U bent hier

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Minister, het is de Vlaamse Week tegen Pesten en dit is dus geen vraag om uitleg om u te pesten. Ik wil een beknopte vraag om uitleg stellen die heel wat inhoudt. Ik ben me er ten zeerste van bewust dat hierover een heel debat kan ontstaan. Mijn vraag om uitleg gaat niet enkel over het aantal SUV’s op onze wegen, maar ook over het stijgend aantal pick-uptrucks. We kunnen discussiëren over de veiligheid van die auto’s en over het milieu, maar dat speelt vandaag geen rol, want in de commissie Financiën hebben we andere katten te geselen.

Het gaat om het fiscaal regime voor lichte vrachtauto’s, dat op een samenwerkingsakkoord tussen de overheden uit 2005 is gebaseerd. Toen is het begrip ‘lichte vrachtauto’ ingevoerd, vanzelfsprekend uit de overweging dat het gaat om professioneel gebruikte voertuigen. Dit samenwerkingsakkoord omvat specifieke bepalingen over de cabine en de laadbak om als een lichte vrachtauto te worden beschouwd.

Minister, op een actuele vraag van 15 januari 2020 hebt u geantwoord dat u werkt aan een update van de verkeersfiscaliteit. U bekijkt momenteel nog gegevens en rapporten ter zake. Een eerste uitgangspunt is de neutralisatie van de belastingverhoging die de invoering van de Worldwide harmonized Light vehicle Test Procedure (WLTP) met zich meebrengt. Dat is zeer goed. Een tweede uitgangspunt is ook zeer goed, namelijk voorzien in de nodige fiscale stabiliteit, zodat de burger na de aankoop van een voertuig niet eventjes door een gewijzigd fiscaal regime wordt verrast. In dat geheel van de verkeersfiscaliteit situeert zich de fiscale situatie van de lichte vrachtauto’s.

Ik heb een korte vraag. Sommigen stellen tientallen vragen, maar uiteindelijk komt het toch op hetzelfde neer. Hoe kijkt u naar de toename van het aantal pick-up trucks op ons wegennet? De vraag is niet of u die voertuigen mooi vindt, maar wat u van de fiscaliteit vindt.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voorzitter, dit is een beknopte vraag om uitleg met heel wat uitdagingen. Ik zal het antwoord helemaal voorlezen en op het einde zal ik nog een duidelijke samenvatting geven.

Eerst en vooral is het nuttig er de cijfers bij te nemen. De totale vloot van belastingplichtige voertuigen vertoont een jaarlijkse toename van 2 tot 3 procent. In 2016, 2017 en 2018 hebben we een relatief sterke toename gezien van de lichte vrachtwagens, met ongeveer 3 procent. De totale vloot stijgt met 1 tot 2 procent, maar voor de lichte vrachtwagens zitten we aan 3 procent. De invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens en de toename van de e-commerce zijn daar zeker niet vreemd aan. Ik vermeld het maar, omdat we niet zeker zijn wat die stijging heeft uitgelokt.

Er zijn ook meer pick-ups op onze Vlaamse wegen. Uit de cijfers waarover wij momenteel beschikken, blijkt dat ongeveer 31.000 lichte vrachtvoertuigen op basis van het type laadvermogen en van het aantal zitplaatsen als pick-up kunnen worden beschouwd. In 2016 ging het om 25.000 pick-ups. Er is de voorbije jaren inderdaad sprake van een relatief grote toename van 4 tot 8 procent. Het absolute aantal blijft uiteraard beperkt, want het gaat om minder dan 0,7 procent van het wagenpark. Ik vermeld dit om de verhoudingen te schetsen.

Wat moeten we daar precies van denken? Uit de getuigenissen die de voorbije weken in de media zijn verschenen, hebben we geleerd dat er verschillende redenen zijn waarom iemand zich een dergelijk voertuig aanschaft.

Eerst en vooral zijn er de objectieve, functionele overwegingen. Die zijn er zeker, meestal omdat iemand beroepsmatig grote lasten moet slepen of vervoeren. Het beste voorbeeld is een tuinaannemer, die dikwijls zware lasten moet verschuiven op drassige grond of op zware ondergrond. Daarvoor zijn die wagens nuttig. We kunnen hier niets op tegen hebben. We moeten opletten dat we het kind niet met het badwater weggooien. Het eigenlijke gebruik van die voertuigen moet niet worden verhinderd.

