U bent hier

Vrijdag 10 april zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op vrijdag 10 april zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 07:00u en duren tot 09:00u.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, vindt het onderhoud ’s ochtends vroeg plaats.
Onze excuses.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, ik heb deze vraag vorige week ingediend. Ik weet dat er ondertussen nog een aantal andere vragen hangende zijn met betrekking tot de btw, maar daar wil ik het nu heel duidelijk niet over hebben. De problematiek die ik hier wil aansnijden, is wel degelijk een probleem dat zich ruimer stelt. Ik focus me in mijn vraagstelling op amateurclubs, maar je zou diezelfde probleemstelling ook kunnen doortrekken naar professionele clubs, want daar zien we ook dat heel wat clubs, zeker die in 1B, in buitenlandse handen komen. Maar dat is een andere problematiek.

We zijn de voorbije periode opnieuw gevat door het feit dat een aantal amateurploegen, vooral in de provincie Antwerpen, nu reeds aankondigen dat ze ofwel de competitie staken of gaan degraderen, omdat ze een aantal zaken, vooral financiële, niet langer kunnen beredderen. Dat is niet nieuw. De voorbije jaren zijn er wel meer clubs geweest die een faillissement aanvroegen, een fusie aangingen, dan wel met een ander stamnummer verdergingen. Maar we stellen toch wel vast dat er een structureel probleem is. Tijden veranderen. Voetbal was heel lang de enige of bijna de enige sport in Vlaanderen die enorm veel belangstelling had, naast het wielrennen. Ondertussen moet voetbal de concurrentie aangaan, ook wat supportersaantallen betreft, met heel wat zaalsporten, hockey en dies meer. Het gamma is veel breder geworden. Ik zie dat ook in mijn eigen omgeving. Ik kom trouwens uit een kleine gemeente van minder dan tienduizend inwoners, waar we wel met fierheid kunnen zeggen dat we al vijftig jaar lang twee voetbalclubs hebben die in het nationale amateurvoetbal aantreden. Beide zijn ook ooit tot het op één na hoogste niveau doorgestoten. En het zijn clubs die nooit in faling gegaan zijn, die nooit gefuseerd zijn, die altijd op zelfstandige basis hebben kunnen werken en die dat ook met de nodige ratio gedaan hebben.

Maar er zijn een aantal problemen bij amateurclubs, minister. En die hebben inderdaad te maken met heel wat financiële aspecten. Ik verwees al naar supportersaantallen, maar er zijn ook de sponsors die afhaken. Waar clubs vroeger ook in grote mate eigenaar waren van of het beheer hadden over hun eigen patrimonium, stellen we vast dat meer en meer de vraag gesteld wordt aan lokale besturen om bij te treden en in te springen, om terreinen aan te leggen, om stadions te bouwen en dies meer. Elke club, elke gemeente, elke stad heeft zo wel haar eigen ervaring. Maar grosso modo is de vaststelling dat er steeds meer aan de lokale besturen gevraagd wordt, omdat de clubs het niet langer kunnen beredderen.

De voorbije periode zijn er vanuit Voetbal Vlaanderen en de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) wel wat lovenswaardige initiatieven gekomen om een betere opsplitsing te kunnen maken tussen het professionele, het semiprofessionele en het puur amateuristische voetbal. Maar ik meen te mogen zeggen, minister, dat dat niet stringent gebeurd is – dat is toch mijn aanvoelen. Laten we de vergelijking maken met Nederland: daar krijgen voetballers die op het niveau van eerste provinciale spelen niets, terwijl ze in Vlaanderen zelfs tot in vierde provinciale betaald worden, en geen kleine bedragen.

Voetbal Vlaanderen heeft ondertussen een aantal plannen om licentievoorwaarden op te leggen aan de amateurclubs van het nationale voetbal, dus eerste, tweede en derde amateurklasse. Ik denk dat dat goed is. Het is heel belangrijk, minister, dat we oog hebben voor dat financiële aspect, omdat dat ook een aantal concurrenties met zich meebrengt. Ik stel namelijk vaak vast dat clubs op de fles gaan doordat ze overmatig investeren en overmatige transfers doen, vaak bepaald door één of twee sterke sponsors. Maar als die sponsors om god weet welke reden afhaken, komen die clubs wel degelijk serieus in de problemen.

