U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Afgelopen week vernamen we dat België kampioen is in het dumpen van kleding. We gooien 14,8 kilogram per inwoner weg. In de ons omringende landen is dat een pak minder; in Frankrijk is dat bijvoorbeeld 3,1 kilogram per persoon, of minder dan een kwart van wat de Belg dumpt.

Ook wordt het grootste deel van die kleding verbrand of gedumpt op stortplaatsen. Iedere Belg verbrandt jaarlijks zo'n 3,7 kilo textielafval. Slechts 1,5 kilo per Belg wordt jaarlijks gerecycleerd. We verbranden dus dubbel zoveel als we recycleren. Deze ranking is gebaseerd op textielgegevens van Eurostat, en de cijfers zijn toch wel indrukwekkend. Naast de plasticsoep zitten we dus ook nog eens op een kledingberg.

Een lichtpuntje in dit onderzoek is dat van die 15 kilogram per hoofd zo'n 1,2 kilogram wordt hergebruikt. In Vlaanderen hebben we de kringloopwinkels die momenteel tweedehands kledij verkopen. Maar het concept van hergebruik staat nog in zijn kinderschoenen.

Minister, wat is de visie van de Vlaamse Regering over het bestrijden van de massale kledingdumping? Hoe zal men het grote aandeel van textielverbranding doen dalen? Hoe past de uitdoving van de verbrandingscapaciteit in dit verhaal? Wordt het massale aandeel van textielverbranding in rekening gebracht?

Zal de Vlaamse Regering de capaciteit voor recyclage en hergebruik van textiel versterken? Denkt men aan een capaciteitsuitbreiding in de Vlaamse regio? Zal men hiervoor de nodige investeringen doen? Indien niet, aan welke andere financiële stimuli denkt men? Ik denk dat iedereen het erover eens is dat we de fase van sensibilisering voorbij zijn.

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik vind het goed dat u de vraag stelt, collega, want als de cijfers niet kloppen zeggen we het ook. Het is immers zo dat Vlaanderen echt kampioen is in het selectief inzamelen van textiel. Daarom maak ik een aantal kanttekeningen bij de cijfers uit het krantenartikel. Het krantenartikel is gebaseerd op een studie van Labfresh, een Amsterdams modelabel voor duurzame herenkledij.

Labfresh vertrekt van textielgegevens van Eurostat en komt zo tot een hoeveelheid ingezameld textiel in België van 14,8 kilogram per inwoner. Dit is zowel textielafval van huishoudens als van bedrijven. Het gaat dus niet alleen over kledij, maar ook over bedrijfsmatig textiel en productieafval van textielbedrijven. Denk bijvoorbeeld aan de tapijtindustrie.

Zeer belangrijk: in Vlaanderen wordt 8,07 kilogram huishoudelijk textielafval per inwoner selectief ingezameld. Dit is dan voornamelijk kledij, schoenen en linnen. We zijn in Vlaanderen duidelijk kampioen van het selectief inzamelen, ook op het vlak van textiel. Ik wil dan ook alle Vlamingen die daar echt wel hun best voor doen, hiervoor bedanken. Je merkt dat ook aan de vele initiatieven die er zijn en de cijfers waarover ik beschik.

Dat het grootste deel van het Vlaamse ingezamelde textielafval wordt verbrand en gestort, klopt totaal niet. De studie vertrekt van Europese gemiddelden. Zo wordt in Europa gemiddeld 51,7 procent van het ingezamelde textielafval gestort en 24,3 procent  verbrand. Van het textielafval dat in Vlaanderen blijft – dat is voornamelijk het bedrijfsafval – wordt minder dan 1 procent gestort of verbrand. Het merendeel wordt gerecycleerd.

Het huishoudelijk textiel wordt in Vlaanderen voornamelijk ingezameld door de kringloopcentra en privaatrechtelijke inzamelaars. De kringloopcentra verkopen 28 procent van wat ze inzamelen in hun eigen winkels. Dat wordt dus sowieso al hergebruikt. De rest gaat naar de privaatrechtelijke inzamelaars. Die exporteren, na sortering, het ingezamelde textiel naar het voormalige Oostblok, Afrika en Indië. Zij stellen dat er 55 procent naar hergebruik gaat, 35 procent naar recyclage en 10 procent naar storten en verbranden.

Het aandeel van selectief ingezameld textiel dat naar verbranding gaat, is dus heel klein. Daarom wil ik ook alle vrijwilligers die dagelijks in die sector werken, bedanken. Er is echt wel heel veel man op de been om kledij verder te gebruiken of te recycleren via kringloopcentra, maar ook via andere verzamelaars. Ik denk aan verschillende netwerken tegen armoede.