Voor veel mensen spelen subjectievere redenen een rol. Net zoals bij de stijgende verkoop van SUV’s, waarvan de verkoop sowieso ook in de lift zit, speelt een groter veiligheidsgevoel een rol. In een pick-up zit je iets hoger boven de weg en dat geeft je een veiligheidsgevoel. Dan zijn er nog anderen die met een pick-up rijden, omdat het past bij een imago dat ze zich proberen aan te meten. Dat is op zich natuurlijk geen enkel probleem.

Mijnheer Lantmeeters, u vraagt impliciet of de fiscale behandeling een rol speelt in de toename van het aantal pick-ups en of die moet worden aangepast. Fiscaliteit is immers niet alleen een bron van inkomsten, maar kan ook als doelstelling hebben om het gedrag van belastingplichtigen in de gewenste richting te sturen. Ook al wordt in het tarief van de verkeersbelasting bij lichte vrachtauto’s rekening gehouden met ecologische parameters, toch valt de jaarlijkse verkeersbelasting voor een lichte vrachtauto ondanks haar milieu-impact behoorlijk gunstig uit in vergelijking met personenwagens.

Ik heb uw vermoeden dat er meer pick-ups rijden reeds bevestigd. Ook uw vermoeden dat de fiscale behandeling van pick-upvoertuigen wordt meegenomen in de hervorming van de verkeersfiscaliteit die we naar aanleiding van de nieuwe WLTP-normen sowieso van plan zijn, kunnen we bevestigen.

Ik heb mijn administratie de opdracht gegeven om grondig te onderzoeken of er eventueel een oplossing mogelijk zou zijn om het oneigenlijke gebruik van pick-ups in te perken. Zoals u aangeeft, is de definitie van ‘lichte vracht’ opgenomen in een samenwerkingsakkoord. Wanneer we de definitie van lichte vracht willen wijzigen, wat we niet eenzijdig kunnen doen, en ook de categorie van de leasingvoertuigen aan boord willen houden, dan dringt een aanpassing van het samenwerkingsakkoord zich op. De mogelijkheden daartoe zullen we op korte termijn grondig analyseren.

Ik vat kort samen. Die wagens verbieden is voor mij geen optie. Ik denk dat mensen nog altijd de vrijheid moeten hebben om zich de auto aan te schaffen die ze willen, om de reden die zij willen. Het is volgens mij niet aangewezen om daar een verbod op in te stellen. Als mensen daarmee willen rijden om – ik zeg maar iets – een jetski naar de zee te sleuren of als statussymbool of wat dan ook, dan heb ik daar geen enkel probleem mee. Men mag dat gerust doen. Maar dan is er geen reden om daar een fiscaal voordeel aan toe te kennen.

Die is er wel als iemand een pick-up gebruikt als lichte vrachtwagen. En het mooiste voorbeeld is dat van de tuinaannemer, want die gebruikt het voertuig effectief als lichte vrachtwagen. Hoe gaan we daar een oplossing voor vinden? Die tuinaannemer moeten we wel een fiscaal voordeel geven. Een camionnetje of bestelwagen kan ook een lichte vrachtwagen zijn en geniet dus ook een fiscaal voordeel, omdat het voertuig beroepsmatig wordt gebruikt. Die logica willen we toepassen. Maar hoe onderscheiden we dat van iemand die het voertuig niet voor beroepsdoeleinden gebruikt, maar voor zijn plezier of voor wat dan ook?

Tegen de logica is weinig in te brengen. Het probleem is hoe we dat in de regelgeving moeten omzetten. Daar zitten we met een zeer groot probleem. ‘Lichte vracht’ is nog altijd iets wat we met een samenwerkingsakkoord regelen en voor een deel met de federale overheid moeten afspreken. Dat toont nog maar eens de onvolmaaktheid van de staatshervorming in dit land aan. Daar is niet meteen een oplossing voor, omdat het zeer moeilijk is om een link te leggen tussen het gebruik van het voertuig en het type. ‘Lichte vracht’ is een definitie met kenmerken van de wagen zelf, los van het gebruik ervan. Ook een particulier kan een bestelwagen kopen, die hij kan inschrijven als lichte vracht, ook al gebruikt hij hem niet als lichte vracht. Daar zitten we met een probleem. Ik durf er mijn handen niet voor in het vuur te steken – wat sowieso een dommigheid is – dat we daarvoor een oplossing vinden. We gaan een overleg opstarten met de andere gewesten. Of we dit probleem binnen een hervorming van de verkeersfiscaliteit zullen kunnen oplossen? Ik wil dat wel proberen, maar ik ga er geen overmoedige uitspraken over doen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We zijn het eens over de principes. U zegt terecht dat er objectieve redenen zijn om met zo’n pick-up te rijden. Ik bevestig dat wij er voorstander van zijn dat het fiscale voordeel er mag blijven.

