U bent hier

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, sinds begin dit jaar is het Landbouwrampenfonds stopgezet en werd de brede weersverzekering ingevoerd. We hadden het in deze commissie al een paar keren daarover. Ik wil niet te snel te paniekerig worden over de praktische uitvoering van een en ander. Een nieuw stelsel heeft enige tijd nodig om te groeien en om zijn weerslag te krijgen op het terrein, maar gelet op de veelvuldige calamiteiten waarmee onze boeren de afgelopen jaren werden geconfronteerd, gaande van langdurige droogte over vrieskou tot bovenmatige neerslag, is het van groot belang dat onze landbouwers zich correct kunnen verzekeren tegen schade. We merken op het terrein dat de sector dat goed heeft begrepen en dat er een divers aanbod van polissen en verzekeringsmaatschappijen is, en dat boeren en landbouwers actief worden aangespoord om zich te verzekeren. Zij zijn daar ook actief mee bezig.

We merken daardoor ook wel dat sommige uitvoeringsmodaliteiten – dat kan decretaal een probleem zijn, het kan zijn dat de uitvoering een probleem vormt – zorgwekkend en soms gewoon niet praktisch zijn. Meer bepaald in de fruitsector blijkt dat zonnebrandschade uitgesloten is als verzekeringsmotief. Dat is problematisch omdat uitgerekend vorige zomer – we kennen het probleem – de extreme hitte en zonnebrandschade door het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) werd bestempeld als uitzonderlijk en waarvoor nog altijd een erkenning loopt bij het Landbouwrampenfonds. Het kan niet de bedoeling zijn dat een brede weersverzekeringspolis minder dekking geeft dan het vroegere Landbouwrampenfonds.

Daarnaast – het praktische probleem – verwachten de verzekeringsmaatschappijen dat boeren hun brede weersverzekeringspolis betalen in de maand september. Dat is in die sector een ongelukkig tijdstip, omdat boeren op dat ogenblik andere zaken aan hun hoofd hebben, de oogst bijvoorbeeld, maar ook omdat ze financieel in de moeilijkste periode van het jaar zitten.

Minister, bent u op de hoogte van het uitsluiten van zonnebrandschade in verzekeringspolissen voor fruittelers?

Is de uitsluiting van dit soort parameters, die blijkbaar wel in aanmerking kwamen voor het Landbouwrampenfonds, conform de filosofie van de brede weersverzekering?

Hoe staat u tegenover de verwachting van de verzekeringsmaatschappijen om de polissen voor de brede weersverzekering in de moeilijke maand september te laten betalen? Dat is natuurlijk niet uw verantwoordelijkheid, maar goed.

Zult u daarover in gesprek treden met de verzekeringsmaatschappijen?

Zult u werk maken van een snelle evaluatie van de brede weersverzekering en daarbij de sector actief betrekken teneinde meteen paal en perk te stellen aan dit soort kinderziektes?

De heer Vandenhove heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil me aansluiten bij de collega en zal niet te veel herhalen. Ik zal zijn vraag breder opentrekken.

Ongetwijfeld bent u op de hoogte van de problemen en kinderziektes waar het systeem momenteel mee kampt.

Worden alle aangehaalde problemen geïnventariseerd door uw kabinet en/of de administratie?

Voorziet u op basis van zo’n inventaris een gestructureerd overleg met de erkende verzekeringsmaatschappijen?

Bent u, los van wat de beroepsorganisaties doen – en ik wil daar geen afbreuk aan doen want ze doen dat heel goed – ook nog van plan om vanuit de officiële instanties een informatiemoment te organiseren voor de sector?

