U bent hier

Mevrouw Jans heeft het woord.

In oktober vorig jaar ontvingen een heel aantal mensen met een beperking die een persoonsvolgend budget (PVB) krijgen, een brief van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) naar aanleiding van de zogenaamde correctiefase 2. Die correctiefase 2 werd doorgevoerd om aan mensen met dezelfde nood aan zorg en ondersteuning, hetzelfde budget toe te kennen. Omdat er verschillen zijn in de subsidies die voorzieningen voor mensen met een handicap vroeger kregen, waren er ook verschillen in het budget dat gebruikers ontvangen die een persoonsvolgend budget hebben gekregen op 1 januari 2017, omdat die persoonsvolgende budgetten afgestemd waren op het totale bedrag van de voorzieningen. Correctiefase 2 werd dus doorgevoerd om die verschillen weg te werken en de budgetten gelijk te trekken.

In de praktijk betekent dat dat iemands budget kan stijgen of dalen. Tussen 2020 en 2027 wordt die stijging of daling stelselmatig doorgevoerd, wat betekent dat de gebruiker, de persoon met een handicap, op 1 januari 2027 op zijn of haar uiteindelijke budget terechtkomt. Daarnaast is er ook een categorie mensen wier budget wordt stopgezet. Bij die categorie worden de zorg en ondersteuning omgezet naar rechtstreeks toegankelijke hulp. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap betaalt daarvoor nu rechtstreeks aan de zorgaanbieder waar de persoon met een handicap ondersteuning van kreeg. In dat geval moeten die gebruikers contact nemen met hun zorgaanbieder, om samen te bekijken hoe en of de zorg die ze krijgen, kan worden voortgezet.

Gebruikers wier budget daalt of wordt stopgezet als gevolg van correctiefase 2, hebben vanzelfsprekend heel wat vragen en zijn bezorgd over hoe het verder moet. Voor die categorie mensen wordt nu in extra begeleiding voorzien. Dat is ook een van de maatregelen die deel uitmaken van het pakket maatregelen dat recent door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd en waarover hier eerder ook al een aantal vragen werden gesteld. Het VAPH heeft meer bepaald de gebruikersverenigingen met een informatieloket, de diensten ondersteuningsplan (DOP’s) en de bijstandsorganisaties gevraagd om samen de budgethouders te helpen die door de daling of stopzetting van hun budget moeilijkheden ondervinden om hun ondersteuning te houden.

Daarom wil ik u graag de volgende vragen stellen, minister. Over welke extra begeleiding gaat het concreet? Hoe wordt of werd dat bij de doelgroep bekendgemaakt?

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, na onder andere de heisa over de besparingen in de zelfmoordpreventie, de affaire omtrent het kindergeld voor wezen en halfwezen, en vorige week de zelfs vanuit uw eigen meerderheid aangeklaagde dure kookapp, is er nu alweer commotie over het Vlaamse welzijnsbeleid. 735 mensen met onder andere een autismespectrumstoornis, een hersenletsel of een licht mentale handicap, zouden een aanzienlijk deel van hun steun verliezen. Gemiddeld zou het gaan om 3000 euro, met enkele uitschieters tot zelfs 14.000 euro die ze minder zouden krijgen dan voorheen.

Dat heeft uiteraard grote gevolgen en een zware impact op het leven van die kwetsbaren, maar ook op de zorginstellingen waar zij hun zorg inkopen. De vermindering gebeurt bovendien zeer abrupt. In de pers roepen zowel het VAPH als uzelf verzachtende omstandigheden in. U verwijst allebei naar de strakke budgettaire context. Bovendien verklaart u dat er begeleidende maatregelen zullen worden getroffen om de zorginstellingen te coachen en dat er zal worden bekeken of sommige mensen mogelijk toch nog recht zouden hebben op een extra financiering.

Dat is mijns inziens de omgekeerde wereld: eerst hard besparen, en dan kijken of die mensen eventueel wel nog in aanmerking komen voor steun. Dat u zich opnieuw verbergt, is natuurlijk geen verrassing meer. Een verwijzing naar de door iedereen, over de partijgrenzen van meerderheid en oppositie heen, gedragen correctiefase 2 kon uiteraard niet ontbreken. Maar blijf u daar alstublieft niet achter verstoppen.

