U bent hier

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, wij hebben onlangs via de media mogen vernemen dat de Vlaamse Regering op uw voorstel beslist heeft dat wie in de toekomst wil gaan werken bij de Vlaamse overheid daarvoor niet altijd meer per se en automatisch een diploma moet kunnen voorleggen, maar dat ook de Vlaamse overheid zou gaan werken met het systeem van de beroepskwalificaties. Daar zijn we natuurlijk heel blij mee omdat daarmee de overheid meegaat in een evolutie die ook op de private arbeidsmarkten gestart is. Daarbij gaat men minder kijken naar het diploma en welke studies mensen gevolgd hebben, maar geeft men ook de kans aan mensen die door jarenlange ervaring en door in een bepaalde sector te werken, kunnen aantonen dat zij voldoende kwalificaties hebben om een bepaalde job uit te oefenen.

Ik denk dat dat ook voor VDAB perspectieven biedt. We hebben immers het voorbeeld gezien van VDAB, die op de private arbeidsmarkt mensen die niet het juiste diploma hebben naar een job probeert te leiden, maar zelf geen gebruik kan maken van het systeem om bijvoorbeeld de vacatures in te vullen die bij VDAB zelf openstaan. Wij hopen dus dat we met die genomen principebeslissing daar een einde aan kunnen maken.

Ik had enkele vragen rond die principiële beslissing die de Vlaamse Regering heeft genomen. 

Hoe zal de uitrol van dat nieuwe systeem gebeuren bij de Vlaamse overheid?

Zal dat gefaseerd zijn binnen bepaalde departementen, externe verzelfstandigde agentschappen (EVA’s) of interne verzelfstandigde agentschappen (IVA’s), of voor bepaalde functies?

Kan er met de openstelling van vacatures op basis van beroepskwalificaties volgens u ook een groter bereik gehaald worden bij kansengroepen? We denken onder andere aan neet-jongeren (not in education, employment or training), kortgeschoolden of mensen met een migratieachtergrond.

Denkt u met deze maatregel ook niet-actieven of anders-actieven, zoals we ze tegenwoordig ook noemen, te kunnen aanboren?

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Dank u wel voor uw interessante vraag, collega Ongena.

Wat de Vlaamse Regering gaat proberen te doen, namelijk elders verworven competenties ook aanvaarden als een weg om actief te worden binnen de Vlaamse administratie, is toch wel een zeer fundamentele en heel belangrijke beslissing, denk ik. Ik wil even schetsen hoe we dat juist doen en wat de structuur is. Eigenlijk begint het verhaal bij het decreet van 26 april 2019. De vorige regering heeft daar een decreet gemaakt dat in totaal 461 verschillende beroepskwalificaties identificeert. De Vlaamse Regering moet nu voor elk van die beroepskwalificaties de standaarden van de elders verworven competenties vastleggen. Per beroepskwalificatie gaat men bepalen welke vaardigheden die men elders verworven heeft, dus niet op basis van diploma, men nodig heeft om in aanmerking te komen om te voldoen aan deze beroepskwalificatie. Zo heeft de Vlaamse Regering er al 10 vastgelegd, vorige vrijdag zijn er opnieuw 27 ter sprake gekomen, nu vrijdag gaan er nog eens 50 ter sprake komen, en zo gaan die stelselmatig ingevuld worden. Elk van die elders verworven kwalificatiestandaarden worden gelinkt aan de Vlaamse kwalificatiestructuur.

Het is namelijk technisch, maar ik probeer het toch duidelijk te maken. Die structuur is een ladder van 0 tot 8. Elk van die 461 beroepskwalificaties worden daar ingeschoven, naargelang het niveau. Die ladder is op haar beurt gekoppeld aan het Vlaams personeelsstatuut dat u kent: A, B, C, D. Heel concreet: je bent kinderverzorgster – een van die 461 beroepskwalificaties – als je een bepaald diploma hebt, maar je kan het ook zijn op basis van elders verworven kwalificaties. Die worden gedefinieerd door de Vlaamse Regering. Indien men daaraan voldoet, komt men ook in aanmerking om kinderverzorgster te worden. Die kinderverzorgster wordt dus ingeschaald op de schaal van 0 tot 8. Als men ingeschaald is op niveau C – dat staat gelijk met 7 –, dan kan men op dat niveau solliciteren voor elke functie bij de Vlaamse administratie die ook van niveau C is of lager. Dat is de methodologie om, naast de diploma's, een ander systeem te introduceren waar mensen op basis van elders verworven kwalificaties in aanmerking kunnen komen voor een job.