Het is een stelling van mij en een politieke keuze. De verzekeringsmaatschappijen zijn zo ongeveer de laatste sectoren die buiten schot blijven. Toen deze maatregelen genomen werden, had u wellicht kunnen denken dat zij specialisten zijn in de kleine lettertjes en misschien in de laatste plaats bezorgd zijn om de landbouwers en de sector. In welke mate bent u – op basis van bepaalde zaken die zich nu eventueel voordoen – van plan na een evaluatie al dan niet nog aanpassingen door te voeren?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dit dossier bekommert mij ook zeer sterk, vooral de uitvoering en de implementatie. U weet wellicht dat er in ons land maar één teeltrisico verzekerbaar was en dat was hagelschade. Voor andere weersrisico’s was er geen enkele verzekering die dekking bood aan onze landbouwers. Dankzij die steunmaatregel voor de brede weersverzekering zijn we er nu in geslaagd om daar verandering in te brengen. Er zijn sinds dit jaar vijf verzekeraars die een brede weerverzekering aanbieden en meer dan louter hagelschade dekken.

Voor welke risico’s verzekeraars exact dekking bieden, en tegen welke voorwaarden, bepalen zij zelf. Dat behoort tot hun private ondernemingsvrijheid. Als overheid definiëren we alleen de minimumnormen waaraan een verzekeringspolis moet voldoen om voor steun in aanmerking te komen. Die minimumnormen zijn de basis voor alle verzekeraars die een subsidiabel product op de markt willen brengen.

Ze bieden de landbouwers de garantie dat ze, als ze een polis afsluiten voor een erkend product, nadien effectief van de steun kunnen genieten. Naast de minimumnormen kunnen verzekeraars zich ook commercieel onderscheiden in de markt door productspecifieke bepalingen te definiëren.

Het is de eerste keer dat we iets regelen dat zoveel individuele ruimte laat aan de markt. Dat houdt risico’s in, maar het is ook een goede zaak omdat we ons op innovatief terrein begeven. De implicatie daarvan is dat de vijf erkende verzekeringsproducten niet identiek zijn. Dat zou ook niet gezond zijn want dan zouden we als overheid de marktwerking belemmeren. Het komt erop aan dat de landbouwer een keuze maakt voor het product dat het meest is afgestemd op zijn bedrijfssituatie, zoals men dat voor andere types van verzekeringen ook doet. Voor de ene landbouwer zal de dekkingsgraad misschien de doorslag geven, voor de andere de verschuldigde verzekeringspremie voor zijn teelten van dat jaar enzovoort. Verzekeringen zijn altijd een vorm van risicobeheer. Het komt de landbouwer toe om die risico-inschatting voor zijn eigen bedrijf te maken.

Ik kom terug op de minimumnormen. We hebben bepaald dat minimum zes risico’s moeten worden gedekt om voor de steun in aanmerking te komen. Dat zijn hagel, vorst, storm, ijs, hevige of aanhoudende neerslag en ernstige droogte. In theorie hadden het er meer kunnen zijn, maar dat zou niet verstandig en haalbaar zijn geweest. Het vertrekpunt was immers dat er slechts voor één verzekerbaar risico een product op de Belgische markt voorhanden was, zijnde hagel. Als we verzekeraars zouden verplichten om allemaal onmiddellijk meer risico’s te dekken, dan zouden de verzekeringsproducten logischerwijs een stuk duurder zijn geworden, en is het maar de vraag of er überhaupt verzekeraars zouden zijn opgestaan om een product aan te bieden.

We hebben ons voor deze keuze gebaseerd op ervaringen uit het buitenland. Met de vooruitgang van slechts één verzekerbaar risico, namelijk hagel, naar minstens zes risico’s vanaf 2020, hebben we een aanvaardbaar evenwicht gevonden.

Andere bijkomende risico’s zoals zonnebrand kunnen verzekeraars uiteraard ook aanbieden, bijvoorbeeld om zich te onderscheiden van de concurrentie. Het is ook zo dat niet alle landbouwteelten even zonnebrandgevoelig zijn. Voor bijvoorbeeld droogte of extreme neerslag ligt dat anders. Er is dus maatwerk nodig.