De waarheid is inderdaad dat u dit invoert, maar veel te laat de begeleidende maatregelen aanreikt aan zowel de doelgroep van zorgbehoevende zwakkeren als de zorgsector waar die mensen terecht moeten. Wat u en ook uw voorganger en partijgenoot, minister Jo Vandeurzen, hadden moeten doen, was de maatregel van correctiefase 2 grondig voorbereiden, de gevolgen voor iedereen tijdig meedelen en niet zoals nu, op het moment zelf, en dan op het moment dat u het meedeelt, een concreet hulpprogramma aanreiken voor iedereen, de getroffenen én de sector. Zo zou iedereen tijdig geweten hebben waar hij stond en zou iedereen ook de mogelijkheid gehad hebben om zich grondig voor te bereiden op de nieuwe situatie zoals die vandaag is.

En u verwijst in reacties in de pers naar het feit dat er voor de meesten een overgangsperiode van 4 jaar voorzien is, en voor wie meer dan 15 jaar van zijn tegemoetkoming verliest, zelfs tot 8 jaar. Maar vandaag spreken we over die 735 mensen die deze overgangsperiode helemaal niet krijgen omdat hun zorgnoden volgens de nieuwe evaluatie onder een kritische grens vallen. Nu zijn die zwakkeren onverwacht met een vingerknip een groot deel van hun ondersteuning kwijt. En enkele dringende vragen hebben een antwoord nodig.

Zijn er reeds contacten geweest met de getroffen zorggebruikers en de instellingen?

Over welke begeleidende maatregelen voor de zorginstellingen gaat het concreet en op welke manier denkt u deze uit te rollen?

Waarom moet zo’n dossier altijd eerst de pers passeren vooraleer bekeken wordt of deze mensen recht zouden hebben op extra financiële middelen om hun zorg in te kopen? Het is toch niet normaal dat de Vlaming in de pers moet bedelen voor iets waar hij eigenlijk automatisch recht op zou moeten hebben. Of rekende u er misschien op dat de zwakkeren in de samenleving geen gehoor zouden geven aan deze zaak?

Wanneer hebben de getroffenen zicht op de eventuele extra ondersteuning waarop ze zouden kunnen rekenen en hoe verhoudt deze financiering zich ten opzichte van het bedrag dat ze tot op heden kregen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega Jans, de extra begeleiding waar u over spreekt, is inderdaad een extra begeleiding aan correctiefase 2 die in de vorige legislatuur beslist is en waar wij een aantal extra maatregelen opgezet hebben als een getrapt systeem waarbij dit wordt ingezet voor verschillende parallelle sporen. We kiezen er dan ook voor, samen met de sector, om die organisaties in te zetten die de nodige expertise hebben.

Ik overloop ze samen met u even.

Een: de gerichte informatieverstrekking en sensibilisering op maat aan een zo ruim mogelijke groep gebruikers wier persoonsvolgend budget daalt als gevolg van correctiefase 2. Hiertoe worden lokale en zeer praktisch gerichte infosessies georganiseerd door de betrokken gebruikersverenigingen met het informatieloket, in samenwerking met de DOP's en de bijstandsorganisaties.

Twee: het identificeren of er een feitelijk probleem is om de nodige zorg en ondersteuning te realiseren met het resterende budget of de rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH). Hiertoe kan een korte begeleiding door een DOP of een bijstandsorganisatie geboden worden.

Drie: het helpen bij het tijdig en correct afsluiten van lopende overeenkomsten. Een bijstandsorganisatie kan hierbij helpen.

Vier: het nagaan wat er nodig is om de betrokken persoon en zijn gezin opnieuw op weg te helpen en ervoor zorgen dat de nodige stappen gezet worden. Een DOP met het opmaken van een heroriënteringsplan en/of een bijstandsorganisatie met de opmaak van een herbestedingsplan kunnen hierbij helpen.

Deze maatregelen zijn uiteraard complementair aan de inspanningen die alle betrokken stakeholders en in het bijzonder de betrokken vergunde zorgaanbieders leveren om de personen met een handicap en hun gezin zo goed mogelijk verder te ondersteunen. Dat is ook het engagement dat daarrond genomen is bij de invoering van correctiefase 2.

Hoe wordt dit bij het publiek bekendgemaakt? Dat gebeurt op verschillende manieren om de doelgroep zo goed mogelijk te bereiken. Ook hier houden we rekening met de suggesties vanuit de sector. Op de website van het VAPH is een webpagina aangemaakt, gelinkt aan een pagina met uitleg over correctiefase 2, waar de begeleidende maatregelen worden toegelicht.