Is dat vrijblijvend? Neen. De Vlaamse Regering doet dit op voorstel van een commissie die bestaat uit de Vlaamse Sociale Inspectie en de mensen uit de onderwijswereld die heel duidelijk definiëren. De Onderwijsinspectie doet dit voor de niveaus 1 tot 4 en de experten, aangeduid door de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR), voor de hogere functies of functies gelijkwaardig aan een universitaire graad.

Dit nieuwe systeem wordt nu langzaam maar zeker in stelling gebracht. Wat hebben wij principieel gedaan in de schoot van de Vlaamse Regering? We hebben op 31 januari beslist dat wij het Vlaams personeelsstatuut zullen wijzigen. Door die wijziging kunnen de elders verworven competenties, de standaarden, de beroepskwalificaties in aanmerking komen om te werken bij de Vlaamse administratie.

Deze beslissing moet nu met de vakbonden worden onderhandeld. Daarna gaat ze naar de Raad van State en dan kan ze definitief in werking treden.

Betekent het dat we ze geleidelijk uitrollen? Neen, omdat we via het Vlaams personeelsstatuut werken, geldt het ineens horizontaal voor de hele organisatie, voor elke beroepskwalificatie waarvan de standaarden van de elders verworven competenties definitief zijn vastgelegd en waarvoor de Vlaamse kwalificatiestructuur ook is ingevuld door te bepalen op welk niveau ze zijn ingeschaald, om het in die termen te zeggen.

Wij denken dat hierdoor een aantal groepen die vandaag, vaak ten onrechte, niet of onvoldoende kansen hebben op de arbeidsmarkt, worden ingeschakeld. Het gaat vaak om kortgeschoolden, de zogenaamde neet-jongeren (not in education, employment or training), die op basis van competenties die ze wel hebben verworven of willen verwerven, een kans kunnen maken om bij de Vlaamse administratie terecht te kunnen. Het zal hopelijk ook een hefboom zijn – daar zijn we alleszins van overtuigd – om mensen die vandaag niet aan de slag zijn of niet actief op zoek zijn naar een job, aan te moedigen om actief te worden en onze activiteitsgraad op te tillen tot de 80 procent die Vlaanderen beoogt.

Dit zijn volgens mij de belangrijkste elementen, tamelijk technisch, in het antwoord.

De heer Ongena heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw toelichting. Het is een zeer belangrijke doorbraak. De arbeidsmarkt in Vlaanderen kampt met een grote krapte. Er zijn heel wat vacatures die moeilijk ingevuld geraken. Het zal voor de overheid natuurlijk ook een uitdaging worden om goede arbeidskrachten te vinden, onder strikte voorwaarden – dat moeten we voldoende benadrukken. Het is niet omdat je zegt dat je een ervaring of kwalificatie hebt, dat je meteen wordt aanvaard. Er zijn voldoende duidelijke eisen om de beroepskwalificatie aan te tonen en dat moet worden benadrukt, maar het is wel belangrijk dat men die opening maakt en dat men afstapt van soms te stringente diplomavereisten.

Minister, ik heb begrepen dat het samenhangt met beslissingen die – ik vermoed – onder impuls van minister Crevits naar de Vlaamse Regering gaan. Er is nu een eerste lijst van tien beroepen. Het gaat over een heftruckchauffeur, een fitnessbegeleider. Ik weet niet of dat meteen jobs zijn die binnen de Vlaamse overheid in beeld komen. Ik vermoed dat een fitnessbegeleider binnen de overheid hier en daar ook nuttig kan zijn, maar het gaat niet meteen over een grote massa jobs.