Verzekeraars kunnen ook jaarlijks aanpassingen doen aan hun polis en hebben dan de commerciële vrijheid om extra risico’s toe te voegen in de toekomst. 

Daarnaast is er ook de mogelijkheid dat nieuwe verzekeraars een aanvraag tot erkenning doen met een verzekeringsproduct waarbij zonnebrand wel is opgenomen als bijkomend risico. Met ‘nieuwe verzekeraars’ bedoel ik verzekeraars die voor het eerste jaar geen erkende polis hebben aangeboden. Dat hoeven niet noodzakelijk de klassieke bankverzekeraars te zijn; ook onderlinge verzekeringen van landbouwers zelf zijn toegestaan in onze steunregeling. In het buitenland zijn er meerdere voorbeelden van landbouwers of fruittelers die zelf een onderlinge of coöperatieve verzekering organiseren. Als je zelf eigenaar bent van een verzekeringsproduct, dan kun je als eigenaar uiteraard ook zelf beslissen welke risico’s je al dan niet verzekert en tegen welke voorwaarden.

Een ander element is de uitbetaling van de steun aan de landbouwers die hun teelt verzekerden in het betrokken jaar. Omdat we ons ervan bewust zijn dat een snelle uitbetaling van de steun aan de landbouwbedrijven belangrijk is, hebben we als doel om deze betaling nog te doen op het einde van dit kalenderjaar. Dat impliceert dat de vereiste controles vooraf moeten zijn gebeurd, want betalingen kunnen uiteraard maar gebeuren als aan de voorwaarden voldaan is. Om dus snel te betalen aan de landbouwers, kunnen we slechts met premies die aan verzekeraars zijn betaald tot en met 30 september 2020, rekening houden in de berekening. Het is niet aan ons om te bepalen wanneer de premie moet worden betaald, maar we kunnen niet verder gaan dan eind september als men wil dat er nog in datzelfde jaar wordt uitbetaald. Dat is de reden waarom september als eindmoment is vooropgesteld.

Wat betreft de gesprekken met de verzekeringsmaatschappijen en de vraag van collega Vandenhove: op het vlak van uitvoeringsmodaliteiten probeer ik te verzekeren dat mijn administratie in zeer nauw contact staat met de aanbieders van de erkende verzekeringspolissen in Vlaanderen en ook met de sector. Er is heel veel overleg. In het voorjaar is een volgend overleg gepland, waar een aantal praktische uitvoeringmodaliteiten van de subsidieregeling besproken zullen worden. We zijn net gestart, collega’s. We hebben nog geen ervaring met de praktische uitvoering van het systeem in Vlaanderen. Als we het volledige proces van de subsidieregeling een keer doorlopen hebben, tot en met de uitbetaling van de subsidie aan de landbouwers, zal een evaluatie gebeuren. Evalueren terwijl er nog geen enkele subsidieaanvraag kon worden ingediend, lijkt me weinig zinvol. Je moet eerst de kans geven om het systeem te laten werken. Ik ben trouwens gaan spreken op een avond waar een van de verzekeraars uitleg kwam geven. Ik stel vast dat er ongelooflijk veel aandacht en interesse is bij de boeren. Nadien heb je natuurlijk diverse commentaren: ‘het werkt voor mij’ of ‘het werkt niet voor mij’. Maar ik voel wel dat men op de inspanningen die gebeuren door de landbouworganisaties en door de aanbieders inpikt, en dat men ernaartoe gaat. Dat is al één iets dat je nodig hebt. De evaluatie over of het nu een goed product is of niet, moeten we samen bekijken, maar dat komt in eerste instantie de individuele landbouwer toe.