In de nieuwsbrief van het VAPH, specifiek gericht aan personen met een handicap, van januari 2020 werd een eerste artikel opgenomen waarin de begeleidende maatregelen voor individuele gebruikers worden aangekondigd. In de nieuwsbrief van februari zal nogmaals een artikel verschijnen waarin ook verwezen zal worden naar de concrete infosessies die worden georganiseerd door de drie gebruikersverenigingen. Het VAPH verspreidde begin februari 2020 een infonota naar de ruime sector over de begeleidende maatregelen.

Collega De Reuse, u spreekt in uw inleiding onder andere over de besparingen bij de suïcidepreventie. U hebt net de cijfers gezien: dat is geen besparing, maar een stijging van het budget van 6945 euro.

U hebt het over de daling van de budgetten van 735 personen, en u verwijst daar naar het kader van correctiefase 2: een sluitstuk in de transitie van direct gefinancierde naar persoonsvolgende financiering in de sector voor personen met een handicap. In het kader van deze regelgeving werd voorzien dat bij beperkt zorggebruik en een beperkte ondersteuningsnood er geen persoonsvolgend budget meer zou worden toegekend, maar dat er zou worden doorverwezen naar rechtstreeks toegankelijke hulp.

Alle zorgaanbieders en -gebruikers die gevat worden door correctiefase 2, zowel zij voor wie correctiefase 2 een stijging van de middelen betreft, als zij voor wie fase 2 een daling van de middelen betreft, zijn hierover geïnformeerd. Er werden provinciale infosessies georganiseerd met een mogelijkheid tot individuele dossierbeperking achteraf. Er is uitgebreide informatie beschikbaar op de website van het VAPH, zoals ik daarnet heb gezegd. De vraag hoe deze mensen zijn geïnformeerd, heb ik beantwoord tijdens mijn antwoord op de vraag van collega Jans.

In het kader van correctiefase 2 nemen we regelgevend een initiatief om een aantal begeleidende maatregelen te faciliteren. Dat is wat ik in januari aan de Vlaamse Regering heb voorgesteld, samen met een aantal andere maatregelen, om 1700 mensen extra te kunnen helpen.

Personen voor wie het persoonsvolgend budget wordt stopgezet als gevolg van correctiefase 2, krijgen nog tot 1 april 2020 de tijd om kosten in te dienen die ze maken door het betalen van vergoedingen bij het verbreken van lopende contracten.

De RTH en de middelen voor RTH die nodig zijn om de ondersteuning van individuele gebruikers te continueren, worden toegekend aan de vergunde zorgaanbieder die de gebruiker vandaag ondersteunt, en niet aan de vergunde zorgaanbieder die de ondersteuning bood op 31 december 2016. Dit biedt meer rechtszekerheid voor zowel de gebruiker als de zorgaanbieder. Ook dat is een aanpassing die we doen.

Voor de budgethouders die conform correctiefase 2 afgeleid zouden moeten worden naar RTH, maar op 1 november geen overeenkomst meer hebben met de vergunde zorgaanbieder, is het continueren van ondersteuning van RTH erg moeilijk. We voorzien daarom voor deze groep gebruikers uitzonderlijk een PVB van beperkte budgethoogte.

Voor de vergunde zorgaanbieders worden coachingtrajecten gefinancierd. Hiervoor is 300.000 euro aan eenmalige middelen vrijgemaakt. Het gaat in het bijzonder om vergunde zorgaanbieders die geconfronteerd worden met een daling in de zorggebonden middelen van meer dan 10 procent, en die door deze daling in middelen problemen ondervinden om zorggarantie te bieden aan hun cliënten, en/of problemen ondervinden op het vlak van werkzekerheid van het personeel.

Om een beroep te kunnen doen op de middelen voor coaching, wordt een gezamenlijk engagement gevraagd van de directies, de medewerkers, de raad van bestuur en de gebruikers van de betrokken vergunde zorgaanbieder. De vergunde zorgaanbieder maakt een kandidatuur op waar onder meer in terug te vinden is welke doelen en output men ziet voor de organisatie, en op welke termijn. Ook hoe men die duurzaam kan implementeren, wordt in dit traject onderzocht.

Om individuele budgethouders extra ondersteuning te bieden in het omgaan met de gevolgen van correctiefase 2, heeft het VAPH ook 350.000 euro aan eenmalige middelen vrijgemaakt. Met deze middelen vergoedt het VAPH gebruiksverenigingen met een informatieloket, diensten ondersteuningsplan en bijstandsorganisaties, die er in onderlinge samenwerking een getrapt systeem van begeleidende maatregelen mee realiseren.