Die lijst zal de komende weken en maanden langer worden, want u zegt dat er 27 en nog eens 50 bij gaan komen. Zult u er dan mee over waken dat daar echte beroepen en functies in komen die voor de overheid belangrijk kunnen zijn en die effectief voor een doorbraak kunnen zorgen binnen de vele jobs en vacatures bij de Vlaamse overheid, ook bij de EVA’s en de IVA’s en dus ook bij VDAB zelf? Zult u er mee over waken dat er dan ook snel voldoende van die overheidsfuncties goedgekeurd worden?

De heer Vandeput heeft het woord.

Ik dank de minister voor zijn antwoord. De keuze die gemaakt wordt om voorrang te geven aan wat iemand kan of kan bijdragen, boven op het stuk papier dat men kan voorleggen op basis van wat men vroeger ooit bewezen heeft, is in elk geval een goede zaak. Het is ook een goede zaak dat daardoor meer mensen kunnen worden ingeschakeld.

Ik heb een aantal bijkomende vragen, minister. Tot nu hebt u vooral gefocust op de Vlaamse overheid zelf als werkgever. U bent ook voogdijminister van de gemeenten. In dat kader is ‘the proof of the pudding’ natuurlijk altijd ‘in the eating’. Ook daar zijn de noden hoog, maar staat men vaak met de rug tegen de muur, vanwege de mogelijkheden die men heeft om op lokaal niveau dat soort dingen uit te zoeken en dergelijke meer. Kunt u aangeven in welke richting zo’n erkenning zal gaan? Is dat iets wat voor elke functie opnieuw apart zal moeten worden beschreven en meegedeeld aan mensen? Of is het zo dat iemand zijn ervaring en de kwalificatie die hij daarmee verwerft, geattesteerd zal zien en als dusdanig toegang zal krijgen tot een aantal beroepskwalificaties?

Zult u aan de lokale besturen de mogelijkheid geven om wat op Vlaams niveau wordt afgesproken, redelijk eenvoudig over te nemen in de lokale rechtspositieregeling, zodat dat kan worden toegepast? In dat geval zal het noodzakelijk zijn dat er op de een of andere manier extern een beroepskwalificatiecertificaat of iets in die aard zal komen, dat ook voor de gemeenten bruikbaar is, want ik zie niet in hoe lokale besturen zelf die vergelijkingen gaan kunnen maken.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijnheer Somers, u hebt het vrij technisch uitgelegd, maar ik heb nogal gemengde gevoelens bij het principe. Enerzijds vind ik het goed, omdat ik zelf heel wat mensen ken en ook hoor van bedrijfsleiders dat er heel wat mensen zijn die geen diploma hebben of een diploma van niet zo’n hoge aard, maar die toch bekwaam genoeg zijn of zelfs bekwamer zijn dan mensen mét een bepaald diploma. Dat is een realiteit en deze maatregel kan daaraan tegemoet komen.

Anderzijds maak ik me wel zorgen over een eventueel verlies aan kwaliteit. Ik denk dat dat een van de belangrijkste zaken is waar wij en u over moeten waken, dat er zeker geen verlies is van kwaliteit bij de mensen die op die basis worden aangeworven.

De heer Warnez heeft het woord.

Ik sluit aan bij de collega’s van de meerderheid, die aangaven dat het een goed initiatief is. Het is belangrijk dat we als overheid als voorbeeld kunnen zeggen dat andere competenties belangrijker zijn dan diploma’s.

Volgens het Vlaams personeelsstatuut (VPS) kunnen we eigenlijk al, zij het in beperktere versie, mensen veeleer gaan aanwerven op basis van hun kunnen en kennen dan op basis van het juiste papiertje. Volgens artikel III 3, § 2, van het Vlaams personeelsstatuut kan een lijnmanager al beslissen om personeelsleden aan te werven en in het selectiereglement opnemen dat het niet nodig is dat ze een diploma, studiegetuigschrift, ervaringsbewijs of toegangsbewijs kunnen voorleggen.

