U bent hier

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik had deze vraag aanvankelijk gericht aan minister Somers, maar er kwam de voorzichtige suggestie dat ik beter bij u terechtkon. Ik ben blij dat deze commissie op dit aanbod is ingegaan.

In het regeerakkoord uit de Vlaamse Regering het voornemen om de toepassing van de GAS-instrumenten uit te breiden naar snelheidsovertredingen. Concreet lees ik daarover: “Steden en gemeenten krijgen de mogelijkheid om GAS-boetes voor beperkte snelheidsovertredingen in zone 30 en zone 50 uit te vaardigen en te handhaven met eigen infrastructuur. Zo plukken gemeenten de vruchten van investeringen in verkeersveiligheid zonder dat zware overtreders strafrechtelijke vervolging kunnen ontglippen.”

Uiteraard is dat een goede beslissing in de aanpak van snelheidsovertredingen omdat het nodig is om alle pistes te onderzoeken. Zeker de aandacht voor steden en gemeenten is hierbij een goede zaak. Zij kunnen en moeten een voortrekker zijn in deze materie.

Minister, wat zijn de volgende stappen voor de realisatie van dit voornemen? Welke ministers zijn betrokken bij de uitwerking van deze uitbreiding? Is ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) betrokken? Is het voor alle Vlaamse steden en gemeenten haalbaar om dit op een goeie manier uit te voeren? Zullen de opbrengsten de investeringen in eigen infrastructuur verantwoorden of compenseren? Hoe zal gegarandeerd worden dat recidivisten en zware overtreders hun correcte straf krijgen? Komt er een koppeling of uitwisseling tussen verschillende databases? Hoe zal de opvolging gebeuren? Welke impact zal deze beslissing hebben op de slagkracht van steden en gemeenten, politiezones en correctionele vervolging? Ziet u andere noodzakelijke evoluties inzake de GAS-wetgeving in functie van lokale besturen?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Wat betreft de volgende stappen in de realisatie van dit voornemen, kan ik zeggen dat we niet stilzitten. We zijn volop bezig met de uitwerking van het voornemen om beperkte snelheidsovertredingen in de zone 30 en zone 50 te bestraffen met een GAS-boete. Dat staat heel duidelijk in het regeerakkoord en we willen daar volop voor gaan. De administratie is reeds volop bezig met de uitwerking ervan. We zitten in de voorbereidende fase van de decretale basis.

U vraagt welke ministers er betrokken zijn bij de uitwerking van deze uitbreiding. U hebt de vraag terecht aan mij gesteld. Dit behoort inderdaad tot mijn bevoegdheden. Op dit ogenblik is de administratie binnen het Departement Mobiliteit en Openbare Werken bezig met het onderzoek en met het uitschrijven van het ontwerp van decreet. Er is ook al overleg geweest met een aantal stakeholders. De VVSG wordt daarbij ook betrokken. Dit is al op de vergaderingen van de VVSG behandeld.

Het is voor de lokale besturen nog altijd een vrije keuze om al dan niet GAS-boetes op te leggen bij verkeersovertredingen in zone 30 en zone 50. U weet dat elk lokaal bestuur een eigen GAS-boetereglement kan uitwerken en welbepaalde elementen kan beteugelen of liever niet. Het is een volledig vrije keuze. Natuurlijk zullen zij zelf de oefening maken of het voor hen haalbaar is en of de opbrengsten van de GAS-boetes eventueel mee de investeringen zouden kunnen dekken.

Het verhaal van de recidive is niet vervat in dat van de GAS-boete. Als het gaat over zware overtredingen of herhaalovertredingen, verloopt het via de strafrechtelijke procedure en kunnen overtreders nog altijd de reguliere boetes krijgen via minnelijke schikkingen of misschien eerder via de politierechtbank.

Op de vraag of er een koppeling komt tussen de verschillende databases en hoe de opvolging zal gebeuren, kan ik antwoorden dat we nog volop bezig zijn met de praktische implementatie. Dat moet nog verder onderzocht en uitgerold worden.