Deze begeleidende maatregelen beperken zich niet enkel tot personen die worden afgeleid naar RTH, maar zijn ook gericht op personen die een persoonsvolgend budget als gevolg van correctiefase 2 ernstig zien dalen, en die daardoor moeilijkheden zouden vinden om hun ondersteuning verder te zetten.

Om met het beschikbare budget van 350.000 zoveel mogelijk cliënten uit correctiefase 2 te bereiken, en de extra begeleiding maximaal in te zetten voor de cliënten die er het meest nood aan hebben, voorzien we een getrapte aanpak, en zetten we in op de verschillende sporen. Daar heb ik daarnet ook naar verwezen, in antwoord op de vraag van collega Jans.

Wat uw derde vraag betreft – waarom zo’n dossier eerst via de pers moet verlopen –, moet ik u zeggen dat deze feiten niet kloppen. De gevolgen van correctiefase 2 werden al in de vorige legislatuur ingeschat. In nauw overleg met en in samenwerking tussen de administraties en de diverse stakeholders uit de sector werd reeds in het najaar van 2019 gestart met het voorbereiden van begeleidende maatregelen. En zoals u kon horen, werden er extra middelen ingezet, net om diegenen die het meest dalen, te begeleiden naar een duurzame oplossing. Ik denk dat ik hieraan ook al heb gerefereerd in het parlement, eind 2019.

U vraagt hoe de financiering zich verhoudt ten opzichte van de bedragen die ze voorheen kregen. Maar dan denk ik dat u twee zaken met elkaar verwart: zicht op de daling of stijging van de individuele budgetten en de extra middelen voor de begeleidende maatregelen. Ik licht ze beide nog even toe.

De aanpassing aan individuele budgetten zorgt ervoor dat personen met een gelijk zorggebruik en een gelijke zorgzwaarte effectief over een gelijkaardig persoonsvolgend budget beschikken. De correctie van de budgetten gebeurt binnen de beschikbare kredieten en zal over een periode van vier tot acht jaar verlopen. De daling in de individuele budgetten wordt niet financieel bijgepast.

De extra financiering waarover u spreekt, gaat over de middelen waarin het VAPH voorziet voor coaching en individuele ondersteuning voor budgethouders, zodat op een correcte wijze kan worden omgegaan met de impact van de gedaalde budgetten en de betrokkenen hun zorg en ondersteuning verder kunnen realiseren.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Het is goed om te horen dat er een omkadering komt in de vorm van coaching en ondersteuning. Er komen ook extra maatregelen voor die mensen wier budget zal veranderen, in concreto zal dalen. Het is zeker ook goed dat u dat op individueel en op organisatieniveau doet en dat u daarvoor intens met de sector samenwerkt.

Correctiefase 2 was al meermaals onderwerp van vragen en van debat en daarbij hebben wij telkens gezegd dat wij het belangrijk vinden dat er omkadering en flankerende maatregelen zijn. U hebt hier nu duidelijk gemaakt dat die worden aangeboden en dat we de sterkhouders binnen de sector appelleren op hun verantwoordelijkheid om die maatregelen tot bij de mensen zelf te brengen.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. U somt inderdaad op wat er nu allemaal wordt aangereikt, maar dat was ook het onderwerp van mijn vraag.

Naast wat er voor die 735 mensen te gebeuren staat, is de vraag waarom dit niet vroeger is meegedeeld. Heel wat van die zaken komen nu pas, terwijl alles op 1 januari is ingegaan en de mensen nu in de problemen zitten.

De zorgnoden van die 735 mensen die hun budget kwijt zijn, zijn opnieuw geëvalueerd: zij vallen onder die kritische grens en hebben dus pech.

Uw wilt tijdens deze regeerperiode een volledig nieuw inschalingssysteem implementeren. Zal dat opnieuw een ronde van onzekerheid en besparingen worden voor onze zwakkeren of zult u met een gedegen plan van aanpak komen? Wanneer er nieuwe inschalingen zullen gebeuren, zal de zorgnood van bepaalde mensen immers naar beneden worden ingeschaald, waardoor er minder budgetten zullen worden vrijgemaakt voor een aantal van onze zwakkeren.

De heer Anaf heeft het woord.

We zijn daar al een hele tijd bezorgd over en hebben daar in verschillende commissies al vragen over gesteld. Onder meer in het kader van de begrotingsbesprekingen hebben we al gevraagd wat de concrete impact daarvan is op de mensen. Pas naar aanleiding van het antwoord op een schriftelijke vraag hebben we die inschatting gekregen, en inderdaad verliezen 735 mensen een groot deel van hun steun. In de pers is sprake van een mediaan van 3000 euro, het gemiddelde zit rond 4000 euro en er zijn uitschieters tot zelfs 14.000 euro. Dat is toch een serieus verlies aan zorgbudget.

