U bent hier

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

In de media vernamen we heel recent dat er vorig jaar maar liefst 863 werkzoekenden via VDAB bezig waren met een opleiding tot leerkracht. Op vijf jaar tijd is dat aantal bijna verdrievoudigd. In 2015 waren dat slechts 317 werkzoekenden. Dat is goed nieuws voor ons onderwijs, waar de vraag naar extra leerkrachten groot is. Het lerarentekort in Vlaanderen zal de komende jaren immers een belangrijke uitdaging zijn en blijven. Naast de stijgende leerlingenaantallen in het secundair onderwijs, waardoor er meer leerkrachten nodig zijn, zal ook in ons onderwijs de vergrijzing voor een grote vervangingsvraag zorgen. Daarom is het goed nieuws dat steeds meer werkzoekenden ook een lerarenopleiding volgen via VDAB.

Wellicht liggen verschillende redenen aan de basis van deze stijging. Vorig jaar was er bijvoorbeeld de mediacampagne ‘Word een echte influencer’ van toenmalig minister Crevits. De bedoeling was onder andere om zijinstromers aan te trekken voor de lerarenopleidingen en het lerarenberoep, de leraren te versterken in hun rol als ambassadeur van het lerarenberoep en het lerarenberoep extra in de kijker te zetten.

In het regeerakkoord en ook in de beleidsnota Onderwijs konden we in dit verband ook lezen dat u werk zult maken van een onderwijsambassadeur om het beroep van leraar nog meer te promoten. Dit zijn zeker en vast zaken die we toejuichen.

Minister, bent u van plan om verder te onderzoeken welke redenen er zijn dat mensen nu plots meer kiezen voor een opleiding tot leraar? Kunnen we uit de motivaties van deze zijinstromers bijvoorbeeld ook elementen halen die generatiestudenten kunnen overtuigen om meteen voor een opleiding tot leraar te kiezen? Bent u van plan om verder te investeren in mediacampagnes, zoals ‘Word een echte influencer’? Zijn er nog andere plannen om de toegang van zijinstromers voor het lerarenberoep te versoepelen? Wanneer plant u de aanstelling van een onderwijsambassadeur, zoals aangekondigd in de beleidsnota Onderwijs? Hoe zal zijn of haar takenpakket eruitzien?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik ben me natuurlijk ten zeerste bewust van de situatie in ons lager en secundair onderwijs met betrekking tot de nood aan leerkrachten. Om het lerarentekort terug te dringen, zit een batterij aan maatregelen vervat in de beleidsnota. Ik zal die hier niet herhalen.

Wat betreft de onderwijsambassadeur, wil ik een en ander bekijken in functie van de evaluatie van de mediacampagne ‘Word een influencer’ die we gevoerd hebben. Dat was wel een beperkte campagne. Ik ga ervan uit dat als we een nieuwe mediacampagne zouden voeren, zo’n onderwijsambassadeur daar ook wel de trekker van is. Daarom wil ik eerst de evaluatie van die campagne bekijken om vervolgens de volgende stap te kunnen zetten.

Een maatregel die we in het kader van het lerarentekort alleszins op korte termijn overwegen, is het valideren van de geldelijke anciënniteit voor zijinstromers. Maar ik wijs er opnieuw op dat dat niet volledig zal zijn en niet voor alle opleidingen en bekwaamheden. Men spreekt in Onderwijs altijd over de grote getallen, bij het minste dat je iets verandert heeft dat direct een ongelooflijke budgettaire impact. Maar we willen er wel iets voor doen. Ten tweede willen we het duaal lesgeven vormgeven, in samenwerking met minister Crevits en met de bedrijfswereld zelf. En ten derde willen we scholen secundair onderwijs ook toelaten om het principe van de voordrachtgevers ruimer te kunnen invoeren. Dat zijn de eerste elementen waar we werk van willen maken.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Het is inderdaad belangrijk dat we allemaal ambassadeur zijn van het leraar-zijn, zowel wij hier in de commissie als de mensen die dag in dag uit voor de klas staan en onderwijs organiseren, als de pers. Ik was dan ook heel blij om vandaag een positief bericht te lezen in de krant over leerkrachten die zelf ook aangeven dat zij een belangrijke speler zijn en zichzelf een belangrijke functie geven.

Als we kijken naar het onderwijs, is het een belangrijk punt dat er een verschuiving is van het leerkracht-zijn als individu, als autonome leerkracht voor de klas naar een teamspeler, iemand die zijn gegevens deelt met anderen.