Elke nieuwe procedure die men invoert, zal op tijd en stond geëvalueerd en gemonitord moeten worden om te kijken welke impact die zal hebben. We hebben al heel vaak de klachten gehoord dat in de zones 30 en de zones 50, zeker in schoolomgevingen en dorpskernen, de handhaving vaak te wensen overlaat. De lokale besturen vragen om daar zelf te kunnen handhaven via GAS-boetes. Om die reden is het opgenomen in het regeerakkoord en wordt het ter harte genomen, maar het zal natuurlijk na enige tijd moeten worden geëvalueerd of dit de meest aangewezen methode is om in te zetten op handhaving. Ik heb er alleszins alle vertrouwen in dat dit een goede zaak zal zijn om te zorgen voor handhaving in die zones 30.

Zien we nog andere noodzakelijke evoluties rond de GAS-wetgeving? U hebt al gezegd dat u deze vraag eigenlijk wilde stellen aan minister Somers. Ik denk ook dat u zich wat dat betreft beter tot hem kunt richten. Ik beperk me tot de GAS-boetes voor verkeersovertredingen of voor de handhaving in de zone 30 en de zone 50.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. In verband met de laatste vraag heb ik alle begrip. Ik zal dat te gepasten tijde aan minister Somers vragen.

Ik wil nog eens beklemtonen dat deze vraag niet komt vanuit een soort wantrouwen ten opzichte van dit voornemen. Ik denk dat het een goede zaak is dat veel lokale besturen hiervoor vragende partij zijn, al is het vanuit een soort frustratie dat zij op dit moment zelf weinig kunnen doen en dat, als ze investeren in infrastructuur, de opbrengst niet naar hen gaat. Dat werkt niet echt motiverend en is ook gewoon niet correct. Als de lokale besturen hun verantwoordelijkheid nemen, dan vind ik dat zij daarvoor moeten worden ‘beloond’, in de hoop dat er vooral geen boetes moeten worden uitgeschreven, want dat zou willen zeggen dat het beleid echt impact heeft en de verkeersveiligheid dient.

Ik heb nog een vraag in verband met de voorbereiding van de decreten die momenteel bezig is. Wanneer is het de bedoeling om dit in te voeren? Veel lokale besturen zijn echt vragende partij in het kader van de meerjarenplanning waarin ze een aantal voornemens opgenomen hebben. Ik denk dat ze allemaal staan te popelen om daar snel mee te beginnen maar dat ze toch wat wachten tot het echt duidelijk is en definitief vastligt dat die opbrengsten inderdaad naar hen zullen gaan.

Wat betreft het recidivisme weet ik dat er op het terrein een aantal bezorgdheden zijn dat herhaalde lichte overtredingen efficiënt en vlot strafrechtelijk vervolgd kunnen blijven worden, op een manier waarop het geen kluwen wordt om dat allemaal in kaart te krijgen. Als mensen lichte overtredingen tientallen keren of zelfs maar een paar keer na elkaar begaan, dan lijkt het mij logisch dat ze niet gewoon dezelfde behandeling krijgen maar dat er op een bepaald moment verdere nodige stappen gezet worden.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, wij willen ons volledig aansluiten bij het engagement dat u bent aangegaan en dat deel uitmaakt van het regeerakkoord. Collega’s, we spreken over het terugverdieneffect voor de gemeenten. Het meest optimale terugverdieneffect zou natuurlijk zijn dat er geen eurocent naar de gemeenten komt, maar dat autobestuurders zich aan de snelheid houden in die zones. Dat is een gigantisch terugverdieneffect qua verkeersveiligheid, dat eigenlijk onbetaalbaar is.

De bekommernis over recidivisme delen we, maar ik wil daar wel de kanttekening bij maken dat dat geen belemmering mag zijn waardoor men vandaag onnodig tijd verliest. Vandaag is er immers natuurlijk recidivisme omdat er op die wegen helemaal geen vaststellingen gebeuren. Op een dag zullen wij van start gaan met GAS-boetes voor bepaalde, minimale snelheidsovertredingen. Ook al zal het in het begin zo zijn dat we voor die kleinere snelheidsovertredingen geen recidivisme kunnen vaststellen, toch mag dat wat ons betreft al gerust van start gaan, want vandaag stellen we die overtredingen zelfs helemaal niet vast. In dat opzicht is het beste natuurlijk de vijand van het goede. Dat mag voor ons geen belemmering zijn, waardoor er wordt gewacht.