Het stoort me ook dat de vraag of iemand nog rechtstreeks toegankelijke hulp krijgt, afhankelijk wordt gemaakt van een vrijwillig akkoord. Iedereen die in RTH zit, zou recht moeten hebben op een basisondersteuningsbudget (BOB). Dat is nu niet het geval, dat gebeurt alleen wanneer men vrijwillig die omschakeling maakt. Welke criteria zijn er gebruikt voor die omschakeling?

Aangezien een aantal mensen een groot deel van hun budget verliezen, wat te zwaar is om te dragen, hebben wij een voorstel van resolutie ingediend waarbij we drie zaken voorstellen. We vragen dat die 735 mensen recht krijgen op een BOB, ongeacht of zij vrijwillig of onvrijwillig die omschakeling naar RTH hebben gemaakt. Daarnaast vragen wij om mensen die meer dan vier zorggebonden punten verloren hebben, het maximum van acht RTH-punten te geven om dat verlies wat draaglijker te maken.

Een aantal mensen verliezen heel veel zorgpunten. Ik vraag dan ook om alle personen die, ondanks de tweede maatregel die ik heb voorgesteld, toch nog vier of meer zorggebonden punten verliezen, opnieuw een persoonsvolgend budget toe te kennen dat hun toelaat om dezelfde kwaliteit van zorg te handhaven als voor 31 december 2019. Dit zijn een aantal maatregelen om het voor de mensen die echt heel veel zorgmiddelen verliezen, toch draaglijker te maken.

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Minister, dit onderwerp is in deze commissie al vaak aan bod gekomen. Ik heb al vaak het antwoord gehoord dat u vandaag hebt gegeven. Het blijft natuurlijk altijd een beetje hetzelfde.

Mijnheer Anaf, u hebt gesteld dat de mensen die naar de RTH omschakelen recht op een BOB moeten hebben. Als ik me niet vergis, is het zo dat de mensen die naar de RTH zijn omgeschakeld tot eind december 2019 een BOB konden aanvragen. Die mogelijkheid was er en ik heb mensen gehoord die dat hebben gedaan. Ze hadden de mogelijkheid om nog een BOB aan te vragen.

Minister, u hebt vermeld dat er meer begeleiding en coaching komt. Er wordt geld gegeven aan het Vlaams Welzijnsverbond en aan SOM, maar de vraag is welke rol zij zullen spelen. Zullen zij mee voor de coaching zorgen? Hoe zit dat juist? Ik heb op de werkvloer gehoord dat ze nog tot maart 2020 hebben om een plan in te dienen waarin staat hoe ze die coaching zien, maar ik heb nog niet goed begrepen welke rol SOM en het Vlaams Welzijnsverbond dan moeten spelen.

Er zijn inderdaad 735 mensen naar de RTH omgeschakeld. Het geld of de punten gaan nu naar de voorziening waar die mensen verbleven en hun zorg inkochten. Ik heb al meermaals met vragen om uitleg in deze commissie en met schriftelijke vragen gevraagd hoe het juist zit met hun zorggarantie, maar ik krijg daar moeilijk een antwoord op. Als iemand drie dagen in een dagcentrum verblijft en naar de RTH zakt, kan hem geen drie dagen meer worden aangeboden. Dat past niet in het kader van de RTH. Misschien is er nog een mogelijkheid om na te denken over de vraag hoe dit juist kan worden ingepast, want die middelen zijn nu verbonden aan een voorziening. Die 735 mensen hebben niet meer de mogelijkheid dat ooit in cash om te zetten.

Dat heeft natuurlijk te maken met heel het gegeven van de persoonsvolgende financiering. U weet dat ik nogal vragende partij ben voor een vraaggestuurde RTH. Ik zal daar de komende jaren nog altijd mijn schouders onderzetten. Zij die nu naar de RTH omschakelen, hangen vast aan de voorzieningen en kunnen daar niet meer weg met hun cash budget. Ik vind dat een nadeel en ik weet niet of er nog een opening is om dat eventueel nog eens te bekijken voor de toekomst.

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Voorzitter, correctiefase 2 is hier inderdaad al meermaals aan bod gekomen. In tegenstelling tot andere fracties, blijft mijn fractie, net als vorig jaar, achter de principes van het afsluiten van deze correctiefase staan. De basisprincipes zijn dat we ervoor moeten zorgen dat we voor gelijkaardige zorgnoden gelijkwaardige steun geven. Dat betekent dat er tijdens de uitvoering van deze correctiefase vanaf dit jaar dalers en stijgers zullen zijn. Mijn fractie denkt dat we dit eigenlijk nooit uit het oog mogen verliezen.