Planlast lijkt me ook een belangrijk gegeven. Maar binnen andere sectoren hoor ik ook dat bijvoorbeeld bij zelfstandigen heel vaak de reden voor het stoppen als zelfstandige de planlast is die verbonden is met hun beroep. Ik denk dat we als geen ander vertrouwen moeten geven in het leraarschap.

Ik heb ook nog een aantal vragen voor u. Wanneer hebt u de evaluatie van de campagne gepland? Ik hoor graag de timing daarvan.

Het valideren van de geldelijke anciënniteit van de zijinstromers juichen wij in onze fractie toe. Maar ik vraag mij af hoe we dat regionaal dan gaan bekijken, want de vragen zijn ook regionaal anders ingedeeld. Hoe kunnen we daar een antwoord op bieden? Wat er in de Westhoek leeft, is misschien een ander verhaal in Brussel of in Limburg. Ik vraag mij af hoe we dat kunnen bekijken.

Rond de voordrachtgevers: ik snap dat dat een manier kan zijn om de mensen even te laten proeven van het voor de klas staan, maar het kan niet de bedoeling zijn dat we voordrachtgevers fulltime laten lesgeven zonder dat ze enige vorming of lerarenopleiding gevolgd hebben.

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Dank u wel, mevrouw Vandromme, voor een alweer zeer interessante vraag, die ook aansluit bij de problematiek die we volgende week zullen bespreken tijdens de start van de vele hoorzittingen.

De zijinstromers aantrekken is ook een heel belangrijk punt voor onze fractie. We moeten er alles aan doen om de mensen opnieuw naar het onderwijs te krijgen, om de job opnieuw aantrekkelijker te maken. Dat is niet onbelangrijk. Meten is weten, en ik denk dat wij de minister toch de opdracht moeten geven om eerst te proberen in kaart te brengen wat de problematieken zijn over heel Vlaanderen, en hoe die problematiek nu in elkaar zit. Want meten is weten!

De inspectie verplicht de scholen om aan outputbeleid te doen, opdat ze dan op basis van heel objectieve parameters, met concreet cijfermateriaal hun beleid zouden kunnen bijsturen. Ik vind dat we dat ook moeten doen om eens in kaart te krijgen hoe ernstig het probleem van dat lerarentekort nu is. U kunt daar eventueel de koepels en het GO! bij betrekken, maar wij moeten echt wel proberen te weten wat het tekort is op korte, middellange en lange termijn. We moeten die concrete gegevens kunnen hebben. Minister, bent u van plan of bent u bereid om dat verder te onderzoeken, om te bekijken welke indicatoren we daarvoor kunnen gebruiken? Dat is immers toch niet onbelangrijk als we op dat vlak vooruitgang willen boeken. Anders blijven we in het ijle discussiëren. De situatie is heel ernstig, maar dan zullen we nooit weten hoe ernstig. Dat is mijn concrete vraag.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, ik verwijs naar alles inzake de lerarenopleiding, alle punten die we in het regeerakkoord hebben opgesomd, die collega Vandromme en de minister ook naar voren hebben gebracht. Ik denk dat we op dit moment op het punt zijn dat we alle manieren moeten benutten die we kunnen gebruiken – duaal, zij-instromers, voordrachthouders – om mensen te laten proeven van dat geweldige beroep in het onderwijs. Er zijn in deze commissie heel wat mensen die daar hebben gestaan. Het is niet allemaal kommer en kwel, integendeel, het is fantastisch. Men moet er dan echter wel van proeven. Ik heb in het verleden mensen in de opleiding integrale veiligheid weten binnenkomen als voordrachthouder, omdat de politiecommissarissen niet altijd klaarstonden om in het onderwijs te staan, mensen die dan na verloop van tijd besloten een diploma van pedagogische bekwaamheid te behalen omdat dat echt hun ding was. Dat is weer iemand meer die we hebben gevonden.

Wat de noden die er zijn betreft, heeft de minister zelf ook al aangegeven – en als N-VA onderschrijven we dat ook – dat we goed moeten bekijken wie we nodig hebben, waar we die nodig hebben en wat we juist nodig hebben. Het klopt immers dat we in bepaalde gebieden in Vlaanderen eigenlijk nog met een overschot zitten. Ik denk dat jullie ook in jullie mailbox nog regelmatig een mail krijgen van mensen die geen werk vinden alhoewel er overal wordt gezegd dat er een tekort aan leerkrachten is. Die wonen dan in een bepaalde regio of hebben een bepaalde bekwaamheid. Dat moeten we inderdaad goed in kaart brengen.

