U bent hier

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, de koepelorganisatie voor groenten- en fruitcoöperaties, de Logistieke en Administratieve VeilingAssociatie (LAVA), wil elke teler uitrusten met digitale instrumenten die het hele teeltproces ondersteunen. Dit voorjaar komt er een pilootproject dat, indien succesvol, opgeschaald wordt naar de volledige sector. De naam van het IT-project is ‘Digital Experience Platform’. Uit een vooronderzoek blijkt dat het instrument 98 functionaliteiten zou moeten hebben om ondersteuning te kunnen bieden van teelt tot aanvoer. In het pilootproject zullen 6 van die functionaliteiten getest worden, van perceelbeheer tot actuele prijsinformatie.

De teler kan door het platform een globaal overzicht behouden over zijn teelten. Per teelt wordt ook aangegeven welke gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden en hoe vaak ze gebruikt moeten worden.

Op langere termijn wil LAVA komen tot een digitaal ecosysteem waar ook derde partijen gebruik van kunnen maken. Denk hierbij aan het binnenhalen van lastenboeken of het online bestellen bij toeleveranciers.

Er ressorteren 2600 producenten onder LAVA. De toepassing kan dus op termijn een impact hebben op een groot deel van de sector. Ook op het vlak van kennisuitwisseling heeft dit mogelijk grote voordelen.

Minister, hoe staat u tegenover dit project? Acht u het nodig om op termijn via de centrale of gewestelijke centra in te zetten op vorming hieromtrent?

Hoe werkt de financiering van dit project? Zorgen de drie betrokken producentenorganisaties voor de middelen? Maakt of maakte dit project aanspraak op Europese, provinciale of VLIF-subsidies (Vlaams Landbouwinvesteringsfonds)?

Was de sector vragende partij voor een dergelijk platform? In hoeverre worden landbouwers zelf betrokken bij de verdere ontwikkeling?

Ik heb gemerkt dat niet alle coöperaties betrokken zijn in het pilootproject. Wat is daarvoor de reden?

Wanneer is er een evaluatie gepland? Wie wordt hierin betrokken? Worden de landbouwers bijvoorbeeld zelf betrokken?

Hoe zit het met de bescherming van deze gegevens en hoelang worden ze bewaard? Wie is eigenaar van de gegevens die gegenereerd worden?

Wat is het verschil met de webapplicatie EVA-gewasbeschermingsmodule (Eindelijk Vereenvoudigde Administratie)? Wordt die dan op termijn overbodig?

Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Zoals u intussen weet, ben ik een zeer groot voorstander van het inzetten van data en digitale instrumenten om de performantie van onze Vlaamse bedrijven te verhogen. Ik sta op zich dan ook positief tegenover het nieuwe digitale platform dat LAVA momenteel aan het ontwikkelen is. Het zal natuurlijk essentieel zijn voor de performante werking van het systeem dat de telers voldoende vorming en informatie krijgen, zodat ze weten hoe ze hiermee om moeten gaan. LAVA zal zelf die informatie- en opleidingssessies organiseren, zodra het digitaal platform operationeel wordt.

De financiering van dit project verloopt gedeeltelijk via de gemeenschappelijke marktordening (GMO) inzake groenten en fruit. Dit zijn Europese middelen die producentenorganisaties (PO's) of unies van producentenorganisaties (UPO's) kunnen aanwenden voor subsidiabele acties in het kader van ingediende operationele programma’s die over meerdere jaren lopen. Daar staat dus Europees geld voor ter beschikking.

De Europese steun voor deze actie bedraagt 50 procent; de andere helft wordt gefinancierd door LAVA zelf. Als we kijken naar de programma’s die ingediend zijn, dan zullen LAVA en de betrokken veilingen samen op om en bij 300.000 euro steun kunnen rekenen voor de uitbouw van het digitale platform. Dat is dus steun die vanuit Europese programma’s komt.

LAVA en de drie betrokken producentenorganisaties – dat zijn Belorta, de REO veiling en Coöperatie Hoogstraten, collega Rombouts – zijn in 2017 gestart met dit project. Op dat ogenblik hebben de drie producentenorganisaties het initiatief genomen om hun eigen werking te evalueren en na te gaan hoe ‘future-proof’ hun IT- en andere ondersteunende systemen nog waren. Ze hebben een plan van aanpak uitgewerkt en hebben dan beslist om dit project gezamenlijk vorm te geven.

Er zijn ook producentenorganisaties die niet aan het project deelnemen. De investeringskost voor dit digitale platform is vrij aanzienlijk, waardoor je als organisatie al een voldoende grote omzet en de nodige financiële slagkracht moet hebben om hiermee van start te gaan. Het project is al in 2017 gestart en op dat ogenblik waren sommige producentenorganisaties nog geen lid van LAVA.

Het project is opgestart ten voordele van de teler. De bedoeling is hem of haar te ontzorgen. De communicatie zal in de toekomst volledig digitaal kunnen verlopen. Wij zullen uiteraard alles goed opvolgen en stap per stap bekijken welke andere functionaliteiten bijkomend nog kunnen worden ontwikkeld, maar eigenlijk is de ultieme bedoeling dat de teler op termijn zijn volledige bedrijfsvoering digitaal kan managen met één centraal systeem. Op zich is dat dus zeer, zeer positief.

De eerste versie is nu nog in ontwikkeling, dus men is nog niet aan het einddoel. Het is de bedoeling om in de loop van de komende maanden het platform gefaseerd uit te rollen, met een eerste testgroep van telers voor een aantal specifieke functionaliteiten. Stap voor stap zal het systeem dan verder worden uitgebouwd, waarbij er natuurlijk ook permanent zal worden geëvalueerd hoe de werking van het digitale platform verloopt. Het doel is om maximaal alle 2600 telers van de betrokken PO’s uiteindelijk online te krijgen en alle communicatie tussen teler en PO volledig te digitaliseren, zoals ik al zei. Het zal echter nog wel enige tijd duren vooraleer we zover zijn.