Minister, we zijn heel blij van u te mogen horen dat de afgesproken begeleidende maatregelen zullen worden uitgevoerd. De geplande coaching wordt uitgevoerd. Dat is destijds afgesproken en het is een goede zaak dat wordt gezorgd voor begeleiding van de mensen die het nodig hebben.

Mevrouw van der Vloet, ter aanvulling van uw opmerkingen is de transparantie van het zorglandschap ook heel belangrijk. We zullen daar straks nog een vraag om uitleg over horen. Ten gevolge van deze correctiefase zullen mensen hun steun op een andere manier moeten organiseren. Begeleiding is ontzettend belangrijk, maar transparantie, onder meer inzake het prijzenbeleid, is dat zeker ook. Daar is nog ruimte voor verbetering.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, als ik uw antwoord en een aantal andere tussenkomsten hoor, word ik vrij verdrietig. Aanvankelijk is gezegd dat we op de structuren zouden besparen. Dat was de eerste beweging.

Minister, als ik uw antwoord en een aantal andere tussenkomsten hoor, word ik vrij verdrietig. Aanvankelijk is gezegd dat we op de structuren zouden besparen. Dat was de eerste beweging. Wat stel je vast? We hebben bespaard op structuren. De volgende stap is: we gaan besparen op budgetten. Van de persoonsvolgende budgetten, waar vraagsturing achter zit, gaan mensen nu naar RTH, wat aanbodsturing is. Dat is een ander principe. De mensen die nu opeens van 23 punten naar 5 punten gaan, verliezen van het ene jaar op het andere 14.000 euro van hun budget. Er is geen trapsgewijze afbouw, want ze gaan van een persoonsvolgende financiering maar RTH, dus van vorig jaar naar dit jaar. Dat zijn mensen die alle dagen naar een dagcentrum gingen tot nu toe en die doordat wij de B- en P-waarden anders zijn gaan interpreteren, eigenlijk veel minder scoren op de permanentie, dus alleen over de dagbezigheid. Die mensen kunnen met hun punten nu een dagondersteuning per week inkopen. Dat is het. Voor de andere dagen gaan wij op een of andere manier een oplossing zoeken. Een boekhouder kan heel mooi in kolommetjes alle bedragen opsplitsen, maar het gaat hier over mensen, en niet alle mensen zijn gelijk. Er zijn mensen die met 5 punten naar begeleid werken kunnen gaan, en dat doet men ook, maar er zijn ook mensen die al jaren in een structuur wonen, leven en dagopvang hebben, die je niet van vandaag op morgen in een andere structuur brengt. Die mensen breng je in problemen.

Ik heb het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap nog eens opgezocht. België heeft het geratificeerd. Dat wil zeggen dat wij ons verbinden om het uit te voeren. In artikel 19 staat het volgende: mensen met een handicap hebben gelijke rechten om te wonen en te leven in de samenleving. Zij hebben het recht op een eigen keuze waar ze wonen en met wie. Het VN-verdrag zegt ook duidelijk dat mensen met een handicap recht hebben op ondersteuning. De reguliere dienstverlening mag personen met een handicap niet uitsluiten, ze moet voor hen toegankelijk en beschikbaar zijn. Mensen met een handicap moeten daarbovenop toegang hebben tot een brede waaier van handicapspecifieke ondersteuning, inclusief persoonlijke assistentie, om te kunnen deelnemen aan de sociale activiteiten en om hun inclusie te stimuleren. Om dit te realiseren hebben mensen een budget nodig. Zo beknibbelen op hun budgetten betekent dat wij als België niet voldoen aan het VN-Verdrag dat we geratificeerd hebben.

