U bent hier

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Collega’s, soms kunnen kinderen wegens ziekte langere tijd niet naar school. Er bestaan verschillende vormen van dienstverlening, zodat ze toch les kunnen volgen, van een gespecialiseerde ziekenhuisschool tot vrijwilligersorganisaties die onderwijs aan huis voorzien of de gekende vzw Bednet, die synchroon internetonderwijs aanbiedt. Om de kansen op re-integratie maximaal te houden, wordt vaak gekozen voor een gecombineerd aanbod.

In zijn memorandum van 11 maart 2019 maakte het Platform voor Onderwijs aan Zieke Leerlingen In Vlaanderen (PoZiLiV), een heel belangrijke partner voor deze thematiek, een aantal voorstellen voor structurele verbeteringen van de zorg voor zieke leerlingen op. De voorbije jaren zijn er al belangrijke stappen vooruit gezet in het onderwijsaanbod voor zieke leerlingen, steeds in nauw overleg met PoZiLiV. De commissie Onderwijs organiseerde vorig jaar nog een hoorzitting rond het thema. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag van de heer De Meyer op 1 april 2019 vernamen we dat een continue evaluatie, opvolging en eventuele bijsturing in nauw overleg met PoZiLiV als belangenbehartiger dient te gebeuren.

De actoren in de sector stellen al een tijdje vast dat de verschillende vormen van dienstverlening nog relatief onbekend zijn bij ouders en scholen. Vaak wordt de hulpverlening niet opgestart bij gebrek aan leerkrachten of omdat men de administratieve rompslomp niet ziet zitten. Het recht om hulp in te kopen, dat ontstaat voor langdurig afwezige kinderen, blijft zo onbenut, wat spijtig is. Bovendien is het, in tijden waarin zorg op school zo belangrijk geworden is, evident dat scholen ook in deze materie bijgestaan worden.

Minister, welke plannen hebt u om de mogelijkheden voor onderwijs aan langdurig zieke kinderen verder bekend te maken? Op welke manier kan er proactief gewerkt worden? Hoe wilt u aan de vraag naar coördinatie en begeleiding van ouders en scholen tegemoet komen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De problematiek van zieke kinderen ligt ons natuurlijk ook nauw ter harte. Het is natuurlijk vooral problematisch wanneer de afwezigheid langdurig en/of veelvuldig is. Dat zorgt dan voor een reëel risico op leerachterstand.

Daarom hebben we een aantal maatregelen: maatregelen binnen het zorgbeleid van een school; het type 5-onderwijs, het ziekenhuisonderwijs; het tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) en het permanent onderwijs aan huis (POAH); het onderwijs in diensten met onderwijsbehoefte, K-diensten in de kinderpsychiatrie; en ten slotte, het synchroon internetonderwijs (SIO). Ik heb het eens laten uitrekenen: samen is dat goed voor een budgettaire uitgave van ongeveer 24 miljoen euro. Ik zie de heer Daniëls verrast kijken. Ook voor mij was het een verrassing dat we daarvoor al zo veel middelen uittrekken.

Alle maatregelen hebben twee doelstellingen: de leerachterstand van de leerling beperken en de terugkeer naar school voorbereiden en vergemakkelijken.

Ik voorzie 2 miljoen euro extra voor maatregelen ten behoeve van kinderen waarvoor we vandaag nog geen toereikend aanbod hebben – ik denk onder andere in het kader van de welzijnssfeer. Zo zouden we bijvoorbeeld kinderen die kampen met een verslaving, ook moeten kunnen bereiken. Ik heb die middelen al vrijgemaakt, maar nog niet echt gelabeld. Maar ik kan ze dit jaar al uitgeven.

Ik zal ook een evaluatie laten uitvoeren omtrent het aanbod en de maatregelen ten aanzien van onderwijs aan zieke jongeren. Ik heb u net het overzicht gegeven. Het is betrekkelijk complex, en dan bespaar ik u nog alle afkortingen. Er zijn heel veel verschillende kanalen. We hebben dus, al was het maar voor ons eigen overzicht, nood aan meer transparantie, meer duidelijkheid en meer samenwerking. Ik zal de initiatieven evalueren om na te gaan of we dat aanbod transparanter kunnen maken en ervoor kunnen zorgen dat die instrumenten flexibel inzetbaar zijn. Ook de samenwerking met de thuisschool zal in die evaluatie worden meegenomen. Op die manier wil ik op een effectieve wijze tegemoetkomen aan de vraag naar coördinatie en begeleiding.