En het zijn de clubs die niet op die manier werken, die sportief onder druk staan omdat zij niet hun spelers kunnen behouden of degelijke spelers kunnen aantrekken. Ik durf te spreken van concurrentievervalsing omdat – het mag niet gezegd worden maar het is wel zo – er ook nog onder tafel wat toegeschoven wordt. Ik denk dat we in dezen man en paard kunnen noemen.

Ik heb onlangs nog een interview gehoord van de trainer van Knokke, die zijn beklag maakte over de leefbaarheid van het amateurvoetbal. In dit geval ging het over het eersteklasse amateurvoetbal.

Minister, het is een breed probleem. Ik ben me ook bewust van het feit dat we als politiek niet alles op orde kunnen zetten in dezen. Ik meen dat er heel veel verantwoordelijkheid ligt bij de clubs zelf. Clubs kunnen pas aangezet worden tot sportief gedrag wanneer ook de federatie zeer sterke regels oplegt.

Minister, wat is uw mening over de huidige problematiek in het amateurvoetbal? Ik weet dat het een vrij open vraag is. In hoeverre worden federaties en hun clubs nu reeds gestimuleerd om ook op andere vlakken beter samen te werken, eventueel personeel en werkingsmiddelen te delen enzovoort? In hoeverre kunnen wij en u als minister van Sport in dialoog gaan met Voetbal Vlaanderen? Ik denk immers dat dat uw geprefereerde gesprekspartner is om ervoor te zorgen dat de omstandigheden van dien aard zijn dat clubs op een gezonde manier kunnen werken.

Ik sluit af met een positieve noot. Ik stel vast, niet alleen bij het voetbal maar ook bij andere sporten, dat dankzij de inzet van tientallen, honderden vrijwilligers die de terreinen onderhouden, de kleedkamers poetsen, de kantine openhouden en noem maar op, vele Vlamingen op zaterdagavond of zondagnamiddag naar het voetbal kunnen gaan kijken en honderden sportievelingen hun hobby kunnen beoefenen, een hobby die bij sommigen al aanschurkt tegen een semiprofessioneel gegeven. Ik denk dat daar voor een deel het probleem zit waar het amateurvoetbal in Vlaanderen mee te maken heeft.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De financiële problemen waarmee sommige clubs uit het amateurvoetbal geconfronteerd worden, zijn helaas niet nieuw. Ter zake speelt een combinatie van factoren. Sommige clubs willen te snel groeien en hebben te hoge ambities in plaats van te gaan voor een duurzame, gestage groei. Dat is veelal een probleem. Sommige clubs zijn al te zeer afhankelijk van een grote sponsor. Zij staan of vallen bij gratie van die sponsor. Dat kan voor problemen zorgen. Ook ziet men de spelerslonen soms te groot. Als er dan blessures zijn, doen er zich problemen voor. De complexe fiscale regelgeving zal misschien een rol spelen, maar ik denk dat het vooral in de vorige oorzaken zit die ik heb opgesomd. Als je gaat voor een duurzame groei, dan moet je in je geografische perimeter, je actieradius, voldoende draagvlak hebben. Dat lijkt mij nogal essentieel.

Eigenlijk heeft dat allemaal gewoon te maken met de notie ‘goed bestuur’. Vanuit die problematiek begrijp ik ook het initiatief van Voetbal Vlaanderen om er via een licentiesysteem over te waken dat de clubs in tweede en derde klasse amateurs een correct financieel beheer voeren, dat ze een correcte sporttechnische omkadering zoeken, dat ze vooral investeren in de eigen jeugd, want ook dat is duurzaam investeren en duurzame groei, en dat zij een lokale verankering hebben. Voetbal Vlaanderen voorziet ook in de nodige begeleiding voor die clubs om die licentie te behalen.