Minister, mijn concrete vraag is hoe wij dat gaan uitleggen. Elk jaar heeft de VN een opvolgingscommissie. Hoe gaan wij nu uitleggen, door zo te gaan snoeien in deze budgetten, dat wij nog aan het verdrag voldoen?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega De Martelaer, Vlaanderen geeft op dit ogenblik 1,7 miljard euro uit aan mensen met een beperking. Dat bedrag zal stijgen naar 2 miljard euro. We hebben in januari aan de regering voorgelegd om met de stijging van de budgetten tegemoet te komen aan onze verplichtingen voor degenen die de komende jaren hun automatische rechtentoekenningen willen opeisen. Ik herinner me hoe hier eind vorig jaar gezegd is: ‘Minister, u zult zelfs de automatische rechtentoekenningen niet kunnen garanderen.’ Volgens de prognoses die we nu hebben, zullen we aan de 10.000 mensen waarvan we het verwachten, die automatische rechtentoekenningen kunnen garanderen. Men heeft toen gezegd dat we dat niet zouden kunnen garanderen en dat we zelfs geen euro zouden hebben voor de mensen die vandaag op de wachtlijst staan. Volgens de prognoses die we vandaag hebben, zullen we 2300 mensen daarmee kunnen helpen. Dat zijn er 1700 meer dan aanvankelijk voorzien. Dat is wat we eind januari hebben voorgelegd: 12.300 mensen om de komende jaren te helpen, voor in totaal meer dan 2 miljard euro.

Vlaanderen ondersteunt op een of andere manier meer dan 100.000 mensen die vandaag een beperking hebben. Zijn daarmee alle problemen opgelost? Dat zeg ik niet. Maar investeert Vlaanderen daarin? Dat zeg ik wel. Wat u hier vertelt, is intellectueel totaal niet correct. Correctiefase 2 heeft niets, maar dan ook niets te maken met een besparing. Bij correctiefase 1 zijn er miljoenen en miljoenen euro's bijgevoegd, net om het principe ‘gelijke budgetten voor gelijke zorgzwaarte’ mogelijk te maken.

Zijn er mensen die erop achteruitgaan? Ja. 735, wordt hier gezegd. Niemand spreekt hier over de 8500 mensen die erop vooruitgaan. Zij werden in het verleden ondergefinancierd omdat ze een veel grotere zorgzwaarte hadden dan waarvoor Vlaanderen op dat ogenblik de budgetten voorzag. Niemand spreekt daarover. Ik vind het nogal eigenaardig dat diegenen die in hun partijprogramma grote principes over gelijkheid ingeschreven hebben, daar vandaag niet over willen of durven spreken. Dat is wat naar voren is gebracht. We moeten ervoor zorgen dat mensen met een gelijke zorgzwaarte een gelijke financiering krijgen. Dat is waar correctiefase 2 over gaat. 

Dat is inderdaad tijdens de vorige legislatuur beslist. Wat ik heb voorgesteld, is om een aantal flankerende maatregelen in te voeren, want we zijn natuurlijk niet blind voor een aantal problemen die zich stellen, voor een aantal signalen die er zijn. Dat heb ik eind vorig jaar ook gezegd in deze commissie: dat we daarnaar zouden luisteren en dat we daarnaar zouden handelen.

Moeten we zorgen voor een oplossing inzake die cashbesteding? Ja. Ik heb net gezegd dat we dat ook zullen doen. We nemen flankerende maatregelen om ervoor te zorgen dat we zoveel mogelijk mensen kunnen helpen die – in plaats van meer – minder zouden krijgen.

We gaan zorgen voor de coaching. Het is niet de bedoeling dat het Welzijnsverbond die coaching zelf op zich neemt, maar wel dat we samen gaan bekijken welke experten we het best kunnen inzetten op het terrein om dat te doen.

Collega, dat is wat correctiefase 2 inhield in de vorige legislatuur en wat eind 2019 uitgerold werd. Wij hebben dan bijkomende maatregelen genomen om daarmee de mensen te kunnen helpen. Ik vind wel – en ik wil dat nog eens benadrukken – dat het totaal niet correct is om te zeggen dat correctiefase 2 een besparingsoperatie is geweest. Dat is totaal niet correct. Meer dan 8500 mensen krijgen daardoor extra hulp: extra hulp die ze verdienen, die ze in het verleden niet hadden. Daar spreekt niemand hier vandaag over.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Minister, ik ben heel blij dat u in uw repliek duidelijk gemaakt hebt dat correctiefase 2 volledig los staat van begrotingen of besparingen. We krijgen hier in de commissie veel kansen om vragen te stellen en thema’s aan de orde te stellen. Ik vind toch ook wel dat we correct moeten blijven wanneer we die dossiers bespreken. Vroeger hadden we een ongelijke financiering van voorzieningen. We gaan dat nu proberen recht te trekken naar een gelijke voorziening op individueel niveau. Inderdaad, dat is een moeilijke operatie. Het is gemakkelijker om dat niet te doen dan om dat wel te doen. Maar ik vind het ook wel belangrijk dat dat gebeurt, dat we die ongelijke financiering rechttrekken. De helft – iets meer of iets minder – zal stijgen. De helft – iets meer of iets minder – zal dalen.