Scholen worden geïnformeerd via Klasse en Schooldirect. De leraren kunnen op KlasCement heel wat vinden voor onderwijs aan zieke kinderen. Maar om dat nog meer bekendheid te geven, onderzoek ik in samenwerking met de administratie en de betrokken partners hoe we de communicatie nog kunnen verbeteren. Het ene hangt samen met het andere. Laat ons, op grond van de evaluatie, zorgen voor meer duidelijkheid en transparantie. Want als we het aanbod zoals ik het nu heb geschetst, moeten communiceren aan de ouders, weet ik niet of we bijdragen tot de transparantie. Laat ons eerst die evaluatie doen en bekijken of we desnoods wat kunnen herschikken om dan vervolgens dat aanbod heel duidelijk te communiceren, niet alleen naar de scholen, maar zeker ook naar de ouders. Want ik kan mij voorstellen dat het voor vele ouders iets plots is, dat hen overvalt. En dan moeten ze nagaan welke kanalen er zijn. Gezien het aanbod en de budgetten die we eraan besteden, denk ik dat we er goed aan doen om dat wat te stroomlijnen en vervolgens beter te communiceren.

Op dit moment hebben we Bednet en Platform voor Onderwijs aan Zieke Leerlingen In Vlaanderen (PoZiLiV). Zij hebben hun folders recent een facelift gegeven en ook hun website wordt op regelmatige tijdstippen geüpdatet.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Kinderen die ziek zijn en lange tijd niet naar school gaan, blijven vaak gedurende ongeveer zes maanden van school. De statistieken zijn heel duidelijk: het gaat om 10 procent van de leerlingen uit het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Men zegt dat een op de drie kinderen die chronisch ziek zijn, wanneer zij niet begeleid worden of niet naar school kunnen gaan, heel snel een tot twee jaar leerachterstand oplopen.

Ik ben heel blij om te horen dat u ook zoekt naar transparantie en dat u bereid bent om de initiatieven beter op elkaar te laten afstemmen, zodat duidelijker wordt voor scholen, leerkrachten en ouders wat het aanbod precies is.

In het memorandum las ik dat de vraag gesteld wordt naar een gecombineerd aanbod waarbij verschillende instanties elkaar aanvullen. Dat is ook iets waarin men nog zoekende is. De thuisschool is altijd verantwoordelijk. Gelukkig is het zo dat scholen niet al te vaak geconfronteerd worden met leerlingen die chronisch ziek zijn. Op die manier zijn ze er misschien minder bekend mee. Het is wel belangrijk om transparantie naar de scholen te brengen en hen wegwijs te maken in het aanbod.

Ik ben ook blij te horen dat er middelen opgenomen zijn voor psychische ziektes, voor leerlingen die het moeilijk hebben, voor ziektes die eerder in de welzijnssfeer liggen.

Ik wil de waardering van mijn fractie uitspreken voor alle leerkrachten die zich dag in dag uit inzetten voor leerlingen die ziek zijn. Ik ken toch een paar voorbeelden van leerkrachten die zich vrijwillig na hun uren inzetten voor leerlingen die ziek zijn. De betrokkenheid is altijd heel hoog. Ik wil die mensen dan ook een hart onder de riem steken.

Vanuit vzw Bednet horen we heel vaak dat de thuisschool verantwoordelijk is, maar dat de mogelijkheden heel vaak onderbenut blijven. We zitten natuurlijk in tijden van privacy en gegevensuitwisseling – wat niet altijd evident is –, maar Bednet geeft aan dat het handig zou zijn om te weten hoeveel leerlingen er zijn die niet in de mogelijkheid zijn om school te lopen. Kan er eventueel een snellere doorstroming zijn van informatie naar de vzw's die daarmee bezig zijn? Wat zijn daar de mogelijkheden?

De heer Daniëls heeft het woord.

In de vorige legislatuur zijn er inderdaad hoorzittingen geweest. Vanuit mijn fractie hebben we daar ook regelmatig op gewezen. Als je kind ernstig ziek wordt of chronisch ziek is, dan is het eerste waar je als ouder mee bezig bent de kwestie van het ziek zijn, de ziekenhuizen, de genezing en dergelijke meer. Meestal begint pas later te dagen dat dit een serieuze impact zal hebben op de onderwijscarrière van het kind.

