U bent hier

Mevrouw Ampe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Franse Gemeenschap spraken op hun eerste vergadering af dat ze beter willen samenwerken. Dat is een goede zaak en een mooi engagement, want Brussel is een stad waar samenwerking meer dan ooit nodig is.

Ze spraken onder meer af om samen te werken inzake het Brusselse Go4Brussels 2030-plan. Dit plan moet de Brusselse economie klaarstomen voor de toekomst, door onder meer aandacht te hebben voor het koolstofvrij maken van bepaalde sectoren, en het versterken van de circulaire en regeneratieve economie. Ook scholenbouw en armoedebestrijding maken er deel van uit. Verder willen ze Brussel de Culturele Hoofdstad van Europa maken in 2030.

In uw beleidsnota sprak u een soortgelijk verlangen uit. U wilt een brugfunctie vervullen tussen de verschillende gemeenschappen.

Minister, hebt u reeds inspanningen gedaan om met de andere institutionele partners in Brussel rond de tafel te zitten? Zo ja, kunt u hierover al wat feedback geven? Zo neen, wanneer zult u gevolg geven aan de doelstelling uit uw beleidsnota?

Wat zijn de belangrijkste thema’s in het Go4Brussels 2030-plan waaraan Vlaanderen kan bijdragen?

Om in 2030 Culturele Hoofdstad van Europa te worden, wenst Brussel samen te werken met een Vlaamse en Waalse stad. Weet u al welke Vlaamse stad dat is? Bent u daarbij betrokken?

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega's, de thematiek die u aanhaalt, samenwerking, is belangrijk. Het is voor het hele land essentieel om resultaat te boeken en a fortiori voor Brussel. Er zijn zoveel bevoegde overheden in Brussel dat samenwerking essentieel is om resultaten te boeken.

Het Vlaams regeerakkoord bevat diverse initiatieven waarbij overleg en samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen wenselijk zijn. Ze hebben betrekking op heel diverse domeinen zoals mobiliteit, tewerkstelling en arbeidsmobiliteit, onderwijs en opleiding, gezondheidszorg, gezinsbeleid enzovoort.

Zoals eerder al aangehaald in deze commissie, heb ik de afgelopen maanden heel wat mensen gezien en vooral ingezet op kennismaken, het beluisteren van de verwachtingen en het aftoetsen van opportuniteiten van samenwerking. Ik heb effectief contact gehad met de collega's van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) en van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Ik heb dat alleen gedaan, de collega's in de Vlaamse Regering hebben dat gedaan en ik heb dat ook gedaan samen met minister-president Jambon. Op 6 december hebben we al eens samengezeten om te spreken over verschillende thema's en ook de samenwerking in de strategie voor Go4Brussels 2030 was een belangrijk punt. Nadien hebben we dat besproken op de Vlaamse Regering en afspraken gemaakt over hoe we daarmee omgaan.

U weet dat er in de strategie van Go4Brussels 2030 twee structurele pijlers zijn. Er is een strategie om tegen 2030 een transitie van de Brusselse economie te bewerkstelligen die erop gericht is alle sectoren koolstofvrij te maken en ook in te zetten op circulaire economie. En er zijn de gekruiste beleidsinitiatieven rond werk en opleiding die zullen worden verdergezet en worden toegespitst op kwalificaties waarbij de alliantie werk-milieu wordt ondersteund. Dat is wat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest beoogt. Ik denk dat er voor Vlaanderen ook heel wat opportuniteiten zijn.

Er zijn al veel overlegmomenten geweest met de verschillende betrokken kabinetten. De volgende weken zullen we ook verder nagaan hoe we het concreet zullen doen rond concrete werven. Voor de strategie rond 2025 heeft men gepoogd om een akkoord van Vlaanderen te krijgen over het geheel. Dat is toen niet gelukt door een misschien toch nog beetje onvolkomen betrokkenheid van Vlaanderen vanaf het begin. Nu zijn we vanaf het begin zeer goed betrokken en we zullen nagaan welke werven interessant zijn en hoe we daarrond kunnen werken.