Minister, weet u of die procedure dikwijls wordt gebruikt in het geval er geen diploma, studie of getuigschrift is vereist? Wordt daar regelmatig gebruik van gemaakt?

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik ben vooral blij dat de Vlaamse Regering heeft beslist om eerder verworven competenties volwaardig mee te laten tellen bij aanwervingen. Daar wordt al heel lang over gesproken. Eerder verworven competenties zijn minstens even belangrijk, zonder afbreuk te doen aan diploma's. Wat mensen kunnen, moet centraal staan. Ik ben blij dat na jarenlange discussie de beslissing wordt genomen dat ook de Vlaamse overheid op die manier gaat rekruteren.

Minister, ik wil u wel twee belangrijke bijkomende zaken meegeven. Als u dat gaat uitrollen, is het belangrijk dat de mensen mee zijn. Er zijn dan twee zaken waarop u moet letten. Enerzijds moet u ervoor zorgen dat de mensen die zelf niet over diploma's beschikken, via de kanalen die hen bereiken, te weten komen dat ze kunnen solliciteren voor die jobs, dat ze weten dat ze daarvoor in aanmerking komen en die stap kunnen zetten. Zorg er dus voor dat die mensen ook weten dat ze kunnen solliciteren voor die jobs, ook al hebben ze geen diploma's.

Anderzijds moet u ervoor zorgen dat de mensen die de rekrutering doen, zich niet gaan blindstaren op die diploma's. Dat is een valstrik die we heel vaak zien. Organisaties proberen zich goedbedoeld te focussen op eerder verworven competenties, maar er blijft toch nog altijd een soort van diplomafetisj, waardoor niet altijd wordt gekeken naar wat iemand kan in plaats van wat hij op een papier heeft staan.

Minister, doe zo verder, maar let vooral op die valstrikken en zorg ervoor dat we geen valse start nemen.

Minister Somers heeft het woord.

Minister Bart Somers

Ik dank iedereen voor deze over het algemeen constructieve en positieve evaluatie van het uitbreiden van het systeem. De bezorgdheid die sommigen hebben geuit over de kwaliteitsbewaking, is ook de zorg van de regering. Dat spreekt vanzelf. Het is dus niet zo – soms wordt daar een karikatuur van gemaakt – dat iemand ‘ik kan dat’ zegt en dat dat voldoende is om in aanmerking te komen.

Het is het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), los van onderwijskwalificaties en studietoelagen, dat verantwoordelijk is om de elders verworven competenties te definiëren per beroepskwalificatie. Ze gaan dat op een onderbouwde manier doen. Ze zullen zeggen: ‘Als je kinderhelper wil zijn, dan zul je die en die vaardigheden moeten hebben, als je niet het diploma hebt.’

Het is ook niet genoeg om te zeggen: ‘Ik heb die vaardigheden.’ Die vaardigheden worden getest of nagekeken, hetzij bij VDAB, hetzij bij opleidingscentra, hetzij bij andere centra die de Vlaamse Regering in de toekomst mogelijks nog erkent. Dat zijn professionele organisaties, die daar op een ordentelijke manier mee omgaan. Zij zullen bepalen of persoon X, Y of Z al dan niet de elders verworven competenties, die gedefinieerd zijn op een wetenschappelijk onderbouwde wijze, ook daadwerkelijk heeft. Dat is de logica van het systeem.

Ik heb begrepen dat hier en daar wordt gedacht dat iedereen nu zomaar aan de bak komt. Neen, het is een goed uitgebouwd systeem dat ook zou kunnen worden gebruikt door de lokale besturen. Als VDAB of een opleidingscentrum van persoon A, B of C vaststelt dat hij in het bezit is van die kwalificaties, dan is het voor een lokaal bestuur natuurlijk ook interessant, wanneer ze een vacature plaatst, om zich open te stellen voor de elders verworven competenties en zich inschakelt in het Vlaamse systeem.