Minister, een van de zaken die de N-VA-fractie in het verleden ook heeft gevraagd, is dat, als er vacatures zijn in het onderwijs, die vacatures allemaal op de VDAB-site zouden worden gezet. Ik weet dat er nog een aantal fracties daarvoor hebben gepleit. We betalen per slot van rekening die mensen hun loon. Ik denk dat dat de beste en eenvoudigste manier is om te meten hoeveel, over welke opdrachten, waar, over hoeveel tijd het gaat. Dan zullen we een heel goed zicht hebben, zonder extra administratieve last te moeten hebben. Ik begrijp niet dat, als scholen een tekort hebben en niemand vinden en ik vraag of ze het op de VDAB-site hebben gezet, ze dan zeggen: ‘Neen, het staat op de website van onze school.’ Dat is natuurlijk het jezelf een beetje moeilijk maken.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal proberen punctueel hier en daar te antwoorden. De evaluatie van de campagne loopt. Dan was er de vraag naar nog meer cijfermateriaal. We hebben momenteel de cijfers van VDAB, en we hebben ook de platformen die bij de koepels bestaan. Vanzelfsprekend sluit ik me heel graag aan bij het pleidooi dat, wanneer scholen vacatures hebben, ze die ook aan VDAB doorgeven. Dat gebeurt inderdaad nog te weinig, maar ik wil in eerste instantie wel de focus leggen op de maatregelen, in plaats van nog eens administratieve last, alle schoolbesturen nog eens gaan bevragen, en dan die data nog eens gaan verwerken, data die natuurlijk ook sterk variëren en waarbij je ongetwijfeld ook nog eens een vertekening zult krijgen omdat de ene anders en mogelijkerwijze minder volledig rapporteert dan de andere. Ik sluit dat allemaal niet uit, maar vind natuurlijk in eerste instantie dat de focus op de maatregelen zelf moet liggen om iets te doen aan het probleem.

Iedereen ambassadeur? Mevrouw Vandromme, u getuigt zelf altijd met veel passie over de job in het onderwijs. Ik heb zelf niet in het onderwijs gestaan. Ik heb het lang genoten, maar er niet in gestaan. (Gelach)

Ik vind dat we dat allemaal moeten blijven doen, in eerste instantie: iedereen ambassadeur voor wat mij alleszins een fantastische job lijkt, maar wat sowieso een van de belangrijkste jobs is. Wij vertrouwen ons meest kostbare goed toe aan onderwijzers, en dus zijn die verschrikkelijk belangrijk.

De regionale variabele onderwijsverloning – want daar komt het dan op neer, als je de zijinstroom regionaal anders zou gaan inschalen – dat zou ik niet doen. Ik denk dat dat tot nogal wat discussie zou leiden. Ik doe deze job nog graag en ik zou hem graag nog een tijdje doen. Ik denk dat die suggestie weinig bevorderlijk is voor mijn voortbestaan. Als ik in de ene provincie iets anders zou gaan valideren, wat zou leiden tot een regionaal andere onderwijsverloning, zou dat veel aanleiding geven tot discussie. Maar dat bedoelde u niet.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Bedankt voor het antwoord. Wat de regionale verschillen betreft, had ik het vooral over het valideren van de geldelijke anciënniteit van zijinstromers. Als we bekijken wat de meest gevraagde diploma’s zijn of de jobs die nog openstaan, dan zijn er natuurlijk regionale verschillen. Ik heb het niet over de verloning an sich, maar wel het meenemen van anciënniteit voor bepaalde doelgroepen, los van de regio's. We moeten dus echt wel gaan kijken wat de noden zijn in dezen.

Ik kijk uit naar de hoorzitting die er binnenkort komt. Ik had het voorstel gedaan om de mensen van VDAB hier ook uit te nodigen om hun expertise in dezen ook te horen.

Wat betreft de passie voor onderwijs: ik kan dat alleen maar onderschrijven. Ik heb de indruk dat we eigenlijk alleen maar mensen kunnen overtuigen om voor de klas te gaan staan door hen het vertrouwen te geven dat ze echt wel van betekenis zijn voor iedereen die onderwijs volgt.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.