Ik geef een aantal voorbeelden van interessante werven. Het gaat bijvoorbeeld over het invullen van vacatures voor knelpuntberoepen in en rond het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het gaat over de versterkte samenwerking tussen de publieke diensten voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding op het vlak van uitwisseling van vacatures, taalverwerving van werkzoekenden – het aanleren van het Nederlands is een absolute prioriteit van de Vlaamse Regering –, bedrijfsstages en zo verder. Ook de beleidsinitiatieven rond duaal leren, samenwerkingen tussen Werk en Onderwijs, zijn belangrijk en zijn in Brussel ook zeer uitdagend door het samengaan van de gemeenschapsbevoegdheden Onderwijs en Vorming en de gewestbevoegdheden rond tewerkstelling. Ook het verzamelen van gegevens en het monitoren van de nood aan leerkrachten in Brussel is een werf. Ik herinner ook aan het engagement van de Vlaamse Regering om te werken rond de uitwisseling van taalleerkrachten, een essentieel punt. Ten slotte is er ook het faciliteren van de creatie van nieuwe schoolplaatsen in Brussel. Dat zijn concrete werven waarrond we willen werken. We willen kijken waar de Vlaamse Gemeenschap een meerwaarde kan betekenen. Het gaat niet noodzakelijk om het volledige pakket van maatregelen binnen GO4Brussels 2030, maar wel om die werven waar wij een bijzonder belang in hebben en waarde kunnen toevoegen.

Uw vraag rond de culturele hoofdstad is natuurlijk ook bijzonder fascinerend. Al in 2018 heeft Brussel aangegeven dat de stad zich kandidaat wil stellen als culturele hoofdstad. Omdat België in 2030 ook zijn 200e verjaardag viert, ambieert de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ook een Vlaamse en Waalse stad aan Brussel te binden. Hoewel de kandidatuur vanuit één stad dient te vertrekken, verhindert dat natuurlijk niet dat het project gedragen wordt door een aantal partnersteden. Het zou een mooi signaal zijn, mochten de achttien andere Brusselse gemeenten en ook een Vlaamse en Waalse stad daarin samenwerken.

Wat betreft de titel die wordt toegekend, beoordeelt een internationale jury de kandidaturen, volgens de procedure die 2014 is vastgelegd door Europa voor de aanduiding van de culturele hoofdsteden voor de jaren 2020 tot 2033. Lidstaat België zal uiterlijk in 2024 worden uitgenodigd om de oproep tot indiening van kandidaturen te lanceren. Europa kent dan uiterlijk in 2026 de titel voor 2030 toe. Wie het hele project in goede banen zal leiden, is op dit moment nog niet bekend, toch niet bij mijn weten, maar het is wel de bedoeling om dit jaar nog een stuurgroep op te richten. De Brusselse minister-president, Rudi Vervoort, verklaarde eind januari ook dat hij daarover op korte termijn een vergadering zou organiseren met de cultuurministers van de gemeenschappen. Dat laatste is wel belangrijk: het gaat hier over de bevoegdheid Cultuur, dus voor de Vlaamse Gemeenschap is het Jan Jambon die dit verder zal opnemen. Verdere vragen kunnen altijd aan hem worden gesteld.

Mevrouw Ampe heeft het woord.

Minister, bent u betrokken bij de keuze van de Vlaamse stad die ook zal deelnemen bij de indiening van de kandidatuur? Betrekken ze u bij die procedure of niet? Dat is me niet helemaal duidelijk. Of betrekken ze eerder minister-president Jambon?

De heer Bex heeft het woord.

Ik wil zeer kort aansluiten. Ik denk dat het belangrijk is, minister, dat u die geest van samenwerking uitdraagt en dat u er ook uw collega’s in de Vlaamse Regering van overtuigt. Zoals u zegt, geldt dat voor plaatsen waar Vlaanderen een meerwaarde kan betekenen voor de uitvoering van die ambitieuze Brusselse agenda, maar ook omgekeerd: Die Brusselse agenda kan ook een meerwaarde betekenen voor Vlaanderen, bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteits- en arbeidsmarktuitdagingen. Daar moedig ik u ten volle in aan.

Ik heb ook nog een kleine suggestie, een suggestie die ik ook nog aan de bevoegde minister, minister-president Jambon, zal geven: het is misschien een leuk idee om in het licht van 200 jaar België, in 2030, Brussel die aanvraag samen met Leuven en Louvain-La-Neuve te laten doen. Dat zou heel mooi kunnen symboliseren wat er allemaal aan geschiedenis is voorafgegaan en hoe die culturele autonomie in België zich ontwikkeld heeft. Ik ga dat voorstel zeker ook meenemen naar uw collega, minister-president Jambon.