Vandaag kunnen lokale besturen dat al. In de rechtspositieregeling van de Vlaamse besturen, die al een tiental jaar bestaat, staat vandaag al de mogelijkheid ingeschreven om zelf te bepalen wat men onder die elders verworven competenties verstaat. Natuurlijk zal elke gemeente of elke stad dat voor een stuk op eigen kracht doen. Er zijn gemeenten en steden die daar vandaag al tamelijk ver in gaan. Hier krijgen we een gestructureerd en goed onderbouwd systeem om op verstandige wijze met veel kwaliteitscontrole en -bewaking om te springen met hoe we met die elders verworven competenties zullen omgaan.

Mijnheer Ongena, u verwijst naar de eerste tien, maar een uitbeender zal de Vlaamse administratie niet zo snel nodig hebben. Alhoewel, de voorzitter kijkt bedenkelijk; hij ziet misschien wel mogelijkheden. (Gelach)

Wij gaan er veel meer hebben dan de eerste 10. In de vorige regering hebben we de volgende 27 besproken. Komende vrijdag gaan we er opnieuw 50 bespreken. Die worden 1 voor 1 aangeleverd door het agentschap of de commissies die daarvoor verantwoordelijk zijn. Zij maken de profielen op en leggen die ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.

Het gaat in een hoog tempo en ik hoop dat het zo blijft verdergaan. Ik ben ervan overtuigd dat, eenmaal men er 100 of 150 heeft, er heel veel in aanmerking komen om bij de Vlaamse administratie te beginnen. Men mag niet vergeten dat mensen worden ingeschaald, en die inschaling kan men wat vergelijken met een diploma. Als men wordt ingeschaald op niveau C, dan kan men solliciteren voor alle functies bij de Vlaamse overheid op niveau C, tenzij er heel specifieke andere voorwaarden worden gesteld. Men heeft dus ook een generalistische toegang verworven – ook niet onbelangrijk – om zijn mogelijkheden om binnen de Vlaamse administratie te werken, te vergroten.

De vraag van collega Annouri is volgens mij een algemene vraag. Het is inderdaad zo dat een nieuw systeem een stuk uitleg en bekendmaking vraagt, zowel bij de overheden zelf als bij de potentiële cliënten. We moeten het absoluut doen. Ik zou er nog even mee willen wachten om dat op poten te zetten, natuurlijk samen met minister van Werk Crevits, omdat dit een instrument is dat ook voor de private sector heel veel mogelijkheden en potentieel in zich draagt.

We moeten een goed evenwicht vinden bij het afstappen van het diplomafetisjisme zonder de fout te maken om een nivellering naar beneden te organiseren. We krijgen vandaag te veel signalen vanuit het bedrijfsleven en de administratie. Men mag vandaag ook al afwijken van de lijst van knelpuntberoepen en die lijst wordt steeds langer. Ook voor die beroepen mag men vandaag al van de diplomavereisten afwijken. Als men er dan toch van afwijkt, laat ons dan goed definiëren wat een elders verworven competentie echt is die gelijkwaardig is aan een diploma. Die lat ligt – voor wat ik gezien heb – absoluut niet laag. Men blijft een niveau bewaken, en dat blijft ook belangrijk in de toekomst.

De heer Ongena heeft het woord.

Ik ben blij om vast te stellen dat er een kamerbrede steun is voor het feit dat we ook bij de overheid willen afstappen van het diplomafetisjisme, natuurlijk met goed te bewaken dat de kwaliteit overeind blijft en dat niet iedereen die zegt dat hij dit of dat kan, ook meteen wordt aangenomen.

Ik ben ook blij om vast te stellen dat de lijst wordt uitgebreid, want daar staat of valt het hele systeem mee. We moeten opletten dat het geen dooie mus is. Het is goed dat die lijst snel wordt uitgebreid en dat u dat mee opvolgt, zodat de overheden en ook de lokale besturen – een belangrijke opmerking van collega Vandeput – er snel gebruik van kunnen maken om de juiste mensen te vinden voor hun vele vacatures.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.