Ik kijk wat meer argwanend – als ik het zo mag zeggen –, naar diegenen die dat om subjectieve redenen doen. Het staat iedereen vrij om te rijden waarmee hij wil. Het is echter vanzelfsprekend, zoals u zegt, dat daar geen fiscaal voordeel aan vastgeknoopt wordt.

U stelt eigenlijk een vraag terug. U wilt het wel oplossen. U bent het ermee eens dat er geen fiscaal voordeel mag zijn, als men zo’n voertuig wil gebruiken omwille van het imago of de verkeersveiligheid, alhoewel ik over dat laatste, de verkeersveiligheid, mijn twijfels heb. Het zou misschien nuttig zijn om het fiscaal voordeel in dat samenwerkingsakkoord – want het moet inderdaad toch geregeld worden, niet alleen op Vlaams niveau maar in een samenwerkingsakkoord met de federale overheid – eventueel te koppelen aan de identiteit van degene die het inschrijft. Men zou dan een btw-nummer moeten hebben om van zo’n fiscaal voordeel te genieten, zodat een privépersoon er niet zomaar van kan genieten. Het voordeel zou eventueel ook nog gekoppeld kunnen worden aan de eventuele omzet die men kan creëren. Men moet niet zomaar een btw-nummer hebben als – ik zeg maar iets – als boekhouder, om zo’n voertuig dan te gebruiken. Een boekhouder heeft niet zoveel dossiers als een tuinman materiaal heeft om te vervoeren.

Ik zou eerder het beroepsmatig gebruik bekijken. Dat moet bewezen worden. U zult daarmee bezig zijn en ik hoor heel graag dat u daar een oplossing voor wilt zoeken, maar ik zou het ook multidisciplinair willen oplossen.

Zoals u zegt, heeft het te maken met verkeersveiligheid. Ik zou u willen vragen, minister, om dat met minister Peeters op te nemen. Zij is ook bezig met verkeersveiligheid. Ik ben ervan overtuigd dat u een evenwicht kunt zoeken. Maar het veilig gevoel van de ene zal misschien een onveiligheidsgevoel creëren bij de andere. Voor wie met zo’n truck, zo’n machine rijdt, is een fietser al minder zichtbaar. Bepaalde voertuigen lokken een bepaald gedrag uit waardoor voetgangers in de problemen kunnen komen, maar ook bij aanrijdingen is een kleine auto dikwijls in het nadeel. Ik zou u willen vragen om het geheel te willen bekijken, zodat er geen fragmentarische oplossingen komen.

Nogmaals bedankt voor uw antwoord. Ik ben heel blij dat het oneigenlijk gebruik misschien ontmoedigd zal worden en dat er verder oplossingen mogelijk zijn. Ik denk heel graag met u mee.

De heer Van Peteghem heeft het woord.

De context is al geschetst door de heer Lantmeeters. We moeten zoeken naar manieren om het oneigenlijke gebruik van dat fiscaal voordeel weg te nemen. Dat is een correct uitgangspunt.

U haalt zelf ook aan, minister, dat er overleg nodig zal zijn om te kijken hoe we dat in een nieuwe samenwerkingsovereenkomst opnemen. Hebt u daar al initiatieven toe genomen? Zo neen, bent u dat van plan? Zo ja, wanneer?

De heer Rzoska heeft het woord.

Collega’s, ik wil me zeer graag aansluiten bij de vraag van de heer Lantmeeters. Het is goed dat hij af en toe nog gewoon werkt. (Gelach)

Ik ben ook zeer blij met het antwoord, minister. We zouden het probleem eventueel kamerbreed kunnen tackelen. Er zijn natuurlijk nog een aantal elementen inzake fiscaliteit – autofiscaliteit, voertuigenfiscaliteit – die we moeten tackelen, waarmee u naar het parlement moet komen. Ik vind het van belang dat u het oneigenlijke gebruik eruit wilt. Dat is wat ons betreft ook het uitgangspunt.

