U bent hier

Stemmen uit de stilte

 

De heer Slootmans heeft het woord.

Minister, het is al de vierde of vijfde keer dat u over dit onderwerp wordt ondervraagd, voorlopig zonder resultaat.

De vzw Citoyens de Zaventem, een politiek vehikel van de heer Maingain van DéFI, zo blijkt, heeft in Zaventem opnieuw een Franstalig pamflet verspreid. Wij zijn in de Rand wel al wat gewoon als het op anderstalig drukwerk aankomt maar dit slaat toch werkelijk alles. In niet mis te verstande bewoordingen wordt de Vlamingen afgeschilderd als een wereldvreemd, bijna boosaardig volk. Er wordt ook openlijk opgeroepen om politiek verzet te tonen tegen het Nederlandstalig karakter van de gemeente. Verder worden ook tips gegeven om het Frans in de gemeente te promoten en om zeker niet het Nederlands te hanteren. Ook uw eigen Randbeleid wordt zwaar op de korrel genomen, vooral dan het onderdeel Wonen in Eigen Streek. Het woord fascisme valt net niet.

Los van de vrijheid van meningsuiting, minister, en de grondwettelijke taalvrijheid, die er inderdaad is, moet u toch bekennen dat dit pamflet een verregaande aantasting is van het Vlaams karakter van de Rand en dat er dus nood is aan een kordaat antwoord vanuit Vlaanderen. Temeer, minister, omdat alles erop wijst – en u weet dat – dat er wellicht publieke middelen werden gehanteerd en dat het dus onder meer door Vlaamse publieke middelen wordt gefaciliteerd, met name door de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe.

Zo is de vzw die het pamflet verspreidt, gevestigd op het adres van de sociale dienst van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe, toevallig de gemeente waar de heer Maingain, die toch niet direct bekend staat voor zijn Vlaamsvriendelijkheid, burgemeester is.

Minister, u hebt campagne gevoerd onder de slogan ‘De Rand groen en Vlaams’. Ik denk dat ik het elfendertig keer gehoord heb. Het verheugt me dat u dat zegt. Maar dit pamflet staat daar compleet haaks op.

Vandaar mijn concrete vraag. Welke initiatieven zult u nemen tegen deze ronduit anti-Vlaamse provocatie die nota bene, gedeeltelijk op zijn minst, gefinancierd wordt door Vlaams belastinggeld?

– Karl Vanlouwe treedt als voorzitter op.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik houd het kort, want deze kwestie is al regelmatig aan bod gekomen in dit parlement. Het is denk ik de vierde keer dat dit initiatief genomen wordt. Ik denk dat het nogal schrijnend is, maar anderzijds ook meelijwekkend, dat een gemeentebestuur zich met dergelijke zaken bezighoudt, terwijl men er zelf niet in slaagt om Nederlandstalige gemeentescholen van deftige infrastructuur te voorzien. Ik verwijs daarbij naar de Prinses Paolaschool en Klim Op School, die al geruime tijd wachten op nieuwe infrastructuur. Maar blijkbaar steekt men liever via allerlei omwegen, die niet altijd aantoonbaar zijn, overheidsgeld in de werking van een vzw die tracht verdeeldheid te zaaien in een andere gemeente.

Ik denk dat onze beoordeling van deze initiatieven van Citoyens de Zaventem gelijklopend is. De vraag is: hoe reageren we daarop? Ik moet in een plas water de zon zien schijnen. Ik verheug me over het gegeven dat men zich blijkbaar ergert aan en gefrustreerd is over de Vlaamse beleidsmaatregelen die genomen worden en in de pijplijn zitten. Dat is blijkbaar de aanleiding. Blijkbaar doen we het toch zo slecht niet, als dat leidt tot frustratie en ergernis in hoofde van Fransdolle supporters.

Ten tweede stel ik met enig genoegen vast dat zulke provocaties opnieuw het Vlaams vuur in de pan doen slaan, wat op het vlak van motivatie dan toch ook geen slechte zaak is. Dus ik denk dat de gepaste reactie er altijd een is van: ten eerste is het wat meelijwekkend en ten tweede wat ironisch. Van die ironie heb ik de vorige keer ook blijken gegeven. Ik denk dat elk initiatief dat van hetzelfde laken een broek zou zijn, en bijvoorbeeld de inwoners van de gemeente van de heer Maingain erop zou wijzen dat het belastinggeld van de betrokken inwoners gebruikt wordt voor vrij zinloze doeleinden, natuurlijk mijn aanmoediging kan krijgen. Maar vergeef me dat ik daarvoor zelf geen Vlaamse overheidsmiddelen, geen Vlaams belastinggeld ga inzetten. Dat lijkt me verspilling.

De heer Slootmans heeft het woord.