Wat de ruimere vraag over het stimuleren van samenwerking en het versterken van federaties en clubs betreft, zullen we het Sportfederatiedecreet uit 2017 evalueren. We gaan daarbij na of en zo ja op welke wijze die verdere samenwerking kan worden gestimuleerd. Vandaag al worden kleinere sportfederaties via het project ‘shared services’ gestimuleerd om intensiever samen te werken. De Vlaamse Sportfederatie trekt dat project. In 2019 zijn er acht concrete trajecten opgestart, waarbij zoveel mogelijk sportfederaties betrokken werden. Het gaat dan over databeheer, ledenbeheer, communicatiedesign, huisvesting, vervoer, maaltijdcheques. Dit jaar worden een aantal lopende trajecten voortgezet en gaat men op zoek naar aanknopingspunten met kleine sportfederaties die nog niet in dat traject zijn gestapt.

Op clubniveau subsidiëren we ook de Vlaamse Sportfederatie om ondersteuning te bieden aan sportclubbestuurders via het Dynamo Project en het project Clubgrade. Het Dynamo Project wordt gebruikt om clubbestuurders te ondersteunen op administratief en bestuurlijk vlak, en moet dus zorgen voor een professionalisering.

Daarnaast lopen momenteel ook drie meer experimentele projecten rond het versterken van clubs op diverse vlakken, vooral inzake samenwerking. In het project Clubgrade worden clubs begeleid om hun beleidsvoerend vermogen te versterken en na te gaan hoe ze operationeel op lange termijn kunnen denken en hoe ze een meerwaarde kunnen betekenen voor de lokale gemeenschap en zichzelf ook via die weg beter kunnen verankeren.

Daarnaast is er het ‘M-club’-project, waarbij bevindingen van de KU Leuven en de UGent over een nieuwe coachstijl op basis van motiverend coachen worden vertaald naar een sportclubcontext.

En dan is er ook nog het project Sportwijk X, dat vorige jaar van start is gegaan en dat inzet op samenwerking, bestuurlijke efficiëntie en de maatschappelijke verantwoordelijkheid bij sportclubs. In Sportwijk X wordt de samenwerking tussen sportclubs gestimuleerd in drie steden: Aalst, Mechelen en Antwerpen. Men tracht zoveel mogelijk clubs te bewegen tot enige samenwerking. Het gaat dan over een meer professionele organisatie, een beter sportaanbod en een hogere sociaal-maatschappelijke waarde van de sportclubs. Het Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB) zorgt daarbij voor de nodige ondersteuning.

We zetten dus wel degelijk maximaal in op een versterking van de besturen van die betrokken clubs en op een professionalisering om te verhinderen dat clubs al te snel zouden omkantelen. Het is de bedoeling dat ze werk maken van een duurzame groei.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, ik dank voor uw uitgebreid antwoord. Ik had het er ook in mijn vraag al over dat er vanuit Voetbal Vlaanderen en vanuit het beleid al heel wat gebeurt, ook inzake samenwerking.

Het is een goede evolutie dat men met licenties gaat werken. We spreken over enerzijds het professioneel voetbal dat zich focust in 1A en 1B en anderzijds het amateurvoetbal. In hoeverre is het mogelijk om een limiet te stellen op de exorbitante bedragen die daar worden gehanteerd? Ik weet niet of dat kan, maar ik stel wel vast dat bepaalde clubs, wanneer zij een goede sponsor hebben, allerlei spelers weten aan te trekken voor zolang dat duurt. Dat staat haaks op de duurzaamheid waar u ook zelf voor pleit, minister. Ligt de lat op dat vlak niet te hoog? Kan er geen vinger aan de pols worden gehouden zodat spelers op een sportievere manier met elkaar op het voetbalterrein kunnen omgaan? Ik denk dat, mocht het mogelijk zijn, daar toch ook een aantal opportuniteiten liggen. Maar het is een open vraag, ik weet niet of het kan.

Mevrouw De Rudder heeft het woord.