Ik zet ook verder in op het verminderen van textiel in het restafval. In dat restafval, meer bepaald in het huisvuil, zit nog een hoeveelheid textiel die nog in aanmerking komt voor hergebruik of recyclage. Daarom heeft Vlaanderen twee jaar geleden de sorteerboodschap verduidelijkt. Volgens de nieuwe sorteerregels worden naast herbruikbare kleding en schoenen nu ook versleten kleding, schoenen, lakens en andere stoffen selectief ingezameld. Verdere sensibilisering moet er dan ook voor zorgen dat het aandeel textiel in het restafval, dat al heel klein is, verder daalt.

In dat opzicht is er in Vlaanderen en bij de Vlaming een heel goede mentaliteit. Als je naar jezelf kijkt, zie je dat ook. Ik zie dat thuis ook bij mijn kind. Oude kleren geef je door, vriendinnen en families wisselen heel veel uit. Er wordt heel veel naar de kringloopwinkel gebracht.

Vlaanderen beschikt over een uitgebreid netwerk voor hergebruik van textiel. Naast de kringloopcentra zijn er tweedehandswinkels en de privaatrechtelijke textielinzamelaars die allen als hoofddoel hebben de verkoop van tweedehandstextiel. Dit loopt behoorlijk goed. Diegenen die daar consumeren, kunnen dat weten. Er zijn ook heel wat apps ter beschikking om kleren verder door te geven. Een verdere sensibilisering met een ruimere sorteerboodschap moet ervoor zorgen dat er nog minder textielafval gestort of verbrand wordt, en dat wil ik verder ondersteunen.

In de diverse subsidieoproepen van Vlaanderen Circulair zijn projecten met betrekking tot textiel goed vertegenwoordigd. Het gaat hier zowel over projecten met betrekking tot nieuwe businessmodellen, bijvoorbeeld kledingbibliotheken, als projecten inzake de levensduurverlenging en het hergebruik en de hoogwaardige recyclage van textiel. Een aantal van die projecten kunnen zeker nog verder worden uitgerold door zowel privé- als publieke partijen. Bovendien onderzoekt mijn administratie welke lessen we zelf uit die projecten kunnen trekken om ons beleid bij te sturen.

De voorzitter

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, u beweert dus dat die cijfers fout zijn. Ik zal dat niet bestrijden. Ik zal dat grondiger onderzoeken. Ik denk echter toch dat we op het vlak van textiel nog stappen kunnen zetten. Ik zal nu echter de discussie niet aangaan, want op dit moment weet ik niet wat precies de knoop is ter zake. Ik hoop dat u gelijk hebt en dat we inderdaad goed bezig zijn, maar ik vind het zeer bizar dat een Europese studie dan het tegendeel bewijst. Ik kom hier dus zeker nog op terug en zal bekijken of dat wel degelijk klopt.

De voorzitter

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Naar mijn mening heeft de vraag van mevrouw Schauvliege weinig om het lijf. De genuanceerde cijfers die de minister deelt, geven een heel ander beeld van de situatie dan het beeld dat mevrouw Schauvliege tekende. Ik zou mijn collega dan ook willen aanraden om meer dan één bron te checken vooraleer te spreken van massale dumping. De sensibilisering, zeker bij particulieren, blijkt duidelijk vruchten af te werpen. Dat gezegd zijnde: het kan natuurlijk beter. In Vlaanderen zijn er merkbare verschillen tussen de diverse intercommunales wat inzameling betreft. Dat blijkt uit cijfers op basis van een schriftelijke vraag die ik stelde. Eruit blijkt onder meer dat sommige intercommunales 5 en andere tot 11 kilogram textiel per inwoner inzamelen. Collega, dat zijn cijfers die u misschien kunt opzoeken.

Dat versleten kledij ook selectief wordt ingezameld, is misschien een element dat nog niet bij iedereen bekend is. Zijn er hier mogelijkheden, om er zodoende voor te zorgen dat ook de kinderen achteraan in de klas mee zijn? Misschien ziet de collega dan meer heil in boetes dan in extra sensibilisering, maar ik geloof daar in dezen zeker niet in, temeer omdat de cijfers helemaal niet zo dramatisch zijn als initieel bleek uit de vraag. Maar opnieuw, het kan altijd beter. Op welke manier sensibiliseren we nu bij particulieren, onder meer dus voor dat selectief inzamelen van echt versleten kledij, en bij de industrie, en is daar nog ruimte voor verbetering, om onze cijfers nog beter te maken?

De voorzitter

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Het gemiddelde in Vlaanderen wordt dus op 8,07 kilogram geschat. Dat schommelt dus wel tussen de cijfers waarnaar collega Perdaens verwees. Ook als we dat op wereldschaal bekijken, zitten we dus goed op dat gebied, maar natuurlijk moeten we elke verbetering doen die we kunnen doen, en ik zal verder die weg bewandelen, want het is niet de bedoeling dat we achteruitgaan. De bedoeling is om het nog beter te kunnen doen, en ik zie ter zake ook wel een opportuniteit met betrekking tot kringloopcentra, om daar nog nauwer mee samen te werken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.