De heer Laeremans heeft het woord.

De vragen zijn al gedeeltelijk beantwoord. U spreekt over concrete werven. Ik hoop dan dat er iets gebeurt in verband met het UZ Brussel en de lage-emissiezone (LEZ). Ik heb daarover een vraag ingediend, maar het is toch niet duidelijk hoe het verder zal gaan. We zullen de vraag ook in het Brussels Parlement stellen. Ik hoop dat men in de Vlaamse Regering toch wil nadenken om een uitzondering te bepleiten voor mensen die daar de afrit nemen en plots vaststellen dat ze in een LEZ zitten. Als ze het bord niet gezien hebben door bijvoorbeeld een spoedgeval, hebben ze 350 euro aan hun broek. Je kunt daar niet omkeren. Op de autostrade in Antwerpen is er ook zo'n plaats waar je in de zone komt. Mensen zijn daartegen in beroep gegaan. Het bord staat er en je kunt niet meer terug. Dat zijn praktische dingen waarover men misschien toch eens moet nadenken of er geen oplossing voor kan worden gevonden.

Ik ben ook bekommerd om de tweetaligheid. Ik heb u dat al gevraagd over de ziekenhuisnetwerken. De Europaziekenhuizen doen bijvoorbeeld hun best om een tweetalige dienstverlening te garanderen. De Vlaamse Regering en Maggie De Block hebben de band met Halle doorgeknipt, en dat is zeer van belang voor de Elisabethziekenhuizen. Er is ook een voorpost, een polikliniek, waar mensen terechtkunnen. Die band heeft wel belang om de tweetaligheid in het ziekenhuis in stand te houden. Ik denk dat dit niet onbelangrijk is.

Minister, wij steunen u volledig dat er samenwerking moet zijn vanuit de Vlaamse Regering met de Brusselse Regering. U hebt binnen de pijlers bepaalde voorbeelden aangehaald die zeker bijzonder nuttig zijn en waarvoor wij hopen dat er vooruitgang kan gebeuren. Ik verwijs onder meer naar de taalverwerving, de samenwerking op het vlak van onderwijs. U hebt het gehad over duaal leren. Ik hoop dat het uiteindelijk kan uitmonden in een soort van samenwerkingsakkoord, een breed samenwerkingsakkoord rond onderwijs, waarbij de uitwisseling van leerkrachten en de kennis van de tweede taal heel belangrijk zijn. Ik denk ook aan de spijbelproblematiek die ook in Brussel bestaat. In het verleden zijn er reeds verdienstelijke pogingen ondernomen om dat probleem aan te pakken.

Ik noteer ook dat collega Bex een heel interessante suggestie doet voor de minister van Cultuur, samen met de minister van Brussel en de minister van de Franse Gemeenschap om een splitsingsthema, zoals de splitsing van de universiteit van Leuven in de KU Leuven en de UCL, te benadrukken als mooi voorbeeld voor andere splitsingsverhalen die in ons land zeer succesvol kunnen zijn. We zullen de suggestie van Groen meenemen. Ik ben zeker dat de minister van Cultuur dat zal onthouden en misschien kan gebruiken voor andere verhalen.

Ik ben niet uit mijn rol van voorzitter gevallen, maar ik heb eigenlijk gereageerd als vertegenwoordiger van de N-VA.

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega's, ik dank u voor de bijkomende vragen en bedenkingen. Het zijn thema's die we zeker zullen meenemen in de bespreking met de collega's.

De keuze van de Vlaamse stad is de bevoegdheid van Cultuur, maar het spreekt voor zich dat daarover ook wordt gesproken binnen de regering. We zullen het opvolgen.

De suggestie van Leuven en Louvain-la-Neuve is inderdaad interessant, om vele redenen. Collega Vanlouwe heeft een bepaalde insteek gegeven, maar misschien dat er bij collega Bex ook andere beweegredenen meespelen. Het zou mij ook wel benieuwen om te weten of de vraagstelster, collega Ampe, een concreet voorstel heeft, want dat kan wel inspirerend zijn voor Jan Jambon.

Mevrouw Ampe heeft het woord.

Ik zal er eens over nadenken. (Gelach)

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.