We moeten eigenlijk de zorg wegnemen dat ze dan moeten uitzoeken wat het aanbod is van Bednet, TOAH, PoZiLiV en dergelijke. Ik zou het eigenlijk als ontzorging willen zien. Ik pleit voor één aanspreekpunt waarbij we eigenlijk bijna automatiseren. Als een kind langer afwezig is, weet de school dat maar wordt het ook dag om dag geregistreerd in EDISON. Ook op Vlaams niveau weten we het dus. Langs de andere kant zijn er ook de gezondheidsinstellingen, de universitaire of andere ziekenhuizen. We hebben dus de info dat iemand langer afwezig zal zijn.

De oproep vanuit onze fractie is om automatisch een zeer eenduidige brief aan de ouders te sturen, waarin alles duidelijk staat en met één contactpersoon. Nu moet de school ervoor zorgen, of het CLB volgt het op, of dan komt het bij PoZiLiV, Bednet enzovoort.

Het is ook niet allemaal voor iedereen altijd nodig. Synchroon internetonderwijs is voor een aantal leerlingen heel gepast, maar het woord ‘synchroon’ is daarin wel belangrijk. Het kind moet op dat moment voor de camera kunnen zitten. Voor een aantal leerlingen is dat niet mogelijk. We moeten zo snel mogelijk het juiste middel aan de ouders aanbieden en ervoor zorgen dat scholen of ouders dat niet zelf moeten uitzoeken.

Ik ben ook op een K-dienst op bezoek geweest, een kinderpsychiatrie dus. Het gaat niet zomaar vanzelf dat die kinderen terug naar school gaan.

Mijn oproep is, naar aanleiding van de hoorzittingen, om na te gaan hoe we dit zo goed mogelijk kunnen structureren, zoals u zelf ook aangeeft. We moeten ervoor zorgen dat ouders met minimale zorgen eenduidig ondersteund worden zonder dat dit voor de school planlast meebrengt. Ik denk dat daar een heel goed middel voor bestaat, en dat is de telefoon. Ik denk dat we soms wat minder in vergaderingen en structuren moeten steken en gewoon zeggen dat een bepaalde persoon naar die ouders belt en afspreekt. Het kan bevrijdend werken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik sluit me in eerste instantie natuurlijk aan bij de waardering geuit door mevrouw Vandromme ten aanzien van al die vele vrijwilligers die, misschien zelfs los van enig netwerk, zich inzetten voor zieke kinderen.

Hoe zouden we beter kunnen weten welke leerlingen we niet bereiken? Hoe sluitend is dat? Er zijn leerlingen waarvan we weten dat ze ziek zijn en waar Bednet en TOAH  ingezet worden, maar er is nog wel wat werk. Meestal zijn die scholieren eerst wel verbonden aan een school en daar moet ook doorgegeven worden door die scholen waar ze terechtkunnen. Ik ga ervan uit dat die scholen ook het lot van die kinderen of scholieren toch enigszins blijven opvolgen en dat het een minderheid zal zijn waarover er geen informatie is. Ik kan mij niet inbeelden dat er veel gevallen in die zin zijn.

Tot slot sluit ik mij aan bij wat de heer Daniëls zegt, maar we moeten toch eerst zelf wat transparantie en duidelijkheid creëren. Met het plaatje dat ik nu schets, gaan communiceren naar mensen: ik denk niet dat ze zich dan onmiddellijk geholpen gaan voelen. We moeten eerst bekijken hoe we dat kunnen uitklaren.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Ik herhaal misschien nog even. Ik was ook aanwezig op de hoorzitting in de vorige legislatuur. Ik heb de vraag ook gehoord van de verschillende aanwezigen om de geuite bezorgdheden ook door te geven aan de mensen in de nieuwe commissie Onderwijs, en bij dezen heb ik de vraag gesteld. Ik hoop dat we de zorg ook kunnen blijven onderhouden hier.

Misschien nog even over de privacy van het doorgeven van gegevens tussen de organisatoren en de scholen zelf: het kan natuurlijk niet zijn dat die gegevens zomaar doorgegeven worden of dat er contact genomen wordt met de persoon in kwestie. Maar het is goed hier te horen dat er initiatieven genomen worden. Ik heb zelf in mijn schoolse carrière het ongeluk gehad om een aantal maanden out te zijn en ik herinner mij vooral de warme opvang van de leerkrachten. De waardering die ik daar gevoeld heb, draag ik nog altijd mee. Gelukkig is er al heel wat veranderd, zijn er al heel wat meer mogelijkheden. Mijn waardering gaat dan ook uit naar iedereen die ook onderwijs voorziet voor kinderen die het moeilijk hebben, die ziek zijn. Het recht op onderwijs is immers voor elk kind belangrijk. 

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.