U bent hier

Commissievergadering

donderdag 5 maart 2020, 13.26u

Voorzitter
van Roosmarijn Beckers aan minister Ben Weyts
1484 (2019-2020)

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, toen ik studeerde, volgde ik eerst een master en daarna een lerarenopleiding. Dat was toen al de specifieke lerarenopleiding (SLO), daarvoor was het de algemene lerarenopleiding (ALO), als ik mij niet vergis.

Voormalig minister Crevits voerde, om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, de ‘educatieve master’ in. De bedoeling was om van het lerarenberoep een positieve keuze te maken en om zo meer leerlingen of studenten naar het lerarenberoep te trekken.

Uit cijfers die ik uit de krant heb vernomen, blijkt die nieuwe educatieve master niet erg populair te zijn. Slecht 10 procent van de studenten in een lerarenopleiding aan de universiteit zit in die educatieve master. 10 procent, dat is absoluut geen groot succes, durf ik te zeggen. Vandaar mijn vragen.

Hoe evalueert u dit kleine percentage, die 10 procent, van studenten dat het volledige programma van de educatieve master volgt? Zult u dit idee van de educatieve master verder zetten of gaat u iets anders doen? Dit was een voorstel van minister Crevits. Mijn vraag aan u is dan ook algemeen: wat zult u nog extra doen om dat grote lerarentekort aan te pakken en onze studenten te motiveren om voor het lerarenberoep te kiezen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De cijfers u aanhaalt, zijn cijfers op basis van een bevraging van De Tijd. Ik kan die cijfers niet bevestigen, eenvoudigweg omdat we enkel cijfers hebben over de inschrijvingen in de educatieve master. Het zijn die cijfers die de administratie registreert. Er wordt daarin geen onderscheid gemaakt naargelang studenten het volledige programma volgen of niet.

Daarnaast is het ook zo dat we in een overgangsfase zitten. Enerzijds zijn er de vroegere specifieke lerarenopleidingen die momenteel nog in afbouw bestaan naast de educatieve masteropleidingen. Dat kan natuurlijk ook een effect hebben op de cijfers. Momenteel zijn er 1583 studenten ingeschreven in een educatieve master, daarnaast volgen nog 531 studenten de specifieke lerarenopleiding aansluitend op hun master.

De mogelijkheid om een educatieve masteropleiding te volgen, bestaat pas sinds dit academiejaar, zoals u zelf schetst. Dat is toch nog wel te vroeg om een evaluatie te maken of om deze of gene aanpassingen door te voeren. De instellingen van het hoger onderwijs kregen weinig tijd om hun opleidingen uit te werken. De opleidingen moeten dan ook de kans krijgen om te groeien en zich te positioneren. Er is al een accreditatie voorzien voor deze opleidingen. Die moet uitgevoerd zijn voor september 2023.

Zoals we al bespraken in het kader van de discussie rond de beleidsnota, wil ik in de lerarenopleidingen inzetten op het werven van potentiële studenten en het aantrekken van sterke profielen. Dit wil ik niet enkel doen voor masterstudenten maar voor alle doelgroepen. Daaraan gekoppeld, willen we werk maken van een inhoudelijke versterking van de lerarenopleiding, zodat startende leraren beter gewapend zijn om de uitdagingen waarvoor ze komen te staan, aan te gaan. Daarom is het belangrijk dat studenten een lerarenopleiding volgen die aansluit bij hun opleidingsniveau, zodat ze vakdidactisch sterk genoeg staan om aan hun onderwijscarrière te beginnen.

