U bent hier

De heer Pelckmans heeft het woord.

We kennen hier allemaal het Fonds Culturele Infrastructuur (FoCI). Dat fonds ontvangt jaarlijks een dotatie voor de realisatie van investeringen en onderhoud. En laat dit nu ook net een ambitie zijn van deze Vlaamse Regering, die niet minder dan zeven grote infrastructuurwerven wil realiseren of mee realiseren. Daarvoor heeft de regering ook 95 miljoen euro extra aan investeringskredieten ingeschreven.

Voor die investeringen kunnen er ook effectief budgetten worden gevonden in klimaat- en duurzame energieambities, om bij de Vlaamse Regering een beroep te kunnen doen op het zogenaamde Klimaatfonds. In de vorige legislatuur kreeg toenmalig minister van Cultuur Gatz 15 miljoen euro – gespreid over 2017-2018-2019 – toegewezen uit het fonds, dat in die periode over 299 miljoen euro beschikte.

Uit de begrotingsnota’s blijkt dat in afwachting van sluitende afspraken in het kader van het op te maken Vlaams Klimaat- en Energiebeleidsplan 2021-2030 er dus een vrije beleidsruimte van 31.694 keuro VAK (vastleggingskrediet) voor nieuw klimaatbeleid is ingeschreven in de begroting 2020. Hiervoor wordt ook 9508 keuro extra VEK (vereffeningskrediet) ingeschreven. Voor de volgende regeerperiode kan op basis van een conservatieve inschatting van de minister van Begroting voor 347,7 miljoen euro aan nieuw beleid voorzien worden naast de al besliste enveloppe van 75 miljoen euro in 2019 met middelen uit het Klimaatfonds van 2020.

Voor welke specifieke klimaatmaatregelen werd in de periode 2017-2019 jaarlijks van de extra middelen van het Klimaatfonds toegevoegd aan het FoCI en hoeveel?

Door de stijgende tarieven voor de handel in emissierechten met bijkomende opbrengsten tot gevolg, werd in de Vlaamse begroting 2019 een extra klimaatbudget ingeschreven van 114 miljoen euro. Daarnaast besliste de uittredende Vlaamse Regering ook nog eens om 75 miljoen euro te reserveren voor het actieplan klimaat. In het zogenaamde centenblaadje 2019 werd een verdeling van deze extra middelen opgenomen, maar het FoCI staat daar niet bij. Heb ik dat goed gelezen? Zo niet, waar staat dit dan wel? U hebt klimaatambities en ambities inzake de culturele infrastructuur, maar die twee zaken moeten toch op elkaar aansluiten?

In 2020 zou net geen 194 miljoen in het Vlaams Klimaatfonds beschikbaar zijn. Daarvan gaat 93 miljoen naar ‘carbon leakage’ en is 69 miljoen nodig voor de uitvoering van engagementen van de vorige Vlaamse Regering. Zo blijft er nog ruim 31,7 miljoen over aan beleidskredieten en 9,5 miljoen aan betaalkredieten. Opnieuw valt het FoCI blijkbaar uit de boot. Kloppen die cijfers en wat is de reden hiervoor?

In het najaar van 2019 bereikte de Vlaamse Regering een akkoord over een Vlaams klimaat-en energiebeleidsplan 2021-2030. Zult u naar aanleiding van de implementatie van dat plan en de daaraan gekoppelde toewijzing van de middelen van het Klimaatfonds 2020-2024 voldoende financiële ruimte opeisen voor de klimaataccenten in de ambitieuze infrastructuurplannen van de culturele sector? Wanneer wordt die beslissing genomen?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

De klimaatmiddelen die aan het budget voor het Fonds Culturele Infrastructuur werden toegevoegd, waren zowel bestemd voor werken aan de eigen infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschap in beheer van het fonds, als voor de infrastructuur van organisaties uit de sector, via de sectorale investeringssubsidies ‘energiezuiniger maken van culturele en jeugdinfrastructuur’.

In totaal werden in de periode 2017-2019 13,3 miljoen euro investeringssubsidies vastgelegd door het FoCI voor het nemen van energiezuinige maatregelen in culturele en jeugdinfrastructuur. Sinds 2017 werden 115 projecten goedgekeurd die op een maximale periode van 6 jaar uitgevoerd worden. Het FoCI monitort de energiegegevens van deze infrastructuren en moedigt de organisaties aan om te sensibiliseren over het duurzaam gebruik van de gebouwen en installaties.