Als u mij kent, weet u dat ik communicatie ontzettend belangrijk vind, ook voor onze diensten. Er is eerst en vooral voor gezorgd dat de website van het departement steeds aangevuld is met alle actuele informatie. Op de Werktuigendagen in Oudenaarde werden de erkende verzekeringspolissen tijdens een persmoment bekendgemaakt. Ter gelegenheid hiervan werd ook een flyer gemaakt, die op Agribex aan alle boeren verspreid werd. Op Agribex is door het departement ook een infosessie georganiseerd, waarop aanbieders van erkende verzekeringen hun product en de bijhorende voorwaarden kwamen toelichten. De presentaties en filmpjes hiervan zijn ook terug te vinden op de website van ons departement. Op Agro-Expo in Roeselare werd op onze stand doorlopend een presentatie getoond over de weersverzekering. Er zijn ook vier persberichten verstuurd en verspreid via de landbouwpers. Een vijfde persbericht over de manier waarop landbouwers de subsidie aanvragen in de verzamelaanvraag is deze week vrijgegeven. We hebben geprobeerd het voor de landbouwers eenvoudig te maken, dat ze dus de terugbetaling van de premie zoals wij die voorzien hebben, in de verzamelaanvraag mee in één hokje kunnen kleuren, dat ze geen apart formulier moeten indienen. De landbouwers waarvan we een emailadres hebben, hebben drie nieuwsflashes gekregen met rechtstreekse informatie. Het thema komt ook aan bod tijdens de studiedagen voedergewassen, sierteelt en groenten, die deze winter door onze sectoradviseurs zijn georganiseerd. Dat zijn enkel de zaken die van onze diensten komen. Daarnaast zijn onze landbouworganisaties ook zeer actief om goede informatie te verschaffen, vind ik persoonlijk, maar u hebt dat allebei ook gezegd. Je ziet ook dat de verzekeraars zelf heel veel initiatieven nemen om tot bij de boer te geraken.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het antwoord. U hebt gelijk dat we bewust een speelruimte aan de markt gegeven hebben, en ik zal de laatste zijn om te zeggen dat de markt haar werk niet zal doen – dan zat ik in de verkeerde partij – maar ik hoop wel dat ook verzekeraars hier hun verantwoordelijkheid gaan nemen, omdat het deel van de fruitsector alleszins nood heeft aan die bijkomende beschermingen in verzekeringspolissen.

Ik begrijp dat we voor een evaluatie meer datagegevens nodig hebben en dat we dat niet te snel moeten doen, dat is redelijk. Misschien zouden we zo’n evaluatie op het einde van de eerste cyclus ook hier kunnen doen, voorzitter, dat we ook de praktische bekommernissen op het terrein hier kunnen horen en eventueel daar onze conclusies uit kunnen trekken.

Ik heb nog een bijkomende vraag, als het toch over rampen en erkenningen gaat. Hebt u eventueel al meer zicht op de erkenning van de schade van vorig jaar?

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, net zoals collega Coenegrachts vindt dat hij in de goede partij zit, neem ik aan dat dat voor mij ook zo is, dus ik heb niet zo veel vertrouwen in die grote vrijheidsgraden. Ik begrijp dat wel, zeker en vast ook het innovatieve, maar ik zou er toch op willen aandringen dat dat goed wordt opgevolgd.

We vernamen een en ander via de media, maar hebt u er een zicht op hoeveel landbouwers ondertussen hebben gebruikgemaakt van de optie van de weersverzekering? Als dat nu niet gaat, kunt u misschien een schriftelijk antwoord bij het verslag laten voegen, maar dat zou toch interessant zijn, want die cijfers zijn sterk verschillend naargelang de bron, de media die je raadpleegt.

Mevrouw Grosemans heeft het woord.