Ik wil niet toelaten dat wat er vandaag wordt gezegd over de gehandicaptensector, herleid wordt tot enkel en alleen kommer en kwel. We investeren 2 miljard per jaar. Er gebeuren elke dag opnieuw kleine mirakels voor honderdduizend mensen in voorzieningen, maar ook thuis, met woningaanpassingen, met hulpmiddelen … En neen, het is niet voldoende. Maar ik denk wel dat het goed is dat we ook eens even de blik richten op wat er allemaal wel gebeurt, met dat grote budget dat we nu met ongeveer 300 miljoen euro laten groeien en dat we niet alleen focussen op die mensen die nu in die groep zitten waarvan de budgetten dalen. We hebben daarover gesproken, vragen gesteld, gevraagd aan de minister om daarvoor maatregelen te voorzien, om coaching te voorzien, om ondersteuning te voorzien, om dat samen te doen met de sector en om daar snel werk van te maken. Dat is nu allemaal gebeurd. Dan vind ik ook dat we correct moeten blijven en de sector ook correct moeten behandelen. Er worden vandaag ontzettend veel mensen geholpen in voorzieningen en in kleinschalige opvanginitiatieven. We ondersteunen het sociaal ondernemerschap. We zorgen ervoor dat de hulpmiddelen en vele andere zaken goed lopen. Herleid deze sector niet – niet voor de mensen die geholpen worden en niet voor de mensen die daarin werken – tot enkel en alleen datgene dat sommige partijen hier politiek goed uitkomt.

De heer De Reuse heeft het woord.

Minister, u verbergt zich natuurlijk achter de breed gedragen correctiefase 2, maar voor mij gaat het daar niet over. U verwijst naar de 8500 mensen die erop vooruitgaan, maar 735 zwakkeren, dat is dan een vorm van collateral damage. Zij vallen uit de zorgboot en u bent nog blij dat ze een klein reddingssloepje hebben en de riemen om ermee te roeien. Die mensen hebben een zorgnood, ze hebben nood aan begeleiding, ze hebben recht op onze ondersteuning. Alleen gaat het niet voor die mensen.

We spreken hier over mensen die ondersteuning nodig hebben, mensen met een autismespectrumstoornis, een hersenletsel of een lichte mentale handicap. Voor hen is de grens tussen gepaste zorg krijgen en die niet krijgen, zeer dun.

Zelf sust u een beetje door te stellen dat het in de eerste plaats de zorginstellingen zullen zijn die de gevolgen zullen ondervinden. Zij worden verondersteld dezelfde diensten aan te bieden als voorheen, maar zullen – dat is de regel – via hun cliënten minder budget binnenkrijgen, en dat boven op de algemene besparing op de werkingsmiddelen die Vlaanderen oplegt en die u ook al communiceerde. Zou u het zelf aanvaardbaar vinden als u als zorgcentrum, als mantelzorger of betrokkene op die manier zou worden getroffen? Neen, ik denk het niet en dat zou ook heel terecht zijn.

Minister, hier valt ook een politieke beschouwing over te maken. Ik heb zo de indruk dat dit ministerschap voor u echt wel de weg naar Canossa is. Elke week ligt u onder vuur in het parlement en in de sector, die u eigenlijk zou moeten ondersteunen en helpen. Pas op, we hebben nog vier jaar te gaan.

Begin deze maand konden we zelfs een volledige politieke analyse lezen over uw pril Vlaams ministerschap in de kranten. Daarin ging het over de redenen waarom u altijd onder vuur ligt: te weinig geld, onhandige besparingen, de facturen van uw partijgenoot Vandeurzen die u nog op uw bord krijgt, en als klap op de vuurpijl het feit dat uw partij en uzelf dit departement überhaupt niet wilden. Hoe kan de sector dan verwachten dat u de job met hart en ziel doet?

Er is nog een extra pijnpunt: uw communicatie in deze zaak is echt wel ondermaats. Er was een aankondiging van besparingen die u de dag nadien hebt herroepen, dan was er vorige week de uitleg op de radio over het groeipakket. Ik heb die een keer of vier moeten herbeluisteren voor ik snapte waarover het ging. En dit zijn nog maar twee voorbeelden die ik me direct voor de geest haal.

Ik ben zeker dat de zorgsector over alle deeldomeinen heen nood heeft aan meer mensen, meer budget, meer plaatsen, maar bovenal aan een minister die er met hart en ziel voor vecht. Ik denk dat onze mensen dat verdienen.

De interpellatie en de vraag om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.