Het duurzaam en energiezuinig maken van het eigen patrimonium is een van de speerpunten van het FoCI, dat met de eigen infrastructuur een voorbeeldrol wil spelen voor de sector. Wat energiemaatregelen in eigen infrastructuur betreft, werden 30 duurzame projecten op de planning geplaatst voor een totaalbedrag van 5,45 miljoen euro. In totaal trok het Vlaams Klimaatfonds 4.587.000 euro uit voor werken aan de eigen infrastructuur. Het verschil van 953.000 euro wordt bijgepast met middelen uit de FoCI-dotatie. 23 projecten zijn al in uitvoering, 7 andere worden nog opgestart vanaf 2020.

De verdeling van de klimaatmiddelen in de vorige regeerperiode viel uiteraard nog onder de vorige minister van Cultuur. Maar ik heb voor u navraag gedaan. Van het klimaatbudget van 114 miljoen euro ging 5 miljoen euro naar de culturele en de jeugdinfrastructuur. Die middelen werden toegekend aan organisaties op het terrein via subsidies voor energiezuinigheid. Het klopt dus niet dat het FoCI daar uit de boot viel.

Wat de verdeling van de 75 miljoen euro betreft waarnaar u verwijst, moet ik u eveneens zeggen dat uw informatie niet klopt. Er werd in 2,3 miljoen euro voorzien voor ‘energierenovatie in de cultuur- en jeugdsector’ in 2019. Deze middelen werden gebruikt om de eigen infrastructuur energiezuiniger te maken.

Ik kan bevestigen dat de cijfers die u over 2020 noemde, kloppen. U bent in dezen wel goed geïnformeerd. Maar uw stelling dat het FoCI uit de boot zou vallen bij de verdeling van deze middelen, klopt niet, aangezien hierover nog geen beslissing genomen is. De verdeling van die laatste 31,7 miljoen euro beleidskredieten is nog niet gemaakt. U kunt dus nog niet concluderen dat het FoCI uit de boot valt. We zullen ervoor zorgen dat dat niet zo is.

Wat betreft het Vlaams Klimaat-en Energiebeleidsplan 2021-2030 is het inderdaad mijn ambitie om, gelet op de engagementen van deze Vlaamse Regering inzake klimaatbeleid enerzijds en de noden in de sector anderzijds, voldoende financiële ruimte op te eisen voor de culturele sector. Maar ook daar zou het voorbarig zijn als ik nu al formele uitspraken daarover zou doen. De formele afspraken moeten nog gemaakt worden. Dat zal in de loop van dit jaar gebeuren.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Minister-president, dank u om met uw antwoord duidelijkheid te scheppen. Ik heb hierover toch nog een bijkomende vraag, zeker in verband met de hoge ambitie om in cultuurinfrastructuur te investeren, de zogenaamde zeven werven. Gaat u er zelf op toezien of, als die werven worden uitgevoerd met heel wat Vlaamse subsidie, er voldoende innoverende klimaatrobuuste architecturale inbreng is in die gebouwen? Als we die projecten willen naar buiten brengen, waarbij we de beste kwaliteiten van Vlaanderen willen laten zien, dan moeten we er zeker voor zorgen dat dat klimaatrobuust is. Ik zou daar zelfs ambitieus willen zijn. We zouden eigenlijk een voorbeeldrol moeten kunnen spelen voor de hele cultuursector. Ik ga niet zeggen dat u zelf voor architect moet spelen, maar gaat u er effectief op toezien dat daar voldoende ambitie aanwezig is om dat te realiseren?

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Deze vraag sluit nauw aan bij de vraag die ik vorige week heb gesteld aan de minister van Jeugd. Het ging toen ook over de FoCI-middelen en de ruimte die er zou zijn voor de ondersteuning van jeugdinfrastructuur en voor klimaatvriendelijke maatregelen op dat vlak.

Minister-president, in het verleden, of alleszins in de vorige legislatuur, hadden wij een minister van Jeugd én Cultuur. Het FoCI zat toen in één hand. In dezen wil dat zeggen dat de afspraken moesten worden gemaakt binnen het kabinet zelf. Er waren in het verleden afspraken over de verdeling van de FoCI-middelen tussen Cultuur en Jeugd. Zijn er nu daarover ook afspraken gemaakt met minister Dalle? Is er een vork afgesproken voor de FoCI-middelen? Het is natuurlijk belangrijk dat beide sectoren de middelen op een goede manier kunnen benutten.

