen ons af welke opvolgende acties al zijn ondernomen of in de steigers staan. Met welke begeleidende acties of trajecten start VDAB wanneer die een melding krijgt van een neetjongere? Hoeveel trajecten zijn er reeds opgestart, en hoe zult u monitoren en evalueren hoe die begeleiding concreet in haar werk gaat?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega, vanuit het actieplan Samen tegen Schooluitval bestaat er al sinds 2017, zoals u weet, een gegevensstroom tussen het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI), SYNTRA en VDAB. Er worden lijsten opgesteld van vroegtijdige schoolverlaters. Die worden dan opvraagbaar via het computersysteem MAGDA (maximale gegevensdeling tussen administraties). De data die VDAB krijgt van Onderwijs, bestaan uit namen, adressen en rijksregisternummers. VDAB verwerkt die lijsten en houdt dan enkel die jongeren over die én nog niet bekend zijn bij VDAB én niet aan het werk zijn én niet naar het buitenland zijn verhuisd. Dat kunnen we nu dus al regelen. Die jongeren worden door VDAB uitgenodigd om zich te registreren als werkzoekende. Het gaat dus om een selectie van vroegtijdige schoolverlaters binnen de grotere groep van de neetjongeren. We hebben een privacymachtiging gevraagd. Daar staat in – tot mijn spijt, als ik dat mag zeggen – dat VDAB verplicht is de jongeren per brief aan te schrijven. Per brief.

De data mogen ook enkel intern worden gebruikt door de betrokken experten. VDAB doet dat door een flyer op te sturen waarin de dienstverlening helder en duidelijk wordt toegelicht, met vermelding van de gegevens van de regionale jongerenconsulent. U kunt dus kritiek hebben op hoe we het doen, maar we móeten het zo doen, volgens de privacymachtiging.

Dat laatste is interessant om te melden, want VDAB heeft sinds september 2019 zijn werking aangepast. In elke provincie zijn er nu een aantal bemiddelaars met een rol als jongerenconsulent. Die bemiddelaars zijn volgens het concept van ‘outreachend’ netwerken de aanspreekpersoon voor lokale actoren uit onderwijs, jeugdwerk en welzijn. Zij vormen op die wijze dus een zeer laagdrempelige toegangspoort naar de dienstverlening van VDAB. Op die manier heeft VDAB ook een breder bereik van mogelijke neetjongeren dan alleen maar de vroegtijdige schoolverlaters uit de datakoppeling. De datakoppeling is er echter, en ze worden ook aangeschreven, geheel volgens de regel.

Hoeveel trajecten zijn er? VDAB heeft in 2017 en 2018 6330 gegevens ontvangen van vroegtijdige schoolverlaters. Daarvan bleken er 556 jongeren niet gekend te zijn bij VDAB en ook niet aan het werk of in opleiding te zijn. In 2019 en de eerste maanden van 2020 ontving VDAB gegevens over 13.311 vroegtijdige schoolverlaters en werd er een communicatie verstuurd naar 546 vroegtijdige schoolverlaters. We zien dus dat, door systematisch samen te werken met scholen, al veel van de jongeren gekend zijn vooraleer ze vroegtijdig de school verlaten. Voor 2017 en 2018 waren 222 – ofwel 4 op 10 – jongeren van de 556 die zijn aangeschreven, een jaar later ingeschreven bij VDAB. En nu tellen we dus nog 52 ingeschreven jongeren.

Een belangrijke nuancering is hier wel op haar plaats. VDAB dient volgens de privacymachtiging de gegevens van die jongeren na een jaar te verwijderen. Je moet ze dus per brief aanschrijven, maar na een jaar moeten die gegevens weer weg. Het is dus mogelijk dat de jongeren die niet zijn ingeschreven bij VDAB wel weer aan het werk zijn of weer naar de schoolbanken of zelfs door een domiciliewijziging de communicatie van VDAB niet hebben ontvangen.

Collega’s, ik wil daarbij wel iets aanstippen. Ik vind dat die privacymachtiging breder moet. Ik heb dat ook besproken met mijn medewerkers. Zodra het decreet rond het dataregisseursschap van VDAB is goedgekeurd, kunnen we een nieuwe privacymachtiging vragen die breder gaat. Collega Gennez, nu werkt VDAB binnen de opdracht die hij heeft. Het is de bedoeling om een betere machtiging aan te vragen, maar we zien ook de beperkingen ervan.

Er is door VDAB in 2018 een eerste evaluatie van de datakoppeling gedaan. Er waren wel wat problemen, maar die zijn opgelost. Zoals ik al zei, verwacht ik dat het project nu wordt uitgebreid en dat we een beter zicht krijgen op een en ander.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Het is belangrijk om die privacymachtiging uit te breiden. U krijgt daarvoor zeker onze steun. Jongeren aanschrijven per brief is volgens mij zoiets als met een kanon op een mug mikken. Dat is niet zo evident. De nieuwe media moeten toch mee kunnen worden ingezet om die mensen te bereiken.

U hebt een zeer uitgebreide schets gegeven van over hoeveel jongeren het gaat. Die groep is duidelijk stijgend, omdat men er meer zicht op heeft en omdat men ook proactief, voornamelijk vanuit het onderwijs, gegevens doorgeeft. Maar als men die jongeren bereikt, wat doet men dan concreet? Hebt u daarover al meer informatie?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik zei het net: de jongeren worden aangeschreven, maar VDAB mag niet telefoneren. Het gebeurt dus per brief. Dan moeten ze zich aanmelden. Een aantal hebben zich aangemeld en daarvan zitten er een aantal in het traject. Ik heb u daarvan de cijfers gegeven, maar meteen ook de beperking die er is.  Maar doordat er nu in alle provincies regionale consulenten zijn, wordt de drempel lager. Als je zo’n brief krijgt en je weet dat er dichtbij een consulent is, is het gemakkelijker om er langs te gaan.

Ik vond die databankkoppeling ideaal, maar ik leer nu de beperkingen ervan kennen. Ook het feit dat die gegevens na een jaar weg moeten, geeft wel wat moeilijkheden.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.