Ik sluit me ook aan bij de opmerkingen van de heer Lantmeeters omtrent het gevoel van verkeersveiligheid. Het hangt er maar van af wie in de auto zit. Het gaat zelfs zo ver dat een aantal steden en gemeenten bekijken of ze zulke voertuigen in bepaalde zones kunnen weren. Oneigenlijk gebruik moeten we zeker proberen tegen te gaan, maar ik geef grif toe dat het niet simpel is om dat juridisch sluitend te maken. Misschien zijn de suggesties van collega Lantmeeters bruikbaar, maar ik kan mij voorstellen dat er ook vanuit uw administratie voorstellen zullen komen.

Een samenwerkingsovereenkomst? Uiteraard. Maar ik heb er geen zicht op in hoeverre het fenomeen beperkt is tot Vlaanderen en of ook de andere gewesten geconfronteerd worden met een dergelijke problematiek.

Minister Matthias Diependaele

Voor zover wij dat uit de cijfers kunnen afleiden, is dat in Brussel en Wallonië net hetzelfde. Zij moeten dezelfde regels toepassen als wij. Zij hebben hetzelfde fiscaal voordeel, wat sowieso dat effect heeft.

Wij hebben ook al eens gebrainstormd over het idee van een btw-nummer. Je komt daar niet zo ver mee, want elke zelfstandige heeft een btw-nummer. Maar bijvoorbeeld een boekhouder heeft geen beroepsmatig gebruik van een dergelijke wagen. Daar is de koppeling zeer moeilijk. Een beroep kan ook wijzigen. Dat is allemaal niet zo gemakkelijk.

Mijnheer Rzoska, dit is weer een verhaal zoals van de plug-inhybride. Ik zal straks kwaad zijn op mezelf dat ik dit voorbeeld geef. Op zich is die auto properder dan andere wagens, op voorwaarde dat hij effectief in het stopcontact wordt gestoken. Maar je hebt als overheid niet de mogelijkheid om ernaast te gaan staan, om te zien of hij wordt gebruikt zoals hij zou moeten worden gebruikt. In veel gevallen wordt die auto niet gebruikt op de manier die dat fiscaal voordeel rechtvaardigt.

Mijnheer Van Peteghem, we hebben dat initiatief nog niet genomen. U stelt terecht die vraag. We proberen al die zaken, zoals compressed natural gas (CNG) en dergelijke, mee te nemen in de WLTP-hervorming. Er zal vermoedelijk veel meer moeten worden bijgestuurd dan alleen dit. We zullen nog zien. We gaan niet voor elk stukje afzonderlijk een aparte samenwerkingsovereenkomst sluiten. Mogelijk moeten we de fiscale hervorming in Vlaanderen, los van het samenwerkingsakkoord, sneller doorvoeren en zal het overleg wat meer tijd vragen. Bij voorkeur is dat niet het geval, maar vermoedelijk wel. We hebben daar nog geen initiatief in genomen. Zodra we weten op welk punt we bijsturingen zouden voorstellen in het samenwerkingsakkoord, zullen we daar natuurlijk niet mee wachten.

Minister, dank u voor het antwoord. Het is het resultaat van het feit dat ik af en toe toch nog wel eens iets doe, collega Rzoska. Dat was een opmerking die ik kreeg tijdens de zitting en ik was er even niet goed van.

Minister, ik ben er toch van overtuigd dat we moeten kijken in de richting van de beroepsmatige inschrijving. Je kunt je inschrijven onder verschillende codes, met btw-nummers enzovoort. Daar moeten we misschien eens naar kijken.