Minister, eerst en vooral vind ik het toch nog eens belangrijk om te benadrukken dat die brede weersverzekering echt wel een verbetering is ten opzichte van het Rampenfonds, omdat het KMI niet meer na de feiten een oordeel moet vellen over die weersomstandigheden, omdat de landbouwer nu op voorhand zijn polisvoorwaarden kent en weet waar hij aan toe is. We geven landbouwers dus keuzevrijheid en zekerheid, en ze hebben hun lot ook in eigen handen. Daar is uitvoerig over gecommuniceerd en er is gewaarschuwd dat men die polisvoorwaarden, die zogenaamde kleine lettertjes, goed op voorhand moest bekijken. Die polisvoorwaarden hebben we als overheid uiteraard niet in de hand. Dat is de commerciële vrijheid, zoals u terecht opmerkt, en ik sta daar ook achter, ik zit ook in de juiste partij. De Vlaamse overheid betaalt wel 65 procent van die verzekering terug, en zo moedigen we dat gebruik van die verzekering ook aan.

Ik wil er verder op wijzen dat we vooral rustig moeten blijven. We zijn inderdaad nog maar net gestart met die brede weersverzekering. Het is een overgangsfase en we beschikken op dit ogenblik over nog maar heel weinig gegevens. Minister, ik ben het dus met u eens dat we het best eerst die geplande evaluatie afwachten.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik wil me even hierbij aansluiten, omdat de vraagstelling belangrijk is om het thema van de brede weersverzekering in beeld te brengen en te houden. Collega’s, we hebben daar in het verleden diverse debatten over gevoerd. Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen. Vandaag hebben we de brede weersverzekering en we moeten ervoor zorgen dat die zo breed mogelijk bekend wordt en mee wordt gedragen vanuit de sector zelf, want het is natuurlijk door hen dat het initiatief vandaag moet worden genomen.

Minister, ik kan uw ervaring bijtreden dat er heel wat op het terrein wordt gedaan om de mensen te informeren en te begeleiden, om het hele systeem en de werking kenbaar te maken. Anderzijds ervaar ik ook wel op diezelfde contactmomenten die ik heb met landbouwers, dat er ook nog heel wat zijn die bij wijze van spreken nog aan het begin van hun opdracht staan, dat ze zich dus nog verder moeten informeren, keuzes moeten maken. Ik hoop dus dat we dat thema de komende maanden levendig houden, dat er diverse communicatie en opvolging gebeurt, zodat we de hele sector mee hebben met dit systeem.

Inderdaad, de verzekeringsmaatschappij maakt geen geld. We hebben dat al dikwijls gezegd. Dit is uiteindelijk een extra last die wordt gedragen door de sector, in eerste instantie met 35 procent van de premie. Dit zal de rechtszekerheid echter inderdaad wel ten goede komen, gelet op de duidelijkheid, de afspraken wanneer wordt uitbetaald, wat onzeker is in het systeem van het Rampenfonds. We waren natuurlijk ook in een systeem terechtgekomen waarbij de vraag werd gesteld of iets dat zich jaarlijks voordoet, nog uitzonderlijk is. Er was hier in het parlement een brede consensus toen we het decreet hebben besproken en goedgekeurd. Ik neem ook mee wat collega Coenegrachts zegt in functie van een evaluatie. Misschien moeten we inderdaad begin volgend jaar eens enkele van die verzekeringsmaatschappijen zien. Of misschien is er bijvoorbeeld een rapport van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV), we zullen wel zien. Er zal wel een evaluatiemogelijkheid zijn. We bekijken hoe we dat eventueel kunnen doen.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Er is een reden waarom we een brede weersverzekering in het leven hebben geroepen, die is niet uit de lucht komen vallen. De voorbije jaren werd er steeds vaker een beroep gedaan, en ook nog vorig jaar, op het algemeen landbouwrampenfonds. Dan is er gezegd dat we, zoals in Nederland, naar een manier moeten kijken om wat meer risico’s verzekerd te krijgen. Zo is de brede weersverzekering tot stand gekomen.