Dank u, minister. U doet er een beetje lacherig over, het woord ironie valt, meewarig, ik heb de indruk dat u zelfs een beetje apathisch bent, maar ik denk dat vooral één iemand lacht met zo’n slappe reactie vanuit Vlaanderen, en dat is Olivier Maingain. U moet zich eens inbeelden dat in Braine-l’Alleud, in Ophain, in Rebecq een dergelijk pamflet in de bussen zou vallen, van de N-VA, van het Vlaams Belang, van de Vlaamse Volksbeweging, van een gelieerde vzw: het land zou op zijn kop staan, minister. Ze zijn verdorie hun gevoeg op onze kop aan het doen en wij mogen niet zeggen dat het stinkt, neen, wij moeten dat zelfs positief vinden, want in zekere zin doet dat het Vlaams vuur in de pan slaan. U zegt dat we dit niet al te ernstig moeten nemen en dat we er niet al te veel aandacht aan moeten schenken. Nochtans – en u weet dat, minister, en de heer Vanlouwe weet dat zeker – zijn er partijgenoten van u in het Brussels Parlement die daar toch enigszins anders over denken en die roepen minister-president Vervoort daar wel degelijk tot de orde om daartegen actie te ondernemen. In de vorige legislatuur hebben zij ter zake minister-president Vervoort zelfs opgeroepen om die man uit zijn functie te ontheffen wegens dit meewarig pamfletje, zoals u het noemt. Maar hier, waar hun minister aan de knoppen zit, wordt het bijna afgedaan als een fait divers. Als een dergelijke provocatie niet beantwoord wordt door een minister van de Vlaamse Rand, stel ik mij eigenlijk heel veel vragen bij het nut van het bevoegdheidsdomein dat u beheert. U laat impliciet toch merken dat er blijkbaar geen instrumenten zijn die u zou kunnen hanteren om hier iets tegen te doen. Dat is wat ik lees uit uw antwoord. Maar die zijn er natuurlijk wel. Er is het Overlegcomité, u zou uw collega minister-president Vervoort ter verantwoording kunnen roepen, of zoals uw eigen N-VA-afdelingsvoorzitter in Zaventem zei: ‘Minister Weyts moet iets doen’. Ik zal hem alvast uw antwoord overmaken, minister, ik denk dat hij zeer sterk onder de indruk zal zijn.

In tegenstelling tot wat collega Slootmans zegt is het wel duidelijk wat het standpunt van de minister daarover is. Hij heeft in het verleden daar ook al meermaals rond geageerd. Mijn fractie in het Brussels Parlement heeft daar inderdaad ook reeds de nodige maatregelen en stappen tegen gezet. De minister heeft ook heel duidelijk gezegd dat we ons moeten focussen op de manier hoe we Zaventem Vlaams en groen kunnen houden.

U probeert natuurlijk oppositie te voeren tegen een minister die wel degelijk een Vlaams beleid in de Rand voert, maar u zou zich vooral moeten verzetten tegen die verenigingen die in de Rand een bepaald beleid gaan voeren met geld dat ze extra krijgen voor een Vlaamse schepen in Brussel en waarbij er voortdurend een loopje genomen wordt met de taalwet. U vergist zich eigenlijk opnieuw van vijand.

Het is inderdaad wraakroepend dat de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe dergelijke deloyale praktijken en pamfletten verspreidt, een gemeente die, zoals de minister al zei, eigenlijk niets of weinig doet om het Nederlandstalig onderwijs te ondersteunen en het geld dat ze krijgt voor die extra Vlaamse schepen, waar we ons ook vragen bij kunnen stellen, dan nog op een onwettige manier aanwendt om dat geld in de Rand te gebruiken via die vzw. Vandaag zegt trouwens nog een topper van de PS, de Franstalige socialisten: “La Flandre doit comprendre que demain, Bruxelles sera une ville internationale majoritairement francophone, ils peuvent aller chercher une nouvelle capitale à Anvers”. Dat zijn bepaalde segregatievoorstellen die de PS voorstelt. Ik denk dat we ons moeten focussen op waar het probleem daadwerkelijk zit, en dat is inderdaad het oneigenlijk gebruik van geld dat die Brusselse gemeenten krijgen. Een van de suggesties – maar dat vereist natuurlijk ook een wetswijziging – is dat het geld dat toegewezen wordt aan die Vlaamse schepenen in Brussel, aangewend wordt voor Vlaamse Nederlandstalige initiatieven in de hoofdstad en niet wordt misbruikt voor bepaalde gelden. Maar ik respecteer zeker wat de minister daarover gezegd heeft, we moeten alles doen om de Vlaamse Rand Vlaams en groen te houden, met alle mogelijke middelen.

Minister Ben Weyts

Collega’s, ik dank u. Ik vind het prima dat dit in het Brussels Parlement wordt aangekaart. Het beste zou zijn dat het in de gemeenteraad wordt aangekaart, want daar wordt beslist over de besteding van de lokale overheidsmiddelen. Dat lijkt mij de meest aangewezen weg. Ik hou mij toch vooral bezig met het voeren van een Vlaams en groen beleid, in onze Vlaamse Rand. Het is hoopgevend vast te stellen dat onze beleidsmaatregelen leiden tot alsmaar grotere frustratie en ergernis bij FDF’ers of aanhangers van DéFI. Dat is prima, dan neem ik dat er graag bij. De beleidsmaatregelen die we vanuit de Vlaamse overheid nemen, moeten zorgen voor een groenere, en vooral Vlaamsere, Rand.

De heer Slootmans heeft het woord.

Ik hoor eigenlijk weinig concrete maatregelen. In de vorige legislatuur hebt u ten minste nog de moeite gedaan, heb ik begrepen, om een briefje te sturen naar uw collega Vervoort. Dat horen we vandaag zelfs niet. De heer Vanlouwe zegt dat hij heel tevreden is met wat u zegt en doet. Volgens mij doet u niets.

Ik zou mij ook van vijand vergissen. Welnu minister, en mijnheer Vanlouwe, stel u voor – wellicht komt die dag nooit – dat de rollen omgedraaid zouden zijn, zou u ons dan niet, als minister van Vlaamse Rand, ondervragen en laten verantwoorden wat hier in de bussen is gevallen. Ik denk dat u het antwoord hierop kent. U begint hier over dossiers van die Vlaamse schepenen. Wij kennen die provocaties, dat is inderdaad misbruik van overheidsmiddelen. Het ene heeft niets te maken met het andere. U moet dat niet als bliksemafleiders gebruiken. Minister, u hebt campagne gevoerd met de slogan ‘De Rand groen en Vlaams’. Nogmaals, u doet dat vooral met woorden, maar het zou ook leuk zijn mocht u dat met daden doen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.