De teler blijft eigenaar van zijn eigen gegevens. Het is heel belangrijk om dat te melden, maar dat was ook uw vraag. Over de vraag hoelang die bewaard blijven, heb ik geen info, maar aangezien hij eigenaar is, zal hij zelf expliciet toestemming moeten geven om gegevens te laten gebruiken voor verdere analyses. Hierover zullen afspraken tussen telers en PO’s moeten worden gemaakt.

De LAVA-toepassing is meer gericht op commerciële aspecten, terwijl EVA gericht is op de technische aspecten van een teelt. Sowieso is het wel mijn bedoeling om toch te stimuleren dat LAVA voor de ontwikkeling van technische elementen in overleg gaat met EVA. Aangezien niet alle telers aangesloten zijn bij LAVA, blijft de EVA-app uiteraard voor hen ook bijzonder waardevol. Het is ook de bedoeling van LAVA dat telers die vandaag al gebruikmaken van de EVA-app of andere apps, zoals Agromanager, die ook in de toekomst kunnen blijven gebruiken. LAVA zal in een koppeling voorzien in de eigen app, zodat de gegevens van de EVA-app kunnen doorstromen naar het digitale platform.

Dit is heel technisch, maar het eenvoudige antwoord op uw laatste vraag is dus eigenlijk dat het ene het andere niet vervangt.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, dank u voor het verschaffen van die bijkomende informatie. Ik vind het in ieder geval heel knap en ook altijd heel hoopvol hoe die sector toch telkens blijft inzetten op innovatie. We hebben hier al diverse keren gehoord dat dat zo belangrijk is, en ik vind dat enorm positief.

Ik heb nog twee bijkomende vragen. Ik hoop dat die niet te technisch zijn, anders zal ik in ieder geval de eerste schriftelijk stellen. Hebt u een zicht op die 98 functionaliteiten die het instrument zou moeten hebben, en zijn die geclusterd per fase in het teeltproces? Mijn andere vraag is misschien minder technisch: zitten er tussen die 98 functionaliteiten ook parameters die de belasting van het milieu in kaart kunnen brengen, en die zo zouden kunnen verminderen? Dat lijkt me immers ook wel een belangrijk element.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Het is natuurlijk heel positief dat er verder wordt ingezet op digitalisering. Ik denk dat ‘smart farming’ de toekomst is. We hebben inderdaad al diverse initiatieven gezien, zoals EVA. We wachten nog op Adam, dan komt alles in orde.

Fruitboeren en telers die een digitale assistent krijgen, kunnen op die manier ook een beter overzicht bewaren, en vaak ook tijd uitsparen, wat toch heel belangrijk is. In de melkveesector hebben we DjustConnect zien ontstaan. Het is echter natuurlijk essentieel dat telers dat niet alleen downloaden, installeren, eventueel de rekening betalen, maar ook daadwerkelijk hun informatie uploaden, dat ze niet de kat uit de boom kijken en zien wat de rest ermee doet voor ze hun kaarten ook op tafel leggen en hun informatie ook delen. Het zit echt in die informatiedeling. Die kan iedereen sterker maken, maar dat betekent wel dat je iedereen individueel daar ook van zult moeten overtuigen.

Ik vroeg me ook af of er al enig zicht is op hoe dat DjustConnect-platform loopt, dat ondertussen toch al een paar maanden bestaat. Is er effectief sprake van informatiedoorstroming of informatie-input? Wordt daar echt mee gewerkt en haalt men daar echt conclusies en beleidsmaatregelen op bedrijfsniveau uit?

Ik denk dat er een bijzondere opportuniteit op tafel ligt met betrekking tot het organiseren van een basisplatform, een digitaal basisplatform, waar andere aspecten kunnen worden op ingeplugd. Ik hoop en ik denk dat het ook de bedoeling is om dat zelfs breder open te trekken dan louter en alleen voor groenten en fruit. Ook de aardappelsector kan daar bijvoorbeeld mee aan worden gekoppeld. Dan heb je natuurlijk iets waar men toekomstgericht zeer goed gebruik van kan maken, op voorwaarde dat het een vorm van open source is, ook wat bijkomende applicaties betreft. En ik denk ook dat dat de bedoeling is.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik sluit aan: dat is naar ik verneem absoluut de bedoeling. Bij die 98 functionaliteiten zitten er ook milieupunten. Collega Grosemans, uw vragen waren vrij technisch. Ik ga dat dus moeten navragen. Het gaat om 98 functionaliteiten, en daar zitten ook milieupunten bij. Maar voor de rest kan ik daar nog niet concreet op antwoorden. Want we mogen niet vergeten dat het een private ontwikkeling is. Die wordt wel door ons ondersteund, maar als overheid zijn wij geen eigenaar van dit initiatief. Ze maken gebruik van fondsen die ter beschikking staan. Dat maakt het natuurlijk een beetje moeilijk om sturing te geven.

Collega Grosemans, ik wil uw twee punctuele vragen gerust navragen, en het antwoord nog bezorgen. Maar wij hebben daar eigenlijk geen vat op. Ik heb uit alle tussenkomsten wel begrepen dat de basis positief is, en dat het goed is dat men in die digitale ontsluiting investeert. Het zou spectaculaire effecten kunnen hebben.

Mevrouw Grosemans heeft woord.

Ik heb geen verdere repliek, ik volg dit verder op. Ik dank u.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.