Naast het klimaatvriendelijk maken van de culturele infrastructuur zijn er nog andere uitdagingen op het vlak van culturele infrastructuur. In het regeerakkoord hebben wij gesproken over een globaal plan voor de culturele infrastructuur, in vergelijking met het sportinfrastructuurplan, dat wij kennen uit het verleden. Kunt u ons daar wat meer zicht op geven? Wat is daar de stand van zaken? Hoe denkt u dit aan te pakken?

Mijn derde vraag sluit eigenlijk aan bij het antwoord dat u net gaf op de derde en vierde vraag van collega Pelckmans. Ik begrijp, en zo is het in het verleden ook geweest, dat als er middelen uit het Klimaatfonds komen, je eerst moet weten hoeveel er precies in dat Klimaatfonds zit, vooraleer je effectief naar een verdeling kunt gaan. Ik ga ervan uit dat dat voor 2020 bij de eerstkomende begrotingswijziging ook duidelijk gaat worden. Wil dat voor de langere termijn zeggen dat die bespreking ook tijdens de begrotingswijzigingsbesprekingen gaat plaatsvinden, of hebt u daar een andere timing voor?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Hoge ambities rond het klimaat is een beleidslijn van deze regering, voor alle infrastructuurwerken die we gaan doen. Het Facilitair Bedrijf heeft de opdracht gekregen om erop toe te zien dat we streven naar de hoogste technisch haalbare normen. Als overheid moeten we daar een voorbeeldfunctie in hebben. Dat geldt bij uitbreiding dus ook voor de culturele infrastructuur.

Wat de verdeling van de FoCI-middelen betreft tussen Jeugd en Cultuur: dat pakken we iedere keer aan bij de begrotingen. U weet ook hoe dat met infrastructuurmiddelen gaat. Die middelen worden voor bepaalde jaren gealloceerd, maar meestal gaan de werken wat trager. Dat is een continue monitoring. De ene keer kan het zijn dat de projecten van Jeugd toch iets sneller gaan; we moeten dat continu monitoren. Maar tot nu toe is er een zeer goede verstandhouding tussen de minister van Cultuur en de minister van Jeugd, en komen we daar telkens op een relatief eenvoudige manier uit. Ik ga ervan uit dat dat voor de rest van de legislatuur ook zo zal zijn.

Het cultureel infrastructuurplan zal op een vergelijkbare manier verlopen als het sportplan. We zijn daaraan begonnen. Ik kan daar nu geen datum op kleven, maar hoe sneller het klaar is, hoe sneller we weten waar we voor staan. Dat is ook mijn ambitie.

Inderdaad, de toewijzing van de middelen uit het Klimaatfonds gebeurt altijd bij begrotingswijzigingen. Het is dan dat die discussie plaatsvindt.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik heb natuurlijk wat ervaring met cultuurgebouwen, en als lid van Groen moet ik het zeggen: dat zijn gebouwen die ecologisch dikwijls heel zwaar wegen. Het zijn ten eerste publieke gebouwen: ze hebben enorm veel openingsuren. Dan hebben ze meestal ook nog de nodige techniek aanwezig rond licht en geluid, en andere zaken die heel veel energie vergen. We hebben daar een heel mooi voorbeeld in handen om met good practices aan het publiek te laten zien dat we dat als overheid ernstig nemen.

Ik heb zelf maar al te dikwijls ervaren dat ’s avonds het licht blijft branden in het stadhuis of het cultuurcentrum, en dat je de dag daarop een telefoontje krijgt: ‘Het kan toch niet dat het licht de hele nacht blijft branden?’ Ik geef maar een heel direct voorbeeld. Maar je kunt moeilijk overdrijven als het gaat over de enorme voorbeeldfunctie die we daar hebben.

Daarom ben ik wat bezorgd of daar wel voldoende middelen voor zijn. U weet dat ik ernstige twijfels heb bij die 95 miljoen euro. Toen ik vorige week op het departement zag hoeveel middelen er zullen nodig zijn om alleen al die zeven werven te realiseren, dan zult u echt uw uiterste best moeten doen om dat budget via de klimaatmiddelen te vergroten. Daar was ook een opmerking over bij het Rekenhof. Wat wij ten zeerste zouden betreuren, is dat men dan op het einde zegt dat we die klimaatambities dan maar wat naar omlaag moeten schroeven. Dan kan men die bedragen wat lager houden. Dat zou echt een volledig fout signaal zijn.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.