Wat wel enorm belangrijk is voor ons, is dat er natuurlijk een goed protocol wordt afgesloten, waardoor die snelheidsovertredingen die hoger zijn dan de snelheid die werd bepaald voor de GAS-boetes, uiteraard strafrechtelijk worden vervolgd. Mocht men daar immers niet in slagen, dan zou dat natuurlijk een grap zijn, en een aanmoediging voor de automobilisten om zeker snel genoeg te rijden, zodat ze niet worden vervolgd. Het lijkt ons dus nuttig dat er een goed protocol wordt afgesloten. Als dat protocol op gemeentelijk niveau moet worden afgesloten, dan denk ik wel dat Vlaanderen de gemeentes een goede dienst kan bewijzen door een standaard sluitend protocol voor te leggen dat kan worden gebruikt door onze diverse gemeentebesturen.

Wat ons betreft, mag de zaak dus snel vooruitgaan, maar natuurlijk wel met een protocol wat het strafrechtelijk vervolgen van de hogere snelheidsovertredingen betreft.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, minister, de vader van deze gedachte was Bart Somers. Dat was in september 2019, bij de regeringsonderhandelingen. Collega Ceyssens zat daar toen ook, evenals collega Maertens. Het doel was toen inderdaad: die steden en gemeenten belonen die willen inzetten op verkeersveiligheid en op die manier ook voor een stuk de inkomsten daarnaartoe laten vloeien. Er was echter ook een tweede bekommernis, en die is minstens even behartenswaardig. Dat ging ook over het stopzetten van alle infrastructuurwerken die we vandaag uitvoeren om het verkeer te stremmen, zodat we soms in onze steden en gemeenten halve en hele hindernissenparcours organiseren om toch maar de snelheid van bepaalde auto’s of zwaarder verkeer te remmen. Het ongewilde effect was dat we daardoor soms nieuwe verkeersonveiligheid creëren, want dat komt soms neer op halve en hele chicanes en dergelijke meer.

Wat ten slotte de recidive betreft, en eigenlijk ook diegenen die echt zwaar in de fout gaan, moeten het parket en het gerecht inderdaad hun taak en verantwoordelijkheden opnemen. Minister, ik denk echter dat u ook de mogelijkheid hebt om op gezette tijdstippen het College van procureurs-generaal bij u te vragen. Ik herinner het me nog: heel lang geleden ben ik ook nog eens een heel korte tijd minister van Sport geweest. Toen hadden we wielrenners, zelfs heel bekende wielrenners, die bezig waren met gesneden brood en wespen. (Gelach)

Toen heb ik dat college inderdaad bij me geroepen. Dat waren renners die als bijnaam ‘de Leeuw van Vlaanderen’ hadden. Dat was toen de eerste substituut-procureur-generaal, de heer Sabbe van het parket-generaal van Gent, die zich dat heeft aangetrokken.

U zou dus dat college bij u kunnen roepen om daaromtrent werkafspraken te maken. Daardoor kunt u bij het Openbaar Ministerie, en dus bij uitbreiding bij het gerecht, ook mee een ‘sense of urgency’ creëren. Zij zijn vaak degenen die ook praktisch een aantal modaliteiten aanreiken om een aantal van die dingen sluitend te maken, want het zou helemaal gek zijn dat je een GAS-boete krijgt als je minder dan 20 kilometer per uur te hard rijdt en vrij spel hebt als je daarover gaat. Daar zijn we het ook samen over eens, meerderheid en oppositie. Dat zou inderdaad de laatste slechte Belgenmop zijn. Dat moeten we onszelf en de geloofwaardigheid van ons ambt zeker besparen.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, als lokale bestuurders weten wij allemaal dat klachten over overdreven snelheid, al dan niet objectief of subjectief, een onveiligheidsgevoel veroorzaken. De meest voorkomende klachten zijn die bij de bewoners van een straat. Zoals de heer Keulen zegt, nemen we dan vaak infrastructurele maatregelen om die snelheid op een of andere manier te kunnen afremmen. In die zin steun ik namens mijn partij het initiatief om lokale besturen te stimuleren om nog meer in te zetten op verkeersveiligheid. Uiteraard moeten zware overtredingen door de politionele en strafrechtelijke instanties aangepakt blijven worden. In dat verband is het inderdaad belangrijk dat er een goed protocol wordt afgesloten.