Ik vind het belangrijk om het beroep van leraar in zijn geheel te herwaarderen. De neiging zou natuurlijk wel bestaan om, gelet op het lerarentekort, te redeneren dat we de poorten van de lerarenopleiding wijd gaan opengooien en de lat misschien een beetje lager gaan leggen. Ik geloof daarentegen in een opwaardering van het statuut van de leerkracht, en dat we de lat daar wel iets hoger mogen leggen. Als het gaat over de discussie die we al wel gevoerd hebben rond het begrip van de niet-bindende toelatingsproeven – wat een contradictio in terminis is – vind ik wel dat we, als we proeven organiseren, we daar ook bindende gevolgen aan moeten verbinden. Wanneer een bepaalde achterstand op een bepaald vak of kennis bestaat, moet daaraan geremedieerd worden, en zo veroorzaken we ook een beetje ‘trek in de schouw’. Zelfs als je al instapt in de lerarenopleiding, krijgt dat dan wat meer aanzien, het aanzien die dat verdient. Nu wordt dat in sommige gevallen wat omschreven als ‘de lerarenopleiding gaan volgen na pogingen in andere opleidingen’. Dat moeten we absoluut vermijden. Ik hoop dat dit een goed verhaal kan worden. Het inzetten op het werven van studenten en het versterken van de lerarenopleiding zijn dan ook onderdeel van initiatieven die we trouwens gisteren nog in de plenaire vergadering hebben besproken.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, ik denk dat u het probleem met die educatieve master net aanhaalt. Op dit moment wordt het lerarenberoep niet als zeer aantrekkelijk gepercipieerd. Daardoor worden studenten afgeremd om voor die educatieve master te kiezen, omdat dat hun mogelijkheden in zekere zin wat beperkt.

Ik ben in de eerste plaats historica – geen hysterica –, ik heb een master in de geschiedenis. Maar het probleem is volgens mij dat die studenten zich daardoor beperkt voelen en niet voor die educatieve master durven kiezen. Als u uw plannen uitvoert en het lerarenberoep aantrekkelijker wordt gemaakt, zal dit probleem waarschijnlijk worden opgelost. Dan zal die educatieve master meer succes kennen. Minister, ik hoop met u dat dat ook zal gebeuren en dat we meer van die masters naar het onderwijs kunnen halen. Want die zijn natuurlijk heel belangrijk. Het is heel belangrijk dat we de juiste mensen op de juiste plaats hebben en dat we bijvoorbeeld meer masters Frans naar het onderwijs halen. Want de kwaliteit van ons onderwijs moet naar omhoog en dat kan alleen als we de juiste mensen op de juiste plaatsen zetten.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Aansluitend wil ik graag zeggen dat de educatieve master niet de enige weg is die je kunt volgen om effectief als master voor de klas te gaan staan. Ik vraag graag even aandacht voor het verkorte traject. Want er zijn studenten die starten met een specifieke masteropleiding en pas achteraf beseffen dat het lesgeven misschien iets voor hen is. Daarom wil ik dat verkorte traject hier graag even onder de aandacht brengen.

De heer Daniëls heeft het woord.

Er is in de vorige legislatuur al van alles gezegd rond die educatieve master. We moeten dat nu vooral beschouwen als een extra manier om voldoende mensen aan te trekken naar het onderwijs. We kunnen inderdaad grote debatten starten. Vorige legislatuur is dat ook gebeurd. Iemand die een educatieve master volgt, is die wel genoeg vakexpert? Want een deel van de tijd gaat toch ook naar zijn lerarenopleiding? Ik ben niet ongevoelig voor die bekommernis. Die lijkt mij juist. Want we zouden er niets aan hebben indien we zouden zeggen: ‘Je moet die stukken niet doen, we plakken het er wel aan.’ Dat moeten we wel goed bekijken en ik reken daarvoor op de opleiding.

Maar ik wil er wel iets belangrijks aan toevoegen. Het vakdidactisch onderzoek hoeft misschien niet langer enkel plaats te vinden in de faculteiten pedagogische wetenschappen. Maar als we een educatieve master hebben in de faculteit geschiedenis, hoop ik dat we ook in die faculteit geschiedenis misschien een ZAP-mandaat (zelfstandig academisch personeel), een profmandaat, krijgen voor de vakdidactiek. En daardoor kan dat een absolute prioriteit worden binnen die faculteit en meer aandacht krijgen. En zo hoeft de pedagoog van dienst niet te worden uitgezonden naar al die faculteiten om die studenten dan wat onderwijskundige opvoeding te geven. Dat vind ik een belangrijk element. We zijn nog maar net gestart, maar ik zou dat graag toch wat enige ruimte willen geven.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik dank jullie voor de aanbevelingen en suggesties. Voor alle duidelijkheid: ik heb verwezen naar het verkorte traject. Ik heb ook de cijfers meegegeven, namelijk 531 studenten. Uw aanvulling is terecht, maar ik had er ook al naar verwezen.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Minister, we zullen uw plannen zo veel mogelijk steunen. Ik hoop dat we het tij inderdaad kunnen keren, dat het leraarschap opnieuw een positieve keuze wordt en dat we zoveel mogelijk masters naar de klassen kunnen halen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.