Het is natuurlijk heel belangrijk dat de voetbal- en sportclubs op lokaal niveau een belangrijke meerwaarde hebben. Het sociaal leven, het verenigingsleven, dat hangt er ook allemaal mee samen. Daarom moeten we dat zeker blijven ondersteunen.

De problematiek, zoals de btw-controles aangehaald in de media, is natuurlijk niet nieuw. Zoals u zegt, minister, hebben we dat in het verleden ook al eens gehad, bijvoorbeeld in verband met de jeugdhuizen. Op federaal niveau heeft collega Steven Matheï aan de huidige minister van Financiën ook gevraagd om het plafond te verhogen, zodat dat voor vele clubs al een oplossing zou zijn, omdat we nu die bovengrens van 25.000 euro hebben.

Het informeren en het sensibiliseren blijft natuurlijk heel belangrijk en heel essentieel voor onze sportclubs, ook de Vlaams Sportfederatie (VSF) heeft dat al gedaan. Herhaling is daar zeker belangrijk. Ook sportclubs moeten zeker die wetgeving kunnen naleven en ervan op de hoogte zijn door voldoende informatiecampagnes.

Minister, ik had daarom nog twee bijkomende vragen. Eerst en vooral, kan onze vraag van een eventuele verhoging van het plafond ondersteund worden en kan dat ook verder bekeken worden? En hebt u afspraken gemaakt met de sportfederaties over het sensibiliseren van hun clubs wat betreft de naleving van de fiscale en de sociale wetgeving? Het is toch wel belangrijk in de vraag van collega Van Dijck te lezen dat de lonen van de amateurvoetballers niet betaald kunnen worden, en dat lijkt toch wel een beetje op gespannen voet te staan met de federale wet van 1978 met betrekking tot die professionele sportbeoefenaar.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Ik hoor in de tussenkomst van de collega dat het opeens gaat over heel de heisa over de btw die ook op de drankbonnen betaald moest worden, als ik het goed begrijp. Ik heb daar een vraag over ingediend. Als we dat nu gaan behandelen, vereist dat wel een aparte behandeling. Alles wordt een beetje op één hoop gegooid en dan vind ik dat niet meer oké om het zo te doen. Eigenlijk hoort dat niet bij de discussie. (Opmerkingen van Kris Van Dijck)

Ik laat het aan de minister over of hij daar al iets over kwijt wil of niet. Ik kan mij voorstellen dat daar misschien actuele vragen over komen of vragen om uitleg. Maar ik laat het aan de minister, want de vraag is ondertussen natuurlijk wel gesteld en je kunt er ook niet helemaal aan voorbij gaan.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik ben vanzelfsprekend loyaal wanneer collega’s antwoorden verwachten op een ander moment, op een ander niveau of in een ruimere zaal. Ik zal dat dan heel graag honoreren.

Als het gaat over loonvoorwaarden, zitten we meteen in de federale winkel, waarbij we sowieso naar dat niveau moeten kijken en waar we als Vlaanderen al te onmachtig zijn. Ik steun dus pleidooien die leiden tot een versterking van onze bevoegdheden. Het is fantastisch dat dat hier breed gedragen wordt, dat pleidooi. Maar tot dan denk ik dat we in een dialoog met Voetbal Vlaanderen onze initiatieven voort kunnen zetten. Ik ben verheugd – en er zijn toch wel andere tijden geweest – dat men daar echt het belang inziet van een professionalisering en dat men daar ook durft rechtuit te praten, zonder de kool en de geit te sparen, en zegt dat er ook sommige clubs in de federatie zijn die het niet goed doen, die veel te snel willen groeien, die geen rekening houden met hun lokale verankering, met de mogelijkheden die er zijn, en dat die enigszins tot de orde geroepen moeten worden. Anderzijds heb je de bonafide clubs, die erop gewezen moeten worden dat de belangrijkste groei een duurzame groei is, een gestage groei, en die willen we maximaal begeleiden. Het initiatief dat Voetbal Vlaanderen neemt aangaande het licentiesysteem voor clubs, in eerste instantie tweede en derde klasse amateurs, komt echt op zijn tijd.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.