We weten ook dat heel wat lokale besturen deze maatregelen en de geraamde opbrengsten daarvan al hebben ingeschreven in hun meerjarenplanning. In die zin is het misschien ook wenselijk, minister, dat u in de mate van het mogelijke, de timing geeft wanneer u denkt dat dit in werking zal treden.

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, ik sluit me aan bij heel wat zaken die ik hier al heb gehoord. Ik ga volledig akkoord met wat de heren Ceyssens en Keulen over deze problematiek hebben gezegd. We hebben hier te maken met principes en daarom huiver ik een klein beetje bij wat de heer Vaneeckhout en mevrouw Robeyns hebben gezegd, namelijk dat de gemeenten dat hebben ingeschreven in hun meerjarenraming. Op die manier wordt het bijna een financiële kwestie. Het gaat eigenlijk vooral over bepaalde principes die heilig zijn. Minister, ik heb gisteren nog voor u geapplaudisseerd en ik zou dat vandaag opnieuw willen doen.

Een van die principes is dat het lokaal beleid verantwoordelijk is voor de handhaving. En inderdaad, het lokale beleid is het ideale niveau om hierin op te treden, dat is een eerste belangrijk principe maar het belangrijkste principe is de verkeersveiligheid. En ik ben er zeker van dat met deze regeling die is ingeschreven in het regeerakkoord en die nu nog verder moet worden uitgewerkt, die verkeersveiligheid primeert. En daarom pleiten wij ervoor dat diegenen die zware overtredingen begaan en recidivisten zeker worden gepakt en gestraft.

Natuurlijk moeten we ook kijken naar het financiële aspect maar dat is bijkomstig. Minister, wanneer de gemeenten dan toch zitten te loeren op het geld van Vlaanderen, wil ik u vragen om in het oog te houden hoe die gelden van Vlaanderen naar de gemeenten gaan en om elke nieuwe maatregel te evalueren om te zien of Vlaanderen geen geld misloopt. Maar nogmaals, dit is niet het belangrijkste, het belangrijkste is dat het lokaal beleid kan beslissen en dat de verkeersveiligheid daar wel bij vaart.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik hoor dat iedereen grotendeels op een lijn zit, namelijk wat de handhaving door de lokale besturen betreft, wanneer het gaat over zones 30, 50, schoolomgevingen en dorpskernen. Vaak gebeurt die handhaving vandaag niet en veel mensen ergeren zich daaraan. En dan krijgen we de vraag om tal van infrastructurele ingrepen uit te voeren om die snelheid te verlagen. Vandaar het principe om de lokale besturen minstens een stok achter de deur te geven om iemand die te snel rijdt in een zone 30, 50 of een schoolomgeving, een GAS-boete te kunnen geven. Zoals de heer Ceyssens zei, moet de opzet zijn dat er geen enkele boete moet worden uitgeschreven en dat het blijft bij die stok achter de deur, en dat finaal niemand nog te snel rijdt in die zones. Dat moet het ultieme doel zijn.

Sommigen zeggen dat er wordt geloerd op het geld van Vlaanderen of dat sommige lokale besturen al bedragen hebben ingeschreven in het kader van hun meerjarenplanning of hun beleids- en beheerscyclus. Dit moet helemaal niet de opzet zijn. De opzet is een stok achter de deur te hebben om de mensen aan te moedigen zich aan de maximumsnelheid te houden daar waar nu niet wordt beboet en er geen handhaving is. Als er dan toch gelden binnenkomen omdat er GAS-boetes worden opgelegd omdat mensen zich niet aan de maximumsnelheden houden, komen er middelen binnen, maar we moeten hopen dat het geen massa geld wordt, want dan missen we ons doel. Het is een handhavingsinstrument en we hopen vooral dat iedereen zich aan de toegelaten snelheden zal houden.