Wij hebben nog geen cijfers over hoeveel boeren er al dan niet hebben op ingetekend. De boeren kunnen, zoals ik al zei, de subsidie aanvragen in de verzamelaanvraag en die moet binnen zijn op 30 april 2020. Ik kan u dus nog geen cijfers geven. We kunnen dat pas daarna doen.

Je moet alle boeren kunnen bereiken en dat vraagt echt wel een intelligente inschatting  van wat de teelten zijn, wat men juist doet, hoe men zich kan verzekeren, wat het risico is. Die evaluatie moeten we met z’n allen nadien doen, maar nu moeten we het systeem wel een kans geven.

Hoe meer boeren zich aansluiten, hoe betaalbaarder het geheel zal zijn. Want als maar een heel beperkt aandeel zich aansluit, dan krijg je het risico niet gedekt en gaan de premies omhoog. We zouden tot een zo collectief mogelijk systeem moeten komen.

Ik begrijp uw opmerking over de vrijheidsgraden, mijnheer Vandenhove. Maar als je weet dat er maar een risico – hagelschade – werd gedekt door de verzekering en dat we nu vragen om er vijf die frequent voorkomen te dekken, dan vind ik het goed dat we dat op die manier gedaan hebben. Het is ook goed dat niet alle verzekeringsmaatschappijen gelijk zijn. Er is er een die zich echt zal richten op de fruitteelt. Dat is op zich een goede zaak, maar het blijft evident dat er voldoende premies moeten worden betaald om de risico’s te kunnen dekken, anders komt het systeem niet van de grond. Dat is een collectieve zorg. Wat ik dan weer goed vind, en dat heb ik zelf vastgesteld, is dat er heel veel boeren oprecht geïnteresseerd zijn en ook info willen of zich laten begeleiden om een juiste keuze te maken. Wordt vervolgd.

Ik heb het ook al in de andere commissie gezegd dat cijfers geven voor mij heel lastig is. 30 april is de deadline. Ik voorzie opnieuw dat een aantal mensen schriftelijke vragen zullen stellen. Ik vind het lastig dat je op den duur cijfers niet meer gewoon publiek mag maken. Ik had die datum ook niet kunnen vermelden. Ik zit dus op dit ogenblik wat gewrongen over al die cijfers die gevraagd worden. Het lijkt me ook heel raar om het cijfer van het aantal verzamelvragen die zijn ingevuld aan een parlementslid te geven die daar dan tien dagen een embargo op heeft om ermee naar buiten te komen. Ik zal dat echt opnemen met de parlementsvoorzitter omdat dit een heel vreemde situatie is die dreigt te ontstaan, maar dit is een persoonlijke beschouwing die ik maak.

Dus wordt vervolgd en ik denk dat de zorgen die we hebben gezamenlijk zijn.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Dank u, minister, de zorgen zijn absoluut dezelfde. Ik ben het met u eens dat we, nu we met die brede weersverzekering aan de slag zijn, even moeten doorgaan en dat we daarna de kinderziektes eruit zullen halen. We krijgen allemaal veel signalen, maar het is wel belangrijk dat we in het overleg met de verzekeringsmaatschappijen altijd goed meegeven wat wij op het terrein horen, en dat de voeding op een juiste manier gebeurt.

Voorzitter, fijn dat u het aanbod van die evaluatie aanneemt. Ik denk dat we daar ook de sector heel praktisch bij moeten betrekken en de landbouwers misschien ook eens moeten laten getuigen over hoe dat dan in zijn werk gaat.

Voor de rest kan ik alleen concluderen, en dit tot mijn groot genoegen, dat bijna elke spreker nog gelukkig is in de partij waarin hij verkozen is. Al zou het heel spectaculair zijn geweest mocht hier vandaag iemand zijn overstap hebben aangekondigd. (Gelach).

Alle gekheid op een stokje, toch bedankt minister voor uw antwoord. Wat betreft de afhandeling binnen het landbouwrampenfonds dring ik zoals steeds aan op bekwame spoed.

De heer Vandenhove heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.