Met het tweede wat ik nog wou zeggen, geef ik u nog een vrijkaartje mee. U hoeft het niet te aanvaarden. Ik herinner mij dat u in de plenaire vergadering zei dat mensen die een voertuig kopen, moeten weten aan welke fiscaliteit zij op dat ogenblik voldoen. Zij mogen niet worden geconfronteerd met een wijziging tijdens de eigendom van dat voertuig. Wanneer men op een bepaald ogenblik de fiscaliteit misbruikt om een oneigenlijk voordeel te hebben, vind ik wel dat hier kan worden ingegrepen. Als u meegaat in een samenwerkingsovereenkomst, vind ik niet dat wie op dit vlak het voordeel al heeft, het moet kunnen behouden. Ik doe dus een oproep. Wanneer men oneigenlijk gebruik maakt van fiscale voordelen die ten laste zijn van diegenen die de fiscaliteit wel correct betalen, moet er kunnen worden opgetreden. Er moet te allen tijde worden opgetreden tegen oneigenlijk gebruik. U hoeft dit vrijkaartje van mij niet te aanvaarden. Ik verkondig hier vandaag een mening. Ik zal u nooit lastigvallen daarover en zeggen dat dit niet mag worden gewijzigd. Ik spreek niet voor mijn collega’s, maar ik denk dat ze dezelfde gedachten hebben op dat vlak.

Minister Matthias Diependaele

Het is pijnlijk, maar ik vrees dat ik u moet tegenspreken. Het algemene principe dat we bij die fiscale hervorming willen invoeren, is dat mensen die vandaag een auto kopen ook morgen en overmorgen moeten weten welke fiscaliteit daarop van toepassing is. Die fiscaliteit en cours de route aanpassen lijkt ons geen goed idee. Dat principe proberen we doorheen de hele hervorming mee te nemen.

Ten tweede moeten we opletten met de term ‘oneigenlijk gebruik’. Ik gebruik die term zelf ook, maar eigenlijk klopt hij niet helemaal. Het is die mensen hun schuld niet. Het is niet helemaal onlogisch dat de regelgeving zich voor de bepaling van de fiscaliteit toespitst op de kenmerken van de wagen en niet op het gebruik. De regelgeving is op die manier opgesteld en we kunnen die mensen er niet de schuld van geven dat ze hun wagen op die manier gebruiken. Dat kan de bedoeling niet zijn. Het principe is dat iemand die vandaag een auto koopt, moet weten wat morgen de fiscaliteit kan zijn. Dat principe proberen we wel degelijk toe te passen bij alle bijsturingen van de autofiscaliteit.

Minister, we mogen af en toe ook eens van mening verschillen. Volgens mij is alles gezegd wat gezegd moest worden, maar ik ben er niet van overtuigd dat die mensen er niets aan kunnen doen. Ik ken mensen die speciaal hun achterste zetels uit hun auto gooien voor een erkenning als lichte vrachtwagen. Ik ben het er niet zomaar mee eens dat ze er niets aan kunnen doen. U hebt gezegd dat u daar van wilt afblijven en dat is uw zaak. De reden van deze vraag om uitleg is echter dat er een oneigenlijk gebruik is dat niet te verantwoorden valt en dat oneigenlijk gebruik mag te allen tijde op alle vlakken worden aangepakt. Zo kan alles eigenlijk worden samengevat.

Minister Matthias Diependaele

Ik wil hier nog puur technisch op reageren. We moeten goed weten waarover het gaat, want ik denk dat dit niet helemaal klopt. Ik kijk dan naar de definitie van een lichte vrachtauto: “elke auto, opgevat en gebouwd voor het vervoer van zaken waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht niet meer bedraagt dan 3500 kg en die: a) bestaat uit een volledig van de laadruimte afgesloten enkele cabine die ten hoogste twee plaatsen bevat, die van de bestuurder niet inbegrepen, en een open laadbak; b) bestaat uit een volledig van de laadruimte afgesloten dubbele cabine die ten hoogste zes plaatsen bevat, die van de bestuurder niet inbegrepen, en een open laadbak (…)” Ik zou niet weten waarom iemand daar zetels zou uithalen, want dat kan ook een lichte vrachtauto zijn. Ik kan die definitie hier nog verder voorlezen, maar we moeten heel hard opletten met de term ‘oneigenlijk gebruik’. Die wagen wordt zo gekwalificeerd en dus kunnen de eigenaars niet meer belasting op inverkeerstelling (BIV) betalen. Iedereen mag altijd naar de overheid overschrijven, maar ze zullen geen hoger aanslagbiljet krijgen. (Opmerkingen van Jos Lantmeeters en van Philippe Muyters)

Ik denk dat de vraag voldoende uitgepuurd is, tenzij ...

Wat ik ook ga zeggen, de minister zal toch het laatste woord willen, denk ik.

Het is mooi geweest.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.