We moeten uiteraard over het recidivisme waken. Als processen-verbaal worden opgesteld, moet uiteraard ook een register worden opgemaakt, zodat we wel degelijk kunnen zien wie tien keer na elkaar een GAS-boete krijgt of tien keer na elkaar een overtreding begaat. Hij maakt zich dan schuldig aan recidivisme, wat op zich in een zwaar en strafrechtelijk te vervolgen misdrijf resulteert.

Er is hier al gezegd dat we een goed protocol moeten hebben. We moeten goede afspraken met de politiediensten maken om na te gaan wie wat waar doet. In de eerste plaats moeten de recidivisten uiteraard worden aangepakt. Zij moeten strafrechtelijk worden vervolgd. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat goede afspraken goede vrienden maken.

Mijnheer Keulen, we zullen zeker rekening houden met uw bekommernis. U hebt gezegd dat we in de toekomst eens met het College van procureurs-generaal aan tafel moeten zitten om na te gaan hoe we dat in detail kunnen regelen.

Wat de specifieke vraag over de timing betreft, ben ik blij te horen dat iedereen hier unaniem vindt dat we er zo snel mogelijk werk van moeten maken. Iedereen is vragende partij om de lokale besturen zo snel mogelijk de handhaving in de zone 30 en de zone 50 ter harte te laten nemen. We doen wat we kunnen, maar we hebben niet alles in handen. Er zal sowieso een decreetswijziging moeten komen die het Vlaams Parlement moet goedkeuren. We werken volop aan de decretale voorbereiding en hopen die zo snel mogelijk te kunnen afronden. Zodra dat heel de adviesronde heeft doorlopen, zal dit ontwerp van decreet naar het Vlaams Parlement komen. Ik hoop dat dit nog voor het zomerreces zal gebeuren, maar ik kan dat niet garanderen. We zijn afhankelijk van tal van andere factoren, maar we werken naarstig voort. Ik wil dat heel graag voor het zomerreces zien gebeuren en ik denk dat iedereen vragende partij is, maar indien dat niet zou lukken, zal het voor de tweede helft van 2020 zijn. We werken voort en we hopen het Vlaams Parlement zo snel mogelijk een ontwerp van decreet ter goedkeuring te kunnen voorleggen.

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat u aanvoelt dat er in deze commissie een groot draagvlak voor dit initiatief is. Ik wil het beeld weerleggen dat de lokale besturen op dat geld azen. Daar gaat het echt niet over. Ik weet uit ervaring dat veel lokale besturen gefrustreerd zijn omdat ze voor de handhaving worden gedwongen om soms onnodige of onwenselijke infrastructuur te installeren. We zien steeds meer terreinen waarop niet meer strafrechtelijk wordt vervolgd en heel snel wordt geseponeerd. Dat is echt een probleem. De Vlaamse overheid is verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid en we kunnen ons er niet bij neerleggen dat het hierbij blijft. In die zin is het een goede keuze om deze maatregelen door te voeren. Dat moet uiteraard op een sluitende manier gebeuren. Als commissie wachten wij op een decreetgevend initiatief dat we met veel aandacht zullen behandelen.

De lokale besturen hebben die middelen ingeschreven omdat het een voornemen in het Vlaams regeerakkoord betreft. Ze hebben dat niet gedaan om die middelen te maximaliseren. Het is een technische maatregel. Ik zie dat de Vlaamse overheid ook inkomsten uit milieu- en verkeersinbreuken in de begroting opneemt. Dat lijkt me gewoon goed bestuur. Veel lokale besturen hopen, net als wij, dat nergens nog verkeersboetes moeten worden geïnd, niet omdat we niet meer controleren of handhaven, maar omdat de mensen gewoon de regels naleven.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.